Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar 1920, een voorbeeld voor vele schrijvers. De Geus gaat moedig door met het oeuvre van deze Noor.
‘Het effect van de industrialisering in een kleine, geïsoleerde kustplaats in Noorwegen is gigantisch. De jonge Edevart, zwerver tegen wil en dank, wordt op sleeptouw genomen door August, de wilde vrijbuiter. Louise Margrete valt voor Edevart en voert hem mee naar Amerika.
Met humor en kracht schetst Hamsun de menselijke natuur en de teloorgang van oude gewoonten en tradities.’ Vertaling van Marianne Molenaar.
‘Gerd de Ley selecteert aforismen uit alles en iedereen. Je moet je in een bunker met twee mortiergranaten ingraven om niet door Gerd de Ley geplunderd te worden.’ Dat schreef Gerrit Komrij in De buitenkant, verschenen bij de Arbeiderspers in 1995. Komrij heeft zich niet ingegraven, want ook hij is door De Ley ‘geplunderd’. Het is een leuk reeksje aan het worden deze prominent reeks. Ik vind de vormgeving heel erg jaren ’80. maar dat kan een smaakkwestie zijn.
In 1820 publiceerden de jonggestorven dichters Keats en Shelley allebei hun laatste en beste bundel. Toen Keats een jaar later aan de tering gestorven was, schreef Shelley een befaamd gedicht als in memoriam; nog een jaar later kwam hijzelf om bij een schipbreuk. De beide bundels en de lijkzang vormen de inhoud van dit boek. Vertaling Jan Kuijper, de vermaarde poëzieredacteur van Querido. Zou hij zijn redactievaardigheden in toom hebben weten te houden?
Al jaren onderzoeken biologen aan de hand van laboratoriumexperimenten, veldwerk en computersimulaties de geslachtsorganen van allerlei organismen: van zeeslakken tot aaskevers, van primaten tot woestijnratten. Vaak is alleen aan de genitaliën te zien om welke soort het precies gaat. Eén vraag houdt de gemoederen al lange tijd bezig, namelijk waarom de penissen en vaak ook hun vrouwelijke equivalenten zo verschillen van soort tot soort?
En een fragment van het boek dat helaas veel geringer geïllustreerd is dan wenselijk. Want wat verwacht je nu van een leuk popularwetenschappelijk boek met zo’n geinig omslag en leuke titel? Plaatjes! Het filmpje compenseert wat.
Digitale boeken voor bibliofielen? Het lijkt een contradictio in terminis, maar uitgeverij Ardesia claimt desondanks het eerste bibliofiele e-boek ter wereld gepubliceerd te hebben.
Het betreft een heruitgave van De Machiavellist van Arnon Grunberg dat in 1990 eerder door de Stichting Casimir, de eigen uitgeverij van Grunberg in een oplage van 500 exemplaren uitgebracht werd. Het is inmiddels in de oorspronkelijke vorm niet meer verkrijgbaar.
Daarnaast is ook Een vorm van waarheidsliefde opgenomen, het nawoord dat Grunberg in 2007 schreef voor de uitgave van De heerser in de Perpetua reeks van uitgeverij Athenaeum – Polak & van Gennep.
De drager van De Machiavellist is op de achterzijde genummerd en gesigneerd door Arnon Grunberg. Het e-boek is gevat in een omslagdoos, waarin ook een papieren uitgave is opgenomen: Schrijven alsof je een ganzenveer in je hand hebt en er een rol perkament voor je ligt. Dit boekwerkje bevat een exclusief voor deze uitgave geschreven tekst van Arnon Grunberg rond het thema ‘Papier of digitaal?’. Ook de papieren uitgave is genummerd en gesigneerd door Arnon Grunberg.
De Machiavellist verschijnt als eerste deel van de Tablet reeks, een serie die wil aantonen dat ook digitale boeken in een verzamelwaardige vorm kunnen worden uitgebracht.
De uitgave van De Machiavellist is te bestellen via de website van deze nieuwe uitgeverij: www.uitgeverijardesia.nl. De oplage is beperkt: 149 exemplaren. De prijs is € 149,-
Een selectie uit de titels die deze week verschenen.
De gesprekken van Confusius zijn al eerder uitgegeven maar nooit volledig. Deze week verscheen bij Atlas Contact Confucius. De gesprekken. Hoogleraar en vertaler Kristofer Schipper geeft hier de eerste volledige, rechtstreeks uit het klassiek Chinees gemaakte, Nederlandse vertaling van De gesprekken. Voorzien van een toelichting die berust op hedendaagse onderzoeken, van zijn hand. Een vertaling van de nauw met dit werkverbonden biografie van Confucius door China’s grote historicus Sima Qian (ca. 145-86 v.Chr.) is eveneens toegevoegd.Confucius (551-479 v.Chr.) is één van de beroemdste filosofen van China en de oprichter van de humanistische levensbeschouwing die China en zijn beschaving kenmerken.
Het confucianisme en taoïsme zijn tegengesteld, maar ze vullen elkaar wel aan. Confucius gaat hierop in, in De gesprekken. De inhoud van dit boek is de meest authentieke bron van Confusius. Confucius, de gesprekken – Vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper, Uitgeverij AtlasContact, €39.99
Deze week verscheen van dichter, verslaggever en muziekverhalenschrijver John Schoorl (1961) Iedereen stapt wel eens af . Zijn muziekverhalen schreef hij voor de Volkskrant en literair tijdschrift Passionate. Een selectie uit die verhalen werd uitgegeven als De dag dat ik naar de Artic Mokeys ging. Als verslaggever schrijft Schoorl stukken over misstanden in de politiek en het bedrijfsleven. Maar ook verhalen over bekende en minder bekende mensen in binnen- en buitenland.
Verhalen over verdriet en rouw, hoogmoed en verblinding, over tegenslag en veerkracht. Of het nu gaat om beroemde schrijvers, vergeten voetballers, tragische politici, melancholische muzikanten of afstappende wielercoureurs: in deze selectie van mooiste reportages en reconstructies stijgt de journalistiek boven zichzelf uit en wordt het verslag tot onvervalste en meeslepende literatuur.Uitgegeven bij Van Gennep, € 17,90.
Vandaag werd bij Athenaeum Boekhandel Kleine filosofie van het rijtjeshuis van Pieter Hoexum gepresenteerd. Daar is lezen dus goed voor, dat je adviezen tot je neemt zoals Hoexum deed. De zestiende-eeuwse schrijver Michel de Montaigne: ‘Je hebt thuis genoeg te doen, loop niet weg,’ is zo’n advies. Sinds enkele jaren houdt Pieter Hoexum zich aan deze wijze raad, ook al bewoont hij niet (zoals Montaigne) een kasteel, maar een rijtjeshuis in een buitenwijk. Vanuit de verte of uit de hoogte zien deze buitenwijken er misschien saai en troosteloos uit maar Hoexum ontdekt dat er op ooghoogte genoeg is om je over te verwonderen. ‘Het gaat in deze verkenningen over huiselijke aangelegenheden zoals verhuizen en buren, over de badkamer, de zolder en de schuur, en over heimwee, sleur en gewoontes. In zijn oneindige wijsheid vergeleek Hegel een filosoof met een uil die in de avondschemering uitvliegt om de dag te overzien en waardig af te sluiten. In vergelijking met die uil ben ik een kip die de hele dag in en rond zijn huis scharrelt en daarbij stuit op allerlei even alledaagse als wonderbaarlijke zaken.’
Een geruststellend maar vooral inspirerend boek voor Zzp’ers lijkt me.
Uitgegeven bij Atlas Contact, € 19,99.
Het is goed nieuws dat er in deze tijd, tegen het tij in, nog mensen zijn die hun nek durven uitsteken en een uitgeverij oprichten! Een mooi voorbeeld daarvan is natuurlijk Uitgeverij Schokland die inmiddels met haar reeks Kritische Klassieken haar bestaansrecht meer dan heeft bewezen.
En nu is daar ook uitgeverij Koppernik, die sinds half december 2013 bestaat. Op hun website is te lezen wat zij willen uitgeven: ‘de eigenzinnige boeken, de buitenbeentjes van de literatuur, boeken die gedurfd zijn en uitdagen, in ieder geval afwijken van de momenteel overheersende cultuur van het midden.’ Op dit moment gaat dat nog maar om één titel, Zeer helder licht. Maar dat is wel gelijk een boek van Wessel te Gussinklo, winnaar van o.a. de Anton Wachter- en F. Bordewijkprijs. En een boek dat je meteen het verhaal intrekt. Het boek begint als de iets aan lager wal geraakte 31-jarige Wander zijn nog geen 20 jarige vriendinnetje – een meisje uit een keurig, welgesteld gezin – thuisbrengt. Veel te laat echter naar de zin van haar moeder. Hoe keurig ook: mama, gekleed in roze kamerjas, stormt de straat op, begint te vloeken en te tieren, slaat en bespuugt Wander en molesteert zijn toch al krakkemikkige auto. Het is een begin waarna je dóór wilt lezen. Zeer helder licht, Wessel te Gussinklo, Uitgeverij Koppernik, € 17,50
Wie met Turkeye en Istanbul kennis wil maken moet Verhalen uit Istanbul van Sait Faik Abasıyanık (1906-1954) lezen. Deze auteur geldt als een van de grondleggers van het korte verhaal in Turkije. Door zijn grote inlevingsvermogen en beeldende observaties zijn de verhalen van Sait Faik Abasıyanık verrassend tijdloos. Sait Faik Abasıyanık vertelt indringende verhalen over menselijke verlangens en frustraties. Zijn mooiste verhalen werden voor deze bundel vertaald door Hanneke van der Heijden. Verhalen uit Istanbul, Sait Faik Abasiyanik, Uitgeverij Podium, vertaling door Hanneke van der Heijden, € 19,50
Veel dichter bij huis, gewoon op het schoolplein in Alphen aan den Rijn leren Dennis Captein en Martine de Bruin elkaar kennen. Er onstaat een vriendschap. Na verloop van tijd komt Martine bij Dennis op bezoek met de vraag of hij een boek wil schrijven over haar. Martine blijkt het slachtoffer van incest, ze vertelt dat ze jarenlang door haar grootvader is misbruikt. Ze heeft tot dan gezwegen. Eerst uit angst, later uit schaamte. Onschuld is het resultaat van dit verzoek. Het is een roman geworden, gebaseerd op feiten, maar aangevuld met fictie.
Dennis Captein studeerde Journalistiek en Rechten, is in het dagelijks leven uitgever en daarnaast actief als columnist voor het AD. Onschuld is zijn eerste roman. Onschuld, Dennis Captein, Uitgeverij Nobelman, 320 pagina’s, €19,90
Tot slot is er een nieuwe roman van de van oorsprong Uruguaanse schrijfster Carolina Trujillo (40) (De terugkeer van Lupe García) verschenen. De schrijfster woont al zo’n 20 jaar in Nederland, schrijft ook in het Nederlands, maar daarmee is het Nederlandse er wel af en nemen Zuid-Amerikaanse taferelen het over.
Trujillo is een rasverteller. In De zangbreker neemt zij de lezer mee naar haar geboortestad Montevideo voor een ‘onvergetelijke ontmoeting met onalledaagse personages.’ De zangbreker,, 320 pagina’s, € 19,95
Bitterzoet Indië gaat over ‘onze’ herinneringen aan Indië en laat verschillende manieren zien waarop Nederlands Indië wordt uitgebeeld. Of zoals het door de auteur wordt verwoord: ‘Nederlands-Indië is voorbij, maar we zijn nog lang niet klaar met tempo doeloe. Daarvan getuigt de gestage stroom van verhalen, beelden en herinneringen die na het verlies van de kolonie op gang is gekomen en nooit meer is opgehouden.’
Indië en zeker fotoboeken uit Indië zijn – op een goede manier – inderdaad nostalgisch. Het beeld van Indië dat wij hebben uit de boeken en foto’s van Rudy Kousbroek is mijn favoriet. In Fotosynthese schrijft hij: ‘het onvergetelijke huis Zeelandia aan het Tobameer. Hoe langer ik er naar kijk hoe sprookjesachtiger het wordt.’ Dat is precies de kracht. Wie foto’s van Indië bekijkt, bij Kousbroek maar ook in de mooie boeken van Rob Nieuwenhuys (Met vreemde ogen, Baren en oudgasten en Komen en blijven) of bij Cas Oorthuys (Een staat in wording), moet de woorden van Kousbroek beamen: hoe langer je er naar kijkt, hoe sprookjesachtiger het wordt.
Wat mij daarnaast interesseert is hoe de sprookjesachtige beelden van het oude Indië passen in het beeld van het hedendaagse Indonesië. Ik zal niet de enige zijn die op een vakantie aldaar verwachtingsvol op zoek ging naar het sprookjesachtige huis Zeelandia en me vertwijfeld afvroeg welk van de flatgebouwen het was. Ik zou graag een boek zien met dubbelportretten. Plekken uit de verleden en het heden. Bitterzoek Indië, Herinnering en nostalgie, Pamela Pattynama, Prometheus/Bert Bakker, 302 pagina’s, € 24,95.
Van Joseph Roth verscheen Vlucht zonder einde in de vertaling van Elly Schippers. Van de uitgever: ‘Vlucht zonder einde beschrijft de odyssee van Franz Tunda, officier in het keizerlijke leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tunda ontsnapt uit krijgsgevangenschap en komt terecht in de chaos van de Russische Burgeroorlog, raakt betrokken bij de communistische avant-garde en zoekt zijn toevlucht in de armen van een mooie Georgische vrouw. Pas na allerlei omzwervingen keert hij vanuit Siberië terug naar Wenen, maar in de tussenliggende jaren is de vertrouwde wereldorde in elkaar gestort en komt Tunda nergens meer aan. Baku, Moskou, Wenen, Parijs – elke stad blijkt slechts een volgende etappe op zijn vlucht zonder einde.’
Vlucht zonder einde maakt onderdeel uit van een hele reeks vertalingen van het werk van Roth, die door Atlas wordt uitgebracht. Het is een aanwinst dat dit boek nu in het Nederlands vertaald is en afgaande op het mooie Zipper en zijn vader, vertaald door Wilfred Oranje maar onder eindredactie van Elly Schippers die Vlucht zonder einde vertaalde, zal de vertaling prima zijn.
Ook de timing van verschijning is goed. Roth is een veelzijdig schrijver die prachtig relaties tussen mensen en karakters kan beschrijven. Maar de boeken van Roth spelen ook in de geschiedenis van midden Europa en voelen als zodanig. Daardoor krijgen ze een extra lading. Dat komt waarschijnlijk omdat de wereld die Roth beschrijft, niet meer bestaat en het nostalgische verlangen naar een verdwenen wereld de personages blijft beheersen. Ook nu leven we in een tijd dat we, weer in Oekraine!, geschiedenis meemaken en de wereldorde – om dit grote woord nog een keer te gebruiken – even op zijn grondvesten schudt. Alle reden om Vlucht zonder einde te lezen. Vlucht zonder einde, Elly Schippers, Atlas Contact, 112 blz., € 16,99
Bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen van Max de Jong de bundel Heet van de naald, en andere gedichten samengesteld door Marsha Keja. ‘Heet van de naald’ geldt als het meest beroemde gedicht van Max de Jong. Max de Jong is de geschiedenis ingegaan als iemand die alles in zich had om een groot kunstenaar te worden: geldgebrek, een gemankeerde relatie met vrouwen, ontevreden, roddelziek en vroeg gestorven. Toch is hij altijd een wat marginale cultfiguur gebleven. Een mooie heruitgave betekent dat er (weer) een groep lezers kan kennis maken met het werk van De Jong. Van Oorschot heeft het gedicht door de jaren heen altijd in druk gehad, en deze versie van Heet van de naald aangevuld met teksten uit de nalatenschap, is een mooie opvolging in die reeks.
In een week vol van nostalgie kun je er gelukkig op rekenen dat Van Oorschot Max de Jong blijft uitgeven. Heet van de naald, Max de Jong, bezorgd door Marsha Keja, Van Oorschot, € 19,50
Donderdag 22 mei ontvangt schrijver Willem Jan Otten (1951) de P.C. Hooftprijs 2014 voor zijn essays. Behalve een meesterlijk essayist is Otten een bijzonder dichter, proza- en toneelschrijver. Welk genre hij ook beoefent, het gaat hem om de verbinding tussen het eigene en het andere. Zijn uitgesproken persoonlijke blik is altijd onderzoekend: een wijde, open blik vol vragen die ook de lezer, kijker en luisteraars steeds weer verrassen.
Willem Jan Otten debuteerde als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel (1973); zijn meest recente bundel is Gerichte gedichten, uit 2011. Otten schreef jarenlang artikelen en beschouwingen, die verschenen in uiteenlopende tijdschriften. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van Tirade. Verder was hij een tijdlang als toneel- en muziekcriticus verbonden aan Vrij Nederland. Inmiddels zijn er van zijn werk Duitse vertalingen verschenen. In 1999 ontving Willem Jan Otten de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.
Zondagmiddag 25 mei gaat Stephan Sanders in gesprek met Otten over zijn gehele werk. Actrice Ariane Schluter leest een monoloog uit een van zijn theaterstukken. Schrijfster Esther Gerritsen vertelt over zijn proza en Pater Frans Berkelmans over de poëzie en de religieuze elementen daarin.
De nieuwe liefde Da Costakade 102
1053 WP Amsterdam
T.: 020 589 1680
E: info@denieuweliefde.com
Er zijn mensen die niet van reizen houden, maar wel van lezen over reizen en het volgen op de kaart van andermans reizen. De reizen die Judith Schalansky beschrijft in De atlas van afgelegen eilanden zijn stuk voor stuk ‘grenzeloos absurde verhalen’. Het zijn verhalen over zeldzame dieren en zonderlinge mensen – over gestrande slaven en eenzame natuuronderzoekers, verdwaalde ontdekkers en verwarde vuurtorenwachters, vergeten schipbreukelingen en muitende matrozen.
Judith Schalansky neemt je mee naar vijftig afgelegen oorden – van Tristan da Cunha tot het atol Clipperton, van Christmaseiland tot Paaseiland.
De atlas van afgelegen eilanden/Judith Schalansky/Vertaald door Goverdien Hauth-Grubben/ Uitgeverij Signatuur/ 144 pagina’s/ € 39,95
Zelfportret in brieven – Willem Wilnink
Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef verhalen en gedichten voor kinderen en volwassenen, teksten voor cabaret en liedjes, vertalingen en essays.
Hij was ook een fervent brievenschrijver. Uit de brieven aan zijn ouders, vrienden en vriendinnen, collega-auteurs en uitgevers, bewonderaars en personen met wie hij iets uit te vechten had, hebben Wobke Wilmink-Klein en Vic van de Reijt een chronologisch geordend boek samengesteld. In zijn brieven had Wilmink het hart op de tong, ze gáán altijd ergens over. Het boek is de ideale opmaat voor de biografie van Wilmink, waarvoor Elsbeth Etty de opdracht gekregen heeft.
Zelfportret in brieven/Willem Wilmink/Samenstelling: Wobke Wilmink-Klein en Vic van de Reijt/ Uitgeverij Nijgh&Van Ditmar/304 pagina’s/€ 34,95
Lichtjaren James Salter
James Salter wordt alom om zijn stilistische capaciteiten geprezen. Onlangs is Lichtjaren verschenen, Salter’s roman uit 1975. Volgens uitgeverij De Bezige Bij ‘een moderne klassieker; een verleidelijke, geestige, tedere en tot de verbeelding sprekende roman over een generatie mensen die de grenzen van hun geluk ontdekken.’
Het leven van het echtpaar Nedra en Viri bestaat uit luxueuze etentjes met hun benijdenswaardige vrienden, ingenieuze spelletjes met hun kinderen en tot in de puntjes georganiseerde dagen die ze doorbrengen met schaatsen of zonnen op het strand. Maar er zitten barstjes in het ogenschijnlijk perfecte oppervlak, tekortkomingen die onherroepelijk tot het verval van hun relatie zullen leiden. Lichtjaren/ James Salter/vertaald door Peter Verstegen/304 pagina’s/ € 19,90
Een Weense romance
‘Michaël Rost wierp een blik door het raam naar de nachtelijke oever die doorvlochten was met dunne herfstige regendraden. Hij bromde ‘hmm’ en liep de kamer uit. Het was ongeveer tien uur. Een bruine roodachtige hemel lag op de daken, het trottoir blonk vochtig en nattig.’
Uit: Een Weense romance, de in 2010 in Tel Aviv gevonden roman van David Vogel (1891-1944). Vogel werd in Nederland vooral bekend van Huwelijksleven. Een Weense romance/David Vogel/vertaald door Kees Meijling/Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep/ € 21,99
Hij spreekt wat knorrig en lijkt moeite te hebben om zijn herinneringen samenhangend te vertellen. Maar de zaal hangt aan zijn lippen. Om de paar zinnen is er een lachsalvo. Hij weet uitstekend te timen. Na verloop van tijd is de spanning onder de toehoorders voelbaar als hij weer even aarzelt: nu komt de pointe.
A.L. Snijders lijkt te praten zoals hij schrijft: associatief springend. En verwarring zaaiend.
Tegen zijn interviewer, die een van zijn ZKV’s te feitelijk blijkt te hebben geïnterpreteerd, grapt hij: ‘dan heb ik je er toch mooi ingeluisd’.
Het hangt de hele sessie rond zijn causerie. Verzint hij het ter plekke of is het echt waar? Over zijn pseudoniem bijvoorbeeld; er wordt hem nogal eens gevraagd waar de letters A.L. voor staan. Ze betekenen niks. Hij had zijn eerste column klaar voor het Parool, toen de redactie hem belde of hij niet onder pseudoniem wilde publiceren. Hij had een uur om iets te verzinnen. ‘Het enige dat ik wist is dat ik niet wilde dat mijn schuilnaam betekenis had zoals Nescio of Multatuli. Ik noemde toen maar wat.’
Wat is feit en wat verzinsel? ‘Ik begin meestal aan een ZKV naar aanleiding van een gebeurtenis, maar daarna fantaseer ik er op los. Mijn meest ideale verhaaltje zou er een zijn dat ik van A tot Z verzonnen had en dat ik jaren later herlees in de overtuiging dat het volledig waar was. Maar zover ben ik nog niet’.
Snijders heeft geen plan in zijn hoofd als hij begint: ‘Dat doe ik het liefst, aan een ZKV beginnen zoals Theo Thijssen de klas instapte. Hij zou wel zien wat hij zijn leerlingen de komende les ging vertellen’.
Hij heeft nog een ideaal: ‘Ik gebruik veel citaten in mijn ZKV’s, liefst zonder bronvermelding. Het mooiste lijkt me een ZKV waarin geen woord van mezelf staat’.
Hij legt er de nadruk op dat hij geen columnist is. ‘Ik vertel een verhaal. In een column stel je iets. Daarom schrijf ik nooit over politiek’. Stelligheid is sowieso niet aan hem besteed. Daarom moet hij niets hebben van mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. Of dat nu katholieken zijn of communisten, Jehova’s of dierenactivisten. ‘Ik ben een rationalist. Maar als God echt bewezen wordt, ben ik onmiddellijk van de partij’.
Waarom hij Amsterdam verruilde voor de Achterhoek, vraagt de interviewer. Er volgt een lang verhaal over de verloedering van de stadsbuurt waar hij met zijn gezin woonde, uitmondend in de vondst van een afgelegen boerderijtje in het oosten van het land. ‘Ik vind het een mooie zin van Lodewijk van Deyssel. Die zei ooit: ik wil in een huis wonen waarin ik ongezien uit elk raam kan pissen. Zo woon ik nu’.
A.L. Snijders sprak in Nijmegen met deelnemers aan de Postacademische cursus Recente Nederlandse en Vlaamse Letterkunde. In 2015 viert die cursus een jubileum. Hij is er dan voor de tiende keer. Wie hierover meer wil weten kan hier terecht.
Jaap Robben (1984) debuteerde in 2004 met de gedichtenbundel Twee vliegen, waarna nog drie bundels volgden. Deze week verscheen zijn debuutroman Birk. Een roman over een familiedrama. Mikael woont met zijn ouders op een eiland tussen Schotland en Noorwegen. Op een dag verdwijnt zijn vader in zee en sinds die gebeurtenis draagt Mikael een geheim met zich mee. De verwijten stapelen zich op, tot zijn moeder iets onmogelijk van hem verlangt. Een beklemmend verhaal over mensen die zelf een eiland dreigen te worden. Birk / Jaap Robben / April 2014/ Uitgeverij De Geus.
Daniel Vis (1988) won begin dit jaar het NK Poetry Slam. Ooit declameerde hij tijdens de Nacht van de Poezie gedichten van Jotie ’t Hooft, zijn verschijning deed zelfs aan deze te vroeg overleden dichter denken. En met een stem gelijk aan die van Maarten van Rossem (maar dan jonger), toont Vis zich een illustere figuur op de poëzie podia in Nederland. Onlangs verscheen zijn debuutbundel Crowdsurfen op laag water. Eerder publiceerde hij gedichten in onder meer Strak!, Het Liegend Konijn en Plebs. Vis heeft een originele en beeldende stijl. Hij schrijft op zo’n wijze over alledaagse dingen, dat ze vaak beklemmend overkomen. Menno Wigman zei over Daniel Vis: ‘Eindelijk weer een jonge dichter met een grote mond.’ Crowdsurfen op laag water / Daniel Vis / April 2014 / Uitgeverij Prometheus.
De Ier, Sebastian Barry (1955) is een veel bekroond schrijver. De tijdelijke gentleman is de vijfde roman van Barry die bij Querido in Nederlandse vertaling verschijnt. Barry werkt gestaag voort aan een reeks romans waarin hij zijn eigen familie op de voet volgt en zo de twintigste-eeuwse geschiedenis van Ierland en de Ieren in kaart brengt. De tijdelijke gentleman gaat over een Ier die in het Engelse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit een vaste aanstelling kreeg. Ook zijn huwelijksgeluk met Mai Kirwan is geen lang leven beschoren. Na vele omzwervingen, als soldaat, ingenieur en observator voor de Verenigde Naties, komt Jack uiteindelijk in Accra terecht, waar hij besluit zijn levensverhaal op papier te zetten. De tijdelijke gentleman / Sebastian Barry / April 2014 / Querido.
Een Siciliaanse lekkernij is een hommage aan Rascha Peper (1949-2013), die tijdens haar leven de ware vertelkunst beoefende. Altijd wist ze haar lezers mee te slepen en hen een wereld te laten zien die op het oog, bedrieglijk alledaags lijkt. In Een Siciliaanse lekkernij zijn de beste verhalen opgenomen uit haar debuut De waterdame. Daarnaast bevat het enkele lange verhalen die in haar nalatenschap werden gevonden en niet eerder in boekvorm zijn verschenen. Zeker een aanrader voor de liefhebbers van haar werk. Een Siciliaanse lekkernij / Rascha Peper / April 2014 / Querido
De bibliofilie leeft. Als steeds meer uitgeverijen steeds goedkoper gaan produceren om de risico’s te minimaliseren is er tezelfdertijd een opmars van de liefdevol gemaakte, kleine supermooi vormgegeven boekjes in geringe oplagen. Neem dit boek, Zomerregen van Yves Bonnefoy, zeven gedichten van de grand old man van de Franse poëzie in een gewetensvolle vertaling van Kiki Coumans. Als lezen ook een tactiele ervaring is – en dat is het – dan is de eerste stap naar waardering van dit werk al gemaakt als je het boek in handen hebt. Het voelt eenvoudigweg goed, en het is hier te bestellen.
Dit is ook zoiets: Hof van Jan, een drukkerij in Haarlem werkt aan behoud van typografisch erfgoed. Dat betekent in concreto dat ze een prachtverzameling oude drukapparatuur heeft opgetast in een ruimte aldaar, maar ook dat er een gestaag groeiend fonds van kleine mooi gedrukte werken van boeiende schrijvers is. Adriaan van Dis werkt op dit moment aan een groot boek over zijn bijna honderdjarige moeder. Een eerste aanzet van dat boek is het verhaal Jammer, dat een dramatische gebeurtenis vertelt in het toenmalige Nederlands Indië. Beeldend kunstenaar Ronald Ruseler droeg een fraaie collage bij aan het boekje: ieder exemplaar is uniek. Jammer werd gezet uit de Spectrum en in 150 exemplaren gedrukt onder de Korenmaat. – Meer alhier.
De website van De Geus schrijft dat dit gepassioneerde essay van Antonio Muñoz Molina ‘concrete voorstellen doet om uit de huidige economische crisis te komen, waardoor je direct je handen uit de mouwen zou willen steken. Deze vertelling in de loepzuivere stijl van George Orwell en Virginia Wolf is een lucide analyse en een warm pleidooi voor kennis, de enige weg die naar ware verandering kan leiden’. Dat ze bij De Geus niet weten hoe je de naam van Virginia Woolf schrijft neemt niet weg dat deze omschrijving de interesse gewekt heeft. ‘Virginia Wolf’ is geloof ik een rockband. Maar misschien een met loepzuivere stijl.
Tineke Hillegers-Zijlmans, Frieda Kleinjan vertaalden het boek.
In de Oogst van de Week deze keer geen romans maar werkelijkheid. Kernwoorden zijn: aangrijpend en ontroerend (Salomé), ontroerend en poëtisch (Hoe mooi alles), en poëtisch en muzikaal (Misschien wordt ’t morgen beter). Het zijn alle drie boeken die nieuwsgierig maken.
Er rest alleen nog een foto van de kleine Salomé Bernstein die in 1943 in Auschwitz is vermoord. Haar grootmoeder nam haar bij de hand op het moment dat de Duitsers gingen keuren. Zo bezegelde ze hun lot. En redde ze het leven van de andere familieleden die daarna nooit meer over het kleine meisje spraken.
Salomé. Zo heet ook het boek dat de auteur Colombe Schneck eigenlijk niet wilde schrijven. Maar dat ze toch schreef. Omdat ze voelde dat dat ze het moest schrijven. Ze deed er 10 jaar over om de moed daarvoor te vinden.
Salomé is ook de naam die Colombe Schneck haar dochter gaf. De kleine Salomé Bernstein was het nichtje van haar moeder. Maar pas nadat haar moeder overleden was, realiseerde Schneck zich dat ze de geschiedenis van haar familie zou moeten uitzoeken om te weten naar wie ze haar dochter had vernoemd. Salomé is het verslag van haar zoektocht. Tijdens haar reizen naar Amerika, Israël en Litouwen en de gesprekken met de vrouwen uit haar familie vallen de puzzelstukjes in elkaar. Ze ontdekt het onvoorstelbare offer waar haar familie altijd over heeft gezwegen.
Schneck beschrijft de geschiedenis nuchter en direct, maar wisselt die af met persoonlijke passages. Bijvoorbeeld als ze het heeft over het enige fotootje van Salomé, samen met haar ouders in Litouwen: ‘Toevallig heb ik een kopie van deze foto teruggevonden op de website van Yad Vashem. Een afdruk daarvan heb ik in mijn kamer op de schoorsteenmantel gezet. Ik kijk naar Salomé en haar ouders en ik smeek hen: “Ga weg, ga weg uit Litouwen, dat vervloekte land.” Ze horen me niet.
Salomé. De zoektocht naar een verdwenen kind, door Colombe Schneck, vertaald door Marijke Arijs, Uitgeverij Cossee, € 14,90
Ook het leven van de Joodse Leo Vroman, een van de grootste Nederlandstalige dichters, is getekend door de Tweede Wereldoorlog. Vlak na de Duitse inval vluchtte Vroman naar Nederlands-Indië waar hij in het Jappenkamp terecht kwam. Hij overleefde, maar keerde nooit meer voorgoed terug naar Nederland. ‘Liever heimwee naar Nederland’ heeft hij ooit gezegd.
‘Vrede’
‘kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen / en herhaal ze honderd malen / alle malen zal ik wenen’ (Leo Vroman)
Pas twee jaar na de oorlog ziet hij zijn verloofde Tineke Sanders weer. Hij vestigt zich met haar in de Verenigde Staten. Een liefde die altijd is blijven bestaan en die nu beschreven is in het boek Hoe mooi alles van Mirjam van Hengel. Leo en Tineke hebben zelf meegewerkt aan dit boek. Vroman heeft het manuscript nog gelezen, het verschijnen ervan heeft hij echter niet meer meegemaakt. Hij overleed op 98-jarige leeftijd op 22 februari 2014. Vandaag op 10 april 2014, zijn verjaardag, verschijnt het.
Hoe mooi alles. Leo en Tineke Vroman; Een liefde in oorlogstijd, Uitgeverij Querido, Mirjam van Hengel, 328 pagina’s, € 19,99.
Grote kans dat u binnenkort ‘De nozem en de non’op de radio hoort. Aanleiding is dan ongetwijfeld de biografie over Cornelis Vreeswijk die onlangs bij Nijgh & Van Ditmar is verschenen met de titel Misschien wordt ‘t morgen beter.
Journalist en auteur Rutger Vahl kende van huis uit de muziek van Vreeswijk, maar raakte pas echt in de muzikant geïnteresseerd toen hij in 1997 in Stockholm een ‘Cornelisdag’ bezocht. Cornelis Vreeswijk woonde sinds 1950 in Zweden en was daar een grootheid (zijn begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden). Vahl, die speciaal voor het oeuvre van Vreeswijk Zweeds leerde, in het AD: ‘Zijn poëtische universum bleek vele malen groter en origineler dat ik had gedacht. Wat ik te lezen kreeg, stond ver af van ‘De nozem en de non’ en ‘Veronica’.
In Misschien wordt ’t morgen beter laat Rutger Vahl zien dat Cornelis Vreeswijk (1937-1987) nooit los van Nederland is gekomen. In 1972 keerde hij terug om een poging te doen ook zijn geboorteland te veroveren.
Cornelis Vreeswijk liet zich inspireren door literatuur en muziek, zijn twee grote liefdes. Deze biografie voert langs alle pieken en dalen van zijn artiestenleven, maar brengt ons ook bij Ernest Hemingway en Walt Whitman, Amerikaanse bluesgiganten, The Beatles, Georges Brassens en de Braziliaanse meestergitarist Baden Powell de Aquino.
Misschien wordt ‘t morgen beter. Cornelis Vreeswijk; De blues tussen Stockholm en IJmuiden, Rutger Vahl, Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 320 pagina’s, € 29,99
Tijdens het festival City2Cities, werd bekend gemaakt dat de Filter Vertaalprijs 2014 ter waarde van €10.000,- gaat naar Mari Alföldy en haar bij de Wereldbibliotheek verschenen vertaling van Satanstango van de hedendaagse Hongaarse schrijver László Krasznahorkai. De jury, bestaande uit Eric Metz, Ton Naaijkens en Ivo Smits, werd verleid door de fenomenale zinnen, de drank en de tango waarmee de Hongaarse dorpelingen worden opgezweept: ‘De jury voelde zich door deze Satanstango al evenzeer ingepakt als door de stilistische brille van Mari Alföldy, die de Filter Vertaalprijs 2014 ten volle verdient.’ Satanstango is een parel op haar kroon, een meesterwerk als boek én als vertaling.
Mari Alföldy (Boedapest, 1962) werkt sinds 1998 als literair vertaler en vertaalde romans van vooraanstaande Hongaarse auteurs, onder wie Sándor Márai, Imre Kertész, György Konrád en Dezso Kostolányi. Zij studeerde Klassieke Talen en Hongaars aan de Rijksuniversiteit Groningen. Behalve proza vertaalt zij ook poëzie, leidt vertaalworkshops, is gastredacteur van literaire tijdschriften en houdt lezingen en interviews met Hongaarse auteurs, onder meer in de Hongaarse Salon Amsterdam, waarvan zij de oprichtster en organisator is en waar maandelijks Hongaarse culturele evenementen worden gehouden. Mari Alföldy ontving eerder de Hongaarse Kosztolányi-vertaalprijs en het Gouden Kruis van Verdienste van de Republiek Hongarije.
Het prijzengeld van de Filter Vertaalprijs werd onlangs drastisch verhoogd en bedraagt nu € 10.000. Elf vooraanstaande uitgevers – De Arbeiderspers, Athenaeum – Polak & Van Gennep, De Bezige Bij, Cossee, De Geus, Lebowski, Meulenhoff Boekerij, Van Oorschot, Podium, Vantilt en Wereldbibliotheek – wilden in samenwerking met Filter, tijdschrift over vertalen bijdragen aan een grotere maatschappelijke waardering voor uitzonderlijke vertaalprestaties zoals die vanaf 2007 door de jury van de Filter Vertaalprijs onder de aandacht worden gebracht. Het is de zevende keer dat de prijs werd uitgereikt. Het volledige juryrapport is te lezen op www.tijdschrift-filter.nl.