• Oogst week 19

    door Carolien Lohmeijer

    Heeft het vertrek van Wouter van Oorschot bij zijn uitgeverij G.A. van Oorschot een direct verband met het verschijnen van Verborgen boeken dat eind vorige maand bij Querido verscheen? Daar lijkt het wel op. Verborgen boeken kon geschreven worden omdat bij uitgeverij G.A. van Oorschot persoonlijke documenten van Querido’s eigenaar Emanuel Querido werden gevonden. Het kan haast niet anders of Wouter van Oorschot heeft zijn kantoor ‘opgeruimd’ willen overdragen aan zijn opvolgers en toen de documenten gevonden die zijn vader jarenlang bewaard had. Zijn vader, Geert van Oorschot, was door Emanuel Querido als zaakwaarnemer aangesteld vlak voor diens deportatie naar Sobibor. Tot voor kort wist men niet beter of het archief van de uitgeverij was bij de inval van de Duitsers verbrand om de joodse auteurs en medewerkers te beschermen.
    Bijzonder feit is dat uitgeverij Querido dit jaar honderd jaar bestaat; een mooier cadeau kan de uitgeverij zich niet wensen.

    Willem van Toorn beschrijft de geschiedenis van Querido Verlag, waar Duits-joodse schrijvers vanaf de jaren dertig hun werk konden publiceren. Arjen Fortuin belicht de rol van Geert van Oorschot als zaakwaarnemer in oorlogstijd. En Hugo van Doornum schetst de jaren na de bezetting.
    Verborgen boeken. EM. Querido’s Uitgeverij tijdens en na de bezetting, Arjen Fortuin, Hugo van Doornum, Willem van Toorn, Uitgeverij Querido, 140 pagina’s, € 18,99

     

    De Israëlische trilogieSchwob is een initiatief voor de ‘beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur’. Op Schwob-avonden gaan auteurs met elkaar in gesprek over hun favoriete vergeten boeken.
    Arnon Grunberg sprak tijdens zo’n avond over Marek Hlasko (1934-1969). Hlasko was een populaire schrijver in post-stalinistisch Polen, die toen hij in 1958 Polen verliet, geen toestemming kreeg om terug te keren. Hij leefde daarna in West-Europa, de VS en Israël. Hij was geen Jood, maar voelde zich zeer betrokken bij de Poolse Joden in Israël, en schreef in dat land een aantal meesterwerken, waaronder De tweede hondenmoord, Bekeerd in Jaffa en Ik zal jullie over Esther vertellen.

    De boeken van Hlasko zijn geen vergeten boeken meer. Bovengenoemde drie romans zijn nu opgenomen in De Israëlische trilogie die bij uitgeverij Athenaeum verschenen is. Zij schetsen een beeld van de mensheid vol zwarte humor. De stijl is direct en filmisch.

    De Israëlische trilogie, Marek Hasko, vertaald door Karol Lesman en Gerard Rasch, Uitgeverij Athenaeum, €19,99

     

    Franz KafkaIn Franz Kafka, schrijver van schuld en schaamte analyseert Saul Friendländer Kafka’s leven en werk. Hij geeft een beeld van de auteur als jonge man die wordt verscheurd door gevoelens van schuld en schaamte. Over dit beknopte biografische essay wordt gezegd dat het het beeld doorbreekt van de verlegen literaire heilige dat werd geschilderd door Kafka’s vriend Max Brod. Aan de hand van brieven en dagboeken schetst Friedländer de afgronden van persoonlijke angst, van seksuele ambiguïteit, van ziekte en van de permanente wanhoop waarin Kafka’s werk wortelde. Hierdoor ontstaat een nieuw beeld van de ‘verknoping tussen persoonlijk lijden en een uniek literair oeuvre’.

    Franz Kafka, schrijver van schuld en schaamte, Saul Friedländer, vertaling Jabik Veenbaas, Uitgeverij Bijleveld, € 19,50

     

     

  • Oogst week 18

    door Carolien Lohmeijer

    Het vertellen van een verhaal is de beste manier om iets duidelijk te maken moet filosoof Jonas Lüscher gedacht hebben toen hij zich aan het schrijven van zijn debuut Het voorjaar van de barbaren zette. In deze novelle wordt een gezelschap van overwegend jonge, rijke Britten die in Tunesië een exorbitant huwelijksfeest vieren, in één klap geconfronteerd met de gevolgen van het Engelse staatsbankroet: middenin de woestijn, geblokkeerde creditcards, geen geld en geen baan meer, wel torenhoge schulden. Het is het begin van de barbarij. Deze parabel werd na verschijnen in Duitsland humorvol, bitterzoet en tegelijkertijd messcherp genoemd. Binnenkort een eigen recensie op Literair Nederland.
    Het voorjaar van de barbaren, Jonas Lüscher, vertaald door Gerrit Bussink, Wereldbibliotheek, 160 pagina’s, € 17,95

    De Arabier van de toekomstIn de autobiografische beeldroman De Arabier van de toekomst schrijft en tekent Riad Sattouf over zijn vroegste jeugdjaren (1978 tot 1984) die hij voornamelijk doorbracht in het Libië van Khadaffi en het Syrië van Assad. Hij is de zoon van een Franse moeder en een Syrische vader en valt door zijn blonde haren altijd op tussen de donkere Arabische kinderen.
    Zijn vader, geen overtuigd islamiet, maar wel gehecht bepaalde islamitische gebruiken, is hoogopgeleid aan de Sorbonne, maar kan in Frankrijk geen baan vinden en daarom vertrekt het gezin eerst naar Libië, later naar Syrië.

    De actualiteit van vandaag is waarschijnlijk mede bepalend voor het succes van De Arabier van de toekomst, al speelt dat dus zo’n 30 tot 40 jaar geleden. Volgens de uitgeverij geeft het de lezer wel ‘een kritisch en komisch inkijkje in de culturele achtergrond van de conflicten van vandaag.’
    Arabier van de toekomst, De Geus, Riad Sattouf, vertaald door Toon Dohmen en Mariella M. Manfré, 160 pagina’s, € 21,95

     

    Dit is geen theater meerDan is bij ons binnengekomen Dit is geen theater meer, de nieuwe dichtbundel van Annemarie Estor. Zij ontving in 2013 de Herman de Coninckprijs voor de beste bundel De oksels van de bok. Hoewel, bundel kan je het niet noemen: het boek bevat één lang gedicht.
    Estor is veelzijdig, samen met Lies van Gasse schreef en tekende ze ook het beeldverhaal Het boek Hauser. Aan het project Paradijselijke reizen van Paul van Gulick leverde ze een belangrijke bijdrage in de vorm van 8 gedichten.
    In Dit is geen theater meer ‘worden decors afgebroken en komt een uitgeteerde wereld tevoorschijn. Estor beschrijft de dromen, verlangens en dwaalwegen van de mens.’
    Estor is zowel in Nederland als in België actief. Op 13 mei a.s. vindt in Antwerpen in de Arenbergschouwburg een muzikale boekpresentatie plaats rondom Dit is geen theater meer.
    Annemarie Estor, Wereldbibliotheek, 64 pagina’s, € 19,95

     

     

  • Oogst week 17

    door Menno Hartman

    Bij uitgeverij Passage in Groningen verschijnt de nieuwe roman van Paul Gellings De jacht op de klaproos. Gellings is een interessante schrijver die zich helaas wat in de marge van de aandacht bevindt. Gelings heeft de affaire Tuitjenhorn als uitgangspunt genomen. Die zaak behelsde de aangifte van een coassistent jegens een huisarts nadat een terminale patiënt gestorven was. De huisarts werd geschorst, kort daarna pleegde deze zelfmoord. Hierna bleek er van alles fout te zijn gegaan. Gellings benadrukt de ‘machteloosheid van het individu tegenover de onaanspreekbare moloch van instanties’ een mooi en beangstigend thema. En schrijven kan hij. Binnenkort een recensie op Literair Nederland.

    9200000037287060Dichter Nachoem Wijnberg schrijft ook romans, een opkomende markt in Nederland: romans van dichters. Want naar mijn smaak is Wijnberg eerder een dichter dan een romancier. Dit moet een coming of age roman zijn, spelend in de universitaire wereld waarin Wijnberg zelf ook werkzaam is. ‘Wat hij meemaakt zijn soms toch wel vreemde zaken.’ Er zijn vast een aantal collega hoogleraren voor wie dit smakelijke kost is. Uitgeverij Van Gennep.

    Vuur_en_beschavi_54916e34113c9Nog een schrijvende hoogleraar, maar een boek in zijn vakgebied. J. Goudsbloms klassieker Vuur en beschaving werd heruitgegegeven. ‘Deze nieuwe editie van Vuur en beschaving is uitgebreid met een nawoord, dat een overzicht bevat van nieuwe inzichten en verwijzingen naar recente literatuur. Vuur en beschaving is – ook internationaal – hét standaardwerk over de omgang van mensen met vuur – een omgang die diepgaand doorwerkt in actuele geopolitieke, economische, ecologische en culturele ontwikkelingen.’

  • Granta – Another way of seeing, reactie op de NRC bespreking

    Soms schiet een krantenartikel in een verkeerd keelgat. Dat van Toef Jaeger bijvoorbeeld in NRC- Handelsblad over Indiase literatuur. Kun je je er zo makkelijk van afmaken als Jaeger deed?  Lodewijk Brunt vindt van niet.

    Zojuist verscheen een speciaal Indianummer van het onvolprezen Granta, tijdschrift voor nieuwe literatuur: Another Way of Seeing. Bijna twintig jaar na een ander Indianummer: The Golden Jubilee, naar aanleiding van de vijftigjarige onafhankelijkheid. Er is enige continuïteit te bespeuren – beide nummers zijn geredigeerd door Ian Jack, destijds in 1997 hoofdredacteur van het blad, nu gastredacteur. In beide nummers ook een bijdrage over de ‘Grote Ziel’ van de natie, Mahatma Gandhi. In het jubileumnummer over zijn bijdrage aan de onafhankelijkheid, nu over zijn studietijd in Londen. Symbolisch: de man is een onuitputtelijke bron van inspiratie, ook voor de literatuur. Hoewel? Beide bijdragen werden geschreven door buitenlandse India-correspondenten, respectievelijk Trevor Fishlock en Sam Miller. Zou er geen enkele interessante bijdrage van Indiase hand te vinden zijn geweest? Je zou denken dat er na de recente biografie van Ramachandra Guha en de controverse over Joseph Lelyvelds Great Soul materiaal voor het oprapen lag.

    Er zijn ook verschillen. Is de Indiase literatuur van karakter veranderd? Eind jaren 1990 was een booming periode voor Indiase romanschrijvers, je kreeg de indruk dat er iedere maand wel een nieuw meesterwerk verscheen – zeker nadat Arundhati Roy de Booker Prize in de wacht sleepte met haar debuut: The God of Small Things. Amerikaanse en Britse uitgevers betaalden exorbitante voorschotten aan auteurs als Hari Kunzru (The Impressionist), Aravind Adiga (The White Tiger), Kiran Desai (The Inheritance of Loss), Jhumpa Lahiri (The Interpreter of Maladies), literaire prijzen daalden op hun hoofd neer als sneeuwvlokken. De soms bijna hysterische opwinding lijkt voorbij, sommige schrijvers zijn gevestigde namen geworden, van anderen hoor je nooit meer iets. Dit alles betreft overigens de Engelstalige literatuur. Van gedichten of proza die in een van de talrijke inheemse talen worden geschreven, dringt zelden of nooit iets in de buitenwereld door, toen niet, nu nog niet – met sweeping statements over ‘de’ Indiase literatuur kun je maar beter terughoudend zijn.

    Van enige bescheidenheid is geen sprake bij NRC Handelsblad, dat bij monde van Toef Jaeger het verschijnen van Granta aangreep om de Indiase literatuur in z’n geheel door te lichten, in heden, verleden en toekomst, onder de titel Geen traditie, geen curry, alleen wanhoop (3 april 2015), maar liefst over twee volle pagina’s. Het verschil tussen de twee themanummers van Granta is ‘groot’, aldus Jaeger. Allicht, zou je zeggen, twintig jaar geleden ging het om de viering van de onafhankelijkheid, nu over – letterlijk – manieren van kijken. Another Way of Seeing is de titel van het themanummer, maar het is ontleend aan een bijdrage waarin Gauri Gill in haar landschapsfoto’s de schilderijen en persoon van de tribale kunstenaar Rajesh Vangad tot leven probeert te brengen. Jaeger ziet dat over het hoofd, voor haar is het nummer een middel om ‘grip te krijgen op de recente Indiase literatuur’. Haar stelling is dat meer welvaart leidt tot meer reflectie – de bloeiende Indiase economie heeft een nieuwe literatuur voortgebracht: de literaire non-fictie. Waar ze dit op baseert, afgezien van een paar slordig geciteerde opmerkingen uit de inleiding van Ian Jack, is niet helemaal duidelijk. Ze noemt één voorbeeld, de bijdrage van Aman Sethi over de zogenaamde ‘liefdeskruistocht’ (love jihad) die zou plaatsvinden in India: islamitische jongens die als een soort lover boys hindoemeisjes meelokken naar Pakistan om daar de kinderen te fokken die later als soldaten zullen terugkeren om India te vernietigen. Een aardige, maar niet bijzonder goed geschreven journalistieke reportage over een fanatieke volgeling van premier Narendra Modi die beweert dat hij het verschijnsel ‘ontdekt’ heeft. Jaeger spreekt eerbiedig over deze reportage-dialoog als nieuw literair genre, maar stukken van dit kaliber kun je vrijwel dagelijks in Nederlandse kranten vinden – alledaagse journalistiek, verdienstelijk, maar niets bijzonders. Uit haar weergave van het stuk kun je trouwens opmaken dat ze geen flauw idee heeft waar het eigenlijk over gaat.

    De hedendaagse Indiase literatuur zou volgens Jaeger ook minder dan voorheen zuchten onder een ‘dieet van curry, grote families en mythologieën verpakt in historische tragedies’. Meer ‘menselijke verhalen die hun kracht ontlenen aan het drama, niet aan de locatie’. Alsjeblieft! Ze bespreekt een nieuw boek van Akhil Sharma als voorbeeld van die richting – maar waar zet ze zich tegen af? Ze typeert heel India en de Indiase literatuur in het bijzonder als ‘narcistisch’ en ontleent dat aan V.S. Naipaul. Curieus, want ze had in de bijdrage van Sam Miller een vernietigend oordeel over die uitlating van Naipaul kunnen vinden; bovendien had ze ook kunnen zien dat Naipaul India niet ‘narcistisch’ noemde, maar sprak over Gandhi’s ‘navelstaarderij’.

    Was de Indiase literatuur twintig jaar geleden eigenlijk zo in zichzelf gekeerd? Zo aan ‘locatie’ gebonden? Zo weinig ‘dramatisch’? Je zou lijsten van schrijvers kunnen noemen – vooraanstaand, invloedrijk, baanbrekend – die je met een dergelijke karakterisering onherkenbaar zou verminken: Anita Desai, Sashi Deshpande, Rohinton Mistry, Anita Nair, Rushira Mukerjee, Akhil Sharma, Chughtai Ismat, Thrity Umrigar, Shauna Singh Baldwin. En werd er twintig jaar geleden geen literaire non-fictie geschreven? Een klap in het gezicht van Sankarshan Thakur (The Making of Laloo Yadav), Kalpana Sharma (Rediscovering Dharavi), Pinki Virani (Once Was Bombay; Aruna’s Story) of Husain Zaidi (Black Friday). Indiase auteurs, zegt Jaeger parmantig, hoeven niet meer te schrijven over samosas, door de toegenomen welvaart hebben ze meer Indiase lezers. Ze citeert Jack, maar opnieuw met ongehoorde slordigheid. Jack zelf baseert zich op Amitava Kumar die schreef dat Engelstalige Indiase auteurs voorheen teveel geneigd waren om te ‘vertalen’ ten behoeve van een Westers lezerspubliek – niet alleen woorden als samosa, ook verhalen en plots. Het klinkt reuze interessant, maar het is onwaarschijnlijk. De grote Indiase schrijvers, Rushdie en Desai voorop, hebben aan die neiging nooit toegegeven, maar ook in het werk van veel anderen is er geen spoor van te vinden.

    Heeft Jaeger dan toch tenminste gelijk als ze zegt dat non-fictie een veel belangrijker plaats inneemt tegenover fictie dan twintig jaar geleden? Dat zou moeten blijken uit de bijdragen aan de Granta-nummers 57 en 130. In de recente aflevering staat inderdaad relatief veel non-fictie: acht van de twintig bijdragen, tegenover negen fictie en drie gedichten. Maar hoe was het twintig jaar geleden? Je zou – afgaande op de stelling van Jaeger – aanzienlijk meer fictie verwachten, de nieuwe genres waren volgens haar immers nog niet ontwikkeld. Nee, dus. In het jubileumnummer vind je slechts vier bijdragen fictie tegenover maar liefst vijftien non-fictie stukken en twee gedichten.

    Op basis van haar eigen waarnemingen valt er dus een duidelijke conclusie te trekken over de Indiase literatuurgeschiedenis zoals NRC Handelsblad deze presenteert: flauwekul. Wat Jaeger blijkbaar eveneens totaal is ontgaan, betreft een ander verschijnsel. In 1997 was bijna de helft van alle bijdragen afkomstig van Engelsen en Amerikanen, het nummer van 2015 is vrijwel voor honderd procent volgeschreven door Indiase auteurs. Het is duidelijk wat zich in de afgelopen twintig jaar voltrokken heeft: de redactie van Granta heeft eindelijk ontdekt dat je een portret van India gerust aan Indiase schrijvers kunt overlaten.

     

    Lodewijk Brunt is emeritus hoogleraar Stedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft gerecenseerd in o.a. VN, HP, NRC, Parool. De laatste jaren is hij met vertaalwerk bezig, met name uit het Hindi.  Door zijn kennis van India (en het Hindi/Urdu), waar hij vele jaren onderzoek heeft verricht, is hij goed op de hoogte van het werk van Indiase auteurs.

     

  • Oogst week 16

    Door Ingrid van der Graaf

    Een debuut, literair tijdschrift, korte verhalenbundel, oorlogsroman en een familieverhaal liggen ten burele klaar om gerecenseerd te worden.

    Jonathan Gibbs (1972) recenseerde voor onder meer The Independent en The Daily Telegraph. Hij schreef eerder al verhalen en nu debuteert hij als romanschrijver met Randall. Over de kunstenaar Randall, een rasechte provocateur die pers en publiek bespeelt, daar stinkend rijk van wordt en de internationale kunstscene op zijn kop zet. Een Damien Hirst zou er wel eens bij in de schaduw kunnen vallen. Het verhaal over Randall wordt jaren na zijn overlijden verteld door zijn beste vriend Vincent, die de opdracht heeft om Randalls laatste – en grootste – daad uit te voeren. Hij doet dit samen met Justine, de weduwe van Randall. Ook postuum zal Randall erin slagen relaties onder druk te zetten en over zijn graf heen de kunstwereld te bespelen. Uitgegeven bij Podium, Vertaald door Lidwien Biekman, 368 blz, € 22,50.

     

    images De Australische poet Les Murray is dit jaar eregast van literair tijdschrift Liter. Dit houdt in dat onder begeleiding van zijn vertaler Maarten Elzinga er gedurende dit jaar nieuwe gedichten van Murray opgenomen worden die nog nergens anders verschenen zijn. In dit nummer dan ook een inleiding over de persoon en dichter Murray door Maarten Elzinga en maar liefst acht nieuwe gedichten. Benedictijner monnik en publicist Frans Berkelmans, bezingt de Mankes-cyclus Gerichte gedichten van Willem Jan Otten. Drie gedichten van Literair Nederland recensent Maarten Buser, die inmiddels aan zijn debuutbundel werkt. Een nog niet eerder vertaald verhaal van C.S. Lewis, Namaakwereld en de gedichten serie Kaddisj van Jane Leusink. Liter is te vinden in de betere boekhandel of te bestellen via www.leesliter.nl.

    9789025445256-huil-maar-ik-wens-je-uitstel-toe-m-LQ-fZijn debuut Er gebeurde o.a. niets (2012) was een roman in korte verhalen die genomineerd werd voor de Academica Literatuurprijs. Daarna schreef Joubert Pignon (1978) een theaterstuk en reportages en verhalen voor verschillende (literaire) bladen. Huil maar, ik wens je uitstel toe, is een bundeling korte verhalen ( soms van maar tien regels) die in hoe ze samengebracht zijn, elkaar versterken in zeggingskracht. Hier thuis heeft een stel pubers zich er een heel weekend mee vermaakt door elkaar er uit voor te lezen en zich daarbij te verbazen over de beschreven gebeurtenissen of halverwege een verhaal hikkend van de lach over de bank te rollen. Ze hebben zich er kortom uitermate mee vermaakt. Als dat geen aanbeveling is. Uitgegeven bij Atlas/Contact, 192 blz, € 22,99.

    Basis CMYKDe Zweedse Steve Sem – Sandberg is auteur en criticus en schreef met De kinderen van Spiegelgrund de aangrijpende geschiedenis van de moord door de nazi’s op gehandicapte en sociaal onaangepaste kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal wordt verteld aan de hand van het fictieve personage Adrian Ziegler. Als tienjarig kind belandt hij in Spiegelgrund, een voormalig psychiatrisch ziekenhuis dat dienst doet als kindertehuis. Verder is de roman samengesteld uit getuigenissen van overlevenden: de daders in deze roman worden met naam en toenaam genoemd. Zoals hoofdverpleegster Anna Katschenka, die haar taken uitvoert zonder kritische vragen te stellen en na de oorlog veroordeeld werd voor doodslag. Uitgegeven bij Ambo/Anthos, vertaald door Geri de Boer, 504 blz, € 24,99.

    1427899907Hoe beklemmend familie kan zijn. In de vijfde roman van Marieke Groen droomt Amber over ontsnappen. Hoe ze aan brand, explosies en gifslangen ontsnapt, maar vooral aan haar familie. Ontsnappen aan haar moeder die met ter dood veroordeelde gevangenen in Amerika correspondeert, en haar vader, wiens kalmte ze meer vreest dan zijn drift. Het huis van oma en opa is haar toevluchtsoord. Tot opa overlijdt, dan verandert alles. De familie Klein lijkt bijna een gewoon gezin. Maar lang zal dat niet duren, weet Amber, dat doet het nooit. Een roman over dreiging die van binnenuit komt en een meisje dat alle aangrijpt om eraan te ontsnappen. De VPRO gids zei over haar: ‘Marieke Groen is zo’n talent in de marge dat al langer een doorbraak verdient (…).’ Uitgegeven bij Thomas Rap, 256 blz, € 18,90.

  • Oogst week 15

    Door Carolien Lohmeijer

    Helle Helle is een Deense populaire en bekroonde schrijfster van wie al eerder werk in het Nederlands werd vertaald.
    In Als je wilt komen twee verdwaalde hardlopers, een man en een vrouw, elkaar in een bos tegen en moeten noodgedwongen de nacht buiten doorbrengen. Het is koud, ze hebben honger en kunnen niemand bereiken. Om wakker en warm te blijven, vertelt de vrouw het verhaal van haar ontwortelde leven.

    Als je wilt, Helle Helle, Uitgeverij Querido, € 18,99

     

    Ica‘Op haar veertiende besloot Ineke Cornelia dat Ineke Cornelia geen naam voor een groot schrijver was, en na een tijdje broeden kwam ze op de samenvoeging. Ica was vreemd, en vreemd viel op, bleef hangen: precies wat een groot schrijver nodig had.

    Zo introduceert Eva Postuma de Boer een van de hoofdpersonen uit Ica, waarin boekenbaldebutante Nadine Sprenger kennis maakt met en gefascineerd raakt door de schrijfster Ica Metz die ze zozeer bewondert. Tussen haar en de schrijfster bestaat onmiddellijk een vanzelfsprekende, maar onverklaarbare vertrouwdheid.

    Ica, Eva Posthuma de Boer, Kor Vries, uitgeverij Ambo/Anthos, € 19,99

     

    Langzaam afbouwen op deze planeetHoe klein Texel ook mag zijn, het is de vruchtbare voedingsbodem voor de boeken van Nico Dros. Onwillekeurig wil je zijn boeken ‘nareizen’ als je op het eiland bent. Ook sommige van de verhalen in zijn nieuwe bundel Langzaam afbouwen op deze planeet spelen zich daar af, en vinden plaats zowel in het heden als verleden, maar ook in de nabije toekomst.
    In de werelden die hij in deze bundel oproept is steeds iets grondig mis. Het kwaad is nooit ver weg. De sfeer is vaak suggestief of zelfs sinister.
    Binnenkort verschijnt ook een herdruk van Dros’ debuutroman Noorderburen.

    Langzaam afbouwen op deze planeet, Nico Dros, Uitgeverij Van Oorschot, € 16,50

     

  • Vijfde editie City2Cities, bereid je voor

    Agenda / 15-16 mei / City2Cities / Postkantoor Neude / Utrecht

    Op vrijdag 15 en zaterdag 16 mei 2015 vindt de vijfde editie van het internationale literatuurfestival City2Cities plaats. Het festival over literatuur uit wereldsteden heeft voor deze jubileumeditie een bijzondere locatie gevonden: het voormalige hoofdpostkantoor op de Neude in Utrecht. City2Cities is het eerste festival dat in het monumentale gebouw plaatsvindt.

    Onder de bogen van de indrukwekkende hal – waar men vroeger in de rij stond voor postzegels en briefkaarten – klinkt twee dagen proza, poëzie en muziek. Ook in de kantoren, de kluisruimtes en langs de balustrades van dit imposante Amsterdamse School-gebouw vinden tientallen voordrachten, interviews en lezingen plaats van nationale en internationale schrijvers.

    Net als voorgaande jaren gaat ook bij deze editie de bijzondere aandacht uit naar  literatuur uit twee wereldsteden. Dit jaar zijn dat Krakau en Parijs.

    Voor zover bekend staan op het programma o.a. schrijfster Eleanor Catton uit Nieuw-Zeeland en Michel Faber uit Schotland en de Vlaamse dichter Jo Govaerts. Catton won in 2013 voor haar roman Al wat schittert (Anthos) de prestigieuze Man Booker Prize. Zij was toen 28 jaar oud en de jongste winnaar ooit.
    Michel Faber is de schrijver van Lelieblank, scharlakenrood (Podium). Zijn boek Onderhuids (Under the Skin) werd onlangs verfilmd met Scarlett Johansson als hunkerend ruimtewezen in de hoofdrol. Dit jaar verscheen Fabers, naar eigen zeggen, laatste roman Het boek van wonderlijke nieuwe dingen. De Vlaamse dichteres Jo Govaerts woonde lange tijd in Krakau en vertelt over haar grote liefde voor de Poolse literatuur en de literaire aantrekkingskracht van de stad Krakau.

    Tijdens de eerste editie van City2Cities (2011) was Michel Faber Writer in Residence. De Franse schrijver Thomas Clerc treedt dit jaar in zijn voetsporen.

    Michel Houellebecq treedt zaterdag 16 mei op tijdens City2Cities. Met zijn vertaler Martin de Haan spreekt Houellebecq over zijn laatste boek Onderworpen (Soumission) waarin een moslim in 2022 president wordt van Frankrijk. Het boek veroorzaakte voor veel ophef, die des te meer werd aangewakkerd door de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs.

    Michel Houellebecq debuteerde begin jaren negentig als dichter, maar brak in 1998 door met de roman Elementaire deeltjes. Met dat boek en later nogmaals met Mogelijkheid van een eiland greep hij net naast de belangrijkste Franse literatuurprijs. In 2010 ontving hij de Prix Goncourt wel, voor De kaart en het gebied.
    Begin dit jaar ging de film The kidnapping of Michel Houellebecq in première. In deze komische nep-documentaire wordt uit de doeken gedaan waarom hij in 2011, vlak voor een promotietour door Nederland en België, onverwacht verdween.

    De rest van het programma wordt in de loop van de komende maand bekendgemaakt.
    Zie voor meer informatie & kaartverkoop: www.city2cities.nl

     

  • Oogst week 14

    door Menno Hartman

    Nico Rost, vertaler Duits, ambassadeur van Duitse literatuur in Nederland zat in de oorlog in kamp Dachau, en om te overleven las hij. In de reeks Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland is zijn dagboek heruitgegeven. Rost wist het cynische adagium van de Nazi’s ‘Arbeit macht frei’ om te smelten tot ‘Lesen macht frei’ een monument voor de vrije geest dus dit boek, en een mooie nieuwe uitgave in en prachtige reeks die ook druktechnisch bijzonder geslaagd is. Lees hier het nawoord door de vertaler.

    Boekverzorging: Om tekst en vorm, De Bilt.

    Op denkles 5465699e2b6618.41024693met Sebastien Valkenberg, die holle kreten pareert en pasklare ideeën en modieuze denkbeelden te lijf gaat. Ambo Anthos gaf het boek met een scheermes op de cover uit, een verwijzing naar het Scheermes van Ocham, een stelregel uit de middeleeuwse filosofie om geen ‘grootheden te poneren zonder daartoe gedwongen te zijn’. In de NRC van gisteren werd Valkenberg al flink afgerekend op een afrekening, stof doet hij dus wel opwaaien. In de literatuurlijst een kleine verwijzing naar Karel van het Reve, maar aandachtige bestudering lijkt mij dat in de hele opzet van het boek een grote buiging voor de Meester van de ontleding van de ‘opinion chique’, meer op zijn plaats geweest zou zijn. Zelfs in de hoofdstukvraagstellingen refereert Valkenberg duidelijk direct aan Van het Reve/Henk Broekhuis. Misschien niets nieuws onder de zon dus, maar anderzijds: het blijft noodzakelijk, vastgeroeste uitgangspunten los te wrikken.

    19947_53f4b46fbecc8_19947Meulenhoff brengt in een vertaling van Adri Boon Selma Almada, rijzende ster in het Argentijns literair firmament.

    ‘Een dominee en zijn dochter reizen door de afgelegen Argentijnse streek El Chaco. Als hun auto het ver van de bewoonde wereld en midden in een aanstormend onweer begeeft, worden ze gedwongen om bij een monteur en diens jonge assistent te schuilen. Met z’n vieren wachten ze tot de wind is uitgeraasd en de auto gerepareerd. De gedwongen nabijheid zet echter de onderlinge relaties op scherp.’

    Een roadnovel dus. We zijn benieuwd, binnenkort de recensie op Literair Nederland.

  • Oogst week 13

    Door Ingrid van der Graaf

    Alfred Döblin (1878-1957) heeft zo’n twintig romans geschreven waaronder verschillende meesterwerken. Toch is hij de geschiedenis in gegaan als de schrijver van dat ene boek, Berlijn Alexanderplatz. Deze nieuwe, volledige Nederlandse vertaling door Hans Driessen is een eerbetoon aan een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw. De Berlijnse arbeider Franz Biberkopf heeft vier jaar in de gevangenis gezeten voor de moord op zijn vrouw. Als hij in 1928 vrij komt is hij vastbesloten als fatsoenlijk mens door het leven te gaan. Maar dat lukt hem niet. De stad Berlijn is zijn geduchte tegenspeler, in reportagestijl opgetekend door Döblin. Opschriften van winkels, tramhaltes, krantenstukjes, liedjes, ambtelijke stukken zijn zonder overgang in het verhaal verwerkt. Rainer Werner Fassbinder maakte er in 1980 een meesterlijke tv-verfilming van. Maar zoals Pieter Steinz toen al zei: het boek is vele malen beter.
    Uitgegeven bij Wereldbibliotheek, 544 blz, €49,95.

     

    indexMartin Bons (1963) is journalist, wielerfanaat en docent aan de School voor Journalistiek en debuteerde in 2013 met De kunst van het dalen. De weg omhoog gaat over een opmerking uit zijn jeugd van een jongen uit 5 atheneum waardoor hij zich realiseert dat studeren belangrijk is. Zelf zit hij op de Mavo en komt uit een arbeidersmilieu waar er niets anders van je wordt verwacht dan te werken. Op zijn 23ste komt hij er eindelijk toe te gaan studeren. Sindsdien verkeert hij in twee werelden, aan de ene kant zijn afkomst uit een arbeidersgezin en aan de andere kant zijn leven als afgestudeerde aan de universiteit. Hij vraagt zich dan ook voortdurend af waar hij thuishoort. Tot hij op latere leeftijd de Alpe d’Huez ontdekt, daar voelt hij zich thuis. Inmiddels heeft hij de col zestig keer beklommen, maar nog nooit onder het uur gereden. Bons rust niet voordat hij dat één keer in zijn leven heeft gedaan. Tijdens zijn poging overziet hij wat er gebeurt op de weg omhoog, zowel op de Alpe d’Huez als op de maatschappelijke ladder. Uitgegeven bij Thomas Rap, 224 blz, € 16,90.

     

    op-klompen-door-de-dessa-l-LQ-fHylke Speerstra (1936) is de bekendste levende schrijver die in het Fries publiceert en, naast Geert Mak, de chroniqueur van Friesland. Op klompen door de dessa laat hij de nog levende mannen vertellen wat de oorlog in Nederlands-Indie betekende voor hen die het vuile werk moesten doen. Een enkeling, vooral uit het hogere kader, vindt nog altijd dat het goed is geweest. Maar de meeste jongens hebben hun trauma’s nooit verwerkt. Letterlijk op klompen banjerden ze door de dessa –ze hadden geen idee wat hun te wachten stond: guerrilla, executies, oorlog dus, terwijl ze die in Nederland net achter de rug hadden. De mannen zijn ver in de tachtig en willen nu eindelijk hun hele verhaal kwijt. Hylke Speerstra geeft een stem aan mensen die anders misschien niet gehoord zouden worden. Speerstra kan goed luisteren en meesterlijk vertellen. Uitgegeven bij Atlas/Contact, 318 blz, € 21,99.

     

    de-professor-en-de-hyena-m-LQ-fPoëzie waar je wakker van ligt. In zijn nieuwe dichtbundel schept Wouter Godijn (1955) een beestachtige wereld. Soms is een dier dood, soms zeer levend, soms is het bloederige drek, soms zo lief als moeder Teresa. In De professor en de hyena ben je niet op je gemak. Je hebt constant het gevoel dat je over je schouder moet kijken. Een teddybeer verandert in een hyena, en zelfs de tuin is niet veilig want daar zijn haaien. Wanneer Godijn uit zijn rol stapt en als auteur de pen opneemt lijkt het allemaal wel mee te vallen. Het was maar bedacht allemaal! Gek genoeg is ook dat bij Godijn geen echte geruststelling. Godijn schrijft romans – Hoe ik een beroemde Nederlander werd, haalde de shortlist van de AKO-literatuurprijs. Maar ook heeft hij zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste en bijzondere hedendaagse dichters.  Uitgegeven bij Atlas/Contact, 64 blz, € 21,99.

     

  • Oogst week 12

    Door Carolien Lohmeijer

    ‘Voor mijn moeder. Je zou maar de moeder van Tjitske Jansen zijn.’ Dat staat op een van de eerste pagina’s van Voor altijd voor het laatst, het prozadebuut van Tjitske Jansen die vooral bekend is als dichteres. Jansen debuteert met dit boek als prozaschrijfster, al mag je je afvragen waar de poëzie eindigt en het proza begint. In Voor altijd voor het laatst schetst ze de jeugd van een jonge vrouw die, -net als Jansen zelf – al vroeg met allerlei problemen te maken krijgt en belangrijke keuzes moet maken.

    Voor altijd voor het laatst, Tjitske Jansen, Querido, 116 pagina’s, € 17,99

     

    Mevrouw HemingwayJe zou maar de vrouw van Ernest Hemingway zijn, dan weet je bijna zeker dat hij er met een ander vandoor gaat.
    I wanted to show how it might have felt to be in love with such a talented and difficult man – and what it might have been like to be loved by him.’ zegt Naomi Wood over haar drijfveer om een roman te schrijven door de ogen van de vier echtgenotes van de grote schrijver. Het feit dat ze er de shortlist van de Dylan Thomas Prize mee bereikte (beste Engelstalige literatuur geschreven door een auteur onder 39 jaar) geeft vertrouwen.
    Mevrouw Hemingway, Naomi Wood, Uitgeverij Querido, 272 pagina’s, € 19,99

     

    De Rosebud atletiekvereniging vOf je bent een Olympisch kampioen in 1928, met goud op de 800 meter. Helaas ben je een vrouw en is de maatschappij nog niet klaar voor je sportambities.
    Als zij terugkeert op de plek waar ze opgroeide, het platteland van Ontario, komen alle herinneringen aan haar veelbewogen leven terug  bij de 104 jaar oude Agnetha Smart.
    ‘You do what you do until you’re done. You are who you are until you’re not.’ – Aganetha Smart.
    De Rosebud Atletiekclub voor vrouwen, Carrie Snyder, vertaling Ernst de Boer, Ankie Klootwijk, Ambo Anthos, € 19,99

     

    De belevenissen van Ruben JablonskiEdgar Hilsenrath putte bij het schrijven van zijn roman De belevenissen van Ruben Jablonski uit eigen ervaringen. Hij werd in 1944 door de Russen uit het getto bevrijd, reisde door de verwoeste Balkan naar Palestina en ging er wonen en had als doel het leven in het getto te beschrijven. En passant is zijn hoofdpersoon getuige van het ontstaan van de staat Israël en de toenemende politieke spanningen.
    De belevenissen van Ruben Jablonski, Een autobiografische roman, Edgar Hilsenrath, vertaling Elly Schippers, Ambo/Anthos, € 19,99

     

    Ontbijt met de BorgiasTot slot van het stapeltje binnengekomen boeken, ligt er op de redactie de nieuwste roman van Booker Prijswinnaar Dbc Pierre, Ontbijt met de Borgias dat door de uitgeverij ‘een gewaagde, mysterieuze en vooral spannende roman’ wordt genoemd.

    Ontbijt met de Borgias, DbcPierre, vertaling: Karina van Santen en Martine Vosmaer, Uitgeverij Podium, 192 pagina’s, € 18,50

  • Oogst week 11

    door Menno Hartman

    Een nieuwe Umberto Eco is altijd een avontuur. Niet allemaal goed, zijn ze wel steeds verrassend, zijn romans. De vertaling is in handen van Yond Boek en Patty Krone. Eco verplaatst zijn historische fascinatie naar een recenter tijdstip dan we van hem gewend zijn: 1992, Milaan. De opkomst van een van de meest megalomane politieke figuren van zijn tijd: Silvio Berlusconi. Meer lezen.

    Kazantzakis ZorbasHero Hokwerda vertaalde voor de Wereldbibliotheek die grote Griekse klassieker Leven en wandel van Zorbás de Griek van Nikos Kazantzakis. ‘Ik heb hem leren kennen in Piraeus. Ik was naar de haven afgedaald om de boot naar Kreta te nemen. Het liep tegen het aanbreken van de dag en het regende. Er stond een krachtige zuidwester en het zeewater spatte helemaal tegen het cafeetje op.’ Zo begint dit fantastische verhaal. Onverkort en opnieuw vertaald. Meer lezen, alhier.

    omslag-God-gelijk-def-200x300Wessel te Gussinklo mag zich verheugen in een tweede literair leven nu uitgeverij Koppernik zich over zijn werk ontfermd heeft. In een kloek boek met essays Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan zet hij zijn rentree voort.  Het boek gaat over ‘De wereldziel, die de levenskracht van de mensheid is’. ‘Hij schrijft over het grote onvervulbare verlangen naar grenzeloosheid, naar verlossing van de aardse beperkingen en de bevrijding van de hindernissen en onmogelijkheden van het bestaan.’ Nogal een claim.  Op de flap. U leest binnenkort op Literair Nederland hoe dat uitpakt.

  • Oogst week 10

    Door Ingrid van der Graaf

    Nederlands classica Marietje D’Hane Scheltema (1932) vertaalde de liefdesgedichten van Publius Ovidius Naso. Ovidius leefde van 43 jaar voor Christus tot 17 jaar na Christus en was één van de grootste dichters uit zijn tijd. Als dichter van liefdespoëzie verwierf hij  grote bekendheid in Rome. Samen met Vergilius en Horatius wordt hij beschouwd als de canonieke dichters van de Latijnse literatuur. Ovidius’ poëzie kent een speels en vernieuwend karakter ten aanzien van traditionele verhalen en genres. Eén van zijn bekendste werken is Amores, een verzameling elegieën. Liefde is verlangen en verleiden, maar ook ruzie en ontrouw. In Ovidius’ liefdesgedichten passeert een breed scala aan onderwerpen de revue. Angstige en boze gedichten worden afgewisseld met idyllische momenten en tragikomische scènes zoals die waarin Corinna haar pas geverfde haar verliest. Marietje D’Hane – Scheltema publiceerde in 2013 Alles altijd anders, Over Ovidius waarvan hier een in prachtige metaforen (gelijk Ovidius) geschreven  recensie van Machiel Jansen. Amores, liefde gedichten / Ovidius, 160 blz., € 17,50 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.

     

      9789045027869-rock-n-roll-voorbij-de-midlifecrisis-l-LQ-fIs muziek tijdloos? In de jaren zestig zorgde rock -‘n-roll voor een revolutie in de bestaande orde. Vandaar dat Jan Donkers (1943) in 1969 zijn laatste stuk schreef over muziek: hij dacht dat hij er te oud voor werd. Maar hij kon het niet laten en in 1979 schreef hij weer zijn laatste stuk over muziek. En in 2000 besloot hij dat het voor de laatste keer was dat hij een muziekfestival zou presenteren. Net als in 2010. Als Jan Donkers zeventig is (2013) begint hij een radioprogramma op kxRadio waarin hij platen draait van bandjes waarin zijn kleinkinderen hadden kunnen spelen. Donkers ontdekte ‘aan den lijve’ dat  muziek tijdloos is.
    In Kabaal en sentiment vertelt Donkers over zijn lange, bijzondere reis: via de muzikanten die hij sprak, de reizen die hij maakte, culminerend in nota bene een cruise. Hoe dat mogelijk is, begrijpt Donkers nog steeds niet: ouder hoeft niet per se wijzer te betekenen. Rock ’n roll, voorbij de midlifecrisis/Jan Donkers, 256 blz., € 19,99, uitg. Atlas-Contact.

     
    9200000036222453In haar lichaam besloten is de nieuwste roman van de Canadese schrijfster An-Marie Macdonald. Een meeslepend en duister verhaal over modern moederschap. Haar vorige roman Laten wij aanbidden werd internationaal, een bestseller. In haar lichaam besloten gaat over de schrijfster van young adult-boeken, Mary Rose MacKinnon. Zij heeft genoeg verdiend om een poos thuis bij haar kinderen te blijven. Haar partner Hilary, is theaterregisseur. Mary Rose doet haar best het huishouden en haar gezin in balans te houden door te koken, te poetsen en te tuinieren. Maar de muren komen op haar af. In haar lichaam doemen lang vergeten symptomen op. Als kind was ze veel ziek. Die periode uit haar kinderjaren komt opeens weer boven. Flarden van herinneringen zwermen hardnekkig door haar hoofd. En zo sluipt de schim van huiselijk geweld langzaam haar leven in, met desastreuze gevolgen voor het hele gezin. Dit boek is een aangrijpend verhaal over moederschap, over de duistere banden die een familie samenhouden. ‘Een grappige, gedreven en soms akelig herkenbare studie over moederschap, carrière en het geheugen.’ – The Vancouver Sun. ‘Dit boek is een triomf. Het is angstaanjagend authentiek.’ – National Post. Vertaling, Lucie Rooijer en Inger Limburg, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 376 blz., € 19,99.

     
    9200000036222177Bert Natter schreef met zijn nieuwste roman een klassieke roadnovel. Een oude dichter is met zijn typemachine teruggekeerd naar zijn geboortestad Hamburg. Hij belt zijn zoon, een succesvolle kunstenaar, met de vraag of die hem wil komen halen. Met een oude Mercedes gaan ze onderweg door Duitsland, Groningen en Friesland. Onderweg spreken ze over kunst, geschiedenis en de liefde, halen herinneringen op en beleven intiemere momenten dan ze ooit hebben gekend. De reis verloopt langzaam maar voorspoedig, tot het op de Afsluitdijk tot de zoon doordringt dat zijn vader bezig is afscheid te nemen.
    Bert Natter (1968) debuteerde in 2008 met Begeerte heeft ons aangeraakt, dat werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2012 verscheen Hoe staat het met de liefde?, waarover Maarten ’t Hart in Vrij Nederland schreef: ‘Een knappe, geslaagde proeve van een bijzonder vertellerstalent.’ Momenteel werkt Bert Natter aan zijn eerder aangekondigde roman Goldberg, die komend najaar zal verschijnen. Uitg. Thomas Rap, 208 blz., € 18,90.