• Anton Wachterprijs voor debuut Roos van Rijswijk

    We zouden bijna vergeten Roos van Rijswijk (1985) te feliciteren met de toekenning van de Anton Wachterprijs voor het beste literaire prozadebuut van de afgelopen twee jaar! Zij werd uit 83 inzendingen gekozen en krijgt de prijs voor haar eerder dit jaar verschenen en zeer goed ontvangen roman Onheilig. Ze publiceerde eerder verhalen in verschillende literaire tijdschriften, schreef voor  toneel en is recensent voor NRC-Handelsblad. Ook is ze initiatiefnemer van de J.M.A. Biesheuvelprijs, de prijs voor de beste korte verhalenbundel.

    Van Rijswijk is de twintigste Anton Wachterprijs winnaar. De jury roemt haar debuut Onheilig  als: “’ (…) een in veel opzichten ongrijpbare roman over twee mensen die langs elkaar heen scheren’. Ze is onder de indruk hoe Van Rijswijk in haar psychologische karaktertekening niet terugvalt op gemakkelijke clichés maar de lezer ruimte laat voor eigen interpretaties van de menselijke verhoudingen. Zowel de fraai gestileerde innerlijke monologen – licht van toon en nuchter tegelijk – als de heldere opbouw in negen delen worden (…) geprezen.”

    Bij deze Roos van Rijswijk: Van harte gefeliciteerd!

    De prijs, genoemd naar Anton Wachter, hoofdpersoon uit de romancyclus van Simon Vestdijk, wordt op zaterdag 12 november uitgereikt.

    Frans Kellendonk was in 1977 de eerste debutant die deze prijs won. Daarna volgden onder meer: Arnon Grunberg, A.F.Th. van der Heijden, Tessa de Loo, Nanne Tepper, Christiaan Weijts, Peter Buwalda en Niña Weijers.

     

     

  • Eerste epos van een vrouw opnieuw beschikbaar

    In 1986 verscheen van Elly de Waard (1940) de gedichtenreeks Een wildernis van verbindingen, van 82 gedichten. De bundel werd niet besproken en is al jaren niet meer verkrijgbaar. Hoe het digitale tijdperk, dat voor (in zijn tijd) niet opgemerkte poëzie van betekenis kan zijn mag blijken uit het feit dat van deze gedichtenreeks nu een digitale uitgave verschenen is. Ook is een film  online te bekijken waarop de hele bundel wordt voorgelezen door de dichter zelf. Binnenkort worden er ook nog negen Engelse vertalingen van de meest cruciale gedichten bij geplaatst.

    De Waard is een gerenommeerd dichter die, voor zij in 1978 debuteerde met haar bundel Afstand, gedurende vijftien jaar als poprecensent werkte voor de Volkskrant en Vrij Nederland. Die jaren moeten haar wel gevormd hebben in haar stijl en toon die later in haar poëzie doorklonk. De emoties en agressie die in de popmuziek zo gangbaar zijn komen in haar werk naar buiten als zeer gepassioneerde en lyrische uitingen. Van begin af aan nam zij duidelijk stelling tegen de heerschappij van de Vijftigers. Zij pleitte voor meer directe gevoelsuitingen in haar gedichten. Haar belangrijkste voorbeelden in de poëzie waren Emily Dickinson, Sylvia Plath, Vasalis en Ida Gerhardt. Op haar mooi verzorgde site is te lezen dat de Nederlandse poëzie moest ‘worden gevitaliseerd door er de agressiviteit en emotionaliteit van de popmuziek in te laten doorklinken’.

    De gedichtenreeks Een wildernis van verbindingen werd op de flap aangekondigd als ‘het eerste epos van een vrouw over vrouwen’. Gedurende de jaren tachtig was Elly de Waard binnen de kringen van het Nederlandse feminisme zeer bekend. Maar ook daar vond Een Wildernis evenmin veel weerklank. Toch was er één persoon die het op waarde wist te schatten. De Vlaams/Nederlandse dichter Christine D’haen liet weten: ‘Elly de Waard heeft nu toch gedichten geschreven die nog nooit geschreven zijn, over vrouw en vrouw. Ik ken niets in de literatuur van hoge literaire waarde dat dat goed beschrijft vóór haar. Het verruimt het literaire veld.’

    Elly de Waard vraagt zich af of het literaire veld nu, dertig jaar nadien, toe is aan verruiming. Er zijn nieuwe generaties vrouwen en mannen opgestaan die wellicht Een wildernis kunnen waarderen.
    De andere reden dat De Waard deze queeste van 82 gedichten opnieuw onder de aandacht wil brengen is het in deze tijd sterk veranderende culturele klimaat. Vrijheden die de laatste halve eeuw met veel strijd zijn verworven staan plotseling onder druk. Van die vrijheden is in de bundel Een wildernis volgens de dichter optimaal gebruik gemaakt.
    Vandaar dat dit ‘epos van een vrouw over vrouwen’ opnieuw onder de aandacht wordt gebracht en omdat de tijd er rijp voor is.

     

    Film klik hier.
    De bundel is te vinden op: www.lezenTV.nl

     

  • Charlotte Köhler Stipendium voor Jan Sietsma

    Het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijks stipendium voor beginnend literair talent, is dit jaar toegekend aan Jan Sietsma (1981), vertaler uit het Duits.
    Jan Sietsma krijgt de prijs, waar een bedrag van 5000 euro mee gemoeid gaat, voor zijn vertaling van Athenaeum: fragmenten, essays en kritieken van de Duitse dichter en denker Friedrich Schlegel. Volgens de jury is Sietsma erin geslaagd ‘meer dan tweehonderd jaar verschil in denken en dichten te overbruggen. In soepel Nederlands maakt hij de Nederlandse lezer vertrouwd met een van de canonieke teksten uit de Duitse romantische traditie, die tot op de dag van vandaag ons denken over schoonheid en stijl beïnvloedt.’ De jury ziet in Sietsma een veelbelovende toekomstige gids ‘die de Nederlandse lezer leidt door de Duitse literatuur en filosofie en haar geheimen.’

    De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een veelbelovend auteur in een wisselend literair genre, dit jaar is dit literair vertalen. Vorige laureaten van het Stipendium waren onder meer Michael Bijnens (toneel, 2015), Mischa Andriessen (poëzie, 2014), Joost de Vries (proza, 2013) en Arieke Kroes (literaire vertalingen, 2011).

    De uitreiking vindt plaats op 2 december 2016 in het Goethe-Institut te Amsterdam.

     

     

  • Constantijn Huygens-prijs 2016 voor Atte Jongstra

    Deze week werd bekend gemaakt dat de Constantijn Huygens-prijs is toegekend aan Atte Jongstra voor zijn hele oeuvre. De prijs bedraagt 10.000 euro en wordt uitgereikt tijdens het Schrijversfeest, de afsluiting van het internationaal literatuurfestival Writers Unlimited / Winternachten, op 22 januari 2017 in Den Haag.

    Jongstra behandeld zijn onderwerpen met een tegendraadsheid die fenomenaal is en hij is niet wars van een voetnoot hier en daar. In zijn debuut in 1989 De psychologie van de zwavel, waarin het verhaal Een perfect stuk, dat geïnspireerd is op het dagboek van de gebroeders Goncourt, waarbij hij op 18 paginas 68 voetnoten gebruikt. Hij presteerde het zelfs een verhaal te schrijven, Cicerone, dat uitsluitend uit voetnoten bestond. Andere titels van hem die zeer aanspreken zijn Groente (1991), en zijn autobiografie Klinkende ikken (2008) Met zijn debuut won hij zijn eerste literaire prijs, de Geertjan Lubberhuizen-prijs.

    Atte Jongstra (Terwispel, 1956) beoefent de literatuur als een aanstekelijk en lichtvoetig spel van stijlen en vormen. Gedurende zijn dertigjarige schrijverschap bouwde hij een veelkleurig oeuvre op waarin de liefde voor archieven, lexica en encyclopedieën een constante is. In elk van zijn boeken treft het de lezer telkens weer hoe hij citaten, verwijzingen en fictie weet samen te brengen in een kunstig, vermakelijk en vaak tegendraads werk van de verbeelding. Met veel genoegen bekroont de jury dit eigenzinnige oeuvre met de Constantijn Huygensprijs 2016.

     

    De jury bestond uit: Voorzitter Aad Meinderts, Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Jan de Roder, Carl De Strycker en Maria Vlaar.

    Eerdere laureaten: Adriaan van Dis (2015), Mensje van Keulen (2014), Tom Lanoye (2013).

    Het doel van de Jan Campert-Stichting is de bevordering van de Nederlandse letterkunde. De Campert-Stichting probeert dit doel te bereiken door de jaarlijkse toekenning van literaire prijzen waarmee zij bij willen dragen aan de publieke erkenning en een grotere bekendheid van een belangrijk geacht literair oeuvre.

     

    Foto:Bianca Sistermans

  • Onvergelijkbare Nacht van de Poëzie

    Onbehaaglijk koude rillingen die via de ruggengraat omhoog kruipen en kippenvel krijgen bij het horen van een gedicht. Dat kon je zomaar overkomen tijdens de 34e editie van Nacht van de Poëzie. In Tivoli/Vredenburg te Utrecht hingen zo’n 2000 bezoekers aan de lippen van een twintigtal opmerkelijke dichters. Een Nacht die overrompelde met dichterlijke bijdragen en enkele opzienbarende entr’actes.

    De Nacht opende glorieus met een beeldpresentatie van voorgaande Nachten, wervelende lichtbundels als sproeiende douchekoppen, openingswoorden van Piet Piryns en Ester Naomi Perquin en de Vlaamse dichter Charlotte Van Den Broeck die de spits afbeet. Haar dichtwerk over lijden en het doorbreken van sleur, was in tegenstelling tot het werk waar ze vorig jaar de Nacht mee afsloot, minder doordringbaar, maar evenwel met veelduidende strofen als: ‘geluk is geruisloos’. Of: ‘niemand strijkt de hemden meer of de man eronder’.

    ‘Spiegeling’
    Voor de geëngageerde Belgische dichter (voorheen Dichter des Vaderlands) Charles Ducal, is het socialisme nog zeer bruikbaar. Thema’s als arbeiders, Kongo, vluchtelingen op zee met een uitstapje voor een ode aan schrijver Emil Verharen (1855-1916) wist hij het publiek te boeien. Onze eigen Dichter des Vaderlands Anne Vegter is ook zeker geëngageerd maar bracht dit met zowel onontkoombare scherpte als luchtigheid. Zij was het die de luisteraars kippenvel en rillingen bezorgde met het indringende gedicht waarin ze zich afvraagt: ‘Wat nu, als de hele wereld kantelt’. Een fantastische omkeerbaarheid van de vluchteling. Heel Nederland valt uit elkaar en iedereen slaat op de vlucht maar nergens welkom. De opbouw was scherp en zonder pardon. Zo hebben we dat graag. Afsluitend klonk haar bekende: ‘Geschiedenis vindt evenwicht, maar niet vanzelf.’,werd in deze versie: ‘altijd’. Ook Joke van Leeuwen hield het publiek een spiegel voor met een karakteristiek beeld van de huidige Nederlander waarin, aan het geregeld opklinkende lachen te horen, velen zich herkenden.

    K. Michel veroverde de zaal met humor en mooie vondsten. Sterk opgebouwde, verhalende gedichten. Zoals het gedicht dat begint met het wachten op de accountant om zijn zaken op orde te brengen, is meesterlijk. Het gaat uiteindelijk over een verstoorde zus die er eigenlijk niet is omdat ze dood is. Dat een dichter niet altijd weet welke kant het gedicht op gaat, bewijst hij door de account er weer uit te schrijven en zo kwam de ‘boekhouding nooit op orde’.

    De jonge dichters van de Nacht onderscheidden zich door werk waarin nog veel werd ‘losgemaakt van ouders (vooral moeders) en werd geworsteld met verwachtingen die hen zijn opgelegd. Roos Rebergen eindigde een gedicht over moeder met; ‘Gelukkig zijn we geen vriendinnen.’ Wat veelal bij alle dichters de boventoon voerde was toch wel de op hol geslagen wereld, vluchtelingen, chaos en machteloosheid over hoe de dingen gaan. Er is geen beter voertuig, bleek deze Nacht maar weer eens, dan de poëzie om aan dit alles uitdrukking te kunnen geven.

    Ongemakkelijk samenspel
    Ester Naomi Perquin en Piet Piryns presenteerden als duo voor de derde maal op rij De Nacht. Dat de rolverdeling in die drie jaar zich duidelijk onderscheidde, gaven ze zelf al aan. Perquin, de empathische die een relatie met het publiek opbouwt, noemde het publiek vorig jaar om te zoenen en Piryns’, degene die de blik streng op het tijdschema houdt en het publiek er met de kop bijhoudt. Dat dit niet altijd voor een goede balans zorgde werd duidelijk toen Piryns de Zuid-Afrikaanse schrijver Marlene van Niekerk verzocht het podium te verlaten toen haar tijd om was terwijl zij op het punt stond haar slotgedicht voor te dragen. Onverkwikkelijk vooral omdat Perquin bij aankondiging van Van Niekerk het publiek vertelde dat zij slechts enkele uren geleden geland was en speciaal voor de Nacht naar hier was gekomen. Het was een wat gênante samenloop van aanpak. Ook omdat haar voordracht begeleid werd door verhalen over de schrijnende toestand in haar land, waar per jaar 21.000 mensen (waaronder 8000 kinderen) door geweld om het leven komen. Natuurlijk, De Nacht duurt lang. Maar enige consideratie was hier op zijn plaats geweest. Het boegeroep uit verschillende hoeken van de zaal was dan ook niet van de lucht.

    En dan kwam Hans Dorrestijn nog met zijn zwartgallige maar oh zo vertederende humor, die zichzelf als een mislukte Joost Zwagerman bestempelde. Hij zelf had immers vaak genoeg klappertandend op een stoel, met een touw om zijn nek gestaan, maar was er nog steeds. Een mislukte Joost Zwagerman, jaja.

    De twee debutanten van de Nacht waren Marieke Rijneveld en Jonathan Griffioen, waarvan vooral Rijneveld verraste met haar wijze van uitdrukken als: ‘Troosten is als inparkeren / het is weten en meten’, is natuurlijk prachtig. En van Griffioen is nu al zeker dat zijn opening van de 35e Nacht onvergetelijk zal zijn.

    Wandelgangen en entr’actes
    In de wandelgangen (waar kleine uitgevers achter hun tafeltjes zaten, literaire tijdschriften vertegenwoordigd waren en boeken en eetwaren te verkrijgen waren), kon je een dichter in afwachting van zijn optreden in ogenschijnlijk rustige tred zijn rondjes om de zaal heen zien draaien. Hier en daar een enkele pauzerende bezoeker minzaam groetend. Zoals het een dichter betaamt. Een van deze rondwandelende dichters, F. Starik besprong in grasgroenkostuum het podium om het dichterschap te vieren. Met een gretigheid die het publiek soms achteruit deed deinzen, bracht hij een dichterlijke tirade over ‘gras’ (dat zich overal en onophoudelijk vertoont), ten gehore. Hiermee schudde hij de ingedutte zaal voor de rest van de Nacht goed wakker.

    De entr’actes waren verrassend en ook zo verbluffend vreemd, dat de neiging om met voorgaande jaren te vergelijken er volledig bij inschoot. Al met al was het een feestje waar niets onder de maat bleef en het publiek zich welwillend naar schikte. Uitschieters waren Mondharmonicaspeler Tim Welvaars die een hommage bracht aan de onlangs overleden Toots Thielemans en waarvan je dacht toen je hem hoorde spelen: ‘Waarom heb ik nog nooit eerder van die man gehoord?’ Daar is De Nacht dan ook weer voor, om ontdekkingen te doen en nieuwe kunstenaars te leren kennen.

    Zoals de Israëlische Asaf Avidan, muzikaal fenomeen met een stem die ongekend is en nog het dichtst bij het stemgeluid van The Tallest Man on Earth komt, maar zoals gezegd ook ‘ongekend’ is. Zijn teksten en manier van zingen deden af aan toe aan Leonard Cohen denken. Vooral de ballade The Labyrinth song, waarin het repeterende refrein deze associatie nog versterkte:

    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last
    Oh Ariadne, I have failed you in this labyrinth of my past
    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last

    En tussendoor met een regelmaat ,die het begeleidende ritme van deze Nacht werd, het vrolijk gerinkel van brekende wijnglazen. Soms een enkel glas, soms bij drieën tegelijk. Daarbij lijkt het publiek elk jaar jonger te worden, als is er een soort verschuiving in leeftijd waarneembaar. Waarschijnlijk ook dat daarom deze zeer succesvolle Nacht tot aan het einde toe opvallend druk bezocht bleef.

     

     

    Foto: Anna van Kooij

     

  • Gemoedelijkheid troef met enkele stormachtige uitschieters bij Überamstel

    Literair Nederland was erbij

    Zondag 28 augustus openden de uitgeverijen Lebowski en Podium het nieuwe literaire seizoen met de tweede editie van Überamstel. Dit maal in Nessst, een voormalige fabriekshal van de Kauwgomballenfabriek. Of de eerste editie geëvenaard werd blijft een vraag, dat er enkele opmerkelijke publicaties op het punt van verschijnen staan, is een feit. Casper van der Veen was aanwezig en deed er verslag van.

    Hoewel de dag vooral warm en gemoedelijk weer kende, zette er nu en dan een fikse windvlaag op bij de tweede editie van het literaire festival Überamstel, die het tentje waaronder de sprekers optraden dreigend deed schudden. Het weer sloot daarmee aan op het programma, dat aangenaam en gemoedelijk verliep – met een enkele stormachtige uitschieter. Onder meer Ilja Leonard Pfeijffer, Erik Jan Harmens, Mick Johan, Kartin Bruers, Elvis Peeters, Ivo Victoria en Jonah Falke lazen voor uit net gepubliceerd dan wel nog te verschijnen werk.

    Opener op de wisselvallige zondagmiddag bij café Nessst was Kluun, die voorlas uit zijn langverwachte roman DJ, waaraan hij jaren werkte en waarvan de publicatie al herhaaldelijk was opgeschort. Aan het woord komt de schrijver zelf, die na zijn echtscheiding een gesprek met zijn financieel adviseur heeft. Uit het leven gegrepen waarschijnlijk, aangezien Kluun zelf door een scheiding een flink deel van zijn vermogen in rook zag opgaan.

    Wrokkig oogt hij niet tijdens het voorlezen, hoewel ook niet bijster enthousiast. In pretentieloze zinnen doorspekt met tragische humor, horen we hoe de financieel adviseur Kluun afraadt zijn huidige levensstijl voort te zetten. Wat vaker thuis koken, wat minder dure wijnen. “U had een vermogen en nu hebt u een buffertje”, zegt de adviseur. Hierop grijpt de hoofdpersoon elke klus en optreden aan die hij krijgen kan, wat leidt tot enkele geestige situaties. Het door Kluun voorgelezen fragment belooft veel goeds voor de rest van de roman, die volgens de schrijver inmiddels ‘ein-de-lijk’ af is. Hoewel? “Vrijwel” dan.

    Het eerste deel van de middag werd energiek aan elkaar gebabbeld door cabaretière Karin Bruers, die de jonge (bouwjaar 1992) historicus Felix Klos interviewde. Klos heeft voor zijn leeftijd een imposant cv: magna cum laude afgestudeerd in de politicologie aan Middlebury College in het Amerikaanse Vermont, waar hij ook speeches schreef voor de Democratische senator Bernie Sanders. In Nederland schreef hij aan beleidsstukken van D66 en eerder dit jaar verscheen van zijn hand een boek over Winston Churchills campagne voor een verenigd Europa.

    Dan komt de Brexit ter sprake. Klos legt uit dat we de keuze die de Britten gemaakt hebben serieus moeten nemen, zonder toe te geven aan de intolerante sentimenten die hierachter zitten. De historicus spreekt van de “tirannie van de directe democratie”, waarbij een minderheid van de bevolking (namelijk zij die gingen stemmen én voor een vertrek uit de EU kozen) een constitutionele crisis kunnen veroorzaken. Klos legt uit hoe de opkomst van populistische en extreemrechtse politici bestreden moet worden: moderne mainstream politici moeten zelf een positief en helder verhaal vertellen in plaats van alleen maar te reageren op extreemrechtse aanvallen. Oftewel de EU en democratie als gunstige zaken verdedigen die burgers veel hebben opgeleverd, in plaats van alleen maar zeggen dat er simpelweg geen alternatief is. Verstandige en goed onderbouwde argumenten van een schrijver van wie we hopelijk nog meer zullen horen.

    Het eerste gedeelte werd overdonderend afgesloten door het dichtersduo Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, die twee gedichten voorlazen uit hun onlangs verschenen Duetten. De gedichten zijn ontstaan uit een mailwisseling en strofe om strofe geschreven. Het resultaat: harde, geëngageerde poëzie, in lijn met het Manifest voor een riskante literatuur dat het tweetal alweer acht jaar geleden in Trouw publiceerde.

    En niet alleen de woorden zijn recht voor z’n raap, beide dichters dragen ook met energie, vuur en een nauwelijks verhulde woede voor. “Excuses, ik liet mij even gaan”, verontschuldigt Pfeijffer zich zelfs na de eerste voordracht van een gedicht over terrorisme en het “heilig groeimodel” van de economie, waaruit de volgende regels komen:

    Als onze Leitkultur niet veel meer

    is dan de verplichting tot debiel geconsumeer

    snap ik wel dat iemand maait met zijn geweer

    schiet maar, het gaat niet meer

    Ook het overwonnen (maar blijkbaar toch gemiste) alcoholisme waar beide mannen al eerder over schreven, passeert de revue. Pfeijffer die onwennig omgaat met “zijn vaste koers” en Harmens die zegt “er is alleen maar tijd / als messen die prikken in je nuchterheid”. Besloten wordt met een tirade tegen gepeupel dat beschuldigend wordt toegesproken: “Ze hebben hun gewoonheid nergens op bevochten.” Als de bundel half zo goed is als het optreden, wordt het zeker een must read.

    Na de eerste pauze interviewt journalist Sander Donkers Golden Earring-frontman Barry Hay over zijn biografie van de rockster. Hay geeft toe dat hij tijdens het schrijfproces enorm veel moeite had met het “soul searching en dingen opbiechten” dat hij door de vragen van Donkers moest doen. Toen het boek af was, was Hay wel tevreden, maar toch was het “alsof je leest over iemand anders”. Enkele anekdotes over de tours van Golden Earring door de VS, waarbij zelfs KISS een keer in hun voorprogramma stond, maken nieuwsgierig naar de biografie van dit veelbewogen leven.

    Heel anders is dan de voordracht van Karin Bruers, die een boek schreef over haar dementerende moeder die zij in huis nam. In het begin valt de verwarring nog mee en gaat Bruers (of in het boek: Anna) nog met haar in discussie als ze onzin of uit de lucht gegrepen beschuldigingen uitkraamt. Maar later “waait ze maar mee, want ik verloor ieder gesprek”. De aftakeling van de moeder leidt tot schrijnende, pijnlijke situaties. Een oude vrouw die haar dochter niet meer herkent en die zich opsluit op een badkamer “en er pas uit kwam toen ik vijftig euro onder de deur door schoof”. Die professionele zorg en dagbesteding afwijst. Maar hoe schrijnend ook, Bruers draagt de tekst op humoristische wijze voor – als ware het een van haar cabaretshows. Een no-nonsens tragikomisch en autobiografisch verhaal. Hongerzomer verschijnt in november.

    Tijdens het laatste deel van de middag vertelt Ronald Giphart over zijn roman Lieve, die volgens de website van uitgeverij Podium nog deze maand wordt verwacht. Het boek ontstond per toeval, toen Giphart op vakantie door zijn leesboeken heen was en uit verveling wat begon te typen. Toen hij een jaar later de tekst terugvond, ging hij er weer aan zitten. Dit resulteerde uiteindelijk in Lieve.

    Een belangrijke term in het boek is candaulisme, aldus Giphart. “Weet iemand wat dat is?”, vraagt de auteur. Stilte. “Dat zijn mannen die er opgewonden van worden om te zien hoe hun vrouw seks met een ander heeft.” Aha. Een echt Giphart-boek dus, waar seksualiteit en bijzondere vrouwen nooit ver weg zijn. Het boek gaat over een regisseur die een relatie heeft met een getalenteerde actrice. Wanneer laatstgenoemde door een ongeluk om het leven komt, maakt de regisseur een film over haar leven.

    De inspiratie voor het boek was ook allerminst gewoon. Giphart hoorde over twee acteurs die naakt onder een deken lagen om een intieme filmscène op te nemen. Vervolgens trad een technisch probleem op. Het beeld van de man en vrouw die onder de dekens liggen te wachten terwijl een hele crew om ze heen probeert een defect te fiksen, dat was samen met candaulisme hetgeen dat tot Lieve leidde.

    Hiermee kwam een boeiende literaire middag ten einde bij Nessst, waar veel voordrachten van net verschenen of nog te verschijnen werk, nieuwsgierig en ongeduldig maakt. Met alvast genoeg materiaal voor op het verlanglijstje voor de feestdagen aan het einde van dit jaar.

     

     

  • Een boek op verzoek

    ‘Een stokpaardje van mij’ schrijft Hans Vervoort over printing-on-demand. Hieronder zijn oproep aan de uitgevers in ons land om hun backlist verkrijgbaar te houden.

    Mail uw reactie naar redactie@literairnederland.nl

    Printing-on-demand als oplossing voor verdwenen titels

    door Hans Vervoort

    In de huidige boekenmarkt hebben nieuwe titels een levensduur van maar enkele maanden. En dat geldt dan alleen voor de auteurs die bekend genoeg zijn om door de boekhandel op voorraad genomen te worden. Want risico’s nemen doet de boekenbranche niet meer.
    Bij deze grote omloopsnelheid van titels is één categorie extra de klos: de oudere titels van nog levende schrijvers, de zogenaamde ‘backlist’. Ooit verkrijgbaar geweest, uitverkocht of in de ramsj geraakt en nooit meer herdrukt.
    Begrijpelijk, want in de traditionele uitgeverij is een boek pas rendabel bij een oplage van enkele duizenden. En dat haalt zo’n herdruk van een oude titel niet meer.
    Is het daarmee voorgoed verdwenen? Tot enkele jaren geleden wel. Maar dat hoeft niet meer.

    Afgezien van de mogelijkheid oude titels als ebook uit te brengen is er al jaren een mogelijkheid die eigenlijk nog veel te weinig gebruikt wordt door auteurs en hun uitgevers: de ‘printing-on-demand’-optie.
    Printing-on-demand is een druktechniek die het mogelijk maakt voor een redelijke prijs één of enkele exemplaren van een boek te drukken.
    Het Centraal Boekhuis biedt al enkele jaren deze mogelijkheid en meldt op zijn website dat meer dan 260 uitgevers er gebruik van maken en dat inmiddels 15.000 titels via print-on-demand te krijgen zijn.
    Vermoedelijk zijn dat vooral titels van zondagsschrijvers die via de daarvoor beschikbare ‘eigen beheer’-uitgevers hun werk in druk laten verschijnen.
    Van de professionele schrijvers is de backlist meestal een stille dood gestorven. Maarten ’t Hart bijvoorbeeld heeft zo’n 75 titels op zijn naam staan, waarvan er nog ca. 20 te krijgen zijn. Van Maarten Biesheuvels 30 boeken is nog slechts één titel te koop. Van Remco Camperts 70 titels nog acht.

    Wanneer gaat er bij de literaire uitgevers een lampje branden dat zegt: hé, met print-on-demand hebben we een oplossing voor onze backlist?
    Ik zag zelf dat licht een jaar geleden. Een reisboekenwinkel mailde me met de vraag of ik nog exemplaren had van mijn reisboek Retourtje Tropen. Het boek was in 2005 verschenen bij Nijgh & van Ditmar, in enkele jaren als ‘slowseller’ uitverkocht geraakt en niet herdrukt. Destijds een logisch besluit van uitgever Vic van de Reijt.
    Maar toen ik dit verzoek kreeg en zag dat er sinds enige tijd de nieuwe optie van ‘print-on-demand’ bestond besloot ik er een proef mee te nemen. Het vergde wat digitale behendigheid en de investering van € 12.50 voor een ISBN-nummer. Maar al na een week was de herdruk beschikbaar en – tot in alle eeuwigheid – te bestellen bij alle boekhandels en webwinkels als Bol.com.
    De publieksprijs? € 19.50 (254 pag.). Dat is duurder dan de uitgave van Nijgh & Van Ditmar in 2005: € 17.50.
    Dat het drukken van één exemplaar verhoudingsgewijs meer kost dan een duizendtal is logisch en dit prijsverschil viel me dan ook nog wel mee. Natuurlijk liep het niet storm bij de heruitgave, er zijn in een jaar enkele tientallen exemplaren besteld.
    Maar dat was voor ook mij niet het punt.

    Als je lang gewerkt hebt aan een boek, genoten hebt van het schrijven en plezierige reacties hebt gekregen van lezers en recensenten, dan is het moeilijk te verkroppen dat zo’n titel van de ene dag op de andere in het zwarte gat van de vergetelheid verdwijnt. Want zo voelt dat, als het niet meer te koop is.
    Ik zie print-on-demand dan ook als DE oplossing voor het in druk houden van oude titels van auteurs. Het kost weinig en levert noch voor de uitgever noch voor de boekhandel enig risico op.
    Want het boek wordt alleen gedrukt als het besteld is.

    DOEN, heren en dames uitgevers!

     

    www.hansvervoort.nl

     

     

  • Gratis boek bij aankoop CJP-pas

    CJP is een platform voor cultuurliefhebbers met geen ander doel dan het inspireren  van jongeren de wereld van de cultuur te betreden. In hun magazine en op hun website schrijven zij over selecties uit het cultuuraanbod en organiseren culturele events waarbij ze samenwerken met andere culturele instanties.  Op die manier is het mogelijk voor CJP korting te kunnen geven op (film)festivals, concerten, theaters en musea. Wie wil er nu niet graag met korting naar bijvoorbeeld De Nacht van de Poëzie in september.

    Hun missie is om de drempel voor jongeren naar cultuur te slechten en dit doen ze al meer dan 50 jaar. Zónder subsidie.  Met een CJP pas verkrijg je tot je 30ste korting op cultuur.

    Voor wie de pas nu koopt, krijgt er een gratis boek bij. Samen met de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) start vanaf donderdag 25 augustus deze boekencampagne.  Uit onderstaande lijst van zes titels kunnen nieuwe leden een titel kiezen:

    • De zee zien – Koos Meinderts
    • Het Bestand – Arnon Grunberg
    • De naam van mijn broer – Larry Tremblay
    • Doorgang – David Mitchell
    • De ijsmakers – Ernest van der Kwast
    • Het uur van Zimmerman – Karolien Berkven

     

    scale.rb_

     

    Van De ijsmakers van Ernest van der Kwast is op onze site een recensie te lezen.

     

     

     

     

     

    Kijk op www.cjp.nl/koop-die-pas voor meer informatie.

     

     

  • Leren lezen van tovertaal

    Onlangs was er een workshop ‘Poëzie begrijpen’ bij boekhandel Broesse in Utrecht onder leiding van dichteres Ellen Deckwitz. Casper van der Veen was erbij en maakte er verslag van voor LiterairNederland.

    Een reputatie van ontoegankelijkheid, zeer geringe verkoopsuccessen, een trouwe doch kleine schare lezers: de poëzie heeft het niet makkelijk in Nederland (en daarbuiten). Toch blijkt steeds opnieuw dat er brede interesse bestaat voor deze unieke kunstvorm, bijvoorbeeld bij de jaarlijks drukbezochte Nacht van de Poëzie, het populaire Poetry International in Rotterdam en in de vaak afgeladen kroegen waarin poetry slamwedstrijden worden georganiseerd.

    Zo ook op een zonnige zondagmiddag in de Utrechtse boekwinkel Broese, waar dichteres Ellen Deckwitz een workshop ‘Poëzie begrijpen?’ geeft aan een publiek waarvoor maar net genoeg stoelen zijn. Hoewel het leren lezen van gedichten altijd relevant is, is de directe aanleiding voor de workshop het onlangs verschenen boek Olijven moet je leren lezen (fragment hier te lezen). Daarin geeft Deckwitz een “cursus genieten van poëzie”, waarin de lezer leert wat een gedicht is, hoe je dit begrijpt en vooral hoe je hiervan geniet. “Ik kreeg zo vaak dezelfde vragen over poëzie dat ik maar besloot een boekje te schrijven waarin de antwoorden staan”, aldus Deckwitz.

    De workshop vormt een inleiding voor die cursus, bedoeld om te laten zien dat poëzie lang niet zo onbegrijpelijk is als vaak wordt aangenomen. Net als in haar vorige gids Zo    word je een geweldige dichter (2015) begint Deckwitz in de Domstad ook met een hele elementaire vraag: wat is poëzie eigenlijk? “Een tekst is een gedicht wanneer de schrijver zegt dat dit een gedicht is”, verklaart Deckwitz.

    Dat betekent echter niet dat het plakken van het etiket “gedicht” op een tekst geen gevolgen heeft. “Wanneer een tekst een gedicht is, gaat de auteur een aantal leesafspraken aan”, aldus Deckwitz. “Als ik op het etiket op een blik soep “soep getrokken van gevogelte” lees, interpreteer ik die woorden anders afhankelijk of het een gedicht of simpelweg een lijst ingrediënten is.”

    Na dit theoretische opwarmertje besluit de dichteres voor het eerst een gedicht voor te leggen aan het publiek. Deckwitz leest Een zwemmer is een ruiter (1960) van de Belgische dichter Paul Snoek voor, terwijl de bezoekers kunnen meelezen vanaf hun handout:

    “Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
    is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
    is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

    En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
    is met armen en benen aloude geheimen vertellen
    aan het altijd alles begrijpende water.

    Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
    Want in het water adem ik water, in het water
    word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
    en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
    en toch nog eenzaam blijven.

    Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.”

    Nou, vraagt Deckwitz, wie weet waar dit gedicht over gaat? De zaal zwijgt, totdat enkele mensen aarzelend één woord tellende antwoorden geven: “Gevoel. Vrijheid. Ervaring. Het leven.” Niet fout, maar nog wel erg algemeen en abstract.

    Deckwitz grijpt dit moment van lichte verwarring aan om de vraag te stellen waarom dichters niet gewoon in heldere, onomfloerste bewoordingen zeggen wat ze bedoelen. Waarom niet gewoon “Ik wil met je op date” in plaats van “Ik vind je zo lief en zo licht”?

    Dat komt omdat er exact staat wat er staat – en wat er moet staan, aldus de dichteres. Door het gebruik van metaforen, stijlmiddelen en metrum kan er meer gezegd worden dan wanneer iets letterlijk zou worden neergepend. Bovendien is een ideaal gedicht zo opgesteld dat het lijkt alsof het niet anders geschreven had kunnen zijn.

    Dat het flink wat moeite kan kosten om dat ultieme eindresultaat te bereiken, illustreert Deckwitz eveneens aan de hand van de Paul Snoek. Van hem zijn gedichten bekend waarvan meer dan honderd versies zijn. De bekende Nederlandse dichter Nachoem Wijnberg schrijft van ieder gedicht zo’n vijftig tot honderd versies tot er eindelijk die publicabele parel uit rolt.

    Dan nu de hamvraag: hoe leer je die tovertaal lezen? Vrijwel alle aanwezigen geven toe wel eens een gedicht te hebben gelezen dat zij niet meteen begrepen. Volgens Deckwitz is de sleutel om veel leeservaring op te doen. Begin met een bloemlezing, kijk wat je mooi vindt en blijf ontdekken. Lees gedichten hardop voor om de muzikaliteit te ervaren. O, en koop haar cursusboek natuurlijk, zegt de dichteres met een knipoog. Je zult vanzelf meer begrijpen en poëzie meer leren waarderen.

    “Google is je beste vriend”, zo illustreert Deckwitz aan de hand van een haiku over Kyoto van de beroemde Japanse poëet Basho. Ze leest voor: “Zelfs in Kyoto, / wanneer de koekoek roept, / mis ik Kyoto.” Dankzij Google kwam Deckwitz erachter dat in Japan de koekoeksroep staat voor zowel de naderende zomer als “de doden die vanuit het sprokkelhout naar hun nog levende geliefden roepen”. Maar ook zonder die kennis kun je dit een mooie haiku vinden.

    Uiteindelijk gaat het om wat de lezer zelf uit een gedicht haalt en hoe dit hem of haar raakt, verklaart Deckwitz. Zelfs als je bepaalde zinnen niet helemaal of helemaal niet begrijpt, kunnen die je evengoed raken. Dit doet denken aan een episode die Ilja Leonard Pfeijffer beschrijft in zijn autobiografische boek Brieven uit Genua. Wanneer hij als jonge tiener voor het eerst een dichtbundel uit de boekenkast van zijn vader openslaat, snapt hij niks van de gedichten die erin staan. Wat hij wel direct zeker wist: dit wil hij ook maken.

    Oké, maar als het gaat om wat jij er uithaalt, heeft een gedicht dan überhaupt een vaste betekenis? Of betekent het voor iedere lezer wat anders? Ook hier is volgens Deckwitz geen sprake van vrijblijvendheid, zoals zij eerder in een column in nrc.next uitlegde. Een gedicht kan veel betekenen en is doorgaans multi-interpretabel. Dat maakt poëzie ook zo rijk en bijzonder. Maar, zoals zij eerder aangaf, je mag er vanuit gaan dat over ieder woord lang en hard is nagedacht. Dus hoewel meerdere lezingen mogelijk zijn, is niet zomaar iedere interpretatie zinnig of waardevol.

    Een jongeman vraagt Deckwitz om een discussie met zijn huisgenoot te beslechten. “Als ik wil weten wat er met een gedicht wordt bedoeld, moet ik de auteur dan hiernaar vragen?” De dichteres raadt dit af en wijst erop dat de auteursintentie vaak afwijkt van de interpretatie die lezers en critici van een gedicht hebben.

    Zo vroeg Deckwitz een keer aan Rutger Kopland wat de boodschap was van zijn beroemdste gedicht, “Jonge sla”. Door de jaren heen is erop gewezen dat dit gedicht op uiterst treffende wijze iets zegt over vergankelijkheid, verlies en hoe de mens daarmee worstelt. “Maar Kopland vond het gewoon een leuk gedicht over sla”, aldus Deckwitz. “Hij heeft het in vijf minuten geschreven en baalt ervan dat het zijn bekendste werk is geworden. Sinds ik dit weet, vind ik het gedicht ook minder mooi.”

    Deckwitz geeft twee redenen voor het feit dat veel mensen poëzie niet begrijpen. “Terwijl poëzie de afgelopen decennia over het algemeen ingewikkelder is geworden, leren we door het uitgeklede literatuuronderwijs niet meer hoe we een gedicht moeten lezen.” En dat is zonde, omdat de dichtkunst volgens Deckwitz wel degelijk wereldverbeterende elementen in zich draagt. De dichteres besluit haar workshop met een oproep aan docenten Nederlands:

    “Leer jongeren poëzie lezen, want daardoor leren zij scherper lezen en observeren. In een tijd waarin jongeren vooral Facebook-updates lezen, die bol staan van de holle frasen en waar de nuance vaak ver te zoeken is, is die eigenschap meer dan welkom.”

    Een lerares Nederlands laat na afloop weten dat zij vooral dichtkunst met sterk beeldende elementen in haar lessen inzet. “Ik bespreek poëzie altijd in de aanloop naar de Dodenherdenking, wanneer een leerling een zelfgeschreven gedicht over de oorlog en Bezetting mag voorlezen. Dan komt voor sommige mensen in de klas poëzie meer tot leven.”

    Voor wie de workshop gemist heeft, Deckwitz geeft vaker lezingen en workshops over het begrijpen van poëzie. Haar boek Olijven moet je leren lezen is verkrijgbaar bij Atlas Contact.

     

     

  • Een avond Poetry International

    Het is een warme woensdagavond in Rotterdam als de 47e editie van Poetry International  plaatsvindt. Dit keer in het sfeervolle RO theater in plaats van in de imposante Rotterdamse Schouwburg. Waar ik mij voorgaande jaren (was het 2009 en 2014?) in een elegant poëziepaleis waande en over de glanzende stenen vloer schreed met het geluid van rinkelende glazen in mijn oren, bevind ik mij nu met beide benen op (artistieke) grond.

    Bohemien knus theater
    De foyer van het RO Theater is een eenvoudige kleine ruimte: één bar, wat tafeltjes met stoelen, tapijt op de vloer. Buiten op het terras zitten vooral vijftigplussers met een glas wijn het programma door te nemen. Een groepje festival-vrijwilligers en dichters bespreken uitgebreid hun uitgaansavonturen en nieuwe poëzie. Een vrouw steekt een joint op. Ik zie hoe een jonge dichter en een oudere dichter elkaar met warmte begroeten en informeren naar elkaars nieuwe bundels. Ik begrijp de keuze voor deze nieuwe locatie – dichters en hun bewonderaars horen thuis in bohemienne, knusse theaters.

    Om vijf voor acht hoor ik de vrouw van de joint zeggen dat we nog zeven minuten hebben. Ik loop naar de studiozaal om te gaan luisteren naar de voordracht van drie internationale dichters. In de studio hangt een aangename, lichte houtgeur. Achterin nemen bezoekers plaats op de tribune, enkele bezoekers kiezen een stoel bij een tafeltje dichtbij het podium. Het licht dimt en de gastheer introduceert de dichters.

    Reading: Three Poets
    Jeet Thayil (1959) is een Indiase vijftiger die met zijn gekleurde brillenglazen, pak en charisma, doet denken aan George Michael. Thayil introduceert elk gedicht met de (veelal exorbitante) titel, inhoud en een kort technisch verhaal over de vorm van het gedicht. Thayil vertelt in meerdere gedichten over het verwoestende effect van drugsgebruik, en over zijn eigen heroïne verslaving  (The Heroin Sestina).In een cynisch gedicht protesteert hij  tegen de Indiase overheid (The Rules For Citizens). Tenlotte is er ruimte voor humor. Bij het laatste gedicht, The Consolations of Age (De troost van het ouder worden), laat hij eerst een stilte vallen en dan: There are none. It is a blank page. Het publiek lacht, en Thayil lacht uitbundig mee.

    De volgende dichter is de Italiaanse Laura Accerboni (1985). Een kleine vrouw met een bos krullen neemt plaats achter de photo_laura_accerboni_4x4jpg_220x500microfoon. Ze citeert haar gedichten aan één stuk, waarbij het niet altijd duidelijk is waar het ene gedicht eindigt en het andere begint. Met grote, indrukwekkende ogen schetst ze ons bizarre, gewelddadige en surrealistische beelden voor. Ze slaat spijkers in haar handen zodat ze niet meer beven (‘’Coldness’’). In ‘’Yesterday the tallest boy’’ kauwt een zoon op stenen om zijn moeder te tonen dat een vernield huis alleen maar een vernield huis is. De mensen in het publiek zijn stil en lijken niet te weten hoe om te gaan met de dreunende woordenmars van Accerboni. Als ze klaar is krijgt ze een luid applaus.

    De laatste dichter is de Nederlandse Anneke Brassinga (1948), die vorig jaar de P.C. Hooft prijs won voor haar gehele poëzie oeuvre. Ze krijgt direct de volle aandacht van het publiek door haar indringende blik en vloeiende, verhalende voordracht. Brassinga deelt in haar gedichten veelal haar gemengde gevoelens en gedachten over vergankelijkheid. Eén van de mooiste voorbeelden hiervan is De goede afloop. Ze begint het gedicht met de vraag:

    Wat doen we hier eigenlijk?

    Later in het gedicht:

    Wat we niet doen is opletten/Of is de afgrond onzichtbaar, of/bestaat er geen afgrond voor je erin valt/langs gladde steenwand suist?

    Aan het einde van het gedicht raakt ze mij onverwacht met tederheid:

    In het gras naast de beek op de bodem/wacht God, zo blij als een moeder die al die/tijd thuis is gebleven, met ’n schaaltje pinda’s,/sherry in het glas. En vanachter de bloeiende/bomen, eindelijk daar komen ze, de vermisten/voor wie je onmisbaar, die jij niet missen kon.

    The Complete Works
    the_complete_works008jpg_220x500Na een pauze ga ik naar The Complete Works. Een documentaire van Justin Stephenson over het werk van de experimentele Canadese dichter bpNichol (1944-1988), een pionier in de concrete-, sound– en digital poetry. Dit zijn termen die ik nog nooit gehoord heb, dus ik ben nieuwsgierig. In de documentaire verschijnen verschillende oude vrienden van bpNichols die zijn werk citeren en iets vertellen over hun band met de dichter.

     

    Een rode draad is de vriend die het gedicht Billy The Kid voorleest: een kort verhaal over een cowboy die vanwege zijn kleine geslachtsdeel allerhande onverstandige beslissingen neemt, zoals het neerschieten van mensen. Een andere vriend laat een voorbeeld zien van bpNichols sound poetry: hij maakt een geluid wat lijkt te beginnen als een normaal woord, maar vervolgens alle kanten op gaat – van hoog en snel gepiep tot een lange, uitgerekte geeuw. Het publiek lacht voorzichtig. De voordrachten worden afgewisseld met korte fragmenten van geluid, beeld en poëzie. Wat deze fragmenten precies zijn wordt niet duidelijk: is het het originele werk van bpNichols, is het kunst waarbij bpNichols’ poëzie wordt gebruikt of is het iets anders? Deze vraag blijft mij bezig houden.

    Met mijn hoofd vol poëzie verlaat ik het theater. Buiten is het afgekoeld en begint het te schemeren. Ik loop de Witte de Withstraat uit en denk aan de dichters op het terras, dat ze geïnspireerd naar huis zullen gaan. Net als ik.

     

  • Hagar Peeters wint Fintro Literatuurprijs 2016

    De grootste literaire prijs in België werd gewonnen door dichter Hagar Peeters. Ze won met haar debuutroman Malva de Fintro Literatuurprijs. De lezersjury koos auteur P.F. Thomése met zijn boek De onderwaterzwemmer, een roman over een jongen die in de laatste jaren van de oorlog zijn vader kwijtraakt. De prijs werd in 1995 als Gouden Uil ingesteld en is nog nooit door een vrouw gewonnen. Ook voor het eerst was er geen Belgische schrijver genomineerd voor de prijs. Lacherig werd wel gezegd dat hiermee revanche werd genomen op de EK, waar Nederland niet voor gekwalificeerd is maar België wel. Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro en een sculptuur verbonden.

    In een recensie op deze site van Malva, ‘Wat een fantastisch boe,  een geweldig onderwerp, beschreven vanuit een zeer verrassend perspectief in puur poëtische taal. Het boek van het jaar!’

    Malva gaat over de gehandicapte dochter van een Nederlandse vrouw en de beroemde Chileense dichter Pablo Neruda (1904-1973). Hij verbant het kind uit zijn leven. Het meisje had een waterhoofd en overleed op achtjarige leeftijd. Ze werd begraven in Den Haag. Peeters voert haar op als alleswetend personage waardoor ze slim en ironisch overkomt. Alles om te voorkomen dat ze als een meelijwekkend meisje te boek zou staan. “Het verzwegen kind kan ineens alles vertellen,” liet ze vorig jaar in een interview met Arjan Peters weten.

    Peeters’ reactie op de prijs: ‘Soms weet je niet of je nu een schrijver bent of niet. Tijdens het schrijven vroeg ik me dat vaak af. Op dit moment voel ik me meer schrijver dan ik me ooit gevoeld heb.’

    Andere genomineerden dit jaar waren Stephan Enter met Compassie, Connie Palmen met Jij zegt het, Inge Schilperoord met Muidhond en P.F. Thomése met De onderwaterzwemmer.

    Vorig jaar ging de prijs naar Mark Schaevers voor zijn boek Orgelman en koos de lezersjury De consequenties van Niña Weijers tot beste boek.

     

  • Fleur de Weerd wint VPRO Bob den Uylprijs 2016

    De prijs voor het beste Nederlandstalige reisboek uit het afgelopen kalenderjaar is naar Fleur de Weerd gegaan voor haar boek Het land dat maar niet wil lukken (Atlas/Contact). De prijs, waaraan een bedrag van 7.500 euro is verbonden, werd zondagmiddag 5 juni uitgereikt in de Amsterdamse Hortus.

    Vanaf 2012 tot begin dit jaar was De Weerd verslaggever vanuit Oekraïne voor dagblad Trouw. Volgens de jury is Het land dat maar niet wil lukken, een onbevangen en gelaagd reisboek over het ontwrichte Oekraïne.

    Aan de hand van vele conversaties en anekdotes krijg je inzicht in de onderliggende dynamiek van de Oekraïense samenleving. Door onze normatieve opvattingen over goed en fout aan het wankelen te brengen, weet ze een helder licht te werpen op het grijze gebied daar tussenin. Geraffineerd legt ze het spanningsveld in de regio bloot, waarna de lezer achterblijft in het besef dat een oplossing voor dit conflict nog heel ver weg is.

    Fleur de Weerd (1985) ontving de prijs uit handen van juryvoorzitter Clairy Polak. De jury prijst de wijze waarop ze het ontwrichte Oekraïne portretteert aan de hand van vele ontmoetingen met gewone Oekraïners: boeren, feministen, ultranationalisten, huwelijksmakelaars, kozakken en prostituees. Onbevangen beweegt De Weerd zich langs de grenzen van het conflict, zonder de menselijke verhoudingen uit het oog te verliezen. Gaandeweg begint de lezer iets te begrijpen van dit land en zijn grillige geschiedenis, om uiteindelijk te beseffen dat een oplossing voor dit conflict nog heel ver weg is.

    De oveverige genomineerde waren:
    Laurens Samsom  – Tegendraadse dromen. Dwars door Israël en de Palestijnse gebieden (Prometheus)
    Sandra Smallenburg – Expeditie Land Art. Landschapskunst in Amerika, Groot-Brittannië en Nederland (De Bezige Bij)
    Laura Starink  – De schaduw van de grote broer. Letten en Russen, Joden in Polen, Duits Kaliningrad, Oorlog om Oekraïne (Atlas/Contact)
    Tommy Wieringa – Honorair Kozak (De Bezige Bij)

    De jury werd dit jaar gevormd door Clairy Polak (voorzitter), Karin Amatmoekrim (schrijver en letterkundige), Mathijs Deen (schrijver en radiomaker), Alexander Reeuwijk (schrijver) en Rosan Smits (hoofd Conflict Research Unit bij Clingendael).

    Zondag 12 juni is Fleur de Weerd te gast in VPRO Boeken, NPO1 om 11.20 uur

    Op vpro.nl/boeken is het hele juryrapport en informatie over de genomineerde auteurs te lezen.