Dit jaar wordt er voor het eerst met een shortlist gewerkt voor de uiteindelijke winnaar van de driejaarlijkse Dr. Elly Jaffé Prijs wanneer ook het Elly Jaffé stipendium bekend wordt gemaakt. De shortlist werd op 20 maart j.l. vrijgegeven. Vertalers Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes zijn de genomineerden voor de beste literaire vertaling uit het Frans. Al is niet iedereen blij met de shortlist. Anneke Alderlieste (1943) heeft zo haar bedenkingen hierover. ‘De prijs is tot nu toe altijd, hupsakee, aan één winnaar toegekend. Die kon dan bij de uitreiking een prachtig doorwrocht dankwoord uitspreken. Ik heb mevrouw Jaffé nog gekend, volgens mij wilde zij dat zo. Persoonlijk verheug ik me er niet op dat we straks allemaal in spanning zitten af te wachten wie de winnaar wordt.’
Lees meer op de site van de Auteursbond waar de genomineerden vertellen hoe ze soms jarenlang puzzelen aan vertalingen om ze in alle opzichten recht te doen aan het Franstalige origineel. Met eindeloos geduld zoeken naar Nederlandse zinnen die de juiste beelden, klanken en gevoelens van een boek oproepen. Maar alles met liefde voor de taal en het verhaal.
De prijsuitreiking vindt plaats op 31 mei 2018 in Vondel CS in Amsterdam. De winnaar ontvangt € 40.000 euro. Ook is er een Stipendium van € 7.000,- te vergeven als aanmoediging voor beginnende vertalers. De drie genomineerden voor het Stipendium 2018 zijn Carlijn Brouwer, Gertrud Maes en Eva Wissenburg. De jury 2018 bestaat uit Philip Freriks, Rudi Wester, Wineke de Boer en Eric Metz.
De Dr. Elly Jaffé Prijs werd in 2001 ingesteld op initiatief van mevrouw Elly Jaffé (1920-2003). Zij gaf les, maakte vertalingen en was jarenlang literair criticus van Franse literatuur voor het weekblad De Groene Amsterdammer.
Eerdere prijswinnaars waren Hans van Pinxteren (2001), Marianne Kaas (2003), Rokus Hofstede (2005), Jeanne Holierhoek (2007), Mirjam de Veth (2009), Jan H. Mysjkin (2012) en Hannie Vermeer-Pardoen (2015).
De driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs 2018 gaat naar non-fictie kinderboekenschrijfster Bibi Dumon Tak (1964) voor haar hele oeuvre. Dumon Tak debuteerde in 2001 met Het koeienboek bij Querido waarna er achttien titels volgden, allen over dieren, met uitzondering van een boek over jeugd-delinquenten Rotjongens (2007). Ze ontving meerder keren een zilveren griffel voor haar boeken en in 2012 een gouden griffel – de hoogste waardering voor een Nederlandstalig kinderboek – voor Winterdieren. Haar laatste boek Het heel grote vogelboek, verscheen in 2017 bij Lannoo. Het is voor het eerst dat deze prijs gaat naar een kinderboekenschrijver van non-fictie.
Volgens de jury laat het oeuvre van Bibi Dumon Tak zien dat er voor een verhaal dat in vervoering brengt, geen verzinsels nodig zijn: ‘Vervoering bereik je met de blik van een kind – onbevangen, origineel en eerlijk – en de pen van een dichter – eigenzinnig, esthetisch en persoonlijk. En dan kijken, en schrijven. Datgene doen en datgene maken waarmee de literatuur zich van alledaagse tekst en taal onderscheidt. Die blik en die pen bezit Bibi Dumon Tak als geen ander.’
De Theo Thijssen-prijs is een oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur die in 1964 als eerste werd uitgereikt aan Annie M.G. Schmidt.
De jury bestaat uit: Jaap Friso, Martha Heesen, Sara van den Bossche, Thomas de Veen en Anna Woltz (voorzitter).
Recente laureaten zijn, Martha Heesen (2015), Sjoerd Kuyper (2012) en Ted van Lieshout (2009). Ook de oeuvres van onder meer Paul Biegel, Tonke Dragt, Els Pelgrom, Joke van leeuwen, Guus Kuijer en Willem Wilmink werden eens bekroond met deze prijs.
Aan de prijs is een bedrag van 60.000 euro verbonden en wordt uitgereikt op donderdag 20 september 2018 in het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum.
Murat Isik was geen gedoodverfde winnaar maar won wel de felbegeerde prijs waaraan een bedrag van 50.000 euro verbonden is. Dat werd dinsdagavond 7 mei in Nieuwsuur bekend gemaakt. De jury spreekt van een “universele, beklemmende en diep menselijke” roman. Maurat Isik wint de prijs met zijn coming of age roman Wees onzichtbaar dat volgens de jury een niet te negeren roman is: ‘Isik trekt je vanaf de eerste bladzijde met de vanzelfsprekende autoriteit van de geboren schrijver het verhaal binnen’ en is rijk ‘aan krachtige details en treffende observaties’.
Juryvoorzitter Abdelkader Benali prees de roman als ‘een universele, beklemmende en diep menselijke roman (…)Murat Isik trekt je vanaf de eerste bladzijde met de vanzelfsprekende autoriteit van de geboren schrijver het verhaal binnen.’
‘Deze prijs draag ik op aan de Bijlmer‘, zegt Murat Isik, die zichtbaar aangedaan is op het moment dat zijn naam als winnaar uit de bus komt, in zijn dankwoord. ‘De wijk van mijn kinderjaren. Nu eens kleurrijk en warm, dan weer grijs en kil. Een belangrijk personage in mijn roman en een plek waar ik in mijn dromen nog altijd ben.’
Het zeshonderd pagina’s tellende Wees onzichtbaar vertelt het verhaal van Metin Mutlu die in 1983 als vijfjarige met zijn ouders en zusje via Duitsland, in de Amsterdamse Bijlmer terechtkomt. Het gezin is afkomstig uit Oost-Turkije en behoort tot het Zaza-volk, een oude Iraanse minderheid die verwant is aan de Koerden. De tirannieke vader Metin kleineert en onderdrukt het gezin en geeft een groot deel van de maandelijkse gezinsuitkering uit aan gokken en drinken.
Voor de roman putte Murat Isik uit zijn eigen leven. ‘Dat is mijn rol in het leven. Als schrijver is het prettig, als kind was het vaak zwaar,‘ zei hij vorige week in een interview in de Volkskrant. Toch wist hij zich aan zijn stigma te onttrekken. Ook zijn moeder volgde een opleiding en werd voedingsassistent in een Amsterdams ziekenhuis.
Schrijfster Renske van den Broek (1976) en dichter Anne van Winkelhof (1991) die in 2017 hun literaire debuut maakten in Hollands Maandblad zijn onderscheiden met de ‘Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurzen’ 2017/2018 ter waarde van elk 1000 euro.
De jury over de poëzie van Van Winkelhof: ‘waarin zowel met een glimlach de bitterheid des levens als met een kartelrand de zoetheid van het bestaan eigenzinnig wordt verwoord. Hier is een dichter met gevoel voor het menselijk tekort en de onpeilbaarheid der dingen aan het woord’.
Over het proza van Van den Broek zei de jury: ‘in deze vertellingen wordt het bestaan ontrafeld als een doolhof waarin de enige uitgang richting labyrint voert. Een terugkerend thema is de vage grens tussen dader en slachtoffer, die beiden waden door dezelfde duistere poel des levens’.
De prijzen werden uitgereikt tijdens het jaarlijkse Hollands Maandbladliteratuurfeest in Amsterdam.
Eerdere laureaten van de Hollands Maandblad Beurzen zijn o.a. Vrouwkje Tuinman, Philip Huff, Kira Wuck, Bregje Hofstede, Gerda Blees, Pieter Kranenborg en Marieke Lucas Rijneveld.
Hollands Maandblad werd in 1959 opgericht door K.L. Poll. Tot de medewerkers behoren onder meer J.M.A. Biesheuvel, Philip Huff, Arnon Grunberg, Kira Wuck, Eva Gerlach, Thomas Heerma van Voss, H.L. Wesseling, Mark Boog, Marieke Lucas Rijneveld en Maarten ’t Hart.
Gisteren werd op Wereldboekendag door de jury van de Filter Vertaalprijs in samenwerking met Het Literatuurhuis Utrecht bekend gemaakt dat van de vijf genomineerden Martin de Haan voor de nieuwe vertaling van Choderlos de Laclos, Riskante relaties (Arbeiderspers) de prijs gewonnen heeft.
LesLiaisons dangereuses is een omvangrijk werk en werd de afgelopen vijftig jaar al driemaal eerder vertaald. Volgens de jury is met de vertaling van Martin de Haan pas ten volle van het boek te genieten.
Martin de Haan (1966) is essayist en vertaler van (voornamelijk) Franse literatuur. Hij is onder meer vaste vertaler van Milan Kundera en Michel Houellebecq. In samenwerking met vertaler Rokus Hofstede vertaalde Martin de Haan werk van o.a. Régis Jauffret en Marcel Proust. Als essayist publiceerde hij een boek over Michel Houellebecq, Aan de rand van de wereld, en tal van beschouwingen in dagbladen en tijdschriften.
De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks beschikbaar gesteld voor de meest bijzondere vertaling uit het voorgaande jaar. Het prijzengeld bedraagt € 10.000 en werd dit jaar bijeengebracht door de uitgeverijen Atlas Contact, Boom, De Bezige Bij, Lebowski, Singel Uitgeverijen, Vantilt, Van Oorschot, Wereldbibliotheek en enkele anonieme begunstigers die hiermee willen bijdragen aan een hogere waardering voor vertaalprestaties.
Overige genomineerden waren:
Kiki Coumans voor Het raam gaat open als een sinaasappel van Guillaume Apollinaire (Uitgeverij Vleugels)
Piet Gerbrandy en Casper de Jonge voor Poëtica van Aristoteles (Historische Uitgeverij)
Lisa Thunnissen voor De cowboykampioen van Aura Xilonen (Uitgeverij Wereldbibliotheek)
Han van der Vegt voor Omeros van Derek Walcott (Bananafish)
De jury bestond dit jaar uit Jacqueline Bel (voorzitter), Erik van den Berg, Harm-Jan van Dam, Vicky Francken, Robbert-Jan Henkes (winnaar van de prijs in 2017) en Eva Wissenburg (secretaris).
Literair Nederland feliciteert Judith Herzberg van harte met de Prijs Der Nederlandse Letteren. Na Remco Campert, die deze driejaarlijkse prijs in 2015 ontving, krijgt schrijfster Judith Herzberg dit jaar de prijs voor haar hele oeuvre.
Judith Herzberg (1934) debuteerde in 1963 met de dichtbundel Zeepost. Daarna volgden onder meer de bundels Beemdgras, Strijklicht, 27 liefdesliedjes, Wat zij wilde schilderen, Zoals en Soms vaak. De bloemlezing Doen en laten behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken. De jury roemt de eenvoud in haar poëzie als ook haar precieze observaties uit het dagelijkse leven en noemt haar poëzie ‘hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex’.
‘Haar werk kan zich meten met dat van Nobelprijswinnares Wisława Szymborska. Haar toon is altijd natuurlijk, zo natuurlijk dat die alleen maar het gevolg kan zijn van een enorme beheersing van taal en vorm, van techniek. Die beheersing blijkt ook uit de manier waarop ze klank gebruikt. Haar taal nadert de muziek’, zo stelt de jury onder voorzitterschap van Marita Mathijsen-Verkooijen.
Herzberg schreef ook toneelstukken die volgens de jury in de jaren tachtig ‘baanbrekend’ was. Het stuk ‘Leedvermaak’ heeft een onuitwisbare indruk gemaakt door de schijnbaar luchthartige manier waarop zij het zwijgen over oorlogservaringen verwoordt’.
In 1997 kreeg Herzberg de P.C. Hooftprijs voor haar hele oeuvre. Naast toneel schrijft Herzberg ook proza, uitgegeven in onder meer Liever brieven en Er was er eens en er was er eens niet. Dit jaar kwam Brieven 1962-1974, uit, een briefwisseling tussen dichter Chris J. van Geel en Judtih Herzberg.
In november ontvangt Judith Herzberg de onderscheiding uit handen van koning Willem-Alexander.
Aan de prijs is een bedrag van 40.000 euro verbonden.
Biografen moeten nieuwsgierig zijn naar de levens van hun biografelingen*. Dat betekent niet dat ze alles dat tijdens hun onderzoek te weten komen zomaar – zonder twijfel en zonder scrupules – aan het papier toevertrouwen. Zeker als het gevoelige informatie betreft is zorgvuldigheid geboden. Soms staat de eigen positie als biograaf ter discussie. Ook dan moet verantwoording worden afgelegd.
Tijdens ‘Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker’, georganiseerd door het Louis Couperus Genootschap, gingen Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunisse en Wim Hazeu in op hun ‘pijnpunten’.
Foute ideeën en sympathieën Elisabeth Leijnse wist min of meer waar ze aan begon toen ze de biograaf werd van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk. Cécile had uitgesproken opvattingen over joden. Ze was een overtuigd antisemiet. Geen moment heeft Elisabeth Leijnse gedacht dat ze die kant van Cécile de Jong van Beek met de mantel der liefde moest bedekken.
In zekere zin was het antisemitisme van Cécile – getrouwd met een jood – zelfs een godsgeschenk. Elisabeth Leijnse liet zich bij de keuze van de constructie van haar biografie leiden door in haar ogen interessante tegenstellingen en paradoxen. Zo was zus Elsa – getrouwd met een antisemiet – bijvoorbeeld een anti-antisemiet. Het contrast tussen beide zussen is de basis geworden van Cécile en Elsa: strijdbare freules. Een biografie, waarin de paradox opvoeding c.q. privéleven versus ideologie en de ontstaansgeschiedenis van het antisemitisme en collaboratie in Frankrijk belangrijke elementen zijn.
In de researchfase raadpleegde Elisabeth Leijnse andere biografieën waarin netelige kwesties aan de orde kwamen. Wat ze over de persoonlijkheidsstoornis van Alma Mahler las, sterkte haar in haar opvatting dat zij de oorzaken van het antisemitisme niet alleen moest zoeken in karakterologische kenmerken van haar biografeling, maar ook in externe factoren.
Punt van aandacht was hoe binnen het kader van het boek kritiek op het antisemitisme te verwoorden. Elisabeth Leijnse koos er uiteindelijk voor om Elsa degene te laten zijn die commentaar geeft en haar verontwaardiging uit. Volgens de biografe een logische en verantwoorde keuze: het antisemitisme van haar zus had impact op Elsa. Dat blijkt uit de beschikbare bronnen.
Een heikel punt was de manier waarop het antisemitische gedachtengoed zelf in de biografie van de freules de Jong van Beek en Donk terecht zou komen: citeren of parafraseren. De biografe vatte vooral veel samen en zag bovendien af van het opnemen van karikaturale tekeningen en cartoons die gebruikt werden om ideeën te verspreiden.
De objectiviteit van de biograaf Hij werkt inmiddels al geruime tijd aan de biografie van Heinz Polzer / Drs. P, maar het boek is nog lang niet klaar. Toch houdt één vraag Michèl de Jong nu al bezig: hoe voer ik mezelf op in het verhaal als ik toe ben aan de laatste tien jaar van zijn leven? Michèl de Jong is namelijk niet alleen de biograaf van Heinz Polzer / Drs. P, hij kende hem ook tamelijk goed en was tien jaar hecht met hem bevriend.
Dat zou kunnen betekenen dat de objectiviteit van de biograaf in het geding is. Michèl de Jong is zich bewust van het dreigende gevaar, maar verwacht niet dat hij in een valkuil zal trappen. Dat de eerste 85 levensjaren van Heinz Polzer / Drs. P voor hem net zo’n onontgonnen gebied zijn als voor iedere andere biograaf, speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien kan bewondering op zich volgens Michèl de Jong geen kwaad – ‘echte vrienden kun je niet kritiekloos bewonderen’ – en is fascinatie niet per se een bezwaar.
Een pijnpunt is zijn eigen verschijnen in het laatste hoofdstuk van de biografie niet, maar hij worstelt dus nog wel met de manier waarop hij zichzelf op gaat voeren en wat de consequenties daarvan zijn voor het vertelperspectief. Wordt hij een ‘ik’ of stapt er straks een Michèl de Jong de biografie binnen. De biograaf houdt zich aanbevolen voor suggesties.
Zwaar woog voor Michèl de Jong lang de vraag of de zeer op zijn privacy gestelde Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring wel zou hebben gegeven aan het schrijven van een biografie. Is het geen verraad aan de vriendschap? Tweeënhalf jaar na de dood van zijn biografeling vond Michèl de Jong een sonnet dat voor hem bestemd was. Daarin sprak Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring uit voor het werk dat De Jong begonnen was. Dat was toch een pak van zijn hart.
Uit de slaapkamer klappen Frans Coenen was niet alleen belangrijk als aanjager van de literaire carrière van Clare Lennart, hij vervulde ook een aantal jaren de rol van minnaar in een relatie die door sadomasochisme gekenmerkt werd. Toen Petra Teunissen, biografe van Clare Lennart, de beschikking kreeg over de achthonderd brieven die haar biografeling en Frans Coenen elkaar schreven, kon ze niet meer om dat gegeven heen. Hoewel ze het liever niet geweten had, kon ze die kennis niet meer ongedaan maken en moest ze beslissen of ze de lezers van haar biografie met de feiten zou confronteren.
Ze stelde zichzelf drie vragen – de filters van Socrates indachtig: is het waar? Is het nodig? Is het aardig? Waar was het, dat wist ze zeker. De sadomasochistische voorkeuren van Frans Coenen waren al uit andere bronnen bekend. Dat op sm geen taboe meer rust, maakte het prijsgeven minder beladen.
Was het nodig? Ja, want ook buiten de slaapkamer was de relatie tussen Frans Coenen en Clare Lennart ongelijkwaardig. Het creëren van afhankelijkheid was een strategie van Coenen. Hij hield er een harem van jonge (schrijvende) vriendinnen op na.
Is het aardig? Nee. De biograaf is hier een voyeur. Een professionele dief. Clare Lennart liep niet met haar privéleven te koop, zij was uitermate gereserveerd.
Toch koos Petra Teunissen er in Voor ’t gewone leven ongeschikt: een biografie van Clare Lennart uiteindelijk voor om expliciet, maar objectief – dus zonder te oordelen – over de aard van de seksuele relatie van Clare Lennart en Frans Coenen te schrijven, omdat het voor het psychologische portret van Clare Lennart belangrijke informatie is. Frans Coenen was haar mentor, minnaar en meester. Maar hij was ook een vaderfiguur. Bij hem vond ze geborgenheid. Zoals ze ook geborgenheid vond bij Wim van den Boogaard, de man met wie ze al een aanzienlijk deel van haar leven samen was voordat ze uiteindelijk met hem trouwde.
Rekening houden met nabestaanden Het verschijnen van zijn biografie van Lucebert ging gepaard met de nodige commotie. Voordat Bertus Swaanswijk Lucebert werd, liet hij zich enthousiast uit over nazi-ideeën. Wim Hazeu had Lucebert: biografie al zo goed als af toen hem de brieven waaruit dat bleek ter hand werden gesteld. Hij moest de nieuwe informatie inpassen in het verhaal dat hij al geschreven had (hij zocht en vond verklaringen voor de foute sympathieën van Bertus Swaanswijk: hij wilde het huis uit en kunstenaar worden; hij leed aan avontuurzucht; hij was gevoelig voor beïnvloeding; hij was een bewonderaar van Duitse literatuur ). Een verhaal waarin tot dat moment angst en een bijzondere vriendschap als rode draad fungeerden.
Wim Hazeu overwoog geen moment om de informatie uit de op de valreep ter inzage gekregen brieven achter te houden. Als het om het optekenen van de levens van zijn biografelingen gaat, kent Wim Hazeu geen taboes, maar wel fatsoen. Hij is bereid om rekening te houden met nog levende familieleden. Met de weduwe van Gerrit Achterberg die ervan overtuigd was dat haar man de biografie niet gewild had, maakte hij afspraken. Hij las haar ook ter harer geruststelling passages uit de biografie voor. Passages waarin het niet om haar man draaide, maar om haar. Toen de weduwe Achterberg overleed, voelde Wim Hazeu zich vrij om de censuur die hij had toegepast op te heffen en voegde een appendix aan de biografie toe.
In het geval van Lucebert hoefde Hazeu geen rekening te houden met de gevoelens en wensen van een weduwe, die waarschijnlijk niet op de hoogte was van de brieven en de inhoud.
Wat zou de biograaf gedaan hebben als de weduwe van Lucebert nog wel geleefd had? Dan zou hij waarschijnlijk minder kritisch geschreven hebben over de kwestie of de publicatie van het boek uitgesteld hebben tot na haar dood. En voor het geval hij eerder dan zij zou overlijden, zou in zijn testament verwezen zijn naar het manuscript van de biografie, met de vermelding dat het boek pas na de dood van Tony Swaanswijk-Koek gepubliceerd zou mogen worden. Dat de kinderen van Lucebert nog leven, realiseert Wim Hazeu zich. En ook dat de onthullingen over hun vader voor hen meer dan pijnlijk zijn.
Biograferen is geen kwestie van klakkeloos een leven beschrijven. Biograferen is samenhang aanbrengen op basis van een door de biograaf geformuleerde visie op een leven. Een biograaf wordt verondersteld ethisch te handelen en niet moedwillig schade toe te brengen aan het imago van zijn biografeling. Daarbij moeten biografen regelmatig balanceren op een slap koord. Ze kennen zonder uitzondering de door Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunissen en Wim Hazeu aangestipte ‘pijnpunten’, al zal niet iedere biograaf er in gelijke mate mee geconfronteerd worden.
* In Vierspan: over biografieën en het schrijven ervan introduceert Jan van der Vegt de term ‘biografeling’ voor degene die het onderwerp is van een biografie. Wim Hazeu pleitte tijdens Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker voor een breed gebruik van het woord.
De longlist voor de Europese Literatuurprijs 2018 is bekend. Literair Nederland zet hier de zeven titels bij elkaar die wij in 2017 recenseerden of zijn opgenomen in ‘Het eindejaarslijstje 2017’. De longlist toont een grote variëteit van de hedendaagse Europese literatuur en de Nederlandse vertaalcultuur.
De acht bergen – Paolo Cognetti, vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone (De Bezige Bij), uit het eindejaarslijstje 2017 Martin Lok.
Het achtste leven (voor Brilka) – Nino Haratischwili, vertaald uit het Duits door Elly Schippers en Jantsje Post (Atlas Contact).
Tijl – Daniel Kehlmann, vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts (Querido) en werd besproken door Adri Altink.
De vos – Dubravka Ugrešić, vertaald uit het Kroatisch door Roel Schuyt (Nijgh & Van Ditmar) en werd besproken door Adri Altink.
Elf Nederlandse boekhandels selecteerden twintig titels die naar hun oordeel tot de beste Europese romans behoren die in 2017 in het Nederlands zijn verschenen. Romans die vertaald werden uit negen verschillende talen. De prijs bestaat uit € 15.000 waarvan € 10.000 voor de schrijver en € 5.000 voor de vertaler van het winnende boek.
Kijk hier voor de overige twintig genomineerden voor de longlist Europese Literatuurprijs 2018.
Voor de vierde maal werd woensdagavond 21 februari in het Amsterdamse Lloyd Hotel & Culturele Ambassade de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt. Annelies Verbeke werd met haar verhalenbundel Halleluja (De Geus, 2017) de gelukkige winnaar. Volgens de jury is: ‘Halleluja is een doorwrochte bundel vol prachtige zinnen, sterke vondsten, geloofwaardige eigenaardigheden en personages om in je hart te sluiten – en soms ver van je vandaan te houden.’
De Biesheuvelprijs is de eerste literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel. Aan de prijs was dit jaar een bedrag van € 7.336 verbonden. Dit bedrag is geheel door middel van crowdfunding bijeengebracht – wat uniek voor een literaire prijs is.
De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2018 bestaat uit Babs Gons (schrijver, performer, theatermaker, docent), Marieke de Groot (boekverkoper), Theo Hakkert (journalist, recensent) en Sanneke van Hassel (schrijver).
Overige genomineerden waren: Vonne van der Meer met Brood, zout, wijn (Atlas Contact 2017) en Joubert Pignon met Mooie lieve schat (Atlas Contact 2017)
Vandaag werd bekend dat Nelleke Noordervliet het essay voor de Maand van de Geschiedenis, die in oktober wordt gehouden, zal schrijven. Haar werk kenmerkt zich door een grote interesse voor het verleden. Noordervliet schreef een aantal historische romans en boeken over geschiedenis. Opvallend is dat in de romans die in het heden spelen, haar personages achtervolgt worden door hun verleden waaraan ze trachten te ontsnappen of waarmee ze in het reine moeten komen.
Noordervliet voelt zich vereerd dat ze deze opdracht kreeg. Ze is enthousiast over het thema en zegt het een heerlijk onderwerp te vinden om over te schrijven.
Nelleke Noordervliet (1945) debuteerde in 1987 met Tine of De dalen waar het leven woont, een fictief dagboek van Multatuli’s eerste vrouw. Naast diverse historische romans schreef ze boeken voor het Rijksmuseum en de Hermitage Amsterdam. Z ise columnist voor Trouw en bij het NPO Radio 1- geschiedenisprogramma OVT op de zondagmorgen. Als essayist voor de Maand van de Geschiedenis werd zij voorgegaan door onder anderen Herman Pleij, Fidan Ekiz en Ahmed Aboutaleb.
Hoofdorganisator van de Maand van de Geschiedenis is het Nederlands Openluchtmuseum en werkt samen met ruim veertig culturele, toeristische en mediapartners samen om de Maand tot een succes te maken. De activiteiten tijdens de Maand van de Geschiedenis worden georganiseerd door bibliotheken, musea, boekhandels, archieven, historische verenigingen, gemeenten verspreid over heel Nederland.
Het essay is tijdens de Maand van de geschiedenis in de boekhandel te koop voor € 3,50.
Vrijdagavond werd in TivoloVredenburg in Utrecht het 16e NK Poetry Slam gestreden. In de zogeheten finalebattle ging het hard tegen hard, of ‘voorhoofd tegen voorhoofd’ zoals dichter Charlotte Van den Broek het omschreef. Hoewel de jury unaniem koos voor Asha Karami, was het publiek laaiend enthousiast waar het Aydagan betrof en en zorgde voor een overduidelijke applausmeting: Ozan Aydagan werd daarmee de winnaar van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam 2018.
De Utrechter won van zeven andere finalisten. De jury prees Aydagan om zijn ambachtelijke manier van slammen.
Naast het mogen dragen van de titel ‘Slampion 2018’ wint Aydogan een bedrag van 1000 euro en de wisseltrofee ‘De Gouden Vink’, vernoemd naar de initiator van de slam in Nederland, dichter Simon Vinkenoog.
Poetry Slam is een wedstrijd voor dichters waarin zowel tekst als voordracht wordt beoordeeld. Tot eerdere winnaars behoren o.a. Erik Jan Harmens, Krijn Peter Hesselink, Ellen Deckwitz, Kira Wuck, Daniël Vis, Daan Zeijen, Carmien Michels en Else Kemps.
Het NK Poetry Slam is onderdeel van de landelijke Poëzieweek 2018 (25 jan. – 31 jan.).
Vanavond werd voor de laatste maal de VSB Poëzieprijs uitgereikt, en wel aan dichter en Amsterdamse boekhandelaar Joost Baars voor zijn bundel Binnenplaats. Volgens de jury is het debuut van Joost Baars (42 jaar) een ‘hallucinante, mystieke bundel (…)’ die tijd vraagt om ‘erin door te dringen maar bij elke herlezing groeien deze gedichten en trekken ze je mee in hun zoektocht naar of confrontaties met het transcendente.’
De poëzieprijs en het daarbij behorende bedrag van 25 duizend euro werd hem in Diligentia in Den Haag overhandigd door juryvoorzitter Maaike Meijer. Met het uitreiken van de VSB poëzieprijs is tevens de poëzieweek van start gegaan.
Overige genomineerden voor deze poëzieprijs waren Charlotte Van den Broeck met Nachtroer, Marije Langelaar met Vonkt, Tonnus Oosterhoff met Ja Nee en de bundel Leger van Mieke van Zonneveld genomineerd. De uitreiking van de VSB Poëzieprijs was ook gelijk de start van de Poëzieweek 2018 die als thema ‘Theater’ heeft.
Recensent Hettie Marzak over Binnenplaats: “Baars toont zich kwetsbaar, durft persoonlijk te zijn, diepe emoties te laten zien en kan deze uitdrukken in weloverwogen zinnen met originele beelden. Hier is iemand aan het woord die het vak van dichter verstaat.” Lees hier de hele recensie.