De schooljury’s hebben hun keuze gemaakt: schrijver Murat Isik heeft met zijn roman Wees onzichtbaar De Inktaap 2019 gewonnen. Isik werd genomineerd voor de literaire jongerenprijs dankzij het winnen van de Libris Literatuur Prijs 2018. Vandaag (12 maart) nam hij zijn prijs in ontvangst in de Doelen te Rotterdam. De andere genomineerden waren En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra (BNG Bank Literatuurprijs 2017) en De mensengenezer van Koen Peeters (ECI Literatuurprijs 2017).
De Inktaap is de jongerenprijs van de Nederlandse literatuur. Scholieren van 15 tot en met 19 jaar van het voortgezet onderwijs lezen de winnende titels van de BNG Bank Literatuurprij, ECI Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs, en kiezen daaruit hun favoriet.
‘Een vlot te lezen boek, dat een diepe indruk maakt en dat tot op de laatste pagina boeiend blijft.’ Aldus de schooljury.
Dat het lezen van de genomineerden en het kiezen van een winnaar de scholieren meer betrokken maakt bij de Nederlandse literatuur is een niet onbelangrijk aspect van De Inktaap.
Zo deed het Odulphuslyceum in Tilburg voor de vierde keer mee aan De Inktaap. Een docent en jurybegeleider van dat lyceum zei hierover: ‘(…) verreweg de meeste boeken vertellen een verhaal dat onze leerlingen tot denken aanzet. Denken over de manier waarop zij zichzelf in een bepaalde situatie zouden gedragen, of een beeld vormen van een wereld die nu niet direct de jouwe is. Er worden verhalen verteld en gelezen en verteld en gelezen. Primaire levensbehoeften.’
Sinds 2002 ontvingen onder meer Harry Mulisch (Siegfried, 2003), A.F.Th. van der Heijden (Het schervengericht, 2009), Ilja Leonard Pfeijffer (La Superba, 2015), Connie Palmen (Jij zegt het, 2017) en Martin Michael Driessen (Rivieren, 2018) de prijs.
Wat aangeeft dat goede literatuur zeker ook aan jongeren is besteed.
Tsead Bruinja (1974) wordt vanavond in de Balie in Amsterdam officieel benoemd tot Dichter des Vaderlands en volgt hiermee Ester Naomi Perquin op, die de afgelopen twee jaar deze functie vervulde. Tien jaar geleden, toen de Dichter des Vaderlands nog publiekelijk gekozen werd, deed Bruinja al een gooi om als eerste dit ambt te bekleden. Toen koos het publiek met 3000 stemmen voor Gerrit Komrij (1944-2012). Komrij vervulde deze functie tot 2004.
Als Dichter des Vaderlands zal Tsead Bruinja de komende twee jaar de vinger aan de pols van de Nederlandse samenleving houden en optreden als ambassadeur van de poëzie. Een Dichter des Vaderlands is niet verplicht iets te schrijven, al moet er wel zes keer per jaar een gedicht van zijn/haar hand verschijnen. Die dan vervolgens worden gepubliceerd in de NRC.
Tsead Bruinja (1974) is een in Friesland geboren en in Amsterdam wonende dichter. Hij publiceert in het Fries en Nederlands, of tweetalig, zoals zijn laatste bundel: Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (2018).
In zijn eerste interview na de bekendmaking van zijn op handen zijnde benoeming in de NRC liet Bruinja weten dat hij de menselijke kant van een zaak wil belichten, de nuance wil zoeken. ‘Maar’, zegt hij in datzelfde interview: ’ik moet ook ruimte hebben om boos te zijn – en dan misschien ongelijk te krijgen. … dat is óók een stem in de samenleving. De publieke ruimte is een ontmoetingsplaats van uiteenlopende, uitgesproken meningen.’
Volgens de benoemingscommissie is Bruinja ‘een dichter die in eerlijke, eenvoudige woorden zowel gevoelig als scherp kan zijn, die een inval of anekdote tot gedicht kan verheffen en rauwheid en lyriek afwisselt’. Daarbij is Bruinja ‘een bevlogen ambassadeur voor de poëzie in de breedste zin: als bloemlezer, performer op podia en in de media, organisator van evenementen en aanjager van kruisbestuivingen met andere kunstvormen. Hij beweegt in zijn vaak geëngageerde dichterschap moeiteloos tussen binnenwereld en buitenwijk – en waar het wel moeite kost, levert dat spannende poëzie op.’
En dat is waar dit ambt, sinds de benoeming van Ramsey Nasr, om vraagt: maatschappelijk geëngageerd zijn om de vele lagen van een volk te kunnen benaderen. Dat is Tsead Bruinja wel toevertrouwd.
De dichter was amper benoemd of schreef al een gedicht voor het volk en …, nee, niet vaderland. Hierbij:
voor volk en moederland
nederland je gaf mij een dubbele tong
en vruchtbare grond waar ik tuintegels overheen leg
ik zwoer dat ik de hark en spade in de schuur zou laten
maar nu zie ik overal onkruid
straks moet ik nog ondergronds
om het met wortel en tak uit te roeien
nederland ik ben niet tegen je gepolder bestand
je heupen zouden alles kunnen oplossen
maar ze zitten op slot
nederland so what als de grond verzakt onder onze voeten
ik balanceer al jaren tussen hier en de overkant
en zie ze daar niet veel anders doen
er is ruimte op de dansvloer
en zijn manden van beschaving
waar we samen doorheen kunnen vallen
liefste bankiereklier mijn o vosselijn pass me die kruiwagen aub
er is een schuldberg die we moeten voeden
ik spuug in mijn handen en duw hem
in het zweet jouws aanschijns een mestvaalt op
en bedel gedwee om een hypotheek
nederland je gaf ons en de wereld waterwerken
baggeraars bruggen en bordeeleigenaren die bonnetjes schrijven
waarop ze hun onderneming een brasserie noemen
je bent mijn brea bûter en griene tsiis
my favourite slippery motherfucker ben je
en dat pakken ze ons nooit meer af
nederland ik ga van je vaderland een moederland maken
op de operatietafel met jou en je grote paddenstoel
het mes erin we gaan ruimte maken
ik zeg katsjing tegen je kassa nederland
samen laten wij ons de nagelkaas mooi niet van het brood eten
ik ga je een grote dienst bewijzen door te slapen met een ander
misschien moet leeuwarden je hoofdstad blijven en ga ik vlaanderen bezetten
dat vuurtje tussen ons gaat anders in een klap uit
nederland sluit je bordelen en maak je liefde gratis
pleur een paar bruggen over die middellandse zee en breid je helpdesk uit
ik wil de mensen wel te woord staan
nederland waarom kijk je zo sip
als ik je achterlijke zelfbeeld niet omarm
niemand wil een misogyne homofobe racist genoemd worden
waarom wil jij dat dan zo graag zijn?
nederland ik wil nooit je ex zijn
misschien word ik ooit je bruid
De benoemingscommissie bestond uit Arie Boomsma (bloemlezer en presentator), Radna Fabias (dichter), Eva Gerlach (dichter), Menno Hartman (Poëzieclub), Marije Koens (organisator poëzie-evenementen), Feline Steekstra (Poetry International) en Thomas de Veen (NRC).
‘Poëzie is het begin van een gesprek’ (uit: Nooit meer slapen Radio 1)
Kijk op Dichter des Vaderlands voor verschillende (radio) interviews met Tsead Bruinja.
De P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza is toegekend aan Marga Minco. Het is goed te vernemen dat drie literatoren ernaast zaten en Marga Minco, tegen hun verwachtingen in deze oeuvreprijs zal ontvangen. In de zaterdageditie (8-12-’18) van Trouw werd door drie kenners van de literatuur desgevraagd gespeculeerd welke schrijvers voor deze oeuvreprijs – die jaarlijks afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie – in aanmerking komen. De namen die vielen waren Jeroen Brouwers, Arnon Grunberg en Koos van Zomeren en op de valreep twee vrouwen: Nelleke Noordervliet en Mensje van Keulen.
Toen Minco’s naam werd genoemd waren ze het erover eens dat haar werk ‘uitmuntend en bekend’ is, maar haar oeuvre leek hen te klein om in aanmerking te komen en bovendien stond ze niet ‘midden in het literaire debat’. Op social media wisten ze beter, daar werd geopperd (zo meldde het stuk) dat Marga Minco de P.C. Hooft-prijs ‘nodig eens moest winnen’.
En dat gebeurde, dankzij de juryleden: Mathijs Sanders (voorzitter), Gustaaf Peek, Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur, die oordeelden dat Minco’s oeuvre dan wel bescheiden is ‘in toon en omvang, maar dat met iedere generatie blijft winnen aan zeggingskracht’. Waarmee deze jury laat zien dat wat van waarde is in het Nederlandse literaire landschap, niet uit het oog verloren mag worden.
Oorlogsjaren
Marga Minco (geb. Sara Menco, Ginneken, 1920) groeide op in een orthodox-joods gezin. Op 18 jarige leeftijd begint ze als film- en toneelcriticus bij de Bredasche Courant en schrijft daar ook haar eerste literaire stukjes. Ze wordt in 1940 ontslagen omdat ze joods is. Haar ouders worden verplicht naar de Amsterdamse Jodenbuurt te verhuizen, waar zij bij hen intrekt. Wanneer op een dag mannen de woning van de familie binnendringen, vraagt vader Minco of zijn dochter even de jassen wil halen. Deze kans benut zij om via een poortje in de tuin te ontsnappen. Een scene die in haar debuut, Het bittere kruid staat beschreven. Ze ziet haar ouders, broer en zus nooit meer terug. Minco gaat van onderduik naar onderduikadres. Haar ervaringen gedurende de bezettingsjaren zetten de toon voor haar latere schrijverschap. In haar oeuvre zijn al haar herinneringen en oorlogservaringen verwerkt.
Marga Minco trouwde na de oorlog met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) die zij in 1938 leerde kennen bij de krant. Ze kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.
Het bittere kruid
Minco is vooral bekend om haar debuut, Het bittere kruid (1957) waarvoor ze de Vijverbergprijs, (voorloper F. Bordewijkprijs) ontving. Vele jongeren, zo niet alle scholieren lazen deze kleine kroniek voor de leeslijst – Waarmee ‘Lezen voor de lijst’ dan toch zijn dienst bewijst. In 1985 werd het boek verfilmd. Daar was ze allerminst gelukkig mee omdat de film teveel afweek van haar boek. In de titelrol werd opgenomen dat Minco zich distantieerde van de film die dezelfde titel draagt als haar boek. Haar hele oeuvre bestaat uit zo’n zestien kleine romans, verhalenbundels en drie kinderboeken.
Andere bekende werken van Marga Minco zijn: Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004).
In 2015 verscheen in de reeks Gedundrukt van Van Oorschot, een twintigtal van haar beste verhalen en de met de tijd steeds indrukwekkender geworden roman Een leeg huis, onder de titel Na de sterren. Met de door haar zelf aangedragen titel van deze dundrukuitgave, speelt ze met haar bescheidenheid: zij komt, met een ‘dundruk’ na de schrijvers, ‘de sterren’ A. M.G. Schmidt en Carmiggelt.
Bescheidenheid
De 98-jarige schrijfster geeft sinds 2010 geen interviews meer, gelezen wordt ze nog steeds. Onlangs verscheen de 57ste druk van de kroniek Het bittere kruid. In 2015, rond de dundrukuitgave, stemde ze nog toe in een ‘papieren interview’ met Arjan Peters: ‘Dingen die ik noteren moet’: Acht vragen aan Marga Minco.’ (VK 2-10- ‘15).
In het radioprogramma ‘Nieuws en Co’, werd dochter Jessica Voeten gevraagd naar de reactie van haar moeder op de prijs. Marga Minco reageerde verrast en verheugd maar ook: ‘Hoe kan dat nou. Ik heb al zo lang niets meer geschreven.’
‘Maar het is voor je hele oeuvre’, sprak haar dochter. ‘Maar dat is niet zo groot,’ besloot de bescheiden schrijfster.
Uitreiking
Gezien de leeftijd en gezondheid van de laureaat zal de prijs van 60 duizend euro niet, zoals gebruikelijk, in mei worden uitgereikt in het Haagse Literatuurmuseum, maar in januari bij de schrijfster thuis.
In 1999 werd haar oeuvre bekroond met de Annie Romeinprijs en in 2005 met de Constantijn Huygensprijs.
In het afgelopen weekend ontving schrijver, essayist en columnist Maxim Februari de Heldringprijs voor zijn columns in NRC. De prijs werd uitgereikt tijdens de Nacht van NRC in Rotterdam. Februari schrijft wekelijks een column voor de opiniepagina van NRC. Volgens de jury bespreekt Februari de grote thema’s van deze tijd. De jury roemt de columnist als ‘een origineel schrijver en denker en een geweldig stilist met een fijnzinnig gevoel voor humor.’
Juryvoorzitter Xandra Schutte: ‘Februari schrijft op een literaire manier over actuele thema’s.’ Schutte tekende daarbij aan dat het bijzonder is waarop de columnist hiervoor de ik-vorm gebruikt: ‘Het is niet een alledaagse autobiografische “ik”, het is een literair stijlmiddel: op een persoonlijke manier nodigt hij de lezers uit om in zijn hoofd te komen om mee te lopen in een gedachtegang.’
Maxim Februari (pseudoniem voor Max Drenth, Coevorden, 1963) schrijft naast columns ook romans. In 1989 debuteerde hij met de roman, De zonen van het uitzicht, waarvoor hij in 1990 de Multatuliprijs ontving. In 2007 volgde De Literaire Kring. Van 1999 tot juli 2010 schreef Februari columns voor de Volkskrant; in augustus 2010 stapte hij als columnist over naar NRC Handelsblad. In 2013 kreeg hij veel aandacht voor zijn persoonlijk leven door het boek De maakbare man: Notities over transseksualiteit. In 2017 verscheen de goed ontvangen roman Klont (2017).
De prijs is vernoemd naar de Nederlandse journalist en columnist Jérôme Louis Heldring (1917 – 2013). Hij was eerst columnist voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) en vervolgens voor NRC Handelsblad waar de NRC na een fusie met het Algemeen Handelsblad in opging. Heldring was een van de conservatieve denkers van Nederland. Zijn columns vormden een ijkpunt voor Nederlanders met belangstelling voor (internationale) politiek. Zijn laatste column verscheen op 5 april 2012. Sinds dat jaar reikt NRC elk jaar de Heldringprijs uit aan de beste journalistieke columnist van het afgelopen jaar.
Overige genomineerden waren James Kennedy (Trouw), Frank Kalshoven (VK), Ariejan Korteweg (VK, Rob Hoogland (Telegraaf), Max van Weezel (VN), Luuk van Middelaar (NRC).
Voor wie het even niet helemaal gevolgd heeft, de ECI Literatuurprijs, (eerder AKO Literatuurprijs) is niet meer. Daarvoor in de plaats is er sinds maart van dit jaar de BookSpot Literatuurprijs, een nieuwe naam voor een jaarlijks literair prijzenconcours die – zo gisteren bekend werd- dit jaar gewonnen is door Tommy Wieringa met zijn boek De heilige Rita (Bezige Bij, 2017). Naast de BookSpot Literatuurprijs (50.000 euro)was er ook een Lezersprijs die ook door Wieringa gewonnen werd. Opmerkelijk is dat de winnaars van de (toen nog) ECI Literatuurprijs, Martin Michael Driessen (2016) en Koen Peeters (21017), ook de publieksprijs van 10.000 euro hebben gewonnen.
Tommy Wieringa (1967) ontving al eerder Ferdinand Bordewijk Prize (2006) voor zijn debuutroman Joe Speedboot (2005), en in 2015 won hij de Libris Prijs voor zijn roman Dit zijn de namen (2012).
De andere genomineerden voor de BookSpot Literatuurprijs waren Arjen van Veelen met Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, Aukelien Weverling met In alle steden, Suzanna Jansen met Ondanks de zwaartekracht, Peter Middendorp met Jij bent van mij en Peter Verhelst met Voor het vergeten. Zij wonnen elk een bedrag van 5000 euro.
De Lezersprijs werd toegekend door een jury van lezers uit Nederland en Vlaanderen. De Bookspot Literatuurprijs door een jury die bestond uit de beroepsrecensenten Daan Stoffelsen, Jeroen Vullings, Jos Geysels, Sofie Gielis, Sebastiaan Kort en Jelle van Riet.
Aan Maryse Condé (Guadeloupe, 1937) werd op vrijdag 12 oktober de eerste en enige alternatieve Nobelprijs voor Literatuur toegekend. De alternatieve Nobelprijs werd in het leven geroepen nadat bleek dat de Nobelprijs voor Literatuur dit jaar voor het eerst sinds 1949 niet zou worden uitgereikt als gevolg van een schandaal in de Zweedse Academie.
Maryse Condé voelde zich als schoolkind al aangetrokken tot de – vooral – Engelse literatuur. Op zestienjarige leeftijd vertrok ze naar Parijs om Literatuurwetenschappen te gaan studeren waarna ze begon met schrijven. Ze debuteerde in 1976, op 40-jarige leeftijd met de roman, Heremakhonon: wacht op het geluk.
Volgens de jury van de Nieuwe Academie is Maryse Condé ‘een grootse verhalenverteller’ en voldoet ze aan het criterium dat de winnaar over de verhouding man/vrouw in de wereld heeft geschreven. Ze schrijft haar boeken met ‘respect en precisie’ en verhaalt met humor over de verwoestingen die het kolonialisme heeft aangericht en de chaos van het postkolonialisme.
In de jaren tachtig brak de schrijfster wereldwijd door met het uit twee delen bestaande epos Ségou; De aarden wallen (1984), gevolgd door Ségou; de verkruimelde aarde (1985). In dit omvangrijke werk beschrijft Condé de geschiedenis van de ondergang van het Bambara Rijk van het (huidige) Mali in de negentiende eeuw. Een geschiedenis van het volk Toeareg gekoppeld aan de tragedie van de individuele mens. Ze schreef tot nu toe meer dan dertig romans en verschillende theaterstukken en essays.
In Nederland werden haar vertaalde romans uitgegeven bij In de Knipscheer en als Rainbow pocket door Maarten Muntinga.
Maryse Condé is emeritus hoogleraar aan de Columbia Univerity in New York.
Overige genomineerden voor de alternatieve Nobelprijs waren de Engelse schrijver Neil Gaiman en de Vietnamees-Canadese schrijfster Kim Thuy Ly Thanh, die publiceert onder de naam Kim Thúy. De Japanse schrijver Haruki Murakami, die ook genomineerd was, bedankte voor de eer.
De alternatieve Nobelprijs is een initiatief van de Grieks-Zweedse journaliste Alexandra Pascalidou (48) die met de steun van 100 prominente Zweden uit de cultuursector de Nieuwe Academie stichtte. Dat Maryse Condé als enige winnaar van deze prijs de geschiedenis in zal gaan, komt omdat de academie na de officiële uitreiking de prijs weer zal ontbinden.
Het prijzengeld (1 miljoen kroon, (96.500 euro)) werd bijeengebracht door de verkoop van boeken en donaties.
De prijsuitreiking zal plaatsvinden op 9 december in Stockholm.
Dirk Ayelt Kooiman, een interessant schrijver die ondanks enkele successen en een boeiend oeuvre geen blijvende grote bekendheid genoot, overleed op 2 oktober op 72 jarige leeftijd. Kooiman schreef romans, verhalen, essays en filmscenario’s. In 1974 richtte Kooiman samen met dichter, vertaler en schrijver Thomas Graftdijk (1949-1992) het literaire tijdschrift De Revisor op, waarmee zij beoogden het beste podium voor proza, poëzie en het persoonlijk literaire essay te zijn. De literaire aspiraties van beiden waren groot, in 1969 al, richtten zij het tijdschrift Soma op, dat slechts vier jaar bestond waarna zij, een jaar later De Revisor begonnen.
Kooiman schreef zeventien romans en verhalenbundels. Hij debuteerde in 1971 met de verhalenbundel Manipulaties waarna in 1973 zijn romandebuut, Een romance verscheen . Over een vriendengroep – twee mannen, twee vrouwen – die elkaar na jaren van geen enkel contact weer terugzien. In het verleden speelt een uit de hand gelopen déjeuner sur l’herbe dat ontspoorde in ongewenste vrijages, een traumatische ervaring voor alle vier de betrokkenen. De roman werd een klassieker. Met zijn roman De grote stilte (1975) won hij in 1977 de C.W. van der Hoogtprijs. Zijn bekendste boek is de biografie Montyn (1982), die nog steeds op de leeslijst voor scholieren voorkomt. Zijn laatste verhalenbundel Het geheim van Carmen verscheen vijf jaar geleden, in 2013.
Kooiman begon met publiceren in een tijd dat literatuur veelvuldig bekritiseerd werd door collega-schrijvers. Jeroen Brouwers had geen goed woord over voor Een romance, terwijl Gerrit Komrij het de hemel in prees. Als schrijver trad Kooiman nooit op de voorgrond. Hij werd gezien als een zogenaamde academist, een term bedacht door criticus Aad Nuis in 1977. Met name de schrijvers rond De Revisor – de zogenaamde Revisor-groep – waaronder Frans Kellendonk, Doeschka Meijsing en Nicolaas Matsier behoorden daartoe. Zij zetten zich af tegen realistische, anekdotische literatuur zoals dat door schrijvers als Maarten t Hart, J.M.A. Biesheuvel en Bob den Uyl bedreven werd. Vorm, verbeelding en reflectie waren voor Kooiman van belang.
Veel van Kooimans hoofdpersonages zijn mannen die faalangstig zijn en een onzekere kijk op zichzelf en de werkelijkheid hebben. In zijn boeken spelen verbeelding, vervreemding en identiteitsproblemen een grote rol. Ook speelt hij met heden en verleden dat haast onmerkbaar wisselt in het beleven van het personage.
De titels van Kooimans boeken zijn veelzeggend en volgen soms de lijn van zijn eigen biografie. Na zijn doorbraak in 1982 met Montyn – het levensverhaal van de schilder, tekenaar, graficus en dichter Jan Montyn, die in de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitsers koos – belandde Kooiman in een schrijverscrisis. In 1990 verschijnt dan de roman De afwezige en dan pas weer in 1996 komt hij met de roman De terugkeer waarin hij getuigt van deze crisis. In 1998 verschijnt de novelle, De verdwenen weg en in 2001 de roman Victorie, waarover Marja Pruis in een bespreking in De Groene (9 februari 2002) schrijft dat Kooiman het academische heeft ingeruild voor ‘een wrang soort’ Hollands naturalisme. In 2007 verschijnt de verhalenbundel Oefenen in ontsnappen.
Kooiman schreef een aantal filmscenario’s, onder andere voor Prettig weekend, meneer Meijer van Orlow Seunke en De Dream van Pieter Verhoeff.
Zijn laatste verhalenbundel Het geheim van Carmen verscheen in 2013, en was naar alle waarschijnlijkheid niet bedoeld als zijn laatste: ‘Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?’, stond er maandag 8 oktober boven de overlijdensadvertentie van Dirk Ayelt Kooiman.
De Nacht van de Poëzie, een evenement dat altijd op zichzelf stond, maakt dit jaar voor het eerst onderdeel uit van het International Literature Festival Utrecht (ILFU) en was een feestelijke afsluiter van het veertiendaagse festival. Gepresenteerd door het dichterlijke duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns, waarvan de laatste zijn 30ste Nacht presenteerde wat en passant gevierd werd.
Waar blijft de tijd
De Nacht wordt traditiegetrouw geopend door een ‘jonge’ dichter die het voorgaande jaar de Nacht heeft afgesloten. Deze 36e Nacht beet Vicky Francken het spits af met: ‘Liefde is een zwaar beroep, [naar Rogi Wieg] maar ook het dichterschap, want ze sterven te vroeg.’ Waarop ze de dit jaar overleden Menno Wigman – die haar dichterschap voor een deel bepaalde – toedicht: ‘Ik lees je / en ik hoor je / en ik weet dat / je nog leeft.’
Tussen de optredens door worden op drie schermen opnames vertoond van Nachten van weleer. In zwart/wit beelden komen voorbij: Een jonge Campert met een even jonge Van Kooten, Hugo Claus met Hans van Mierlo, een piepjonge Ingmar Heytze, Vaandrager, Johnny van Doorn, Fritzi Harmsen van Beek, Gerrit Kouwenaar, H.C. ten Berge, Ischa Meijer, Adriaan Morriën, Annie M.G. Schmidt, en je denkt, waar blijft de tijd?
Er zijn dichters die het niet alleen van lezers maar ook van luisteraars moeten hebben, zoals Delphine Lecompte. In de wandelgangen klinkt dat haar gedichten bij voordracht ‘waanzinnig beter’ overkomen. Zichtbaar gespannen brengt ze haar voordracht tot een daverend einde. Deze Belgische dichteres die strofen leest als: ‘bevangen door smog en weemoed’; ‘Een man verleidt mij met een woordspeling’; en bij wie iemand ‘klinkt als een gewonde reiger’, heeft een grote charme.
Presentatie
Arno Van Vlierberghe komt op in zwart hemd waaruit schouders en armen wit afsteken. Met sterke zinnen als – ‘de kunst van het risicoloos denken’; ‘doel dit gedicht is om alle anderen te onttronen’; ‘mooie holle woorden waar iedereen van houdt’ – schudt hij het moreel besef van het publiek flink op. Voor even lijkt hij verbonden met Rogi Wieg, waarvan deze Nacht een beeld voorbij kwam waarin Rogi met ontbloot bovenlijf achter de vleugel zit en zegt: ‘Je moet toch wat doen om op te vallen’.
Gerenommeerde dichters
Anton Korteweg refereert aan ‘de moeder de vrouw’ kwestie in de literatuur. Hij leest een gedicht waarin moeder de vrouw het onderwerp is en sluit geserreerd af met: ‘En dat had dan bijna niet gemogen’.
Een van de hoogtepunten is het optreden van Judith Herzberg die ook tijdens een van de eerste Nachten acte de présence gaf. Toen was er veel gelachen, vertelt Piet Piryns, om haar grappige gedichten. Ook nu speelt haar onbevangen voordracht vrolijkheid in de hand. Al is niet alles om te lachen benadrukt ze bij het gedicht waarvoor ze zich heeft ingeleefd in een vrouw die meerdere baby’s ombracht en op zolder verborg. ‘Je moet je in alles kunnen inleven’, vond de dichteres. Herzbergs poëzie is eenvoudig, en steeds met een draai die bevrijdend werkt en de lach oproept. Hilarisch is het gedicht dat ze een ‘gestolen tekst’ noemt, van iemand die al zoekende door haar spullen in een koffer ging en mompelde: ‘ik zal toch niet…, heb ik nu,… waar zou dan,… nee hè…, deze niet,… heb ik nou, nee…, nou ja, zal ik dan… (…).
Laat je gaan
Deze 36e Nacht drijft op de woorden ‘Ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht’ van de dit jaar overleden en zeer gemiste dichter F. Starik. Thomas Möhlmann herdenkt Starik met een variatie op het gedicht ‘Gras’ dat Starik tijdens De Nacht van 2016 in grasgroen kostuum voordroeg.
En dan wervelt daar opeens Willeke Alberti, (een van de entr’acts) gekleed in een wijdvallende rode jurk over het toneel. De 74-jarige vedette van het Nederlandstalige lied neemt met haar enthousiasme en nuchterheid (Spiegelbeeld: ‘Ha’, lacht ze, ‘je denkt toch niet…?’) het publiek voor zich in. Armen worden gespreid en het grote meedrijven is begonnen. Later zal de geweldige singer/songwriter, Tallest Man On Earth zijn bewondering uitspreken over deze Nacht en over ‘The Lady in the Red Dress: ‘We don’t have that in Sweden’.
Aandachtig publiek
Willem Jan Otten was 20 jaar geleden voor het laatst op De Nacht en zegt: ‘Poëzie kan afwachten’. Met zijn – ‘in u luisteren uitgebroed’ en ‘de rand van vloeiend glas’ – en zijn ‘Gerichte gedichten’ roept Otten een stilte op die magisch is. Zo maakte ook eerder op de avond dichteres Kreek Daey Ouwens met haar zachte stem en heldere taal de zaal opmerkzaam en luisterend.
De Friese dichter Tsead Bruinja maakte indruk met zijn cyclus voor de priester Titus Brandsma (1881). In het Fries draagt hij zeven minuten voor. Het publiek wordt geraakt door de klank van het Fries en de passie waarmee Bruinja spreekt. De dichter uit Rinsumageest, door Ester Naomi Perquin aangekondigd als: ‘Zo’n dichter, dat je ook wel uit Rinsumageest had willen komen’.
De laatste zal de eerste zijn
Een Nacht als een diner waarvan de gerechten hemels zijn, de wijn niet te versmaden en met een nagerecht dat het geheel in perfectie afmaakt. Na het swingende optreden van de ‘Amsterdam Klezmer Band’ wordt de laatste dichter aangekondigd.
Debutante Gerda Blees geeft het publiek op de valreep het gedicht ‘Aanwijzingen’ mee: ‘ga niet zomaar / met je hoofd op tafel liggen, mors geen rode wijn / blijf zitten hou je vast en laat de dwaallichten/ de dwaallichten en maak je zinnen af.’
Een ding is zeker, deze dichteres zal bij de volgende ‘Nacht van de Poëzie’ de spits afbijten.
Er is ook een Nachtpoëziebundel verschenen met gedichten van alle optredende dichters. Bezoekers ontvangen de Nachtbundel gratis, voor de liefhebber is deze nog te bestellen voor € 7,50 via Het Literatuurhuis.
De jaarlijkse Constantijn Huygens-prijs 2018 is toegekend aan Nelleke Noordervliet (1945) voor haar hele oeuvre dat bestaat uit vele romans, essays, verhalen, toneel en columns. Haar eerste boek, Tine of De dalen waar het leven woont (1987), ging over het leven van de vrouw van Multatuli, Everdina Huberta van Wijnbergen. Met haar indrukwekkende oeuvre wordt Noordervliet gezien als een van de belangrijkste hedendaagse Nederlandse schrijfsters. Haar werk is meermaals genomineerd en bekroond en in verschillende talen vertaald. Uit haar werk spreekt steeds de actualiteit van het verleden en de historiciteit van het heden. Ze gebruikt haar aanzienlijke stilistische en vertelkwaliteiten om in literatuur iets wezenlijks te zeggen over de wereld.
De prijs, waaraan een bedrag van € 12.000,- verbonden is, wordt volgend jaar op 20 januari 2019, tijdens de afsluiting van Winternachten (internationaal literatuur festival Den Haag) uitgereikt. Dan worden ook de overige Haagse Literatuurprijzen van de Jan Campert-Stichting uitgereikt.
De jury bestond uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Arjen Fortuin, Sarah Vankersschaever, Aad Meinderts (voorzitter), Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Jeannette Smit en Carl De Strycker.
Eerdere recente laureaten zijn: Hans Tentije (2017), Atte Jongstra (2016), Adriaan van Dis (2015), Mensje van Keulen (2014) en Tom Lanoye (2013).
Lees hier een recensie van haar roman Vrijman en van haar bundel Schatplicht (2013).
Een symposium over de sixties – de jaren van seks, drugs en rock-’n-roll, de Beatgeneration, de dreiging van de bom – met popgrootheden als dichter/zangeres Patty Smith, gitarist en pophistoricus Lenny Kaye en Bob Dylan-biograaf Sean Wilentz. Alle drie beleefden zij als jongeren deze vernieuwende jaren, gaven er zelf vorm aan en schreven er later over. Patti Smith in het autobiografische Just Kids en Wilentz onder meer in de biografie van Bob Dylan waarin de sixties uitvoerig aan bod komen. Het Nexus-Instituut organiseerde het symposium ‘An Education in Counterculture’, dat plaatsvond op 26 mei in het DeLaMar Theater te Amsterdam.
Tijdens het symposium, waarbij Nexus oprichter Rob Riemen als gespreksleider optreedt, komt in fragmentarische stukken en aan de hand van beelden en muziek uit de jaren ’60 en ’70, een verhaal naar boven dat een kantelmoment betekende in de culturele geschiedenis van Amerika en Europa. Over wat het was en welke betekenis het nu nog heeft, of we er nog iets van kunnen leren van die Counterculture. Roerige jaren waarin popmuziek zich razendsnel ontwikkelde en voor de jeugd een tegenwicht bood tegen het burgerlijke bestaan van hun ouders. Er kwam een beweging op gang die de wereld zou veranderen.
Ontmoeting in New York
Maar eerst bezocht Rob Riemen eind vorig jaar Patti Smith in New York nadat hij haar geschreven had over haar boeken die hij gelezen had en om haar uit te nodigen aan het symposium deel te nemen. Kort daarop belde ze hem om een afspraak te maken: ‘Meet me in my café. I’ll be there writing.’ Wie het autobiografische M-Train van Smith heeft gelezen, weet van haar koffie- en schrijfrituelen. Hij ging naar New York en trof haar in het café waar ze aan een tafeltje bij het raam zat te schrijven aan een nieuwe poëziebundel. Een bundel die overigens na voltooiing door het Nexus Instituut in een tweetalige editie is uitgegeven en niet in Amerika.
Haar nieuwe werk, zo laat ze tijdens hun ontmoeting in New York weten, is een reactie op het besluit van Trump de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te laten verhuizen. ‘Van geen [enkel] land mag Jeruzalem de hoofdstad zijn, een politiek symbool. Jeruzalem als “stad van vrede” kan dat alleen zijn als het een stad van alle volkeren is’, is het oordeel van Patti Smith. De bundel The New Jerusalem zal tijdens het symposium gepresenteerd worden.
In de uitverkochte zaal van het DeLaMar Theater in Amsterdam zitten veel bewonderaars van Patti Smith die zelf de jeugd bezaten toen haar punkpoems in de jaren zeventig vanuit Amerika, Europa bereikten. Aan een grote ronde tafel waarover een rood kleed is gedrapeerd, wordt het gesprek gevoerd. Rechts op het toneel is een muziekhoek ingericht met een gitaar, microfoons op standaards en geluidsboxen. Dat stelt de fans vast gerust, dat Patti Smith en Lenny Kaye straks in ieder geval nog zullen optreden.
Behoefte aan een tegengeluid
We vallen gelijk midden in de American Dream. Een filmpje vertoont optimistische beelden van huisvrouwen met gewatergolfde kapsels, lipstick en gebloemde jurken tijdens het huishouden. Steevast twee kinderen, een jongen en een meisje en vader met een gulle lach en een golf in het glanzende haar. De American Dream: gelijke kansen en rechten voor iedereen – waarbij de belofte van een eigen huis, een tv, koelkast, wasmachine, droger, anderhalf of twee kinderen en een auto (of twee) voor iedere Amerikaanse staatsburger in het vooruitzicht wordt gesteld. Het ziet er allemaal rooskleurig en Happy family-achtig uit. Rob Riemen vraagt zich af wat daar op tegen kon zijn in de jaren van wederopbouw.
‘Het begint er al mee’, reageert Sean Wilentz, ‘dat er niet één zwarte burger in deze filmfragementen voorkomt.’ Waardoor Amerika het bestaan van een aanzienlijk grote bevolkingsgroep ontkende. Ook was het de tijd van de koude oorlog. Overal waren schuilkelders en werden er oefeningen gedaan om, als de bom zou vallen, er een veilig onderkomen te vinden. Niet veel later was er de oorlog in Vietnam. De term Counterculture (tegencultuur) ontstond in die jaren voor de maatschappelijke revolte en New York was de stad waar het zich allemaal voltrok. Terwijl jonge gezinnen zich in een zeker bestaan trachten te voorzien, was er onder de jeugd een sterke behoefte aan beweging.
Beatgeneration
De literaire stroming de Beatgeneration, in de jaren vijftig in het leven geroepen door de schrijvers Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William S. Burrough, vond zijn hoogtepunt in de jaren zestig. Bob Dylan maakte als protestzanger furore en Allen Ginsbergs Howl, dat begint met de wervelende openingszin: ‘Ik zag de knapste koppen van mijn generatie verwoest door waanzin, hongerend hysterisch en naakt, die zich voortsleepten door negerstraten bij zonsopkomst op zoek naar een woedende spuit’ was een waar cultding voor de jeugd geworden.
Sean Wilentz, wiens vader en oom eigenaar waren van de legendarische Book Shop in 8th street, groeide op tussen de beats. De boekenwinkel was het literaire middelpunt van New York in die jaren. De oprichters van de Beatgeneration waren frequente bezoekers van de Book Shop. ‘Je moet niet vergeten, zegt Wilentz, dat in die tijd een boekwinkel de ontmoetingsplaats was voor gelijk gestemde geesten. Ik groeide ermee op.’ Zo was hij in de gelegenheid om op zijn twaalfde Howl te kunnen lezen.
Waar Patti Smith vandaan kwam was geen boekwinkel of bibliotheek en had ze nog nooit gehoord van Allen Ginsberg of zijn gedicht Howl. Op die leeftijd las zij sprookjes en Peter Pan. Ze vertelt op anekdotische toon waar ze voor het eerst een uitgave van Howl zag. Het was in 1965 in Plains, New York waar Bob Dylan speelde. Ze had wat geld gespaard en nam de trein om zijn concert bij te wonen. Toen Dylan na het akoestisch gedeelte van het concert, zijn elektrische gitaar pakte begon iedereen boe te roepen. Het viel haar op dat iedereen een zwart/witte bundel bij zich droeg, als was het onderdeel van hun outfit. Terwijl ze Dylan uitjouwden, begonnen ze de boekjes naar het podium te gooien. Smith: ‘Ik dacht: wat is dat voor een boek dat iedereen het heeft. En wat een idioten dat ze ermee gooien.’ Pas toen Smith op twintig jarig leeftijd naar New York was verhuisd, kreeg ze de gelegenheid alle ‘goede boeken’ te lezen, zoals ze zelf zegt.
Invloed Bob Dylan
Al die dingen waar jongeren aan dachten, naar verlangden, maar niet gevisualiseerd kregen, leek Dylan in zijn songs en met zijn houding tot uitdrukking te brengen. Hij was een bondgenoot maar ook al zoveel verder dan zijn leeftijdgenoten klonk het rond de tafel. ‘Hij was iemand om je mee te identificeren’, zegt Patti Smith. ’Alles wat hij deed, was precies wat wilden zijn. Als er twintig verschillende zonnebrillen op de markt waren, was hij degene die het juiste model koos en dan wilden we allemaal die zonnebril.’ Wilentz zegt dat hij van Dylan heeft geleerd dat je niet stil moet blijven staan. Waar Kaye aan toevoegt, ‘Dat je een eigen stem moet hebben.’
Deceptie van de jeugd van toen
Na de politieke moorden op Malcolm X in 1965 en Robbert Kennedy in 1968 stortte de wereld voor hen die streden voor gelijkheid en wereldvrede, in. Patti Smith had zich net aangemeld als vrijwilliger om voor het campagneteam van Robert Kennedy te gaan werken. Een dag later werd hij neergeschoten. Het ontroert haar zichtbaar nog steeds als ze daarover spreekt: ‘Zijn dood was een van de treurigste dagen uit mijn leven en het einde van de hoop van de jeugd.’
Voor Sean Wilentz viel zo’n moment van deceptie toen Malcolm X in 1965 werd neergeschoten. Het gebeurde om de hoek van de Book Shop in 8th street. Ze hadden juist die dag de boekhandel verhuisd naar een pand aan de overkant van de straat. Er heerste een feestelijke stemming, toen kwam iemand vertellen dat Malcolm X was vermoord. Wilentz: ‘Een zwarte vriend van mij verliet direct het feest. Toen ik hem later weer zag had hij zijn naam veranderd en meed al zijn witte vrienden. Het ergste vond ik dat alle successen die er tussen zwart en wit waren geboekt, teniet werden gedaan door deze gewelddadige aanslag.’
Regels en principes
De jaren zestig generatie werd vooral verweten dat ze traditionele waarden omver wierp. Maar in de counterculture ging het niet om tradities maar om het afwijzen van een leven dat in regeltjes en principes werd vastgelegd door de overheid.
Patti Smith voegt daaraan toe dat de sleutel naar een betere toekomst daarin ligt dat je een goed mens moet zijn, leven in harmonie. ‘Wat we probeerden was ruimte te creëren voor de generatie na ons. Dat is wat er van ons verwacht mag worden. We moeten onze rivieren zuiveren voor de kinderen van de toekomst. De bijen beschermen, geen plastic meer. We deden het niet voor het geld of de roem, we deden het voor de toekomst.’
Een brug naar het hier en nu
Het is een indrukwekkend symposium, alleen al door de aanwezigheid van getuigen van gebeurtenissen uit een tijd die de aanwezigen in de zaal ooit alleen via het polygoon journaal hebben meegekregen. Later door documentaires en via de literatuur een notie hebben gekregen van hoe het er in Amerika aan toeging.
Toch werd de brug waarvan je verwachtte dat die – van de roerige jaren zestig naar het nu – gelegd zou worden, niet gemaakt. Zoals ook het bruggetje van Amerika naar Europa in de lucht bleef hangen met een enkele uitspraak als dat van Nixon naar Trump één lijn te trekken was. En dat de protesten onlangs van de Parklandscholieren na de schietpartij op hun school, tegen wapenbezit in Amerika, de nazaten van de Beatgeneration hoopvol stemde.
En dan bedenk je opeens dat een getuige van die tijd uit Europa het debat beslist meer verbindende grond had weten te geven. Denk aan voormalig popjournalist Elly de Waard bijvoorbeeld. Zij volgde de Beatgeneration en de Amerikaanse popmuziek op de voet en heeft en daar nog steeds iets over te zeggen, stelde ik mij zo voor.
Poëziebundel
Als tastbaar gegeven is daar wel de bundel The New Jerusalem door Patti Smith. Met thema’s die generaties en culturen met elkaar verbinden. Zeven proza gedichten met een religieus getint karakter en een sterke appellerende toon het leed in de wereld onder ogen te zien en actie te ondernemen. Zoals het eerste sonnet van: ‘Wat voor boodschapper daar vliegt’. Waarin Smith het angstbeeld schetst van een niet kunnen ontkomen aan een wereld van regels en voorwaarden.
‘Meisjes in paarse regenjassen sluipen door de schaduwen; ze hebben zich kundig gecamoufleerd en ontwijken de rode en blauwe stralen van een reusachtig volgsysteem. Spookachtig zijn ze en ze volgen de sporen die mogelijk leiden tot waar ze heimelijk kunnen overleven. Ze blijven onder de radar, zigzaggen door de zich versmeltende stralen en infiltreren in het verboden gebied waar zwaarbewaakte poorten toegang verschaffen tot de buitenste regio’s.’
Het openings (proza)gedicht ‘De strekking van de tijd’ is welhaast een metafoor voor de inhoud van het symposium: over hoe tijd voortsloft, over regelgevers en landontginners en waarin God gebruikt wordt als doel. Waarvan in het derde couplet de indruk gewekt wordt dat de nieuwe tijd hoe dan ook schuldig is:
‘(…) En de nieuwe tijd was hun werktuig: een wakend oog. Een fijnmazig magnetisch web daalde neer over het land; het verlamde de rede en scheidde het volk als kaf van het koren. (…) en het kaf, de vermeend onnutte blolsters? / Dat waren wij, kinderen, dat waren wij. / (…) En met lege handen gingen wij heen, in vier windrichtingen, zonder plan of idee.’
Dat doet dan toch weer denken aan de sixties, waar de jongeren zonder plan of idee hun weg gingen, maar wel kiezend welke richting ze op wilden.
Het symposium sloot af met het door Patti Smith voordragend/zingende en onverbeterlijke We got the power die de hele zaal in beweging brengt. En dan is daar opeens de overtuiging: ‘Ja, wij hebben de macht en de keuze om dingen te veranderen’, die voor heel even als een geloofwaardig gegeven in de lucht blijft hangen.
Foto’s symposium: Jan Reinier van der Vliet. Portretfoto: Gasper Tringale
The New Jerusalem / Patti Smith
Tweetalige editie
Inleiding / Rob Riemen
pag. 76
Nederlandse vertaling: Onno Kosters
Engelse vertaling: Liz Waters Uitgegeven door Nexus Instituut
In september start een nieuwe editie van het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Hoewel verschillende onderdelen van dit festival al een langere traditie kennen, Nacht van de Poëzie, zijn er veel nieuwe evenementen in opgenomen zoals een Boekenmarkt en een Voorleesmarathon. Het is een langlopend festival van 15 tot en met 29 september.
Elk jaar zal één schrijver uit het literaire erfgoed onder de aandacht gebracht worden tijdens het festival. Dit jaar is dat de Russische schrijver Lev Tolstoj (1828-1929). Het is 140 jaar geleden dat zijn roman Anna Karenina verscheen, waarvan de vrouwelijke hoofdpersoon grote indruk maakte op zijn lezers. Met een Anna Karenina Voorleesmarathon zal deze indruk zich ongetwijfeld verder verbreiden.
Het evenement vindt plaats op Utrecht Centraal Station en gaat tijdens het Utrecht Uitfeest van start om 11.00 uur. In totaal zullen duizend vrouwen (bekend en onbekend) in ruim vijftig talen de duizend pagina’s van het beroemde boek van de Russische schrijver en filosoof Lev Tolstoj voorlezen.
De beroemdste Nederlandse vertaling is van Wils Huisman, die in 1966 bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen in de Russische Bibliotheek. Onlangs, in 2017 verscheen een nieuwe, vertaling in het Nederlands door Hans Boland (uitg. Athenaeum).
Voor deze voorleesmarathon zoek het ILFU nog vrouwen, vriendinnen, collega’s, zussen en Anna’s om individueel of met een leesclub, bedrijf of instelling aan te haken bij de marathon; alle vrouwen kunnen meedoen. Er kan voorgelezen in ieders voorkeurstaal want het boek is verschenen in meer dan vijftig vertalingen.
Dus: Lees ook mee! Klik hier om u aan te melden.
Er werd veel gespeculeerd over wie de C. Buddingh’prijs zou ontvangen waarbij de naam van dichteres Radna Fabias opvallend vaak gevallen was. Toch was het een complete verrassing voor de dichteres zelf, dat ze op het 49e Poetry International Festival, uit vier genomineerde debuterende dichters, met haar bundel Habitus tot prijswinnaar werd uitgeroepen.
Volgens de jury heeft Radna Fabias: ‘Een subversieve stem die afkomst, bestemming, lichaam en perspectief te lijf gaat en daarbij zichzelf en de ander niet spaart.’ Daarbij noemt de jury: ‘Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms – en breekt de Hollandse dichtkunst weergaloos open, rekent af met het veilige vers. Habitus zindert.
De winnaar werd bekend gemaakt tijdens het programmaonderdeel ‘De staat van de poëzie’, een avond over de laatste ontwikkelingen in de Nederlandstalige poëzie. Dat er iets gebeurt in de Nederlandstalige poëzie moge duidelijk zijn; meer experiment en engagement, er werd dan ook gesproken van een zeer bijzonder Buddingh’-jaar. De rol van de kleine uitgever ‘aan de rand van het literaire veld’ werd nog belicht als belangrijk zijnde in het publiceren van deze vernieuwende poëzie.
Overige genomineerden waren: Dean Bowen met Bokman, Elisabeth Tonnard met Voor het ideaal, lees de schaal en Arno Van Vlierberghe met Vloekschrift.
De jury bestond uit Jeroen Dera, Charlotte Van den Broeck en Antoine de Kom.