• De Macchiavellist – Arnon Grunberg

    Etalage

    Als e-boek heruitgegeven

    Digitale boeken voor bibliofielen? Het lijkt een contradictio in terminis, maar uitgeverij Ardesia claimt desondanks het eerste bibliofiele e-boek ter wereld gepubliceerd te hebben.

    Het betreft een heruitgave van De Machiavellist van Arnon Grunberg dat in 1990 eerder door de Stichting Casimir, de eigen uitgeverij van Grunberg in een oplage van 500 exemplaren uitgebracht werd. Het is inmiddels in de oorspronkelijke vorm niet meer verkrijgbaar.

    Daarnaast is ook Een vorm van waarheidsliefde opgenomen, het nawoord dat Grunberg in 2007 schreef voor de uitgave van De heerser in de Perpetua reeks van uitgeverij Athenaeum – Polak & van Gennep.

    De drager van De Machiavellist is op de achterzijde genummerd en gesigneerd door Arnon Grunberg. Het e-boek is gevat in een omslagdoos, waarin ook een papieren uitgave is opgenomen: Schrijven alsof je een ganzenveer in je hand hebt en er een rol perkament voor je ligt. Dit boekwerkje bevat een exclusief voor deze uitgave geschreven tekst van Arnon Grunberg rond het thema ‘Papier of digitaal?’. Ook de papieren uitgave is genummerd en gesigneerd door Arnon Grunberg.

    De Machiavellist verschijnt als eerste deel van de Tablet reeks, een serie die wil aantonen dat ook digitale boeken in een verzamelwaardige vorm kunnen worden uitgebracht.

    De uitgave van De Machiavellist is te bestellen via de website van deze nieuwe uitgeverij: www.uitgeverijardesia.nl. De oplage is beperkt: 149 exemplaren. De prijs is € 149,-

     

  • A.L. Snijders in gesprek – Zoals Thijssen de klas in liep

    Hij spreekt wat knorrig en lijkt moeite te hebben om zijn herinneringen samenhangend te vertellen. Maar de zaal hangt aan zijn lippen. Om de paar zinnen is er een lachsalvo. Hij weet uitstekend te timen. Na verloop van tijd is de spanning onder de toehoorders voelbaar als hij weer even aarzelt: nu komt de pointe.

    A.L. Snijders lijkt te praten zoals hij schrijft: associatief springend. En verwarring zaaiend.
    Tegen zijn interviewer, die een van zijn ZKV’s te feitelijk blijkt te hebben geïnterpreteerd, grapt hij: ‘dan heb ik je er toch mooi ingeluisd’.
    Het hangt de hele sessie rond zijn causerie. Verzint hij het ter plekke of is het echt waar? Over zijn pseudoniem bijvoorbeeld; er wordt hem nogal eens gevraagd waar de letters A.L. voor staan. Ze betekenen niks. Hij had zijn eerste column klaar voor het Parool, toen de redactie hem belde of hij niet onder pseudoniem wilde publiceren. Hij had een uur om iets te verzinnen. ‘Het enige dat ik wist is dat ik niet wilde dat mijn schuilnaam betekenis had zoals Nescio of Multatuli. Ik noemde toen maar wat.’

    Wat is feit en wat verzinsel? ‘Ik begin meestal aan een ZKV naar aanleiding van een gebeurtenis, maar daarna fantaseer ik er op los. Mijn meest ideale verhaaltje zou er een zijn dat ik van A tot Z verzonnen had en dat ik jaren later herlees in de overtuiging dat het volledig waar was. Maar zover ben ik nog niet’.
    Snijders heeft geen plan in zijn hoofd als hij begint: ‘Dat doe ik het liefst, aan een ZKV beginnen zoals Theo Thijssen de klas instapte. Hij zou wel zien wat hij zijn leerlingen de komende les ging vertellen’.

    Hij heeft nog een ideaal: ‘Ik gebruik veel citaten in mijn ZKV’s, liefst zonder bronvermelding. Het mooiste lijkt me een ZKV waarin geen woord van mezelf staat’.
    Hij legt er de nadruk op dat hij geen columnist is. ‘Ik vertel een verhaal. In een column stel je iets. Daarom schrijf ik nooit over politiek’. Stelligheid is sowieso niet aan hem besteed. Daarom moet hij niets hebben van mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. Of dat nu katholieken zijn of communisten, Jehova’s of dierenactivisten. ‘Ik ben een rationalist. Maar als God echt bewezen wordt, ben ik onmiddellijk van de partij’.

    Waarom hij Amsterdam verruilde voor de Achterhoek, vraagt de interviewer. Er volgt een lang verhaal over de verloedering van de stadsbuurt waar hij met zijn gezin woonde, uitmondend in de vondst van een afgelegen boerderijtje in het oosten van het land. ‘Ik vind het een mooie zin van Lodewijk van Deyssel. Die zei ooit: ik wil in een huis wonen waarin ik ongezien uit elk raam kan pissen. Zo woon ik nu’.

    A.L. Snijders sprak in Nijmegen met deelnemers aan de Postacademische cursus Recente Nederlandse en Vlaamse Letterkunde. In 2015 viert die cursus een jubileum. Hij is er dan voor de tiende keer. Wie hierover meer wil weten kan hier terecht.

     

     

  • De vele ‘ikken’ van Fernando Pessoa

    Het was een zondag in maart en we hadden het niet zo in de gaten maar het bleek de warmste dag in maart ooit geregistreerd. We liepen langs overvolle terrassen linea recta naar Nederlands enige Literatuurhuis dat zich aan de Oudegracht in Utrecht bevindt. In een klein, witgekalkt zaaltje, voorheen de sacristie van de niet meer bestaande Regulierenkerk, hield Fernando Pessoa-kenner en directeur van Het Literatuurhuis Michaël Stoker, een lezing over de Triomfdag van deze Portugese schrijver. Het veelal oudere maar zeer aandachtig publiek had in de gereedstaande stoelen plaatsgenomen. Naast mijn studentendochter, liep er op de valreep nog een enkele jongere binnen. Het was een rustig zaaltje, als in een filmhuis. In een uitgespaarde ruimte in de muur stond een klein metalen beeldje van Jezus aan het kruis. De ruimte deed denken, (door het felle zonlicht, dat langs een halfgesloten gordijn door het openstaand venster naar binnen schitterde zonder iets van warmte af te geven) aan één van die Portugese achterkamertjes waar, hoe fel de zon buiten ook scheen, het altijd koud blijft en er geen zichtbare behoefte aan decoratie te ontdekken is dan alleen het  onontbeerlijke kruisbeeld.

    Michaël Stoker kende zijn onderwerp goed en sprak anderhalf uur lang, enkel onderbroken door drie korte filmfragmenten – waaronder een opname van een interview met August Willemsen, die Pessoa eind jaren zeventig in Nederland introduceerde. Hem werd gevraagd: ‘Waarover gaat het werk van Pessoa. Kun je dat uitleggen?’ Willemsen keek recht in de camera en zei enkel: ‘Nee’.
    Er was een korte film van de Triomfdag (1988), waarin een onrustige en weifelende Pessoa te zien is, die plots een pak papier op een dressoir schikt en staand, begint te schrijven; het eerste heteroniem, Alberto Caeiro was geboren. Pessoa liet de wereld geloven dat hij op dat moment, achter elkaar 30 gedichten schreef. Maar, wist Stoker te vertellen, onderzoek van het tekstpapier heeft uitgewezen dat hij er een half jaar aan gewerkt heeft.

    De lezing was ter gelegenheid van een nieuw uitgegeven werkje van een van de heteroniemen, Alvaro de Campos, die een Ter nagedachtenis had geschreven voor een ander heteroniem, Alberto Caeiro. Het zijn de enige teksten waarin sprake is van een ontmoeting tussen de drie belangrijkste heteroniemen en ook Pessoa zelf. In de wonderlijke wereld van Pessoa wordt de werkelijkheid gelogen. De eerste heteroniem dus, die in Pessoa een onophoudelijke stroom van gedichten losmaakte, verscheen op  8 maart 1914, later de Triomfdag genoemd. Waarna er zich nog twee aandienden, Ricardo Reis en Álvaro de Campos. Een heteroniem, anders dan een pseudoniem, is een personage die niets van zijn werkelijke verteller blootgeeft, het is een nieuwe ‘ik’. Pessoa was een man met grote plannen in zake de literatuur en zichzelf. Hij wilde zich, in meerdere talen, de wereld in schrijven, beroemd worden. Hij wilde reizen maar kwam Lissabon niet uit en schreef daarentegen het gedicht: ‘Aan de vooravond van nooit vertrekken’. Uiteindelijk liet hij een kist (arca) na met meer dan 30.000 beschreven velletjes papier die hem na zijn dood eeuwige roem bezorgde.

    Pessoa was van plan zichzelf te laten verdwijnen en de heteroniemen te laten voortleven. Uiteindelijk creëerde hij er meer dan tachtig en uit de kist schijnen nog steeds nieuwe heteroniemen tevoorschijn te komen. Een magische kist, die in mijn hoofd ondertussen de vorm heeft aangenomen van een flinke scheepskist. Een kist vol manuscripten liet Pessoa achter en zelf wilde hij verdwijnen. Het heeft iets treurigs, een groot schrijver als Pessoa, die bij zijn leven geen enkele erkenning kreeg. Van August Willemsen was ook de opmerking: ‘Wie Pessoa is, wordt nog onderzocht.’ Michaël Stoker bracht vele lijnen uit het leven van Pessoa in kaart, en lichtte tipjes van de sluier(s) op waardoor Pessoa steeds zichtbaarder voor het voetlicht trad. Na afloop werd aan alle bezoekers onderstaand boekje uitgedeeld. Een inventieve manier om een boek aan de man te brengen. De toegangsprijs was net zoveel als het boekje zelf, de lezing kreeg je erbij, of was het andersom? Maar dat maakte eigenlijk niet uit, het was een welbestede middag. De zon was ver over zijn hoogtepunt heen toen we weer over de Oudegracht liepen waar de terrassen goed gevuld waren. Maar een plaatsje op een terras in de zon,  woog niet op tegen de onthullingen over het leven van Fernando Pessoa, die door George Steiner, zo stond op de achterflap, een literaire jongleur werd genoemd.

     

  • Helon Habila in Den Haag

    Literair Nederland was erbij

    Door Vera ter Beest

    Het decor is hetzelfde, alleen de locatie is anders. BorderKitchen wordt op deze woensdag 19 februari voor het eerst gehouden in Theater Stella in Den Haag. Op het podium van de kleine zaal staan twee gemakkelijke stoelen die sfeervol belicht worden door een aantal vintage lampen. Een piano, een oude radio en natuurlijk de vele aankondigingen van voorgaande BorderKitchens, mét handtekeningen van de toen geïnterviewde auteurs, maken deze huiskamersetting compleet. Langzaam maar zeker druppelt het publiek de zaal binnen. Er heerst een gemoedelijke sfeer en je kunt voelen dat iedereen uitkijkt naar het interview met de Nigeriaanse schrijver Helon Habila. Dan komt de schrijver binnen samen met Toef Jaeger, die hem zal interviewen.

    Jaeger vraagt Habila te openen door een stuk te lezen uit eigen werk. De Nigeriaanse auteur begint te lezen uit Measuring Time, zijn tweede en favoriete roman. Het boek vertelt over een geschiedenisleraar. Deze heeft de opdracht een biografie schrijven over een Nigeriaans politiek leider. Door zijn onderzoek leert de lezer over de geschiedenis van Nigeria. De essentie van het door Habila uitgekozen stuk is dat de geschiedenis niet bestaat om te prijzen, noch om te veroordelen. Jaeger geeft aan dat de hoofdpersonen in het werk van Habila vaak direct betrokken zijn bij deze geschiedenis, zij het omdat ze journalist zijn, zij het omdat ze geschiedenisleraar/schrijver zijn.

    In zijn eerste boek Waiting for an angel is de hoofdpersoon Angel een journalist. Habila koos voor dit beroep, omdat hij zelf dit vak beoefend heeft en zich het beste kon verplaatsen in de situatie waarin Angel zich bevond. De geschiedenis, zo verklaart de Nigeriaanse schrijver, is een constructie. Zowel de historicus als de journalist moet in staat zijn zich te distantiëren van de situatie en de dingen objectief weer te geven. Desalniettemin moet hij zich ook kunnen verplaatsen in de mensen waarin hij geïnteresseerd is, begrijpen waarom en hoe zij de dingen doen die ze doen. Maar, uiteindelijk kan geen enkele historicus of journalist ooit neutraal zijn en Angel is dat ook niet. Habila zegt dat je als journalist altijd een kant moet kiezen. De enige manier, zo meent hij, om werkelijk neutraal te zijn, is door te sterven.

    Helon Habila

     

     

     

     

     

     

    Habila komt over als een rustige man. Toch zit er achter die rust een gedreven persoonlijkheid. Jeager vraagt hem in hoeverre de politiek een rol speelt in zijn werk en of hij met zijn laatste werk, Oil on Water hoopte op een reactie van de oliebedrijven. De roman gaat over de consequenties van de oliewinning in de Nigerdelta en toont vooral wat de situatie voor gevolgen heeft in de regio en hoe de lokale bevolking omgaat met de situatie. Habila geeft aan dat hij alleen een reactie wil van de oliebedrijven als dit boek werkelijk effect op ze heeft en ze daadwerkelijk actie willen ondernemen en begrijpen welke consequenties hun handelen heeft op de bevolking. Chinua Achebe is een groot voorbeeld voor Habila. Achebe was één van de eerste Nigeriaanse schrijvers die het voor elkaar kreeg een roman over zijn eigen land, zijn eigen continent te publiceren. Daarvoor werden alle romans over Afrika voornamelijk geschreven door Europeanen. Net als Achebe is Habila een auteur die de politieke situatie van zijn land altijd in zijn achterhoofd heeft. Hij wil laten zien dat wetten niet belangrijk zijn, maar dat juist de manier waarop zij geïmplementeerd worden belangrijk is.

    Ten slotte praat Habila over wat hij noemt het post-nationalisme. Nigeriaanse schrijvers hoeven vandaag de dag hun tradities niet te zoeken, hun land niet meer te creëren of vrij te maken, zoals Chinua Achebe dat deed in zijn werk. Alles ligt al vast. Daarom vertellen zij over zichzelf als individu, als Nigeriaan, in het land zelf, maar ook ver daarbuiten. En ook Nigeria wordt zo een karakter in een boek als Oil on Water. Een karakter dat spreekt en een eigen leven leidt.

     

    Foto: door Vera ter Beest

  • Blind bookdates, voorlezen, dansen en muziek bij Jonge Schrijversavond

    Agenda

    Vrijdag 25 oktober vindt in de Stadsschouwburg Amsterdam de vijfde editie plaats van de Jonge Schrijversavond. Deze avond rondom de literatuur van de toekomst biedt een gevarieerd programma dat bestaat uit auteursoptredens, finale van de nieuwe talentenjacht Manuscripting, de literaire datemaker Loveletters en het inmiddels roemruchte Jonge Schrijversbal.

    Het hoofdprogramma van de Jonge Schrijversavond vormen de optredens van schrijvers Franca Treur, Thomas Heerma van Voss, Ellen Deckwitz, Yannick Dangre, Charlotte van Zanten en Pepijn Lanen. In de monumentale Grote Zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam lezen de schrijvers voor uit eigen werk, waarna ze worden geïnterviewd door auteur Maurice Seleky, die in 2009 het initiatief nam tot de avond. De line-up van schrijvers is op verschillende manieren interessant. Pepijn Lanen ( bekend als lid van muziekformatie De Jeugd van Tegenwoordig) leest voor het eerst voor uit zijn debuut Sjeumig, een verhalenbundel die in november verschijnt. Verder won de Belgisch-Nederlandse auteur Yannick Dangre onlangs nog de Melopee Poëzieprijs en kijken vele lezers reikhalzend uit naar de tweede roman van schrijfster Franca Treur die in 2009 zeer succesvol debuteerde met Dorsvloer vol confetti.

    Jonge Schrijversbal, Manuscripting en Loveletters

    De avond sluit af met het Jonge Schrijversbal  met muziek van de Amsterdamse dj-duo’s Les Deux (Andela & Caron) en The Disco Accidents. Tijdens het bal zijn er nog verschillende activiteiten zoals: schrijvers signeren hun boeken, gelegenheid tot het kopen van boeken bij een stand van boekhandel Athenaeum (wie koopt krijgt een glas champagne) en singles met dezelfde boeksmaak beleven blind book dates met de literaire datemaker Loveletters. De Jonge Schrijversavond organiseert in samenwerking met SSBA Salon en Lebowski Publishers de finale van de nieuwe literaire talentenjacht Manuscripting. Drie getalenteerde schrijvers in spe pitchen hun manuscript in wording aan het publiek en een vakjury bestaande uit Job Lisman (hoofdredacteur van Uitgeverij Prometheus), Jennifer Boomkamp (redacteur bij Ambo-Anthos Publishers) en Willem Bisseling (literair agent bij Sebes & Van Gelderen).  

     

    Jonge Schrijversavond 2013

    Vrijdag 25 oktober
    Stadsschouwburg Amsterdam
    Tijd: 20.15 – 03.00 uur
    Kaarten: € 12,- via www.ssba.nl
    Meer informatie: www.jongeschrijversavond.nl

  • Bovenlicht – José Saramago (roman uit 1953 postuum verschenen)

    Etalage

    José Saramago (1922-2010) debuteerde in 1947 met de roman Land van de zonde. Op zijn dertigste voltooide hij zijn tweede roman die om duistere redenen nooit werd uitgeven. In de twintig jaar die daarop volgden onthield hij zich van de literatuur en schreef alleen nog  journalistieke stukken. Tot hij op zijn drieënvijftigste ervoor koos zijn leven te wijden aan de literatuur. Vanaf die tijd publiceert Saramago een groot aantal romans. Waarvan Het evangelie volgens Jezus Christus, De stad der zienden, De stad der blinden, Het verzuim van de dood, De tocht van de Olifant, Het schijnbestaan en Kaïn, wel de bekendsten zijn. In 1982 brak hij internationaal door met de roman Memoriaal van het klooster.

    Bovenlicht speelt in het Lissabon van de jaren vijftig en verhaalt over de dagelijkse besognes van vijf stadsbewoners die leven onder de dictatoriale druk van Salazar. ‘Een schrijver blikt uit het raam, het lijkt een morgen als alle andere: schoenmaker Silvestre die zijn winkel opent, Adriana die op haar hakken naar kantoor vertrekt, Justina die weer een lange dag vol ruzie met haar agressieve echtgenoot voor de boeg heeft, de maîtresse Lidia, en de nostalgische Spaanse Carmen. De schrijver laat zijn ogen discreet van huis naar huis gaan, van personage naar personage.’
    ‘Saudades’ naar toen het leven nog een belofte in zich droeg alsook de kleine illusies en grote frustraties van deze personages worden nauwgezet beschreven. En net als de dichter Pessoa vraagt de auteur zich af: ‘Moeten wij allen getrouwd, onbeduidend en dienstbaar zijn?’’

    José de Sousa Saramago won in 1998 de Nobelprijs voor de Literatuur. Als de uitgever aan wie hij zijn werk had toevertrouwd, dit toentertijd  geweten had, zou het manuscript niet zo veronachtzaamd behandeld zijn. Maar voor de liefhebbers van Saramago is deze roman natuurlijk een onverwachte toegift op zijn werk alsof hij hiermee over het graf heen een teken van leven geeft. En voor degenen die onbekend zijn met het werk van Saramago is Bovenlicht een verrassende kennismaking met deze grootse Portugese literator. Volgens Saramago’s weduwe Pilar del Rio, is dit zestig jaar oude werk ‘de poort naar al zijn werk’.

    Op de site van Athenaeum Boekhandel staat een voorpublicatie van Bovenlicht.
    De roman is vertaald door Maartje de Kort en is verschenen bij uitgeverij Meulenhoff.


     

  • Literatuurhuis sluit seizoen met eerste sessie CitySessions succcesvol af

    Het was zo’n  zomerse zondagmiddag dat het beter is de stad te mijden wanneer je er niets te zoeken hebt. Ware het niet dat Het Literatuurhuis in de Winkel van Sinkel te Utrecht op 7 juli een ontmoeting had geregeld tussen ‘Nederlandse lezers’ en de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965). Terwijl de vrouw van McCann en zijn kinderen zich per boot over de Utrechtse grachten lieten vervoeren, bezong Jan van Mersbergen zijn schrijverskunst en ging Hans Bouman met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre. Het geroezemoes vanaf de straat dat door de geopende hoge deuren langs de aanwezigen gleed, samen met het uitzicht op de Domtoren en de Oude gracht gaf deze middag een onverwacht Zuid-Europees cachet.

    Het Literatuurhuis organiseert jaarlijks in april City2Cities, een internationaal literair festival waar twee Europese steden elkaar ontmoeten. Dit jaar waren Berlijn en Lissabon te gast. Voor de vierde editie in 2014 zijn Dublin en Boedapest uitgenodigd. CitySessions is in het leven geroepen om maandelijks of tweemaandelijks een buitenlandse schrijver een podium te bieden en het gebied tussen de City2Cities festivals te overbruggen. Colum McCann, die inspiratie vond bij schrijvers als John Berger (trilogie: De vrucht van hun arbeid) en Michael Ondaatje (De Engelse patiënt) en zelf auteur van zes romans was de allereerste gast van CitySessions.

    Voor McCann aan het woord kwam sprak Jan van Mersbergen  (Naar de overkant van de nacht) vol lof over hem. Van Mersbergen maakte in 2010 voor het eerst kennis met zijn werk. Het was tijdens een vakantie op Schiermonnikoog met zijn toenmalige vriendin en kinderen dat een dringende nood tot lezen hem naar de plaatselijke boekhandel dreef waar hij een boek van McCann kocht. Van Mersbergen is een gulzig lezer, nog voor hij het eerste boek uit had haastte hij zich nogmaals naar de boekwinkel en kocht een tweede boek van McCann. Hier was duidelijk sprake van liefde op het eerste gezicht. Hij geniet van McCann’s zegswijzen als: ‘Oh, wat veel regen voor zo’n kleine hemel,’ en sluit hiermee zijn lofrede af.

    Wat is er te ontlenen aan het feit dat je grootvader door dezelfde straten heeft gelopen als de auteur van Ulysses, James Joyces en je grootmoeder (inval)huishoudster is geweest bij Samuel Beckett? Het heeft er bij McCann in ieder geval toe geleid dat hij Ulysses ging lezen (om zijn grootvader te begrijpen moest hij het lezen) en schrijver werd. McCann is een makkelijke prater waar je graag naar luistert zoals ook zijn verhalen prettig lezen. Op de vragen van Hans Bouman (recensent Volkskrant) ‘hoe hij schrijft’ en waar hij het allemaal vandaan haalt gaf McCann antwoorden als: ‘Meest van de tijd weet ik niet wat ik doe. Later pas ontdek ik wat de roman vertelt.’ Of, ‘ Je herinnert je meer als je emigreert.’ En, “Ik beschrijf geen loze dingen, alles heeft een betekenis. Zola zei immers: ‘We zijn hier om ons leven hardop te leven.’” En dat is wat McCann doet in zijn boeken. Zijn romans hebben als uitgangspunt een historisch gegeven die hij vermengt met fictie waardoor het verhalen worden die ‘levensecht’ zijn en een ieder die nu leeft, aangaan. McCann houdt niet van de term historische romans. Hij brengt liever de historie naar het hier en nu.

    Dan leest McCann in korte, snel opeenvolgende zinnen voor uit zijn net verschenen roman Trans-Atlantisch dat speelt in 1845 en gaat over drie verschillende mannen en loopt langs evenzovele verhaallijnen. De eerste verhaallijn gaat over een zwarte Amerikaanse slaaf die in Ierland een willig oor vindt bij voorvechters van afschaffing van de slavernij. De tweede verhaallijn speelt in 1919. Twee piloten proberen het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog te vergeten en maken met een omgebouwde bommenwerper de eerste trans-Atlantische vlucht van Newfoundland naar het westen van Ierland. En in 1998 steekt een Amerikaanse senator de oceaan over om te bemiddelen in het Noord-Ierse conflict. Drie verhalen die op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten worden door vrouwen die de oversteek naar Amerika en terug naar Ierland hebben gemaakt.

    Het heeft iets betoverends, de resonerende stem van McCann die de zaal vult en door de hoge open deuren naar buiten uitwaaiert over de zomers geklede mensen die flaneren langs de gracht. Daarbij geven de hoge grijze gebouwen aan de overkant van de gracht met de donkerrood geschilderde balkonweringen de indruk aan, laten we zeggen het Praca do Rossio in Lissabon te zitten. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de Angolees/Portugese schrijvers, Eduardo Agualusa en Goncalo M. Tavares nog niet zo lang geleden de stad aandeden.

     

     

  • Jan Hanlo Essayprijs 2013 voor Marja Pruis

    Marja Pruis heeft de Jan Hanlo Essayprijs 2013 ontvangen voor de essaybundel Kus mij, straf mij (Nijgh & Van Ditmar). De prijs – een geldbedrag van 7000 euro en een kunstwerk – werd dit jaar voor de achtste keer overhandigd tijdens de uitreiking dinsdagavond 21 mei in De Balie te Amsterdam.

    Voor het eerst dit jaar werd er ook een prijs uitgereikt voor het beste filmessay. Deze werd gewonnen door Stephane Kaas met zijn inzending To-Do-Lijst. Ten slotte was er nog de prijs van 1500 euro voor een nog niet gepubliceerd essay welke naar Daan Stoffelsen ging voor Waarschuwingen, ravijnen en ziekenhuisgebouwen.
    De jury, bestaande uit Geert Buelens, Xandra Schutte en Arjen van Veelen, onder voorzitterschap van Margot Dijkgraaf, maakte een keuze uit meer dan 110 ingezonden essaybundels uit 2011 en 2012. De jury over Marja Pruis: ‘In haar boek bespeelt Pruis virtuoos verschillende literaire registers. Met verve rekt ze de grenzen van het genre van het essay tot het uiterste op. Ook de lezer voor wie haar onderwerpen strikt onbekend terrein zijn, verleidt ze dankzij haar verademend toegankelijke stijl.’

    Overige genomineerden waren Louise Fresco Hamburgers in het paradijs, Joep Leerssen Spiegelpaleis Europa, Willem Schinkel De nieuwe democratie en Peter Venmans Het derde deel van de ziel.

    De jury, onder leiding van BarBara Hanlo, bekroonde Stephane Kaas met de inzending To-Do-Lijst. Uit het juryrapport: ‘Het filmessay van Stephane Kaas is een dynamische donderspeech. Het lijkt op een pleidooi om je stuurloos te begeven in een onbekende wereld die dankzij sociale media aan je voeten ligt.’

     

     

  • Lydia Davis wint twee jaarlijkse Man Booker International Prize

    Gisteren werd in Londen bekendgemaakt dat de Amerikaanse korte verhalen schrijfster en Frans vertaalster Lydia Davis de prestigieuze Man Booker International Prize 2013 gewonnen heeft. Voor haar hele oeuvre werd zij bekroond en won daarmee een bedrag van 60.000 Engelse pond. Davis publiceerde zeven bundels korte verhalen en een roman.Zij vertaalde werk van Marcel Proust, Michel Foucault en Gustave Flaubert. Sedert augustus 2011 werkt Lydia Davis aan Engelse vertalingen van de zeer korte verhalen (zkv’s) van A.L. Snijders.

    De Amerikaanse Davis (65) is bekend door haar korte verhalen die soms niet meer dan een paragraaf beslaan. Haar verzamelde verhalen werden in Nederland door uitgeverij Atlas Contact in twee delen uitgebracht: Varianten van ongemak en  Bezoek aan haar man.

    “Haar schrijfsels zijn omschreven als verhalen, maar kunnen ook gedefinieerd worden als miniaturen, anekdotes, essays, grappen, parabels, fabels, teksten, gebeden of simpele observaties”, aldus de juryvoorzitter.

    De prijs werd dit jaar voor de vijfde keer uitgereikt. Eerdere winnaars zijn Ismail Kadare (2005), Chinua Achebe (2007). Alice Munro (2009) en Philip Roth (2011).

     

     

  • Grote literaire prijzen voor Oek de Jong en Tommy Wieringa en genomineerd voor de Inktaap

    Twee zenuwslopende uren aan het diner alvorens de winnaar bekend wordt gemaakt.
    Maandagavond 6 mei omschreef Clairy Polak, juryvoorzitter van de Libris Literatuurprijs 2013 de winnaar als een ‘grossier in schilderachtige beelden’ (Oek de Jong?) ‘prachtig geformuleerde zinnen’ (Esther Gerritsen?) en ’tot reflectie nodende gebeurtenissen’ (?). En dan: ‘De Libris Literatuurprijs gaat naar… (stilte)… ‘Dit zijn de namen van Tommy Wieringa’. Door de bewust ingebrachte stilte ontstond er nog even ruimte voor een zenuwslopend  ja-De Jong, nee-De Jong moment.

    Maar Oek de Jong had zijn moment toen al gehad. Op 4 mei jongstleden werd in Gent bekend gemaakt dat hij met zijn roman Pier en oceaan de Gouden Boekenuil gewonnen had. Een roman die een ‘voorbije tijd oproept van de jaren vijftig tot de jaren zeventig’ en waar De Jong ruim acht jaar aan werkte. De jury, samengesteld uit recensenten en literatuurkenners als Wim Brands, Diane Broeckhoven, Elsbeth Etty, Marc Reynebeau, Frederick Vandromme en voorgezeten door Friedl’ Lesage zei hierover: ‘Oek de Jong slaagt hierin door minutieuze beschrijvingen van de observaties van een sensitief kind, zonder in nostalgie te vervallen, zonder ooit het overzicht te verliezen’. De Jong ontvangt 25.000 euro en een kunstwerk van Philip Aguirre.
    Tommy Wieringa moest zich die avond tevreden stellen met de publieksprijs voor Dit zijn de namen. Deze prijs, voorgezeten door een honderdkoppige lezersjury werd hem toegekend met de vermelding dat Wieringa ‘een grootse taalvirtuoos’ is en zijn boek ‘een meesterlijke roman die herlezen moet worden’.  Aan de publieksprijs is een bedrag van 2.500 euro verbonden.

    Maar Wieringa’s tijd moest nog komen al had hij het zelf niet verwacht, gezien zijn uitspraak: ‘Als ik win, spring ik in de Amstel’. Wat hij later ook daadwerkelijk deed. Aan nominaties heeft het de schrijver niet ontbroken. Al eerder werd genomineerd Joe Speedboot (2005) en Caesarion (2009). Zijn boeken belandden telkens hoog op short- en longlists. Maar buiten de bescheiden F. Bordewijkprijs na, won hij nooit de hoofdprijs. Er wordt al gesproken van een Wieringa -jaar; twee literaire prijzen en schrijver van het boekenweekgeschenk 2014.

    Dit zijn de namen gaat over een groep verwilderde vluchtelingen die hun paspoort vernietigd hebben en opduiken in een grensstad in de steppe waar ze angst en onrust veroorzaken. Waarmee ze symbool staan voor de velen die door een uitzichtloze thuissituatie gedwongen zijn te vluchten en op zoek gaan naar een betere wereld.

    De overige genomineerden voor de Gouden Boekenuil waren Peter Terrin met Post mortem, Arnon Grunberg met De man zonder ziekte en Marja Vuisje met Ons kamp.
    Voor de Libris Literatuurprijs waren dat Esther Gerritsen met Dorst, Arnon Grunberg met De man zonder ziekte, Christiaan Weijts met Euforie en Elvis Peeters met Dinsdag.

    Aan de Libris prijs is een geldbedrag verbonden van 50.000 euro. De prijs wordt elk jaar toegekend aan het beste Nederlandstalige literaire fictieboek van het afgelopen jaar. Het is de twintigste keer dat de prijs werd uitgereikt.

    Maar het houdt niet op want beide gelauwerde schrijvers, Wieringa en De Jong alsook Peter Terrin (AKO literatuurprijs 2012) zijn genomineerd voor de Inktaap zo werd vandaag bekend gemaakt. De Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied, waarbij leerlingen in het hele Nederlandse taalgebied worden geconfronteerd met de keuze van de jury’s van de AKO Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuur Prijs. Verder zijn genomineerd Ruth San A Jong (Caribische auteur) met De laatste parade en  errin met Post Mortem (AKO Literatuurprijs 2012).  Dit jaar is voor het eerst een auteur uit het Caribische gedeelte van het Nederlandse taalgebied genomineerd.

    I. v/d G.

  • 31e Nacht van de Poezie in Totale witte kamer

    Literair Nederland was erbij

    Voor eenmaal vond de Nacht van de Poëzie haar onderkomen in de futuristische ruimtes van Media Plaza voordat deze volgend jaar opnieuw plaats zal vinden in muziekcentrum Vredenburg. De presentatie was in handen van de dichters Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin.

    De Nacht van de Poëzie vindt van oudsher plaats in muziekcentrum Vredenburg maar sinds deze locatie vanwege een ingrijpende verbouwing vanaf 2008 gesloten is, reist De Nacht langs wisselende onderkomens waarvan Media Plaza het laatste station is. Het hoofdpodium stond in Polar, een ovaalvormige zaal die voor deze 31e Nacht  was omgedoopt tot Totaal witte kamer, naar een gedicht van Gerrit Kouwenaar. En wit was het, witter dan wit de stoelen, de wanden, de katheder, de vloer en de presentatoren. In verblindend witte pakken, een wit dat kraakt en afstand eist. En met deze witte entourage gingen 21 dichters en 6 entr’actes in line-up De Nacht in.

    In het thema van De Nacht Kom nacht/en wis mij uit, van Fernando Pessoa, weerklinkt de wens om volledig te willen verdwijnen in het donker. Door het overheersende wit werd dit de bezoeker zeer moeilijk gemaakt. Maar er was poëzie, poëzie waarin het goed toeven was en poëzie om in te verdwijnen. De Nacht zélf naar binnen halen, door het enorme dak boven de Totaal witte kamer te openen zoals het plan was, werd verhinderd door een geselende oostenwind die zo niet onophoudelijk  dan toch op gepaste tijden over het dak raasde. Waardoor Cees Nooteboom, door Ester Naomi Perquin aangekondigd als ‘literaire berg in Nederland’, enigszins verstoord opkeek toen de ijzige wind opnieuw over het dak van de zaal roffelde en zich tussen zijn voordracht I.M. Hugo Claus en het publiek drong. Hier werd geen spelletje gespeeld volgens Nooteboom want hij zelf had tijdens de begrafenisplechtigheid van Claus de woorden uitgesproken: ‘kom vooral spoken’. En hier was hij dan, die andere grote literaire berg, die deze 31e Nacht door rukwinden werd aangekondigd.

    Toon Tellegen & het Wisselend Toonkwintet van Corrie van Binsbergen, vertolkten onder meer op onnavolgbare wijze zijn bekende gedicht De rechte weg. De repeterende woorden als een formule uitgesproken kregen een dwingend karakter: ‘Ik liep langs een rechte weg./Ik noemde het een rechte weg./Het was geen rechte weg./Ik kwam bij een hoek./Ik sla die hoek niet om, dacht ik./ Ik sla die hoek niet om, niet om, niet om./ Ik sloeg die hoek om.’
    Tellegen behoort met Elly de Waard, Cees Nooteboom en Leo Vroman tot de grand old poets van de Nederlandstalige poëzie die met hun optredens De Nacht van een waardige glans voorzagen. Dichter des Vaderlands, Anne Vegter maakte indruk met haar scherp sissende en ronduit krachtige voordracht van haar gedichten. Waaronder het gedicht Nu Wij, over laaggeletterdheid in Nederland. ‘(…) Moesten we luidop lijstjes/ lezen, op werk zeiden we niet geweten, bril vergeten. (..) het alfabet is misschien niet helemaal eerlijk verdeeld. Waar waren we toen de/letters werden geschud? Is er nog over van de spelling? Mogen wij ook?’

    Met een voorproefje van haar nieuwe tour Last Resistance – The Naked Sessions was Wende Snijders de grootste publiekstrekker. Met enthousiaste kreten werden haar songs onthaald. Indruk maakte het lied Black Feather, gebaseerd op Dominique Strauss Kahn en gezongen als een gospel. Ondertussen droeg Elly de Waard enkele van haar gedichten voor in Splash, een van de kleine zalen waar tientallen bezoekers met oprechte waardering haar presentatie bijwoonde.

    Ook Tom Lanoye bracht later in De Nacht in een performance een hommage aan Hugo Claus. En met opzwepende versregels als  ‘It was, it is, it remains’ en ‘One people, one nation’ wist hij Obama en Claus aan elkaar te dichten.
    Tonnus Oosterhof had volgens eigen zeggen inktzwarte gedichten uitgezocht voor deze witte nacht. Ze waren politiek getint en dwongen een betekenisvolle stilte af bij het publiek. Charlotte Mutsaers las voor uit haar bundel Dooier op drift. Met fijne versregels als ‘Alles van plastic is weerbaar’ en het gedicht Leeftocht over ouderdom, met een lach en verwondering. ‘Zeventig/alleen mijn leeftijd is vreemd’.

    Volgens Ingmar Heytze zijn er ‘dichters uit hun holen gekropen om zich met zenuw aftellende minuten de tijd door te slepen tot ze het podium kunnen betreden’. De Nacht was toen al ver heen en het overgebleven publiek had zich verzameld, als bij de nazit van een geslaagd feest, in de Totaal witte kamer. Liggend op vloerkussens en tegen elkaar aanleunend in stoelen, werd genoten van onder meer de Belgische band Dez Mona. Waarvan de zanger, Gregory Frateur met zijn opvallend grote stembereik en grillige dansbewegingen, deed denken aan de optredens van Kate Bush, inclusief blote voeten.

    Om half vier ’s nachts kwam Leo Vroman, onderhand een vertrouwde verschijning op poëziefestivals via skype, met zijn vrouw Tineke langs. Als een verlate gast die aanschoof om de achterblijvers, onder uitgezakt of liggend op gigantische zitzakken, nieuw leven in te blazen. Want met een versregel als: ‘Onschuldige moordenaars die het leven nooit hebben gekend.’ keerde hij de waarheid ondersteboven en vroeg men zich af ‘hoe het nu verder moest met het leven’.

    Als laatste dichter in de line-up las NK Poetry Slam winnares 2011, Kira Wuck, in bruin gebloemde jurk, op stevig staande benen, zich soms haast verslikkend maar nooit haperend haar gedichten voor. Waarna H.H. ter Balkt met zijn sonore stem onder meer met een: ‘Dat was het’ via skype de avond afsloot waarmee de Nacht van de Poëzie 2013 een voldongen feit was. Een Nacht die kan worden bijgezet als ‘ zeer succesvol’ in het archief van de Nacht van de Poëzie.

    In de wandelgangen stonden de bekende boekentafels opgesteld en was er dit jaar veel aandacht voor literaire tijdschriften als onder meer Extaze, Liter, Vooys, SLANG, Terras en Revisor.

     

    Foto Cees Nooteboom: Anna van Kooij

     

     

  • Archieffoto van de Nacht van de Poezie 2010

    Uit het archief van De Nacht van de Poëzie

    Komend weekend vindt de 31e Nacht van de Poëzie plaats. In 2010 presenteerde dichter Ingmar Heytze de 29e Nacht van de Poëzie samen met Jeroen van Merwijk. Op 23 maart presenteert Heytze wederom de Nacht van de Poëzie, nu samen met collega-dichter Ester Naomi Perquin in Media Plaza, een unieke locatie op steenworp afstand gelegen van Utrecht Centraal Station.

    De Nacht van de Poëzie vond ­­vanaf 1980 steevast plaats in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. Na de 27e editie in 2007 ging de verbouwing van Vredenburg van start. De 28e editie in Vredenburg Leeuwenbergh (De Rode Doos in de volksmond) was op ’n zachtst gezegd geen groot succes waarop Vredenburg besloot te stoppen met de Nacht. Dit tot grote verontwaardiging van dichter Ingmar Heytze die zich samen met o.a. collega-dichters Vrouwkje Tuinman en F. Starik hard maakte om de Nacht ook in de jaren dat Vredenburg nog onder constructie was in Utrecht te behouden. En met succes: in 2010 en 2011 vond de Nacht plaats in de Stadsschouwburg van Utrecht en Heytze presenteerde samen met Jeroen van Merwijk de avond.

     

    Foto: Ingmar Heytze en Jeroen van Merwijk – 2010 © Anna van Kooij