• Er spreekt een ontegenzeggelijke vitaliteit uit de ingezonden poëziebundels

    Dat is de mening van de jury van de VSB Poëzieprijs die 114 dichtbundels las waaruit ze er vijf nomineerden als kanshebber voor de prijs.

    De genomineerde dichtbundels van het afgelopen jaar zijn die van Pieter Boskma, Geert van Istendael, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen en Maud Vanhauwaert. Zij zijn daarmee kanshebber geworden op de VSB Poëzieprijs 2016. De VSB Poëzieprijs is de belangrijkste prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste bundel van het afgelopen jaar met een bedrag van 25.000 euro. De uitreiking van de VSB Poëzieprijs 2016 vindt op 27 januari 2016 in Groningen plaats en is daarmee het eerste hoogtepunt in de Poëzieweek 2016.

    Hieronder een beschrijving van de genomineerde bundels:

    unnamed-2In Zelf doet Pieter Boskma een buitengewone poging te verwoorden hoe de rouw om zijn vrouw doorwerkt tot in de kern van zijn dichterlijke persoonlijkheid. Zoekend naar een uitgang uit de rouw bewandelt hij een veelsporig ‘Padenpad’ in de vorm van 39 zelfportretten. Boskma beroept zich op de eeuwenoude wijsheden die liggen opgeslagen in de klassieke genres van klaagzang en epos. Hij gebruikt ritmewisselingen en stijlfiguren om de artificialiteit van het zelfbegrip uit te lichten. Dit proces van wording heeft op de dichter een geneeskrachtige uitwerking, al gaat het einde van de rouw gepaard met een afscheid van het zelf dat zijn vrouw heeft liefgehad. Wat overblijft is een ‘verbeeld’ of poëtisch zelf dat niet vastligt, maar zich voortbeweegt met een ‘in zichzelf besloten gang van schoonheid en voltooiing.’ Uitgegeven door De Bezige Bij.

     

    unnamedDe vier afdelingen van de bundel Het was wat was van Geert van Istendael bestaat uit vier afdelingen die  eenvoudigweg ‘Ding en dier’, ‘Bomen’, ‘Mensen’ en ‘Geld’ heten. Van Istendael beschrijft met zeer nauwkeurige blik, dingen en dieren, hij kijkt vol ontzag naar bomen en hij luistert nieuwsgierig naar zijn dialect pratende buren. Dat lijkt allemaal klein en idyllisch, maar door het heldere en stevige gebaar van Van Istendaels teksten weten we toch dat we met beide benen in de realiteit en het heden staan, zeker door de afsluitende cyclus in de bundel, die ons hardhandig, helder en geëngageerd confronteert met de actuele rol van het slijk der aarde. Uitgegeven door Atlas Contact.

     

    9200000030213065In Idyllen brengt Pfeijffer al zijn poëtische kracht, verlangen en meesterschap bij elkaar. In af en aan golvende, hoogst inventieve, rijmende alexandrijnen, vertolken deze poëtische ontboezemingen een klaagzang van een treurende dichter over de teloorgang van de wereld en de poëzie. ‘De nacht is aangezegd. De warre uren waaien / als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.’ Met veel bravoure, dat verrassend genoeg wordt afgewisseld met ontroerende momenten van inzicht, zet Pfeijffer zijn opvattingen over maatschappij en dichtkunst uiteen. De bundel zingt, knarst, fabuleert, droomt en barst uit zijn voegen van een nauwelijks te remmen dichterlijke droom. Uitgegeven door de Arbeiderspers.

     

    unnamed-6In De werkelijkheid speelt Toon Tellegen met een scala aan aannames betreffende liefde, wanhoop, medeleven, vertrouwen, angst. Tellegen draait telkens die werkelijkheid een halve slag en toont de keerzijde ervan of een aspect waaraan niet direct gedacht zouden worden. Zo morrelt hij er op een verontrustende manier aan, waardoor alles op losse schroeven komt te staan. Met schijnbaar eenvoudige talige middelen slaagt hij er in een absurde, bedreigende of wanhopige wereld op te roepen waaraan nauwelijks te onttrekken is. De obsessieve vraag naar wat werkelijk is, geeft aan de bundel een sterke thematische samenhang. Uitgegeven door Querido.

     

    unnamed-8Wij zijn evenwijdig van Maud Vanhauwaert bevat 184 tekstfragmenten waarvan de titel het eerste is en die losjes met elkaar verbonden worden door een liggend streepje. Aldus ontstaat een reeks poëtische snapshots die iets doet oplichten van het leven in de grote stad aan het begin van de 21ste eeuw. De tekstfragmenten variëren van kleine verhaaltjes tot één enkele zin. Aforistische kernachtigheid wordt afgewisseld met van melancholie doordrenkte humor, absurdisme en een enkele bewust flauwe grap. Uit die rapsodie treedt een dichteres naar voren die met haar wispelturige logica en ontregelende beelden een heilzame verwondering weet te wekken voor het meest banale. Ook uitgegeven door Querido.

    Voorafgaand aan de uitreiking van de VSB Poëzieprijs 2016 presenteren de vijf dichters hun genomineerde bundels op verschillende Vlaamse en Nederlandse podia, o.a. in Rotterdam, Gent, Den Haag, Antwerpen, Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Kijk voor alle data en locaties binnenkort op www.vsbpoëzieprijs.nl.

     

  • Jeroen Brouwers wint ECI Literatuurprijs 2015

    De voormalige AKO Literatuurprijs en nu de ECI Literatuurprijs is gewonnen door Jeroen Brouwers voor zijn roman Het hout. Dat werd donderdagavond bekend gemaakt op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag.

    Het hout van Jeroen Brouwers (1940) werd gekozen om zijn meesterschap, stilistische brille en om zijn beklemming en verlossing, zo sprak juryvoorzitter Andrée van Es. Wegens gezondheidsproblemen was de auteur zelf niet aanwezig maar een televisieploeg was naar zijn huis in het Belgische Zutendaal getogen voor een korte reactie van een groots schrijver. Wat de prijs, waar hij niet op gerekend had, voor hem betekende: ‘Vreugde, sprak Brouwers die wars is van grootse gebaren. ‘Het geldbedrag, (heb je dat trouwens bij je, voegde hij er schalks tussen) komt mij zeer van pas.’

     

    51cf8a9e0f42f1.49079502Voor zich op tafel een stapel ritselende papieren: ‘Folklore van het schrijverschap’, noemt de schrijver dit. Brouwers durft, zoals hij zelf zegt, niet op maagdelijk blanco papier te schrijven. Hij gebruikte voor zijn manuscript van Het hout oud papier zoals bakkerszakken, de achterzijde van kalenderbladen en wikkels van tijdschriften. Waarna zijn echtgenote het over tikt op de computer. Op de vraag wie hij verwacht had dat zou winnen noemde Brouwers, P.F. Thomése. Hij had gedacht dat het tussen hem en Thomése zou gaan. Een schrale troost van de winnaar voor dan toch een van de verliezers.

    De overige kandidaten op de shortlist waren Inge Schilperoord met Muidhond, Annelies Verbeke  met Dertig dagen, Stephan Enter met Compassie, Mark Schaevers met Orgelman en P.F. Thomése met De onderwaterzwemmer. 

    De jury bestond naast de juryvoorzitter uit Nederlandse en Vlaamse recensenten onder wie Daniëlle Serdijn van de Volkskrant en programmamaker Wim Brands.

    De ECI Literatuurprijs heette vorig jaar nog AKO Literatuurprijs en werd toen gewonnen door de Vlaamse auteur Stefan Hertmans voor zijn boek Oorlog en terpentijn. De prijs bestaat uit een sculptuur en 50.000 euro. De bekendmaking was rechtstreeks te zien in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur op NPO 2.

    Hier vindt u de recensie die Vic Veldheer schreef over Het hout voor onze site.

     

     

  • Jan Campert-, F. Bordewijk- en Nienke van Hichtum-prijs toegekend

    Ilja Leonard Pfeijffer ontvangt de Jan Campertprijs voor Idyllen, Annelies Verbeke de F. Bordewijkprijs voor Dertig dagen en Anna Woltz de Nienke van Hichtumprijs voor Honderd uur nacht.

    De Jan Campert-prijs voor de beste bundel gaat dit jaar naar Ilja Leonard Pfeijffer (1968) voor zijn bundel Idyllen. In deze bundel schrijft Pfeijffer ‘harde, exuberante verzen over de mens in de hectische wereld van vandaag. Hij is schaamteloos barok en opzichtig retorisch, creëert een bezwerende dreun en schrijft strak ritmische en bijzonder sonore gedichten waarin de prachtige klank vaak botst met de onthutsende inhoud. Idyllen is een waagstuk: het gaat over grote verhalen en problemen. Pfeijffer schuwt daarbij het grote gebaar niet. Het levert een grote bundel grootse poëzie op.’
    Voorgaande jaren ging de prijs naar Piet Gerbrandy (2014), Micha Hamel (2013), Wouter Godijn (2012), Erik Spinoy (2011), Hélène Gelèns (2010), Alfred Schaffer (2009).

     

    index.php-2De F. Borderwijk-prijs is voor Annelies Verbeke (1976) voor haar roman Dertig dagen. De helden van Annelies Verbeke proberen vaker hun medemensen te helpen, maar Alphonse Badji, de hoofdpersoon van deze roman, is de eerste die daar ook werkelijk in slaagt. In een laag tempo met prachtige zinnen verbindt Verbeke in haar meest omvangrijke roman tot nu toe de verhalen van de diverse personages tot een geheel, waarin niemand een anker heeft en iedereen gedesoriënteerd door het land dwaalt – met de in de oude loopgraven bivakkerende vluchtelingen als triest symbool. Dertig dagen is een dappere, maar nooit zoetsappige poging om op papier een wereld te scheppen die mooier is dan de echte: een roman over liefde en het diepe verlangen naar contact waarmee Verbeke alle beloften van haar eerdere werk inlost.’
    De afgelopen jaren ging de prijs naar Jan van Mersbergen (2014), Oek de Jong (2013), Gustaaf Peek (2011), Stephan Enter (2012) Koen Peeters (2010), Marie Kessels (2009).

     
    index.phpAan Anna Woltz (1981) is voor haar jeugdroman Honderd uur nacht de Nienke van Hichtum-prijs 2015 toegekend. Tieners die uit schaamte voor een discutabele daad van hun vader stiekem een ticket naar New York boeken en daar in hun eentje heenreizen, om er midden in de orkaan Sandy terecht te komen: ze bestaan alleen in de literatuur. In de handen van de verkeerde schrijver leveren ze bovendien al snel stof tot een ontsporend verhaal. Anna Woltz schreef met Honderd uur nacht ‘een voorlopig hoogtepunt in haar jonge oeuvre. Zij is erin geslaagd een messcherpe, eigentijdse en psychologisch overtuigende jeugdroman af te leveren, die op subtiele wijze maatschappelijke en ethische kwesties aansnijdt zonder daarbij in moralisme te vervallen.’
    De afgelopen jaren wonnen Jan Paul Schutten (2013), Benny Lindelauf (2011) en Els Beerten (2009).

    Bekend was al dat het gehele oeuvre van Adriaan van Dis (1946) onderscheiden is met de Constantijn Huygens-prijs 2015 (€ 10.000).

    Aan bovengenoemde prijzen is een bedrag van € 5.000 verbonden.
    De jury bestond uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aad Meinderts (voorzitter), Jan de Roder en Maria Vlaar.

    De prijsuitreiking vindt plaats op zondag 17 januari 2016, tijdens het Schrijversfeest, de afsluiting van het internationale literatuurfestival Writers Unlimited | Winternachten in het Theater aan het Spui. De prijzen worden uitgereikt door de Haagse wethouder van Cultuur, Joris Wijsmuller.

     

     

  • Nacht van de Poëzie wederom met vele hoogtepunten

    In de door blauwe en roze lampen verlichte zaal van Tivoli/Vredenburg, opende Maarten van der Graaff, die vorig jaar de nacht afsloot, de Nacht van de Poëzie met een stevige aftrap en meer als een Angry Youg Man die blijkbaar ook in hem huist. Waarna presentator Piet Piryns: ‘de romaticus van het abattoir’, Luuk Gruwez aankondigde die voordroeg uit zijn bundel Moeders. En hier begon het dat men het applaudisseren tussen de gedichten door, al niet laten kon. Was het bewondering of waren de dichterlijke gemoederen al te hoog opgelopen?

    Voorafgaande aan de Nacht vond er in een van de ruimten in de catacomben van Tivoli/Vredenburg de tv-opnamen plaats voor het VPRO programma Brands met Poëzie. Zo’n twintig plaatsen voor wie het wel eens wilden meemaken en hoe Wim Brands (hoorde ik naast me) in het echt is. Nu, hij was niet veel anders dan voor of tijdens de opnamen, luidde het oordeel. Wat klonk als een compliment. Er was een format: eerst leest de dichter iets voor uit zijn werk, dat ene gedicht zal de spil van het gesprek zijn. In afwachting van de opnamen, vraagt Brands of er iemand in het publiek een gedicht uit zijn hoofd kent. Een echte Brandsvraag, die de werking van geheugen en herinneringen in het schrijfproces, mateloos intrigeert: wat gaat er om in dat hoofd? Er werd voorzichtig wat geschoven op stoelen en evenzo gelachen. Ellen Deckwitz was er wel goed in, zowel uit eigen werk als uit het werk van anderen declameerde zij uit het hoofd. Vier mooie interviews met Pieter Boksma, Ellen Deckwitz, Hester Knibbe en K. Schippers.

    Verhalen en anekdotes

    De Nacht was vol verhalen en anekdotes, met dank aan de presentatoren Esther Naomi Perquin en Piet Piryns. Perquin vertelde dat zij eens met een bijna tachtig jaar oude dichter een museum bezocht. Dat zij die dichter onderweg kwijtraakte en na tientallen minuten zoeken, waarbij ze de suppoost inschakelde en bang werd, bij elke toiletdeur die zij opentrok, de dichter ineengezakt op de vloer zou aantreffen. Tot ze de dichter buiten in de zon zag zitten, een sigaret rokend. Zij vertelde hem hoe ze hem gezocht had en haar groeiende angst hem op de vloer 12027525_992788844076975_5632214561750089309_naan te treffen terwijl ze deur van het toilet opentrok. En de dichter, die aandachtig luisterde, vroeg: ‘En, lag hij daar?’ Met deze tekst werd K. Schippers aangekondigd die met verende tred het podium betrad en vanaf de katheter voorlas: Iemand elke dag zien/iemand toevallig zien/iemand af en toe zien/ iemand per vergissing zien/(…)/iemand nooit meer zien, uit zijn nieuwste bundel Fijn dat u luistert.

     

    ‘Thuis wil ik zijn, al is het maar een nacht.’

    Een dichtregel van Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) waarop de Nacht van de Poëzie werd gedragen. Thuis was men zeker in deze Nacht, misschien wat al teveel. Het publiek was vlot en overweldigend met applaus, joelen en fluiten dat menig dialoog, dat eventueel had kunnen ontstaan tussen zaal en podium, in de kiem werd gesmoord. Nog voor de fragiel ogende Juliette Gréco één noot had gezongen, werd de zaal haast afgebroken  met stampen, roffelende handen op houten relingen en een overweldigend applaus. Haar zang en intonatie waren zeer beheerst en soms haast krampachtig, zoals bij ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Het doorlopend fladderen van haar handen leek teveel een maniertje en bewogen steeds net een fractie van een seconde achter de tekst aan. Misschien was het bij een wat minder overweldigend onthaal wel tot een dialoog tussen haar en het publiek gekomen. 12032127_993690873986772_8240695244972306113_nDe ontdekking van dit jaar is Benjamin Clementine met zijn theatrale zangkunsten en intrigerende teksten. In zijn donkergrijze lange coat, stond hij min of meer achter de vleugel die hij merendeels bespeelde met één hand. De rechterhand bewoog mee op de tekst van zijn songs: ‘It does’nt matter any more. En het beroemd geworden Condolence, ‘I swear, you’ve seen me/You’ve seen me here before/before.’

     

     

    Tussen de golven van applaus en performance in, was het een verademing te luisteren naar Hester Knibbe, ‘liefde, liefde, het zit altijd vast aan iemand’ en Anneke Brassinga, één met haar gedichten in haar voordracht. Zij kregen ieder op hun wijze de zaal stil, aandachtig luisterend. Waarna het lachen was met de verzen van Ivo de Wijs, en de wat cynischer, maar daarom des te komischer poëzie van  Lévi Weemoed.

     

    11987199_992793087409884_8579969130201574497_nPeter Verhelst maakte indruk met zijn gedicht over de foto van de Syrische peuter op het strand. Afhankelijk van wat we zien hoelang dit op ons netvlies blijft: ‘Zelfs toen we niet meer keken bleef het liggen op het strand/zelfs toen het weggehaald was bleven we het zien liggen’.
    Na de dip van de Nacht, en zoals Piryns het zo treffend verwoordde dat ‘je het niet kon maken nu thuis aan te komen’,  blies Ilja Leonard Pfeiffer ( ‘Zij hadden mij de nacht beloofd’), de Nacht nieuw leven in met zijn verschijning en voordracht. Ook Pieter Boksma, maakte indruk. Hij  vond het tijd worden voor een revolutie en dan een dichtertje op de troon ‘zodat men weer genieten kan van dansende zonnevlekken op een bospad’.

    Ode aan dode dichters

    Deze Nacht waren drie dode dichters aanwezig. Mike Boddé bracht een ode aan Drs. P (1919-2015) door op aanstekelijke wijze over hem te spreken en zijn liederen te zingen. Dat deed hij op zo’n zelfde wijze, dat het leek of Drs. P himself aanwezig was. Ester Naomi Perquin las het gedicht God te zijn van Joost Zwagerman voor. En vertelde dat Rogi Wieg eindeloos kon bellen. De laatste keer dat zij met hem sprak zei ze na vier uur bellen: Rogi, ik heb ook nog wat te doen.’ Waarop Rogi zei: ‘Ja, naar mij luisteren.’ Indrukwekkend was de video waarvan hij en wij in de zaal ook, wisten dat hij op het moment van uitzending er niet meer zou zijn, en waarin hij hij licht geëmotioneerd zegt: ‘Ik ga nooit meer een gedicht schrijven.’

    Terwijl voor het podium op de vloer het publiek op kussens de laatste uurtjes van de Nacht doorbrengt, de geur van zweetvoeten zijn hoogtepunt bereikt, maakt Typhoon er 12049638_992786484077211_4116692214999661065_neen feestje van met een swingend einde. Waarna Charlotte Van den Broeck met een ongelofelijke woordkracht de zaal bezwoer en de Nacht waardig afsloot. Zoals Van den Broeck haar gedichten declameerde, zo zou je het willen. Eindelijk eens een gedicht uit het hoofd leren zodat, als bijvoorbeeld Brands erom vraag, je het zo op kunt zeggen. Van den Broeck verliet het podium met een mondig ‘Goedenacht’, waarin een glimlach hoorbaar was. Mooi was het.

     

     

    Foto’s: Charlotte Van den Broeck / Peter Verhelst / K. Schippers : Annemarie Sint Jago
    Foto’s: Zaal / Benjamin Clementine: Michael Kooren

     

  • Vijfde editie City2Cities, bereid je voor

    Agenda / 15-16 mei / City2Cities / Postkantoor Neude / Utrecht

    Op vrijdag 15 en zaterdag 16 mei 2015 vindt de vijfde editie van het internationale literatuurfestival City2Cities plaats. Het festival over literatuur uit wereldsteden heeft voor deze jubileumeditie een bijzondere locatie gevonden: het voormalige hoofdpostkantoor op de Neude in Utrecht. City2Cities is het eerste festival dat in het monumentale gebouw plaatsvindt.

    Onder de bogen van de indrukwekkende hal – waar men vroeger in de rij stond voor postzegels en briefkaarten – klinkt twee dagen proza, poëzie en muziek. Ook in de kantoren, de kluisruimtes en langs de balustrades van dit imposante Amsterdamse School-gebouw vinden tientallen voordrachten, interviews en lezingen plaats van nationale en internationale schrijvers.

    Net als voorgaande jaren gaat ook bij deze editie de bijzondere aandacht uit naar  literatuur uit twee wereldsteden. Dit jaar zijn dat Krakau en Parijs.

    Voor zover bekend staan op het programma o.a. schrijfster Eleanor Catton uit Nieuw-Zeeland en Michel Faber uit Schotland en de Vlaamse dichter Jo Govaerts. Catton won in 2013 voor haar roman Al wat schittert (Anthos) de prestigieuze Man Booker Prize. Zij was toen 28 jaar oud en de jongste winnaar ooit.
    Michel Faber is de schrijver van Lelieblank, scharlakenrood (Podium). Zijn boek Onderhuids (Under the Skin) werd onlangs verfilmd met Scarlett Johansson als hunkerend ruimtewezen in de hoofdrol. Dit jaar verscheen Fabers, naar eigen zeggen, laatste roman Het boek van wonderlijke nieuwe dingen. De Vlaamse dichteres Jo Govaerts woonde lange tijd in Krakau en vertelt over haar grote liefde voor de Poolse literatuur en de literaire aantrekkingskracht van de stad Krakau.

    Tijdens de eerste editie van City2Cities (2011) was Michel Faber Writer in Residence. De Franse schrijver Thomas Clerc treedt dit jaar in zijn voetsporen.

    Michel Houellebecq treedt zaterdag 16 mei op tijdens City2Cities. Met zijn vertaler Martin de Haan spreekt Houellebecq over zijn laatste boek Onderworpen (Soumission) waarin een moslim in 2022 president wordt van Frankrijk. Het boek veroorzaakte voor veel ophef, die des te meer werd aangewakkerd door de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs.

    Michel Houellebecq debuteerde begin jaren negentig als dichter, maar brak in 1998 door met de roman Elementaire deeltjes. Met dat boek en later nogmaals met Mogelijkheid van een eiland greep hij net naast de belangrijkste Franse literatuurprijs. In 2010 ontving hij de Prix Goncourt wel, voor De kaart en het gebied.
    Begin dit jaar ging de film The kidnapping of Michel Houellebecq in première. In deze komische nep-documentaire wordt uit de doeken gedaan waarom hij in 2011, vlak voor een promotietour door Nederland en België, onverwacht verdween.

    De rest van het programma wordt in de loop van de komende maand bekendgemaakt.
    Zie voor meer informatie & kaartverkoop: www.city2cities.nl

     

  • Zeer korte verhalen in Zutphen

    Het was vrijdagavond, koopavond. De straten van de stad waren op een mistroostige manier verlaten. Het zou toch niet zo zijn dat iedereen zich naar boekhandel Someren & Ten Bosch in de Turfstraat had gerept om daar A.L. Snijders te zien optreden? Snijders, die vorige week opeens tot ’s lands beroemdheden werd gerekend omdat hij de uitgave van Nederland Leest mag verzorgen. En omdat hij bij het journaal verscheen en de DWDD. Zo gaat dat.

    Maar de boekhandel was vol liefhebbers van de zkv’s van A.L. Snijders. Zij hadden hem al lief voordat hij de uitnodiging van het CPNB had aanvaard. De schrijver was ter ere van De Week van het Korte Verhaal aanwezig. Hij zou de vooravond daarvan inluiden met enkele van zijn zkv’s. Geheel vrijblijvend en belangeloos.

    De schrijver kwam vanuit een inham naar voren en beklom de open trap in het midden van de winkel. Op één traptree lag een rood fluwelen kussen. Hij vond er, na enig heen en weer geschuif, een stabiele plek op. Hij droeg stijlvolle suède schoenen. Mooie herenschoenen, met een gladde zool. Daar moest ik even aan wennen. Heel even maar en toen had ik de zware werkschoenen, of laarzen los van hem kunnen zien en pasten de suède schoenen hem wonderwel goed. Maar er was nog iets, al wist ik niet zo gauw wat.  Toen zag ik het, zijn wenkbrauwen waren bijgeknipt.

    Snijders keek met open blik de winkel rond, alsof hij iemand zocht, alvorens hij begon met het voorlezen van een mail. Degene die hem de mail gezonden had, kon wellicht onder de aanwezigen zijn. Maar nee.
    Die avond had de schrijver met zijn vrouw en dochter boodschappen gedaan bij de ‘grote’ AH in Zutphen. Alwaar hij werd aangesproken door een man die hem herkende van de televisie. De man stond naast een vrouw tegen wie hij zei: ‘Weet u wel dat u naast een beroemd man staat?’
    ‘Ja. Dat is mijn vader.’
    De mail luidde: Goedenavond meneer Snijders, Een uurtje gelden ontmoette ik u en uw vrouw in de grote AH van Zutphen. Zou u zo vriendelijk willen zijn om mij op uw Graslijst te zetten.’
    En zo begint Snijders een van de vele zijwegen te bewandelen waar hij zijn publiek al vertellend doorheen voert. Waarheen is niet belangrijk. Uit zijn zwarte tas haalt hij een A-4tje en zegt: ‘Ik lees dit stukje voor omdat ik het ontzettend graag wil voorlezen. Het is een advent verhaal dat ik op verzoek van de KRO geschreven heb.’

    Snijders is een verhalenverteller pur sang. Na het voorlezen van een van zijn zkv’s, zegt hij dat dit een te begrijpen stukje was maar dat hij de laatste tijd ook veel niet te begrijpen stukjes schrijft. Die brengt hij tot uitvoering met pianist Marcel Worms. Over Worms vertelt hij dan het prachtige verhaal van een jongen die geen muziek mocht studeren omdat zijn ouders hem dat afgeraden hadden (geen droog brood mee te verdienen) en die dat later toch wel deed. En dus nu met Snijders optreedt, of Snijders met hem. Het steekt soms heel nauw.
    Elk zkv dat hij uit zijn tas haalt, levert een bezijden verhaal op dat zo niet nog mooier is dan het op schrift gestelde zkv. Uit alles wat hem beroert komt een verhaal voort. Zijn verhalenkennis is eindeloos.

    Naderhand bij de boekentafel spreken twee mannen elkaar. ‘Ik krijg wel eens zo’n zkv met de mail, via de Graslijst. Die stuur ik dan weer door naar vrienden. Soms met een commentaar.’ De man begint nu besmuikt te lachen en gaat verder:’Laatst had ik er één doorgestuurd met de opmerking: ‘Deze vind ik niet zo goed.’ Kreeg ik van hem terug: ‘Maar ik wel.’ ‘Was ik vergeten hem uit de maillijst te halen.’ Het was een mooie avond voor een zeer kort verhaal.

     

     

  • Wim Brands en Kees ’t Hart in wederzijds-interview

    Een ontmoeting tussen Wim Brands en Kees ’t Hart bij de literaire salon in het Letterkundig Museum Den Haag. De één publiceerde onlangs de dichtbundel ’s Middags zwem ik in de Noordzee en de ander de satirische roman Theatro Olympico. Twee schrijvers  met elkaar in gesprek over hun schrijfproces. Voor de pauze interviewde Wim Brands, Kees ’t Hart over zijn laatste roman, na de pauze sprak ’t Hart met Brands over zijn dichtbundel.

     


    Nooit over jezelf schrijven

    Er is al veel gezegd over de opzet van ’t Harts roman Theatro Olympico en Brands vraagt zich af hoe het komt dat het geen ‘onzin’ roman is geworden. Dat ’t Hart daar erg zijn best voor moet hebben gedaan. ’t Hart geeft wat ontwijkende antwoorden en Brands wil weten wat hem ergert. ‘Nou’, zegt ’t Hart, ‘dat is die in zich zelf gekeerde draai die ik maak.’
    ‘De personages in je romans nemen zichzelf niet serieus’, gaat Brands door. ’t Hart bevestigt dat hij met omtrekkende bewegingen schrijft om te vermijden dat je over jezelf gaat schrijven. ‘Nooit over jezelf schrijven’. roept hij stellig. Brands: ‘Maar je doet niet anders.’ ‘Jaja, nu ja’, mompelt ’t Hart, die dondersgoed weet dat hij dat doet. ‘Wat ben je nu aan het doen?’ besluit Brands. ’t Hart werkt aan een kleine historische novelle, Het beeld van Goethe. En aan een idee voor een boek over een echtpaar dat in nare situaties belandt door alledaagse ergernissen.

    Brands op de plek van geïnterviewde toont onwennig, maar geen nood, hij neemt als vanzelfsprekend de leiding in dit interview. Hij stelt voor, omdat hem dit maar het beste lijkt, gelijk de angel eruit te halen (of zoiets) en het eerste gedicht uit zijn bundel te belichten. Zijn bundel, bestaande uit zo’n veertig gedichten lag vorig jaar rond deze tijd klaar toen zijn vrouw te horen kreeg dat ze ernstig ziek was. Zijn gedichten kwamen hem opeens zo nutteloos voor dat hij ze bijna allemaal wegdeed en twintig nieuwe schreef.

    Hij vertelt over een nacht dat het stormde en hij niet slapen kon. En daar kwam ‘de troost van de onverschilligheid’. Een zin die zich in zijn hoofd vormde terwijl hij daar, in de nacht, stond. Hij leest voor: ‘In de eerste nacht nadat ik had / gehoord dat je ziek was / schrok ik wakker // Het waaide buiten. Het waait, zei / jij, die nog geen oog dicht had / gedaan, en je glimlachte. // Ik begreep het pas later. // Wat er ook is, het zal de natuur een / zorg zijn. // Het waait, het waaide – buiten klonk / de troost van de onverschilligheid.’

    Iemand die iets is, wil altijd iets anders worden

    Brands wilde vroeger bioloog worden. Op zijn zestiende schreef hij zijn eerste gedicht en vroeg aan een vriend, die eigenlijk de dichter was, wat hij ermee kon doen. De dichter sprak: ‘Je stuurt het op naar een literair tijdschrift en dan krijg je het terug.’ Hij stuurde het gedicht op en het werd geplaatst. En zo werd hij dichter in plaats van bioloog. Maar ’t Hart herkent in zijn gedichten de bioloog, de ‘sporenzoeker’ in een poging iets te snappen.

    Hoe gaat het schrijven van een gedicht in zijn werk? Een gedicht begint met een gedachte die mogelijkheden openhoudt. Brands wilde een liefdesgedicht schrijven en vroeg zich af: hoe begint een liefde? Daarbij herinnerde hij zich een uitspraak van Wubbo Ockels. Gedaan nadat hij een rekening van 3000 euro voor zijn iPhone gebruik ontving en zijn kinderen hem hadden uitgelegd wat hij had fout gedaan, ‘Achteraf is alles altijd eenvoudig.’

    Het hoofd van de dichter als een vat vol uitspraken en een web van gedachten waarin ook de uitspraak ‘’s middags zwem ik in de Noordzee’, is blijven hangen. Deze opmerking is ontstaan in de tijd dat Brands met zijn, toen nog jonge gezin, vele seizoenen in Bakkum aan zee verbleef. Iemand kwam hem berichten dat de VPRO hem wilde bellen en hij sprak: ‘Dat is goed, maar ’s middags zwem ik in de Noordzee’. En dan ontstaat jaren later dit liefdesgedicht voor zijn vrouw:

    ‘Mijn liefde voor haar begon als een geloof. / Ze was er op een dag, daarna volgden / bedremmeld de redenen: // haar licht loensende ogen, hoe ze sprak / ‘Nee, ’s middags zwem ik in de Noordzee’. // Hoe in dat water haar armen nauwelijks / bewogen. Eenvoudig. Achteraf is alles / altijd eenvoudig.’

    ’t Hart merkt op dat hij geen poëtische taalmunter is, geen grote bewoordingen gebruikt, geen metrum en geen rijm. Dan zegt Brands: ‘Als mislukt bioloog ben ik misschien ook wel mislukt als kunstenaar.’ Maar dat weet hij beter.

     

     

  • Portugese poëzie in Den Haag

    ‘The privilege of a lifetime is being who you are’

    Er was een boekpresentatie in Den Haag. Nu zijn er wekelijks wel meer boekpresentaties, maar deze had een bijzonder karakter. Het betrof hier een presentatie van een Portugese dichtbundel Os medos e a gente ( De angst en het volk), een uitgave van Uitgeverij Chiado in Lissabon. Het is de derde dichtbundel van voormalig journalist,  tegenwoordig dichter en boekhouder bij de Portugese Ambassade, José Saraiva. Hoewel de dichter al negen jaar in Nederland woont, werd deze bundel in Portugal uitgegeven. De presentatie was in de ambtswoning van de Portugese ambassadeur.

    Met tram 1 naar het Vredespaleis. Daar was het nog even zoeken naar de residentie die achter het Vredespaleis verscholen lag. Voor de hoge groene haag rondom het huis stond een bakfiets met lichtblauwe fietstassen. Het stond wat ongewoon. Die kinderbakfiets voor dat statige huis, waar men zich niet anders dan per auto laat vervoeren. Een vriendelijk ogende huishoudster liet ons binnen. In de ontvangsthal, waarvan vloeren en wanden bekleed waren met zware tapijten, klonk het Portugees en Nederlands levendig door elkaar. Het meubilair was donker klassiek en ademde de sfeer uit van koloniale tijden. De genodigden begaven zich naar het escritorio (mooi woord voor kantoor, waarin de betekenis van schrijven zit), links van de hal. De ruimte vulde zich met meer dan dertig personen, de overige belangstellenden dromden samen in beide deuropeningen, waarvan er een toegang gaf tot de hal en de ander het escritorio met de sala de estar (woonkamer) verbond.

    De ambassadeur opende met een welkoms woord waarna de dichter zelf met verve verhaalde van de oude Grieken en Parcival. En dat die samen met Joseph Campbell een belangrijke inspiratiebron voor hem zijn geweest. Van Campbell is voor in de bundel het volgende citaat opgenomen: ‘The privilege of a lifetime is being who you are’. Hij omschrijft zijn bundel als volgt: ‘Geschreven in zwart-wit met een vleugje rood en blauw en een onderliggend groen. Ondanks de vele kleuren, heeft het niet de pretentie een regenboog te zijn… Er is geen grijs … (cinzento) ‘.

    Saraiva blijkt een dichter te zijn die vindt dat zijn bundel het nu voor het zeggen heeft, voor wie hem openslaat. Na zijn verhalende toespraak node hij zijn gasten uit voor een glas port in de ontvangsthal, alwaar ook gesigneerd zou worden. De vertaler van onder andere Saramago, Lobo Antunes en Pessoa was aanwezig en verzocht om een voordracht. Wat onwennig las de dichter het gedicht: Pó?É.Mas…
    Poemas, is Portugees voor poëzie. Door de lettergrepen los van elkaar te zetten, ontstaat: Pó. É. Mas… (Stof. Het is. Maar…). Wat de suggestie oproept van vervliegen en ’tot stof zullen we wederkeren…’ De dichter besloot met, dat schrijver én lezers als een lichaam in beweging zijn. Zoals een rivier, een beekje, een stroompje dat zee wil zijn. ‘Becoming who you are.’ Wat ik al zei, een bijzonder boekpresentatie.

     

     

  • De Nacht was weergaloos

    Het hing gewoon in de lucht en  samen met de ruim tweeduizend bezoekers, die overigens niet allen om poëtische redenen de 32e Nacht van de Poëzie bezochten maar er wel door werden gestrikt, zouden wij beleven hoe de 32e Nacht van de Poëzie een fantastisch succes werd.

    Er was een groot aantal bezoekers, (gezien de leegte van de zaal na zijn optreden) die voor Rufus Wainwright waren gekomen. “Is er geen programma?”, zoemde vele malen rond. Wij wisten wel beter, Bij de Nacht van de Poëzie is het: Wie A zegt moet ook B zeggen, en lieten ons opnemen in de geluiden van ritselende papieren, geklap van zaaldeuren, vrolijke kreten, klinkende glazen, stapelende boeken en dichterlijke begroetingen. En in de grote zaal van TivoliVredenburg steeds weer een aandachtige stilte bij elk optreden. Zoals Els Moors later zal opmerken: “Mensen horen luisteren is een onvoorstelbaar geluid”, waarbij wij, als publiek onze rol bevestigd zagen.

    Dansen op de bodem van de nacht

    De achthoekige zaal was door een groot doek tot een zeshoekige vorm teruggebracht. Wanneer je rondkeek, was het gelijk een reusachtige bibliotheek met mahonie houten schappen. De kleurige kleding van het publiek kon doorgaan voor de boekruggen. Het was een goed gevulde boekenkast.
    Op het podium werd het optreden van Maarten Heijmans, Ramsey Shaffy vertolker, voorbereid. En ik vroeg me af, de zaal rondkijkend naar al die mensen die een avond poëzie voorgeschoteld gaan krijgen, beklijft poëzie? Dit met een opmerking van Menno Wigman in mijn hoofd tijdens een radio interview. Hij zei dat we de kans niet meer krijgen dichtregels uit ons hoofd  te leren, zoals vroeger Mei, van Gorter door iedereen die school ging, gekend werd. Nog steeds wordt er school gegaan maar leeft poezie nog maar op enkele scholen. Maar tijdens deze Nacht kon je niet anders dan geloven dat poëzie beklijft. En je wenst je net zo voor te kunnen dragen als Erik Jan Harmsen. Die zijn afgebeten zinnen ritmisch het publiek in blaft met een fantastisch effect. “Mijn mond is al open / nu moet ik nog woorden verzinnen (…) kijken hoe ze vallen.” In het beste geval wordt je er dichterlijk van en op zijn minst  wil je een bundel aanschaffen.

    Van woordperformer en dichter Maud Vanhauwaert bijvoorbeeld, om de wonderlijke wereld die zij in haar gedichten beschrijft er nog eens op na te lezen: ‘Maak je geen zorgen’ fluistert iemand achter mij / Ze legt haar kin op mijn schouder / ‘Je werd verdienstelijk zesde’  / ‘In welke wedstrijd?’ vraag ik en nu pas merk ik: / ik sta in een rij / Ze slaat haar armen om me heen. Haar adem / ruikt naar een kleedlokaal.
    Horen is op schrift willen hebben, zo blijkt tijdens De Nacht. Daarvoor zijn er de boekenstands. Om aan te schaffen van wat je in de zaal gehoord hebt. Maar dat was later.

    Eerst zingt Maarten Heijmans met zijn band op geheel eigen, maar prachtige wijze liederen van Ramses Shaffy. En de poëtische zinnen van Shaffy beklijven nog steeds: “Ik hou van schamel en van duur.” Er waren er die zacht meezongen. “Want wie me lief is blijft me lief”. Met een daverend applaus verlaat de band het podium en kondigt Piet Piryns de volgende dichter aan. Nog voor hij uitgesproken is beweegt Remco Campert zich schuifelend op helblauwe suède schoenen naar de katheter. Het publiek juicht verrukt en de blijheid om zijn komst is oprecht. Waarna een stilte invalt waarin de zware ademhaling van de dichter hoorbaar is. Het publiek hangt aan zijn lippen. Hier wordt voor een avond  ongegeneerd geëerd en verafgood. Nederland houdt van poëzie. Ongewild is Campert het hoogtepunt van De Nacht en steekt zelfs Rufus, (die dan nog moet komen) naar de kroon. De laatste der vijftigers opent met een aubade aan de onlangs overleden dichter Gerrit Kouwenaar door een aan hem zelf opgedragen gedicht “Kijk het heeft gewaaid”, voor te dragen. “Het was zoals het altijd geweest was” En van Campert zelf een persoonlijk resumé over poëzie: “Poëzie is een daad van bevestiging. / Poëzie is mijn adem, beweegt mijn voeten / De dood is een ontroering.” Op zijn moeizame ademhaling bracht Campert woorden vol levenskracht. Het publiek gaat  uit hun dak. Onder gejuich en luid applaus verlaat hij met bedachtzame stappen het podium. Jean Pierre Rawie moet zich eerst door de roes van Campert heen werken, voor hij het publiek in volheid bereiken kan met mooie gedichten over bejaardenhuis en gestorven vrienden.

    Bezijden de Nacht zijn er ontmoetingen. Het koffiemeisje vraagt benieuwd of we al ‘mooie dingen’ hebben gezien. Zeg dat al de dichters die we tot nu toe gehoord hebben, fantastisch waren. Maar dat Remco Campert natuurlijk weergaloos was. Zij kent hem niet. Hoe naïef  van mij ervan uit te gaan dat hij niet, gelijk de koning door iedere Nederlander gekend wordt. Rufus Wainwright kent ze ook niet. Voor ik het weet laat ik me ontvallen: “Ken je Shrek?” Ja, die film heeft ze gezien. Het daarin gezongen Halleluja? “Ah, die!” Op de koffie maakt ze een kunstwerkje met melkschuim. Daar weet ze alles van.

    Campert zit even verderop achter een tafeltje te signeren. Een uur lang bedient hij zijn fans. Dan word hem ingefluisterd dat hij af kan sluiten als hij wil want zolang hij daar zit blijft het publiek komen voor een handtekening. Onderweg naar de uitgang loopt hij nog een omhelzing van Chabot op, waarna hij verdwijnt in de nacht. Een Nacht die zeker de geschiedenis in zal gaan als de legendarische Nacht dat de laatste van de vijftigers, met zijn helblauwe suède schoenen zich nog eenmaal had laten verleiden het podium op te gaan.

    Als De Nacht de bodem bijna heeft bereikt, komt er een man naast me zitten, berookt en bedronken. Hij kijkt op zijn mobiel. Ik kijk verholen mee, lees: ‘Wonderlijk mooi Marlies! Was het, is het.’ Dat doet De Nacht met je. Je wordt er zomaar poëtisch van, de wereld weer aan kan.

    Foto: Anna van Kooij

    Vorige Literair Nederland was erbij

  • Longlist AKO Literatuurprijs 2014

    Wat schreef Literair Nederland over zes van de vijfentwintig titels die de longlist haalden?

    Onlangs werd de longlist van de AKO Literatuurprijs, waarop maximaal 25 titels, bekend gemaakt. Uit deze longlist worden zes boeken gekozen die op de shortlist terechtkomen. Die lijst wordt vrijdag 26 september bekend gemaakt. Wie uiteindelijk de winnaar wordt van de AKO Literatuurprijs moet wachten tot donderdag 13 november. Dan zal de prijs worden uitgereikt in Den Haag in een bijzondere samenwerking met het festival Crossing Border. Het wordt een speciale Crossing Border avond waarin de genomineerde auteurs geïnterviewd zullen worden door  Wim Brands. De avond zal worden afgesloten met de bekendmaking van de winnaar van de AKO Literatuurprijs 2014.

    Zes van de vijfentwintig titels zijn door Literair Nederland besproken.

    indexMachiel Jansen over Appels en peren van Maarten Asscher: 
    De creativiteit zit ‘m erin dat je nieuwsgierig wordt gemaakt naar wat Asscher nu zo belangrijk vindt in een goeie roman. Want behalve over Het fregatschip gaat dit essay (kort gezegd) over de opvatting dat goede romans ideeën behoren te bevatten.

     

    thumb.phpIngrid van der graaf over De nacht van Merijn de Boer:
    Het blijkt dat Marcel de gewoonte heeft  op een willekeurige plek van zijn stadsplattegrond een konijn te tekenen, als uitdaging om delen van de stad te doorkruisen. Langs niet gekende wegen, waarbij hij zich niet mag laten afleiden door zaken die zijn aandacht trekken, moet hij het traject lopen dat correspondeert met het op de kaart getekende konijn. En dat is exact wat De Boer met zijn roman doet: hij daagt zijn lezers uit door de complexe verhaallijnen het spoor van Marcel te blijven volgen. De andere personages zijn in wezen van geen enkel belang maar tegelijk zijn ze onmisbaar om Marcel te kunnen laten stralen in zijn rol van klunzige buitenstaander.

    thumb.phpMenno Hartman over Vis in bad van Tijs Goldschmidt:
    Vis in bad
    is een gevarieerde essaybundel van hoge kwaliteit die aanzet tot denken en lezen. En vergelijken: het register van Vis in bad is alleen maar wat minder streng opgesteld dan dat van de eerste twee bundels. Zodat je moet constateren dat Goldschmidt in dit boek wel over ‘zee’ en ‘actrice’ heeft geschreven, en in de vorige twee niet. Of toch?

     

    thumb.phpAstrid van Wijngaarden over Zeer helder licht Wessel te Gussinklo:
    Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mogen we ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd.

    thumb.phpHelle Kuipers over De laatste ontsnapping Jan van Mersbergen:
    Terwijl het verhaalheden gaat over een tripje van het viertal naar Zuid-Frankrijk, is De laatste ontsnapping voor een groot deel een kaleidoscopische terugblik op de kroegbelevenissen en de wording van Ivan als vader.

     

    thumb.phpMartin Lok over Voor jou van K. Schippers:
    Voor wie nu denkt dat Voor jou louter een melancholische blik is van een verdrietig man; dat is geenszins het geval. Voor jou is ondanks de alomtegenwoordige Dood vooral een ode aan het volle leven. Het is een parade van herinneringen aan jazz, film en kunst. Billy Eckstine, Balthus, Rudy Kousenbroek, John Cage, René Margritte, Johnny Mercer, Édouard Manet en Geer van Velde. Allemaal komen ze bij Schippers langs, steevast in gezelschap van zijn vrienden.

    I. v/d Graaf

     

  • Christos Tsiolkas (Barracuda) bij Borderkitchen

    Literair Nederland was erbij

    Door Vera ter Beest

    De avondzon schijnt in al haar glorie door de ramen van de kleine zaal van het theater. De zaal is afgeladen en het is er warm. Verkoeling zou lekker zijn. In een zwembad bijvoorbeeld.

    Dat zelfs een zwembad niet altijd verkoeling brengt, laat de Australisch-Griekse schrijver Christos Tsiolkas zien in zijn nieuwe boek Barracuda. Het is een verhaal over een professionele zwemmer, die er alles aan doet de arbeidersklasse te overstijgen om bij die groep van golden boys te horen. Zijn wens een winnaar te zijn maakt dat hij verkeerde keuzes maakt en daden verricht die een ander doen huiveren. Maar, hij komt tot inkeer.

    Tsiolkas zit tijdens deze Borderkitchen tegenover interviewer Wim Brands die hem vraagt: ‘Waarom een zwemmer?’. De schrijver zegt zelf van zwemmen te houden en ooit eens een verhaal te hebben gelezen van een Australische zwemmer die soortgelijke dingen deed als beschreven in het boek. Tsiolkas dacht dat het ging om een jongen uit de arbeidersklasse, maar dat bleek niet zo te zijn. Desalniettemin zette dit verhaal hem aan tot het schrijven van Barracuda.

    Toch heeft Tsiolkas ook andere argumenten gehad om dit boek te schrijven. Alhoewel hij dit boek toch vaker heeft mogen presenteren, is de auteur niet in staat deze redenen in enkele zinnen aan te geven. Tijdens het interview heeft hij zichtbaar moeite met het vinden van de juiste woorden om uitdrukking te geven aan zijn gedachten. Hij is zichzelf hier ook van bewust en geeft aan dat het voor hem makkelijker is zijn gevoelens en gedachten op te schrijven in een roman.

    Barracuda is een intens verhaal waarin in snel tempo krachtige emoties elkaar afwisselen. Het werk krijgt een extra dimensie nadat de auteur stukje bij beetje heeft uitgelegd waarom hij dit boek schreef. Het blijkt dat Tsiolkas na het succes van The Slap enorm beroemd werd en daardoor zijn sociale milieu, de arbeidersklasse, achter zich kon laten. Voor zijn gevoel liet hij echter zijn ouders en familie achter in die status en daar voelt hij zich schuldig over. Het gevoel van schuld en schaamte zijn onderdeel van hem, het is een deel van zijn Griekse achtergrond. Dit gevoel wil hij beschrijven, een plaats geven en dat doet hij in Barracuda.

    Daarnaast is dit boek voor hem een zoektocht naar zijn eigen identiteit, een manier om zijn leven als kind van migranten te beschrijven en te accepteren wie hij is. Hij voelt zich verbonden met de Grieken en is er trots op dat hij de taal machtig is, maar zal nooit één van hen zijn, omdat hij niet dezelfde geschiedenis deelt. Hij steunt de Grieken, maar doordat hij in Australië woont is hij ook in staat hen te bekritiseren. Nadat hij zijn verhaal heeft gedaan is de Tsiolkas zichtbaar opgelucht. Lachend merkt hij op dat hij zich, naarmate hij meer door Europa reist, ook meer Australiër gaat voelen.

    Barracuda

    Auteur: Christos Tsiokas
    Vertaald door: Tjadine Stheeman en Onno Voorhoeve
    Verschenen bij: Uitgeverij Ambo/Anthos
    Prijs: € 21,99

  • Schwobfest 6 juli – Ken uw klassiekers

    Agenda

    Wat te denken van een Schwobfest.

    Schwob.nl is een website waar (nog) onvertaalde literatuur uit alle windstreken onder de aandacht van Nederlandse lezers, redacteuren en uitgevers wordt gebracht. Vervolgens staken tien uitgeverijen de koppen bij elkaar en stelden een keuze samen uit die literaire klassiekers die een (her)ontdekking meer dan waard zijn. Samen met Schwob.nl (een initiatief van het Letterenfonds) organiseren zij deze zomer Ken uw klassiekers.

    Tijdens Schwobfest pitchen tien ambassadeurs (vertaler, auteur, recensent of boekhandelaar) hun favoriete klassieker van de zomerlijst van tien titels die het verdienen een onvergetelijke plaats op de lijst van klassiekers uit de wereldliteratuur te krijgen. De titels zullen op een speciale wijze onder de aandacht worden gebracht door:

    Rebecca Wilson (vertaler) over Het bloeien van de avondwinde van Jetta Carleton (Van Gennep)
    Ronnie Terpstra (boekhandelaar) over Naar de haaien van Erich Kästner (Lebowski)
    Arjen Fortuin (criticus) over Een dwaze maagd van Ida Simons (Cossee)
    Rob van der Veer (vertaler) over Kroniek van Perdepoort van Anna M. Louw (Van Oorschot)
    Peter Bergsma (vertaler) over Een opgebrand geval van Graham Greene (Bezige Bij)
    Joubert Pignon (auteur) over Sneeuwwitje van Donald Barthelme (Atlas/Contact)
    Koos van Zomeren (auteur) over Sergeant in de sneeuw van Mario Rigoni Stern (Arbeiderspers)
    Ivo Victoria (auteur) over Zwervers van Knut Hamsun (De Geus)
    Michel Krielaars (criticus) over De Thibaults van Roger Martin du Gard (Meulenhoff)
    Koen van Gulik (uitgever) over Niels Lyhne van Jens Peter Jacobsen (Wereldbibliotheek)
    Casper Luckerhoff van Boekhandel Luckerhoff te Haarlem, verzorgt de presentatie.

    Aan de campagne doen drieënzeventig  Nederlandse en zeven Vlaamse boekhandels mee. Vanaf 16 juni verzorgen deze boekhandels een presentatietafel over deze herontdekkingen en tijdens de zomer zullen uitgevers bij enkele van deze boekenwinkels op bezoek gaan om het verhaal achter het betreffende boek te vertellen.

    De naam Schwob is overigens ontleend aan de Franse schrijver, essayist en vertaler Marcel Schwob (1867-1905). Hij onderhield contacten met een breed en divers palet aan auteurs, waaronder Paul Valéry, Oscar Wilde en Alfred Jarry. Hij gold als een erudiet kenner van de wereldliteratuur met een voorkeur voor het marginale of vreemde. Als vertaler introduceerde hij onder meer het werk van Robert Louis Stevenson in Frankrijk.

    Op 6 juli vindt de start van Ken uw klassiekers tijdens het Schwobfest in De Lichtfabriek in Haarlem plaats. Een literair feest, bedoeld voor boekhandelaren, vertalers, uitgevers maar vooral ook voor de lezers!

     

    Ken uw klassiekers

    Zondag 6 juli
    Aanvang 16.30 uur (inloop 16.00 uur)
    De Lichtfabriek, Haarlem (Minckelersweg 2, 2031 EM Haarlem)
    Entree en eerste consumptie gratis!
    Bezoek hier de website van Schwob.