• Frankfurter Buchmesse dag 3

    De dag waarop ‘verbinding’ zichtbaar en voelbaar werd en Nescio, door tijd en ruimte heen, van zich liet horen en Reinder Storm verrast werd door een Chinese jongedame die hem in het Engels een gedicht van Ted van Lieshout voorlas  over de Noordzee. 

    Door Reinder Storm
    “Außer dem Mann, der die Sarphatistraat für den schönsten Ort in Europa hielt, habe ich nie jemanden gekannt, der wunderlicher war als der Schnorrer.” Deze Duitse vertaling van een overbekende Nederlandse zin maakt hier op de Buchmesse in Frankfurt warme gevoelens los. Dat is wat we willen delen – liefde voor onze lievelingsliteratuur. De uitvreter is dus nu beschikbaar voor Duitse lezers. Dat schept een band, dat ‘verbindt’.
    Verbindingen aangaan, samenwerken, afspraken maken, zaken doen, praten – welke vorm het ook heeft: dit is wat er op deze uiterst levendige Buchmesse voortdurend gebeurt. Niet voor niets heet de actuele Vlaams-Nederlandse tentoonstelling over de verbinding (!) tussen sociale media en 15de eeuwse boeken Conn3ct (zie http://conn3ct.media/nl).

    Mensen staan in de rij om even in aanraking te komen met een bewonderde illustrator (en handtekeningen te scoren!). Karl May is al meer dan 100 jaar dood maar in de stand van Karl May Verlag, kan men auteurs ontmoeten. De Duitse Wild West schrijver heeft blijkbaar opvolgers gekregen. Ook Harry Mulisch ontbreekt niet: Joost de Vries ontmoet hem in de vorm van een ’tribute’.
    Op de achtergrond klinkt een vraaggesprek tussen Marc Schaevers en Arnon Grunberg. Veel mensen zitten of staan geamuseerd en aandachtig te luisteren. In levendig contact met twee auteurs uit twee buurlanden. Dat verbindt.

    En terwijl ik dit schrijf gebeurt het volgende: Een Chinese jongedame komt naar mij toe, knielt naast de stoel waarop ik zit en biedt aan een gedicht voor te lezen. Natuurlijk zeg ik ja! Ze heet Lan Ting en leest mij in Frankfurt een gedicht voor in het Engels van Ted van Lieshout. Een gedicht over de Noordzee.

    De schrijver van ‘De uitvreter’ noemde zich Nescio: ik weet het niet. Ik weet het ook niet – maar ik voel mij zeer verbonden.

     

     

  • Optimisme en Mesdag 2.0 op de Buchmesse

    Eigenlijk is het simpel. Wie iets met boeken heeft en alles wat daarmee samenhangt moet naar de Buchmesse. Al is het maar een keer in je leven. Dat de Buchmesse groot is, een duizelingwekkend gevarieerd en grensoverschrijdend aanbod presenteert is een cliché. Het zou niemand af moeten schrikken, integendeel. Opvallend zijn de typische verschillen in sfeer, stijl en publiek. Bij de Antiquarian Book Fair: meer mannen met grijs haar. Bij kunstboeken: meer stijl en gedurfd design. Bij kennismaking met nieuwe VR-toepassingen: meer kekke, hippe youngsters.

    Wat zich vooral opdringt is: optimisme. Zoveel mensen spannen zich in om op even zovele verschillende manieren mooie, nieuwe, originele producten aan te bieden. Sommige namen van landen zijn synoniem voor oorlog, honger en ellende. Op de Buchmesse zijn vertegenwoordigers uit deze landen present met keurige publicaties in een smaakvolle stand.
    En natuurlijk kan op talrijke plekken kennis gemaakt worden met de gastlanden Nederland en Vlaanderen. In de drukte op het Buchmesse-complex zie je ze lopen: Arnon Grunberg, Geert Mak, Cees Nooteboom.

    Bij het gastlandpaviljoen is door middel van projectie een 360 graden illusie gecreëerd van strand, zee en lucht. Panorama Mesdag 2.0 zeg maar. In de schemerige ruimte zelf wordt genoten van literatuur op een opzienbarend meubelstuk voor 2 personen: één die voorleest en één die voorgelezen wordt. Er is een podium waar Tommy Wieringa in zijn beste Duits vragen beantwoordt. En de prozaïsche noot is ditmaal… een geur. Van frituurvet. Misschien wordt geprobeerd voor de echte Lage Landen-sfeer kroketten te bereiden. Of behoren die tot wat we níet delen?
    Hoe het antwoord op die vraag ook luidt, simpel blijft het. Wie echt iets met boeken heeft moet naar de Buchmesse. Al is het maar één keer.

     

  • Een weelde aan schrijvers

    Reinder Storm is op eigen risico naar Frankfurt vertrokken om daar de Buchmesse te bezoeken. Dagelijks zal hij een blog schrijven over zijn wederwaardigheden aldaar. Vandaag is de grote reis begonnen en hij bevindt zich in goed gezelschap.

    Door Reinder Storm

    Toeval bestaat niet. Mijn reis naar Frankfurt is een Nederlands literair feest vanaf het begin. Had ik het zo willen plannen, het zou me niet zijn gelukt. Volkomen onverwacht deel ik m’n coupé met talrijke medewerkers van de CPNB alsmede een weelde aan schrijvers, van Anneke Brassinga tot Tommy Wieringa, van Adriaan van Dis tot Niña Weijers, van Ernest van der Kwast tot Ted van Lieshout, van Jessica Durlacher tot Thomas Möhlmann. Koningin van het bal is hare excellentie minister Bussemaker in hoogsteigen persoon. Cameramensen, radioreporters, voorlees- en signeersessies maken het geheel compleet. Uitgevers, redacteurs, journalisten, schrijvers, lezers en beleidsmakers – tot en met de medewerker van catering die chocolaatjes uitdeelt aan toe: iedereen is vol verwachting. De reis is een opwindend en veelbelovend voorspel.

    fullsizerender2En dan is daar ook de bitterzoete realiteit die ontnuchtert en relativeert. De conducteur namelijk worstelt zich tussen mensen door die om de voorlezende en signerende schrijvers samendrommen. Met een hoofdknik naar Connie Palmen vraagt hij vertrouwelijk: “Die ken ik … dat is toch Annie M.G. Schmidt?”

    ‘U hebt er kijk op’, zeg ik.
    ‘Ik dacht het al meneer, herneemt de conducteur. Maar ik houd ’t dan ook goed bij in de krant!’

    Leve de Frankfurter Buchmesse. Leve Vlaanderen en Nederland. Leve de literatuur.

     

    Wordt vervolgd…

     

     

  • Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Voor het eerst in de meer dan honderdjarige geschiedenis van de Nobelprijs voor de literatuur is deze toegekend aan een muzikant en tevens aan de eerste Amerikaan sinds Toni Morrison in 1993 de Nobelprijs won. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (1941) is de wereldwijd bekende Amerikaanse singer-songwriter die in de jaren zestig en zeventig gevoelens als  ‘Rolling Stones’  omschreef, ooit ‘Rebel King of Rock’n Roll’ werd genoemd en poëtische teksten schreef als ‘How many roads must a man walk down / Before you call him a man? / How many seas must a white dove sail / Before she sleeps in the sand?’, wie het leest hoort direct de melodie. Dylan heeft hele generaties beïnvloed met zijn lyrische teksten.

    Volgens de Zweedse academie wetenschappen die de Nobelprijs toekent heeft Dylan ‘de status van een icoon’ en is zijn ‘invloed op de hedendaagse muziek diepgaand’. ‘Hij is waarschijnlijk de belangrijkste levende dichter’, aldus academielid Per Wastberg.

    Er waren 220 schrijvers genomineerd. Opmerkelijk is dat Dylan juist dit jaar ontbrak bij de favorieten, terwijl hij al jaren getipt werd voor de prijs. Wel als kanshebbers werden genoemd de Japanse auteur Haruki Murakami, de Amerikaan Philip Roth, de Syrische dichter Adonis en de Keniaan Ngugi Wa Thiong’o.

    De literaire wereld, waaronder velen liefhebber van Bob Dylan, is enigszins verbijsterd over deze opmerkelijke keuze van de Zweedse academie. Paul Abels van AFDH uitgevers liet op Facebook weten: Bob Dylan is hartstikke goed. Maar de Nobelprijs voor Literatuur had hij niet hoeven krijgen. ‘The Times They Are A Changin’, dat blijkt: literatuur moet heden ten dage in brokjes van drie minuten consumeerbaar zijn en gecombineerd worden met muziek.

    Joost Baars, essayist en dichter plaatste op zijn tijdlijn: Oké, maar dan ook een Grammy naar Les Murray wegens de uitzonderlijk muzikale kwaliteit van zijn teksten.
    Literair criticus en schrijver Joost de Vries meent: De upside is dat nu de weg vrij is, en Kanye hem over twintig jaar kan winnen.

    Dichter en columnist Daan Doesborgh, dacht als eerste toen hij het hoorde: dat vind ik nou ook weer niet nodig, maar noemt in zijn artikel op VN deze uitingen van verontwaardigd onbegrip vooral een ‘uiting van ongemak’. En: het toekennen van de Nobelprijs aan Bob Dylan dwingt ons om na te denken over de vraag waar we de grenzen van het domein literatuur moeten trekken. De toekenning maakt het antwoord op die vraag ongemakkelijk: de grens ligt niet waar jij dacht.
    Lees hier het hele artikel.

     

     

  • Geen daden maar woorden festival

    Het weekend van 24 en 25 september was een weekend vol (inter)nationaal literair talent, dichters, spoken word-artiesten, boekverfilmingen en singer-songwriters. Het was het weekend van het Geen Daden Maar Woorden Festival. Charlotte Out bezocht voor Literair Nederland een van de weekenddagen en bracht verslag uit.


    Poetry Circle 010
    ‘’Mogen we nog op het schip?’’ wordt er geroepen, terwijl we over het metalen bruggetje naar het schip denderen. Aan boord van het Nieuwe Luxor Spido Schip staan mensen  hoopvol naar de kade te kijken, wachtend om aan boord te gaan. Ik wurm mij door de menigte heen en kijk naar het schip. Nadat we het schip horen zoemen, zuchten en voelen trillen, klinkt de melodie van een dwarsfluit. Achter ons is  Gary Mendes verschenen, de leider van spoken word gezelschap Poetry Circle 010. Met zijn enthousiasme en zijn melancholische dwarsfluit wint hij direct onze aandacht. ‘’Wie van jullie is er wel eens op een schip geweest?’’ vraagt hij. Meer dan helft van de mensen steekt hun hand op. ‘’Maar ik wil wedden dat jullie nog nooit op een poëzieschip zijn geweest,’’ zegt Mendes mysterieus. Hij loopt het schip binnen en verdwijnt. Een jonge, mooie vrouw in een witte jurk verschijnt. ‘’Vlucht, vlucht!’’ roept Chery van Dale, terwijl ze ons doordringend aankijkt. De ironie ontgaat mij niet als we juist naar binnen lopen, benieuwd naar wat ons te wachten staat.

    Langs de muren van het schip staan stoelen, waar we plaatsnemen. Vier jonge dichters kijken ons aan – Gary Mendes, Chery van Dale, Neusa Gomez en Bjorn Ivan Cameron. Samen zingend, elkaar aanvullend ,vertellen ze een verhaal. Het is een intiem en persoonlijk verhaal over hen zelf en hun voorvaderen.

    Neusa Gomez kruipt in de huid van een slavin en vertelt dat haar meester haar dagelijks verkracht. Als ze zich verzet, geselt hij haar zoontje. Haar zoontje kan niet nog een geseling aan, dan zal het zijn dood worden. Chery van Dale, met haar blanke huid,  kijkt naar Gomez. Haar grootmoeder heeft dezelfde verschrikkingen meegemaakt. Bjorn Ivan Cameron vertelt over zijn opvoeding in de jungle, waar ze ‘’de taal van de Aarde spraken’’. Toen hij in de westerse wereld werd geplaatst voelde hij zich vervreemd. Hij vond  geen woorden voor wat hij meemaakte in zijn nieuwe leven, alles was hem onbekend. De dichters draaien zich naar het publiek. ‘’Dit is niet mijn taal,’’ spreken ze tegelijk. De woorden donderen door de zaal. Ze vertellen over hun verlangen naar hun moederland. Maar het verlangen naar huis lijkt even sterk als het besef dat het niet mogelijk is. Zelfs voor Van Dale in de huid van de slavin. Ze trouwt met een man die haar pooier wordt. ‘’Ik ben dankbaar, toch,’’ zegt ze monotoon, terwijl ze vanachter ‘’haar’’ raam en met lege blik in haar ogen naar ons kijkt.

    De woorden, de blikken, de stemmen – het snijdt door de zaal en ontroert. ‘’Wat is gebeurd mag niet worden vergeten’, zegt Gomez krachtig. ‘’We vragen jullie om te luisteren.’’ Het is even stil. Dan begint het publiek te applaudisseren. De dichters glimlachen stralend en buigen. Direct worden ze omhelst en liefdevol begroet door intimi. Mendes schudt mij de hand. Ik moet er even van bijkomen.

    Toekomst Literatuur, gepresenteerd door WORM.

    In  Verhalenhuis Belvédère is het contrast met de voorstelling van Poetry Circle 010 groot. Het is een stijlvol, maar tuttig café, gevuld met vooral vijftig-plussers. Toekomstliteratuur? Ach nee, het programma is uitgelopen. Voor ons staat een vrouw aan de hand van een Powerpoint presentatie Nederlandse literatuur te vergelijken. Het doet mij sterk denken aan de lessen Nederlands op de middelbare school. Ik luister, maar voel me onrustig worden. Na een kwartier is de presentatie klaar. Na een kort applaus gaat het direct door naar het volgende onderdeel: Toekomst Literatuur.

    Abdelkader Benali vertelt over de populaire Amerikaanse roman Tacqacore, geschreven door een westerling die zich tot de islam  bekeerde. Benali vertaalde deze roman en schreef de inleiding. Hij leest voor. Een verhaal over een groepje punkmoslims uit New York die zich in hun bestaan zo veel mogelijk volgens de Koran leven. Hij trekt de vergelijking met een punkbeweging : deze jongeren zijn rebellen door zich in de wereld van de zonde te storten in een leven volgens strikte religieuze regels.

    De tweede schrijver is een jonge man met krullen en een vlinderdas: ‘’De reïncarnatie van Boris Vian’’. Hij leest een passage voor uit zijn boek. ‘’Ik begin op pagina 24. U heeft niets gemist.’’ Het publiek moet lachen. Het boek is een komisch verhaal dat bol staat van details, waardoor de jonge man af en toe over zijn eigen woorden struikelt. Hij vertelt over een egoïstische, onsympathieke dokter met een passie voor modelvliegtuigjes. Als hij ziet dat een zuster een stoel op een ziekenhuisbed heeft gezet om makkelijker de vloer te kunnen schoonmaken, vraagt hij: ‘’Wat mankeert die stoel?’ Als de zuster gekscherend meent dat de stoel ziek is, vraagt hij haar de temperatuur op te nemen van deze nieuwe patiënt. Mijn metgezel krijgt zo de slappe lach dat hij even naar buiten moet gaan. De jongeman kijkt grijnzend het publiek in. De rest van het verhaal borduurt voort op de zieke stoel, die steeds meer de rol van patiënt in al zijn facetten krijgt – een andere patiënt heeft zelfs last van het krakende geluid dat zijn nieuwe kamergenoot ’s nachts voortdurend maakt.

    Kluizenaar

    De derde spreker Raoul Goudvis, steekt meteen van wal. Met zijn droge humor en herkenbare situaties windt hij het publiek om zijn vinger. Hij vertelt over een kluizenaar die na tien jaar sociale isolatie een nieuw bestaan wil opbouwen zonder moderne apparatuur. Hij wil anderen inspireren hetzelfde te doen. Het verhaal begint als hij zijn eigen moderne apparatuur in de fik steekt en er naakt bij gaat dansen. Vervolgens begroet hij de buurvrouw, die hem de oren van het hoofd praat. ‘’We dachten dat je dood was, je was niet op Facebook, niet op Twitter…’’ ratelt ze, en ze complimenteert hem met zijn gespierde lichaam. Aan het eind loopt hij de wijde wereld in om zijn boodschap te verkondigen.

    De laatste spreker is, onder de verhalenvertellers, de kers op de taart. Joost Vandencasteele beschrijft in sprongen van twee jaar het leven van Bella, die in een distopische toekomst leeft. Als vierjarig meisje ziet ze haattweets op borden op straat, zodat burgers niet meer zo snel zullen schrikken van haatdragende teksten. Als zesjarige slikt Bella uit verveling een pil die wordt gebruikt door ouders om hun lastige kinderen aan te pakken: een pil waardoor ze in een angstaanjagende trip terechtkomt en ze haar gebit verbrijzeld door op het asfalt te kauwen op straat. Bella is niet onder de indruk. De pillen voor pubers, die zijn pas eng! De Vlaming deelt zijn zwartste, meest absurde situaties in het leven van Bella, eindigend met een korte passage over twee kleuterklassen die elkaar dagelijks uitmoorden. ‘’Na een paar uur oorlog mogen ze kiezen – een dutje doen, of oorlog. Het is meestal om het even,’’ vertelt Joost. ‘’Maar het zijn altijd dezelfden die door gaan!’’ voegt hij er vrolijk aan toe. Een beetje ongemakkelijk is het wel – mag je hier om lachen? Het publiek lacht zo nu en dan, maar is vooral stil. Aan het einde krijgt Vandencasteele een groot applaus.

    Een verrassende en veelzijdige avond. Enerzijds het serieuze spoken word toneelstuk op het schip door Poetry Circle 010, waarbij het publiek werd ondergedompeld in de verlangens en pijn van de voorvaderen van de multiculturele groep dichters. Anderzijds de hilarische, veelal bizarre verhalen in Verhalenhuis Belvédère. Hoewel de interactie met het publiek bij Toekomst Literatuurhier gemist werd, heb ik geweldig genoten. Geen Daden Maar Woorden? Ik zeg: ‘een woordfestival met daadkracht.’

     

    Foto Marco de Swart

     

  • Anton Wachterprijs voor debuut Roos van Rijswijk

    We zouden bijna vergeten Roos van Rijswijk (1985) te feliciteren met de toekenning van de Anton Wachterprijs voor het beste literaire prozadebuut van de afgelopen twee jaar! Zij werd uit 83 inzendingen gekozen en krijgt de prijs voor haar eerder dit jaar verschenen en zeer goed ontvangen roman Onheilig. Ze publiceerde eerder verhalen in verschillende literaire tijdschriften, schreef voor  toneel en is recensent voor NRC-Handelsblad. Ook is ze initiatiefnemer van de J.M.A. Biesheuvelprijs, de prijs voor de beste korte verhalenbundel.

    Van Rijswijk is de twintigste Anton Wachterprijs winnaar. De jury roemt haar debuut Onheilig  als: “’ (…) een in veel opzichten ongrijpbare roman over twee mensen die langs elkaar heen scheren’. Ze is onder de indruk hoe Van Rijswijk in haar psychologische karaktertekening niet terugvalt op gemakkelijke clichés maar de lezer ruimte laat voor eigen interpretaties van de menselijke verhoudingen. Zowel de fraai gestileerde innerlijke monologen – licht van toon en nuchter tegelijk – als de heldere opbouw in negen delen worden (…) geprezen.”

    Bij deze Roos van Rijswijk: Van harte gefeliciteerd!

    De prijs, genoemd naar Anton Wachter, hoofdpersoon uit de romancyclus van Simon Vestdijk, wordt op zaterdag 12 november uitgereikt.

    Frans Kellendonk was in 1977 de eerste debutant die deze prijs won. Daarna volgden onder meer: Arnon Grunberg, A.F.Th. van der Heijden, Tessa de Loo, Nanne Tepper, Christiaan Weijts, Peter Buwalda en Niña Weijers.

     

     

  • Eerste epos van een vrouw opnieuw beschikbaar

    In 1986 verscheen van Elly de Waard (1940) de gedichtenreeks Een wildernis van verbindingen, van 82 gedichten. De bundel werd niet besproken en is al jaren niet meer verkrijgbaar. Hoe het digitale tijdperk, dat voor (in zijn tijd) niet opgemerkte poëzie van betekenis kan zijn mag blijken uit het feit dat van deze gedichtenreeks nu een digitale uitgave verschenen is. Ook is een film  online te bekijken waarop de hele bundel wordt voorgelezen door de dichter zelf. Binnenkort worden er ook nog negen Engelse vertalingen van de meest cruciale gedichten bij geplaatst.

    De Waard is een gerenommeerd dichter die, voor zij in 1978 debuteerde met haar bundel Afstand, gedurende vijftien jaar als poprecensent werkte voor de Volkskrant en Vrij Nederland. Die jaren moeten haar wel gevormd hebben in haar stijl en toon die later in haar poëzie doorklonk. De emoties en agressie die in de popmuziek zo gangbaar zijn komen in haar werk naar buiten als zeer gepassioneerde en lyrische uitingen. Van begin af aan nam zij duidelijk stelling tegen de heerschappij van de Vijftigers. Zij pleitte voor meer directe gevoelsuitingen in haar gedichten. Haar belangrijkste voorbeelden in de poëzie waren Emily Dickinson, Sylvia Plath, Vasalis en Ida Gerhardt. Op haar mooi verzorgde site is te lezen dat de Nederlandse poëzie moest ‘worden gevitaliseerd door er de agressiviteit en emotionaliteit van de popmuziek in te laten doorklinken’.

    De gedichtenreeks Een wildernis van verbindingen werd op de flap aangekondigd als ‘het eerste epos van een vrouw over vrouwen’. Gedurende de jaren tachtig was Elly de Waard binnen de kringen van het Nederlandse feminisme zeer bekend. Maar ook daar vond Een Wildernis evenmin veel weerklank. Toch was er één persoon die het op waarde wist te schatten. De Vlaams/Nederlandse dichter Christine D’haen liet weten: ‘Elly de Waard heeft nu toch gedichten geschreven die nog nooit geschreven zijn, over vrouw en vrouw. Ik ken niets in de literatuur van hoge literaire waarde dat dat goed beschrijft vóór haar. Het verruimt het literaire veld.’

    Elly de Waard vraagt zich af of het literaire veld nu, dertig jaar nadien, toe is aan verruiming. Er zijn nieuwe generaties vrouwen en mannen opgestaan die wellicht Een wildernis kunnen waarderen.
    De andere reden dat De Waard deze queeste van 82 gedichten opnieuw onder de aandacht wil brengen is het in deze tijd sterk veranderende culturele klimaat. Vrijheden die de laatste halve eeuw met veel strijd zijn verworven staan plotseling onder druk. Van die vrijheden is in de bundel Een wildernis volgens de dichter optimaal gebruik gemaakt.
    Vandaar dat dit ‘epos van een vrouw over vrouwen’ opnieuw onder de aandacht wordt gebracht en omdat de tijd er rijp voor is.

     

    Film klik hier.
    De bundel is te vinden op: www.lezenTV.nl

     

  • Charlotte Köhler Stipendium voor Jan Sietsma

    Het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijks stipendium voor beginnend literair talent, is dit jaar toegekend aan Jan Sietsma (1981), vertaler uit het Duits.
    Jan Sietsma krijgt de prijs, waar een bedrag van 5000 euro mee gemoeid gaat, voor zijn vertaling van Athenaeum: fragmenten, essays en kritieken van de Duitse dichter en denker Friedrich Schlegel. Volgens de jury is Sietsma erin geslaagd ‘meer dan tweehonderd jaar verschil in denken en dichten te overbruggen. In soepel Nederlands maakt hij de Nederlandse lezer vertrouwd met een van de canonieke teksten uit de Duitse romantische traditie, die tot op de dag van vandaag ons denken over schoonheid en stijl beïnvloedt.’ De jury ziet in Sietsma een veelbelovende toekomstige gids ‘die de Nederlandse lezer leidt door de Duitse literatuur en filosofie en haar geheimen.’

    De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een veelbelovend auteur in een wisselend literair genre, dit jaar is dit literair vertalen. Vorige laureaten van het Stipendium waren onder meer Michael Bijnens (toneel, 2015), Mischa Andriessen (poëzie, 2014), Joost de Vries (proza, 2013) en Arieke Kroes (literaire vertalingen, 2011).

    De uitreiking vindt plaats op 2 december 2016 in het Goethe-Institut te Amsterdam.

     

     

  • Onvergelijkbare Nacht van de Poëzie

    Onbehaaglijk koude rillingen die via de ruggengraat omhoog kruipen en kippenvel krijgen bij het horen van een gedicht. Dat kon je zomaar overkomen tijdens de 34e editie van Nacht van de Poëzie. In Tivoli/Vredenburg te Utrecht hingen zo’n 2000 bezoekers aan de lippen van een twintigtal opmerkelijke dichters. Een Nacht die overrompelde met dichterlijke bijdragen en enkele opzienbarende entr’actes.

    De Nacht opende glorieus met een beeldpresentatie van voorgaande Nachten, wervelende lichtbundels als sproeiende douchekoppen, openingswoorden van Piet Piryns en Ester Naomi Perquin en de Vlaamse dichter Charlotte Van Den Broeck die de spits afbeet. Haar dichtwerk over lijden en het doorbreken van sleur, was in tegenstelling tot het werk waar ze vorig jaar de Nacht mee afsloot, minder doordringbaar, maar evenwel met veelduidende strofen als: ‘geluk is geruisloos’. Of: ‘niemand strijkt de hemden meer of de man eronder’.

    ‘Spiegeling’
    Voor de geëngageerde Belgische dichter (voorheen Dichter des Vaderlands) Charles Ducal, is het socialisme nog zeer bruikbaar. Thema’s als arbeiders, Kongo, vluchtelingen op zee met een uitstapje voor een ode aan schrijver Emil Verharen (1855-1916) wist hij het publiek te boeien. Onze eigen Dichter des Vaderlands Anne Vegter is ook zeker geëngageerd maar bracht dit met zowel onontkoombare scherpte als luchtigheid. Zij was het die de luisteraars kippenvel en rillingen bezorgde met het indringende gedicht waarin ze zich afvraagt: ‘Wat nu, als de hele wereld kantelt’. Een fantastische omkeerbaarheid van de vluchteling. Heel Nederland valt uit elkaar en iedereen slaat op de vlucht maar nergens welkom. De opbouw was scherp en zonder pardon. Zo hebben we dat graag. Afsluitend klonk haar bekende: ‘Geschiedenis vindt evenwicht, maar niet vanzelf.’,werd in deze versie: ‘altijd’. Ook Joke van Leeuwen hield het publiek een spiegel voor met een karakteristiek beeld van de huidige Nederlander waarin, aan het geregeld opklinkende lachen te horen, velen zich herkenden.

    K. Michel veroverde de zaal met humor en mooie vondsten. Sterk opgebouwde, verhalende gedichten. Zoals het gedicht dat begint met het wachten op de accountant om zijn zaken op orde te brengen, is meesterlijk. Het gaat uiteindelijk over een verstoorde zus die er eigenlijk niet is omdat ze dood is. Dat een dichter niet altijd weet welke kant het gedicht op gaat, bewijst hij door de account er weer uit te schrijven en zo kwam de ‘boekhouding nooit op orde’.

    De jonge dichters van de Nacht onderscheidden zich door werk waarin nog veel werd ‘losgemaakt van ouders (vooral moeders) en werd geworsteld met verwachtingen die hen zijn opgelegd. Roos Rebergen eindigde een gedicht over moeder met; ‘Gelukkig zijn we geen vriendinnen.’ Wat veelal bij alle dichters de boventoon voerde was toch wel de op hol geslagen wereld, vluchtelingen, chaos en machteloosheid over hoe de dingen gaan. Er is geen beter voertuig, bleek deze Nacht maar weer eens, dan de poëzie om aan dit alles uitdrukking te kunnen geven.

    Ongemakkelijk samenspel
    Ester Naomi Perquin en Piet Piryns presenteerden als duo voor de derde maal op rij De Nacht. Dat de rolverdeling in die drie jaar zich duidelijk onderscheidde, gaven ze zelf al aan. Perquin, de empathische die een relatie met het publiek opbouwt, noemde het publiek vorig jaar om te zoenen en Piryns’, degene die de blik streng op het tijdschema houdt en het publiek er met de kop bijhoudt. Dat dit niet altijd voor een goede balans zorgde werd duidelijk toen Piryns de Zuid-Afrikaanse schrijver Marlene van Niekerk verzocht het podium te verlaten toen haar tijd om was terwijl zij op het punt stond haar slotgedicht voor te dragen. Onverkwikkelijk vooral omdat Perquin bij aankondiging van Van Niekerk het publiek vertelde dat zij slechts enkele uren geleden geland was en speciaal voor de Nacht naar hier was gekomen. Het was een wat gênante samenloop van aanpak. Ook omdat haar voordracht begeleid werd door verhalen over de schrijnende toestand in haar land, waar per jaar 21.000 mensen (waaronder 8000 kinderen) door geweld om het leven komen. Natuurlijk, De Nacht duurt lang. Maar enige consideratie was hier op zijn plaats geweest. Het boegeroep uit verschillende hoeken van de zaal was dan ook niet van de lucht.

    En dan kwam Hans Dorrestijn nog met zijn zwartgallige maar oh zo vertederende humor, die zichzelf als een mislukte Joost Zwagerman bestempelde. Hij zelf had immers vaak genoeg klappertandend op een stoel, met een touw om zijn nek gestaan, maar was er nog steeds. Een mislukte Joost Zwagerman, jaja.

    De twee debutanten van de Nacht waren Marieke Rijneveld en Jonathan Griffioen, waarvan vooral Rijneveld verraste met haar wijze van uitdrukken als: ‘Troosten is als inparkeren / het is weten en meten’, is natuurlijk prachtig. En van Griffioen is nu al zeker dat zijn opening van de 35e Nacht onvergetelijk zal zijn.

    Wandelgangen en entr’actes
    In de wandelgangen (waar kleine uitgevers achter hun tafeltjes zaten, literaire tijdschriften vertegenwoordigd waren en boeken en eetwaren te verkrijgen waren), kon je een dichter in afwachting van zijn optreden in ogenschijnlijk rustige tred zijn rondjes om de zaal heen zien draaien. Hier en daar een enkele pauzerende bezoeker minzaam groetend. Zoals het een dichter betaamt. Een van deze rondwandelende dichters, F. Starik besprong in grasgroenkostuum het podium om het dichterschap te vieren. Met een gretigheid die het publiek soms achteruit deed deinzen, bracht hij een dichterlijke tirade over ‘gras’ (dat zich overal en onophoudelijk vertoont), ten gehore. Hiermee schudde hij de ingedutte zaal voor de rest van de Nacht goed wakker.

    De entr’actes waren verrassend en ook zo verbluffend vreemd, dat de neiging om met voorgaande jaren te vergelijken er volledig bij inschoot. Al met al was het een feestje waar niets onder de maat bleef en het publiek zich welwillend naar schikte. Uitschieters waren Mondharmonicaspeler Tim Welvaars die een hommage bracht aan de onlangs overleden Toots Thielemans en waarvan je dacht toen je hem hoorde spelen: ‘Waarom heb ik nog nooit eerder van die man gehoord?’ Daar is De Nacht dan ook weer voor, om ontdekkingen te doen en nieuwe kunstenaars te leren kennen.

    Zoals de Israëlische Asaf Avidan, muzikaal fenomeen met een stem die ongekend is en nog het dichtst bij het stemgeluid van The Tallest Man on Earth komt, maar zoals gezegd ook ‘ongekend’ is. Zijn teksten en manier van zingen deden af aan toe aan Leonard Cohen denken. Vooral de ballade The Labyrinth song, waarin het repeterende refrein deze associatie nog versterkte:

    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last
    Oh Ariadne, I have failed you in this labyrinth of my past
    Oh Ariadne, let me sing you, and we’ll make each other last

    En tussendoor met een regelmaat ,die het begeleidende ritme van deze Nacht werd, het vrolijk gerinkel van brekende wijnglazen. Soms een enkel glas, soms bij drieën tegelijk. Daarbij lijkt het publiek elk jaar jonger te worden, als is er een soort verschuiving in leeftijd waarneembaar. Waarschijnlijk ook dat daarom deze zeer succesvolle Nacht tot aan het einde toe opvallend druk bezocht bleef.

     

     

    Foto: Anna van Kooij

     

  • Gemoedelijkheid troef met enkele stormachtige uitschieters bij Überamstel

    Literair Nederland was erbij

    Zondag 28 augustus openden de uitgeverijen Lebowski en Podium het nieuwe literaire seizoen met de tweede editie van Überamstel. Dit maal in Nessst, een voormalige fabriekshal van de Kauwgomballenfabriek. Of de eerste editie geëvenaard werd blijft een vraag, dat er enkele opmerkelijke publicaties op het punt van verschijnen staan, is een feit. Casper van der Veen was aanwezig en deed er verslag van.

    Hoewel de dag vooral warm en gemoedelijk weer kende, zette er nu en dan een fikse windvlaag op bij de tweede editie van het literaire festival Überamstel, die het tentje waaronder de sprekers optraden dreigend deed schudden. Het weer sloot daarmee aan op het programma, dat aangenaam en gemoedelijk verliep – met een enkele stormachtige uitschieter. Onder meer Ilja Leonard Pfeijffer, Erik Jan Harmens, Mick Johan, Kartin Bruers, Elvis Peeters, Ivo Victoria en Jonah Falke lazen voor uit net gepubliceerd dan wel nog te verschijnen werk.

    Opener op de wisselvallige zondagmiddag bij café Nessst was Kluun, die voorlas uit zijn langverwachte roman DJ, waaraan hij jaren werkte en waarvan de publicatie al herhaaldelijk was opgeschort. Aan het woord komt de schrijver zelf, die na zijn echtscheiding een gesprek met zijn financieel adviseur heeft. Uit het leven gegrepen waarschijnlijk, aangezien Kluun zelf door een scheiding een flink deel van zijn vermogen in rook zag opgaan.

    Wrokkig oogt hij niet tijdens het voorlezen, hoewel ook niet bijster enthousiast. In pretentieloze zinnen doorspekt met tragische humor, horen we hoe de financieel adviseur Kluun afraadt zijn huidige levensstijl voort te zetten. Wat vaker thuis koken, wat minder dure wijnen. “U had een vermogen en nu hebt u een buffertje”, zegt de adviseur. Hierop grijpt de hoofdpersoon elke klus en optreden aan die hij krijgen kan, wat leidt tot enkele geestige situaties. Het door Kluun voorgelezen fragment belooft veel goeds voor de rest van de roman, die volgens de schrijver inmiddels ‘ein-de-lijk’ af is. Hoewel? “Vrijwel” dan.

    Het eerste deel van de middag werd energiek aan elkaar gebabbeld door cabaretière Karin Bruers, die de jonge (bouwjaar 1992) historicus Felix Klos interviewde. Klos heeft voor zijn leeftijd een imposant cv: magna cum laude afgestudeerd in de politicologie aan Middlebury College in het Amerikaanse Vermont, waar hij ook speeches schreef voor de Democratische senator Bernie Sanders. In Nederland schreef hij aan beleidsstukken van D66 en eerder dit jaar verscheen van zijn hand een boek over Winston Churchills campagne voor een verenigd Europa.

    Dan komt de Brexit ter sprake. Klos legt uit dat we de keuze die de Britten gemaakt hebben serieus moeten nemen, zonder toe te geven aan de intolerante sentimenten die hierachter zitten. De historicus spreekt van de “tirannie van de directe democratie”, waarbij een minderheid van de bevolking (namelijk zij die gingen stemmen én voor een vertrek uit de EU kozen) een constitutionele crisis kunnen veroorzaken. Klos legt uit hoe de opkomst van populistische en extreemrechtse politici bestreden moet worden: moderne mainstream politici moeten zelf een positief en helder verhaal vertellen in plaats van alleen maar te reageren op extreemrechtse aanvallen. Oftewel de EU en democratie als gunstige zaken verdedigen die burgers veel hebben opgeleverd, in plaats van alleen maar zeggen dat er simpelweg geen alternatief is. Verstandige en goed onderbouwde argumenten van een schrijver van wie we hopelijk nog meer zullen horen.

    Het eerste gedeelte werd overdonderend afgesloten door het dichtersduo Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, die twee gedichten voorlazen uit hun onlangs verschenen Duetten. De gedichten zijn ontstaan uit een mailwisseling en strofe om strofe geschreven. Het resultaat: harde, geëngageerde poëzie, in lijn met het Manifest voor een riskante literatuur dat het tweetal alweer acht jaar geleden in Trouw publiceerde.

    En niet alleen de woorden zijn recht voor z’n raap, beide dichters dragen ook met energie, vuur en een nauwelijks verhulde woede voor. “Excuses, ik liet mij even gaan”, verontschuldigt Pfeijffer zich zelfs na de eerste voordracht van een gedicht over terrorisme en het “heilig groeimodel” van de economie, waaruit de volgende regels komen:

    Als onze Leitkultur niet veel meer

    is dan de verplichting tot debiel geconsumeer

    snap ik wel dat iemand maait met zijn geweer

    schiet maar, het gaat niet meer

    Ook het overwonnen (maar blijkbaar toch gemiste) alcoholisme waar beide mannen al eerder over schreven, passeert de revue. Pfeijffer die onwennig omgaat met “zijn vaste koers” en Harmens die zegt “er is alleen maar tijd / als messen die prikken in je nuchterheid”. Besloten wordt met een tirade tegen gepeupel dat beschuldigend wordt toegesproken: “Ze hebben hun gewoonheid nergens op bevochten.” Als de bundel half zo goed is als het optreden, wordt het zeker een must read.

    Na de eerste pauze interviewt journalist Sander Donkers Golden Earring-frontman Barry Hay over zijn biografie van de rockster. Hay geeft toe dat hij tijdens het schrijfproces enorm veel moeite had met het “soul searching en dingen opbiechten” dat hij door de vragen van Donkers moest doen. Toen het boek af was, was Hay wel tevreden, maar toch was het “alsof je leest over iemand anders”. Enkele anekdotes over de tours van Golden Earring door de VS, waarbij zelfs KISS een keer in hun voorprogramma stond, maken nieuwsgierig naar de biografie van dit veelbewogen leven.

    Heel anders is dan de voordracht van Karin Bruers, die een boek schreef over haar dementerende moeder die zij in huis nam. In het begin valt de verwarring nog mee en gaat Bruers (of in het boek: Anna) nog met haar in discussie als ze onzin of uit de lucht gegrepen beschuldigingen uitkraamt. Maar later “waait ze maar mee, want ik verloor ieder gesprek”. De aftakeling van de moeder leidt tot schrijnende, pijnlijke situaties. Een oude vrouw die haar dochter niet meer herkent en die zich opsluit op een badkamer “en er pas uit kwam toen ik vijftig euro onder de deur door schoof”. Die professionele zorg en dagbesteding afwijst. Maar hoe schrijnend ook, Bruers draagt de tekst op humoristische wijze voor – als ware het een van haar cabaretshows. Een no-nonsens tragikomisch en autobiografisch verhaal. Hongerzomer verschijnt in november.

    Tijdens het laatste deel van de middag vertelt Ronald Giphart over zijn roman Lieve, die volgens de website van uitgeverij Podium nog deze maand wordt verwacht. Het boek ontstond per toeval, toen Giphart op vakantie door zijn leesboeken heen was en uit verveling wat begon te typen. Toen hij een jaar later de tekst terugvond, ging hij er weer aan zitten. Dit resulteerde uiteindelijk in Lieve.

    Een belangrijke term in het boek is candaulisme, aldus Giphart. “Weet iemand wat dat is?”, vraagt de auteur. Stilte. “Dat zijn mannen die er opgewonden van worden om te zien hoe hun vrouw seks met een ander heeft.” Aha. Een echt Giphart-boek dus, waar seksualiteit en bijzondere vrouwen nooit ver weg zijn. Het boek gaat over een regisseur die een relatie heeft met een getalenteerde actrice. Wanneer laatstgenoemde door een ongeluk om het leven komt, maakt de regisseur een film over haar leven.

    De inspiratie voor het boek was ook allerminst gewoon. Giphart hoorde over twee acteurs die naakt onder een deken lagen om een intieme filmscène op te nemen. Vervolgens trad een technisch probleem op. Het beeld van de man en vrouw die onder de dekens liggen te wachten terwijl een hele crew om ze heen probeert een defect te fiksen, dat was samen met candaulisme hetgeen dat tot Lieve leidde.

    Hiermee kwam een boeiende literaire middag ten einde bij Nessst, waar veel voordrachten van net verschenen of nog te verschijnen werk, nieuwsgierig en ongeduldig maakt. Met alvast genoeg materiaal voor op het verlanglijstje voor de feestdagen aan het einde van dit jaar.

     

     

  • Gratis boek bij aankoop CJP-pas

    CJP is een platform voor cultuurliefhebbers met geen ander doel dan het inspireren  van jongeren de wereld van de cultuur te betreden. In hun magazine en op hun website schrijven zij over selecties uit het cultuuraanbod en organiseren culturele events waarbij ze samenwerken met andere culturele instanties.  Op die manier is het mogelijk voor CJP korting te kunnen geven op (film)festivals, concerten, theaters en musea. Wie wil er nu niet graag met korting naar bijvoorbeeld De Nacht van de Poëzie in september.

    Hun missie is om de drempel voor jongeren naar cultuur te slechten en dit doen ze al meer dan 50 jaar. Zónder subsidie.  Met een CJP pas verkrijg je tot je 30ste korting op cultuur.

    Voor wie de pas nu koopt, krijgt er een gratis boek bij. Samen met de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) start vanaf donderdag 25 augustus deze boekencampagne.  Uit onderstaande lijst van zes titels kunnen nieuwe leden een titel kiezen:

    • De zee zien – Koos Meinderts
    • Het Bestand – Arnon Grunberg
    • De naam van mijn broer – Larry Tremblay
    • Doorgang – David Mitchell
    • De ijsmakers – Ernest van der Kwast
    • Het uur van Zimmerman – Karolien Berkven

     

    scale.rb_

     

    Van De ijsmakers van Ernest van der Kwast is op onze site een recensie te lezen.

     

     

     

     

     

    Kijk op www.cjp.nl/koop-die-pas voor meer informatie.

     

     

  • Leren lezen van tovertaal

    Onlangs was er een workshop ‘Poëzie begrijpen’ bij boekhandel Broesse in Utrecht onder leiding van dichteres Ellen Deckwitz. Casper van der Veen was erbij en maakte er verslag van voor LiterairNederland.

    Een reputatie van ontoegankelijkheid, zeer geringe verkoopsuccessen, een trouwe doch kleine schare lezers: de poëzie heeft het niet makkelijk in Nederland (en daarbuiten). Toch blijkt steeds opnieuw dat er brede interesse bestaat voor deze unieke kunstvorm, bijvoorbeeld bij de jaarlijks drukbezochte Nacht van de Poëzie, het populaire Poetry International in Rotterdam en in de vaak afgeladen kroegen waarin poetry slamwedstrijden worden georganiseerd.

    Zo ook op een zonnige zondagmiddag in de Utrechtse boekwinkel Broese, waar dichteres Ellen Deckwitz een workshop ‘Poëzie begrijpen?’ geeft aan een publiek waarvoor maar net genoeg stoelen zijn. Hoewel het leren lezen van gedichten altijd relevant is, is de directe aanleiding voor de workshop het onlangs verschenen boek Olijven moet je leren lezen (fragment hier te lezen). Daarin geeft Deckwitz een “cursus genieten van poëzie”, waarin de lezer leert wat een gedicht is, hoe je dit begrijpt en vooral hoe je hiervan geniet. “Ik kreeg zo vaak dezelfde vragen over poëzie dat ik maar besloot een boekje te schrijven waarin de antwoorden staan”, aldus Deckwitz.

    De workshop vormt een inleiding voor die cursus, bedoeld om te laten zien dat poëzie lang niet zo onbegrijpelijk is als vaak wordt aangenomen. Net als in haar vorige gids Zo    word je een geweldige dichter (2015) begint Deckwitz in de Domstad ook met een hele elementaire vraag: wat is poëzie eigenlijk? “Een tekst is een gedicht wanneer de schrijver zegt dat dit een gedicht is”, verklaart Deckwitz.

    Dat betekent echter niet dat het plakken van het etiket “gedicht” op een tekst geen gevolgen heeft. “Wanneer een tekst een gedicht is, gaat de auteur een aantal leesafspraken aan”, aldus Deckwitz. “Als ik op het etiket op een blik soep “soep getrokken van gevogelte” lees, interpreteer ik die woorden anders afhankelijk of het een gedicht of simpelweg een lijst ingrediënten is.”

    Na dit theoretische opwarmertje besluit de dichteres voor het eerst een gedicht voor te leggen aan het publiek. Deckwitz leest Een zwemmer is een ruiter (1960) van de Belgische dichter Paul Snoek voor, terwijl de bezoekers kunnen meelezen vanaf hun handout:

    “Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
    is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
    is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

    En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
    is met armen en benen aloude geheimen vertellen
    aan het altijd alles begrijpende water.

    Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
    Want in het water adem ik water, in het water
    word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
    en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
    en toch nog eenzaam blijven.

    Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.”

    Nou, vraagt Deckwitz, wie weet waar dit gedicht over gaat? De zaal zwijgt, totdat enkele mensen aarzelend één woord tellende antwoorden geven: “Gevoel. Vrijheid. Ervaring. Het leven.” Niet fout, maar nog wel erg algemeen en abstract.

    Deckwitz grijpt dit moment van lichte verwarring aan om de vraag te stellen waarom dichters niet gewoon in heldere, onomfloerste bewoordingen zeggen wat ze bedoelen. Waarom niet gewoon “Ik wil met je op date” in plaats van “Ik vind je zo lief en zo licht”?

    Dat komt omdat er exact staat wat er staat – en wat er moet staan, aldus de dichteres. Door het gebruik van metaforen, stijlmiddelen en metrum kan er meer gezegd worden dan wanneer iets letterlijk zou worden neergepend. Bovendien is een ideaal gedicht zo opgesteld dat het lijkt alsof het niet anders geschreven had kunnen zijn.

    Dat het flink wat moeite kan kosten om dat ultieme eindresultaat te bereiken, illustreert Deckwitz eveneens aan de hand van de Paul Snoek. Van hem zijn gedichten bekend waarvan meer dan honderd versies zijn. De bekende Nederlandse dichter Nachoem Wijnberg schrijft van ieder gedicht zo’n vijftig tot honderd versies tot er eindelijk die publicabele parel uit rolt.

    Dan nu de hamvraag: hoe leer je die tovertaal lezen? Vrijwel alle aanwezigen geven toe wel eens een gedicht te hebben gelezen dat zij niet meteen begrepen. Volgens Deckwitz is de sleutel om veel leeservaring op te doen. Begin met een bloemlezing, kijk wat je mooi vindt en blijf ontdekken. Lees gedichten hardop voor om de muzikaliteit te ervaren. O, en koop haar cursusboek natuurlijk, zegt de dichteres met een knipoog. Je zult vanzelf meer begrijpen en poëzie meer leren waarderen.

    “Google is je beste vriend”, zo illustreert Deckwitz aan de hand van een haiku over Kyoto van de beroemde Japanse poëet Basho. Ze leest voor: “Zelfs in Kyoto, / wanneer de koekoek roept, / mis ik Kyoto.” Dankzij Google kwam Deckwitz erachter dat in Japan de koekoeksroep staat voor zowel de naderende zomer als “de doden die vanuit het sprokkelhout naar hun nog levende geliefden roepen”. Maar ook zonder die kennis kun je dit een mooie haiku vinden.

    Uiteindelijk gaat het om wat de lezer zelf uit een gedicht haalt en hoe dit hem of haar raakt, verklaart Deckwitz. Zelfs als je bepaalde zinnen niet helemaal of helemaal niet begrijpt, kunnen die je evengoed raken. Dit doet denken aan een episode die Ilja Leonard Pfeijffer beschrijft in zijn autobiografische boek Brieven uit Genua. Wanneer hij als jonge tiener voor het eerst een dichtbundel uit de boekenkast van zijn vader openslaat, snapt hij niks van de gedichten die erin staan. Wat hij wel direct zeker wist: dit wil hij ook maken.

    Oké, maar als het gaat om wat jij er uithaalt, heeft een gedicht dan überhaupt een vaste betekenis? Of betekent het voor iedere lezer wat anders? Ook hier is volgens Deckwitz geen sprake van vrijblijvendheid, zoals zij eerder in een column in nrc.next uitlegde. Een gedicht kan veel betekenen en is doorgaans multi-interpretabel. Dat maakt poëzie ook zo rijk en bijzonder. Maar, zoals zij eerder aangaf, je mag er vanuit gaan dat over ieder woord lang en hard is nagedacht. Dus hoewel meerdere lezingen mogelijk zijn, is niet zomaar iedere interpretatie zinnig of waardevol.

    Een jongeman vraagt Deckwitz om een discussie met zijn huisgenoot te beslechten. “Als ik wil weten wat er met een gedicht wordt bedoeld, moet ik de auteur dan hiernaar vragen?” De dichteres raadt dit af en wijst erop dat de auteursintentie vaak afwijkt van de interpretatie die lezers en critici van een gedicht hebben.

    Zo vroeg Deckwitz een keer aan Rutger Kopland wat de boodschap was van zijn beroemdste gedicht, “Jonge sla”. Door de jaren heen is erop gewezen dat dit gedicht op uiterst treffende wijze iets zegt over vergankelijkheid, verlies en hoe de mens daarmee worstelt. “Maar Kopland vond het gewoon een leuk gedicht over sla”, aldus Deckwitz. “Hij heeft het in vijf minuten geschreven en baalt ervan dat het zijn bekendste werk is geworden. Sinds ik dit weet, vind ik het gedicht ook minder mooi.”

    Deckwitz geeft twee redenen voor het feit dat veel mensen poëzie niet begrijpen. “Terwijl poëzie de afgelopen decennia over het algemeen ingewikkelder is geworden, leren we door het uitgeklede literatuuronderwijs niet meer hoe we een gedicht moeten lezen.” En dat is zonde, omdat de dichtkunst volgens Deckwitz wel degelijk wereldverbeterende elementen in zich draagt. De dichteres besluit haar workshop met een oproep aan docenten Nederlands:

    “Leer jongeren poëzie lezen, want daardoor leren zij scherper lezen en observeren. In een tijd waarin jongeren vooral Facebook-updates lezen, die bol staan van de holle frasen en waar de nuance vaak ver te zoeken is, is die eigenschap meer dan welkom.”

    Een lerares Nederlands laat na afloop weten dat zij vooral dichtkunst met sterk beeldende elementen in haar lessen inzet. “Ik bespreek poëzie altijd in de aanloop naar de Dodenherdenking, wanneer een leerling een zelfgeschreven gedicht over de oorlog en Bezetting mag voorlezen. Dan komt voor sommige mensen in de klas poëzie meer tot leven.”

    Voor wie de workshop gemist heeft, Deckwitz geeft vaker lezingen en workshops over het begrijpen van poëzie. Haar boek Olijven moet je leren lezen is verkrijgbaar bij Atlas Contact.