De jaarlijkse Constantijn Huygens-prijs 2018 is toegekend aan Nelleke Noordervliet (1945) voor haar hele oeuvre dat bestaat uit vele romans, essays, verhalen, toneel en columns. Haar eerste boek, Tine of De dalen waar het leven woont (1987), ging over het leven van de vrouw van Multatuli, Everdina Huberta van Wijnbergen. Met haar indrukwekkende oeuvre wordt Noordervliet gezien als een van de belangrijkste hedendaagse Nederlandse schrijfsters. Haar werk is meermaals genomineerd en bekroond en in verschillende talen vertaald. Uit haar werk spreekt steeds de actualiteit van het verleden en de historiciteit van het heden. Ze gebruikt haar aanzienlijke stilistische en vertelkwaliteiten om in literatuur iets wezenlijks te zeggen over de wereld.
De prijs, waaraan een bedrag van € 12.000,- verbonden is, wordt volgend jaar op 20 januari 2019, tijdens de afsluiting van Winternachten (internationaal literatuur festival Den Haag) uitgereikt. Dan worden ook de overige Haagse Literatuurprijzen van de Jan Campert-Stichting uitgereikt.
De jury bestond uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Arjen Fortuin, Sarah Vankersschaever, Aad Meinderts (voorzitter), Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Jeannette Smit en Carl De Strycker.
Eerdere recente laureaten zijn: Hans Tentije (2017), Atte Jongstra (2016), Adriaan van Dis (2015), Mensje van Keulen (2014) en Tom Lanoye (2013).
Lees hier een recensie van haar roman Vrijman en van haar bundel Schatplicht (2013).
Een symposium over de sixties – de jaren van seks, drugs en rock-’n-roll, de Beatgeneration, de dreiging van de bom – met popgrootheden als dichter/zangeres Patty Smith, gitarist en pophistoricus Lenny Kaye en Bob Dylan-biograaf Sean Wilentz. Alle drie beleefden zij als jongeren deze vernieuwende jaren, gaven er zelf vorm aan en schreven er later over. Patti Smith in het autobiografische Just Kids en Wilentz onder meer in de biografie van Bob Dylan waarin de sixties uitvoerig aan bod komen. Het Nexus-Instituut organiseerde het symposium ‘An Education in Counterculture’, dat plaatsvond op 26 mei in het DeLaMar Theater te Amsterdam.
Tijdens het symposium, waarbij Nexus oprichter Rob Riemen als gespreksleider optreedt, komt in fragmentarische stukken en aan de hand van beelden en muziek uit de jaren ’60 en ’70, een verhaal naar boven dat een kantelmoment betekende in de culturele geschiedenis van Amerika en Europa. Over wat het was en welke betekenis het nu nog heeft, of we er nog iets van kunnen leren van die Counterculture. Roerige jaren waarin popmuziek zich razendsnel ontwikkelde en voor de jeugd een tegenwicht bood tegen het burgerlijke bestaan van hun ouders. Er kwam een beweging op gang die de wereld zou veranderen.
Ontmoeting in New York
Maar eerst bezocht Rob Riemen eind vorig jaar Patti Smith in New York nadat hij haar geschreven had over haar boeken die hij gelezen had en om haar uit te nodigen aan het symposium deel te nemen. Kort daarop belde ze hem om een afspraak te maken: ‘Meet me in my café. I’ll be there writing.’ Wie het autobiografische M-Train van Smith heeft gelezen, weet van haar koffie- en schrijfrituelen. Hij ging naar New York en trof haar in het café waar ze aan een tafeltje bij het raam zat te schrijven aan een nieuwe poëziebundel. Een bundel die overigens na voltooiing door het Nexus Instituut in een tweetalige editie is uitgegeven en niet in Amerika.
Haar nieuwe werk, zo laat ze tijdens hun ontmoeting in New York weten, is een reactie op het besluit van Trump de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te laten verhuizen. ‘Van geen [enkel] land mag Jeruzalem de hoofdstad zijn, een politiek symbool. Jeruzalem als “stad van vrede” kan dat alleen zijn als het een stad van alle volkeren is’, is het oordeel van Patti Smith. De bundel The New Jerusalem zal tijdens het symposium gepresenteerd worden.
In de uitverkochte zaal van het DeLaMar Theater in Amsterdam zitten veel bewonderaars van Patti Smith die zelf de jeugd bezaten toen haar punkpoems in de jaren zeventig vanuit Amerika, Europa bereikten. Aan een grote ronde tafel waarover een rood kleed is gedrapeerd, wordt het gesprek gevoerd. Rechts op het toneel is een muziekhoek ingericht met een gitaar, microfoons op standaards en geluidsboxen. Dat stelt de fans vast gerust, dat Patti Smith en Lenny Kaye straks in ieder geval nog zullen optreden.
Behoefte aan een tegengeluid
We vallen gelijk midden in de American Dream. Een filmpje vertoont optimistische beelden van huisvrouwen met gewatergolfde kapsels, lipstick en gebloemde jurken tijdens het huishouden. Steevast twee kinderen, een jongen en een meisje en vader met een gulle lach en een golf in het glanzende haar. De American Dream: gelijke kansen en rechten voor iedereen – waarbij de belofte van een eigen huis, een tv, koelkast, wasmachine, droger, anderhalf of twee kinderen en een auto (of twee) voor iedere Amerikaanse staatsburger in het vooruitzicht wordt gesteld. Het ziet er allemaal rooskleurig en Happy family-achtig uit. Rob Riemen vraagt zich af wat daar op tegen kon zijn in de jaren van wederopbouw.
‘Het begint er al mee’, reageert Sean Wilentz, ‘dat er niet één zwarte burger in deze filmfragementen voorkomt.’ Waardoor Amerika het bestaan van een aanzienlijk grote bevolkingsgroep ontkende. Ook was het de tijd van de koude oorlog. Overal waren schuilkelders en werden er oefeningen gedaan om, als de bom zou vallen, er een veilig onderkomen te vinden. Niet veel later was er de oorlog in Vietnam. De term Counterculture (tegencultuur) ontstond in die jaren voor de maatschappelijke revolte en New York was de stad waar het zich allemaal voltrok. Terwijl jonge gezinnen zich in een zeker bestaan trachten te voorzien, was er onder de jeugd een sterke behoefte aan beweging.
Beatgeneration
De literaire stroming de Beatgeneration, in de jaren vijftig in het leven geroepen door de schrijvers Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William S. Burrough, vond zijn hoogtepunt in de jaren zestig. Bob Dylan maakte als protestzanger furore en Allen Ginsbergs Howl, dat begint met de wervelende openingszin: ‘Ik zag de knapste koppen van mijn generatie verwoest door waanzin, hongerend hysterisch en naakt, die zich voortsleepten door negerstraten bij zonsopkomst op zoek naar een woedende spuit’ was een waar cultding voor de jeugd geworden.
Sean Wilentz, wiens vader en oom eigenaar waren van de legendarische Book Shop in 8th street, groeide op tussen de beats. De boekenwinkel was het literaire middelpunt van New York in die jaren. De oprichters van de Beatgeneration waren frequente bezoekers van de Book Shop. ‘Je moet niet vergeten, zegt Wilentz, dat in die tijd een boekwinkel de ontmoetingsplaats was voor gelijk gestemde geesten. Ik groeide ermee op.’ Zo was hij in de gelegenheid om op zijn twaalfde Howl te kunnen lezen.
Waar Patti Smith vandaan kwam was geen boekwinkel of bibliotheek en had ze nog nooit gehoord van Allen Ginsberg of zijn gedicht Howl. Op die leeftijd las zij sprookjes en Peter Pan. Ze vertelt op anekdotische toon waar ze voor het eerst een uitgave van Howl zag. Het was in 1965 in Plains, New York waar Bob Dylan speelde. Ze had wat geld gespaard en nam de trein om zijn concert bij te wonen. Toen Dylan na het akoestisch gedeelte van het concert, zijn elektrische gitaar pakte begon iedereen boe te roepen. Het viel haar op dat iedereen een zwart/witte bundel bij zich droeg, als was het onderdeel van hun outfit. Terwijl ze Dylan uitjouwden, begonnen ze de boekjes naar het podium te gooien. Smith: ‘Ik dacht: wat is dat voor een boek dat iedereen het heeft. En wat een idioten dat ze ermee gooien.’ Pas toen Smith op twintig jarig leeftijd naar New York was verhuisd, kreeg ze de gelegenheid alle ‘goede boeken’ te lezen, zoals ze zelf zegt.
Invloed Bob Dylan
Al die dingen waar jongeren aan dachten, naar verlangden, maar niet gevisualiseerd kregen, leek Dylan in zijn songs en met zijn houding tot uitdrukking te brengen. Hij was een bondgenoot maar ook al zoveel verder dan zijn leeftijdgenoten klonk het rond de tafel. ‘Hij was iemand om je mee te identificeren’, zegt Patti Smith. ’Alles wat hij deed, was precies wat wilden zijn. Als er twintig verschillende zonnebrillen op de markt waren, was hij degene die het juiste model koos en dan wilden we allemaal die zonnebril.’ Wilentz zegt dat hij van Dylan heeft geleerd dat je niet stil moet blijven staan. Waar Kaye aan toevoegt, ‘Dat je een eigen stem moet hebben.’
Deceptie van de jeugd van toen
Na de politieke moorden op Malcolm X in 1965 en Robbert Kennedy in 1968 stortte de wereld voor hen die streden voor gelijkheid en wereldvrede, in. Patti Smith had zich net aangemeld als vrijwilliger om voor het campagneteam van Robert Kennedy te gaan werken. Een dag later werd hij neergeschoten. Het ontroert haar zichtbaar nog steeds als ze daarover spreekt: ‘Zijn dood was een van de treurigste dagen uit mijn leven en het einde van de hoop van de jeugd.’
Voor Sean Wilentz viel zo’n moment van deceptie toen Malcolm X in 1965 werd neergeschoten. Het gebeurde om de hoek van de Book Shop in 8th street. Ze hadden juist die dag de boekhandel verhuisd naar een pand aan de overkant van de straat. Er heerste een feestelijke stemming, toen kwam iemand vertellen dat Malcolm X was vermoord. Wilentz: ‘Een zwarte vriend van mij verliet direct het feest. Toen ik hem later weer zag had hij zijn naam veranderd en meed al zijn witte vrienden. Het ergste vond ik dat alle successen die er tussen zwart en wit waren geboekt, teniet werden gedaan door deze gewelddadige aanslag.’
Regels en principes
De jaren zestig generatie werd vooral verweten dat ze traditionele waarden omver wierp. Maar in de counterculture ging het niet om tradities maar om het afwijzen van een leven dat in regeltjes en principes werd vastgelegd door de overheid.
Patti Smith voegt daaraan toe dat de sleutel naar een betere toekomst daarin ligt dat je een goed mens moet zijn, leven in harmonie. ‘Wat we probeerden was ruimte te creëren voor de generatie na ons. Dat is wat er van ons verwacht mag worden. We moeten onze rivieren zuiveren voor de kinderen van de toekomst. De bijen beschermen, geen plastic meer. We deden het niet voor het geld of de roem, we deden het voor de toekomst.’
Een brug naar het hier en nu
Het is een indrukwekkend symposium, alleen al door de aanwezigheid van getuigen van gebeurtenissen uit een tijd die de aanwezigen in de zaal ooit alleen via het polygoon journaal hebben meegekregen. Later door documentaires en via de literatuur een notie hebben gekregen van hoe het er in Amerika aan toeging.
Toch werd de brug waarvan je verwachtte dat die – van de roerige jaren zestig naar het nu – gelegd zou worden, niet gemaakt. Zoals ook het bruggetje van Amerika naar Europa in de lucht bleef hangen met een enkele uitspraak als dat van Nixon naar Trump één lijn te trekken was. En dat de protesten onlangs van de Parklandscholieren na de schietpartij op hun school, tegen wapenbezit in Amerika, de nazaten van de Beatgeneration hoopvol stemde.
En dan bedenk je opeens dat een getuige van die tijd uit Europa het debat beslist meer verbindende grond had weten te geven. Denk aan voormalig popjournalist Elly de Waard bijvoorbeeld. Zij volgde de Beatgeneration en de Amerikaanse popmuziek op de voet en heeft en daar nog steeds iets over te zeggen, stelde ik mij zo voor.
Poëziebundel
Als tastbaar gegeven is daar wel de bundel The New Jerusalem door Patti Smith. Met thema’s die generaties en culturen met elkaar verbinden. Zeven proza gedichten met een religieus getint karakter en een sterke appellerende toon het leed in de wereld onder ogen te zien en actie te ondernemen. Zoals het eerste sonnet van: ‘Wat voor boodschapper daar vliegt’. Waarin Smith het angstbeeld schetst van een niet kunnen ontkomen aan een wereld van regels en voorwaarden.
‘Meisjes in paarse regenjassen sluipen door de schaduwen; ze hebben zich kundig gecamoufleerd en ontwijken de rode en blauwe stralen van een reusachtig volgsysteem. Spookachtig zijn ze en ze volgen de sporen die mogelijk leiden tot waar ze heimelijk kunnen overleven. Ze blijven onder de radar, zigzaggen door de zich versmeltende stralen en infiltreren in het verboden gebied waar zwaarbewaakte poorten toegang verschaffen tot de buitenste regio’s.’
Het openings (proza)gedicht ‘De strekking van de tijd’ is welhaast een metafoor voor de inhoud van het symposium: over hoe tijd voortsloft, over regelgevers en landontginners en waarin God gebruikt wordt als doel. Waarvan in het derde couplet de indruk gewekt wordt dat de nieuwe tijd hoe dan ook schuldig is:
‘(…) En de nieuwe tijd was hun werktuig: een wakend oog. Een fijnmazig magnetisch web daalde neer over het land; het verlamde de rede en scheidde het volk als kaf van het koren. (…) en het kaf, de vermeend onnutte blolsters? / Dat waren wij, kinderen, dat waren wij. / (…) En met lege handen gingen wij heen, in vier windrichtingen, zonder plan of idee.’
Dat doet dan toch weer denken aan de sixties, waar de jongeren zonder plan of idee hun weg gingen, maar wel kiezend welke richting ze op wilden.
Het symposium sloot af met het door Patti Smith voordragend/zingende en onverbeterlijke We got the power die de hele zaal in beweging brengt. En dan is daar opeens de overtuiging: ‘Ja, wij hebben de macht en de keuze om dingen te veranderen’, die voor heel even als een geloofwaardig gegeven in de lucht blijft hangen.
Foto’s symposium: Jan Reinier van der Vliet. Portretfoto: Gasper Tringale
The New Jerusalem / Patti Smith
Tweetalige editie
Inleiding / Rob Riemen
pag. 76
Nederlandse vertaling: Onno Kosters
Engelse vertaling: Liz Waters Uitgegeven door Nexus Instituut
In september start een nieuwe editie van het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Hoewel verschillende onderdelen van dit festival al een langere traditie kennen, Nacht van de Poëzie, zijn er veel nieuwe evenementen in opgenomen zoals een Boekenmarkt en een Voorleesmarathon. Het is een langlopend festival van 15 tot en met 29 september.
Elk jaar zal één schrijver uit het literaire erfgoed onder de aandacht gebracht worden tijdens het festival. Dit jaar is dat de Russische schrijver Lev Tolstoj (1828-1929). Het is 140 jaar geleden dat zijn roman Anna Karenina verscheen, waarvan de vrouwelijke hoofdpersoon grote indruk maakte op zijn lezers. Met een Anna Karenina Voorleesmarathon zal deze indruk zich ongetwijfeld verder verbreiden.
Het evenement vindt plaats op Utrecht Centraal Station en gaat tijdens het Utrecht Uitfeest van start om 11.00 uur. In totaal zullen duizend vrouwen (bekend en onbekend) in ruim vijftig talen de duizend pagina’s van het beroemde boek van de Russische schrijver en filosoof Lev Tolstoj voorlezen.
De beroemdste Nederlandse vertaling is van Wils Huisman, die in 1966 bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen in de Russische Bibliotheek. Onlangs, in 2017 verscheen een nieuwe, vertaling in het Nederlands door Hans Boland (uitg. Athenaeum).
Voor deze voorleesmarathon zoek het ILFU nog vrouwen, vriendinnen, collega’s, zussen en Anna’s om individueel of met een leesclub, bedrijf of instelling aan te haken bij de marathon; alle vrouwen kunnen meedoen. Er kan voorgelezen in ieders voorkeurstaal want het boek is verschenen in meer dan vijftig vertalingen.
Dus: Lees ook mee! Klik hier om u aan te melden.
Er werd veel gespeculeerd over wie de C. Buddingh’prijs zou ontvangen waarbij de naam van dichteres Radna Fabias opvallend vaak gevallen was. Toch was het een complete verrassing voor de dichteres zelf, dat ze op het 49e Poetry International Festival, uit vier genomineerde debuterende dichters, met haar bundel Habitus tot prijswinnaar werd uitgeroepen.
Volgens de jury heeft Radna Fabias: ‘Een subversieve stem die afkomst, bestemming, lichaam en perspectief te lijf gaat en daarbij zichzelf en de ander niet spaart.’ Daarbij noemt de jury: ‘Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms – en breekt de Hollandse dichtkunst weergaloos open, rekent af met het veilige vers. Habitus zindert.
De winnaar werd bekend gemaakt tijdens het programmaonderdeel ‘De staat van de poëzie’, een avond over de laatste ontwikkelingen in de Nederlandstalige poëzie. Dat er iets gebeurt in de Nederlandstalige poëzie moge duidelijk zijn; meer experiment en engagement, er werd dan ook gesproken van een zeer bijzonder Buddingh’-jaar. De rol van de kleine uitgever ‘aan de rand van het literaire veld’ werd nog belicht als belangrijk zijnde in het publiceren van deze vernieuwende poëzie.
Overige genomineerden waren: Dean Bowen met Bokman, Elisabeth Tonnard met Voor het ideaal, lees de schaal en Arno Van Vlierberghe met Vloekschrift.
De jury bestond uit Jeroen Dera, Charlotte Van den Broeck en Antoine de Kom.
De driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs 2018 gaat naar non-fictie kinderboekenschrijfster Bibi Dumon Tak (1964) voor haar hele oeuvre. Dumon Tak debuteerde in 2001 met Het koeienboek bij Querido waarna er achttien titels volgden, allen over dieren, met uitzondering van een boek over jeugd-delinquenten Rotjongens (2007). Ze ontving meerder keren een zilveren griffel voor haar boeken en in 2012 een gouden griffel – de hoogste waardering voor een Nederlandstalig kinderboek – voor Winterdieren. Haar laatste boek Het heel grote vogelboek, verscheen in 2017 bij Lannoo. Het is voor het eerst dat deze prijs gaat naar een kinderboekenschrijver van non-fictie.
Volgens de jury laat het oeuvre van Bibi Dumon Tak zien dat er voor een verhaal dat in vervoering brengt, geen verzinsels nodig zijn: ‘Vervoering bereik je met de blik van een kind – onbevangen, origineel en eerlijk – en de pen van een dichter – eigenzinnig, esthetisch en persoonlijk. En dan kijken, en schrijven. Datgene doen en datgene maken waarmee de literatuur zich van alledaagse tekst en taal onderscheidt. Die blik en die pen bezit Bibi Dumon Tak als geen ander.’
De Theo Thijssen-prijs is een oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur die in 1964 als eerste werd uitgereikt aan Annie M.G. Schmidt.
De jury bestaat uit: Jaap Friso, Martha Heesen, Sara van den Bossche, Thomas de Veen en Anna Woltz (voorzitter).
Recente laureaten zijn, Martha Heesen (2015), Sjoerd Kuyper (2012) en Ted van Lieshout (2009). Ook de oeuvres van onder meer Paul Biegel, Tonke Dragt, Els Pelgrom, Joke van leeuwen, Guus Kuijer en Willem Wilmink werden eens bekroond met deze prijs.
Aan de prijs is een bedrag van 60.000 euro verbonden en wordt uitgereikt op donderdag 20 september 2018 in het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum.
Schrijfster Renske van den Broek (1976) en dichter Anne van Winkelhof (1991) die in 2017 hun literaire debuut maakten in Hollands Maandblad zijn onderscheiden met de ‘Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurzen’ 2017/2018 ter waarde van elk 1000 euro.
De jury over de poëzie van Van Winkelhof: ‘waarin zowel met een glimlach de bitterheid des levens als met een kartelrand de zoetheid van het bestaan eigenzinnig wordt verwoord. Hier is een dichter met gevoel voor het menselijk tekort en de onpeilbaarheid der dingen aan het woord’.
Over het proza van Van den Broek zei de jury: ‘in deze vertellingen wordt het bestaan ontrafeld als een doolhof waarin de enige uitgang richting labyrint voert. Een terugkerend thema is de vage grens tussen dader en slachtoffer, die beiden waden door dezelfde duistere poel des levens’.
De prijzen werden uitgereikt tijdens het jaarlijkse Hollands Maandbladliteratuurfeest in Amsterdam.
Eerdere laureaten van de Hollands Maandblad Beurzen zijn o.a. Vrouwkje Tuinman, Philip Huff, Kira Wuck, Bregje Hofstede, Gerda Blees, Pieter Kranenborg en Marieke Lucas Rijneveld.
Hollands Maandblad werd in 1959 opgericht door K.L. Poll. Tot de medewerkers behoren onder meer J.M.A. Biesheuvel, Philip Huff, Arnon Grunberg, Kira Wuck, Eva Gerlach, Thomas Heerma van Voss, H.L. Wesseling, Mark Boog, Marieke Lucas Rijneveld en Maarten ’t Hart.
Gisteren werd op Wereldboekendag door de jury van de Filter Vertaalprijs in samenwerking met Het Literatuurhuis Utrecht bekend gemaakt dat van de vijf genomineerden Martin de Haan voor de nieuwe vertaling van Choderlos de Laclos, Riskante relaties (Arbeiderspers) de prijs gewonnen heeft.
LesLiaisons dangereuses is een omvangrijk werk en werd de afgelopen vijftig jaar al driemaal eerder vertaald. Volgens de jury is met de vertaling van Martin de Haan pas ten volle van het boek te genieten.
Martin de Haan (1966) is essayist en vertaler van (voornamelijk) Franse literatuur. Hij is onder meer vaste vertaler van Milan Kundera en Michel Houellebecq. In samenwerking met vertaler Rokus Hofstede vertaalde Martin de Haan werk van o.a. Régis Jauffret en Marcel Proust. Als essayist publiceerde hij een boek over Michel Houellebecq, Aan de rand van de wereld, en tal van beschouwingen in dagbladen en tijdschriften.
De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks beschikbaar gesteld voor de meest bijzondere vertaling uit het voorgaande jaar. Het prijzengeld bedraagt € 10.000 en werd dit jaar bijeengebracht door de uitgeverijen Atlas Contact, Boom, De Bezige Bij, Lebowski, Singel Uitgeverijen, Vantilt, Van Oorschot, Wereldbibliotheek en enkele anonieme begunstigers die hiermee willen bijdragen aan een hogere waardering voor vertaalprestaties.
Overige genomineerden waren:
Kiki Coumans voor Het raam gaat open als een sinaasappel van Guillaume Apollinaire (Uitgeverij Vleugels)
Piet Gerbrandy en Casper de Jonge voor Poëtica van Aristoteles (Historische Uitgeverij)
Lisa Thunnissen voor De cowboykampioen van Aura Xilonen (Uitgeverij Wereldbibliotheek)
Han van der Vegt voor Omeros van Derek Walcott (Bananafish)
De jury bestond dit jaar uit Jacqueline Bel (voorzitter), Erik van den Berg, Harm-Jan van Dam, Vicky Francken, Robbert-Jan Henkes (winnaar van de prijs in 2017) en Eva Wissenburg (secretaris).
Biografen moeten nieuwsgierig zijn naar de levens van hun biografelingen*. Dat betekent niet dat ze alles dat tijdens hun onderzoek te weten komen zomaar – zonder twijfel en zonder scrupules – aan het papier toevertrouwen. Zeker als het gevoelige informatie betreft is zorgvuldigheid geboden. Soms staat de eigen positie als biograaf ter discussie. Ook dan moet verantwoording worden afgelegd.
Tijdens ‘Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker’, georganiseerd door het Louis Couperus Genootschap, gingen Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunisse en Wim Hazeu in op hun ‘pijnpunten’.
Foute ideeën en sympathieën Elisabeth Leijnse wist min of meer waar ze aan begon toen ze de biograaf werd van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk. Cécile had uitgesproken opvattingen over joden. Ze was een overtuigd antisemiet. Geen moment heeft Elisabeth Leijnse gedacht dat ze die kant van Cécile de Jong van Beek met de mantel der liefde moest bedekken.
In zekere zin was het antisemitisme van Cécile – getrouwd met een jood – zelfs een godsgeschenk. Elisabeth Leijnse liet zich bij de keuze van de constructie van haar biografie leiden door in haar ogen interessante tegenstellingen en paradoxen. Zo was zus Elsa – getrouwd met een antisemiet – bijvoorbeeld een anti-antisemiet. Het contrast tussen beide zussen is de basis geworden van Cécile en Elsa: strijdbare freules. Een biografie, waarin de paradox opvoeding c.q. privéleven versus ideologie en de ontstaansgeschiedenis van het antisemitisme en collaboratie in Frankrijk belangrijke elementen zijn.
In de researchfase raadpleegde Elisabeth Leijnse andere biografieën waarin netelige kwesties aan de orde kwamen. Wat ze over de persoonlijkheidsstoornis van Alma Mahler las, sterkte haar in haar opvatting dat zij de oorzaken van het antisemitisme niet alleen moest zoeken in karakterologische kenmerken van haar biografeling, maar ook in externe factoren.
Punt van aandacht was hoe binnen het kader van het boek kritiek op het antisemitisme te verwoorden. Elisabeth Leijnse koos er uiteindelijk voor om Elsa degene te laten zijn die commentaar geeft en haar verontwaardiging uit. Volgens de biografe een logische en verantwoorde keuze: het antisemitisme van haar zus had impact op Elsa. Dat blijkt uit de beschikbare bronnen.
Een heikel punt was de manier waarop het antisemitische gedachtengoed zelf in de biografie van de freules de Jong van Beek en Donk terecht zou komen: citeren of parafraseren. De biografe vatte vooral veel samen en zag bovendien af van het opnemen van karikaturale tekeningen en cartoons die gebruikt werden om ideeën te verspreiden.
De objectiviteit van de biograaf Hij werkt inmiddels al geruime tijd aan de biografie van Heinz Polzer / Drs. P, maar het boek is nog lang niet klaar. Toch houdt één vraag Michèl de Jong nu al bezig: hoe voer ik mezelf op in het verhaal als ik toe ben aan de laatste tien jaar van zijn leven? Michèl de Jong is namelijk niet alleen de biograaf van Heinz Polzer / Drs. P, hij kende hem ook tamelijk goed en was tien jaar hecht met hem bevriend.
Dat zou kunnen betekenen dat de objectiviteit van de biograaf in het geding is. Michèl de Jong is zich bewust van het dreigende gevaar, maar verwacht niet dat hij in een valkuil zal trappen. Dat de eerste 85 levensjaren van Heinz Polzer / Drs. P voor hem net zo’n onontgonnen gebied zijn als voor iedere andere biograaf, speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien kan bewondering op zich volgens Michèl de Jong geen kwaad – ‘echte vrienden kun je niet kritiekloos bewonderen’ – en is fascinatie niet per se een bezwaar.
Een pijnpunt is zijn eigen verschijnen in het laatste hoofdstuk van de biografie niet, maar hij worstelt dus nog wel met de manier waarop hij zichzelf op gaat voeren en wat de consequenties daarvan zijn voor het vertelperspectief. Wordt hij een ‘ik’ of stapt er straks een Michèl de Jong de biografie binnen. De biograaf houdt zich aanbevolen voor suggesties.
Zwaar woog voor Michèl de Jong lang de vraag of de zeer op zijn privacy gestelde Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring wel zou hebben gegeven aan het schrijven van een biografie. Is het geen verraad aan de vriendschap? Tweeënhalf jaar na de dood van zijn biografeling vond Michèl de Jong een sonnet dat voor hem bestemd was. Daarin sprak Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring uit voor het werk dat De Jong begonnen was. Dat was toch een pak van zijn hart.
Uit de slaapkamer klappen Frans Coenen was niet alleen belangrijk als aanjager van de literaire carrière van Clare Lennart, hij vervulde ook een aantal jaren de rol van minnaar in een relatie die door sadomasochisme gekenmerkt werd. Toen Petra Teunissen, biografe van Clare Lennart, de beschikking kreeg over de achthonderd brieven die haar biografeling en Frans Coenen elkaar schreven, kon ze niet meer om dat gegeven heen. Hoewel ze het liever niet geweten had, kon ze die kennis niet meer ongedaan maken en moest ze beslissen of ze de lezers van haar biografie met de feiten zou confronteren.
Ze stelde zichzelf drie vragen – de filters van Socrates indachtig: is het waar? Is het nodig? Is het aardig? Waar was het, dat wist ze zeker. De sadomasochistische voorkeuren van Frans Coenen waren al uit andere bronnen bekend. Dat op sm geen taboe meer rust, maakte het prijsgeven minder beladen.
Was het nodig? Ja, want ook buiten de slaapkamer was de relatie tussen Frans Coenen en Clare Lennart ongelijkwaardig. Het creëren van afhankelijkheid was een strategie van Coenen. Hij hield er een harem van jonge (schrijvende) vriendinnen op na.
Is het aardig? Nee. De biograaf is hier een voyeur. Een professionele dief. Clare Lennart liep niet met haar privéleven te koop, zij was uitermate gereserveerd.
Toch koos Petra Teunissen er in Voor ’t gewone leven ongeschikt: een biografie van Clare Lennart uiteindelijk voor om expliciet, maar objectief – dus zonder te oordelen – over de aard van de seksuele relatie van Clare Lennart en Frans Coenen te schrijven, omdat het voor het psychologische portret van Clare Lennart belangrijke informatie is. Frans Coenen was haar mentor, minnaar en meester. Maar hij was ook een vaderfiguur. Bij hem vond ze geborgenheid. Zoals ze ook geborgenheid vond bij Wim van den Boogaard, de man met wie ze al een aanzienlijk deel van haar leven samen was voordat ze uiteindelijk met hem trouwde.
Rekening houden met nabestaanden Het verschijnen van zijn biografie van Lucebert ging gepaard met de nodige commotie. Voordat Bertus Swaanswijk Lucebert werd, liet hij zich enthousiast uit over nazi-ideeën. Wim Hazeu had Lucebert: biografie al zo goed als af toen hem de brieven waaruit dat bleek ter hand werden gesteld. Hij moest de nieuwe informatie inpassen in het verhaal dat hij al geschreven had (hij zocht en vond verklaringen voor de foute sympathieën van Bertus Swaanswijk: hij wilde het huis uit en kunstenaar worden; hij leed aan avontuurzucht; hij was gevoelig voor beïnvloeding; hij was een bewonderaar van Duitse literatuur ). Een verhaal waarin tot dat moment angst en een bijzondere vriendschap als rode draad fungeerden.
Wim Hazeu overwoog geen moment om de informatie uit de op de valreep ter inzage gekregen brieven achter te houden. Als het om het optekenen van de levens van zijn biografelingen gaat, kent Wim Hazeu geen taboes, maar wel fatsoen. Hij is bereid om rekening te houden met nog levende familieleden. Met de weduwe van Gerrit Achterberg die ervan overtuigd was dat haar man de biografie niet gewild had, maakte hij afspraken. Hij las haar ook ter harer geruststelling passages uit de biografie voor. Passages waarin het niet om haar man draaide, maar om haar. Toen de weduwe Achterberg overleed, voelde Wim Hazeu zich vrij om de censuur die hij had toegepast op te heffen en voegde een appendix aan de biografie toe.
In het geval van Lucebert hoefde Hazeu geen rekening te houden met de gevoelens en wensen van een weduwe, die waarschijnlijk niet op de hoogte was van de brieven en de inhoud.
Wat zou de biograaf gedaan hebben als de weduwe van Lucebert nog wel geleefd had? Dan zou hij waarschijnlijk minder kritisch geschreven hebben over de kwestie of de publicatie van het boek uitgesteld hebben tot na haar dood. En voor het geval hij eerder dan zij zou overlijden, zou in zijn testament verwezen zijn naar het manuscript van de biografie, met de vermelding dat het boek pas na de dood van Tony Swaanswijk-Koek gepubliceerd zou mogen worden. Dat de kinderen van Lucebert nog leven, realiseert Wim Hazeu zich. En ook dat de onthullingen over hun vader voor hen meer dan pijnlijk zijn.
Biograferen is geen kwestie van klakkeloos een leven beschrijven. Biograferen is samenhang aanbrengen op basis van een door de biograaf geformuleerde visie op een leven. Een biograaf wordt verondersteld ethisch te handelen en niet moedwillig schade toe te brengen aan het imago van zijn biografeling. Daarbij moeten biografen regelmatig balanceren op een slap koord. Ze kennen zonder uitzondering de door Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunissen en Wim Hazeu aangestipte ‘pijnpunten’, al zal niet iedere biograaf er in gelijke mate mee geconfronteerd worden.
* In Vierspan: over biografieën en het schrijven ervan introduceert Jan van der Vegt de term ‘biografeling’ voor degene die het onderwerp is van een biografie. Wim Hazeu pleitte tijdens Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker voor een breed gebruik van het woord.
De longlist voor de Europese Literatuurprijs 2018 is bekend. Literair Nederland zet hier de zeven titels bij elkaar die wij in 2017 recenseerden of zijn opgenomen in ‘Het eindejaarslijstje 2017’. De longlist toont een grote variëteit van de hedendaagse Europese literatuur en de Nederlandse vertaalcultuur.
De acht bergen – Paolo Cognetti, vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone (De Bezige Bij), uit het eindejaarslijstje 2017 Martin Lok.
Het achtste leven (voor Brilka) – Nino Haratischwili, vertaald uit het Duits door Elly Schippers en Jantsje Post (Atlas Contact).
Tijl – Daniel Kehlmann, vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts (Querido) en werd besproken door Adri Altink.
De vos – Dubravka Ugrešić, vertaald uit het Kroatisch door Roel Schuyt (Nijgh & Van Ditmar) en werd besproken door Adri Altink.
Elf Nederlandse boekhandels selecteerden twintig titels die naar hun oordeel tot de beste Europese romans behoren die in 2017 in het Nederlands zijn verschenen. Romans die vertaald werden uit negen verschillende talen. De prijs bestaat uit € 15.000 waarvan € 10.000 voor de schrijver en € 5.000 voor de vertaler van het winnende boek.
Kijk hier voor de overige twintig genomineerden voor de longlist Europese Literatuurprijs 2018.
Voor de vierde maal werd woensdagavond 21 februari in het Amsterdamse Lloyd Hotel & Culturele Ambassade de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt. Annelies Verbeke werd met haar verhalenbundel Halleluja (De Geus, 2017) de gelukkige winnaar. Volgens de jury is: ‘Halleluja is een doorwrochte bundel vol prachtige zinnen, sterke vondsten, geloofwaardige eigenaardigheden en personages om in je hart te sluiten – en soms ver van je vandaan te houden.’
De Biesheuvelprijs is de eerste literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel. Aan de prijs was dit jaar een bedrag van € 7.336 verbonden. Dit bedrag is geheel door middel van crowdfunding bijeengebracht – wat uniek voor een literaire prijs is.
De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2018 bestaat uit Babs Gons (schrijver, performer, theatermaker, docent), Marieke de Groot (boekverkoper), Theo Hakkert (journalist, recensent) en Sanneke van Hassel (schrijver).
Overige genomineerden waren: Vonne van der Meer met Brood, zout, wijn (Atlas Contact 2017) en Joubert Pignon met Mooie lieve schat (Atlas Contact 2017)
Vandaag werd bekend dat Nelleke Noordervliet het essay voor de Maand van de Geschiedenis, die in oktober wordt gehouden, zal schrijven. Haar werk kenmerkt zich door een grote interesse voor het verleden. Noordervliet schreef een aantal historische romans en boeken over geschiedenis. Opvallend is dat in de romans die in het heden spelen, haar personages achtervolgt worden door hun verleden waaraan ze trachten te ontsnappen of waarmee ze in het reine moeten komen.
Noordervliet voelt zich vereerd dat ze deze opdracht kreeg. Ze is enthousiast over het thema en zegt het een heerlijk onderwerp te vinden om over te schrijven.
Nelleke Noordervliet (1945) debuteerde in 1987 met Tine of De dalen waar het leven woont, een fictief dagboek van Multatuli’s eerste vrouw. Naast diverse historische romans schreef ze boeken voor het Rijksmuseum en de Hermitage Amsterdam. Z ise columnist voor Trouw en bij het NPO Radio 1- geschiedenisprogramma OVT op de zondagmorgen. Als essayist voor de Maand van de Geschiedenis werd zij voorgegaan door onder anderen Herman Pleij, Fidan Ekiz en Ahmed Aboutaleb.
Hoofdorganisator van de Maand van de Geschiedenis is het Nederlands Openluchtmuseum en werkt samen met ruim veertig culturele, toeristische en mediapartners samen om de Maand tot een succes te maken. De activiteiten tijdens de Maand van de Geschiedenis worden georganiseerd door bibliotheken, musea, boekhandels, archieven, historische verenigingen, gemeenten verspreid over heel Nederland.
Het essay is tijdens de Maand van de geschiedenis in de boekhandel te koop voor € 3,50.
Vrijdagavond werd in TivoloVredenburg in Utrecht het 16e NK Poetry Slam gestreden. In de zogeheten finalebattle ging het hard tegen hard, of ‘voorhoofd tegen voorhoofd’ zoals dichter Charlotte Van den Broek het omschreef. Hoewel de jury unaniem koos voor Asha Karami, was het publiek laaiend enthousiast waar het Aydagan betrof en en zorgde voor een overduidelijke applausmeting: Ozan Aydagan werd daarmee de winnaar van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam 2018.
De Utrechter won van zeven andere finalisten. De jury prees Aydagan om zijn ambachtelijke manier van slammen.
Naast het mogen dragen van de titel ‘Slampion 2018’ wint Aydogan een bedrag van 1000 euro en de wisseltrofee ‘De Gouden Vink’, vernoemd naar de initiator van de slam in Nederland, dichter Simon Vinkenoog.
Poetry Slam is een wedstrijd voor dichters waarin zowel tekst als voordracht wordt beoordeeld. Tot eerdere winnaars behoren o.a. Erik Jan Harmens, Krijn Peter Hesselink, Ellen Deckwitz, Kira Wuck, Daniël Vis, Daan Zeijen, Carmien Michels en Else Kemps.
Het NK Poetry Slam is onderdeel van de landelijke Poëzieweek 2018 (25 jan. – 31 jan.).