• Feestelijke afsluiting Poetry International met vier laureaten

    De uitreiking van de eerste Grote Poëzieprijs (voorheen VSB Poëzieprijs) vond zondagavond plaats tijdens het slotprogramma ‘Prijs de poëzie!’ van Poetry International. Tijdens dit slotprogramma werden de winnaars van verschillende poëzieprijzen bekend gemaakt. Naast de Grote Poëzieprijs werd de C. Buddingh’-prijs, de School der Poëzie-Communityprijs en de Jongerenprijs van diezelfde school uitgereikt.

    Dichteres Radna Fabias (1983), die met haar debuutbundel Habitus al drie prijzen heeft gewonnen – waaronder vorig jaar de C. Buddingh’-prijs – won de Grote Poëzieprijs 2019. Waarmee haar bundel de meest bekroonde dichtbundel in de Nederlandse poëziegeschiedenis geworden is. De Grote Poëzieprijs is in Nederland de grootste onderscheiding voor de beste dichtbundel van het jaar.

    Volgens de jury dicht Radna Fabias ‘vitaal, ritmisch en klankrijk’ over de afkomst en status van een Antilliaanse zwarte migrant in Nederland. En is er sprake van ‘sterk aardse en lichamelijke poëzie’ ook maakt Fabias ‘het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk’. Fabias is de derde dichter op rij die met een debuutbundel de prijs wint. In 2017 won Hannah van Binsbergen met Kwaad gesternte en vorig jaar was het Joost Baars met zijn debuut Binnenplaats die de eer te beurt viel.

    De jury van De Grote Poëzieprijs 2019 bestond uit Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert. Andere genomineerden voor de Grote Poëzieprijs waren Maria Barnas  met Nachtboot, Joost Decorte met Stalker, Roelof ten Napel  met Het woedeboek, Willem Jan Otten  met Genadeklap en Xavier Roelens  met Onze kinderjaren.
    Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden.

    C. Buddingh’-prijs

    De prijs voor het beste debuur van het jaar, de C. Buddingh’-prijs, werd gewonnen door Roberta Petzoldt met haar bundel Vruchtwatervuurlinie. De jury sprak over ‘weergaloze gedichten en tijdloze regels’. En ook: ‘We kijken mee met een turende, glurende, loerende dichter, die naar eigen zeggen door het staren ontstaat, en die niet alleen haar eigen blik maar ook onze blik op scherp zet. (…) Als een omgekeerde beeldenstormer verbindt Roberta Petzoldt in Vruchtwatervuurlinie scheermesscherpe observaties, gebeurtenissen, personen, tijden, gedachten en thema’s op ingenieuze wijze met elkaar in een wereld vol absurde beelden die toch kloppen (…)’

    De jury van de C. Buddingh’-prijs bestond uit Els Moors, Tsead Bruinja en Kila van der Starre. Overige genomineerden waren Obelisque van Obe Alkema, Dwaallichten van Gerda Blees en Het woedeboek van Roelof ten Napel. Aan de prijs is een bedrag van 12.000 euro verbonden.

    School der Poëzie-Communityprijs en Jongerenprijs

    De ‘School der Poëzie-Communityprijs ‘ ging naar Ted van Lieshout voor Ze gaan er met je neus vandoor. Roelof ten Napel kreeg de Jongerenprijs voor Het woedeboek dat ook genomineerd was voor De Grote Poëzieprijs én de C. Buddingh’-prijs.  De jury bestond uit drie commissies van jongeren tussen de 14 en 25 jaar van de School der Poëzie.

     

  • Man Booker International Prize voor Omaanse schrijfster Jokha Alharthi

    De Omaanse auteur Jokha Alharthi heeft met Celestial Bodies, vertaald door Marilyn Booth, de Man Booker International Prize gewonnen. Daarmee gaat voor het eerst de prijs naar een boek dat uit het Arabisch naar het Engels vertaald is. Alharthi gaf na de prijsuitreiking te kennen het geweldig te vinden dat met deze erkenning ‘een deur wordt geopend naar de rijke Arabische cultuur’. Jurylid Bettany Hughes sprak tijdens de plechtigheid in Londen van: ‘Een boek dat zowel het hoofd als het hart verovert’.

    Celestial Bodies gaat over drie zussen die getuigen over de langzame evolutie van de Omaanse samenleving na het koloniale tijdperk en waarin slavernij een rol speelt, welke in Oman in 1970 werd afgeschaft.
    Vertaalster Booth zei in een interview, nadat bekend was dat Celestial Bodies op de longlist was geplaatst, dat ze verheugd was dat de Omaanse literatuur door deze nominatie onder de aandacht kwam van een breder publiek.Waar ze aan toevoegde dat Arabische fictie geneigd werd te zien als: ‘a road map to the Arab world rather than first and foremost as art, as imaginative writing, pushing the boundaries of what can be thought and said’.

    De overige vijf genomineerden waren: The Years van Annie Ernaux, The Pine Islands van Marion Poschmann, Drive Your Plow Over The Bones Of The Dead van Olga Tokarczuk, The Shape Of The Ruins van Juan Gabriel Vásquez en The Remainder van Alia Trabucco Zerán.
    De Dood van Murat Idrissi van Tommy Wieringa stond op de longlist van dertien genomineerde boeken, maar haalde de top zes niet.

    De prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de schrijver van een boek dat vertaald is in het Engels. Het is de enige literaire prijs waarbij schrijver en vertaler gelijkelijk worden beloond. Dit jaar krijgt ieder de helft van het prijzengeld van 50.000 Britse pond (58.000 euro).

     Afbeelding: L. Jokha Alharthi; R. Marilyn Booth

     

  • Carolina Trujillo wint Jan Hanlo Essayprijs 2019

    In 2014 verscheen het eerste verhaal van schrijfster en columnist Carolina Trujillo (geb. Uruguay) in het literair voetbaltijdschrift Hard gras. Er volgden nog zes verhalen waarin ze de rol van sport beschrijft tijdens haar integratie in Nederland. Deze  werden gebundeld in Meisjes in blessuretijd (2017, Ambo|Anthos) en won deze week de grote Jan Hanlo Essayprijs (7000 euro).

    De Jan Hanlo Essayprijs bestaat uit een kleine- en een grote prijs. De kleine essayprijs ging naar Tom Springveld (1500 euro) voor een nog niet eerder gepubliceerd essay met dit jaar het thema ‘Ieder is zijn eigen broer’. Hij won met zijn essay De ongewone zoon, dat binnenkort in de Groene Amsterdammer zal verschijnen.

     

    In Meisjes in blessuretijd vertelt Trujillo, die op vijfjarige leeftijd met haar moeder en zusje vanuit Uruguay naar Nederland kwam, haar levensverhaal. Mooi is dat Trujillo een hardnekkig weetje uit de wereld heeft geholpen met een van haar verhalen. ‘En un momento dado’ (op een gegeven moment) werd gemunt als uitspraak van Cruyff en zou in het Spaans niet bestaan. Dat blijkt dus niet zo te zijn. Wie van buiten komt kijkt met andere ogen en kan de boel nog wel eens op een heerlijke manier wakker schudden. Haar humor wordt geroemd en ook wordt gezegd dat ze altijd een ‘doelpunt’ maakt met haar verhalen. Dagblad Trouw over Meisjes in blessuretijd: ‘Een proza van graniet, intensiteit en talent.’
    Sinds januari dit jaar is Trujillo sportcolumnist bij het NRC.

    De overige vijf genomineerden waren: Kester Freriks – Stilte, ruimte, duisternis (Athenaeum), Thomas Heerma van Vos – Plaatsvervangers (Thomas Rap), Jan Postma – Vroege werken (Das Mag), Marja Pruis – Genoeg nu over mij (Nijgh & Van Ditmar), Simon(e) van Saarloos – Enz. Het Wildersproces (Atlas Contact).

    De Jan Hanlo Essayprijs is een tweejaarlijkse prijs die in 1999 voor het eerst werd uitgereikt, na de dertigste sterfdag van de schrijver.

     

  • Rob van Essen wint Librisprijs voor roman die ‘ons verleidt en van zich afduwt’

    Na het lange diner, de vele en formele gesprekjes over ‘wie denkt u dat er gaat winnen’, ‘heeft u een dankwoord voorbereid’ werd na tien uur gisteravond bekend dat de jury van de Librisprijs De goede zoon van Rob van Essen (1963) tot beste boek koos van 2019. Waarmee het een verrassende, maar ook terechte keuze maakte. De schrijver zelf was totaal overrompeld. Even daarvoor had hij nog uitgesproken dat hij verwachtte dat de schrijver met het grootste boek over Europa zou winnen. Toen hij geacht werd zijn dankwoord uit te spreken, begon de schrijver met te zeggen ‘dat het even wennen was’. Waarna hij een enkel ‘Dank’ uitsprak, kort maar zeer gemeend.

    De goed zoon is het twaalfde boek van Rob van Essen (1963) en speelt in de nabije toekomst waarin iedereen een basisinkomen krijgt, lijdzaam zijn tijd uitzit en computers en robots een grote rol spelen. Waarin de zestigjarige hoofdpersoon, het alter ego van de schrijver, rouwt om de dood van zijn dementerende moeder. Zich afvragend of hij wel een ‘goede zoon’ is geweest.

    De jury sprak lovend over het boek als een ‘sprankelend werk van literaire verbeelding’. Jet Bussemaker omschreef de roman tijdens de presentatie van de zes genomineerden als ‘Een roman die ons op het verkeerde been zet en op de hak neemt, ons op een schitterende wijze confronteert met de tekortkomingen en uitdagingen van ons eigen leven.’

    De andere genomineerden waren Jan van Aken, Johan de Boose, Esther Gerritsen, Bregje Hofstede en Ilja Leonard Pfeijffer. Vorig jaar won Murat Isik de prijs met zijn roman Wees onzichtbaar.

    De jury bestond uit Sigrid Bousset, programmamaker Erica van Boven, hoogleraar letterkunde Dries Muus, literair criticus en Petra Possel, journalist/presentator, onder voorzitterschap van Jet Bussemaker.

     

    Foto: Screenshot NPO

  • Herman de Coninckprijs voor dichteres Radna Fabias

    Radna Fabias is uit zes genomineerden gekozen tot beste dichteres van 2018 en won met haar debuutbundel Habitus de Vlaamse Herman de Coninckprijs voor Poëzie. Ze werkte tien jaar aan dit debuut, waarvoor ze eerst enkel materiaal verzamelde en vervolgens nog twee jaar aan schreef.
    Volgens de jury is Radna Fabias een talent dat ‘zich buiten alle grenzen wurmt’. De thema’s die ze hanteert gaan buiten de geijkte lijntjes en hebben als thema’s de positie van nieuwkomers en de vrouw.
    ‘Deze dichter reikt over de grenzen van het geslacht heen, ze pelt de schil van de mens en maakt iedereen gelijk. Het is kortom’ zo zei de jury: ‘poëzie met borsten en ballen.’

    Radna Fabias maakte vanaf haar eerste optreden een diepe indruk met haar poëzie. Ze ontving de onderscheiding in Antwerpen. Er waren in totaal honderdtwaalf poëziebundels ingezonden.
    De overige genomineerden op de shortlist waren Frouke Arns, Maria Barnas en de drie Vlaamse dichters Paul Bogaert, Paul Demets en Stefan Hertmans.

    Herman de Coninck (1944-1997) was een Vlaams dichter. Hij overleed overwacht aan een hartstilstand op 22 mei 1997 op straat in Lissabon. Ter zijner gedachtenis wordt sinds 2007 de Herman de Coninckprijs toegekend.
    Aan de prijs is een bedrag van € 7.500 verbonden.

     

  • Stimuleringsprijs voor dichteres Mieke van Zonneveld

    Om haar stilistische en formele kwaliteiten kende de jury van de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs deze jaarlijkse prijs unaniem toe aan Mieke van Zonneveld voor haar debuutbundel Leger. Vorig jaar behoorde deze bundel al tot een van de genomineerden voor de VSB Poëzieprijs, die uiteindelijk naar Joost Baars ging voor zijn bundel Binnenplaats. Deze prijs voor literatuur wordt uitgereikt aan een schrijver met een belofte en wordt gezien als een stimulering op deze weg voort te gaan.

    Volgens de Commissie van voordracht (Kester Freriks (voorzitter), Pia de Jong, Gerard Raat en Yves T’Sjoen) ‘balanceert de poëzie van Van Zonneveld op de grens van mysterie en helderheid, tussen duisterheid en toegankelijkheid’. De inzet van Van Zonnevelds dichterschap wordt groot genoemd en haar aandacht voor ‘muzikaliteit van de taal met subtiel gebruik van stijlmiddelen als alliteratie, enjambement, binnenrijm en soms eindrijm’ wordt geroemd.

    ‘Van Zonneveld getuigt in deze bundel van een belangrijk dichterschap waarvan de inspiratiebronnen teruggaan van de klassieke oudheid tot Herman Gorter, van de Bijbel, het Paradijs en zelfs een bijna noodlottig ziekbed. […] haar dichterschap houdt nu al een grote belofte in.’

    In 1925 werd de prijs ingesteld door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en bestaat uit een ‘object’ en een geldbedrag van 7500 euro en wordt afwisselend uitgereikt in de categorieën poëzie en proza aan een schrijver van wie in voorgaande jaren een of twee publicaties zijn verschenen.

    Voor poëzie werd deze prijs al eerder toegekend aan onder meer: Idwer de la Parra, Hanneke van Eijken, Kira Wuck, Lieke Marsman, Ester Naomi Perquin, Thomas Möhlmann, Micha Hamel, Geert Buelens, Erik Menkveld, Piet Gerbrandy, Anna Enquist, Eva Gerlach, H.C. ten Berge, Christine D’haen, Leo Vroman, Ida G.M. Gerhardt, M. Vasalis.

     

  • Literaire jongerenprijs gewonnen door Murat Isik met Wees onzichtbaar

    De schooljury’s hebben hun keuze gemaakt: schrijver Murat Isik heeft met zijn roman Wees onzichtbaar De Inktaap 2019 gewonnen. Isik werd genomineerd voor de literaire jongerenprijs dankzij het winnen van de Libris Literatuur Prijs 2018. Vandaag (12 maart) nam hij zijn prijs in ontvangst in de Doelen te Rotterdam. De andere genomineerden waren En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra (BNG Bank Literatuurprijs 2017) en De mensengenezer van Koen Peeters (ECI Literatuurprijs 2017).

    De Inktaap is de jongerenprijs van de Nederlandse literatuur. Scholieren van 15 tot en met 19 jaar van het voortgezet onderwijs lezen de winnende titels van de BNG Bank Literatuurprij, ECI Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs, en kiezen daaruit hun favoriet.

    ‘Een vlot te lezen boek, dat een diepe indruk maakt en dat tot op de laatste pagina boeiend blijft.’ Aldus de schooljury.

    Vanaf september 2018 werd er door de scholieren gelezen, gediscussieerd  en beoordeeld waarna  de schooljury’s van de verschillende scholen een juryrapport schreven. Welke school het best onderbouwde juryrapport schrijft komt zelf ook in aanmerking voor een prijs. Deze ging dit jaar naar de leerlingen van het Goese Lyceum.  Lees hier het Beste Juryrapport.

     

    Dat het lezen van de genomineerden en het kiezen van een winnaar de scholieren meer betrokken maakt bij de Nederlandse literatuur is een niet onbelangrijk aspect van De Inktaap.

    Zo deed het Odulphuslyceum in Tilburg voor de vierde keer mee aan De Inktaap. Een docent en jurybegeleider van dat lyceum zei hierover: ‘(…) verreweg de meeste boeken vertellen een verhaal dat onze leerlingen tot denken aanzet. Denken over de manier waarop zij zichzelf in een bepaalde situatie zouden gedragen, of een beeld vormen van een wereld die nu niet direct de jouwe is. Er worden verhalen verteld en gelezen en verteld en gelezen. Primaire levensbehoeften.’

    Sinds 2002 ontvingen onder meer Harry Mulisch (Siegfried, 2003), A.F.Th. van der Heijden (Het schervengericht, 2009), Ilja Leonard Pfeijffer (La Superba, 2015), Connie Palmen (Jij zegt het, 2017) en Martin Michael Driessen (Rivieren, 2018) de prijs.
    Wat aangeeft dat goede literatuur zeker ook aan jongeren is besteed.

    Foto: Marco de Swart

  • P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    De P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza is toegekend aan Marga Minco. Het is goed te vernemen dat drie literatoren ernaast zaten en Marga Minco, tegen hun verwachtingen in deze oeuvreprijs zal ontvangen. In de zaterdageditie (8-12-’18) van Trouw werd door drie kenners van de literatuur desgevraagd gespeculeerd welke schrijvers voor deze oeuvreprijs – die jaarlijks  afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie – in aanmerking komen. De namen die vielen waren Jeroen Brouwers, Arnon Grunberg en Koos van Zomeren en op de valreep twee vrouwen: Nelleke Noordervliet en Mensje van Keulen.
    Toen Minco’s naam werd genoemd waren ze het erover eens dat haar werk ‘uitmuntend en bekend’ is, maar haar oeuvre leek hen te klein om in aanmerking te komen en bovendien stond ze niet ‘midden in het literaire debat’. Op social media wisten ze beter, daar werd geopperd (zo meldde het stuk) dat Marga Minco de P.C. Hooft-prijs ‘nodig eens moest winnen’.

    En dat gebeurde, dankzij de juryleden: Mathijs Sanders (voorzitter), Gustaaf Peek, Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur, die oordeelden dat Minco’s oeuvre dan wel bescheiden is ‘in toon en omvang, maar dat met iedere generatie blijft winnen aan zeggingskracht’. Waarmee deze jury laat zien dat wat van waarde is in het Nederlandse literaire landschap, niet uit het oog verloren mag worden.

    Oorlogsjaren

    Marga Minco (geb. Sara Menco, Ginneken, 1920) groeide op in een orthodox-joods gezin. Op 18 jarige leeftijd begint ze als film- en toneelcriticus bij de Bredasche Courant en schrijft daar ook haar eerste literaire stukjes. Ze wordt in 1940 ontslagen omdat ze joods is. Haar ouders worden verplicht naar de Amsterdamse Jodenbuurt te verhuizen, waar zij bij hen intrekt. Wanneer op een dag mannen de woning van de familie binnendringen, vraagt vader Minco of zijn dochter even de jassen wil halen. Deze kans benut zij om via een poortje in de tuin te ontsnappen. Een scene die in haar debuut, Het bittere kruid staat beschreven. Ze ziet haar ouders, broer en zus nooit meer terug. Minco gaat van onderduik naar onderduikadres. Haar ervaringen gedurende de bezettingsjaren zetten de toon voor haar latere schrijverschap. In haar oeuvre zijn al haar herinneringen en oorlogservaringen verwerkt.

    Marga Minco trouwde na de oorlog met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) die zij in 1938 leerde kennen bij de krant. Ze kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

    Het bittere kruid

    Minco is vooral bekend om haar debuut, Het bittere kruid (1957) waarvoor ze de Vijverbergprijs, (voorloper F. Bordewijkprijs) ontving. Vele jongeren, zo niet alle scholieren lazen deze kleine kroniek voor de leeslijst – Waarmee ‘Lezen voor de lijst’ dan toch zijn dienst bewijst. In 1985 werd het boek verfilmd. Daar was ze allerminst gelukkig mee omdat de film teveel afweek van haar boek. In de titelrol werd opgenomen dat Minco zich distantieerde van de film die dezelfde titel draagt als haar boek. Haar hele oeuvre bestaat  uit zo’n zestien kleine romans, verhalenbundels en drie kinderboeken.

     

    Andere bekende werken van Marga Minco zijn:  Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004).
    In 2015 verscheen in de reeks Gedundrukt van Van Oorschot, een twintigtal van haar beste verhalen en de met de tijd steeds indrukwekkender geworden roman Een leeg huis, onder de titel Na de sterren. Met de door haar zelf aangedragen titel van deze dundrukuitgave, speelt ze met haar bescheidenheid: zij komt, met een ‘dundruk’ na de schrijvers, ‘de sterren’ A. M.G. Schmidt en Carmiggelt.

    Bescheidenheid

    De 98-jarige schrijfster geeft sinds 2010 geen interviews meer, gelezen wordt ze nog steeds. Onlangs verscheen de 57ste druk van de kroniek Het bittere kruid. In 2015, rond de dundrukuitgave, stemde ze nog toe in een ‘papieren interview’ met Arjan Peters: ‘Dingen die ik noteren moet’: Acht vragen aan Marga Minco.’ (VK 2-10- ‘15).

    In het radioprogramma ‘Nieuws en Co’,  werd dochter Jessica Voeten gevraagd naar de reactie van haar moeder op de prijs. Marga Minco reageerde verrast en verheugd maar ook: ‘Hoe kan dat nou. Ik heb al zo lang niets meer geschreven.’
    ‘Maar het is voor je hele oeuvre’, sprak haar dochter. ‘Maar dat is niet zo groot,’ besloot de bescheiden schrijfster.

    Uitreiking

    Gezien de leeftijd en gezondheid van de laureaat zal de prijs van 60 duizend euro niet, zoals gebruikelijk, in mei worden uitgereikt in het Haagse Literatuurmuseum, maar in januari bij de schrijfster thuis.

    In 1999 werd haar oeuvre bekroond met de Annie Romeinprijs en in 2005 met de Constantijn Huygensprijs.

     

     

  • Maxim Februari heeft Heldringprijs voor zijn columns ontvangen

    In het afgelopen weekend ontving schrijver, essayist en columnist Maxim Februari de Heldringprijs voor zijn columns in NRC. De prijs werd uitgereikt tijdens de Nacht van NRC in Rotterdam. Februari schrijft wekelijks een column voor de opiniepagina van NRC. Volgens de jury bespreekt Februari de grote thema’s van deze tijd. De jury roemt de columnist als ‘een origineel schrijver en denker en een geweldig stilist met een fijnzinnig gevoel voor humor.’

    Juryvoorzitter Xandra Schutte: ‘Februari schrijft op een literaire manier over actuele thema’s.’ Schutte tekende daarbij aan dat het bijzonder is waarop de columnist hiervoor de ik-vorm gebruikt: ‘Het is niet een alledaagse autobiografische “ik”, het is een literair stijlmiddel: op een persoonlijke manier nodigt hij de lezers uit om in zijn hoofd te komen om mee te lopen in een gedachtegang.’

    Maxim Februari (pseudoniem voor Max Drenth, Coevorden, 1963) schrijft naast columns ook romans. In 1989 debuteerde hij met de roman, De zonen van het uitzicht, waarvoor hij in 1990 de Multatuliprijs ontving. In 2007 volgde De Literaire Kring. Van 1999 tot juli 2010 schreef Februari columns voor de Volkskrant; in augustus 2010 stapte hij als columnist over naar NRC Handelsblad.  In 2013 kreeg hij veel aandacht voor zijn persoonlijk leven door het boek De maakbare man: Notities over transseksualiteit. In 2017 verscheen de goed ontvangen roman Klont (2017).

    De prijs is vernoemd naar de Nederlandse journalist en columnist Jérôme Louis Heldring (1917 – 2013). Hij was eerst columnist voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) en vervolgens voor NRC Handelsblad waar de NRC na een fusie met het Algemeen Handelsblad in opging. Heldring was een van de conservatieve denkers van Nederland. Zijn columns vormden een ijkpunt voor Nederlanders met belangstelling voor (internationale) politiek. Zijn laatste column verscheen op 5 april 2012. Sinds dat jaar reikt NRC elk jaar de Heldringprijs uit aan de beste journalistieke columnist van het afgelopen jaar.

    Overige genomineerden waren James Kennedy (Trouw), Frank Kalshoven (VK), Ariejan Korteweg (VK, Rob Hoogland (Telegraaf), Max van Weezel (VN), Luuk van Middelaar (NRC).

     

    I. v/d G.

    Foto: Wikipedia

  • Bookspot Literatuurprijs en Lezersprijs voor Tommy Wieringa

    Voor wie het even niet helemaal gevolgd heeft, de ECI Literatuurprijs, (eerder AKO Literatuurprijs) is niet meer. Daarvoor in de plaats is er sinds maart van dit jaar de BookSpot Literatuurprijs, een nieuwe naam voor een jaarlijks literair prijzenconcours die – zo gisteren bekend werd-  dit jaar gewonnen is door Tommy Wieringa met zijn boek De heilige Rita (Bezige Bij, 2017). Naast de BookSpot Literatuurprijs (50.000 euro)was er ook een Lezersprijs die ook door Wieringa gewonnen werd. Opmerkelijk is dat de winnaars van de (toen nog) ECI Literatuurprijs, Martin Michael Driessen (2016) en Koen Peeters (21017), ook de publieksprijs van 10.000 euro hebben gewonnen.

    Tommy Wieringa (1967) ontving al eerder Ferdinand Bordewijk Prize (2006) voor zijn debuutroman Joe Speedboot (2005), en in 2015 won hij de Libris Prijs voor zijn roman Dit zijn de namen (2012).

    De andere genomineerden voor de BookSpot Literatuurprijs waren Arjen van Veelen met Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, Aukelien Weverling met In alle steden, Suzanna Jansen met Ondanks de zwaartekracht, Peter Middendorp met Jij bent van mij en Peter Verhelst met Voor het vergeten. Zij wonnen elk een bedrag van 5000 euro.

    De Lezersprijs werd toegekend door een jury van  lezers uit Nederland en Vlaanderen. De Bookspot Literatuurprijs door een jury die bestond uit de beroepsrecensenten Daan Stoffelsen, Jeroen Vullings, Jos Geysels, Sofie Gielis, Sebastiaan Kort en Jelle van Riet.

     

     

    Foto: Wikipedia

  • Maryse Condé wint alternatieve Nobelprijs voor Literatuur

    Aan Maryse Condé (Guadeloupe, 1937) werd op vrijdag 12 oktober de eerste en enige alternatieve Nobelprijs voor Literatuur toegekend. De alternatieve Nobelprijs werd in het leven geroepen nadat bleek dat de Nobelprijs voor Literatuur dit jaar voor het eerst sinds 1949 niet zou worden uitgereikt als gevolg van een schandaal in de Zweedse Academie.

    Maryse Condé voelde zich als schoolkind al aangetrokken tot de – vooral – Engelse literatuur. Op zestienjarige leeftijd vertrok ze naar Parijs om Literatuurwetenschappen te gaan studeren waarna ze begon met schrijven. Ze debuteerde in 1976, op 40-jarige leeftijd met de roman, Heremakhonon: wacht op het geluk.

    Volgens de jury van de Nieuwe Academie is Maryse Condé ‘een grootse verhalenverteller’ en voldoet ze aan het criterium dat de winnaar over de verhouding man/vrouw in de wereld heeft geschreven. Ze schrijft haar boeken met ‘respect en precisie’ en verhaalt met humor over de verwoestingen die het kolonialisme heeft aangericht en de chaos van het postkolonialisme.

    In de jaren tachtig brak de schrijfster wereldwijd door met het uit twee delen bestaande epos Ségou; De aarden wallen (1984), gevolgd door Ségou; de verkruimelde aarde (1985). In dit omvangrijke werk beschrijft Condé de geschiedenis van de ondergang van het Bambara Rijk van het (huidige) Mali in de negentiende eeuw. Een geschiedenis van het volk Toeareg gekoppeld aan de tragedie van de individuele mens. Ze schreef tot nu toe meer dan dertig romans en verschillende theaterstukken en essays.

    In Nederland werden haar vertaalde romans uitgegeven bij In de Knipscheer en als Rainbow pocket door Maarten Muntinga.
    Maryse Condé is emeritus hoogleraar aan de Columbia Univerity in New York.

    Overige genomineerden voor de alternatieve Nobelprijs waren de Engelse schrijver Neil Gaiman en de Vietnamees-Canadese schrijfster Kim Thuy Ly Thanh, die publiceert onder de naam Kim Thúy. De Japanse schrijver Haruki Murakami, die ook genomineerd was, bedankte voor de eer.

    De alternatieve Nobelprijs is een initiatief van de Grieks-Zweedse journaliste Alexandra Pascalidou (48) die met de steun van 100 prominente Zweden uit de cultuursector de Nieuwe Academie stichtte. Dat Maryse Condé als enige winnaar van deze prijs de geschiedenis in zal gaan, komt omdat de academie na de officiële uitreiking de prijs weer zal ontbinden.

    Het prijzengeld (1 miljoen kroon, (96.500 euro)) werd bijeengebracht door de verkoop van boeken en donaties.
    De prijsuitreiking zal plaatsvinden op 9 december in Stockholm.

     

    Foto: Wikipedia

     

  • Innemende dichters en meeslepende entr’acts

    De Nacht van de Poëzie, een evenement dat altijd op zichzelf stond, maakt dit jaar voor het eerst onderdeel uit van het International Literature Festival Utrecht (ILFU) en was een feestelijke afsluiter van het veertiendaagse festival. Gepresenteerd door het dichterlijke duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns, waarvan de laatste zijn 30ste Nacht presenteerde wat en passant gevierd werd.

    Waar blijft de tijd

    De Nacht wordt traditiegetrouw geopend door een ‘jonge’ dichter die het voorgaande jaar de Nacht heeft afgesloten. Deze 36e Nacht beet Vicky Francken het spits af met: ‘Liefde is een zwaar beroep, [naar Rogi Wieg] maar ook het dichterschap, want ze sterven te vroeg.’ Waarop ze de dit jaar overleden Menno Wigman – die haar dichterschap voor een deel bepaalde – toedicht: ‘Ik lees je / en ik hoor je / en ik weet dat / je nog leeft.’

    Tussen de optredens door worden op drie schermen opnames vertoond van Nachten van weleer. In zwart/wit beelden komen voorbij: Een jonge Campert met een even jonge Van Kooten, Hugo Claus met Hans van Mierlo, een piepjonge Ingmar Heytze, Vaandrager, Johnny van Doorn, Fritzi Harmsen van Beek, Gerrit Kouwenaar, H.C. ten Berge, Ischa Meijer, Adriaan Morriën, Annie M.G. Schmidt, en je denkt, waar blijft de tijd?

    Er zijn dichters die het niet alleen van lezers maar ook van luisteraars moeten hebben, zoals Delphine Lecompte. In de wandelgangen klinkt dat haar gedichten bij voordracht ‘waanzinnig beter’ overkomen. Zichtbaar gespannen brengt ze haar voordracht tot een daverend einde. Deze Belgische dichteres die strofen leest als: ‘bevangen door smog en weemoed’; ‘Een man verleidt mij met een woordspeling’; en bij wie iemand ‘klinkt als een gewonde reiger’, heeft een grote charme.

    Presentatie

    Arno Van Vlierberghe komt op in zwart hemd waaruit schouders en armen wit afsteken. Met sterke zinnen als – ‘de kunst van het risicoloos denken’; ‘doel dit gedicht is om alle anderen te onttronen’; ‘mooie holle woorden waar iedereen van houdt’ – schudt hij het moreel besef van het publiek flink op. Voor even lijkt hij verbonden met Rogi Wieg, waarvan deze Nacht een beeld voorbij kwam waarin Rogi met ontbloot bovenlijf achter de vleugel zit en zegt: ‘Je moet toch wat doen om op te vallen’.

    Gerenommeerde dichters

    Anton Korteweg refereert aan ‘de moeder de vrouw’ kwestie in de literatuur. Hij leest een gedicht waarin moeder de vrouw het onderwerp is en sluit geserreerd af met: ‘En dat had dan bijna niet gemogen’.

     

    Een van de hoogtepunten is het optreden van Judith Herzberg die ook tijdens een van de eerste Nachten acte de présence gaf. Toen was er veel gelachen, vertelt Piet Piryns, om haar grappige gedichten. Ook nu speelt haar onbevangen voordracht vrolijkheid in de hand. Al is niet alles om te lachen benadrukt ze bij het gedicht waarvoor ze zich heeft ingeleefd in een vrouw die meerdere baby’s ombracht en op zolder verborg. ‘Je moet je in alles kunnen inleven’, vond de dichteres. Herzbergs poëzie is eenvoudig, en steeds met een draai die bevrijdend werkt en de lach oproept. Hilarisch is het gedicht dat ze een ‘gestolen tekst’ noemt, van iemand die al zoekende door haar spullen in een koffer ging en mompelde: ‘ik zal toch niet…, heb ik nu,… waar zou dan,… nee hè…, deze niet,… heb ik nou, nee…, nou ja, zal ik dan… (…).

    Laat je gaan

    Deze 36e Nacht drijft op de woorden ‘Ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht’ van de dit jaar overleden en zeer gemiste dichter F. Starik. Thomas Möhlmann herdenkt Starik met een variatie op het gedicht ‘Gras’ dat Starik tijdens De Nacht van 2016 in grasgroen kostuum voordroeg.

     

    En dan wervelt daar opeens Willeke Alberti, (een van de entr’acts) gekleed in een wijdvallende rode jurk over het toneel. De 74-jarige vedette van het Nederlandstalige lied neemt met haar enthousiasme en nuchterheid (Spiegelbeeld: ‘Ha’, lacht ze, ‘je denkt toch niet…?’) het publiek voor zich in. Armen worden gespreid en het grote meedrijven is begonnen. Later zal de geweldige singer/songwriter, Tallest Man On Earth zijn bewondering uitspreken over deze Nacht en over ‘The Lady in the Red Dress: ‘We don’t have that in Sweden’.

    Aandachtig publiek

    Willem Jan Otten was 20 jaar geleden voor het laatst op De Nacht en zegt: ‘Poëzie kan afwachten’. Met zijn – ‘in u luisteren uitgebroed’ en ‘de rand van vloeiend glas’ – en zijn ‘Gerichte gedichten’ roept Otten een stilte op die magisch is. Zo maakte ook eerder op de avond dichteres Kreek Daey Ouwens met haar zachte stem en heldere taal de zaal opmerkzaam en luisterend.

     

    De Friese dichter Tsead Bruinja maakte indruk met zijn cyclus voor de priester Titus Brandsma (1881). In het Fries draagt hij  zeven minuten voor. Het publiek wordt geraakt door de klank van het Fries en de passie waarmee Bruinja spreekt. De dichter uit Rinsumageest, door Ester Naomi Perquin aangekondigd als: ‘Zo’n dichter, dat je ook wel uit Rinsumageest had willen komen’.

    De laatste zal de eerste zijn

    Een Nacht als een diner waarvan de gerechten hemels zijn, de wijn niet te versmaden en met een nagerecht dat het geheel in perfectie afmaakt. Na het swingende optreden van de ‘Amsterdam Klezmer Band’ wordt de laatste dichter aangekondigd.
    Debutante Gerda Blees geeft het publiek op de valreep het gedicht ‘Aanwijzingen’ mee: ‘ga niet zomaar / met je hoofd op tafel liggen, mors geen rode wijn / blijf zitten hou je vast en laat de dwaallichten/ de dwaallichten en maak je zinnen af.’
    Een ding is zeker, deze dichteres zal bij de volgende ‘Nacht van de Poëzie’ de spits afbijten.

     

    Er is ook een Nachtpoëziebundel verschenen met gedichten van alle optredende dichters. Bezoekers ontvangen de Nachtbundel gratis, voor de liefhebber is deze nog te bestellen voor € 7,50 via Het Literatuurhuis.

     

     

    Foto’s: Patrick Post