• Puck Füsers winnaar van Write Now! 2021

    Puck Füsers (19) uit Maastricht is de winnaar van Write Now! 2021. Juryvoorzitter Jordi Lammers, de winnaar van vorig jaar, maakte dit op zondag 12 december bekend. De tweede prijs was voor Keet Winter (21) uit Amsterdam. De Vlaamse René Mets (17) uit Antwerpen won de derde prijs. Een eervolle vermelding was er voor Elianne Elderen.

    Jordi Lammers gaf eerst een compliment aan alle inzenders: ‘Wat ons opviel in de juryvergadering was de ambitie die van het papier spatte. Er werd veel geëxperimenteerd. Met hyperlinks, boodschappenlijstjes, voetnoten, advertenties en smileys. Jullie teksten samen vormen daardoor een mooi beeld van een nieuwe generatie schrijvers, gewend aan de grillen van het internet, bang voor wat komen gaat. Jullie lieten op een scherpe manier zien wat het betekent om in deze tijd jong te zijn.’

    Puck Füsers won met een gedichtenreeks over opgroeien in een digitaal tijdperk. Haar inzending ontroerde de jury omdat het een experimentele tekst is, die het menselijke nooit uit het ogen verliest. De juryvoorzitter: ‘Je toonde ons geen boodschap of een vingertje, maar een echte weergave van het moderne leven.’

     

                                                                    (Foto: Salih Kiliç)

     

    Tweede en derde prijs
    Keet Winter uit Amsterdam won de tweede prijs met haar verhaal Het vermoeden van Collatz. Over haar zei Lammers: ‘Deze finalist vertelde veel tussen de regels door en verwerkte beelden op een toegankelijke, laagdrempelig manier.’

    René Mets had Later is nu ingezonden over het wel en wee van een zorgtehuis en de kracht van muziek. De jury noemde hem ‘een schrijver met veel potentie’.

    Over Write Now!
    Write Now! is een schrijfwedstrijd voor jongeren in Nederland en Vlaanderen (van 15 tot en met 24 jaar) in elk denkbaar literair genre. Voor deze editie stuurden ruim vijfhonderd jongeren teksten in. In november 2021 werden voorrondewinnaars bekend gemaakt. Tien finalisten kregen daarna drie weken de tijd om een nieuwe tekst voor de finale te schrijven. De finalejury bestond uit Jordi Lammers, Bowi van Onna, Els Moors en Joris Brussel. Zij lazen alle finaleteksten anoniem.

     

  • Fien Veldman wint Joost Zwagerman Essayprijs 2021

    Uit honderdzesenzeventig inzendingen won Fien Veldman de Joost Zwagerman Essayprijs met haar essay, Not really making it. Op indringende, maar nuchtere wijze beschrijft Fien Veldman (1990) hoe het was om rond de eeuwwisseling op te groeien in een achterstandswijk in Friesland. Volgens de jury, is het een ‘persoonlijk essay’ over een ‘maatschappelijk probleem’ dat ‘ontroerend en diep snijdend’, maar ’tegelijk luchtig’ is. Fien Veldman noemt haar essay ‘een systeemkritiek’, waarin ze haar verontrusting uit dat het voor veel mensen niet mogelijk is van de ene sociale klasse naar de andere te kunnen doorgroeien. ‘Ik leef nu in een wereld waarin ik weet wat de Joost Zwagerman Essayprijs is. Maar heb ik het dan gemaakt?’ Haar essay heeft ze niet voor niets de titel Not really making it meegegeven, want ‘Je neemt zo’n afkomst altijd mee.’ Lees hier het winnende essay: ‘Not really making it’.

    Fien Veldman (1990) is literatuurwetenschapper, journalist en schrijft fictie. Ze is oprichter van ‘De Bonte Avond’, een internetpodium voor schrijvers en makers, en werkt aan een roman.

    Voor de Joost Zwagerman Essayprijs 2021 waren zes essayisten genomineerd. Dit zijn de overige vijf:
    Marinus Gisolf, De grens waarvan
    Jerôme Gommers, Natte dromen
    Barry Hofstede, Planeet Oorlog
    Maria Kager, Melk
    Janna Reinsma, Zweefmoment

    De jury bestond uit: Barber van de Pol, Manon Uphoff, Merlijn Olnon en Aleid Truijens (voorzitter)

    De Joost Zwagerman Essayprijs wordt jaarlijks uitgereikt tijdens de Joost Zwagerman Lezing en is een initiatief van de Van Bijleveltstichting en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, bedoeld voor beginnende essayisten.

     

    Foto: Jan Jong
    Bron: Volkskrant

  • Ik wil mensen meeslepen, maar ga niet op mijn hurken zitten


    Sandra Langereis won onlangs de Libris Geschiedenis Prijs voor haar lijvige boek,
    Erasmus. Dwarsdenker. Het was de tweede keer dat ze met een biografie voor deze prijs was genomineerd. In 2014 miste ze hem voor De woordenaar, maar riep De Volkskrant de biografie van drukker Christoffel Plantijn uit tot de beste biografie, en Trouw tot het beste geschiedenisboek van dat jaar. Momenteel bereidt ze zich voor op een biografie van Eise Eisinga (1744-1828), bekend van zijn Planetarium in Franeker.
    Langereis studeerde geschiedenis aan de UvA en promoveerde daar in 2001 cum laude. Ze doceerde vroegmoderne geschiedenis aan die universiteit en aan de Leidse universiteit, tot ze als fulltime onderzoeker met Erasmus’ biografie aan de slag ging.
    Hoe kwam ze tot de keuze voor de gebiografeerden? En wat maakt dat haar boeken zo geprezen worden? We ontmoeten elkaar voor een gesprek in Theater Lux in Nijmegen. 


    U schrijft zo beeldend dat ik onderweg naar dit filmtheater bedacht dat Erasmus op basis van uw biografie zo zou kunnen worden verfilmd.

    ‘Ik kan me voorstellen dat u dat denkt. Bij het schrijven heb ik voor mezelf een soort scenario’s getekend. Ik maakte bijvoorbeeld een plattegrond van het klooster waarin Erasmus opgroeide: waar lag de tuin, waar de brouwerij, hoe was de indeling? En vervolgens hoe moet hij zich daarin bewogen hebben. Zo heb ik voor zijn reizen uitgezocht hoe het Europese wegennet er in Erasmus’ tijd uitzag. Welke afstanden legde je per dag te paard af. Deed je dat stapvoets of in draf? Paarden werden vaak gehuurd, zoals je nu een auto huurt. Als je de rekening van de herberg moest betalen stond daar naast de kosten voor je bed en je maal ook de portie hooi voor het paard op. Als dat filmische beelden oproept ben ik daar blij mee. Maar ik heb dat niet voor het effect gedaan. Ik wilde duidelijk maken dat Erasmus’ intrede in het klooster betekende dat hij als adolescent een autarkische wereld binnentrad, een in zichzelf gekeerde wereld die niets te maken wilde hebben met het leven buiten de kloostermuren. En dat het enorm inspannende, tijdrovende en kostbare ondernemingen waren, al die tochten te paard van de volwassen auteur Erasmus naar Venetië, naar Bazel, noem maar op.’


    De meest tot de verbeelding sprekende boeken van u zijn De Woordenaar en Erasmus. Dwarsdenker. Maar uw eerste publicatie betrof een minder avontuurlijk figuur, de Nijmegenaar Johannes Smetius. Hoe kwam u bij hem terecht?

    ‘Voor mij was de ontmoeting met Smetius wel degelijk een avontuur. Hij leefde in de 16de en 17de eeuw, de tijd waarin de vroegmoderne geschiedschrijving die aan bronnenvermelding doet is uitgevonden. Ik kwam met hem in aanraking toen ik een onderwerp zocht voor mijn doctoraalscriptie. Ik bestuurde daarvoor oude drukken aan de UvA en ik zag dat Smetius literaire geschiedschrijving combineerde met archeologische bronnen. Hij controleerde het verhaal over de opstand van de oude Bataven in de teksten van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus aan de hand van archeologische vondsten, een beetje zoals Erasmus de overgeleverde Bijbeltekst controleerde aan de hand van eeuwenoude bijbelmanuscripten. Ik wilde op zo’n empiricus afstuderen.

    Ik heb toen veel tijd doorgebracht in het Gemeentearchief van Nijmegen, waar brieven van Smetius liggen. Daar bleken ze zelfs het manuscript nog te hebben van diens Nijmegen, stad der Bataven. Dat was heel uitzonderlijk, want in die tijd werden die na het drukken meestal weggegooid. Aan dat manuscript kon ik zien hoe het schrijven van Nijmegen, stad der Bataven evolueerde. Smetius plakte bijvoorbeeld notities over nieuwe archeologische vondsten in dat manuscript en stelde dan zijn tekst bij. Ik ben geïnteresseerd in de genese, de ontstaansgeschiedenis van teksten, in de ontwikkeling van het denken van auteurs, en in het effect van hun teksten op de maatschappij. Literatuur- en wetenschapsgeschiedenis is voor mij zoveel meer dan het bestuderen van gepubliceerde teksten alleen.’


    Loopt er een lijn van Smetius naar uw latere biografieën? Is er een grondthema dat steeds terugkeert?

    ‘Wat Smetius, Plantijn, Erasmus en mijn volgende onderwerp Eise Eisinga, alle vier gemeen hebben is een ongelooflijke ambitie en bevlogenheid. Het zijn cultuurmakers die zo geloven in de opdracht die ze zich gesteld hebben dat ze hun leven ernaar inrichten en er tal van opofferingen voor over hebben. Hun werk laat heel goed zien wat het belang is van literatuur en wetenschap voor de geschiedenis en de maatschappij. Het geeft mij troost om te zien wat cultuurmakers daar voor over kunnen hebben.’


    Hoe kon u vaststellen dat maatschappelijke veranderingen een effect waren van wat Erasmus deed?

    ‘Dat weet ik omdat ik veel kon vinden over de receptie van zijn teksten. Wat het effect van Erasmus’ geschriften was, valt bijvoorbeeld op te maken uit de vele brieven die hij kreeg. Daarin stond natuurlijk kritiek wanneer de afzenders orthodoxe theologen waren. Maar ik ga in mijn boek ook in op de brieven die hij kreeg van fans, gewone gelovigen, mannen en vrouwen. Ik heb uitgezocht wat voor vrouwen dat waren: abdis Clara Pirckheimer bijvoorbeeld, die dagelijks in Erasmus las. Of Margarethe Peutinger, de erudiete echtgenote van een Augsburgse stadssecretaris en moeder van volwassen kinderen, die thuis in haar eigen Bijbel aantekenende hoe een bijbeltekst volgens Erasmus gelezen en gecontroleerd moest worden. Erasmus liet die lezers zien dat de Bijbel mensenwerk was en dat de evangelisten en apostelen bijvoorbeeld retorische technieken gebruikten om hun boodschap over te brengen.’ 


    Om weer even naar onze tijd te springen zou Erasmus antivaxxers die zich op de Bijbel baseren op andere gedachten hebben kunnen brengen?

    ‘Jazeker. Veel van zijn lezers volgden hem in zijn boodschap dat je wel degelijk spiritueel bezig was als je de Bijbel kritisch las. Daarmee bedreef je geen ketterij, integendeel.’


    Waarom wilt u nu in het leven en werk van Eise Eisinga duiken? Het is een andere eeuw (de 18de en 19de) en met de natuurwetenschappen een heel ander wetenschapsveld dan dat waarin u zich tot nu toe bewoog.

    ‘Eisinga’s tijd is niet helemaal onbekend terrein voor me, want in Breken met het verleden (uit 2010, onder andere over de sloop van de Valkhofburcht in Nijmegen in 1795 tijdens de stichting van de Bataafse Republiek, A.A.) schreef ik ook al over die tijd. De Renaissance en de Verlichting vind ik erg boeiend. Het zijn mijn favoriete tijdvakken. Ik zoek na de eeuwen van Plantijn en Erasmus die uitdaging van een nieuwe periode en een nieuw wetenschapsgebied ook wel op, omdat ik niet in herhaling wil vallen. Toen Eisinga in Franeker zijn Planetarium bouwde deed hij dat als reactie op een manifest van een dominee. Die had in 1774 in de bijzondere conjunctie van planeten een aanleiding gezien om de ‘ontsloping van het heelal’ en het in de Bijbel voorspelde ‘einde der tijden’ aan te kondigen. Daartegenover wilde Eisinga met zijn geweldige kennis van astronomie zichtbaar maken dat God, de  ‘Grote Klokkenmaker’, juist harmonie in het heelal had verzekerd. Eisinga stelt mij in de gelegenheid om me te buigen over de spanning tussen natuurwetenschappen en geloof. Dat maakt hem interessant: dat hij in 1774 een educatief Planetarium bouwde dat in feite al een blauwdruk presenteerde van wat orthodoxe scholen nu intelligent design noemen.’


    Bij de uitreiking van de Libris Geschiedenisprijs tijdens
     het geschiedenisprogramma OVT, werd gezegd dat Erasmus een ‘vergeten schrijver’ is. U zei zelf dat we hem in Nederland niet goed kennen. Toch hoorde ik één van uw kinderen bij de uitreiking zeggen dat hij wel les had gehad over Erasmus. Hoe erg is het met die onbekendheid?

    ‘Het hangt er vanaf op welke school je zit. Volgens mij is Erasmus op de meeste middelbare scholen een onbegrepen figuur. Welke leerling, of leraar, kan goed uitleggen waar de historische Erasmus nu eigenlijk precies voor staat? Hij heeft iets met tolerantie te maken, verder komen veel mensen in Nederland niet. Hij schreef de Lof der zotheid, dat is bij aardig wat mensen wel bekend, maar dat hij ook met de Bijbel bezig is geweest en vooral om die reden in zijn eigen tijd geliefd was en tegelijkertijd gehaat werd door zowel katholieke inquisiteurs als protestantse leiders als Maarten Luther, is vandaag de dag vergeten. Mijn zoon David, die u dat hoorde zeggen, zat drie jaar op een gymnasium en daar heeft hij inderdaad een leraar gehad die over Erasmus als humanist en vertegenwoordiger van de Renaissance vertelde, maar dat is niet op alle scholen zo. Het is grappig dat David, toen ik zelf nog nauwelijks aan mijn biografie was begonnen, mij vertelde dat de opgestoken middelvinger van Erasmus komt. Dat leek me toen erg onwaarschijnlijk, maar toen ik de Adagia, de spreekwoordenverzameling van Erasmus, ging lezen kwam ik het daar tegen. Davids leraar had het denk ik gevonden in de vertaling door Jeanine De Landtsheer.

    Op de Nederlandse basisschool wordt geschiedenis, als er een gediplomeerde leraar voor de klas staat met in achtneming van wat er allemaal in het onderwijs is wegbezuinigd, gegeven op basis van de Canon van Nederland. Ik noem dat een ‘verkleuterd’ uitgangspunt. Hoe droevig het is gesteld met Erasmus op school zag ik eens in het tv-programma, De Beste Vrienden Quiz, een kennisquiz voor achtste-groepers. Er werd gevraagd naar de naam van een ‘wereldberoemde schrijver’ uit Nederland. Er kwamen steeds meer hints, zoals ‘hij is de schrijver van De lof der zotheid’ en ‘er is een beroemde Rotterdamse brug naar hem genoemd’. Het antwoord dat toen geroepen werd was Rembrandt.  Erasmus zit niet, of niet goed in de verhalen van leraren. En ik moet zeggen dat het met de Wikipedia- pagina over hem, het voor docenten niet aantrekkelijk is om hun leerlingen daarover een opstel te laten schrijven. Ik hoop dat geschiedenisleraren mijn biografie van Erasmus gaan lezen. Dat is een biografie en een geschiedenisboek inéén, waarin je niet alleen Erasmus, maar ook de eeuw waarin hij leefde op een compleet nieuwe manier leert kennen.’


    We hadden het al over het filmische karakter van uw biografie over Erasmus. Vindt u zich naast historicus en wetenschapper ook schrijver? 

    ‘Poeh. Even denken. Ik blijf wetenschapper, al probeer ik zo boeiend mogelijk te vertellen. Ik wil lezers wel meevoeren en ik gebruik verteltechnieken om dat te bereiken. Maar nogmaals, ik ben niet uit op effectbejag en ik ben wars van gaten dichten door fictie. Ik schrijf geen publieksboek en ik ga niet op mijn hurken zitten voor de lezer. Ik doe geen concessies op inhoud. Ik wil mijn lezers zoveel informatie geven dat ze met mij kunnen meedenken en zelf doordenken. Daarvoor moet ik ze wel eerst beetpakken.

    Ik heb naar aanleiding van mijn boek over Erasmus vaak nagedacht over mijn eigen schrijverschap. Ik kom uit een arbeidersgezin waar boeken zeldzaam waren, ik vroeg altijd een boek voor mijn verjaardag en was verder aangewezen op de bibliotheek. Ik was op de lagere school al gefascineerd door taal, schreef stukjes voor de schoolkrant en maakte boeken, ook stripboeken. Ik hield van strips. In mijn studentenjaren volgde ik ook colleges bij Historische Letterkunde en kreeg ik te maken met studenten uit hoogopgeleide gezinnen, mensen met universiteitsdocenten als ouders, die vertelden dat ze als kind thuis geen strips mochten lezen. Ik heb als kind van die strips kunnen opsteken hoe je een pakkend verhaal opbouwt. Elk plaatje moet iets beeldends en iets taligs hebben en aan het eind van de pagina moet een cliffhanger zitten. Oorspronkelijk verschenen strips als feuilleton in kranten en tijdschriften en kwam de volgende pagina pas een week later. Daar keek je naar uit.

    Ik probeer zo te schrijven dat de lezer dóór wil. Ik wil niet dat de lezer alleen het hoofdstuk over De lof der zotheid opzoekt en doorneemt en dan het boek dichtslaat: nee, ik wil de lezer 700 pagina’s lang vasthouden, zodat hij of zij uiteindelijk over álle werken die Erasmus schreef mijn verhaal heeft gelezen. Ik wil bereiken dat de lezer ook mijn uitgebreide verhaal over Erasmus’ nogal abstracte Bijbeluitgaven, of over Erasmus’ volstrekt onbekende bijbelse Parafrasen wil lezen. Ik moest aan die strips uit mijn jeugd denken toen ik tijdens het schrijven van Erasmus’ biografie mijzelf verraste door ergens een uitroepteken en een vraagteken na elkaar te zetten als uitdrukking van gespeelde verbazing, in de geest van Erasmus. Dat is in wetenschappelijke literatuur not done. Maar in dit boek over Erasmus durfde ik dat wel, zo’n experimentje met alledaagse humoristische interpunctie geeft de speelsheid van Erasmus’ eigen ongekunstelde literatuuropvatting heel goed weer. Ik gebruik in dit boek over hem ook literaire technieken die in wetenschappelijke literatuur ongebruikelijk zijn. Ik durf gerust een grap in te lassen of onverwachte vertelperspectieven te gebruiken. Dat deed Erasmus zelf namelijk ook.’


    Dat viel me inderdaad op. Ik raakte in de proloog in de war omdat u hem in de eerste zin meteen sprekend opvoert op een moment dat hij al dood was. Het bleek te gaan om een houten beeld van hem dat u een stem geeft.

    ‘Die verwarring wil ik ook. Hebt u gezien dat ik voorin een motto heb staan uit The Marx Sisters van Willem de Wolf? Dat is een acteur en tekstschrijver die ik erg bewonder. Ik ga graag en vaak naar theater waarin de spelers hun eigen teksten spelen, bijvoorbeeld De Koe, het gezelschap van Willem de Wolf. In The Marx Sisters is hij de acteur die een rol speelt en tegelijk de schrijver die op het toneel plotseling uit die rol stapt en schrijver Willem de Wolf is. Een heel subtiele, heel intellectuele, en ook heel geestige techniek die hem in staat stelt commentaar te leveren op zijn eigen stuk: best moeilijk te volgen voor een doorsnee theaterbezoeker, daar moet je een geoefend kijker van dit soort toneel voor zijn. In mijn Proloog probeer ik iets vergelijkbaars uit.

    Erasmus speelde zelf ook met rollen. Hij voerde zichzelf in een tekst als Tegen de barbaren bijvoorbeeld op als Erasmus, om zich vervolgens door één van zijn fictieve personages ter verantwoording te laten roepen. Ik laat in mijn Proloog een houten beeld van Erasmus tegen de biograaf zeggen: “Terug nu naar het echte verhaal! Voor zover dat kan dan. Er loopt zoveel door elkaar heen. Wat wordt het nou: geschiedschrijving of niet? (…) Hoeveel lagen wil je een verhaal geven, Langereis! Blijf eens simpelweg bij de feiten, mijn feiten. End fiction. Try fact! Laat mij anders liever zelf het woord doen”.  Het is een speelse en geestige maar ondertussen wel degelijk literair geïnformeerde manier om de lezer alert te maken op het feit dat dit geen rechttoe rechtaan biografie is van Erasmus, en dat deze biograaf van de lezer verwacht dat die mee puzzelt en meedenkt. Erasmus probeerde zijn lezers ook te leren hoe tekst werkt, hoe een schrijver zijn publiek stuurt.’


    In uw nawoord bij De woordenaar schrijft u dat het een feest was om uitgerekend dat boek te schrijven met twee kinderen die leerden lezen.  Wat bedoelt u daarmee?

    ‘Mijn boeken over Plantijn en Erasmus gaan voor een groot deel over leescultuur. Ik stelde in De woordenaar al vast dat de alfabetisering in de Lage Landen behoorlijk hoog was dat was in de tijd van de Renaissance eigenlijk alleen in Noord- en Midden-Italië en in de Lage Landen het geval. Ik was aan het denken over alfabetisering juist toen mijn kinderen leerden lezen. Ik kon dat van zeer dichtbij meemaken omdat ik bij hen op school leesmoeder was en hele klassen hielp bij de elementaire leeslessen door bijvoorbeeld met de kinderen te ‘flitsen’. Ik vond het fascinerend te zien hoe lees- en schrijfontwikkeling gaat. Die berust deels op talent en deels op scholing. De verschillen in individueel leertempo en leerniveau blijken in de eerste klassen meteen enorm. Toch leren uiteindelijk alle kinderen lezen en schrijven, ook kinderen met minder talent. Maar die enorme tempoverschillen in de eerste jaren maken dat sommige kinderen hun aandacht al heel snel kunnen verleggen van, bijvoorbeeld, het technisch uit elkaar houden van spiegelbeeldige letters als b en d naar inhoudelijker aspecten van het lezen en schrijven. Dat vergrootte mijn inzicht in de moeilijke vraag in hoeverre talent en scholing belangrijk waren voor de prilste ontwikkeling van een schrijver als Erasmus.’


    Van de vijftien winnaars van de Libris Literatuur Prijs hebben er drie geen eigen lemma in Wikipedia. Daar bent u er één van.

    ‘Die andere twee zijn zeker ook vrouwen.’


    Dat zijn Bart van de Boom en Roelof van Gelder. Waarom dacht u dat het vrouwen zouden zijn?

    ‘Omdat vrouwelijke cultuurmakers behoorlijk onzichtbaar zijn. Ik had het er een keer over met Neel Korteweg, de kunstenares van wie het Erasmusportret op het omslag van mijn boek is. Zij heeft dezelfde ervaring in de kunst als ik in de wetenschap.’


    Heeft u dan niet de behoefte de biografie van een vrouw te schrijven?

    ‘Ik ben niet in die zin een feminist (ze lacht). Mijn bijdrage aan het feminisme is dat ik bewijs dat een radicale historicus net zo goed een vrouw kan zijn. Ik beweeg me op terreinen die vaak het domein van mannen zijn. Er valt daarin voor vrouwen nog het nodige te winnen, er is nogal eens sprake van scepsis. Misschien wel afgunst zelfs. Mijn missie is eenvoudigweg dat ik me niet laat ontmoedigen en zeker niet laat intimideren.’

     

    Foto © Geert Snoeijer


     

     

     

     

     

     

    Erasmus. Dwarsdenker / Sandra Langereis / De Bezige Bij (2021)

     

  • Succesvolle eerste editie Nederlands Poëziefilm Festival

    Afgelopen zaterdag vond het eerste Nederlands Poëziefilm Festival plaats in Zutphen. Een festival van deze omvang en inhoud werd nog niet eerder vertoond in Nederland. Poëziefilm is een genre dat in Nederland langzaam aan terrein wint, na deze succesvolle editie kan het niet anders of er zal een vervolg komen. Zaterdag werden op verschillende locaties aan de Houtmarkt zo’n zeventig poëziefilms vertoond en vonden er ontmoetingen plaats met de makers zoals Tom America, Sjaak Flikweert, Pat van Boeckel en het Rauwkost-Collective. In het filmhuis Luxor Theater werden in twee zalen korte films gedraaid. In Kunsthuis Dat Bolwerck vonden de interviews met de makers van de films plaats, alsook de presentatie over de levens en werk van de Nederlandse dichter Herman Gorter en dichteres Henriëtte Roland Holst.

    Terwijl marktkooplui hun spullen aan de man brachten, mensen in de rij stonden voor een portie kibbeling, vers bereide falafelballetjes en de bloemenman goede zaken deed, trokken de eerste bezoekers van het festival tegen 11.00 uur naar het Luxor Theater. In de grote zaal werden de scholierenfilms vertoond die scholieren van het Isendoorn College hadden gemaakt op gedichten van Wout Waanders, Iduna Paalman, Ingmar Heytze en Naomi Montroos. In een klein, intiemer zaaltje werden vier buitenlandse poeziëfilms vertoond die eerder op het Zebra Poetry Film Festival in Berlijn te zien zijn geweest. Het Zebra Festival is de voorloper van de poeziëfilm festivals en vindt sinds 2002 tweejaarlijks plaats in Berlijn. Vier poëziefilms, geselecteerd door artistiek directeur van het Zebra Poetry Film Festival, Thomas Zandeigiacomo del Bel van Zebra, openden in de kleine zaal het festival.

    Verrassend en vervoerend

    Je zou denken dat poëzie zichzelf genoeg is. Het is dan ook verrassend te ervaren hoe een gesproken gedicht in filmbeelden omgezet aan kracht wint, vervoerend werkt, zoals Cos Endins / Inside the body van de dichter Eduard Escoffet ( 1979, Barcelona) en video artiest Gianluca Abbate. Een experimenteel project met reproducties van woorden en bewegingen. Eén persoon veelvoudig weergegeven, een herhaling van woorden en een oneindige vermenigvuldiging van personen, daarbij muziek die het ritme van woord en bewegingen ondersteunen, je de soepelheid van bewegingen gaat meevoelen. De poeziëfilm The opposites Game, van Anna Samo & Lisa LaBracio gebaseerd op een gedicht van Brandan Constantine, is een spel van uitdagen, ontkenning, opnieuw uitdagen, zoekend naar het juiste antwoord. Sterk in beeld en voordracht, de uitkomst is geweldig.

    Nederlandse Poëziefilms

    In de grote zaal was er het blok Jaaroverzicht 1, waarin twaalf Nederlandse poëziefilms werden vertoond. Dichteres Heidi Koren ontroert en schokt met haar Het is genoeg. Waarin regels als (‘Ik wil bloter zijn dan bloot en moest eerst groot groeien om te snappen dat het kleiner kan’) raken, het beeld confronterend werkt. Ook de poëziefilms van Ingmar Heytze, De grote vacantie, van Moya de Feyter, Thuis en van Nafiss Nia Weggaan is een gok zijn een intense beleving, hoewel Heytze de licht komische noot brengt.
    In Kunsthuis Dat Bolwerck presenteerde stichting Feest der Poëzie in de gedaante van Simon Mulder een voordracht en films over het leven van Herman Gorter en Henriette Roland Holst. Een mooie presentatie van het gedicht Mijn liefste was dood, met filmbeelden, live muziek en voordracht.

    Van het Rauwkost-Collective werden drie films van dichter Dean Bowen en een film van Vienne Hageoort vertoond. Van Pat van Boeckel zeven films met onder meer werk van Remco Campert, Ester Naomi Perquin, Fernando Pessoa en Jaques Prévert. Van Tom America negen poëziefilms, waaronder het bekende Lamento van Remco Campert. Een gedicht brengt een beeld naar voren, muziek versterkt het ritme van de woorden, de regels, de filmbeelden maken er een intense beleving van. Er is een nieuw Nederlands festival gelanceerd, iets om naar uit te zien. Benieuwd in welke stad de volgende editie van het Nederlands Poëziefilm Festival zal plaatsvinden.

     

     

  • Libris Geschiedenis Prijs 2021 voor Sandra Langereis

    Vanmorgen werd tijdens een speciale uitzending van radioprogramma OVT door juryvoorzitter Khadija Arib  bekend gemaakt dat Sandra Langereis de Libris Geschiedenis Prijs 2021 wint voor haar boek Erasmus: dwarsdenker. Een biografie. De jury noemt het boek over Erasmus een ‘originele biografie’ dat, ‘stoelt op briljant wetenschappelijk onderzoek, dat ondanks zijn omvang tot aan het eind toe meeslepend is, een boek dat je omver blaast.’

    De Libris Geschiedenis Prijs bekroont historische boeken die een algemeen publiek aanspreken. De criteria zijn dat het boek een oorspronkelijk onderwerp heeft, prettig leesbaar is en op gedegen historisch onderzoek stoelt.
    De jury vindt Erasmus, ‘een fascinerende en leerzame biografie over een van de markantste denkers uit de geschiedenis. Sandra Langereis gaat in haar onderzoek als een detective te werk, en reconstrueert waarom het voor Erasmus van het grootste belang was om in verschillende levensverhalen zijn geboortejaar te verhullen. Dit boek maakt inzichtelijk wat het humanisme en de Renaissance écht hebben betekend en laat zien waarom Erasmus, gedreven door zijn zoektocht naar de oorsprong van taal en verhaal van de Bijbel, een van de grootste humanisten ooit is. In krachtige zinnen laat Langereis de lezer kennismaken met Erasmus als mens, met al zijn goede en slechte eigenschappen.’

    Overige kanshebbers voor de prijs waren:
    Philip Dröge met Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis
    Jelle Gaemers met Willem Drees. Daadkracht en idealisme
    Margriet van der Heijden met Denken is verrukkelijk. Het leven van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest
    David Van Reybrouck met Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld

    Aan de prijs is een bedrag van 20.000 euro verbonden. De niet-winnaars krijgen een bedrag van 1.500 euro als waardering voor hun prestatie.

    Lees hier de recensie Erasmus: dwarsdenker. Een biografie die op onze site verscheen.

     

    Fotograaf: Sander Heezen

     

  • Peter Verhelst wint Constantijn Huygens-prijs 2021

    Aan de Vlaamse dichter en schrijver Peter Verhelst (1962) werd de Constantijn Huygens-prijs 2021 toegekend. Het volgens de jury ‘adembenemend oeuvre’, van Verhelst is sinds zijn debuutbundel Obsidiaan in 1987 al meer dan dertig keer bekroond. Hij ontving onder andere in 2008 de Jan Campertprijs voor Nieuwe Sterrenbeelden, de Herman de Coninck-prijs wel vier maal, de F. Borderwijk-prijs in 2000 voor de verhalenbundel Tongkat en in 2018 de Sybren Polet-prijs, net als de Constantijn Huygens-prijs, een oeuvre-prijs. Verhelst reageerde opgetogen en liet weten ‘zeer verguld’ te zijn. Door veel jonge dichters en schrijvers wordt Verhelst gezien als een boegbeeld en is als auteur van grote invloed.

    Volgens de jury is Peter Verhelst ‘de verdiende laureaat van de Constantijn Huygens-prijs’. Maar ook denkt de jury dat Verhelst zich bij die prijs ‘misschien wat ongemakkelijk zou kunnen voelen.’ Verhelst staat bekend als iemand die zichzelf en zijn werk niet graag vastlegt, of gelabeld ziet. Volgens de dichter moet poëtica blijven bewegen, herschreven blijven en blijven stromen. Zo wil de jury ook dat de toekenning van deze Constantijn Huygens-prijs gezien wordt, ‘niet als een bevestiging van wat is geweest, maar als een bekroning van de volgehouden inspanning van Peter Verhelst om te blijven zoeken naar alles wat zou kunnen zijn.’

    De jury bestond uit Erica van Boven, Jeroen Dera, Jeannette Smit, Nisrine Mbarki, Aad Meinderts (voorzitter), Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Rashif El Kaoui en Sarah Vankerschaever.

    De Constantijn Huygens-prijs wordt uitgereikt op 23 januari 2022 op het festival Winternachten in Den Haag. Aan de prijs is een geldbedrag van 12.000 euro verbonden.

     

    © Fotograaf Stephan Vanfleteren 

     

  • ‘Elders’ nu overal te lezen

    Elders is niet hier maar ergens anders. Een onbepaalde plaats, in ruimte en tijd. Het woord roept een verlangen op, een vage herinnering of een aanduiding voor een plek of gebied. Wie zich ernaartoe verplaatst, zal het niet aantreffen. Zodra je het een naam geeft, heft het woord ‘elders’ zich op.’ Dit is een citaat uit de column ‘Thuiskomen’ die Hans Muiderman schreef voor  het nieuwe literaire platform Elders literair.

    Elders literair staat sinds kort online. Het is een nieuw literair initiatief dat publiceert, beschouwt, bekijkt en bespreekt. Nu alleen nog in digitale vorm, maar straks ook als papieren tijdschrift. Het biedt ‘een podium aan prozaschrijvers, dichters en essayisten voor wie het ‘niet hier’ in hun werk een wezenlijke rol speelt’.

    En dat geldt dan voor schrijvers die door de redactie worden benaderd, maar ook voor gevestigde, beginnende schrijvers en debutanten zolang ze zich maar kunnen vinden in het thema. De redactie beoordeelt ingezonden bijdragen op ‘(potentiële) literaire kwaliteit, authenticiteit en durf.’
    Elders literair is een Haags initiatief en richt zich op Nederland, Vlaanderen en andere Nederlandstalige gebieden.
    Behalve over literatuur gaat het in Elders over beeldende kunst, fotografie, film en architectuur.

    Bezoek de website en geniet bijvoorbeeld van de ontroerende bijdrage van Roeland Zijlstra over Pierre Goedgezelschap, de door Gerlinda Heywegen prachtig geschreven bespreking van de Japanse film Maborosi of struin gewoon een beetje rond op Elders literair.

     

     

    Foto: Els Kort
    Op weg naar Banda Ely, Kei Besar, Molukken, 2019

     

  • Het effect van het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur

    Het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur is een tombola met steeds weer een verrassende uitkomst. Zelf houd je een eigen lijstje bij van schrijvers die het nu ‘echt wel verdiend’ hebben. Nu Philip Roth van het lijstje gevallen is, blijven over Cees Nooteboom, Marilynne Robinson, Antonio Lobo Antunes, Hillary Mantel, maar daar wordt geen rekening mee gehouden. Dat is maar goed ook, niet enkel het lauweren van schrijvers die wereldwijde bekendheid genieten is belangrijk, maar juist die schrijvers waarvan het merendeel van ons nog nooit gehoord had, moeten gezien worden. Het is nodig dat het meerstemmig koor aan schrijvers die een belangrijke weergave van menselijk handelen in hun boeken tonen, gehoord wordt.

    Bij het nieuws dat de Brits-Tanzaniaanse schrijver Abdulrazak Gurnah (Zanzibar, 1948), de Nobelprijs kreeg toegekend, zal menigeen naar de boekenkast gelopen zijn om te kijken of er bij de ‘G’ misschien, wie weet, een boek van deze schrijver stond. Veel kans daarop was er niet. In 1989 verscheen zijn debuut Herinneringen aan mijn zwarte rotjeugd (Memory of Departure) bij de inmiddels opgeheven uitgeverij Arachne. In 1994 verscheen van Gurnah bij uitgeverij Van Gennep de roman Paradijs (Paradise), en dat was het. Hans Bouman recenseerde in 1994 Paradijs voor de Volkskrant, de recensie werd op de dag van de bekendmaking opnieuw geplaatst.

    Abdulrazak Gurnah vluchtte in 1967 naar Groot-Brittannië waar hij het bracht tot hoogleraar Engelse en postkoloniale literatuur aan de universiteit van Kent. Sinds eind jaren tachtig schreef hij meer dan een dozijn romans, verhalen- en essaybundels. In zijn boeken onderzoekt hij, zoals hij zelf zei een ‘paradigma van menselijke relaties’. Zijn roman Desertion (2005) wordt als zijn meest succesvolle boek gezien waarin hij zich ondermeer afvraagt hoe het komt dat vrouwen de meest onderdrukte personen in de wereld zijn, dat de kansen voor hen om zich maatschappelijk te kunnen ontplooien, nog altijd lager liggen dan bij mannen. In deze roman komt ook het ontbreken van de juiste communicatie aan de orde. Hij schetst de relatie tussen een Arabisch sprekende moslima en een Engelsman. Doordat zij elkaars taal niet te spreken, krijgen ze geen toegang tot een gedeelde persoonlijke belevingswereld. En wat daar de gevolgen van zijn.

    Dit las ik in een mooi stuk over de winnaar Abdulrazak Gurnah door Geertjan De Vught in De Volkskrant.  Als je dat artikel gelezen hebt, wil je alles over deze schrijver lezen. Noem dit het effect van de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn boeken zijn nergens te vinden. Hoewel Jeroen Vullings online een boek van Gurnah vond, voor 500 euro kon hij het bestellen, zo vertelde hij afgelopen zaterdag in het radioprogramma Nieuwsweekend.

    De Zweedse Academie kende de prijs aan Gurnah toe ‘voor zijn compromisloosheid en compassie bij het doorgronden van de effecten van het kolonialisme en het lot van de vluchteling in de kloof tussen culturen en continenten’.

    De laatste roman van Gurnah, Afterlives verscheen in 2020. Voor zover bekend zijn uitgevers aan het bieden om zijn werk te laten vertalen en uit te geven. We kunnen haast niet wachten wie deze tombola wint.

     

     

  • Finale Poetry Slam 2021 gewonnen door Monique Hendriks

     Vrijdagavond werd er in een uitverkochte zaal in TivoliVredenburg (hoe dat klinkt:, uitverkocht!), tijdens het International Literature Festival Utrecht (ILFU), tussen elf poetry slammers gestreden om het kampioenschap Poetry Slam. Deze slammers hadden zich een plek in de finale verworven na verschillende voorrondes in Nederland en Vlaanderen: Martijn Nelen, Effie Ophelders, Ellen Oosterwijk, Hindirk Hannema, Jeroen Naaktgeboren, Levi Noë, Lucas Kloosterboer, Marrit Jellema, Monique Hendriks, Sannemaj Betten en Suzanne Krijger.

    En het is Monique Hendriks, die in een battle met Lucas Kloosterboer, unaniem gekozen door jury en publiek, het kampioenschap veroverde en zich na deze avond Nederlands Kampioen Poetry Slam 2021 mag noemen. Naast de titel, kreeg ze ook de Gouden Vink wisseltrofee (vernoemd naar dichter/schrijver Simon Vinkenoog) en een cheque van duizend euro mee naar huis. De tweede plaats was voor Lucas Kloosterboer, die hiermee een prijs van 250 euro won.

    De jury, bestaande uit Anne Vegter, Derek Otte en Yousra Benfquih prees Hendriks’ verbeeldingskracht en evenwichtige performance, en sprak de lovende woorden: ‘Monique is een dichter met een stem die zich nog veel verder gaat ontwikkelen en heel groot gaat worden.’

  • Prijs voor Beste Boek voor Jongeren naar Simone Atangana Bekono

    Simone Atangana Bekono heeft met haar boek Confrontaties (Lebowski) de prijs Beste Boek voor Jongeren 2021 in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalig gewonnen. Aan de prijs is een bedrag van 2.500 euro verbonden.

    Confrontaties gaat over de zestienjarige Salomé Atabong die een maand in jeugddetentie zit omdat ze twee schoolgenoten – die haar discrimineerden en kleineerden – ernstig heeft mishandeld. Ze denkt na over wat er mis is gegaan, wie er schuldig is en waaraan. Confrontaties is het romandebuut van Simone Atangana Bekono (1991). Ze stond ermee op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021 en won deze maand ook de Hebban Debuutprijs 2021. Het boek werd in de pers een aanklacht tegen uitsluiting genoemd.

    Het Beste Boek voor Jongeren is onderdeel van de Boekenweek van Jongeren. In de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig waren verder genomineerd:
    Strovuur van Gerwin van der Werf (Atlas Contact),
    Bart van Ap Dijksterhuis (Prometheus),
    Auxiety van Dieuwertje Heuvelings (Das Mag)
    Confettiregen van Splinter Chabot (Spectrum)

    De Boekenweek van Jongeren vindt plaats van vrijdag 17 t/m zondag 26 september.

     

  • Hans Vervoort-prijs voor verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard

    Schrijver Hans Vervoort wil meer aandacht voor ‘vertellers-proza’. Met de dit jaar ingestelde tweejaarlijkse Hans Vervoort-prijs wil hij de Nederlandse literatuur een beetje wakker schudden. Het mooie aan deze prijs is dat iedereen, van lezer tot schrijver, van uitgever tot boekverkoper titels kan inzenden èn dat ook in eigen beheer uitgegeven titels mogen meedoen. Veel boeken die in eigen beheer worden uitgegeven, worden weinig besproken, blijven ongezien. Deze prijs zal daar deels verandering in brengen.

    De Hans Vervoort-prijs wil meer aandacht voor ‘proza dat NIET beoogt iemands wereldbeeld te veranderen. Maar dat die wereld gewoon beschrijft.’ Zo liet Hans Vervoort in een bericht op zijn Facebook account weten.

    Aan de prijs is een geldbedrag van 10.000 euro verbonden, 5.000 euro is door de Hans Vervoort Stichting beschikbaar gesteld, de andere helft kwam kort na de bekendmaking van de Hans Vervoort-prijs binnen, als gift van een anonieme literatuurkenner.

    In aanmerking voor deze prijs komen oorspronkelijk Nederlandstalige verhalenbundels en romans verschenen in 2020 en 2021, en geschreven in een ‘bij voorkeur niet overdadige, liefst zuinige stijl’, waarbij ‘zelfspot bij de verteller of hoofdpersoon als pluspunt geldt’ en: ‘Een zekere weemoed eveneens.’

    De jury van de Hans Vervoort-prijs bestaat uit voorzitter Arjan Peters  (literatuurcriticus) Roeland Dobbelaer ( Bazarow en de Leesclub van Alles) en Bart Leemhuis (De Nieuwe Boekhandel). 

    Tot en met 31 december 2021 kunnen titels worden aangedragen. De shortlist van de drie tot zes titels die in aanmerking komen voor de prijs, wordt eind februari 2022 bekend gemaakt.
    De winnaar wordt bekend gemaakt in april van dat jaar.

    Verdere informatie is te vinden op www.hansvervoort.nl

     

     

  • Europese Literatuurprijs naar Bosnisch-Duitse schrijver Saša Stanišić

    De jaarlijkse Europese Literatuurprijs bekroont de beste hedendaagse Europese roman die in het voorgaande jaar in het Nederlands verschenen is. Zowel de auteur als de vertaler van de winnende roman wordt bekroond.

    Dit jaar valt de prijs, die voor de elfde keer wordt uitgereikt, op de autobiografische roman Herkomst (Ambo Anthos) van de Bosnisch-Duitse schijver Saša Stanišić (1978). Het boek werd in 2019 al bekroond met de belangrijke Deutscher Buchpreis. In Herkomst schrijft Stanišić over zijn jeugd in voormalig Joegoslavië, zijn vlucht naar Duitsland begin jaren negentig en de jaren daarna.

    Uit het juryrapport: ‘Herkomst is zowel een liefdevolle en persoonlijke geschiedenis verteld vanuit het perspectief van een (klein)zoon, als een moderne en tragische Europese geschiedenis die we niet mogen vergeten. Aan het einde voert Stanišić dit op tot een compositorisch sterk staaltje schrijverschap. Vertaler Annemarie Vlaming heeft deze sprongen en lichtheid feilloos overgebracht uit het Duits. De scherpe woordgrappen en snelle, puntige, erg eigen behandeling van de taal vallen zonder enige moeite samen met het verhaal en de vertelling behoudt ook in het Nederlands overal haar natuurlijke toon.’

    De andere nominaties voor de Europese Literatuurprijs waren De jaren van Annie Ernaux (vertaling Rokus Hofstede); Meisje, vrouw, anders van Bernardine Evaristo (vertaling Lette Vos), Langs de rivier van Esther Kinsky (vertaling Josephine Rijnaarts) en De reparatie van de wereld van Slobodan Šnajder (vertaling Roel Schuyt).

    De uitreiking door juryvoorzitter Manon Uphoff vindt plaats op 6 november tijdens het festival Crossing Border in Den Haag.
    D schrijver ontvangt € 10.000 en de vertaler € 5.000.