• Verbindend evenement van woorden en mensen

     


    De 42ste Nacht van de Poëzie ligt weer achter ons. Twintig nachtdichters, een handvol spetterende entr’actes en tal van andere activiteiten werden in een uitverkochte grote zaal TivoliVredenburg met overgave omarmd en beleden door meer dan 1500 poëzieliefhebbers.

    Als Esther Naomi Perquin, die samen met Piet Piryns het publiek door de Nacht leidt, de zaal begroet met ‘Lieve nachtdieren’ – dan weet je dat het is begonnen: dat wonderlijk intieme evenement van woorden en mensen, taal en muziek, dat naarmate het later wordt meer en meer verbindt. Logisch en bezwerend voor wie er onderdeel van is, niet uit te leggen aan wie het heeft gemist.
    Dat poëzie, actualiteit en engagement hand in hand gaan was al langer duidelijk. Onthutsende ontwikkelingen doen zich onophoudelijk voor op het wereldtoneel en deze klinken in de voordrachten door. Paul Demets neemt zijn gehoor mee in een relaas over een voorgenomen reis naar de brandhaard: “Ik wou de trein naar Gaza nemen”; verbluffend is dat zelfs voor zoiets poëzie zich overtuigend leent. Froukje van der Ploeg dicht over femicide: ’87 procent van je gevaar woont in huis, zit op je bank’.

    In de ban van poëzie

    Twintig dichters, in meer dan een opzicht divers en inclusief, betraden deze Nacht het podium onder het motto van ‘overal smelt het, zwelt het, glimt het – nu gaan de dingen weer beginnen’. Een regel van Judith Herzberg die betrekking heeft op de lente, maar niemand vond het erg dat dit in oktober als inswinger aan beide zijden van het podium prijkte.
    Judith Herzberg (1934) zelf was voor de tiende maal present tijdens de Nacht. Ze zette de zaal aan het denken met haar opsomming van wat allemaal kan worden beschouwd als vormen van gekte. ’tegen poezen praten, ja – maar ook: hopen, en wanhoop net zo goed, is een vorm van gekte’.

     

    Uitgeverij C.J. Aarts en uitgeverij Masjenka

     

    Een andere dichteres hield het publiek een spiegel voor door te stellen dat dit leven ‘lelijk maar dragelijk’ is, onder verwijzing naar protestkunst op de pleinen van Europa ‘met een glaasje gin voor wie het kan gebruiken’. Charlotte Van den Broeck, werkelijk nog maar pas moeder geworden, draagt het gedicht ‘Postpartum beach’ voor met daarin de regels: ‘pas geopende / stug-rood bebloste vrouwen / in hun plotsklaps lege vel blubberende / bloedverliezende vrouwen’.

    Muisstil is het in de vol bezette zaal wanneer een dichter ze met zijn voordracht in de ban houdt. Daarentegen moet van sommige entr’actes gezegd worden dat het – dreunende –  geluidsvolume soms veel te hard stond. Misschien goed om in de late Nacht mensen wakker te schudden, maar nu ontvluchtten velen de zaal uit vrees voor bonkende hoofdpijn of zelfs gehoorschade.

    Voorbij de Nacht

    Het wordt leger in de zaal als het later wordt. Maar de intense sfeer van verbondenheid geldt nog meer voor hen die tot het eind toe blijven. Tot slot is er het prachtige optreden van debutante Lin An Phoa, aangekondigd als ‘grand dessert’ van de Nacht. Ook zij vertolkte geëngageerde poëzie en bevestigt het bestaansrecht van depressieve tienerpoëzie: (‘we hadden geen stijl, wel een streefgewicht’) maar geeft er vervolgens blijk van zelf inmiddels een nieuw stadium te hebben bereikt als dichteres, met haar gedicht: ‘Op een dag zullen we het ons anders herinneren’:

    ‘we zullen het weer met elkaar eens zijn
    dan zullen we doen alsof we altijd al met onze armen ingehaakt
    de straat op gingen met vlaggen en een stuk bezorgkarton
    waarop we na lang nadenken schreven: nee!’

     

    Tom Lanoye tijdens de Nacht van de Poëzie

     

    Traditie van de Nacht is dat de dichter die als laatste optreedt volgend jaar het spits mag afbijten. We zullen ons Lin An Phoa dan zeker herinneren – en toch zal een en ander dan weer anders zijn. Zoals in deze Nacht, toen er een meer dan exuberante toegift volgde door Tom Lanoye die het publiek middels zijn brandnieuwe ‘Reinaard’-bewerking in ronkende vertelling en hoge versnelling meenam naar de Middeleeuwen. Waarna omstreeks half vier de laatste nachtgangers het donker van Utrecht betraden, vergezeld door poëzie tot ver na thuiskomst.

     

     

    Foto’s: Reinder Storm


    De Nachtdichters van dit jaar waren: Judith Herzberg, Yentl van Stokkum, Tom Lanoye, Charlotte Van den Broeck, Pim Lammers, Sophia Blyden, Sasja Janssen, Neeltje Maria Min, Asmae Amaddaou, Sytse Jansma, Lieke Marsman, Marc Reugebrink, Yasmin Namavar, Froukje van der Ploeg, Gustaaf Peek, Bob Vanden Broeck, Paul Demets, Jan Baeke, Lin An Phoa en Peer Wittenbols.

     

  • Inspirerende Dag van het Literatuuronderwijs

    Sinds 2021 is er een nieuwe wet van kracht die zegt dat scholen actief burgerschap en sociale cohesie moeten bevorderen. Alle leerlingen moeten leren over de basiswaarden van de Nederlandse rechtsstaat en democratie, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Goed literatuuronderwijs kan hier een belangrijke rol bij spelen en veel bijdragen aan (taal)begrip, empathie, zelfinzicht, inlevingsvermogen, een brede blik en verdraagzaamheid. De Dag van het Literatuuronderwijs heeft docenten Nederlands hier weer vele handvatten voor aangereikt.

    Joke Aartsen was erbij. Lees hier, op Jong Literair Nederland haar impressie.

     

    Persfoto: Dag van het Literatuuronderwijs 2024 met auteur Kluun tijdens de opening, pleitend voor de terugkeer van leesplezier onder jongeren. © Marco de Swart

  • Ademloos luisterend en enthousiast applaudisserend publiek

     

    Na twee weken dagelijke literaire festiviteiten in Utrecht sloot ILFU op 5 oktober traditiegetrouw af met de Nacht van de Poëzie.



    Onder het motto van M. Vasalis, ‘Er is geen nacht oneindig en geen stilte stil’, traden 
    tijdens de 41ste Nacht van de Poëzie twintig Nederlandse en Vlaamse dichters op in Tivoli Vredenburg in Utrecht. Voordat de de Nacht begon dwaalden bezoekers vol verwachting door de immer onoverzichtelijke rondgangen. Eenmaal in de zaal aanbeland trekken grote schermen de aandacht, waarop geprojecteerde foto’s van dichters die tijdens eerdere Nachten hebben opgetreden. Het vervult de bezoeker met een zekere nostalgie en droefenis. Want oh, oh, oh, wat zijn er al veel van die gasten niet meer onder ons! Gerrit Komrij, Leo Vroman, F. Harmsen van Beek, Menno Wigman en ga zo maar door: allemaal dood.

    Het woord oorlog

    De brute actualiteit van de boze buitenwereld gaat aan de grote rode zaal vol poëzie in Utrecht niet voorbij. Zelden viel op een avond als deze zo vaak het woord ‘oorlog’. Terloops misschien – maar toch. Mahat Arab, Spoken Word Artist, geboren in Ethiopië en opgegroeid in Arnhem die vorig jaar de Nacht afsloot en traditiegetrouw de Nacht mag openen, brengt zijn taal en professie meteen in stelling met de zinsnede: ‘ik dacht dat poëzie verzet was’. Anna Enquist, grand old lady van de Nederlandse poëzie, wil volgens de aankondiging iets belangrijks zeggen met ‘gevonden voorwerpen’. De zaal luistert ademloos, applaudisseert enthousiast, en ook bij Enquist valt het woord: ‘Vrijheid heeft steeds nieuwe oorlog nodig’. Peter Verhelst (’een prijsbeest’) leest eveneens een oorlogsgedicht voor. Met Daan Doesborgh staat er een dichter op het podium die net zo goed performer is. Ook hij refereert aan oorlog (met water als inzet) en raakt het publiek met een ontroerend gedicht over een jong gestorven vriend: 

    ‘Spijt dat je niet het onmogelijke hebt gedaan
     Bestaan in het volle licht van het bestaan’

    Bibi Dumon Tak was vereerd dat ze voor deelname aan de Nacht werd gevraagd. Ze had echter naar eigen zeggen zo weinig poëzie geschreven dat ze vreesde de toegemeten zeven minuten niet vol te krijgen – maar dat lukte prima. Haar voordracht liep over van aandacht en liefde voor dieren. Tamelijk onpoëtisch en zeer indringend nam de dichteres de zaal mee op sleeptouw in het kielzog van een transport per vrachtwagen van pasgeboren kalfjes. Honderden kilometers lang, kriskras door Europa. En een non-fictie prozafragment over evenhoevigen (wel de koe, niet de tapir) liet zich perfect poëtisch vertolken. 

    De lach, die toch kwam

    Ted van Lieshout spreekt het publiek direct aan als hij de denkbeeldige vraag verwoordt: ‘Ga je ons laten lachen? Nee.’ Waarna een aangrijpend gedicht volgt over zijn overleden jongere broer. De toehoorders krijgen geen tijd om het effect op zich te laten inwerken, want hoe pregnant Van Lieshout het publiek met dit gedicht ook benadert, hij doorbreekt de opgeroepen stemming door de voordracht direct te vervolgen met de verzuchting, ‘Erg hè?’. Waarna er alsnog genoeg is om hard om te lachen.

     

     

    Als immer tijdens de Nacht worden voordrachten van dichters afgewisseld met entr’acts. Deze zijn doorgaans van zeer hoog niveau. Zo kreeg theatermaker Steef de Jong het publiek op de banken met zijn hartveroverende presentaties: vernuftige kartonnen constructies, De Jongs performance en de verbeelding van de toeschouwers leidden tot een uitzinnig geheel. Hilarische slapstick, origineel en onweerstaanbaar: van een negentiende-eeuws operettefragment van Jacques Offenbach tot een optreden van Queen en een uitstapje naar de Oostenrijkse Alpen, waar Maria von Trapp de vreugde van muziek bezingt. Schijnbaar moeiteloos en opgewekt brengt Steef de Jong het in een dik kwartier allemaal voor het voetlicht.

     

     

    Heel anders van aard was de muziek van het Cello Octet Amsterdam. Deels ritmisch ‘monotoon’ en modernistisch, deels toegankelijk met een schitterende uitvoering van ‘Within you without you’ van The Beatles. Waarbij ‘When I’m 64’ de zaal zachtjes meezong.

    Geëngageerde poëzie  

    Ramsey Nasr dichtte en acteerde geëngageerd over Wilders en Rutte. En hoe een gedicht uit 2010 tegen de achtergrond van de actualiteit aan schrilheid heeft gewonnen. Met zijn opzwepende voordracht oogste Nasr een enorm applaus. En wat je voelde aankomen gebeurde inderdaad: Nasr citeerde de regels van Vasalis die het motto zijn van deze Nacht en vervolgde geëmotioneerd: ‘Lang leve Palestina’. Maarten Inghels probeert naar eigen zeggen al twintig jaar te stoppen met schrijven. Gelukkig slaagde hij daar niet in – en blijkens zijn website doet hij bovendien nog veel meer. Zijn voorstel voor een voetbalwedstijd tussen tweemaal elf bomen (een team inheemse, een team uitheemse bomen), die in de loop van honderd jaar ‘naar elkaar toe groeien’ was een verbluffend staaltje van de grenzeloos rekbare mogelijkheden van de poëzie. Roan Kasanmonadi – schrijver, danser, psychiater in opleiding – demonstreerde aanstekelijk en overtuigend dat de wijze waarop games zijn gestructureerd, ook een prima kapstok kunnen zijn voor gedichten.    

    Soms ongemakkelijk, immer poëtisch

    De  entr’acte van Brilhang, rapper uit Knokke-Heist, paste met zijn prachtige teksten, uitgevoerd in het West-Vlaams en indringend begeleid op een synthesizer naadloos tussen de andere poëtische voordrachten. Veel dichters vertolkten gedragen lange teksten, bezwerend, verhalend, soms sprookjesachtig, soms ongemakkelijk, immer poëtisch. De finale entr’acte van de Nacht behelsde een muzikaal spektakel opgevoerd door een ensemble bestaande uit negen vrouwen dan wel non binaire bandleden. Veel bezoekers waren al vertrokken maar de blijvers hadden gelijk en dansten de vermoeidheid uit hun ledematen. En konden zo om kwart voor drie nog aandachtig luisteren naar de laatste dichter, Yentl van Stokkum, die traditiegetrouw volgend jaar de 42e Nacht mag openen.

    Buiten de zaal was er gedurende de hele Nacht de roezige dynamiek van boekverkoop, stands van poëzie-uitgevers, tijdschriften als Vooys en Awater, signeersessies. Wie wilde kon terecht in een literaire tattooshop of naar een poëzie apotheek.
    ‘Wat goed dat dit bestaat!’, begon dichter Bernard Wesseling zijn voordracht. Daaraan hoeft niets meer te worden toegevoegd.

     

     

    Foto’s: Reinder Storm

     

  • ‘Langzaam overdachte woorden die we meenden’

    Afgelopen weekend vond de 40ste Nacht van de Poëzie plaats in TivoliVredenburg te Utrecht. Zaterdagavond stipt acht uur werd de avond afgetrapt en ruim zeven uur later, in de vroege zondagochtend half vier, wensten de vertrouwde presentatoren Piet Piryns en Esther Naomi Perquin de bezoekers na alle poëzie en spektakel een wel thuis en een goede nacht. Tussen die twee tijdstippen in trok een parade langs van dichters en dichteressen uit Nederland en Vlaanderen. Onder hen nieuwkomers als Mahat Arab en Joke Van Caesbroeck, evenals oudgedienden Jean Pierre Rawie en Judith Herzberg. Waarbij die laatste de kwaliteit van de nacht muntte met haar zinsnede, ‘Langzaam overdachte woorden die we meenden’.

    Voor de bezoekers van dit uitverkochte huis was er zoals altijd meer te zien en te doen dan een mens aan kan. Om te beginnen alle dichters en entr’acts natuurlijk. Omdat tradities er blijkbaar toch zijn om te worden gebroken was de eersteling van deze 40ste editie NIET degene met wie vorig jaar de 39ste Nacht van de Poëzie werd afgesloten. Het spits werd afgebeten door Bart Chabot. Bij zijn introductie werd nog wel even verwezen naar zijn leven als BN’er en naar zijn gezin met wie hij het Boekenweekgeschenk 2024 schrijft. Maar Chabot zelf hield het bij de poëzie, die hij nog altijd overtuigend de zaal in kan slingeren.


    Enthousiaste performances

    Hoogtepunt was wel het optreden van Gerda Lenten-Havertong, die op indringende wijze poëzie voorlas in het Sranantongo van Michaël Slory en Robin Ravales (‘Dobru’) en in het Nederlands voorlas. Toewijding en enthousiasme spatten van Havertongs performance af  – en ze had zich mooier gekleed dan welke andere deelnemer ook. Het publiek sloot Gerda hartstochtelijk in het hart. Ook Elmar Kuipers gedichten waren er trouwens in twee talen: hij las ze in het Fries, en achter hem op een groot scherm waren Nederlandse vertalingen te lezen. Het leverde een poëzie-ervaring op die gelaagd en geslaagd was.

    ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen van poëzie een avondje lachen’, aldus Remco Campert. Buddingh’ is al jaren dood, Campert inmiddels ook. Of het waar is of niet – gelachen werd er zeker, en sommige publiekslievelingen speelden daar ook duidelijk op in. Hans Dorrestijn noemt zich welbewust cabaretier, en Joost Oomen liet zien en horen dat een welhaast bezeten-gejaagd en geestig optreden heel goed met poëtische zeggingskracht kan worden uitgevoerd.


    Dansen en dichten

    De entr’acts waren alle van een muzikale opzwependheid, ter afwisseling met intrinsieke sereniteit die poëzie toch nog altijd nog aankleeft. Zangeres Naaz wist in het Koerdisch een dramatische urgentie over te brengen op haar publiek van hetgeen zij zong. Merkwaardig was het optreden van Hollywoodster Michael C. Hall en zijn band. De enigszins dreunend-dreigend monotone muziek kon kennelijk niet alle bezoekers bekoren. Toen het later werd en stilaan meer en meer bezoekers huiswaarts keerden en alleen de diehards overbleven, werden de beats van de optredens feller en veranderde de grote zaal van Vredenburg in een goed gebruikte dansvloer: bij de flitsende show van de band Kuzko rond half drie ’s nachts bleef vrijwel niemand stil zitten of -staan. Als vervolgens weer een dichter aantrad was de aandacht optimaal ververst.

    Dichterskwartet

    In de wandelgangen waren verschillende activiteiten. Er was poëzie te koop in antiquarische uitgaven en nieuwe publicaties. Er waren gedichten te beluisteren via een poëzietelefoon en wie wilde kon de live opname van een podcast bijwonen. Wat een buitenkans bleek, want wanneer ben je nou getuige van een gesprek over poëzie tussen Ingmar Heytze, Jean Pierre Rawie en John Jansen van Galen? En omdat de Nacht inmiddels al veertig jaar bestaat en daar veel beeldmateriaal van beschikbaar is, werd er tussen alle bedrijven door genoten worden van foto’s, video’s en geluidsfragmenten van dichters die lang geleden optraden.

    Bovendien werd er ter gelegenheid van de 40ste nacht een dichterskwartet uitgegeven door ILFU die de ‘Nacht’ organiseert. Om thuis nog eens mee te spelen. Dus ja, het was zeker een goede nacht. Volgend jaar weer!

     

     

     

     

    Foto’s: Reinder Storm

     

  • De 39e Nacht van de Poëzie, een magisch taalfeest

     

    Literair Nederland moest onverhoopt verstek laten gaan bij de Nacht van de Poëzie, maar Sophie Mulder & Edo Storm, twee studenten uit Utrecht waren bereid deze Nacht voor ons te verslaan.


     

    ‘Ik twijfel niet / aan wie ik ben / maar wie zijn al die anderen?’, zo prijken de dichtregels van Andy Fierens in de dichtbundel van de 39ste Nacht van de Poëzie. Dit poëziefestival is voor velen niet enkel een zeven uur durende lof op de hedendaagse gesteldheid van de Nederlandstalige poëzie, maar ook een feest van herkenning, zowel van de namen op het podium, als van de gezichten in de wandelgangen.

    De 39e Nacht van de Poezië was voor ons respectievelijk de eerste en de vierde Nacht die we bijwoonden. Overdag kwamen we al bekende gezichten tegen in de stad, die voor dit evenement naar Utrecht waren afgereisd. Toen de nacht dan eindelijk viel, sloegen we met enige verwondering gade hoe de hele literatuurwereld bijeen was gekomen in de grote zaal van het Utrechtse Tivoli Vredenburg. De gangen bruisten en in de zaal hing een gezonde spanning. We twijfelden of dit marathon evenement ons wederom consistent zou weten te boeien, maar de eerste drie dichters vlogen al snel aan ons voorbij. Joke van Leeuwen sprong eruit als veteraan, die zich de kunst van het voordragen duidelijk op de meest originele manier eigen heeft gemaakt. Ze maakte ons bekend met de praktijk van dolfijnen die zonder schaamte en zonder taboes elkaars clitorissen stimuleren.


    Jong en oud

    Wat ons opviel, terwijl we het publiek in ons opnamen, was de curieuze verhouding tussen oud en jong. Dit werd vooral zichtbaar tijdens het optreden van de band Broken Brass. Terwijl in de ‘pit’ de zogenaamde jeugd op uitbundige wijze danste, kabbelde dit als een golf uit naar de bovenste hoeken van de zaal, waar het oudere publiek hier en daar werd aangestoken tot een bescheiden dansje. Bewonderenswaardig, aangezien de stoelen van de grote zaal in Tivoli niet bepaald uitnodigend zijn voor enige beweging. Tijdens de avond zagen we dan ook enkele mensen die zich een weg probeerden te banen door de doolhofachtige zaal onderuit gaan. 

    Na de eerste entr’acte begaven we ons even buiten de zaal. De doeleinden van het jonge en respectievelijk oudere publiek leken lijnrecht tegenover elkaar te staan. Middelbare scholieren en studenten bewezen door hun aanwezigheid hun volwassen en verfijnde culturele smaak, terwijl de ouderen zich schijnbaar te trots voelden om zich onder de jeugd te begeven, bij dit evenement dat tot diep in de nacht duurde. In de wandelgangen werd druk genetwerkt, door beide generaties en de algehele sfeer was levendig. Ivo de Wijs, die de tweede ronde van dichter afsloot, viel op door zijn humor en speelsheid, die alle elitaire pretenties een moment deed verdwijnen. Jong en oud genoten van zijn lofzang op de nare jeugd van tegenwoordig.
    Rond elf uur was eindelijk het moment daar, waar iedereen, ook al zullen ze het misschien niet toegeven, op had gewacht: Hans Klok. We kwamen er deze zaterdag zelf pas achter dat deze opvallende naam op de website prijkte. Dit soort unieke entr’actes maken de Nacht van de Poëzie tot wat het is.


    Betovering en begoocheling

    Terwijl eerst Charlotte van den Broek ons betoverde en begoochelde met haar woorden en innemende podium présence, stond daar plots deze blonde adonis als een teken van vergane glorie als nieuwe verwondering in deze ongebruikelijke context. In korte tijd trok hij verschillende kaartspellen uit zijn mouw, wist hij meerdere vrouwen op te sluiten in kleine kooitjes, ze in de fik te steken en door te spiesen met zwaarden om ze daarna weer heelhuids tevoorschijn te halen. Een show die voor veel gejuich en applaus zorgde, maar in de wandelgangen ook voor afkeer, zo hoorden we na afloop een dame aan haar vriendin vragen of ze ‘die verschrikkelijke Hans Klok’ had overleefd. 


    Levendige poëzie en Verbroederende saamhorigheid

    Het was juist tijdens het optreden van Klok dat de scheiding tussen jong en oud enigszins vervaagde. Naar onze mening was het Klok die het publiek weer even voorzag van wat broodnodige energie en verwondering om de mooie, maar soms uitputtende avond te ‘overleven’. Bovendien vinden we het prachtig dat de organisatie door de inclusie van Hans Klok in het programma, de harde lijn tussen ‘hoge’ cultuur, waar poëzie toch nog steeds onder valt, en de ‘lage’ variant, trachtte te overschrijden. Een doelstelling die überhaupt het hart lijkt te vormen van de Nacht waarin poëzie op levendige wijze toegankelijk wordt gemaakt.

    Klok’s energie werd voortgezet door een eveneens blonde (poëzie) magiër, Marieke Lucas Rijneveld. Hij nam de tijd en brak met zijn zorgvuldig geselecteerde strofes de Nacht doormidden. Enkel met ingetogen woorden, zonder hulp van vuur en schaars geklede vrouwen, wist hij het publiek tot een oorverdovende applaus te beroeren. ‘Betoverend’ is misschien wel de beste beschrijving van de staat, die deze poëtische marathon opwekt. Na enige tijd kom je als publiek terecht in een soort trance die de overgang tussen act en entr’acte, zaal en wandelgang en jawel, jong en oud doet vervagen. Wederom, slaagde de Nacht van de Poëzie erin om door middel van woord en cultuur een verbroederende en saamhorige sfeer te creëren die weinig andere evenementen weten te evenaren. 

     


    Zangeres Maria Farantouri neemt het publiek mee naar niet bestaande Griekse landschappen.

     

     


    Foto 1:  Michael Kooren
    Foto 2: Edo Storm

  • Daan Remmerts de Vries ontvangt Theo Thijssen-prijs

    Hij heeft er wel even op moeten wachten, de prijs was hem immers al in maart 2021 toegekend, maar op donderdag 23 juni 2022 heeft Daan Remmerts de Vries (1962) dan toch eindelijk de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs in ontvangst mogen nemen in theater Diligentia in Den Haag.

    De Theo Thijssen-prijs, de belangrijkste prijs in kinderboekenland wordt toegekend door het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs  voor Letterkunde voor het complete oeuvre van een auteur. Remmerts de Vries ontving de prijs uit handen van Maaike Meijer, bestuursvoorzitter van de Stichting P.C. Hooftprijs. Zij citeerde uit het juryrapport:
    ‘In zijn inmiddels meer dan zestig boeken verkent Daan Remmerts de Vries steeds nieuwe mogelijkheden en grenzen omdat zijn kunstenaarschap daarom vraagt. Zijn personages op zoek naar eigenheid en vrijheid geven zijn verhalen – wars van het modieuze – een groot gevoel van urgentie. Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht. Remmerts de Vries levert al een oeuvre lang een unieke bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.’

    De jury bestond uit: Marjon Kok, Ted van Lieshout, Matijs Lips, Annemiek Neefjes (voorzitter) en Veerle Vandenbosch.

    Het Literatuurmuseum in Den Haag had een feestelijk programma gemaakt met een optreden van een speciale gelegenheidsband die twee songs ten gehore bracht waarvan Daan Remmerts de Vries zelf tekst en muziek schreef. Sjoerd Kuyper droeg een prachtig gedicht voor dat hij speciaal voor deze gelegenheid had geschreven. Zangeres Shirma Rouse vertolkte tot slot Imagine. 


    (Foto: Mylène Siegers)
  • ‘Qua eer en inzet de mooiste die je als auteur kunt winnen’

    Het was een feestelijke bijeenkomst, de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs 2022, die het Literatuurmuseum afgelopen donderdag 19 mei in theater Diligentia in Den Haag had georganiseerd. Maaike Meijer, voorzitter van de Stichting P.C. Hooft-prijs, reikte met zichtbaar genoegen de prijs voor verhalend proza uit aan Arnon Grunberg. In december jl. bij de toekenning, omschreef Grunberg deze prijs als volgt: ‘Qua eer en inzet de mooiste die je als auteur kunt winnen.’

    In zijn dankwoord omschreef Grunberg de roman, ‘als het podium voor verlangens en angsten – die twee zijn moeilijk van elkaar te scheiden –  als de enscenering van de overtreding, als illustratie bij het inzicht dat leven verspilling is. Waaraan moet worden toegevoegd dat het gevaar altijd weer zal worden gezocht, en het willen doen verdwijnen van elk gevaar slechts de subtiele doodsdrift is. Immers, waar elk gevaar is geweken heeft de dood zijn intrede gedaan.’

    ‘Als geen ander stelt Grunberg de verhouding tussen spel en werkelijkheid, tussen de vernislaag van de beschaving en de barbarij, in zijn romans steeds op scherp. Roman na roman ensceneert Grunberg situaties voor zijn personages, meestal mannen, waarin zij de maatschappelijke rol die ze zich hadden aangemeten niet meer kunnen spelen’, zo staat het in het juryrapport. De jury, bestaande uit Agnes Andeweg (voorzitter), Rashid Novaire, Esther Op de Beek, Coen Peppelenbos en Nina Polak, omschrijft Grunberg als ‘een schrijver die ongeëvenaard is in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht. Onverminderd nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken.’

    Een dag later nam het Literatuurmuseum een portret in brons van Arnon Grunberg in ontvangst, gemaakt door beeldhouwer Mohana van den Kroonenberg naar aanleiding van de toekenning van de P.C. Hooft-prijs. Het beeld staat bij de ingang van het museum.

     

     

     

    Foto Arnon Grunberg: Mylene Siegers,
    Foto portret in brons: Mohana van den Kroonenberg

     

  • Succesvolle eerste editie Nederlands Poëziefilm Festival

    Afgelopen zaterdag vond het eerste Nederlands Poëziefilm Festival plaats in Zutphen. Een festival van deze omvang en inhoud werd nog niet eerder vertoond in Nederland. Poëziefilm is een genre dat in Nederland langzaam aan terrein wint, na deze succesvolle editie kan het niet anders of er zal een vervolg komen. Zaterdag werden op verschillende locaties aan de Houtmarkt zo’n zeventig poëziefilms vertoond en vonden er ontmoetingen plaats met de makers zoals Tom America, Sjaak Flikweert, Pat van Boeckel en het Rauwkost-Collective. In het filmhuis Luxor Theater werden in twee zalen korte films gedraaid. In Kunsthuis Dat Bolwerck vonden de interviews met de makers van de films plaats, alsook de presentatie over de levens en werk van de Nederlandse dichter Herman Gorter en dichteres Henriëtte Roland Holst.

    Terwijl marktkooplui hun spullen aan de man brachten, mensen in de rij stonden voor een portie kibbeling, vers bereide falafelballetjes en de bloemenman goede zaken deed, trokken de eerste bezoekers van het festival tegen 11.00 uur naar het Luxor Theater. In de grote zaal werden de scholierenfilms vertoond die scholieren van het Isendoorn College hadden gemaakt op gedichten van Wout Waanders, Iduna Paalman, Ingmar Heytze en Naomi Montroos. In een klein, intiemer zaaltje werden vier buitenlandse poeziëfilms vertoond die eerder op het Zebra Poetry Film Festival in Berlijn te zien zijn geweest. Het Zebra Festival is de voorloper van de poeziëfilm festivals en vindt sinds 2002 tweejaarlijks plaats in Berlijn. Vier poëziefilms, geselecteerd door artistiek directeur van het Zebra Poetry Film Festival, Thomas Zandeigiacomo del Bel van Zebra, openden in de kleine zaal het festival.

    Verrassend en vervoerend

    Je zou denken dat poëzie zichzelf genoeg is. Het is dan ook verrassend te ervaren hoe een gesproken gedicht in filmbeelden omgezet aan kracht wint, vervoerend werkt, zoals Cos Endins / Inside the body van de dichter Eduard Escoffet ( 1979, Barcelona) en video artiest Gianluca Abbate. Een experimenteel project met reproducties van woorden en bewegingen. Eén persoon veelvoudig weergegeven, een herhaling van woorden en een oneindige vermenigvuldiging van personen, daarbij muziek die het ritme van woord en bewegingen ondersteunen, je de soepelheid van bewegingen gaat meevoelen. De poeziëfilm The opposites Game, van Anna Samo & Lisa LaBracio gebaseerd op een gedicht van Brandan Constantine, is een spel van uitdagen, ontkenning, opnieuw uitdagen, zoekend naar het juiste antwoord. Sterk in beeld en voordracht, de uitkomst is geweldig.

    Nederlandse Poëziefilms

    In de grote zaal was er het blok Jaaroverzicht 1, waarin twaalf Nederlandse poëziefilms werden vertoond. Dichteres Heidi Koren ontroert en schokt met haar Het is genoeg. Waarin regels als (‘Ik wil bloter zijn dan bloot en moest eerst groot groeien om te snappen dat het kleiner kan’) raken, het beeld confronterend werkt. Ook de poëziefilms van Ingmar Heytze, De grote vacantie, van Moya de Feyter, Thuis en van Nafiss Nia Weggaan is een gok zijn een intense beleving, hoewel Heytze de licht komische noot brengt.
    In Kunsthuis Dat Bolwerck presenteerde stichting Feest der Poëzie in de gedaante van Simon Mulder een voordracht en films over het leven van Herman Gorter en Henriette Roland Holst. Een mooie presentatie van het gedicht Mijn liefste was dood, met filmbeelden, live muziek en voordracht.

    Van het Rauwkost-Collective werden drie films van dichter Dean Bowen en een film van Vienne Hageoort vertoond. Van Pat van Boeckel zeven films met onder meer werk van Remco Campert, Ester Naomi Perquin, Fernando Pessoa en Jaques Prévert. Van Tom America negen poëziefilms, waaronder het bekende Lamento van Remco Campert. Een gedicht brengt een beeld naar voren, muziek versterkt het ritme van de woorden, de regels, de filmbeelden maken er een intense beleving van. Er is een nieuw Nederlands festival gelanceerd, iets om naar uit te zien. Benieuwd in welke stad de volgende editie van het Nederlands Poëziefilm Festival zal plaatsvinden.

     

     

  • Woordnacht met grote namen en beginnende schrijvers

    Het afgelopen weekend vond in Rotterdam de vierde editie van literair festival Woordnacht plaats. Het thema van dit jaar was ‘Stilte’. Op de zaterdagavond zijn er zes festivallocaties, verspreid over de binnenstad: Arminius, het Goethe-Institut, Theater Rotterdam en drie zalen in hoofdgebouw TENT. Bij sommige optredens, zoals een interview met Arthur Japin over diens roman Kolja, is een gebarentolk aanwezig. Ook is er een silent poetry slam, met optredens van dove artiesten.

    Bij TENT kunnen vanaf zeven uur de entreekaartjes worden afgehaald. Wie een paar minuten te vroeg is, moet buiten wachten, binnen wordt nog gerepeteerd. Na zevenen worden de bezoekers verwelkomd met koffie en koekjes. Medewerkers delen overzichtelijke, mooi vormgegeven programmaboekjes en plattegronden uit. Een dag eerder, op vrijdag 25 oktober, heeft Nelleke Noordervliet de Anna Blamanlezing verzorgd. Er is een stapel exemplaren van de gedrukte versie over, gratis mee te nemen.

     

    Poëzie op muziek

    In zaal één van TENT trapt dichter Peggy Verzett de avond af. ’s Middags heeft ze de eerste Jana Beranováprijs uitgereikt gekregen in de pas verbouwde boekhandel Donner. Speciaal voor Woordnacht werd een muzikaal programma gemaakt op basis van haar teksten en gedichten. Ze wordt begeleid door Kobi Arditi op de trombone en Mathijn Den Duijf op de piano. Bij haar opkomst vertelt ze dat de zaal veel resonantie heeft. Waarschijnlijk zal het publiek weinig van haar poëzie verstaan, voorspelt ze.

    Inderdaad zijn de woorden niet verstaanbaar, maar de klanken des te beter. Bovendien zet Peggy Verzett haar lichaam in om haar boodschap kracht te geven: ze gooit haar armen omhoog, keert het publiek de rug toe en danst weg bij de microfoon. Af en toe verstaat het publiek een flard van de tekst: een vader loopt met een vaas, een paar seconden later ‘moet hij terug’. Waarom hij terug moet en waar ‘terug’ is, blijft dankzij de akoestiek een mysterie. Juist dat geeft het optreden van Peggy Verzett iets extra’s.

    Avond vol advies

    Daarna begint in zaal drie het ‘debutantenprogramma’. Hierin gaat een gevestigd auteur in gesprek met een aanstormend talent dat nog bezig is met zijn of haar eerste boek. Eerdere aanstormende talenten waren onder anderen Carmien Michels (Europees kampioen poetry slam en inmiddels gedebuteerd als dichter met de bundel We komen van ver) en Bianca Boer (auteur van de recent verschenen roman Draaidagen en zelf ook aanwezig op Woordnacht voor een interview dat later op de avond plaatsvindt).

    Dit jaar mag Vincent Kortmann zich bij hen aansluiten. Hij zal in gesprek gaan met festivaldirecteur Hans Sibarani en Manon Uphoff, die in 1995 debuteerde met de verhalenbundel Begeerte. Voordat het zover is, vertelt Manon Uphoff over de periode waarin zij aan haar debuut werkte. Ze wist toen al dat Begeerte een basis zou worden waarop ze de jaren erna zou kunnen voortbouwen. In elk kort verhaal was namelijk een groter verhaal verborgen. Ze vergelijkt haar schrijfproces met een matroesjka, een pop die je kunt openmaken en waaruit steeds een nieuw figuur tevoorschijn komt.

    Opgroeiende meisjes in de literatuur

    De telefoon van Hans Sibarani piept. ‘Momentje,’ zegt hij tegen het lachende publiek. ‘Ik dacht dat ik hem had uitgedaan.’
    De telefoon blijft de rest van het gesprek piepen, maar Manon Uphoff trekt zich er niets van aan. Ze vertelt over het schrijfproces rondom Vallen is als vliegen, haar recentste roman: ‘Ik denk niet dat iemand anders dit boek kon maken.’ Het gesprek gaat verder over recensies. Na haar debuut las Manon Uphoff  in een recensie dat wel heel veel verhalen uit het boek over opgroeiende meisjes gingen. ‘Het was precies de helft,’ zegt ze. In de jaren 90 kregen opgroeiende jongens meer aandacht in de literatuur en áls het al over meisjes of vrouwen ging, bleef dat vaak braaf. Manon Uphoff schreef destijds bewust over niet alleen begeerte, maar ook de woede die daarbij kan komen kijken: ‘Ik wilde laten zien dat woede ook een kracht is, een energie, een motor.’

    Vincent Kortmann betreedt het podium. Zijn boek – het zal verschijnen bij uitgeverij Atlas Contact en een titel heeft het nog niet –  gaat over een negentienjarige jongen die door alle vrouwen in zijn leven is verlaten. Dan krijgt de jongen plotseling een stiefzus, die steeds extremere streken uithaalt. Manon Uphoff heeft de eerste vijfenzeventig pagina’s van het manuscript mogen lezen, maar het publiek krijgt alleen het begin te horen. Het is dapper dat Vincent Kortmann voordraagt, aangezien hij benadrukt dat het redactieproces nog bezig is. De eerste zin is alvast indrukwekkend: ‘Vanaf het balkon schoot mijn stiefzus Fay haar luchtbuks leeg op conservenblikken in de tuin.’ Een verschijningsdatum is nog niet bekend, maar het voorgedragen fragment smaakt naar meer.

    Schrijfprocessen

    Jammer genoeg wordt er niet ingegaan op het schrijfproces van Vincent Kortmann. Wél prijst Manon Uphoff de toon en de vertelstem in zijn manuscript. Ook is ze onder de indruk van de dialogen, zelden zijn die bij beginnende schrijvers zo naturel. Ze is van mening dat ‘de innerlijke motor van de hoofdpersoon’ belangrijker voor het verhaal is dan een plot.
    ‘Het moet wel echt ergens over gaan,’ werpt Vincent Kortmann tegen. Hij vindt het belangrijk om naar een bepaald punt toe te werken. ‘Het verhaal mag niet uitgaan als een nachtkaars.’

    Manon Uphoff geeft advies, niet alleen aan Vincent Kortmann, maar aan iedereen die een boek wil schrijven: ‘Ga aan de gang met je eigen stem en geloof erin. Het maakt niet uit of je uiteindelijk goede of slechte kritieken krijgt. Je hebt daar geen invloed op, dus geloof vooral in wat je kunt.’ Vincent Kortmann vraagt hoe Manon Uphoff haar personages, die vaak bizarre handelingen verrichten, geloofwaardig kan neerzetten. ‘Je moet het zelf geloven,’ is haar antwoord. Na het optreden verlaat het publiek de zaal, maar zij blijft achter om nog even met Vincent Kortmann over zijn boek-in-wording te praten, zonder toeschouwers.

    Grote thema’s

    Hierna interviewt Alek Dabrowski de schrijvers Bianca Boer en Christiaan Jongeneel. Hij vindt Magda is overal  van Christiaan Jongeneel, ‘een complexe roman’, en voegt eraan toe dat het is bedoeld als compliment. Het is namelijk ‘de eerste grote 9/11-roman’. Ook in dit gesprek is plot een discussiepunt. Voor Bianca Boer, schrijver van Draaidagen, is plot niet belangrijk: ‘Ik wil mensen maken en ze op elkaar laten reageren.’ Haar roman gaat enerzijds over Auschwitz en anderzijds over Judith, die figureert in een film die zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Bianca Boer draagt een fragment voor waarin de verhaallijnen samenkomen: de filmset voelt als bezet Nederland. Zowel de voordracht als de inhoud wekken de roman tot leven voor het publiek. Over Draaidagen vertelt ze: ‘Sommige geschiedenissen gaan generaties lang door. De hoofdpersoon krijgt geen kind, omdat ze niet wil dat de geschiedenis zich herhaalt.’ Ook Christiaan Jongeneel mag voordragen. Magda is overal blijkt inderdaad complex: de roman telt drie delen en uiteindelijk draait het boek om de vraag of Magda wel bestaat. Hoewel beide auteurs uit Rotterdam komen en voor een groot thema hebben gekozen, hebben ze compleet verschillende boeken geschreven.

    Overvloed aan optredens

    Woordnacht kent een erg vol programma. Om half negen ’s avonds zijn bijvoorbeeld de volgende optredens bezig: ‘Silence of the Slam’ met diverse spoken word-artiesten; een gesprek met Marcel Möring; ‘Dat soort volk’ met Jan Oudenaarden, Erik Brus en Alek Dabrowski; ‘Debutanten’ met Manon Uphoff, Vincent Kortmann en Hans Sibarani; en ‘Reprise: Montere weemoed’ met Thomas Verbogt en Beatrice van der Poel.

    Het is voor een bezoeker onmogelijk meer dan drie programmaonderdelen op de avond te zien zonder halverwege een optreden weg te gaan. Daardoor is er bij sommige optredens slechts een handjevol mensen aanwezig. Het is mooi dat Woordnacht zowel aanstormend talent als grote namen een podium biedt, maar de vraag rijst of het festival niet nóg beter tot zijn recht zou komen met minder locaties of een grotere tijdspanne.

     

    Beeld: Annaleen Louwes

  • Nacht van de Poëzie grootschalig festival met traditionele elementen

    De 37e editie van de Nacht van de Poëzie vond plaats op 28 september 2019 in de Grote Zaal van TivoliVredenburg.
    ‘Een Nacht van de Poëzie is voldoende om jaren niet meer te dichten,’ schreef Remco Campert eens. Een bezoek aan de Nacht doet anders vermoeden: dichter Esther Jansma, van wie al een tijd geen bundel is verschenen, merkt na haar aankondiging meteen op dat er snel nieuw werk zal komen. Daarop gaat er een zucht door de zaal.

    De jaarlijkse Nacht kent een lange traditie, maar ook nogal wat rellen en ophef. Mirjam van Hengel beschreef in de Volkskrant (27 sept. 2019) enkele van de veelzeggendste: zo trad Gerard Reve op in een nazikostuum en tekenden chaos en wanbeleid de eerste edities. Ook zouden dichters volgens de overlevering vetes achter de schermen uitvechten tussen de bedrijven door. Waar Campert destijds opmerkte dat je ‘ten slotte het slagveld verliet’, ‘gewonden en gesneuvelden achterlatend,’ verloopt deze 37e editie soepel. Dat is niet verwonderlijk, want van een rommelig evenement in de jaren ’60 is de Nacht uitgegroeid tot een grootschalig festival in poppodium TivoliVredenburg in Utrecht. De Nacht trekt grote namen en biedt bezoekers naast optredens ook signeersessies en een boekenmarkt, waar werk van de auteurs gekocht kan worden. Toch is de sfeer kleinschalig gemoedelijk: zodra de stoelen in de Grote Zaal vol zijn, gaan mensen op de trappen aan weerszijden van de tribune zitten, nemen plaats op de balkons, zelfs bij de uitgangen staan drommen toeschouwers. Iets van het ongeorganiseerde van vroeger lijkt hier toch nog – op een goede manier – te heersen.

    Thema van de Nacht

    TivoliVredenburg is voor de gelegenheid ingericht naar het thema, een dichtregel van Jan Wolkers uit zijn ‘Kalkstenen vlinders’: De stad zegt met één oog de nacht gedag. Vanaf het podium kijkt een enorm oogvormig decorstuk het publiek in. En in de pupil zijn de contouren van een skyline uitgesneden. Zo breed als je die frase kunt interpreteren, zo afwisselend is het programma: onder de negentien dichters zijn (vijf!) veelbelovende debutanten en geprezen oudgedienden. Onder hen zijn, in willekeurige volgorde: Babs Gons, Adriaan van Dis, Hagar Peeters, Tom Lanoye, Ellen Deckwitz, Rosa Schogt, Iduna Paalman, Ivo van Strijtem, Asha Karami, Ingmar Heytze, Nachoem Wijnberg, Esther Jansma, Lévi Weemoedt, Maud Vanhauwaert, Gerda Blees, H.C. ten Berge, Joost Decorte, Frans Kuipers en Kees Spiering. Van jeugd- tot ‘volwassen’ poëzie, serieus en satirisch, van abstracte dichtvormen tot klassieke sonnetten: alles komt voorbij.

    Een aantal dichtoptredens maakt bijzondere indruk. Adriaan van Dis draagt werk voor van onder anderen de Zuid-Afrikaanse dichters Antjie Krog, Elisabeth Eybers en Breyten Breytenbach – de laatste is verhinderd en Van Dis is in zijn plaats. Hij adresseert Apartheid, maatschappelijke ongelijkheid, de arm van de wet die geliefden uit elkaar en tot zelfmoord drijft in Adam Smalls ‘What abou’ de lô/What about the law’. Zijn voordracht zet de intieme ruimte in een ander licht, het oogvormige decorstuk staart naar het publiek, de dichtregels galmen na. Toch reageert Van Dis luchtig als er wordt geklapt: ‘Hè, stop nu toch, dit gaat allemaal van mijn minuten af!’

     

    Hij is niet de enige die een statement maakt zonder zijn engagement al te dik aan te zetten. De gedichten van Asha Karami zijn absurdistisch, sec, af en toe messcherp. Vaak lijkt haar werk aan te sluiten bij politiek-maatschappelijke onderwerpen, hoe abstract de situaties die ze schetst aanvankelijk ook overkomen. Ze laat genoeg stiltes vallen om haar regels nog even te laten rondzingen in de ruimte. Als ze impliceert een zekere rechtse politicus een kaakslag te hebben verkocht, gaat na een paar seconden een bevrijdende lach door de zaal. Ze doet ook het tegenovergestelde met verve: met schijnbaar alledaagse onderwerpen laat ze de luisteraar in vertwijfeling achter. Ook haar ‘vloeibare’ identiteit vormt een belangrijk thema dat ze desondanks terloops aankaart: ‘om mijn moeder te zien/ga ik naar holland casino/ladies night gratis drankje/ vind ik haar bij roulette’

    Angagement aanwezig

    Tom Lanoye toont zich eveneens maatschappelijk geëngageerd, en iedereen mag het weten: hij trekt alle registers open. Hij voert zijn bewerking van het Hooglied op, samen met een jonge actrice die hij voorstelt als zijn nichtje. Haar rol is beperkt maar doorslaggevend: ze is degene die door Lanoye wordt lastiggevallen tijdens het uitgaan, hij dwingt haar hem een kans te geven in niet mis te verstane bewoordingen. Zij wijst hem tot drie keer toe af, waarop hij inbindt, op zijn knieën valt en haar smeekt om hem dan ’toch minstens haar telefoonnummer te geven!!!, duidelijk geïnspireerd door de #MeToo-tendens. Lanoyes Hooglied is indringend en theatraal, compleet met lichtshow, aanzwellende muziek en geluidseffecten. De reacties zijn wisselend: sommigen zuchten, anderen zijn gehypnotiseerd.
    De Utrechtse dichter Ingmar Heytze windt het publiek ingetogen om zijn vinger: eerlijk, bijna breekbaar draagt hij een gedicht voor over een overleden dierbare. Er wordt ademloos geluisterd.

    Entre’actes

    Ook de entr’actes verrassen in hun veelzijdigheid. Het duo Marnix Dorrestein (elektrische gitaar) en Nora Fischer (zang) voert 17e-eeuwse liefdesliederen en vroege 20e-eeuwse klassieke muziek op. Bijzonder zijn de moderne arrangementen waarin ze de muziekstukken steken: er klinken rock, grunge en hier en daar zelfs fado-invloeden in door. De Bosnische zanger Božo Vrećo brengt in een jurk en op torenhoge hakken traditionele volksliederen ten gehore, begeleid door opzwepende drums. Zijn stem is krachtig en zuiver, maar niet iedereen begrijpt de act, en ondanks herhaalde verzoeken klapt het publiek maar aarzelend mee op het ritme van de muziek.

    Ook Gilbert O’Sullivan treedt op, een op het eerste gezicht verrassende keuze. De Ierse singer-songwriter had in de jaren ’70 succes met nummers als Matrimony en Alone again (naturally), maar verdween uit de schijnwerpers, afkerig als hij was van de showbusiness. Haast verlegen zit hij achter zijn keyboard, tussendoor af en toe anekdotes en grappen vertellend over zijn carrière, het schrijven van liedjes. Na het eerste nummer al blijkt waarom O’Sullivan zo’n goede keus is: bijna alle oudere bezoekers van de Nacht zingen mee (‘You can join in.’), dansen met elkaar, knijpen elkaar in de arm: ‘Goed is hij, hè? Nog steeds!’ Met hun enthousiasme steken ze de jongere bezoekers aan.

     

     

    De Nacht van de Poëzie mag dan al decennialang volwassen zijn, sommige dingen lijken onveranderd, met name het spontane karakter ervan. Er wordt niet op voorhand een programma bekendgemaakt, wat een bezoek ook een beetje in een zoektocht doet veranderen: er is voor elk wat wils, maar je moet wel net op het juiste moment op de juiste plek zijn. Dat is tegelijkertijd de charme ervan: als je je favoriete dichter mist, kan een nieuwe favoriet zich plotseling aandienen. Één Nacht van de Poëzie is voldoende om nog jaren te kunnen lezen.

     

    © foto’s Michael Kooren en Patrick Post

     

  • Met de neus in de poëzie bij Dichters in de Prinsentuin

    Een goed festival, net als goede poëzie, blijft je bij. Vorige maand vond Dichters in de Prinsentuin in de binnenstad van Groningen plaats. In de ruim twee decennia dat dit dichtersfestival bestaat is het uitgegroeid tot een uniek in zijn soort zijnd festival. Het idee werd ooit geïnitieerd door de huidige Dichter des Vaderlands Tsjead Bruinja, die vanuit de behoefte de stad tijdens de zomer in literair opzicht tot leven te brengen en verschillende dichters bij elkaar trommelde. Het concept is in al die jaren onveranderd: verspreid over het weekend wordt tijdens de middagen op het theeveld voorgedragen door gerenommeerde dichters, in de loofgangen van de Prinsentuin treedt een keur van dichters op die net enkele schreden op het dichterspad hebben gezet, zij aan zij met de bekendere dichters. De vrijdag- en zaterdagavond wordt in een theatertje gehouden en kent een meer inhoudelijk programma met interviews en discussies onder dichters.

    Face to Face

    Voor sommige dichters was optreden in de loofgangen van de Prinsentuin de eerste keer om face to face met publiek te staan. De afstand tussen dichter en luisteraar beslaat soms niet meer dan een halve meter, er wordt naar de dichter voorovergeleund, bijna letterlijk neus tegen neus, en dan moet je maar sterk staan in je voordracht. Tijdens het voordragen in de loofgangen lopen mensen voorbij, blijven of langdurig staan, of lopen halverwege een gedicht weer door. Voor de aankomende dichters was er dan ook een workshop georganiseerd, gegeven door spoken word artiest Babs Gons – zelf ook een van de optredende dichters – om het jonge talent enigszins gevormd de Prinsentuin te laten ingaan. Gons zorgde de eerste middag voor een schitterend optreden. Met elk woord een beeld creërend, zo nu en dan intiem confronterend, met kracht en in perfectie gebracht. Zonder papier om van te lezen, recht uit hoofd en hart, om stil van te worden. Dat de organisatie haar gevraagd heeft jonge dichters in het voordragen te vormen, lijkt dan ook een voor de hand liggende keuze.

     

     

    Zeventig dichters verdeeld over twee middagen en twee festivalavonden die zo’n tweeduizend bezoekers trokken. Er konden zelfs verzoeknummers worden aangevraagd tijdens de optredens in de loofgangen. Soms verzon de dichter ter plekke een gedicht, of bewerkte een bestaand gedicht (Norbert De Beule kreeg het woord ‘appelmoes’ toegeworpen wat hij verwerkte in een bestaand portret van zijn oma) om aan het verzoek van de bezoeker tegemoet te komen.
    De interactie tussen dichter en publiek was inspirerend en oprecht, want wie een voordracht niet bevalt, loopt gewoon door. Langs de tuinen zitten bezoekers op bankjes, wandelen langs het theeveld, blijven staan, gevangen door de poëzie, want het mooie aan dit festival is dat het gratis is. Dit alles tegen een achtergrond van het stadse geroezemoes, stationair draaiende auto’s voor een stoplicht, geroep van jongeren (dronken?) en ronkend overkomende helikopters.

     

     

     

    Gevleugelde woorden

    Wie door de loofgangen liep, ging op gevleugelde woorden die een eigen leven gingen leiden. Veelvuldig waren opa’s, moeders, liefde en selfiepoëzie tot onderwerp gemaakt.
    ‘we verdwijnen nooit helemaal de schemer is genoeg’
    ‘moeders zijn de ware alchemisten’
    ‘kijk ik heb een typemachien’
    ‘probeer maar eens een wereld op poten te zetten’
    ‘ik vond in veren en botten warmte’
    ‘meisjes op het schoolplein die blij zijn als het pauze is’
    ‘gaf een zwerfhond voorrang aan een kat’
    ‘ik zit ook maar vast tussen de spelonken van mijn schedel’
    ‘de allermooiste reden’
    ‘naar het land van zeil en tegels’
    ‘kleuren vluchten uit bloemen’
    ‘ik zing niet, dit is geen zingen, geen zingen, geen lied’
    ‘herinneringen moesten worden opgelaten’
    ‘longen hangen met touwtjes aan zijn ribben’
    ‘in het handschoenenkastje bewaar ik oude ansichten’

     

    Enkel de dichter

    Goede poëzie doet je vergeten waar je bent. De tijd verdwijnt, weg van de Prinsentuin, het geroezemoes. Enkel de dichter wordt gehoord. Zo ging het onder meer bij voordrachten van stadsdichter van Amsterdam Gershwin Bonevacia, die voordroeg uit zijn debuut Ik heb een fiets gekocht. De jonge Obe Alkema verraste met zijn ‘gangbaarheid’ ontwijkende poëzie. Evenals Micha Andriesen die nog schor van de verslaggeving van het North Sea Jazz festival in Rotterdam drie gedichten bracht die voor een aandachtig stilte zorgde. De poëzie van Anne Vegter – die de zondagmiddag op het theeveld afsloot met gedichten uit haar nog te verschijnen bundel – zou je ‘levenswerk’ kunnen noemen, schrijnend en vernieuwend. Zelfbenoemd Plattelandsdichter Paul Demets bracht een laagje engagement in het geheel van selfies en verwerkingspoëzie.

     

     

    Noodzakelijkheid van poëzie

    Wat bijblijft is een uitspraak van de Engelse dichteres Verity Spott in een gesprek met Dean Bowen, Juha Virtanen, Obe Alkema en geleid door Hassnae Bouazza, over hoe geëngageerd poëzie behoort te zijn. Heeft de dichter een plicht om de actualiteit in zijn poëzie te verwerken? Volgens Spott kun je niet een geëngageerd dichter zijn, maar wordt je dat gemaakt door de omstandigheden. Veel dichters schreven vanuit een dictatuur zonde geëngageerde poëzie te willen schrijven. Het was de dictator die hen tot een politiek dichter maakte door ze gevangen te zetten. Een mooie tegenstelling tussen Alkema en Spott is dat Alkema zich niet verplicht voelt in het voetspoor van vroegere dichters te treden, hij creëert als dichter nadrukkelijk zijn eigen weg. Voor Spott was dit ondenkbaar, zij heeft veel gehad aan vroegere dichters en zegt: ‘Of je het nu leuk vindt of niet wij behoren tot die geschiedenis van dichters.’ Haar conclusie was dat als je de geschiedenis wilt wegvagen, een dictatuur om de hoek ligt. Waarmee dit festival een gelaagdheid kreeg die aan poëzie een zekere noodzakelijkheid gaf.

     

    Foto’s © GrootWassink
    (Gershwin Bonevacia, Babs Gons, de loofgangen, Astrid Lampe, Paul Demets)

    Kijk op Dichters in de Prinsentuin als je wilt weten wie de dichters waren die dit jaar hebben meegedaan.

     

  • Innemende dichters en meeslepende entr’acts

    De Nacht van de Poëzie, een evenement dat altijd op zichzelf stond, maakt dit jaar voor het eerst onderdeel uit van het International Literature Festival Utrecht (ILFU) en was een feestelijke afsluiter van het veertiendaagse festival. Gepresenteerd door het dichterlijke duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns, waarvan de laatste zijn 30ste Nacht presenteerde wat en passant gevierd werd.

    Waar blijft de tijd

    De Nacht wordt traditiegetrouw geopend door een ‘jonge’ dichter die het voorgaande jaar de Nacht heeft afgesloten. Deze 36e Nacht beet Vicky Francken het spits af met: ‘Liefde is een zwaar beroep, [naar Rogi Wieg] maar ook het dichterschap, want ze sterven te vroeg.’ Waarop ze de dit jaar overleden Menno Wigman – die haar dichterschap voor een deel bepaalde – toedicht: ‘Ik lees je / en ik hoor je / en ik weet dat / je nog leeft.’

    Tussen de optredens door worden op drie schermen opnames vertoond van Nachten van weleer. In zwart/wit beelden komen voorbij: Een jonge Campert met een even jonge Van Kooten, Hugo Claus met Hans van Mierlo, een piepjonge Ingmar Heytze, Vaandrager, Johnny van Doorn, Fritzi Harmsen van Beek, Gerrit Kouwenaar, H.C. ten Berge, Ischa Meijer, Adriaan Morriën, Annie M.G. Schmidt, en je denkt, waar blijft de tijd?

    Er zijn dichters die het niet alleen van lezers maar ook van luisteraars moeten hebben, zoals Delphine Lecompte. In de wandelgangen klinkt dat haar gedichten bij voordracht ‘waanzinnig beter’ overkomen. Zichtbaar gespannen brengt ze haar voordracht tot een daverend einde. Deze Belgische dichteres die strofen leest als: ‘bevangen door smog en weemoed’; ‘Een man verleidt mij met een woordspeling’; en bij wie iemand ‘klinkt als een gewonde reiger’, heeft een grote charme.

    Presentatie

    Arno Van Vlierberghe komt op in zwart hemd waaruit schouders en armen wit afsteken. Met sterke zinnen als – ‘de kunst van het risicoloos denken’; ‘doel dit gedicht is om alle anderen te onttronen’; ‘mooie holle woorden waar iedereen van houdt’ – schudt hij het moreel besef van het publiek flink op. Voor even lijkt hij verbonden met Rogi Wieg, waarvan deze Nacht een beeld voorbij kwam waarin Rogi met ontbloot bovenlijf achter de vleugel zit en zegt: ‘Je moet toch wat doen om op te vallen’.

    Gerenommeerde dichters

    Anton Korteweg refereert aan ‘de moeder de vrouw’ kwestie in de literatuur. Hij leest een gedicht waarin moeder de vrouw het onderwerp is en sluit geserreerd af met: ‘En dat had dan bijna niet gemogen’.

     

    Een van de hoogtepunten is het optreden van Judith Herzberg die ook tijdens een van de eerste Nachten acte de présence gaf. Toen was er veel gelachen, vertelt Piet Piryns, om haar grappige gedichten. Ook nu speelt haar onbevangen voordracht vrolijkheid in de hand. Al is niet alles om te lachen benadrukt ze bij het gedicht waarvoor ze zich heeft ingeleefd in een vrouw die meerdere baby’s ombracht en op zolder verborg. ‘Je moet je in alles kunnen inleven’, vond de dichteres. Herzbergs poëzie is eenvoudig, en steeds met een draai die bevrijdend werkt en de lach oproept. Hilarisch is het gedicht dat ze een ‘gestolen tekst’ noemt, van iemand die al zoekende door haar spullen in een koffer ging en mompelde: ‘ik zal toch niet…, heb ik nu,… waar zou dan,… nee hè…, deze niet,… heb ik nou, nee…, nou ja, zal ik dan… (…).

    Laat je gaan

    Deze 36e Nacht drijft op de woorden ‘Ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht’ van de dit jaar overleden en zeer gemiste dichter F. Starik. Thomas Möhlmann herdenkt Starik met een variatie op het gedicht ‘Gras’ dat Starik tijdens De Nacht van 2016 in grasgroen kostuum voordroeg.

     

    En dan wervelt daar opeens Willeke Alberti, (een van de entr’acts) gekleed in een wijdvallende rode jurk over het toneel. De 74-jarige vedette van het Nederlandstalige lied neemt met haar enthousiasme en nuchterheid (Spiegelbeeld: ‘Ha’, lacht ze, ‘je denkt toch niet…?’) het publiek voor zich in. Armen worden gespreid en het grote meedrijven is begonnen. Later zal de geweldige singer/songwriter, Tallest Man On Earth zijn bewondering uitspreken over deze Nacht en over ‘The Lady in the Red Dress: ‘We don’t have that in Sweden’.

    Aandachtig publiek

    Willem Jan Otten was 20 jaar geleden voor het laatst op De Nacht en zegt: ‘Poëzie kan afwachten’. Met zijn – ‘in u luisteren uitgebroed’ en ‘de rand van vloeiend glas’ – en zijn ‘Gerichte gedichten’ roept Otten een stilte op die magisch is. Zo maakte ook eerder op de avond dichteres Kreek Daey Ouwens met haar zachte stem en heldere taal de zaal opmerkzaam en luisterend.

     

    De Friese dichter Tsead Bruinja maakte indruk met zijn cyclus voor de priester Titus Brandsma (1881). In het Fries draagt hij  zeven minuten voor. Het publiek wordt geraakt door de klank van het Fries en de passie waarmee Bruinja spreekt. De dichter uit Rinsumageest, door Ester Naomi Perquin aangekondigd als: ‘Zo’n dichter, dat je ook wel uit Rinsumageest had willen komen’.

    De laatste zal de eerste zijn

    Een Nacht als een diner waarvan de gerechten hemels zijn, de wijn niet te versmaden en met een nagerecht dat het geheel in perfectie afmaakt. Na het swingende optreden van de ‘Amsterdam Klezmer Band’ wordt de laatste dichter aangekondigd.
    Debutante Gerda Blees geeft het publiek op de valreep het gedicht ‘Aanwijzingen’ mee: ‘ga niet zomaar / met je hoofd op tafel liggen, mors geen rode wijn / blijf zitten hou je vast en laat de dwaallichten/ de dwaallichten en maak je zinnen af.’
    Een ding is zeker, deze dichteres zal bij de volgende ‘Nacht van de Poëzie’ de spits afbijten.

     

    Er is ook een Nachtpoëziebundel verschenen met gedichten van alle optredende dichters. Bezoekers ontvangen de Nachtbundel gratis, voor de liefhebber is deze nog te bestellen voor € 7,50 via Het Literatuurhuis.

     

     

    Foto’s: Patrick Post