• Poetry is gevoel

    In treffende bewoordingen een onderwerp vormgeven in de verbeelding van de toehoorder. Maar ook jezelf confronteren met je gevoelens. Zo ervaar ìk poetry. Het is niet makkelijk en daarom heb ik ontzettend veel respect voor de grootheden Michaël Slory, Dobru, Johanna Schouten-Elsenhout, Trefossa en S. Sombra. Met hun dichtwerk hebben zij de poëziewereld van Suriname verrijkt.

    Begin april stond Dobru centraal bij de R. Dobru Raveles Stichting, die een hele week activiteiten organiseerde om de grote dichter/schrijver te eren. Op 29 maart zou hij negentig jaar zijn geworden. In diezelfde week vond de Poëzieweek Suriname 2025 plaats, georganiseerd door stichting Skrifi en Poetry International en mogelijk gemaakt door de Nederlandse ambassade in Suriname en Literatuur Vlaanderen (België). Een week lang verdiepten de deelnemers zich in poetry, begeleid door letterkundige Hilde Neus en workshopleiders Jeffrey Quartier, Melanin Kris en Zulile Blinker.

    Neus benadrukte het belang van onderzoek en het lezen van werken van andere dichters, vooral Surinaamse. Jeffrey moedigde dichten in het Sranan aan. Melanin adviseerde om ook media te gebruiken om poëzie te delen, zoals shirts met poëzieteksten en voordrachtfilmpjes. Zulile legde uit hoe belangrijk lichaamshouding is bij een performance: “Zet je lichaam in!”

    De deelnemers scherpten niet alleen hun dichttalent aan, maar dachten ook na over hun ambities en toekomstplannen met Joran Koster van Poetry International. Aan het einde van de week mochten ze optreden tijdens de Dobru Neti. Het was weer een mooi voorbeeld van wat we samen kunnen bereiken als we de krachten bundelen.

    Wat ik vooral heb meegekregen, is dat poetry niet alleen draait om woorden op papier zetten of tegenwoordig in je telefoon typen, maar ook om hoe je die woorden overbrengt. Je stemvolume, klanken en stiltes zijn essentieel en moeten bewust worden ingezet. Elk detail telt. Maar bovenal: je moet jezelf kwetsbaar durven opstellen. Maar ik besef dat dat makkelijker is gezegd dan gedaan.

    Er moet meer gebeuren met de dichtkunst: meer optredens, meer poëzie in programma’s, meer mogelijkheden om talenten te ontwikkelen en vooral meer kansen om Suriname internationaal te vertegenwoordigen. Als samenleving moeten we op zoek naar manieren om dichtwerk meer erkenning te geven.

    Dichters moeten durven dromen. Durven hun werk groter te maken, zowel qua inhoud als qua lengte. Hun optreden mag langer, hun interactie met het publiek sterker. En ze moeten de stap durven zetten om hun werk als bundel uit te geven, desnoods in eigen beheer. Veel grote dichters zijn zo begonnen: eerst zelf publiceren, voordat een uitgever hen oppikte. Dichten en dromen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

    Daarom ben ik blij dat er mensen en organisaties zijn zoals R. Dobru Raveles Stichting, Henri Frans de Ziel Stichting Trefossa, Schrijversgroep ’77 en Zulile Blinker met haar spoken word-collectief Kokolampu. Zij houden de nalatenschap van de grote dichters levend en bieden nieuwe generaties een podium om hun werk te presenteren.

    Ik sluit af met een gedicht dat ik heb geschreven, geïnspireerd door deze bijzondere week:

    ‘Als ik aan je denk

    Denk ik aan de kalmte waarmee de zon ondergaat

    en ruimte maakt voor de maan.

    De stilte waarin de sterren hun plaats innemen,

    de rust waarmee de avond het heelal omarmt.

    Jij bent de aanraking die mij tot stilte wiegt.’

     

     

    Deze column verscheen eerder in de Surinaamse krant De Ware Tijd.


    Kevin Headley (1983), woonachtig in Paramaribo is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft voor OneWorld, de Surinaamse krant De ware tijd, schreef blogs voor Tirade.nu en publiceert verhalen op Papieren Heldenen in de papieren versie van Tirade.

  • Literaire rijkdom van Suriname

     

    Het slavernijverleden. De immigratie. De verschillende groepen die bij elkaar werden gebracht en met elkaar moesten zien te leven, ondanks de koloniale verdeel- en heerspolitiek en door etnische spanningen heen. Suriname met zijn culturele rijkdom en schone natuur is een bron van inspiratie voor verhalen die het verdienen om geschreven en gedeeld te worden, met elkaar en met de rest van de wereld.

    Jaarlijks komen veel buitenlanders, waaronder Nederlanders, naar Suriname voor het verzamelen van allerlei data en het onderzoek daarvan. Degenen daaronder met Surinaamse roots raken steeds geïnspireerd door onze samenleving. Het is echter al jaren en nog steeds een enorme uitdaging om als schrijver in Suriname je verhaal te publiceren door de kleine markt  die het moeilijk maakt boeken te verkopen. Om uit de kosten te komen die het publiceren van een boek met zich meebrengt, is al heel wat. Daarnaast bereikt het Surinaamse boek niet goed genoeg lezers, vooral de jongeren worden weinig bereikt. De mediatheken hebben niet voldoende middelen om nieuwe Surinaamse boeken aan te schaffen – er is redelijk aanbod – en worden veelal gevuld met gedoneerde boeken uit Nederland. Boeken die de Surinaamse jeugd niet direct aanspreken, eerder doen vervreemden van hun eigen leefwereld. Verder zijn er beperkte mogelijkheden voor het organiseren van boekpresentaties die voor het bereiken van een breder publiek nodig zijn.

     

    Sponsoren en schrijfwedstrijden

    Schrijvers zijn vaak gedwongen om een aanzienlijk deel van hun tijd te besteden aan het zoeken van sponsoren om hun boek op de markt te brengen. Digitaal publiceren is goedkoper, maar het publiceerbaar maken van het verhaal kost ook een behoorlijke duit. Het gevolg is dat startende schrijvers die geen of nauwelijks sponsoring vinden, in eigen zak moeten tasten. Na het drukken van het boek moeten zij gaan hosselen om aan het einde van de maand de rekeningen te kunnen betalen. Wat weer ten koste gaat van hun creatieve schrijfproces. Bij een digitale publicatie zijn er geen drukkosten, maar wat verdient de auteur voor al zijn moeite en het publiceerbaar maken van zijn verhaal? 

    Een mogelijke strategie om de kwaliteit van hun werk te verbeteren, ligt in het zoveel mogelijk meedoen aan schrijfwedstrijden met een stevige prijzenpot. Niet zozeer om veel te winnen, maar wel om bezig te blijven. Om daardoor het schrijven te leren, en eventueel in de prijzen te vallen. Bovendien kunnen beurzen voor schrijvers een waardevolle oplossing vormen door schrijvers de ruimte te bieden om zich te concentreren op hun artistieke expressie. Schrijvers hoeven niet per se naar het buitenland te reizen voor een schrijversresidentie; ze kunnen ook naar de districten in Suriname  gaan om daar in alle rust aan research te doen of zich door de omgeving te laten inspireren. De vraag is natuurlijk: uit welke pot zullen deze schrijf beurzen bekostigd worden en hoe geschiedt de toewijzing?

     

    Surinaamse uitgevers

    Suriname herbergt momenteel twee uitgeverijen: uitgeverij Ralicon, opgericht door  schrijver, Neerlandicus, bibliotheekhouder Robby ‘Rappa’ Parabirsing, en uitgeverij Pubses, van schrijver, onderwijskundige Ismene Krishnadath die zich vooral richt op kinder- en jeugdboeken. Maar dit jaar stopte Krishnadath met haar boekhandel, en Rappa sloot tijdens COVID zijn druk bezochte bibliotheek. Rappa wil het wat rustiger aan doen en richt zich nu op specifieke (literaire) activiteiten.  

    De Clark Accord Foundation – vernoemd naar de succesvolle schrijver Clark Accord (1961-2011) – ontving bij de vijfde editie van de Sori Yu Talenti Schrijfwedstrijd 2021, een korte verhalen wedstrijd, achtenvijftig inzendingen uit Suriname en Nederland. Bij de derde editie van de ‘Donner/Self Reliance Schrijfwedstrijd’ werden maar liefst 23 inzendingen uit Suriname ontvangen. Hoewel er één inzending minder was dan bij de tweede schrijfwedstrijd, markeerde dit nog steeds een verdubbeling ten opzichte van de eerste editie. Hieruit kunnen we concluderen dat er veel geschreven wordt in Suriname. Volgens Rappa is voor de deelnemers, los van de mooie geldprijs, ook de beoordeling van hun inzending en de schrijfadviezen belangrijk, vooral als ze niet in prijzen vallen.  Daarbij is ook de media-aandacht belangrijk voor hen 

    ‘Een aantal van de deelnemers ben ik bezig te begeleiden, zodat zij hun werk ook uitbrengen, dus publiceren,’ zegt Rappa. ‘Het is opvallend dat veel mensen, jong en oud, dit  nog steeds belangrijk vinden. Het kan digitaal, maar je merkt dat ze ook prijs stellen op een gedrukte versie van hun werk. En dat kan in kleine oplagen middels Print On Demand, P.O.D.  Dat is voor hen een tastbaar bewijs dat ze iets gepubliceerd hebben.’

     

    In de productie

    Rappa zegt dat hij zich al jaren inzet voor het begeleiden van schrijvers bij het bewerken, editen en afronden van hun manuscript en het middels P.O.D. helpen uitbrengen ervan. Hij ziet het liefst dat de productie van literatuur verhoogd wordt. Daarom heeft hij zich bij het literair festival Eenheid is Kracht bezighouden met het verzorgen van een workshop om op die manier kennis te delen met andere schrijvers. ‘Natuurlijk moet je de literatuur in Suriname ontwikkelen met congressen en festivals, maar ik ben iemand die zich meer met de begeleiding en productie van geschriften bezighoudt.’

    Naar mening van Rappa is de Surinaamse literaire markt zich aan het ontwikkelen, ondanks het wegtrekken van gerenommeerde  schrijvers, de perioden van censuur en verschillende economische crises na de onafhankelijkheid (sinds 1975). ‘Ik heb door de jaren heen wel opgemerkt dat veel Surinamers hun pennenvruchten willen uitgeven, maar vaak niet bereid zijn de lange en moeizame weg daarheen te willen afleggen. Sommigen willen meteen een bestseller publiceren. Dat kan, maar meestal moet je eerst leren kruipen, daarna lopen en pas daarna proberen sneller te gaan. Anders kan je voortijdig hard vallen en teleurgesteld raken. Olympisch zwemkampioen Anthony Nesty is toch ook jarenlang onder strakke begeleiding bezig geweest te trainen en aan  wedstrijden mee te doen, voordat hij die gouden medaille binnenhaalde? En de Surinaamse auteur Astrid Roemer won in 2021 de hoogste literaire prijs voor het Nederlands taalgebied. Maar zonder zich tientallen jaren strak te richten op haar schrijfwerk, had ze dit niet bereikt.’

    Rappa is zich er bewust van dat de Surinaamse literatuur bezig is zijn eigen vorm te creëren op het gebied van taalvormen en inhoud. Dat moet gestimuleerd en gerespecteerd worden en daar mag absoluut niet – wat nog te vaak gebeurt – op neergekeken worden. ‘Als schrijver mag je je eigen literaire roots nooit minachten, vooral als je woont en schrijft in het buitenland. Hoe hoog je daar ook groeit, de samenleving waar je geboren en getogen bent, mag je niet verloochenen, ontkennen of van je afduwen. Je mag er kritisch over zijn, natuurlijk, en je hoeft er niet mee te dwepen. Aan de andere kant zie je dat toch een aantal Nederlandse schrijvers van Surinaamse komaf hier hun boek komt presenteren, ondanks dat ze weten dat de markt klein is. Maar ze voelen daartoe de behoefte en maken daarbij kennis met de samenleving van hun ouders of grootouders. De aandacht en erkenning die ze krijgen, doet ze goed. Dat sterkt hen om verder te gaan.’

     

    Literatuur als spiegel van de samenleving

    Naar mijn mening mag er meer geschreven worden over onderwerpen die schuren in de Surinaamse samenleving. Zoals de nog steeds bestaande etnische spanningen, misbruik van vrouwen, de voortgaande aantasting van ons prachtig bos, de verschrikkelijke corruptie en de grote ongelijkheid tussen delen van de samenleving in de stad, tussen de stad en de buitengebieden. Vergelijkbaar met wat bijvoorbeeld James Baldwin in Amerika en Salman Rushdie in India hebben gedaan, zouden schrijvers het als hun taak moeten zien om complexe maatschappelijke ontwikkelingen te belichten. De Surinaamse samenleving biedt namelijk een overvloed aan onderwerpen die met een kritische pen geanalyseerd kunnen worden. Schrijvers, net als kunstenaars, moeten de samenleving een spiegel voorhouden, ongeacht hoe pijnlijk die reflectie ook is. 

    Schrijver en dichter Jeffrey Quartier – tevens bestuurslid van de *Schrijversgroep ’77 – beschouwt de variatie in het Nederlands en de Surinaamse meertaligheid als verrijking voor de Surinaamse literatuur. Belangrijk is dat deze taalrijkdom doeltreffend wordt ingezet in teksten om emoties op krachtige wijze over te brengen. Rappa zegt hierover: ‘Literatoren moeten hun inspiratie uit de sociaal-maatschappelijke issues halen en die met hun verbeeldingskracht vleugels geven. Zoals een jonge schrijfster, afkomstig uit het binnenland, onlangs een verhaal heeft geschreven over de dorpen die in het binnenland onder water kwamen te liggen door de aanleg van de stuwdam. Maar als beginnend literator heeft ze het verhaal niet gebracht in een sfeer van  kritiseren van het gebeuren, maar in eentje van de gelederen sluiten en zoeken en uitproberen van mogelijkheden om eruit te komen en de traditionele culturele rijkdom niet laten ‘verdrinken’ maar er juist uit putten. De taak van de schrijvers in onze, in ontwikkeling zijnde literatuur is om verbindingen te leggen, dwars door de etnische hokjes heen die vooral door politici in stand worden gehouden. Daarmee wordt de onderlinge solidariteit vooral onder de jongvolwassen lezers versterkt.  Via de hoofdfiguur en de overige ‘spelers’, neem je de lezer mee in de situatie en probeer je emoties bij hen op te wekken.’  

    De literaire rijkdom van Suriname vormt een nog grotendeel onbekende schat aan informatie die vraagt om verkenning, vastlegging en ontwikkeling. Ondanks de uitdagingen waarmee schrijvers worden geconfronteerd, bieden initiatieven zoals schrijfwedstrijden en beurzen een deur naar groei en erkenning. We moeten echter niet alleen streven  naar een verhoogde productie van literatuur, maar ook naar een beter gestimuleerde leescultuur via het onderwijs. Dit kan leiden tot een bloeiende literaire gemeenschap. Door te blijven schrijven, publiceren en lezen, elkaar daarbij te ondersteunen, kunnen we niet alleen de Surinaamse literatuur versterken, maar ook een kritische en goed geïnformeerde samenleving bevorderen. Laten we samen bouwen aan een toekomst waarin vooral het geschreven woord de kracht uitstraalt om verandering ten goede teweeg te brengen en waar de stemmen van Surinaamse schrijvers resoneren, niet alleen binnen de grenzen van het land, maar ook ver daarbuiten.

     

     

    *Schrijversgroep ’77 is de grootste en oudste schrijversorganisatie in Suriname en draagt bij aan de ontwikkeling van de Surinaamse letterkunde. Tevens maakt zij zich sterk voor de geestelijke en maatschappelijke belangen van de leden en zet zich in voor een groeiend internationaal literair netwerk.


    Kevin Headley (1983), woonachtig in Paramaribo, is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

  • Presentatie ‘Jaguarman’ Raoul de Jong in Suriname


    ‘De geschiedenis laat zien hoe belangrijk het was voor de Pairaoendepo dat jaguars bang waren voor hun eigen kracht, maar de geschiedenis laat ook zien dat het een vergissing is om te denken dat die kracht ooit onderdrukt kan worden.De kracht verbergt zichzelf, doet net alsof hij geen kracht is, wordt doorgegeven in het geheim, neemt andere vormen aan, verdwijnt onder de grond, vliegt over oceanen en vindt een weg naar de kinderen van de kinderen van de kinderen en blijft kloppen, net zolang totdat hij wordt gehoord.’

    Een zoektocht naar de jaguar, het mythisch wezen van de bossen van Suriname waarbij de geschiedenis van Suriname een centrale plek heeft, zo kan het boek Jaguarman het best worden omschreven. Het boekwerk las ik vorig jaar, kort nadat ik hem kreeg van de auteur zelf, Raoul de Jong. Hij was in Suriname voor onderzoek naar Anton de Kom voor een  filmscript over diens leven waarmee hij nog steeds mee bezig is. Ik had geen verwachtingen toen ik begon met lezen, ik had namelijk niet eerder gehoord over het boek, dus betrad ik het werk met een open geest. In twee dagen had ik het uitgelezen en bij de laatste bladzijde was ik even stil. De Jong neemt je in zijn boek mee op zijn zoektocht naar de jaguar. Deze initieerde hij na een ontmoeting  met zijn vader. Zijn vader die daarvoor geen plek in zijn leven had voor hem. Door die ontmoeting ontstond bij hem de  behoefte  om meer te weten te komen over zijn Surinaamse kant. 

    Geschiedenis van Suriname

    De Jong neemt ons mee in de achtbaan waarin hij zich kwetsbaar opstelt waardoor je verschillende emoties die hij doormaakt voelbaar zijn. Diverse aspecten uit het verleden worden belicht zoals de slavernij, de verschillende momenten van verzet en ook het Winti-geloof, een belangrijk onderdeel van de Afro-Surinaamse cultuur. Er komen verschillende Surinamers langs die een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het land en de cultuur zoals Louis Doedel, Thea Doelwijt en Leo Ferrier. Een prominente rol is weggelegd voor Anton de Kom, die De Jong beschrijft als een held. 

    Net als De Kom maakt De Jong de geschiedenis van Suriname toegankelijk voor niet alleen de Surinamers, maar ook voor anderen buiten Suriname. Lezers van zijn boek leren het land, zijn mensen en de verschillende culturen kennen alsook de vele uitdagingen die het land heeft gekend vanaf de kolonisatie door de Europeanen. Op een aantal plekken in het boek voelt het alsof je letterlijk aanwezig bent bij zijn zoektocht. Je ziet, ruikt, hoort, proeft en voelt wat hij aantreft. Makkelijk heeft hij het niet gehad en op bepaalde momenten bekroop mij het gevoel dat hij het leed van onze voorouders op zich had genomen om hun pijn goed over te kunnen brengen. Los van dat hij voor en tijdens het schrijven, en na het uitkomen van Jaguarman vele moeilijke momenten heeft ervaren door onder meer van zijn Surinaamse familie, die het niet leuk vond dat hij delen van hun verleden openbaarde. Ook de pijnlijke reacties als, ‘waarom moest hij dit boek schrijven?’ vanuit de onwetendheid van lezers in Europa over het verleden en de verschillende culturen van Suriname. 

    Totstandkoming Jaguarman

    Het boek is een waardig vervolg op Wij Slaven van Suriname van De Kom omdat een aantal aspecten over het verleden worden gepresenteerd en daarnaast ook hoe de samengestelde bevolking van het land door alle moeilijkheden zich staande weet te houden. Mijn exemplaar van Jaguarman maakte ook een reis, verschillende personen lazen het en ervoeren het verhaal.
    Dit jaar schreef De Jong ook het Boekenweekessay Boto Banja, het opstel over het thema van de Boekenweek ‘Ik ben alles’, geschreven in opdracht door een Nederlandstalige auteur. De Boekenweek is sinds 1932 een jaarlijks terugkerende week in maart ter promotie van het (Nederlandstalige) boek. Raoul is de eerste schrijver van Surinaamse afkomst die hiervoor in aanmerking kwam. Dat hij de eer kreeg nadat hij Jaguarman heeft geschreven, voelt goed. 

    In een goed bezette Tori Oso in Paramaribo presenteerde Raoul op woensdag 19 april Jaguarman in de tweede helft van de avond. De eerste helft van de avond was voor schrijver en voorzitter van de Schrijversgroep ’77 Robby Parabirsing – beter bekend als Rappa –  die zijn boek Een kleine politieke historie van Suriname presenteerde. De Jong was zenuwachtig over hoe het interview verlopen. Presentator van de avond Marciano Zalman brak de spanning door te vertellen dat hij het boek de avond en de ochtend voor de presentatie nog had uitgelezen. Hij was ook betoverd door de krachten van de jaguar. Er volgde een geanimeerd gesprek waarin Raoul het proces van de totstandkoming van Jaguarman vertelde.

    Geen reisgids

    Jaguarman is geen reisgids, zoals een keer werd aangegeven in de media in Nederland. Het is een toevoeging aan de literatuur van Nederland en Suriname. Het is een boek dat net als Wij slaven van Suriname de identiteit van Suriname omarmt en blootlegt. Het is een geschenk aan de wereld. 

    Tijdens zijn verblijf in 2022 in Suriname, hoorde Raoul over de uitdaging om jongeren van Suriname te motiveren meer boeken te lezen. Boeken zijn onbetaalbaar door de economische situatie in het land. De weinige bibliotheken in het land hebben geen budget om boeken aan te schaffen en kunnen daardoor nauwelijks literaire activiteiten  organiseren. In samenwerking met de Stichting Skrifi ontwikkelde De Jong een leesbevorderingsproject voor middelbare schoolleerlingen. Onderdeel van dit project is zijn bezoek aan Suriname om Jaguarman officieel aan de Surinaamse samenleving te presenteren. Ook bezocht De Jong een aantal scholen en bibliotheken waar hij exemplaren van Jaguarman en Boto Banja heeft aangeboden. 

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Op 2 mei presenteerde De Jong het boek Boto Banja voor publiek in het Nationaal Archief Suriname.

    Openingscitaat uit: Jaguarman /achtste druk (2023) / pagina 238.


    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

  • Surinaamse verhalen toegankelijker maken voor Nederlandse lezers

    Velen kunnen door de Surinaamse literatuur kennis maken met Suriname, zijn inwoners, hun culturen en gebruiken. Voor personen van Surinaamse komaf en anderen die een binding hebben met het land, is het herkenning. En verscholen aspecten kunnen ontdekt worden. De Surinaamse identiteit wordt door de lokale literatuur namelijk gedeeld met de buitenwereld.

    In Nederland zijn enkele Surinaamse schrijvers bekend, zoals Michael Slory, Astrid H. Roemer en Cynthia McLeod, maar een groot aantal Surinaamse schrijvers zijn onbekend. Dat heeft onder meer te maken met de kwaliteit van het werk als originaliteit, structuur, ideeën en ook de taalhantering. Maar ook de gestelde taaleisen in Nederland, zoals het algemeen beschaafd Nederlands (ABN) en de Surinaamse zinsconstructies zijn uitdagingen. Dat kan de reden zijn dat Nederlandse uitgevers geen potentie zien in Surinaamse auteurs. Toch verdienen Surinaamse verhalen het om over hun eigen landsgrenzen gebracht te worden om zodoende deel uit te maken van de totale wereldliteratuur. Er zijn een aantal schrijvers die buiten Suriname uitgegeven zouden moeten worden. Zij worden genoemd in het boek Jaguarman van Raoul de Jong en in Dat wij zongen, samengesteld door De Jong, Julien Ignacio en Michiel van Kempen. Aangezien Suriname en Nederland een gedeeld verleden hebben en een gezamenlijke toekomst tegemoet gaan – als we kijken naar historische en culturele banden, gedeelde taal en het grote aantal verdeelde families over beide landen – is het belangrijk dat de Surinaamse literatuur overzee een plek krijgt. En er zijn meer verhalen in de Surinaamse literatuur te ontdekken dan enkel die over het slavernijverleden.

    De ontwikkeling van Surinaamse verhalen

    In Suriname werden tijdens het overgrote deel van de koloniale periode (1667-1975) verhalen en informatie onder de tot slaafgemaakten mondeling overgebracht, want slaven was het verboden te leren lezen en schrijven. Volgens onderzoek van de Surinaams taaldeskundige en surinamist Hein Eersel (1922-2022) werd in 1876 de algemene leerplicht ingesteld en werd het Nederlands als schooltaal ingevoerd. Andere talen werden uitgesloten van het onderwijs, wat inhield dat leerlingen hun moedertaal niet op school mochten spreken en de ouders min of meer gedwongen werden hun kinderen Nederlands te laten spreken. Deze maatregel heeft de tweetaligheid onder de bevolking sterk doen toenemen. Thuis, bij onder meer de nazaten van tot slaafgemaakten en de immigranten, werd het Sranantongo en de andere betreffende moedertalen gesproken. Dit zorgde ervoor dat er op de Nederlandse taal een variëteit ontstond, die verschilt op het vlak van uitspraak, woordenschat en grammatica van het Europese Nederlands. 

    In de afgelopen vijftig jaar werden boeken, geschreven in het Surinaams-Nederlands, steeds meer uitgegeven in Nederland. Zoals Sarnami, hai van Bea Vianen, uitgebracht in 1969 door Querido en Hoe duur was de suiker? van Cynthia McLeod, uitgebracht in 1995 door uitgeverij Conserve. Het opmerkelijke van Vianen is dat zij de eerste Surinaamse schrijfster is geweest wier debuutroman in Nederland is uitgegeven.

    De verhalen van deze schrijvers en anderen, hebben de Surinaamse literatuur gekleurd en behoren tot  de literaire canon van Suriname, mocht die er ooit komen. Volgens neerlandicus Hilde Neus worden er wel pogingen ondernomen om tot een Surinaamse canonlijst te komen, maar is er een probleem met het vaststellen van de criteria. Het leespubliek in Suriname is namelijk anders en Neus denkt dat de selectiecriteria meer in samenhang moet zijn met de structuur van de Surinaamse samenleving, op historisch, cultureel en ontwikkelingsniveau. Neerlandicus Jerry Dewnarain heeft enkele vragen geformuleerd, zoals aan welke eisen moet een boek voldoen om tot de Surinaamse canon gerekend te kunnen worden. Dewnarain deed dit voor zijn afstudeerthesis van de masters Nederlandse taal en cultuur waarvan hij de literatuurpoot heeft afgerond.

    Opvallend is dat Surinaamse literatuur de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat in Nederland. Schrijvers met Surinaamse afkomst krijgen enorm veel aandacht. Raoul de Jong heeft dit jaar het Boekenweekessay geschreven. Met de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren in maart 2021 werd Astrid H. Roemer de eerste Surinaamse auteur die voor haar gehele oeuvre werd bekroond met deze prestigieuze literaire prijs. Bijdragen zoals de Ibisprijs van de Taalunie, opgezet in 2022, motiveren Surinaamse schrijvers ook om hun gedachtegoed neer te pennen en krijgen daardoor de aandacht van een groter publiek.  Deze ontwikkelingen zorgen voor positieve aandacht voor het land en voor motivatie waar de Surinaamse schrijvers verder op kunnen voortborduren.

    Authenticiteit behouden

    De Surinaamse literatuur is zeker aan verdieping toe. Verhalen zijn voor verbetering vatbaar qua vertelstructuur en zinsformulering, maar er moet voor gewaakt worden dat de authenticiteit van de Surinaamse verhalen niet verloren gaat. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het Surinaams-Nederlands heeft namelijk bepaalde woorden en uitdrukkingen die andere betekenissen kennen of gewoon een andere context dan in  Nederland en dat wordt in veel gevallen als ‘fout’ gezien. Bijvoorbeeld het woord ‘tof’ betekent in Nederland fijn of gaaf, maar in Suriname betekent het moeilijk en zwaar. Daarin zullen zowel de schrijvers als redacteuren of uitgevers compromissen moeten bereiken, want niet altijd moet een zin of woord veranderd worden omdat het in eerste instantie als ‘verkeerd’ wordt gezien.  Als schrijver wil je dat de lezer jouw teksten zo juist mogelijk ervaart.

    Volgens Robby Parabirsing, voorzitter van de Schrijversgroep ’77 – de actiefste, grootste en oudste schrijversorganisatie in Suriname – en beter bekend onder zijn schrijversnaam, Rappa, kan de kwaliteit van de Surinaamse verhalen ook verbeterd worden door onder meer (jonge) Surinaamse schrijvers tot schrijven te stimuleren via schrijfwedstrijden met aantrekkelijke prijzen, zoals een geldbedrag en schrijf workshops. Het is verder ook belangrijk dat er in Suriname meer geïnvesteerd wordt in het ontwikkelen van schrijven door middel van cursussen en trainingen. Meer engagement met andere schrijvers binnen en buiten Suriname zal de literaire ontwikkelingen goed doen en zal alleen maar positief zijn voor de schrijver. Door op gerenommeerde en serieuze platforms zoals weblogs te publiceren, komt er tegelijkertijd een gedegen feedback op hun werk.

    Een goede schrijver worden

    Een goede schrijver hoeft niet succesvol te zijn, maar om een goede schrijver te worden, daar gaat veel tijd en moeite in zitten. In Suriname is het zeker een uitdaging een goede schrijver te worden. Maar door de slechte economische situatie in het land zijn velen eerder bezig  om het hoofd boven water te houden. Daarnaast heerst er niet echt een leescultuur en ouders die vroeger nog wel eens een boekje kochten voor hun kinderen, kunnen zich dat nu niet meer veroorloven. Waar scholen vroeger de opbrengst van de snoeppauze besteedden voor het aanvullen van hun mediatheek, kunnen zij dat nu niet meer doen. De grotere bibliotheken hebben geen financiële middelen om boeken aan te kopen. 

    In Suriname bereik je dus geen hoge verkoopcijfers wanneer je een boek uitbrengt. Dit kan een schrijver danig demotiveren. Verder krijgen schrijvers weinig ruimte  om hun visie te delen over onder meer de toestand in het land, de situatie in de wereld of andere belangrijke zaken die zij willen belichten. Dit in tegenstelling tot Nederland waar schrijvers wel de ruimte krijgen een bijdrage te leveren aan de opinievorming in de samenleving. Wegens gebrek aan financiële middelen worden er in Suriname ook weinig literaire activiteiten georganiseerd. Gelukkig lukt het de Schrijversgroep ‘77 nog om maandelijks een thema-avond te organiseren die in een bepaalde literaire behoefte voorziet. In het verleden is er een aantal uitwisselingsprojecten geweest tussen Suriname en Nederland zoals ‘Winternachten Tournee Suriname’ in 2004. Het zou interessant zijn als deze projecten weer worden opgestart of op een andere manier worden voortgezet. Los van het delen van inzichten tijdens zulke literaire events, zijn het ook goede momenten voor schrijvers om met elkaar te praten over elkaars werk.

    Meer produceren

    Volgens Robby Parabirsing (Rappa) is de Surinaamse variatie op het Nederlands via de Taalunie wel geaccepteerd, maar bij het doorsnee Hollands lezerspubliek nog niet zozeer.

    ‘In plaats van lesbrieven en allerlei projecten voor de opleiding Nederlands van het Instituut voor de Opleiding Van Leraren zou de Taalunie meer fondsen beschikbaar kunnen stellen voor bijvoorbeeld schrijfwedstrijden en/of workshops. Ik vond de ontmoeting met de Taalunie onlangs in oktober 2022, maar teleurstellend voor het stimuleren van het Surinaams-Nederlands als literaire taal en de activiteiten daaromheen. Ze focussen meer op die opleiding Nederlands, wel goed, maar ik merk weinig positief effect in de praktijk. Het merendeel van de studenten op de opleiding leert alles uit hun hoofd, om snel af te studeren en om flink wat uren te maken. Voor Nederlands maak je namelijk vier uren per klas op het Voortgezet Wetenschappelijk Onderwijs. Men kweekt geen taalwetenschappers en promotors van de Surinaamse literatuur. De geslaagden van de opleiding Nederlands versmallen juist de belangstelling voor het lezen van de Surinaamse literatuur in het Surinaams-Nederlands. Met poëzie is het nog erger gesteld. Let wel, dit geldt niet voor die enkelen die wel hun best doen dit te stimuleren, maar ze vormen een minderheid.’

    Er zouden meer Surinaamse verhalen in Nederland gepubliceerd moeten worden over de rijke Surinaamse cultuur, hun zienswijze op zaken zoals de gedeelde geschiedenis en het leven in Suriname. In een speciale Suriname editie van literair tijdschrift Tirade Prakseri, dat in november 2022 uitkwam, heeft het Nederlandse publiek als voorproefje kennis kunnen maken met bekende en onbekende Surinaamse schrijvers.

    Naar mijn mening moet er een tijd komen dat men niet meer om de in Surinaamse wonende schrijvers heen kan. Natuurlijk zijn er de boeken over Suriname die in het verleden geschreven werden door buitenlanders die er hebben geleefd en hun ervaringen hebben opgeschreven. Maar het wordt tijd dat Surinaamse schrijvers hun eigen inzichten over en ervaringen met hun land delen met de wereld en daarvoor de ruimte krijgen.

     

    Bronnen:

    • Scriptie Suriname in de Nederlandse Taalunie van Ruth Brandon
    • Expositie Surinaamse Schrijvers, De weg naar een onafhankelijke literatuur van het literatuurmuseum
    • Jerry Dewnarain, neerlandicus
    • Hilde Neus, neerlandicus

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

     

     

     

  • De stilte van het ongesproken woord

    Bij uitgeverij Indeknipscheer is De stilte van het ongesproken woord verschenen, een multmediaal eerbetoon aan drie grote Surinaamse dichters: Trefossa, Shrinivási en Dobru.

    De poëzie van Suriname heeft zich nooit beperkt tot het papier.  Hun werk is al eerder in muzikale vertolking verschenen. Voor De stilte van het ongesproken woord bouwen componisten Dave MacDonald en Robin van Geerke voort op deze lijn. Hindi, Nederlands, Sranan, Sarnami en Engels wisselen elkaar af in verschillende muziekstijlen. Jazz, blues, gospel en rap gaan hand in hand met klanken van de tabla, kaseko en Caraïbische patronen.

    De gekozen gedichten, de levensschetsen van de dichters en de interviews zijn afgestemd op een zo breed mogelijk lezerspubliek. De samenstellers hopen dat de gedichten, die een tijdloos fenomeen zijn, door de koppeling met muziek op de bijbehorende dvd, Silence of the Unspoken Word, nog meer zullen gaan leven.

    Een groot aantal schrijvers en musici werken aan het project Silence of the Unspoken Word mee, kijk voor meer informatie op de website van Uitgeverij Indeknipscheer.

    De stilte van het ongesproken woord [boek + dvd]
    Trefossa, Shrinivási, Dobru. Drie Surinaamse dichters op muziek gezet
    Gedichten, essays, muziek

    Een initiatief van Dave MacDonald, gerealiseerd door IKO Foundation
    Inleidingen Cynthia Abrahams (eindredactie), Hein Eersel, Geert Koefoed
    Fotografie/beeld Jean van Lingen, Antoinette van Maarschalkerwaart
    Aantal pagina’s: 136
    Duur dvd ca. 1 uur.
    Prijs: € 28,50

  • Het lot van de pannenkoek

    sonnieEen zeer appetijtelijk boek: zo kan ik Sonnie de weggelopen roti-pannenkoek het best omschrijven. Diana Dubois heeft met deze titel weer een bijzonder boekwerk aan de collectie van haar kleine maar fijne uitgeverij toegevoegd. Het mooi ingebonden omdraaiboek bevat twee delen. De ene kant is een verhaal dat heel geschikt is om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of vijf. En keer je het boek om dan is het een kookboek met recepten en wetenswaardigheden over pannenkoeken waar je ontzettend veel trek van krijgt!

    In 1965 verscheen in Suriname een leesboekje van Meina Fillerup: Sonnie, de weggelopen roti-pannenkoek. Fillerups Sonnie bleef echter in Suriname. Diana Dubois heeft een eigentijdse geglobaliseerde versie van het verhaal geschreven, waarin Sonnie naar Holland afreist en met behulp van Koos de eekhoorn, Jaap het hert, Simon de snoek en nog vele andere dieren op een grote pannenkoekenwedstrijd belandt. Daar ontmoet Sonnie andere pannenkoeken uit de hele wereld en komt de lezer samen met Sonnie heel wat te weten over de achtergrond van pannenkoekfestijnen die vaak aan de Vastentijd vooraf gaan. Shrove Tuesday, Mardi Gras, La Chandeleur, Maslenitsa: allemaal bekende en onbekende namen voor de activiteiten die het begin van de Vastentijd inluiden. Uiteindelijk heeft onze held er genoeg van en onder het motto oost west, thuis best keert Sonnie weer naar Suriname terug. Het boek eindigt met een tevreden slapende bigi bere Sonnie op een rond bord op moeders keukentafel. En deze uitsmijter: “Als je ooit een droge, dikke roti-pannenkoek op je bord krijgt, dan weet je hoe dat komt. En weet je wat je dan moet doen? Schenk er dan maar een extra lepel jus op!” Persoonlijk vond ik dat een beetje zielig, om er zo expliciet op gewezen te worden dat dat het lot is van elke pannenkoek: om opgegeten te worden. Nadat we pagina’s lang meegeleefd hebben met alle emoties en belevenissen van de roti-pannenkoek uit Suriname, nadat we hem zijn gaan beschouwen als ons nieuwe vriendje, moet ik nou mijn kinderen al voorlezend voorhouden dat je dat nieuwe vriendje vooral met veel jus moet overgieten en dan … smullen maar? Maar kinderen hebben daar zo hun eigen gedachten over en die van mij zeiden dus: “Gaan we morgen roti eten? Mmmmjammm … Welterusten!”

    Ook over het receptengedeelte niets dan goeds. Veel tips om het koken voor kinderen makkelijker, leuker en ook veiliger te maken. Ook twee pagina’s met adviezen in geval van speciale voedingswensen. En een weelde aan hongerigmakende recepten die heel makkelijk te volgen zijn. Hartig, zoet, klein, groot, in taartvorm, in de soep … De illustraties van Diane van Dijk maken het boek nog aantrekkelijker.

    Arrepa di pumpuna Pompoenpannenkoekje Curaçao

    Dit zet je klaar

    1 koekenpan (Ø 28 cm)

    1 kookpan

    1 handmixer

    1 zeef

    1 beslagkom

    2 kommetjes

    1 pannenkoekenmes

    1 maatbeker

    1 keukenmes

    1 aardappelmesje + 1 snijplank

    1 vork

    1 eetlepel

    Dit heb je nodig

    1 stuk oranje pompoen (250 gram)

    100 gram zelfrijzend bakmeel

    2 eieren

    1 deciliter melk

    1 zakje vanillesuiker

    40 gram suiker

    1 theelepel kaneelpoeder

    snufje zout

    bakolie

    poedersuiker

    Dit moet je doen

    Laat een volwassene de pompoen in stukken snijden en de pitten en de schil verwijderen.

    Snijd het vruchtvlees in stukjes van 2 x 2 cm.

    Doe de stukjes in een kookpan en voeg zoveel water toe tot de stukjes onder staan.

    Breng het water aan de kook, zet daarna het vuur laag en laat de stukjes ongeveer 10 minuten doorkoken.

    Giet het water af en laat de pompoenstukjes afkoelen.

    Scheid de eidooiers van de eiwitten in 2 kommetjes.

    Prak met een vork de pompoen in een beslagkom fijn.

    Zeef het meel boven de kom.

    Voeg, terwijl je roert, de eidooiers, de melk, de suikers, het zout en het kaneelpoeder toe.

    Roer net zo lang totdat je een glad beslag hebt.

    Klop de eiwitten stijf en lepel deze voorzichtig door het beslag.

    Vet de bodem van de koekenpan in met wat olie en verhit de pan op een hoog vuur.

    Schep ? op een afstandje van elkaar ? 3 eetlepels beslag in de pan.

    Zet het vuur matig hoog.

    Bak de pannenkoekjes tot de bovenkanten drooggebakken zijn en draai ze dan om.

    Bak de andere kant nog even kort door.

    Schep ze met een pannekoekenmes uit de pan.

    Herhalen tot al het beslag op is.

    Zo dien je het op

    Bestrooi de pannenkoekjes met veel poedersuiker.

    Sonnie de weggelopen roti-pannenkoek, Diana Dubois. Met tekeningen van Diane van Dijk. Uitgeverij Dubois, 2008. ISBN 9789075812-39

  • In memoriam Eugène Constantijn Donders Drenthe

    eugene_drentheVan Fred Fitz-James van de @nansi Networking Newsletter het bericht dat in Rotterdam op 30 maart j.l. Eugène Constantijn Donders Drenthe overleden. Als toneelschrijver, toneelregisseur en dichter heeft hij een brede bijdrage geleverd aan theater en andere vormen van de Surinaamse kunst en cultuur. Pa Drenthe, zoals hij werd genoemd is te plantage Laarwijk in Suriname geboren op 12 december 1925. Hij is de oprichter van de nog steeds actieve Afro Surinaamse Sociaal Culturele Organisatie NAKS (1947), voorafgegaan door de ook door hem opgericht organisatie TOP.

    Pa Drenthe stond bekend om zijn toneelschrijvers- en regisseurstalenten. Ruim 40 toneelstukken zijn door hem geschreven en geregisseerd. Kassuccessen waren ondermeer: Skuma/ Schuim (1982), Sroysi/ Sluis (1984), (1988), Sipi/ Schip (1991) Katibo bagasi (1998) en Bromtyi/ Bloemen (2000). Zijn kennis omtrent de Hindoestaanse taal en cultuur stelde hem in staat om ook toneelstukken als Eigen oogst/ Apna phal, te schrijven en te regisseren. Zijn zeer bewogen kunst- en culturele leven heeft zich zowel in Suriname als in Nederland afgespeeld.

    Diverse malen is Pa Drenthe gehuldigd. In 1972 werd hem de Orde van Oranje-Nassau verleend. Hij weigerde deze met de opmerking: “Ik heb niks bijzonders gedaan, het was mijn werk”. De Erasmusspeld kreeg hij in 2005 van de stad Rotterdam. Zijn verdiensten werden in 2007 tijdens het 60-jarige jubileum van NAKS door hen gewaardeerd met de NAKS-vlag.

    Op vrijdagavond 3 april (18.30 – 20.30 uur) en zaterdag 4 april (10.15 – 11.15 uur) is er gelegenheid tot het nemen van afscheid in het Uitvaartcentrum Goetze te Rotterdam aan de Boezemsingel 35. De crematie is zaterdag 4 april (12.00 uur – 13.00 uur) op de Crematorium Rotterdam Hofwijk in Overschie. Eugène Constantijn Donders Drenthe is 83 jaar geworden en vader van 10 kinderen.

    Voor meer informatie over de @nansi Networking Newsletter kijk op www.kotomisishop.eu

  • Suriname, satire en spot, spiegels en lachspiegels

    De Stichting Literair Festival Suriname presenteert samen met Stichting Winternachten Den Haag van 6 tot en met 9 november het literair festival “Suriname, satire en spot, spiegels en lachspiegels” in Paramaribo, Suriname. Het programma bestaat uit presentaties van het werk van diverse auteurs voor het Surinaamse publiek. De nadruk van het festival ligt op de uitwisseling van gedachten en ideeën tussen auteurs en publiek, en tussen de binnen- en buitenlandse auteurs onderling in relatie tot het thema van 2008: satire en spot. Onder de Surinaamse deelnemers aan het festival: de dichters Celestine Raalte, Antoine de Kom, Jit Narain en de schrijvers Rappa en Ellen Ombre. Uit Nederland nemen naast Gerrit Komrij namens Winternachten de volgende auteurs deel: Putu Wijaya uit Indonesië, Asli Erdogan uit Turkije, Youssouf Amine Elalamy uit Marokko en Peter Snyders uit Zuid-Afrika. De Curaçaose/Nederlandse zangeres Izaline Calister en haar begeleiders Roël Calister (percussie) en Ed Verhoeff (gitaar) brengen een programma van verhalen op muziek. De muzikale begeleiding van Surinaamse zijde is in handen van Ivor Mitchell met de formatie Skwala.

    Meer lezen: www.literairfest.org. Plaats: Prakwaki, Willemlaan 5, Paramaribo. De opening is op 7 november van 19:30-22:30 uur. Toegang: vrij. Tel.: ++597 400042 of ++597 (0)835 0717.

  • Surinaamse literatuur op Hyves

    Ook op Hyves is er nu een pagina over de Surinaamse literatuur te vinden. Anouska Kock, een schrijfster van Surinaams-Nederlandse origine, woonachtig op Aruba, nam het initiatief. Neem een kijkje op http://boekensuriname.hyves.net en sluit je aan. Het is een Hyves-pagina voor mensen die graag lezen over Suriname en Surinaamse zaken. Niet alleen verhalende literatuur, maar ook non-fictie. De leden attenderen elkaar op nieuwe uitgaven, literaire activiteiten, en daarnaast kan een ieder die dat wil, op deze hyve boekenrecensies plaatsen. Het is belangrijk omdat veel uitgaven in Suriname in eigen beheer geschieden. Vaak zijn de publicaties alleszins de moeite waard maar bereiken ze maar een kleine groep lezers.

  • Vodou en Winti – over het lezen van Caraïbische literatuur

    Een van de problemen waar de westerse lezer die zich voor het eerst verdiept in de Caraïbische literatuur op stuiten zal, is de onwetendheid over de tot dan toe allicht grotendeels onbekende culturele context waarin het werk ontstaan is. Voorbeelden van zulke onbekendheden zijn de fenomenen Vodou (op Haïti) en Winti (in Suriname). Over deze godsdiensten, beide zogenaamde ‘syncretische’ godsdiensten, bestaat in Nederland weinig adequate kennis. Het door Hollywood gevoedde idee dat het bij deze religies draait om zwarte magie en het steken van naalden in poppetjes lijkt wijdverbreid. Dat je deze religies hiertoe niet kunt reduceren, zal voor velen evident zijn, maar hoe we deze dan wel zouden moeten typeren zal voor even zo velen een stuk minder duidelijk zijn.

    Op 31 oktober wil Perdu een aanzet geven tot het opvullen van deze lacune en daartoe ingaan op de rol die Vodou en Winti spelen in de Caribische literatuur. Niet alleen zal het gaan over de concrete verschijningsvorm van deze religies in verschillende literaire werken, ook zal er nagedacht worden over, bijvoorbeeld, de wijze waarop de rol van het ritueel in de religie wordt vormgegeven en wat voor sporen daarvan terug te vinden zijn in de stijl en inhoud van literaire werken. Maar ook: hoe verhouden Winti en Vodou zich tot de bekende mystieke tradities binnen het christendom, en hoe is die verhouding terug te zien in verschillende literaire werken en oeuvres, van Trefossa tot Faverey.

    AVONDEN

    Vrijdag 31 oktober

    Met: Maria van Daalen, Karin Amatmoekrim en Matthijs Ponte

    Aanvang: 20.30 uur
    Zaal open: 20.00 uur

    Entree: 6/5 euro (met vriendenpas, cjp, studentenkaart, stadspas)

    Meer info en reserveren op: http://www.perdu.nl/reserveren.cfm?voorstelling=182

  • Schrijfles

    Omdat ik het Nederlands op z’n Surinaams spreek, maar in Nederland Nederlands meen te moeten schrijven ? in geheim denk ik dat dit knapper zal lijken – vind ik het nodig te gaan lessen. Sommige vaardigheden krijg ik snel onder de knie, andere helemaal niet. Als het de-die-dat-het ding bijvoorbeeld. Yongu! Geprezen zij de spel- en grammaticazoeker! Want ook zonder lessen begrijp ik best dat een boek waarvan het begin luidt: Die man zei tegen die kind met die geit aan lijntje: ‘jongen doe een beetje snel dan, is niet alleen geitwerk is er vandaag om te doen’, zal moeten komen van een schrijver van zeer goeden huize, wil het intrede doen in literatuur van Nederlands Nederland. Dus dáárom.

    Misschien dat dit een generatie verder veranderd zal zijn. Dat is niet ondenkbaar. Tenslotte zegt Nederlands Nederland nu ook al skowtu (politieagent) en pata (gymschoen). En wij nemen hun doekoe (geld; straattaal van West-Nederland) al even moeiteloos en graag over. In het kader van integratie, taalunie en zo vier en vijf, krijgen we dan zoiets als: A man zegt tegen a kind met a geit, enz. enz. Alle hoofdpijn door één lettertje weggevaagd. Wat zal het dan wemelen van de schrijvers, met al die geboren meesters in verhalen die zich eindelijk niet meer hoeven te storen aan ‘d’, ‘t’ en ‘dt’, ‘v’ en ‘f’, ‘z’ en ‘s’. 

    Die lessen in allerhande schrijfvaardigheden zijn me overigens een waar genoegen. Ik leer op schrijfles ook anders te lezen.

    Met gemengde gevoelens denk ik nu terug aan de tijd vóór die lessen. Ik dronk toen gulzig het ene na het andere sterke boek zonder dat mijn leesdorst ooit werd gelest. Dat is veranderd. Nu lees ik wel eens boeken waarna ik voor lange tijd niets meer aan geschreven woord te drinken wens, want ik heb op schrijfles geleerd de goocheltrucjes te ontdekken.

    Een voordeel van schrijfles is dat ik nu weet dat kunstjes aangeleerd kunnen worden!

    Een nadeel is dat het veel leesplezier vergalt. Ik lees nu meteen waar de schrijver acrobatische toeren uithaalt, wankelt, een misstap maakt, bijna door zijn capriolen te pletter valt maar net op tijd (of eigenlijk net te laat) als een marionet wordt opgetakeld en weer op het koord geplaatst.

    Soms zijn het behendige, knappe, smetteloze en heel fraaie kunstjes die naadloos worden toegepast. Maar het zijn toch nog kunstjes.

    Heel anders waren die spannende jorka tori, spookverhalen van moesje.

    Gebaad en wel zitten we op voorzaalvloer, moesje op haar grkgrk-grkgrk-hobbelstoel. Vlammetje van kokolampu doet spokendans ? griezelige schaduwreflecties van petroleumlampje – rieten stoel zwijgt totdat onzichtbaar-iets plotseling erop is gaan zitten: krrr… Stikdonker is het erf waar privaat in een uithoek wacht, jij moet nódig.

    ‘Jorka zwerft nooit overdag… Daglicht is trééf van jorka…’, kiest moesje ongehaast haar woorden als kleurtjes waarmee zij haar plaatjes in beeld gaat brengen zodat jij ze ook kan zien. ‘Is wanneer maan is verdwaald en sterren van de hemel zijn gevallen… is dán pas gaat jorka zijn ronde doen…’

    Verhaal begint meteen bij het eerste woord. Middendeel start een tweetal zinnen later en kabbelt vervolgens rustig voort, maar zelfs de ingehouden adem die stilletjes is ontsnapt aan degene naast je en vluchtig je arm streelt, kan voor jou aanleiding zijn om gillend op te springen, het werkelijk in je broek te doen.

    Tergend langzaam schildert moesje haar verhaal, jij doet moeite te zien in het duister. Geen tekort aan franje om verhaal op te houden. Middendeel is lang lang lang. Niemand, jong noch oud, die het in zijn hoofd haalt om moesje aan te sporen voort te maken. Onrustig rustig blijft je bil op zijn plaats totdat moesje is uitverteld. Zijzélf heeft je stap voor stap, rustig rustig meegenomen. Zijzelf brengt je weer rustig rustig en veilig terug, ook al is er voor de rest van de nacht en nachten daarna schrik in je hart en bibber in je benen. ‘Is zo die uitwerking van jorka tori me kind’, lacht moesje haar zuinige welterusten-lachje.

    Neem dan die hedendaagse westerse schrijfdocente, knappe schrijfster ook. Hoor wat ze om en bij zegt nò: de pen schiet uit zijn boog (begin) naar gewenste hoogte (climax) en zoeft vervolgens omlaag (einde).

    Rustig rustig? Neks vanaan! Taal, gewoon omdat taal prachtig mooi en vloeiend goed geschreven is, uit liefde voor taal, taal om de taal? Nònò! Lezer weer netjes terug brengen? Die ziet maar hoe hij jumped, dat is verder zijn zaak! Een heel andere tijd. Een heel andere wereld met een zoevend snel tempo. Met andere wensen, kijk op zaken en smaak

    Schrijfregeltjes die ontstaan in de ene literatuurwereld hoeven dan ook niet te werken in de andere literatuurwereld.

    Wij, niet-westerse schrijvers, schrijven zoals onze moesjes vertelden: verhalend. De tijd nemen, niet recht op het doel af want dat is zo strak zakelijk, maar met vele fraaie bochten, zoals liba meandert voordat ze afzakt naar zee. Want dát is die sjeu, het smeuïge van Márquez, Chamoiseau en Allende: vooral niet recht op je doel afgaan maar rustig rustig je kronkels maken als moesje toen. Dit is geen kunstje dat wij hebben geleerd. Het is aangeboren. Oer en puur.

    Wij willen ons verbeteren en overtreffen door te lezen, lezen, lezen. Door te leren van anderen, ook van schrijfdocenten en schrijfmeesters. Maar of we ons willen onderwerpen aan regeltjes, onze creativiteit aan banden willen laten leggen…

    Regels zijn vóór al het andere, vrijheidsbeperkend.  

    Marylin Simons,  Paramaribo, maart 2005 

    Marylin (1959) debuteerde met de verhalenbundel Carrousel, Okopipi ? Paramaribo 2004. Van haar verschenen ook vertel-cd’s voor kinderen Anansi Dala met boekje (Paramaribo 2004) en Ballon Blaas (Paramaribo 2005). In het najaar 2005 zal bij de uitgeverij de Geus – Breda, een Nederlandse editie van Carrousel (getiteld Koorddansers) worden uitgegeven.

  • De strafkolonie, Twan van den Brand

    De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946.

    ‘Jeruzalem aan de rivier’. Maar ook: ‘de groene hel’. Tegenstrijdige namen voor een – op dit moment althans – idyllische plek aan de Suriname-rivier, Jodensavanne. Op deze plek vestigde zich in de zeventiende eeuw een groot aantal Portugees-joodse families. Sommige van deze nieuwe bewoners van Suriname waren al voor de derde of zelfs vierde keer in hun leven gevlucht voor anti-semitische vervolging, uit Europa, uit Brazilië … Jodensavanne zou gedurende enkele decennia zelfs de tweede of derde belangrijkste plaats in Suriname zijn, om deze positie strijdend met Torarica (de eerste officiële hoofdstad van Suriname) en Paramaribo. In het midden van de negentiende eeuw verliet echter de laatste bewoner de nederzetting en wat er nog restte werd al gauw overwoekerd door de natuur. In de huidige tijd zijn oude marmeren grafstenen weer blootgelegd, en vormen onder meer deze ‘Beth Haim’ en de ruïne van de grote synagoge ‘Beracha ve Shalom’ een stuk historisch erfgoed dat van onschatbare monumentale waarde is.

    Slechts weinig mensen kennen het verhaal achter de periode dat Jodensavanne bekend stond als ‘de groene hel’. Twan van den Brand heeft zeer grondig onderzoek gedaan naar deze zwarte bladzijde uit de gemeenschappelijke geschiedenis van Nederland, Indonesië en Surianme. Hij doet hiervan verslag in De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946. Het boek verscheen in 2006 bij uitgeverij Balans.

    In januari 1942 werden 146 mannen in Indonesië gedeporteerd naar Suriname waar zij uiteindelijk werden opgesloten in Jodensavanne. De gronden waarop zij gedeporteerd zijn waren vrij onduidelijk: verdenking van landverraad; NSB-lidmaatschap; een anti-Duitse uitspraak kon genoeg zijn om uiteindelijk daar achter het prikkeldraad aan de Suriname-rivier te belanden. Tijdens hun verblijf in Suriname hadden de mannen geen contact met de buitenwereld. Er was geen postverkeer in of uit, het Rode Kruis kreeg geen toestemming de gevangenen te bezoeken, er was niets te lezen. Enkelen van hun poogden te ontvluchten, maar werden betrapt. Twee van de vluchtelingen, Karel Raedt van Oldenbarnevelt en Loo van Poelje, werden bij ‘berechting’ in Fort Zeelandia in Paramaribo, in november 1942, in koelen bloede geëxecuteerd onder bevel van de Nederlandse territoriaal commandant kolonel Jan Kroese Meyer: ‘op de vlucht neergeschoten’ heette het. Ruim veertig jaar later, na 8 december 1982, zou op exact dezelfde plek door andere spelers opnieuw dezelfde leugen misbruikt worden, weer echo’de het: ‘op de vlucht neergeschoten’. Pas in juli 1946 kwam er een einde aan het verblijf in het kamp te Jodensavanne. Een Amerikaanse legerboot voer toevallig langs en de passagiers waren verbijsterd: ‘the war is over fellows, you must be free’ riepen de Amerikanen. Op 15 juli 1946 werden de 138 overgebleven mannen naar Nederland gebracht, waar zij hun geschonden vrijheid met moeite heroverden.

    Van den Brands boek leest prettig, hij heeft gekozen voor de vorm van de journalistieke vertelling. Hij geeft aan het einde van het boek aan dat het vastleggen van ‘de waarheid’ niet altijd even makkelijk is. Veel bronnen spreken elkaar tegen, gezichtspunten verschillen, veel getuigen leven niet meer, soms is materiaal verloren gegaan. De schrijver lijkt daarin toch heel goed een weg in gevonden te hebben. De opbouw van het boek vond ik niet helemaal logisch, soms wat sprongen in de tijd (of stijl) die naar mijn mening anders hadden gemogen, wat ‘organischer’. Een ander, heel klein, minpuntje vond ik het wat overdadig ironie-gebruik. Dat deed voor mij afbreuk aan het verhaal dat in alle soberheid geen enkel franje of commentaar behoeft om zeer diepe indruk te maken. Anderzijds is het zo een onvoorstelbare geschiedenis en raakt het essentiële aspecten van menselijkheid, zaken als lijden, schuld en macht & machteloosheid, dat je die ontzetting van tijd tot tijd wel moet ontladen. Het is vooral bijzonder en ook navolgenswaardig dat iemand zo een enkele bladzijde uit het hele dikke boekwerk der geschiedenis zo diepgaand uitgeplozen heeft en daarmee ook recht heeft gedaan aan de betrokkenen.

    De strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946, Twan van den Brand. Amsterdam, Balans, 2006.

    Marieke Visser