• Een kloppend verhaal

    Masja’s wolvenhart gaat van boem boem in Wolvenweer van Simon van der Geest. Haar hart klopt sneller en sneller voor de stoere en lieve wolf Iwan. ‘Boemboem boemboem boemboem.’ Iwan is haar vriend. ‘Hij is groot en stoer en sterk als een beer.’ Masja denkt elke dag aan hem en droomt elke nacht over hem. Ze wil hem vragen of hij haar wolf wil zijn. Maar dan, als de maan vol en hoog aan de hemel staat, gebeurt er iets met Iwan. Het laat Masja haar hart opnieuw sneller kloppen. Alleen is het deze keer van schrik.

    ‘Wil je mijn wolf zijn?’ vraagt Masja. Iwan antwoordt: ‘Ik wil… Ik wil plassen.’ Dat is natuurlijk niet het antwoord waar Masja op had gehoopt en dan wil Iwan ook nog eens op een wc plassen. ‘Maar je bent een wolf! Een wolf plast tegen een boom! Niet op de wc!,’ probeert Masja nog. Maar ze kan Iwan niet tegenhouden. Ze hoort gepiep en gejank en ze vraagt zich af of het wel goed met hem gaat. Ze rukt de deur open en schrikt: In de wc staat een man. Ze wil eerst niet geloven dat het echt Iwan is die voor haar staat, maar concludeert na een tijdje dat het toch waar is: ‘Mijn Iwan is nu een dun, slap ventje.’ Het laat haar hart stilstaan. ‘Wat moet ik met een mens?’ Denkt ze. ‘Ik kan wel janken.’

    Niet zomaar een man

    Ook bij de volgende volle maan verandert Iwan in een mens met een das om en een pak aan. Alle wolven lachen hem uit. En Masja? Die zegt niks. ‘Ik sta erbij en kijk ernaar. Ik steek geen poot uit.’ Maar als het dunne ventje even later voor Masja’s hol staat, omdat de wolven achter hem aanzitten, laat ze hem toch binnen. Dan ontdekken ze dat Iwan niet zomaar in een man is veranderd, maar in een heuse weerman! En hij voorspelt dat er een zware storm aankomt… Maar willen Masja en de andere wolven weerman Iwan wel geloven nu hij geen stoere wolf meer is?

    Spanning, humor en veel tekeningen

    Wolvenweer is een nieuw boek in de Tijgerlezen reeks van uitgeverij Querido. Deze serie staat voor gelukkig (leren) lezen. Met het doel dat kinderen zelf het boek kunnen kiezen waar ze aan toe zijn. Geen technische leesniveaus, maar boeken die voldoen aan de belangrijkste criteria van kinderen: ze zijn spannend of grappig en ze hebben veel illustraties. In Wolvenweer zit het alledrie.

    Van der Geest gebruikt korte zinnen die fijn en makkelijk te lezen zijn, maar die ook mooi zijn. Zoals: ‘Hoor je mijn hart? Boemboem boemboem… Het is net een paard. Een paard dat naar jou toe wil rennen.’ Daarnaast is het boek gevuld met humor, zowel in het verhaal zelf, als in de taal en in de tekeningen.

    De tekeningen van Karst-Janneke Rogaar zetten niet alleen de sfeer goed neer, ze zijn echt onderdeel van het verhaal. De zwart-witte wolven met felgele ogen komen met alle bijbehorende emoties voorbij. Grommend, zwijmelend, lachend of angstig. Elke emotie is pakkend geschetst. Letterlijk: je kunt vaak de lichte potloodlijnen nog zien. De handgeschreven woorden en korte zinnen in tekstballonnetjes die erbij staan maken het tot een speels geheel. De vormgeving is ook door Rogaar gedaan, misschien dat daarom alles samen zo goed klopt.

    Het kloppende hart

    Wolvenweer is een boek waar beginnende lezers veel plezier van zullen hebben, zowel alleen als samen. Met thema’s als verliefdheid, vriendschap en verandering is er genoeg om over te praten. Al zullen de mooiste geluiden tijdens het lezen te horen zijn: gegniffel, gelach en boemboem boemboem: het kloppende hart van gelukkige lezers.


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl

  • ‘Yihaaaa ninjavia’!

    Ooit gehoord van een ninjavia? In het boek Pluk en Pluis. De weg naar terug, kan je er alles over lezen. Mathilde Stein schreef een prachtig verhaal over vriendschap, moed en avontuur.

    ‘Pluis zit in zijn hok.
    Lekker in de zon. Met zijn ogen dicht.
    Hij is een beetje aan het dromen.
    Hee!
    Opeens komt er en wolk voor de zon.
    Pluis schrikt wakker.
    In de lucht ziet hij een bal.
    Een zwarte bal met heel veel haar.
    En die haarbal
    komt naar hem toe!
    Help!’

    Zo begint het verhaal over de cavia’s Pluis en Pluk. Pluis de cavia leeft een fijn en rustig leven in zijn hokje. Op een dag wordt er een zwarte harige bal bij hem in zijn hok gezet. Dan is de rust voorbij.
    Die harige bal is Pluk. Pluk rent de hele tijd rondjes, eet van de brokjes en drinkt van het water. Pluis is helemaal niet blij met die indringer. En zeker niet als blijkt dat hij nu de aandacht van Aaihand, Kleurhand en Kleinhand met Pluk moet delen. Toch worden Pluk en Pluis goede vrienden. Pluk blijkt een ninjavia te zijn, hij durft zelfs die enge Sis, met hypnose, met de kattenstaar weg te jagen!

    Op avontuur

    Maar soms is Pluk heel stil, zou hij ergens bang voor zijn? Wat je ook nog moet weten is dit: In de krant las Groothand een artikel: De ring van prinses Miski is gestolen uit het paleis. Maar wat heeft Pluk te maken met de verdwijning van die ring?  Pluk bedenkt een plan om de ring weer terug te brengen naar het paleis. Zo komt Pluis voor het eerst buiten het hok, en ze moeten nog veel verder. Pluis houdt eigenlijk niet zo van avontuur maar hij laat zijn vriend Pluk niet alleen gaan. Hij helpt zijn vriend, de ninjavia, op ‘De weg naar terug’. Onderweg krijgen ze te stellen met Boef B., de hoofdhond en de de Anti Ratten Brigade, de A.R.B. Het is maar de vraag of Pluk en Pluis ooit nog veilig thuiskomen.

    ‘Hé Bro’!

    Het is Mathilde Stein gelukt om in een ogenschijnlijk eenvoudig en ook grappig verhaal een diepere laag te verwerken. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van Pluis de cavia.
    Namen van huisgenoten zoals Groothand en Aaihand bieden mogelijkheid tot eigen verbeelding en invulling. Pluk gebruikt graag ‘stoere’ woorden, zo spreekt hij zijn vriend aan met: ‘Hé Bro’ of ‘Brootje’, en uit hij bij zijn acties kreten als ‘Yihaaaa ninjavia’, deze woorden staan vetgedrukt over de pagina geschreven om ze kracht bij te zetten.

    Vriendschap, moed en iets voor een ander over hebben zijn door het verhaal heen geweven zonder dat het moralistisch wordt. Spanning en ontspanning wisselen elkaar goed af. Het is een grappig en spannend boek om in één adem uit te lezen. De korte zinnen met veel witruimte op de pagina maken het boek toegankelijk voor de jonge, sterkere lezer. En hoewel de uitgave kinderen uitnodigt om zelf te lezen, is het taalgebruik ook voor een volwassene prettig (voor) te lezen (vanaf vijf jaar). Op bijna elke pagina staat wel een illustratie, door Mathilde Stein zelf getekend. Deze grappige tekeningen ondersteunen of verduidelijken de tekst, ze zijn echt van toegevoegde waarde. Ze zijn in zwart en hier en daar wat oranje en zien er uit als vlotte schetsjes. Ze geven de sfeer van het verhaal goed weer maar laten ook ruimte voor eigen fantasie.
    Met zijn 317 pagina’s is het een lekker dik boek voor liefhebbers van avontuur en echte vriendschap.

    Dus: Yihaaa, duik snel in de avonturen van deze caaf-boys!

     

     


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl

     

     

  • Fantasie als wapen

    In haar boek Dodo neemt Mohana van den Kroonenberg als leidraad het motto van Lewis Carroll: ‘Fantasie is het enige wapen in de oorlog tegen de realiteit’. De vraag is dan natuurlijk: ‘Wat is de realiteit?’ In Dodo wordt de lezer meegenomen en meegezogen in de binnenwereld van Dorian, een jochie dat net van de basisschool komt en begint in de eerste klas van de middelbare school. Voor Dorian is het voorstelrondje tijdens de eerste les de realiteit. Je moet voor de klas komen en kort zeggen hoe je heet, wat je leuk vindt, waar je goed in bent enz. Dorian vindt het bloedje spannend en verbijt het moment dat hij aan de beurt is. Als het moment daar dan toch is, komt hij niet uit zijn woorden. In stilte, hulpeloos en wanhopig schreeuwend, doet hij een beroep op zijn beste vriend van de basisschool, Ramses. Tenslotte stamelt hij stotterend als antwoord op de vraag van de juf hoe hij heet: ‘I……. Dodo.’  Gelach! Vanaf dat moment besluit Dorian nooit meer te praten. De realiteit is voor hem te verzengend.

    Ik heb je helemaal niet nodig, ik red mijzelf wel

    Dorian voelt zich verraden door zijn beste vriend Ramses, zijn kameraad van de basisschool met wie hij altijd alles deelde. Ramses, die net als hij lang haar had. Hij denkt terug aan de geweldige avonturen die zij beleefden in hun boomhut in het bos, waar ook Sabine en Nikita soms kwamen. Ramses met wie hij muziek maakte, Ramses op de gitaar en Dorian op de drum. Ramses die zich zo gemakkelijk voegt in de nieuwe klas en die nu in de bus niet naast hem komt zitten. Als hij hoort dat hij in de klassengroepsapp Dodo genoemd wordt, is hij diep gekrenkt en ten einde raad besluit hij uit de groep te stappen. Thuis is hij doof voor aardige dingen. Zijn zus kan geen goed doen en ook van zijn moeder wil hij eigenlijk niets weten, al haar goede bedoelingen ten spijt. Wel neemt hij haar advies ter harte om zijn gedachten op te schrijven in het schriftje, dat hij op de basisschool ooit als dagboek gebruikt heeft. Hij trekt zich terug op zijn kamer, waar hij zijn eigen wereld creëert. Tijdens een schoolreisje naar een Natuurhistorisch museum wordt hij gegrepen door de fantastische wereld van uitgestorven dieren. Vooral de Dodo maakt een verpletterende indruk. Hij voelt dat de Dodo en hij bondgenoten zijn. Hij ontdekt dat het museum beschikt over het laatste dodo-ei dat er bestaat. Thuis op zijn kamer geeft hij zijn fantasie de vrije loop en vertrouwt hij zijn bevindingen toe aan zijn schrift. Van den Kroonenberg visualiseert die fantasiewereld van Dorian door dit schuin gedrukt weer te geven. Dit is prettig en zorgt ervoor dat deze fantasiewereld duidelijk gescheiden wordt van zijn gedachten over de realiteit van het dagelijks leven. De dodo wordt zijn nieuwe maatje. Met hem beleeft Dorian in zijn fantasie de meest spannende avonturen. Hij heeft helemaal geen Ramses nodig.

    Het verhaal heeft een prachtige spanningsboog. We zien Dorian bijna ten onder gaan in eenzaamheid, woede en verdriet. Hij knipt zelfs zijn haar af als teken dat hij niets meer te maken wil hebben met zijn oude ik en dat het bondgenootschap met de band is verbroken. Zelfs zijn drumstel doet hij weg. Maar langzaam krabbelt hij weer op en als hij ziet dat ook Ramses zijn haar heeft gekortwiekt, begint hij weer contact te krijgen met de reële wereld van zijn vrienden en familie. Hij heeft Dodo steeds minder nodig als kameraad.

    Voel hoe mooi literatuur kan zijn.

    Van den Kroonenberg laat de lezer de wereld zien door de ogen van Dorian. Alleen zijn perspectief op de realiteit doet ertoe. De korte zinnen zijn gevat in kraakhelder proza, beeldend en heel goed leesbaar voor pubers zoals Dorian. Ook de vele korte hoofdstukjes maken het boek toegankelijk voor jongeren wier spanningsboog niet altijd even groot is. Terloops weeft Van den Kroonenberg historische informatie door het verhaal zonder de relevantie daarvan voor het verdere verloop uit het oog te verliezen. Knap gedaan. Te veel informatie kan immers dodelijk zijn voor een goed verhaal. Van den Kroonenberg slaagt er goed in je te laten inleven in Dorian, zijn woede over zijn gekrenktheid te voelen, maar ook zijn hulpeloosheid om contact te leggen met mensen van wie hij eigenlijk heel goed weet dat ze het goed met hem voor hebben. Het boek is heel geschikt om samen met leerlingen in de brugklas te lezen om, na lezing, met hen te reflecteren op de overgang van basisschool naar middelbare school. Zo laat je leerlingen voelen hoe mooi literatuur kan zijn.

     

     


    Literair Nederland werkt aan een spin-off voor kinder- en jeugdliteratuur, Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl
  • Daan Remmerts de Vries ontvangt Theo Thijssen-prijs

    Hij heeft er wel even op moeten wachten, de prijs was hem immers al in maart 2021 toegekend, maar op donderdag 23 juni 2022 heeft Daan Remmerts de Vries (1962) dan toch eindelijk de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs in ontvangst mogen nemen in theater Diligentia in Den Haag.

    De Theo Thijssen-prijs, de belangrijkste prijs in kinderboekenland wordt toegekend door het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs  voor Letterkunde voor het complete oeuvre van een auteur. Remmerts de Vries ontving de prijs uit handen van Maaike Meijer, bestuursvoorzitter van de Stichting P.C. Hooftprijs. Zij citeerde uit het juryrapport:
    ‘In zijn inmiddels meer dan zestig boeken verkent Daan Remmerts de Vries steeds nieuwe mogelijkheden en grenzen omdat zijn kunstenaarschap daarom vraagt. Zijn personages op zoek naar eigenheid en vrijheid geven zijn verhalen – wars van het modieuze – een groot gevoel van urgentie. Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht. Remmerts de Vries levert al een oeuvre lang een unieke bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.’

    De jury bestond uit: Marjon Kok, Ted van Lieshout, Matijs Lips, Annemiek Neefjes (voorzitter) en Veerle Vandenbosch.

    Het Literatuurmuseum in Den Haag had een feestelijk programma gemaakt met een optreden van een speciale gelegenheidsband die twee songs ten gehore bracht waarvan Daan Remmerts de Vries zelf tekst en muziek schreef. Sjoerd Kuyper droeg een prachtig gedicht voor dat hij speciaal voor deze gelegenheid had geschreven. Zangeres Shirma Rouse vertolkte tot slot Imagine. 


    (Foto: Mylène Siegers)
  • Een prachtig kinderboek, ook voor volwassenen

    ‘Dames en heren, graag uw aandacht voor onze fantastische goochelaarrrr…..’ – er klonk een roffeltje – ‘Selath van Etelim.’ Als Laura en Bruno in het Archeon met hun ouders een bezoek brengen aan Circus Kronos, worden zij door Selath ‘als vrijwilligers’ naar voren geroepen om deel te nemen aan zijn bijzondere verdwijntruc. Dit heeft rampzalige gevolgen. Na het uitspreken van een magische spreuk zijn de kinderen verdwenen en Selath is niet in staat hen weer terug te toveren. Zij blijken te zijn weggetoverd, ongeveer 2500 jaar terug in de tijd, naar de Griekse stad Milete aan de huidige Turkse kust. Vanaf dat moment ontvouwt zich een heerlijk avontuur waarin de kinderen proberen terug te keren naar hun ouders in hun eigen tijd, terwijl Selath verwoede pogingen doet de kinderen weer terug te toveren voor de ouders ontdekken dat de kinderen echt weg zijn.

    De actualiteit van de oude Grieken

    Op speelse wijze geeft Erno Eskens in De kinderen van Chronos aan jonge mensen een inkijkje in de wereld van de Griekse filosofie uit de klassieke oudheid. Marthe Kerkwijk heeft het verhaal door haar illustraties in een fantasierijk en magisch jasje gestoken. Door het verhaal zich te laten afspelen op twee niveaus – onze eigen tijd en de wereld van de klassieke oudheid – sluit het goed aan bij de belevingswereld van kinderen en kunnen zij zich identificeren met Laura en Bruno. Eskens wil kinderen met dit boek niet alleen wijzen op het unieke karakter van de Griekse filosofie, maar hen ook doordringen van de actualiteit daarvan. Vragen over mensenrechten, slavernij, democratie en emancipatie staan centraal. De kinderen krijgen hier in hun zoektocht als vanzelf mee te maken. Dat Thales van Milete, gezien het tijdsverschil, Socrates nooit heeft kunnen ontmoeten, is voor Eskens geen probleem. Het gaat hem immers niet om een historische reconstructie.

    Een wonderlijke zaak

    In Milete maken de kinderen kennis met de filosoof Thales. Hij geldt als een van de eersten, die op rationele basis natuurverschijnselen trachtte te verklaren. Met berekeningen had hij de zonsverduistering van 28 mei 585 voor Christus voorspeld. De wereld van de oude Grieken was toen echter nog doordrenkt van het magisch denken. Toen zijn voorspelling uitkwam, geloofde dan ook niemand dat zijn berekeningen werden bevestigd. De mensen waren bang en weten het aan zijn toverkracht. Zij eisten dat hij de zon zou terugtoveren. Thales zwaaide wat met een stokje, zei: ‘Simsalabim’ en ja hoor, de zon kwam weer terug. Thales was de held. Als beloning kreeg hij van de koning van Milete de gouden drievoet van Helena, de mooiste vrouw van Griekenland. Deze drievoet was in de netten terechtgekomen van de vissers van het eiland Kos. Op de drievoet behoorde eigenlijk ook een gouden schaal. Deze hadden de vissers echter niet gevonden. Volgens Thales hadden zij de schaal achterovergedrukt.

    Het orakel van Delphi had bepaald dat de drievoet met schaal gegeven moest worden aan de wijste man van Griekenland. Thales accepteerde de schaal, maar zei dat wijsheid een veranderlijk begrip is: ‘Vandaag ben ik misschien de wijste man van Griekenland, maar ben ik dat morgen nog?’ Hij kreeg toestemming van de koning om op zoek te gaan naar de schaal en te onderzoeken of er nog een wijzer man in Griekenland gevonden kon worden. Aan hem moest hij dan, in overeenstemming met de uitspraak van het orakel, de drievoet samen met de gouden schaal overhandigen. Thales vertelt de kinderen dat de drievoet ooit van Apollo is geweest, de god van de maat der dingen, dus ook van de tijd. Door de schaal aan te raken zou je in de tijd moeten kunnen reizen. Hij ontfermt zich over de kinderen en samen besluiten zij op zoek te gaan naar de schaal.

    Op avontuur met Thales van Milete

    Hun zoektocht naar de vissers leidt hen naar Athene waar zij in contact komen met de grote filosofen uit de Griekse oudheid, Socrates, Plato en Aristoteles, maar ook met markante figuren als de cynicus Diogenes, de spottende komediedichter Aristophanes en de grote wetgever Solon. Tijdens al die ontmoetingen stuiten Laura en Bruno, die door de Grieken als barbarenkinderen worden gezien, op actuele vragen, die te maken hebben met individuele vrijheid en gelijkheid, – waarbij vooral Laura stevig van zich af bijt -, op vragen over het goede bestuur met Solon, maar ook op meer filosofische vragen naar kennis van de werkelijkheid, naar aanleiding van het verhaal over de grot van Plato.

    In het verhaal zitten alle elementen die er een spannend geheel van maken. ‘Hoe komen de kinderen weer terug in hun eigen tijd?’ en ‘slaagt de goochelaar erin ze op tijd terug te toveren voor er paniek uitbreekt bij de ouders?’. Er komen heel verschillende types in voor: boeven (de vissers van Kos), een komische figuur (Diogenes), een trouwhartig type (Thales) en een kletskous met een aardbeienneus (Socrates). Er zit magie in bij de priesteres van het orakel van Delphi. Laura en Bruno botsen voortdurend met de normen en waarden van de oude Grieken. Het boek biedt hierdoor voor volwassenen veel aanknopingspunten om met kinderen tot een goed gesprek te komen.