• Wie gooit de laatste granaat?

    ‘De ene granaat is voor de Amerikaanse monsters die jullie familie willen vermoorden. En als jullie zoveel mogelijk Amerikanen hebben gedood, dan gebruik je de andere granaat om jezelf te doden.’ De toon is gezet in De laatste granaat van de Amerikaanse schrijver Alan Gratz. De bijna veertienjarige Hideki van Okiwana krijgt deze les mee in het eerste hoofdstuk, als hij zich aansluit bij het korps ‘Bloed en IJzer’. Die les vormt de opmaat voor een jeugdroman met veel oorlogsgeweld en gruwelijkheden die gelukkig meerdere lagen bevat.

    […]

    Uitgeverij Kluitman heeft met deze oorlogsroman voor de jeugd en Young Adults weer een steentje bijgedragen aan de leesbevordering. De laatste granaat is een boek dat bepaalde jongeren door de actiespanning zeker aan zal spreken. Het is toegankelijk geschreven en bevat door de karakterontwikkeling van de hoofdpersonen en door de achtergronden over cultuur en omstandigheden op het kleine eiland Okinawa ook de nodige diepgang.

    Lees de hele recensie op Jong Literair Nederland.

     

  • Lowie, een geheimzinnig verhaal vol mooie woorden

    Lowie, van de vogel en de dief van Stefan Boonen begint geheimzinnig. Iedereen die Lowie kent is aanwezig op haar begrafenis. Een begrafenis op een zachte warme dag, de zomer waait naar binnen. Maar is Lowie echt dood? Weten we dat zeker?
    ‘Nee, denk maar niet dat het hier te treurig wordt.
    Ook al zijn we diep in het Binnenland.
    Dit is het verhaal van een meisje. Ze heette Lowie.
    Trouwens, ze is niet echt dood, dat kan bijna niet.
    Ze was nog maar net begonnen.’

    […]
    Lowie, van de vogel en de dief is een beeldend verhaal voor kinderen en volwassenen die van mooie woorden houden en van sterke personages, met hier en daar een levensles zoals die van de kapper in Hinkel: ’Ja, je moest mensen een kans geven, soms zelfs twee.’

  • Verhelderende en prettig leesbare verhalen over plastic

    De Amerikaanse uitvinder John W. Wyatt vond de plastic biljartbal uit: ‘Na lang experimenteren in zijn huis kwam daar een deegachtig goedje uit wat erg leek op ivoor. De broer van John, Isaiah, kwam met een hippe naam: celluloid. Rara, waar had deze slimmerik de naam vandaan gehaald? Je kunt wel raden wie de winnaar van de materialenwedstrijd was: die 10.000 dollar was voor John Wesley Hyatt!’
    Het is één van de talrijke anekdotes in Tot over mijn oren in het plastic (in de biljartbal zit voor een groot deel plastic) van Daniël Poolen en Merel Corduwener. Maar het citaat laat zien hoe soepel van taal de uitleg is over een complexe materie als plastic. Er komen nogal wat begrippen bij kijken die een heldere uitleg vergen. Allerlei termen vliegen je om de oren, maar ze worden allemaal kernachtig verklaard in voor kinderen begrijpelijke taal én uitspraak. Dat is des te opvallender omdat de auteur geen kinderboekenschrijver is.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

     

     

  • Een sluimerend kwaad

    ‘Er gebeurt iets met me, maar ik weet niet wat,’ antwoordt hoofdpersoon Hugo als zijn beste vriend Mickey vraagt of het wel goed met hem gaat. Deze zin vormt de rode draad in het boek Autumnville van Rick Meijer. De 15-jarige Hugo mag de boekwinkel van zijn vader voor het eerst alleen afsluiten. Hij vindt dit best spannend en controleert daarom goed of er geen klanten meer in de winkel zijn. Terwijl hij de deur op slot draait, hoort hij  de stem van een meisje. Ze roept zijn naam. Hugo weet zeker dat de stem uit de winkel komt, maar hij weet ook zeker dat er niemand binnen is. Hij springt op zijn fiets en racet naar huis. Het horen van de meisjesstem is het begin van een reeks vreemde gebeurtenissen.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

  • Het einde van de wereld bestaat niet

    Toen mijn kleindochter van negen jaar De flat aan het einde van de wereld bij mij op de leestafel zag liggen, merkte zij op dat het einde van de wereld niet bestaat. Ad rem en heel juist. Het geeft aan dat de leeswereld van kinderen en volwassenen van elkaar verschillen. Kinderen zijn nog niet altijd in staat achter de letterlijke tekst te kijken. Schrijven voor kinderen vergt dan ook speciale vaardigheden die zich kenmerken door korte zinnen, een levendige schrijfstijl en vooral avontuurlijk. Daarin munt De flat aan het einde van de wereld uit.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

  • Nooit meer huiswerk

    Worden computers zo slim dat je nooit meer huiswerk hoeft te maken? Kun je een computer met kunstmatige intelligentie je opstel, spreekbeurt of werkstuk laten maken zodat de leraar denkt dat je het zelf hebt gedaan? Wie dat een enge -of interessante- gedachte vindt, kan het boek Kunstmatige intelligentie is niet eng van Bas Haring lezen. Wellicht stelt dat je gerust, en de vele vrolijke en kleurrijke illustraties van Maus Bullhorst zullen daar zeker aan bijdragen.

    Je hoeft niet bang te zijn dat het boek te moeilijk wordt. Bas Haring neemt je bij de hand en begint van vooraf aan uit te leggen hoe een computer werkt. Hij bouwt het boek stap voor stap op. Hij gebruikt veel voorbeelden en bijna alle veertien hoofdstukken worden met een samenvatting afgesloten. Dat is makkelijk als je nog even iets wilt terugzoeken. Wat wel nodig is, is een nieuwsgierigheid naar kunstmatige intelligentie. En je moet een beetje interesse hebben in computers. Want iemand die niet van paarden houdt, zal ook niet zo snel een boek over paardenverzorging gaan lezen.

    Acht poten
    Bas Haring weet duidelijk -en overtuigend- uit te leggen dat de techniek van computers en kunstmatige intelligentie niet eng is.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

  • Wat weten mensen nu van dieren af? Minder dan niks

    Volgens diverse internetsites staan dieren hoog op de lijst van favoriete onderwerpen van kinderen die een spreekbeurt houden. Wie het over zijn of haar konijn of over de zeehond wil hebben, zal daar vooral met een mensenblik naar kijken. Dat standpunt houdt, al dan niet onbewust, in dat het dier ondergeschikt is aan de mens. Maar hoe zou een dier in een spreekbeurt vertellen over een ander dier? Bibi Dumon Tak probeert het uit in het pas verschenen Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda. De spreekbeurten in dit bijzonder aanstekelijke boek worden gehouden door dieren over andere dieren die soms onder de toehoorders aanwezig zijn.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

  • Als je het over seks wilt hebben

    De Duitse cabaretier Marc-Uwe Kling noemt zich een letterverplaatser. Naast zijn politiek geëngageerde podiumkunst, schrijft hij ook liedjes en kinderboeken op luchtige humoristische toon. Hij gebruikt hedendaagse thema’s, zoals internet in het prentenboekje in dezelfde reeks: De dag dat oma het internet kapot maakte. Of seksuele voorlichting in De dag dat papa over seks begon. De zesjarige Tiffany is de hoofdpersoon. Met grote ogen en open oren luistert het meisje naar haar vader, die met zijn zeventienjarige dochter Lisa en haar vriend, een stuntelig gesprek voert over seks. Lisa en Justin hangen als echte pubers afstandelijk en onderuitgezakt op de bank.

    Als twee mensen van elkaar houden..

    Er komen steeds meer mensen binnen. Moeder, opa en oma en broertje Max van twaalf, iedereen moet meeluisteren, want dan hoeft vader het gesprek niet nog eens te voeren met zijn jongere kinderen.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

     

  • Bombong de kleine reus beleeft grootse avonturen

     

    Wie Bombong de kleine reus van Drs. P leest, zal niet snel vermoeden dat het hier om een oude tekst gaat. Drs. P schreef Bombong tientallen jaren geleden als vervolgverhaal voor de Donald Duck. Toch voelt het in de nieuwe uitgave, bewerkt door Ivo de Wijs en voorzien van prachtige illustraties van Elisa Pesapane, als een splinternieuw verhaal. En, het frisse en nieuwe van Bombong is niet de enige verrassing. In het nawoord schrijft Ivo de Wijs dat Drs. P bekend stond als kinderhater. Een onterecht gevolg van een interview waarin werd geknipt, en na het lezen van Bombong ook moeilijk voor te stellen. Het boek ademt juist liefde voor kinderen: wat is er mooier dan het schrijven van een verhaal dat zo aansluit bij de belevingswereld van een kind?

    Hoe een reus leert oppassen
    Bombong is niet klein geboren, maar zoals een reus betaamt: GROOT. Hij houdt ervan de mensen een beetje bang te maken door stampend en bulderend rond te gaan. ’Attentie, attentie!’ roept hij. ‘Ik ben een reuzereus!’ Echt kwaadaardig is hij niet, om dorpen loopt hij heen, maar wel reuzehinderlijk. Zijn stappen dreunen het porselein aan diggelen en hij laat enorme gaten achter in het voetbalveld. Toch zijn de dorpelingen allang blij dat hij hun huizen met rust laat, maar Mutar, de tovenaar, is uit ander hout gesneden. Als Bombong midden door Mutars net geschapen landschap banjert, is de maat vol. Voor Bombong goed en wel door heeft wat er gebeurt, heeft de tovenaar hem veranderd in een piepklein reusje in een reuzegrote wereld.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

     

  • Levensveranderende zomer


    In de snikhete New Yorkse zomer van 1983, waarin de aidsepidemie de overlijdensadvertenties beheerst en de straten worden bevolkt door daklozen, potloodventers en zakkenrollers, ontstaat een vriendschap tussen twee stagiaires bij een krant, Beth en Edie. Hoofdpersoon Beth in Dat soort vrienden van Meg Rosoff is een bleu meisje van achttien uit de provincie. Ze heeft een stageplek weten te bemachtigen dankzij het schrijven van een artikel over het corrupte toelatingsbeleid van haar middelbare school, dat door de landelijke media werd opgepikt. Of de New Yorkse Edie schrijftalent heeft weten we niet, maar talent voor het aangaan van relaties heeft ze zeker wel. In een mum van tijd kent ze iedereen bij de krant, en iedereen haar.

    Beth laat zich meeslepen door wervelwind Edie. De dames doen al gauw veel dingen samen. Edie leert Beth hoe ze zich moet kleden en neemt haar mee naar een kapper, waar Beths onhandelbare haar wordt getemd en waardoor ze er volgens Edie nu niet meer uitziet als een meisje uit de provincie. En dat is waar Beth hevig naar snakt. Ze wil net zo wereldwijs, sociaal vaardig en aantrekkelijk worden als haar vriendin.

    Ondertussen vertelt Edie openhartig over alles wat haar bezighoudt: vriendjes, seks en haar tweewekelijkse bezoeken aan haar psycholoog. Als ze meer over Beth te weten wil komen, vuurt ze alle vragen in een keer op haar af.

    Seks?’
    ‘Tja…’ Beth veinsde nonchalance. ‘Niet echt.’
    ‘Niet echt, niet echt. Wat wil dat zeggen?’
    ‘Ach, een beetje seks maar geen, tja…’
    ‘Volledige penetratie?’ Edie snoof. ‘Pfff, dat noem ik technisch gezien geen seks.’
    ‘Best. Maar…’
    ‘Daarentegen heb ik al heel wat seks achter de rug,’ zei Edie. ‘Naar mijn ervaring is het allemaal niet zo geweldig. Voorspel tuurlijk. Eindeloze beloftes voor de rest, deels goed, een afknapper aan het eind. Als je snapt wat ik bedoel.’
    Beth had moeite het te volgen.

    Edie vertelt Beth wat ze van alles moet vinden. Elke eigen mening die Beth erop nahoudt, wordt door Edie de grond in geboord. Beth vindt de twee mannelijke stagiairs eigenlijk wel aardig, maar Edie laat haar weten dat ze dat niet zijn en dat Beth op haar oordeel moet vertrouwen. Beth wil haar intuïtie wel volgen, maar ‘die hoort ze niet boven het geluid van Edies stem uit.’

    Van de kakkerlakken naar de airco

    Beth woont met Dawn, de zus van haar beste vriendin, en diens vriendje Tom in een kleine, smerige kamer in New York waar kakkerlakken de keuken bevolken en het zelfs met ventilator niet is uit te houden. Edie vraagt al snel of Beth bij haar komt wonen in haar luxe appartement met airco in de Upper West Side. De ouders van Edie verblijven de hele zomer in de Hamptons en ze vindt het niet fijn om alleen te zijn. Beth neemt het aanbod aan.

    Het is voornamelijk Edie die aan het woord is en ervan houdt hartstochtelijk te klagen over alles en iedereen. Tussen neus en lippen door vertelt Edie dat haar moeder de voornaamste reden is dat ze zichzelf iets zou willen aandoen. De Joodse Beth weet zich geen raad met deze informatie. In haar gedachten gaat ze naar haar eigen familie. Van beide kanten zijn familieleden in de oorlog gestorven. In Beths familie ligt de nadruk op overleven, maar durft dit niet uit te spreken richting haar vriendin.

    Als lezer weet je vrij snel dat deze onevenwichtige vriendschap geen lang leven beschoren kan zijn. Beth maakt een ontwikkeling door van onzeker en verlegen meisje tot een meer wereldwijze vrouw. Door schade en schande wordt ze wijs. Haar geheime relatie met huisgenoot Tom, een gewapende overval en de affaire van Edie met een getrouwde collega zorgen uiteindelijk voor een verwijdering tussen de vriendinnen.

    Meg Rosoff (1956) ontleedt de vriendschap tussen Beth en Edie heel nauwkeurig, in spetterende dialogen met de nodige dosis humor. Je voelt dat deze zomer voor Beth levensveranderend is, ze maakt zich los van haar ouders en moet haar eigen keuzes maken. De angsten en onzekerheden die daarbij komen kijken zijn uit het leven gegrepen en zullen voor veel jongeren heel herkenbaar zijn. Relaties die je aangaat aan het eind van je tienerjaren kunnen bepalend zijn voor de rest van je leven. Dat gegeven heeft Rosoff tot in de puntjes uitgewerkt in deze schitterende young adult roman.

    Dat soort vrienden is het tweede deel van wat een trilogie moet worden. Het eerste deel, De Godden broers, speelt zich ook af gedurende een hete zomer, maar kent andere hoofdpersonen en is los te lezen van dit tweede deel. Rosoff, die in 2016 de Astrid Lindgren Memorial Award won (een soort Nobelprijs voor de jeugdliteratuur), zet in Dat soort vrienden twee levensechte personages neer van wie je je de rest van hun leven kunt voorstellen nadat je het boek hebt dichtgeslagen.

     

     


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl

  • De juiste mensen kunnen je gelukkig maken  


    Overladen met de verwachtingen van zijn ouders en beste vriend begint de elfjarige Rick, uit het gelijknamige boek Rick van Alex Gino, aan de middelbare school. Zijn vader benadrukt steeds dat er een nieuwe wereld voor hem open zal gaan. Meisjes! Rick vindt dat knap vervelend maar hij durft er niets van te zeggen. Hij ziet best in dat zijn leven zal veranderen, maar hij is niet op die manier geïnteresseerd in meisjes. En ook niet in jongens trouwens, waarvan zijn moeder telkens aangeeft dat dat heus mag. 

    Ricks beste vriend Jeff kijkt wel naar meisjes, aldoor zelfs, en levert commentaar op hun uiterlijk. Meteen op de eerste schooldag is het raak. ‘Kijk dat lekkere hapje daar,’ zegt Jeff zodra Rick het schoolplein oploopt. Rick heeft er een hekel aan als Jeff zo over meisjes praat, maar zegt er niets van. Net zoals hij niet zegt dat hij niet op Jeffs manier naar meisjes kijkt. Ze zijn al jaren beste vrienden, maar soms heeft Rick geen idee waarom. Jeff denkt vaak niet na voor hij iets doet, en ook als hij wel nadenkt, doet hij dingen die hij beter had kunnen laten. Dingen die dom zijn, of akelig en gemeen, hij heeft de lachers graag op zijn hand. Maar, hij is sterk en vertrouwd, hij weet zich te handhaven in groepen, en een beste vriend doe je niet zomaar weg.

    Keuzes en knopen

    Al tijdens de eerste schoolweek begint het te schuren. Het meisje dat Jeff een lekker hapje noemde, blijkt Melissa te zijn, een transgender meisje dat vanaf groep één bij Rick in de klas heeft gezeten en dat hij dus eerst als jongen kende, iets wat hij instinctief voor Jeff verzwijgt. Ook gaat Rick, na lang twijfelen, naar de bijeenkomsten van het Regenboog Spectrum, een LHBTQIAP+ groep binnen de school waar iedereen zichzelf kan zijn. Rick begrijpt al snel dat hij keuzes zal moeten maken, want Jeff en het Regenboog Spectrum gaan niet samen, maar knopen doorhakken is lastig. Gelukkig heeft hij steun aan opa Ray met zijn luisterend oor en advies: ‘Denk goed na over met wie je omgaat. De juiste mensen kunnen je gelukkig maken.’

    Rick volgt het klassieke coming of age stramien, dus het verloop van het verhaal is niet overal even verrassend. Toch voelt het boek interessant en vernieuwend: de karakters zijn net even anders dan in de meeste boeken. Bijkomend pluspunt is dat diversiteit wordt uitgewerkt door alle karakters zelf aan het woord te laten in plaats van over hen te praten. Dat Rick aseksueel of aromantisch is, komt stap voor stap en begrijpelijk aan het licht. De liefde en zorg van opa voor zijn kleinkind zijn hartverwarmend, en het geheim dat opa met zich meedraagt versterkt het thema. Het boek is geschreven in korte, nauwgezet geformuleerde zinnen die weinig aan de verbeelding overlaten. Erg mooi worden die zinnen daar niet van, maar de combinatie met de grote letters en ruime opzet van de bladzijden, doet vermoeden dat het Gino daar ook niet om te doen is. Het gaat niet alleen over inclusiviteit, het probeert deze ook in de praktijk te brengen door te zorgen dat het taalgebruik en de opmaak voor iedereen toegankelijk zijn.

    Personages die terugkeren

    Nog leuk om te weten is dat sommige lezers Melissa, het meisje dat op de lagere school bij Rick in de klas zat, al zullen kennen. Een van Gino’s eerdere boeken vertelt haar verhaal, in de eerste druk nog onder de onhandige titel George, maar sindsdien onder haar nieuwe naam. Melissa en Rick zijn samen onderdeel van het Regenboog Spectrum, stuk voor stuk leerlingen waar nog een heleboel meer over te vertellen is. Rick is een verfrissend, hoopvol boek. Niet alleen als je op zoek bent naar ruimte om jezelf te zijn, maar ook als je simpelweg zin hebt om iets leuks te lezen. Reden genoeg om te hopen dat Gino meer boeken schrijft, waarin we steeds nieuwe karakters van dichtbij leren kennen, en ook Rick en Melissa opnieuw tegenkomen.


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl

  • ‘Ga niet naar binnen, ik zei het toch…’

    Het Besiendershuis is een monumentaal pand dat al ruim vijfhonderd jaar aan de Waalkade in Nijmegen staat. Een huis met een rijke geschiedenis. ‘Er zouden mensen in zijn verdwenen. Er zouden geesten rondspoken. En er staan drie witte vrouwen achter de ramen.’
    Marloes Morshuis is onder andere bekend van Koken voor de Keizer en Borealis. De geest van het Besiendershuis is haar zesde jeugdboek dat uitkwam bij Lemniscaat. Het is een originele insteek om via de geschiedenis van een huis terug in de tijd te gaan, waardoor het verhaal een mengelmoes is van fictie en een leerzaam stukje geschiedenis van Nijmegen.

    Op zoek naar spoken

    Het vriendengroepje van Kleine Saar, Mette, Dex, Sami, Caya en Mats, is geïntrigeerd door het Besiendershuis, ze willen weten wat er waar is van de spokerij in het huis. Stiekem dringen de kinderen het huis binnen, ze gaan de trap op en… ‘De luiken van de ramen in de buitenmuren beginnen wild te klapperen. Pats, pats, pats… een voor een knallen ze dicht. Het is aardedonker in de kamer. “Filmen,” roept Mette, maar de telefoons schieten uit hun handen en spatten tegen de muren uit elkaar in duizend stukken. Ze gillen als er van drie kanten slierten nevel de kamer insijpelen. […] Het donker duurt een minuut, een uur, een eeuw. Dan vormt zich een plas licht op de vloer. Daarin staat het meisje. […] “Jullie hebben de geest gekwetst. Nu moeten jullie boeten.’’’
    Het meisje en het licht verdwijnen en de kinderen worden terug in de tijd gekatapulteerd, elk in een andere tijd. Ze krijgen slechts één kans om terug te keren naar het heden.

    Terug in de tijd

    In het eerste hoofdstuk gaat Sami terug naar het jaar ’70 ten tijde van Julius Civilus die de opstand leidde van de Bataven tegen de Romeinen. Op de plaats waar later het Besiendershuis zal staan, staat het meisje weer, ze zegt: ‘De geest van het Besiendershuis geeft iedereen een kans. Eén kans. Eer je het verleden, dan leef je weer in het heden.’ Sami heeft geen idee wat hij moet doen, maar maakt er het beste van, hij maakt een vriend en doet uiteindelijk het enige juiste en keert terug.

    Kleine Saar komt in het tweede hoofdstuk in 1545 terecht. Ook zij ontmoet het meisje bij het Besiendershuis dat haar zegt dat ze slechts één kans krijgt om het verleden te eren. Ze raakt in de ban van Moenen, de duivel uit het mirakelverhaal van Mariken van Nimwegen, die haar probeert te verleiden met zijn innemende gedaantes. Saartje beseft dat ze Moenen moet weerstaan, dat lukt haar als ze hem herkent. Omdat ze zich ‘niet meer heeft laten verleiden tot kwade zaken,’ mag ze het Besiendershuis weer binnengaan en ook zij keert terug.

    Ten tijde van de tachtigjarige oorlog, rond 1636, heerst de pest in Nijmegen. Mette is getuige van het leed achter iedere voordeur. Ze wordt het hulpje van de ‘raafman’, een man in een zwarte cape met een snavelmasker. Hij is de pestmeester, Meester van Diemenbroeck en heeft het erg druk. Mette mag hem helpen met de bereiding van genezende kruidenmengsels. Ze weet het lijden van Metgen, een meisje dat veel op haar lijkt te verlichten, Mette mag ook terugkeren, maar of ze dezelfde Mette is, blijft een beetje mysterieus.

    Dex krijgt in 1880 één kans om een meisje te redden uit de wrede handen van de slager Knuvelder. Caya gaat terug naar de oorlog in 1944 ten tijde van Operatie Marketgarden. Zij kan iemand uit de handen van de politie redden en Mats is aanwezig tijdens de Pierson acties in 1991, een heftige periode in Nijmegen toen krakers demonstreerden tegen de komst van een parkeergarage, waar woonhuizen voor moesten wijken. Ze werden verslagen door ME en traangas.

    Spannend en leerzaam

    De hoofdstukjes lezen vlot, toegankelijk en zijn spannend geschreven. Ze staan in dienst van de geschiedenis, maar ze zijn wat kort en missen daardoor de echte ontwikkeling van ieder kind. De verhalen blijven vrij klein en alle zes kinderen keren terug naar het heden, na iets goeds gedaan te hebben. Na het derde verhaal wordt dat wat voorspelbaar en braaf.
    Dat de doelgroep vanaf tien jaar (toch) zal genieten van dit boek is zeker. De fraaie boekverzorging met illustraties van Marc Suvaal, dwarrelende rook over de bladzijden, is heel bijzonder. Aan het eind worden de verhalen aangevuld met een verhelderende samenvatting van de ware gebeurtenissen in de geschiedenis. Met een QR-code is er toegang tot de website met nog meer achtergrondinformatie en een 3d-animatie van het Besiendershuis.

    De geest van het Besiendershuis is een ode aan Nijmegen en een geweldige manier om kinderen en hun ouders in aanraking te laten komen met de geschiedenis van deze stad.


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl