• Escapades

    Nu de hedendaagse goden zijn teruggekeerd van de Olympus is de tijd rijp voor een klassiek literaire terugblik op één van de meest memorabele momenten van de Spelen: de escapades van godenzoon Yuri.

    Hoe kunnen we zijn avonturen beter herbeleven dan door ze terug te lezen in Ovidius’ Metamorphosen? Wat leent zich daar beter voor dan die prachtige aaneenschakeling van verhalen over levens van klassieke goden, stervelingen en andere mythische figuren? Zoals de in een laurierboom veranderende Daphne, de altijd napratende Echo en de op zichzelf verliefde Narcissus. Nee, niets is leuker dan deze klassieke verhalen te gebruiken als spiegel voor de beproevingen van de hedendaagse mens. Zoals die van Yuri.

    Zijn escapades brengen die van Bacchus in herinnering, uit het achtste boek van de Metamorphosen. Een verhaal dat door Titiaan in opdracht van Alfonso d’Este onvergetelijk is uitgebeeld. Voor wie het wil zien; het hangt in de National Gallery van London. We zien een overblije jeugdige Bacchus die met zijn gevolg van feestvierders op een wat verdrietige Ariadne stuit, de dochter van koning Minos. Zij is net verlaten door Theseus, die haar had meegenomen naar Naxos, maar daar alleen achterliet. Terwijl ze nog in tranen is dient de wijngod zich bij haar aan. Ze schrikt maar wordt snel door Bacchus getroost. Hij pakt haar diadeem af, slingert het de hemel in en schenkt haar zo haar eigen sterrenbeeld, de Corona Borealis. Waarna ze trouwen en geloof ik, nog lang en gelukkig leefden.

    Dit doek van Titiaan lijkt Yuri op het lijf geschilderd. Al zijn er dan wel meerdere interpretaties mogelijk, maar dat is bij een klassiek mythologisch schilderij wel vaker het geval. Volgens de eerste interpretatie is Ariadne net met de boot in Brazilië aangekomen en stuit ze op het strand op Yuri met zijn gezelschap van schaarsgeklede en dronken Braziliaanse feestbeesten. Yuri is zo blij haar te zien dat hij uit jolijt haar diadeem de hemel in slingert, waarmee hij zijn kansen op Olympische goud vergooit.
    Een tweede interpretatie is dat Yuri’s gezelschap bestaat uit dronken collega-Olympiërs, waaronder de door slangen gevangen god Mauritshendrikos. Hij stuit dan niet op Ariadne maar op de godin Olympia, die op zijn zachts gezegd not amused is als ze ziet hoe haar gedroomde winnaar hier door de in bier gedrenkte Olympiadengroep wordt opgejut. Ze wendt zich van hem af en ontneemt hem zijn podiumkansen. Al lijkt ze door met haar rechterhand naar de sterren aan de hemel te wijzen te suggereren dat het goud voor Yuri in de toekomst misschien nog wel bereikbaar is.

    U ziet, Ovidius en Titiaan zijn van alle tijden, al zullen we nooit weten welke interpretatie de juiste is. Maar ik hoop dat ooit één van de lezers van deze column in de National Gallery voor het schilderij van Titiaan staat en dan fluistert: ‘Hee, dat is Yuri, hoe zat dat ook al weer?’

     

     

  • De horzel van Otterspeer: geesteswetenschappen en natuurwetenschappen in conflict

    Voor bezuinigende beleidsbepalers zijn degenen die zich op kosten van de overheid met kunst en cultuur bezig houden een makkelijk doelwit. Wat leveren die subsidies nu eigenlijk op? Kan het niet wat minder? Wat heb het voor nut? Op deze vragen hebben de culturele instellingen doorgaans geen antwoord dat eenvoudig in cijfers en staafdiagrammen uitgedrukt kan worden. En laten dat nu juist de wapens zijn waarmee de strijd gestreden wordt.

    Maar wie aangevallen wordt verdedigt zich en wie zich echt bedreigd voelt, slaat om zich heen. Misschien is het daarom dat sommigen over kunst en cultuur beweren dat ze niet alleen waardevol maar zelfs onmisbaar zijn in de strijd tegen de oprukkende oppervlakkigheid. Kortom, cultuur is goed, en noodzakelijk voor een goede, algemene ontwikkeling, waarbij steeds vaker benadrukt wordt hoe gezond dit alles is. Kijk bijvoorbeeld eens naar Alain de Bottons School of Life dat niets minder wil dan door middel van kunst en cultuur een beter mens van u te maken. Of sla het boek de boekenapotheek eens open. Hierin worden met verdacht weinig ironie leesadviezen aan medische aandoeningen gekoppeld. Boeken zijn net medicijnen, is het idee. Maar, als boeken zo goed voor mensen zijn, dan kan dit toch niet gelden voor elk boek. Sterker nog, als sommige boeken daadwerkelijk goed zijn voor de gezondheid dan moet het ook mogelijk zijn om boeken te schrijven die slecht zijn voor de gezondheid. En welke boeken zijn dit dan, en wat gaan we er aan doen? …Maar hierover niet nu.

    Wie zich geroepen voelt de kunsten te verdedigen tegen blinde cijferdrift moet zijn pijlen richten op de politici waarvan men vermoedt dat ze enkel in economische belangen geïnteresseerd zijn. Zo iemand is Rob Riemen, oprichter van het Nexus instituut, die meent dat Europa een ziel mist en zich blind staart op uitsluitend economische belangen. Voor hem is Cultuur (ik gebruik expres hoofdletters) de representant van het Schone, het Goede, het Diepe en het Universele.

    Ook Willem Otterspeer is iemand die zich geroepen voelt op de bres te springen om kunst en cultuur, in de vorm van de geesteswetenschappen, de humaniora zoals hij ze noemt, te verdedigen. De strijd binnen de universiteit heeft zo zijn eigen dynamiek. Er zijn discussies over studentenaantallen, bezuinigingsdrift, concurrerende wetenschappers, de keuze tussen meer onderwijs ten koste van onderzoek, publicatiedruk, valorisatie (het direct bijdragen aan iets dat economisch nuttig wordt geacht) etc. Dat het anders moet op de Nederlandse universiteiten is een opvatting die steeds breder lijkt te worden gedragen. Zo is er het initiatief Science in Transition dat o.a. zoekt naar een andere waardering van wetenschap in de samenleving, en afgelopen zomer nog bezetten studenten en medewerkers van de UvA gebouwen van hun universiteit als protest tegen het zogenaamd ‘rendementsdenken’.

    Ook Otterspeer vindt dat de universiteit aan een herijking toe is. Maar hij kiest een merkwaardige vijand in de strijd om… ja, om wat eigenlijk? Gaat het hier om erkenning, geld, aandacht? In elk geval, Otterspeer kiest niet de voorstanders van het rendementsdenken als vijand, maar de natuurwetenschap. Dat lijkt een strategische vergissing te zijn en na het lezen van zijn boekje Weg met de wetenschap, blijkt dat het dit ook echt is.

    In een interview met De correspondent zegt Otterspeer dat hij dit boekje schreef uit ergernis over de natuurwetenschappen. Nu is ergernis zelden gebaseerd op iets wat zich met fraaie argumenten goed laat onderbouwen en ook hier is dit niet gelukt. Met ‘wetenschap’ bedoelt Otterspeer de natuurwetenschappen en hij geeft ze bijna achteloos de schuld van bijna alles dat mis is binnen de universiteit:

    De politiek en haar populisme, getal en toepasbaarheid, het managers-syndroom en zijn voorliefde voor kwantificering zijn ook de universiteit binnengedrongen. En de poort waardoor zij naar binnen kwamen was de wetenschap.

    Bij deze zin vraag je je af of Otterspeer het nu werkelijk meent, of alleen maar aan het provoceren is. Als het laatste het geval is dan ontgaat me wat hij nu eigenlijk wil bereiken. De bewering zelf is op het onzinnige af. Alsof iedere natuurwetenschapper instemt met meer managers, meer kwantificering of zelfs meer populisme. Sterker nog, de natuurwetenschap houdt zich helemaal niet bezig met voorgeschreven regels of wetten. Een natuurwet is niet iets waar men zich aan dient te houden. De voorliefde van managers voor meetbare resultaten heeft dan ook niets met natuurwetenschap te maken.

    Otterspeer beargumenteert de bewering nauwelijks. De natuurwetenschap zou voortkomen uit een steeds verder toenemende rationalisering en dat leidt tot de geciteerde voorliefde voor kwantificering en managers. Hij bevindt zich hiermee op ijs dat niet alleen te glad maar ook te dun is. Het is niet al te moeilijk om toenemende rationalisering aan te wijzen voor een probleem van uw keuze.

    Maar de opmerking over een ‘toenemende rationalisering’ is veelzeggender dan het misschien lijkt. Voor Otterspeer is natuurwetenschap iets dat bijna tegengesteld is aan de geesteswetenschappen. Tussen de twee bevindt zich in elk geval een grote kloof. Otterspeer haalt daarbij uitgebreid de lezing The two cultures and the scientific revolution van C.P. Snow aan. Snow was romanschrijver en chemicus, was bevriend met wetenschappers en ‘intellectuelen’ en merkte tot zijn verbazing dat de twee groepen niet tot nauwelijks met elkaar communiceerden of interesse voor elkaar hadden. Er was volgens Snow duidelijk sprake van twee culturen.

    Het aardige van Snows lezing is dat hij de kloof niet alleen vaststelt maar ook betreurt. In zijn lezing denkt hij na over hoe de twee culturen weer met elkaar verbonden kunnen worden. Otterspeer citeert Snow met instemming maar lijkt ondertussen een heel andere kant op te gaan. In plaats van een brug te willen slaan tussen de twee culturen beargumenteert hij dat het verschil tussen geestes- en natuurwetenschappen fundamenteel is. Volgens hem zijn er twee radicaal verschillende manieren om naar de wereld en ons zelf te kijken. Het onderscheid zou terug gaan tot op de oude Grieken, en dan weet een lezer die zijn klassiekers kent, dat we hier op een fundament gestuit zijn.

    Wie Otterspeers betoog leest, kan bijna niet anders dan concluderen dat de natuur- en geesteswetenschappen onverenigbaar zijn. De enige uitweg uit het dilemma is niet een samenkomst van de twee culturen maar een evenwicht, waarbij de een de ander niet teveel overheerst. Dat is ook de reden waarom Otterspeer roept dat de wetenschap weg moet: om te bereiken dat haar invloed vermindert en dat de geesteswetenschappen weer wat meer ruimte krijgen. Hij pleit vervolgens voor het belang van algemene vorming en de belangrijke rol die hij daarin voor de universiteit ziet weggelegd. Zij moet in haar opleidingen de nadruk leggen op ‘probleemoplossend vermogen’ en kenmerken stimuleren als risicobereidheid, flexibiliteit, zelfdiscipline, behoefte aan autonomie, aan complexiteit en nieuwe ervaringen. (blz. 61) Dat is allemaal goed en wel maar het blijft een raadsel waarom dit dan moet worden gerealiseerd zonder, of in ieder geval met minder ‘wetenschap’.

    Het is moeilijk om te ontdekken wat Otterspeers belangrijke punt nu eigenlijk is. De natuurwetenschappen overheersen en de universiteit moet zijn rol als drager van culturele en algemene ontwikkeling weer terug krijgen. Daarbij prijst hij het Amerikaanse onderwijssysteem (waar wetenschap trouwens uiterst belangrijk wordt gevonden) en houdt een onduidelijk pleidooi voor een nieuwe universiteit, waarbij hij ook rollen ziet weg gelegd voor de krant en de politiek. Dat laatste lijkt een grapje maar is het niet. Science in Transition stelt juist vast dat het vertrouwen van het publiek in de wetenschap nog vele malen groter is dan die in de journalistiek en de politiek. Otterspeer lijkt zich daarmee aan verzakkende fundamenten te willen vasthouden. Het lijkt er op dat hij terug wil naar oude verheffingsidealen maar als dit zo is, dan volgt hij een bijna onnavolgbare omweg.

    Weg met de wetenschap, verscheen in de zogenaamde reeks Horzels dat aanleiding moet geven tot debat. Maar juist als uitgangspunt voor een discussie schiet dit boekje te kort. Men moet eerst graven om te begrijpen wat Otterspeer nu eigenlijk wil.

    In het gesprek met de Correspondent maakt Otterspeer de opmerking dat veel museumbezoekers niet meer weten dat de afgebeelde vrouw in het blauw Maria is. De kunst wordt met dat gebrek aan kennis niet meer op zijn waarde beoordeeld. Dat mag zo zijn, maar iets dergelijks kan men ook zeggen over het gebrek aan kennis over vogels, planten, insecten bij wandelaars. Iedere plantenliefhebber weet wat iemand mist die niets weet van de Nederlandse flora. En wie een idee wil krijgen van hoe wiskundige kennis je leven kan verrijken moet maar eens naar de filmpjes van Vi Hart kijken.

    Otterspeer geeft nog meer voorbeelden van het belang van de humaniora: de geschiedenis van migrantenstromen in de 17e eeuw, en Rembrandts ontwikkeling naar aanleiding van de recente aankoop van de twee pendantportreten. Wat daarbij opvalt is dat het hier steeds om feitelijke kennis gaat, terwijl Otterspeer nu juist betoogt dat ‘zekere kennis’ het domein is van de natuurwetenschap, en dat de humaniora gaan over het onzekere. (Een uiterst ouderwets aandoende bewering overigens.) Men kan zich dan ook afvragen of het onderscheid tussen de twee vormen van wetenschap inderdaad zo fundamenteel is als Otterspoor betoogt.

    Er is nog wel meer kritiek op de geesteswetenschappen mogelijk. Otterspeer klaagt dat zij, om voor volwaardig te worden aangezien, de natuurwetenschappen zijn gaan imiteren. Dat is in zekere zin juist, maar het zijn de geesteswetenschappen zelf die deze keuze lang geleden en bovendien herhaaldelijk hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de wetenschappelijke pretentie van Marx of het toepassen van psychologische en economische theorieën bij de interpretatie van kunst en literatuur.

    Men kan zich daarbij ook nog eens afvragen in hoeverre men met al dat academische gepraat en geschrijf over kunst en cultuur, nu ook iets wezenlijks bijdraagt aan onze algemene ontwikkeling. In veel gevallen heeft het geleid tot onleesbare studies die wel eens heel slecht voor de gezondheid zouden kunnen blijken te zijn.

     

     

  • Stemmen op papier – Poetry International een overzicht

    Etalage

    Een uitgave voor de liefhebber

    De 45ste editie van Poetry International is vandaag van start gegaan. Ter gelegenheid daarvan verschijnt Stemmen op papier van de hand van de managing director van het festival, Bas Kwakman. Stemmen op papier bevat een overzicht van de activiteiten van Poetry International van de periode tussen 1970 – 2013.

    Het gaat niet alleen over de jaarlijkse Poetry International festivals maar ook over de andere activiteiten zoals de Poëzieweek, de VSB Poëzieprijs alsook aandacht voor de website van Poetry International. Om deze internationale poezie in boekvorm vast te leggen, Maakte Poetry gebruik van verschillende uitgeverijen. Dit is te lezen in Stemmen op papier: hoe projecten als Hotel Panassus tot stand zijn gekomen, de samenwerking met uitgeverij Meulenhoff en het vastleggen van de stem van de dichter.
    Ook de uitgaven tijdens Poëzieweek en voor Gedichtendag, worden hierin besproken. En  ook de jubileumuitgaven en publicaties met bijzondere partners, de combinatie van poëzie met beeldende kunst en de uitgaven die samen met kleine uitgevers werden uitgevoerd.
    Kwakman zet het allemaal op een rij en geeft de liefhebber tot slot ook de onontbeerlijke index van alle uitgaven van Poetry International Rotterdam van 1970 – 2013.

    Stemmen op papier
    De uitgaven van Poetry International Rotterdam 1970 – 2013
    Bas Kwakman
    Blz: 40
    Prijs: € 5,00
    Uitgeverij: In de knipscheer

     

  • Achter gesloten grenzen – José Luís Peixoto

    Etalage

    ‘Alle verlichting was gedoofd. Ik voelde mijn hart bonzen en rende in de richting van de Taedong. Langs de oevers van de rivier stonden vele duizenden mensen. In het hermetisch donker baande ik me een weg door de menigte. De enige helderheid kwam uit de hemel: over een afstand van vele kilometers werden langs de rivier vuurpijlen de lucht in geschoten. Maar hier beneden in die volmaakte duisternis voelde niemand mijn aanwezigheid. Niemand dempte zijn stem, niemand sloeg de ogen neer toen ik voorbijkwam. Gedurende die paar minuten was ik heel even Noord-Koreaan.’

    Het was bijzonder dat een romanschrijver toestemming kreeg om het eeuwfeest van de geboorte van de grote Noord-Koreaanse roerganger Kim Il-Sung te bezoeken. En al helemaal dat hij de kans kreeg om te reizen. Achter gesloten grenzen beschrijft een wereld die geen westerling kent, waar mensen geloven dat de Grote Leider de zon kan laten schijnen, waar restaurants leeg zijn en waar hij geen stap kan zetten zonder zijn reisbegeleidster Kim. Niet alleen vanwege haar is het een spannende reis: mag hij zijn foto’s houden? Wordt zijn exemplaar van Don Quichot ingenomen? Glimlacht hij wel op de juiste manier naar de grenswacht? En dan, tijdens het grote feest, gebeurt er iets bijzonders en komt zijn reis tot een onverwacht slot.
    De Portugese romanschrijver en dichter José Luís Peixoto (1974) bezocht in 2012 het eeuwfeest van Kim Il-Sung in Noord-Korea. Hij slaagde erin langer door het land te reizen en schreef er dit boek over.

     

    Achter gesloten grenzen
    Reizen door Noord-Korea

    Auteur: José Luís Peixoto
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas Contact
    Aantal pagina’s: 240
    Prijs:  € 21,99

     

  • Herinneringen van een regisseur – Erik Vos

    Toneelgroep De Appel speelt tot eind mei de spectaculaire marathonvoorstelling Cassanova in de regie van Aus Greidanus sr.  Het is een meeslepende toneelvoorstelling die zich op en in het water afspeelt en waar (letterlijk) de spetters van afvliegen.

    Meeslepend toneel is al jaren kenmerkend voor de voorstellingen van deze toneelgroep. Ook toen oprichter Erik Vos nog artistiek leider en regisseur van De Appel was (1972 tot 1997).

    Van Erik Vos komt begin mei 2014 Herinneringen van een regisseur uit. ‘Dit boek vormt de neerslag van ervaringen in Amerika, Rusland, Duitsland en Nederland. Door de persoonlijke benadering van klassieke meesterwerken en de botsing met totaal uiteenlopende culturen, is het een indrukwekkend ego-document geworden. In het boek – met verrassende uitstapjes naar de wereld van beeldende kunst – geeft Erik Vos zijn visie op de samenhang en wisselwerking tussen acteurs, publiek en ideeën, tussen taal, tijd, zintuigen en muziek, passies en herinneringen. Waar ook ter wereld hebben die geleid tot een unieke vorm van totaaltheater.

    Erik Vos (1929) is een van onze meest markante toneelleiders. Improvisatie en klassieke teksten vormen de basis van zijn voorstellingen, waarvoor hij in binnen- en buitenland talloze malen is onderscheiden. Hij is als docent verbonden geweest aan het Instituut voor Dramatische Kunst van de Universiteit van Amsterdam en geeft nog regelmatig masterclasses aan de diverse Toneelacademies in Nederland.’

    Op donderdag 22 mei gaat Hein Janssen (theaterredacteur van de Volkskrant) in het Appeltheater met Erik Vos in gesprek over Herinneringen van een regisseur. Aanvang 20.15 uur, reserveren bij het Appeltheater.

    Herinneringen van een regisseur
    een wereld van beeld en verbeelding

    Auteur: Erik Vos
    Verschijnt bij: Uitgeverij International Theatre & Film Books
    Aantal pagina’s: 300
    Prijs: € 39,50

     

  • Nieuwe roman van Jan van Mersbergen, De laatste ontsnapping

     

    Etalage

    Jij bent mijn vader, zegt de jongen aan de telefoon. Hij heet Deedee en is tien jaar. Wat betekenen familiebanden als je elkaar nog nooit gezien hebt? De vader vluchtte ooit voor de dienstplicht uit voormalig Joegoslavië en treedt al jaren op in het nachtleven in Amsterdam met een ontsnappingsact, waar hij zich aan een stoel laat vastbinden en vrij moet zien te komen.
    Na het eerste telefoontje van de tienjarige jongen dringt het nieuws nog niet tot hem door. Neemt iemand hem in de maling? Na het tweede telefoontje ontmoeten ze elkaar. Nu hij de jongen voor het eerst ziet, weet hij het zeker: Deedee lijkt sprekend op zijn jongere broer, die in Joegoslavië achterbleef en wel ging vechten.
    Tijdens een verblijf aan de Zuid-Franse kust, waar de ontsnappingskunstenaar is uitgenodigd om op te treden, wordt duidelijk dat er meer speelt dan alleen de band met zijn zoon. Welke waarde heeft vrijheid als je volledig ongebonden bent? Op welke manier hebben je kinderen jou nodig en op welke manier heb jij je kinderen nodig?

    Volgens Kenneth van Zijl van Lezen &cetera, schreef Jan van Mersbergen met De laatste ontsnapping, een intiem onthutsende vaders-en-zonen roman die aan het denken zet.’  

    In de Boekenweek op 12 maart wordt de roman ism met literair tijdschrift Das Magazin feestelijk gepresenteerd in Amsterdam.

    De laatste ontsnapping

    Jan van Mersbergen
    Blz.:  224
    Prijs: € 18,90
    Verschijnt 24 februari bij uitgeverij Cossee

     

  • Niet alle smeerlappen komen uit Wenen – Andrea Molesini

    Gesignaleerd

    Bij uitgeverij Wereldbibliotheek verschijnt eind januari 2014 Niet alle smeerlappen komen uit Wenen, waarmee de Italiaanse schrijver Andrea Molesini de Premio Campiello, een van de belangrijkste literaire prijzen in Italië won.

    ‘In november 1917 vorderen oprukkende Oostenrijkse en Duitse troepen in het noordoosten van Italië het landhuis van de familie Spada. Enkele officieren worden er ingekwartierd. Aanvankelijk verloopt dit gedwongen samenleven harmonieus want de Spada’s en de commandant van de Duitsers, baron von Freilitzsch, zijn van adel en zij gedragen zich naar de omgangscodes die de Europese adel deelt.

    Al wordt de oorlogssituatie steeds grimmiger, toch ontstaat er tussen de baron en de vrouw des huizes een zeker respect en wederzijdse waardering. Maar de verhoudingen komen op scherp te staan wanneer de zeventienjarige Paolo, een van de leden van de familie, in contact komt met mensen van het verzet. Zonder dat hij daar echt voor kiest, wordt zijn rol in dat verzet steeds belangrijker.

    Wat voor Paolo begon als een spannend avontuur, wordt bittere ernst wanneer hij en enkele van zijn familieleden worden verraden en opgepakt.

    Andrea Molesini vertelt een verhaal over de betrekkelijkheid van het goede en de dictatuur van het kwaad. Zijn roman over een adellijke familie speelt zich af in de Eerste Wereldoorlog, de periode dat de teloorgang van de oude wereld onafwendbaar was geworden.’

     

    Niet alle smeerlappen komen uit Wenen

    Auteur: Andrea Molesini
    Vertaald door: Marieke van Laake
    Verschijnt eind januari 2014 bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 288
    Prijs: € 19,90

  • Sicilië in de oudheid – Henk Singor

    Etalage

    Sicilië in de oudheid beschrijft compact de geschiedenis van het eiland in de oudheid. Het is ook te lezen als een compendium van de hele antieke geschiedenis.

    Sicilië, het grootste eiland in de Middellandse Zee, ligt ongeveer halverwege het oostelijk en het westelijk bekken. Het is eeuwenlang een brug tussen volken en beschavingen geweest. Deze brugfunctie is tegen het einde van het tweede millennium v. Chr. ontstaan, en is pas tegen het einde van de Middeleeuwen beëindigd.

    Naast de oorspronkelijke bewoners hebben Feniciërs, Grieken, Carthagers en Romeinen allen hun sporen nagelaten. In de eenwording van het Middellandse Zeegebied, met als hoogtepunt het Romeinse Rijk, speelde Sicilië een cruciale rol als doorgeefluik van politieke organisatievormen en economische concepten, van literatuur en beeldende kunst, van religieuze en filosofische ideeën.

    Henk Singor doceerde oude geschiedenis aan de universiteit van Leiden

     

    Sicilië in de oudheid
    De Griekse periode

    Auteur: Henk Singor
    Verschenen bij: Uitgeverij Verloren
    Aantal pagina’s: 144
    Prijs: € 15,-

  • Slibreeks poezieboekje 144: Oorschelp – Jan Lauwereyns

    Etalage

    Geïsoleerd in West Wing 2 zit een zekere Lucas, professor Bos (of Vos?), een wetenschapper, een expat in Japan. Hij hoort dingen: zijn geweten, bizarre geluiden, twijfelachtige hypothesen, tekenen van onze tijd, het dwangmatig verlangen naar kennis, het ratelen van cicaden, het ruisen van de zee.
    In het midden van zijn gedachten doet zich een muis voor. Auriculosaurus blijkt genetisch veranderd te zijn, en draagt een opmerkelijke vracht op de rug. Het vreemde schepsel is verdwaald in het labyrint van de gloednieuwe campus. Kan Lucas Vos de arme muis redden?

    Oorschelp is een lichtjes psychotisch prozagedicht van laureaat VSB Poezieprijs 2012 Jan Lauwereyns met tekeningen van Bart Baele. De samenwerking verscherpt het wanhopige zoeken naar een weg uit het doolhof. Oorschelp biedt met weinig woorden een aaneenschakeling van wilde grassen: visuele puzzels en ongerichte gedachten in een symptomatisch idioom.

    Dichter, wetenschapper en expat Jan Lauwereyns (1969) legt zich toe op de wisselwerking  tussen vakgebieden, levenswijzen en schrijfvormen. Hij publiceerde onder andere de roman Monkey business en het essay Splash. Zijn dichtbundel Hemelsblauw werd in 2012 bekroond met de VSB Poëzieprijs.
    Kunstenaar Bart Baele (1969) schildert, schrijft, tekent en fotografeert, diep in de nacht, als een hedendaagse Kamo-no-Chomei, in zelfgekozen afzondering ergens In Flanders Fields. Hij publiceerde onder andere Alte Meister (2013) en wordt vertegenwoordigd door Galerie Polaris in Parijs.

    De Slibreeks is een serie kleine boekjes, die lezers met literaire belangstelling de kans geven om tegen een aantrekkelijke prijs kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Alle boekjes in de Slibreeks zijn bijzondere uitgaven: het is een eerste vertaling of een opvallend debuut, maar belangrijk is dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.

    Werk van bekende auteurs is verschenen in de Slibreeks, bijvoorbeeld van Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen en F. van Dixhoorn.

    Klik hier voor een compleet overzicht van de verschenen en nog beschikbare boekjes.

    Een nieuw slibboekje kost € 7,50. De oudere boekjes varieren in prijs. U kunt deze boekjes bestellen door een email te sturen naar slibreeks@cbkzeeland.nl of door te bestellen via de e-shop.

    Abonnement op de Slibreeks kost € 24,-  (4 uitgaven).

     

     

     

  • Het reisverbod – Ismail Kadare

    Etalage

    In de eerste week van januari 2014 verschijnt de nieuwe roman Het reisverbod van de Albanische schrijver Ismail Kadare (1936).

    De beroemde toneelschrijver Rudian Stefa wordt door een onderzoekscommissie van de partij ondervraagd over zijn relatie met een meisje. Hij denkt dat het over zijn minnares Migena gaat. Zijn verbazing is dan ook groot als het gaat om een vriendin van zijn minnares, Linda B., die zelfmoord gepleegd heeft. Hij kende haar niet. De vraag is; waarom wordt Stefa over Linda ondervraagd. Wat is haar relatie tot zijn minnares en waarom pleegde zij zelfmoord?

    In Het reisverbod verweeft Ismail Kadare de waanzin van het leven in communistisch Albanie met het mytische verhaal over Orpheus en Eurudice. Een tragische geschiedenis over liefde, macht en noodlot. Kadare wordt beschouwd als een van de grootste levende schrijvers van de Balkan. Volgens Abdelkader Benali zal Kadare als schrijver de tand des tijds doorstaan ‘én zou de volgende Nobelprijs moeten winnen.’

    Kijk ook voor een korte beschrijving van het boek op de site van Athenaeun Boekhandel.

    Bij Van Gennep verschenen vele romans van Ismail Kadare, de meest recente daarvan is Een noodlottig diner.

     

    Het reisverbod

    Ismail Kadare
    Vertaling: Roel Schuyt
    Blz.: 208
    Prijs: € 19,90
    Verschijnt 7 januari 2014
    Bij uitgeverij Van Gennep

     

     

  • Voor jou – K. Schippers

    Etalage

    K. Schippers is in Brussel om workshops te geven aan filmstudenten en om aan zijn nieuwe verhalen over kijken en het toeval te werken. Bevlogen vertelt hij over het wonder van Barcelona en over zijn ontmoeting met de vrouw die op haar zestiende model stond voor de schilder Balthus. Maar dan wordt zijn verblijf in Brussel ruw onderbroken: kort na elkaar sterven twee van zijn vrienden, de schrijvers en medeoprichters van Barbarber: Bernlef en G. Brands. Wanneer Schippers verder schrijft, komen er steeds meer herinneringen naar boven. Schrijvendeweg worden de twee vrienden opgenomen in de verhalen waarmee hij ze voorgoed een plaats geeft.

    Lees hier een fragment uit Voor jou op de site van Athenaeum Boekhandel

    K. Schippers (1936) schrijft romans, gedichten, verhalen, essays en literaire beschouwingen. Eerder ontving hij al de P.C. Hooftprijs en de Libris Literatuurprijs.

    Hier een radio intervies van Wim Brands met K. Schippers in Brands met boeken van 30 aug. 2013. Schippers praat over zijn nieuwste boek en de Barbarber tijd.

     

     

  • Jo Otten – Kritisch en verhalend proza – Verzameld werk deel 2

    Gesignaleerd door de redactie

    De Rotterdamse auteur Jo Otten (1901-1940) heeft tijdens zijn leven verschillende genres beoefend (verhalen, essays en kritieken) waarin hij zijn pessimistische kijk op een modernistische wijze vorm gaf. Otten gebruikte intuïtie, droom en verbeelding in zijn werk om zich staande te kunnen houden in een wereld die aan wetten en conventies onderworpen was. Als mens protesteerde Otten tegen een samenleving waarin men elkaars ideeën en opvattingen deelde. Zo’n wereld van eensgezindheid en gebrek aan spanning was in zijn optiek er een van een dodelijke saaiheid. En in een starre wereld van gelijkvormigheid weigerde hij te leven.

    In Ottens verhalend proza hangt de angst als een waas over het onzekere bestaan van zijn verhaalfiguren. Angst bepaalt het grondthema van zijn diverse verhalen en daarmee feitelijk het spectrum van Ottens onrust. Maar hoe tegenstrijdig het mag liijken, angst ervoer hij tevens als troost, als een ‘dierbare vijandin’, die sturing gaf aan zijn leven. In dit verzameld werk deel 2 treedt de authenticiteit en eigenheid van Otten sterk naar voren.

    Victor E. van Vriesland (1892-1974) benoemde het aldus: ‘De angst is voor deze auteur een ongeneeslijke, wurgende ziekte en tegelijk een soort huisdier waar hij niet meer buiten kan.’

    Dit verzameld werk werd bezorgd en ingeleid door Rob Groenewegen die ook de biografie Te leven op duizend plaatsen van Jo Otten publiceerde.

     

    Jo Otten, Kritisch en verhalend proza
    Verzameld werk deel 2

    Blz.: 248
    Prijs: 18,50
    Uitgeverij In de Knipscheer