• Zwaarte,Jeanette Winterson

    Het verhaal opnieuw vertellen

    De Engelse uitgever Jamie Byng bedacht in 1999 een groot project: internationaal gerenommeerde auteur uitnodigen een mythe opnieuw te vertellen. Deze serie boeken wordt wereldwijd tegelijk gepresenteerd en uitgegeven in 24 verschillende landen. 

    Het eerste boek is een inleiding op de serie, een beknopte geschiedenis van mythen, geschreven door Karen Armstrong. Een taai boekje, en een beetje overbodig ook. Waarom een schrijver zo nodig een historisch overzicht moet geven van mythen, sagen en verhalen, is mij niet duidelijk. Maar het wordt allemaal goedgemaakt in de eerste ‘echte’ mythe. De Britse schrijfster Jeanette Winterson vertelt de mythe van Atlas opnieuw. 
    Atlas is een Titaan, broer van Prometheus, die voor zijn aandeel in de strijd tegen het leger van de Goden gestraft wordt door de wereld op zijn schouders te moeten dragen. Atlas is zo sterk dat alleen Herakles (of Hercules) hem kan vervangen en gedurende één dag ruilen ze omdat Herakles voor het uitvoeren van één van zijn 12 werken de hulp van Atlas nodig heeft.
    Winterson heeft van Atlas een berustende eenzame reus gemaakt en van Herakles een hersenloze patser. De beschrijving van een ronddazende Herakles is grappig en het gesprek dat ze samen voeren is zelfs hilarisch. Dat neemt niet weg dat het boek verre van licht is. De eenzaamheid van de man die duizenden jaren die aarde vasthoudt, zijn ontsnapping voor één dag en daarna de terugkeer naar zijn straf zijn meevoelend beschreven en maken van Atlas meer mens dan Titaan, meer vlees dan steen.
    Als Atlas uiteindelijk ontsnapt met het ruimtehondje Laika en zich terugtrekt ergens in het heelal, voel je de bevrijding, de last die van zijn schouders valt.

    Winterson is een schrijver die graag verhalen opnieuw vertelt, dat heeft ze in haar eerdere romans wel bewezen. Met een ongekende stuwing kan ze haar boeken urgent en onontkoombaar maken, sleept het verhaal de lezer achter zich aan en is alles wat ze vertelt, zowel relevant als hedendaags. En altijd gaan haar boeken ook over Winterson zelf. In dit boek komt ook een ik-personage voor dat commentaar geeft op zichzelf en op het verhaal. Tijd en ruimte zijn relatief, de verhalen die Winterson vertelt, overstijgen dat moeiteloos. Ze schetst verhalen die altijd over het hier en nu gaan.

    Als de serie het niveau van Winterson vast kan houden, wordt het een fijne tijd voor lezers. Als dat niet lukt, heeft Winterson toch weer eens bewezen bij de allergrootsten te horen.

    Patrick Bassant

    Jeanette Winterson, ‘Zwaarte. De mythe van Atlas en Herakles’ . Amsterdam, De Bezige Bij 2005. Vertaald door Maarten Polman. € 14,90

  • Scooterdagboek

    Zelf net in het bezit van een brandweerrode Vespascooter besloot ik mij te verdiepen in de hausse aan scooterliteratuur die op het moment in de boekwinkels ligt. De meeste Vespascooterbelletrie gaat over mannen van middelbare leeftijd die op een aftandse, maar vintage Vespa uit 1965 door Italië gaan reizen om daar te genieten van het prachtige landschap, het heerlijke eten en het genot van een constant haperende motor. Vermakelijke kost voor wie een midlifecrisis (maakt niet uit wat voor midlifecrisis) voelt aankomen en nog één keer iets lekker geks wil doen.
    Minder lekker gek, want officieel gediagnosticeerd, is de Utrechtse schrijver Ingmar Heytze. Hij schreef het Scooterdagboek, waarin hij verslag doet van zijn pogingen van zijn reisangst af te komen. Heytze lijdt namelijk aan hodofobie, zoals het in vaktermen heet en wat er in de praktijk op neerkomt dat hij last van paniekaanvallen krijgt wanneer hij zich voor zijn gevoel te ver van huis bevindt. Hij verlaat zijn woonplaats Utrecht daarom bij voorkeur niet, Het gaat niet om de afstand, maar om de reistijd van de plek waar hij zich bevindt naar huis. Heytze besluit zijn motorrijbewijs te halen om zo zijn actieradius te vergroten, met als uiteindelijke doel: de zee. Het is hem vooral te doen om de Vespa Granturismo motorscooter die op hem staat te wachten, Het Zwarte Schaap gedoopt. ‘Een beetje motorrijder wil nog niet dood naast een scooter worden aangetroffen, maar het bestaan van deze machine is de voornaamste reden dat ik een maand geleden mijn motorrijbewijs heb gehaald; de stijl van een Vespa, de snelheid van een lichte motorfiets.’
    Van dag tot dag vermeldt hij welke afstanden hij afgelegd heeft, welke routes en wat voor soort routes. Je hebt namelijk twee soorten ritten: de ontdekkingsritten en de onderhoudsritten. De ontdekkingsritten zijn erop gericht nieuw terrein te veroveren. Dit gaat meestal gepaard met angst en vrees en niet zelden moet Heytze voortijdig rechtsomkeert maken omdat hij zit te trillen op zijn Vespa. De onderhoudsritten zijn bedoeld om reeds veroverd terrein veroverd terrein te houden, zodat het gebied dat hij durft te bestrijken in elk geval niet kleiner wordt.
    Scooterdagboek is deels het verslag van een gepassioneerd motorrijder en deels een verslag van een psychiatrisch patiënt. Hoe werkt angst, wat doet het met je, hoe ontstaat het, hoe kom je ervan af. En kom je er wel vanaf?
    De hamvraag is natuurlijk: gaat Ingmar Heytze de zee zien? Een andere vraag is, levert de combinatie motor/fobielectuur een interessant boek op? Ja, wel als je geïnteresseerd bent in de werking van machines en angst. Daarnaast heeft Heytze een leuke stijl en spaart hij zichzelf niet. Maar misschien moeten we er maar niet te veel op rekenen dat hij en zijn Zwarte Schaap ooit nog eens Italië onveilig gaan maken.

    Ingmar Heytze, Scooterdagboek. Uitgeverij Podium 2005. € 12,50

    DdH

  • Uit liefde van het volk

    Een sekte waarvan de mannelijke leden zich laten castreren en de vrouwen het mes in hun borsten zetten, teneinde zo alle vleselijke lusten uit hun bestaan te bannen en een engel op aarde te kunnen worden. Reizigers die door de Siberische sneeuwvlakten trekken en een ‘naïeve reisgenoot’ meenemen voor op het moment dat hun voorraad voedsel opraakt: kannibalisme met voorbedachten rade. Een klein Tsjechisch leger dat vlak na de revolutie van 1917 en de Eerste Wereldoorlog zijn kamp noodgedwongen moet opslaan in een Siberisch castratendorp. Dit zijn de drie uitgangspunten van Uit liefde van het volk (oorspr. The peoples’s act of love) van James Meek. Er zullen lezers zijn die na twee, drie hoofdstukken de roman weg leggen. Ze zullen één van de mooiste romans van dit jaar missen.

    De roman speelt zich af in Jazyk, een klein Siberisch castratendorp waar een Tsjechisch leger na de Eerste Wereldoorlog, terwijl zij worden belaagd door de communisten, wacht op het moment dat zij naar huis kunnen terugkeren. In het dorp heerst een wankel evenwicht tussen de castraten, het leger met als commandant Matula, de Tsjech Mutz en de oorlogsweduwe Anna. De komst van de revolutionaire student Samarin, die beweert uit een kamp te zijn ontsnapt, verschuift de verhoudingen en brengt het evenwicht aan het wankelen. 

    Uit liefde van het volk vertelt een episch verhaal vol extremisme, leugens, absolute maatregelen, offers en drama. De roman trekt idealisme door tot in het extreme. Tegen de achtergronden van de oorlog, het communisme en godsdienstwaanzin wordt het absolute denken ook nog eens vertegenwoordigd in de personages. Commandant Matula, de castraat Balasjov, Samarin, Mutz en Anna: in het leven en denken van elk van hen ligt het extremisme verankerd. De krankzinnige en op macht beluste tiran Matula wil van Jazyk zijn koninkrijk maken, Balasjov heeft zijn edele delen aan God geschonken, maar brengt een nog groter offer aan Anna en Samarin is een politiek extremist. Mutz en Anna worden, weliswaar in een andere vorm, ook aangetrokken tot het absolute denken. Anna in de vorm van de mannen tot wie zij zich aangetrokken voelt en Mutz verlangt naar een geloof in uitersten omdat hij weet dat het juist dat is wat hij mist wat andere mannen zo aantrekkelijk maakt voor Anna. 

    In het begin van de roman zijn de gebeurtenissen raadselachtig en kun je als lezer niet goed grip krijgen op het verhaal. In een interview voor De Standaard gaf Meek te kennen dat hij vertrouwde op de nieuwsgierigheid van de lezer en dat hij ervan uit is gegaan dat deze nieuwsgierigheid het zou winnen van de verwarring. Buiten mijn nieuwsgierigheid was het bovenal het taalgebruik van Meek dat mij er vanaf de eerste bladzijden geen moment aan heeft doen twijfelen dat deze roman één van de mooiste zou worden die ik het afgelopen jaar heb gelezen. Zijn woorden zijn intens en hebben een enorme zeggingskracht: ze maken je nederig. De sfeer is fascinerend en duister. Uit liefde van het volk is een tijdloze roman die nu al klassiek mag worden genoemd. Geheel onterecht heeft deze roman de shortlist van de Booker Prize niet gehaald.

    JAMES MEEK
    Uit liefde van het volk.

    Vertaald door Marijke Emeis, De Arbeiderspers, Amsterdam, 336 blz. 18,95 euro. Oorspronkelijke titel: The People's Act of Love .

  • Nooit gaat dit over

    Mateloos verlangen

    Deze week begint de kinderboekenweek en iedereen die nog steeds vooroordelen heeft over jeugdliteratuur zou verplicht naar de boekhandel moeten om een eens een goed boek uit te zoeken. Je krijgt dan bovendien het geschenk dat dit jaar geschreven is door Edward van de Vendel en dan weet je zeker dat je iets goeds in handen hebt.
    De Vlaamse schrijver André Sollie is in Nederland vooral bekend als dichter en schrijver voor kinderen. Met Nooit gaat dit over heeft hij zijn eerste jeugdroman geschreven. Op de voorkant staat een wat broeierige foto van twee jongens die elkaar omhelzen. Het boek zal ongetwijfeld in het hoekje ‘homoseksualiteit’ verdwijnen en nog jarenlang als themaboek op allerlei didactische lijstjes zijn terug te vinden.
    Het hoofdthema van het nog geen honderd bladzijden tellende boekje is echter ‘verlangen’. Pim, opgroeiende puber, wordt zich langzamerhand bewust van zijn fascinatie voor de iets oudere Gino, die bij hem in de buurt woont. Ze krijgen een heimelijke, seksuele relatie. Sabrina, de zus van Gino is echter op haar beurt weer verliefd op Pim. De boel wordt op scherp gezet als Gino een verhouding krijgt met een meisje.
    Dat is, heel in het kort, een deel van het plot. Niet heel erg bijzonder, maar de manier waarop een schrijver dit gegeven vorm geeft, kan het boek literaire kracht geven. Sollie schrijft korte zinnen. Soms twee woorden. Soms een. Dat is soms vermoeiend.
    Al te expliciete scènes gaat Sollie uit de weg. Gino en Pim die een nacht in een tent verblijven: de lezer mag zijn verbeelding aan het werk zetten. En als Gino weg is en Pim zijn verlangen richt op een oude kermisgast die bij zijn moeder en hem in huis komt wonen, dan weet Sollie die spanning ook heel onderhuids op te bouwen. Tot het moment dat Pim in zijn moeder een rivale vindt: ‘Pim deed de deur op een kier. Het bed was leeg en onbeslapen. Van het streepje oranje onder de deur van zijn moeder maakte Pim een zee van licht toen hij de deur openduwde.’
    Die scènes maken het boekje de moeite waard, maar als het om het beschrijven van gevoelens gaat, is Sollie vrij expliciet en dat doet afbreuk aan de rest van het verhaal. Er zit overigens nog een plot in het verhaal die ik ook wat storend vind. De moeder van Pim is nogal een lellebel. Na het avontuur met de kermisgast vlucht Pim naar de moeder van Gino en Sabrina. En dan gebeurt er nog heel veel. De moeder van Gino en Sabrina komt nogal plots te overlijden en neemt een geheim mee in haar graf over de afkomst van Gino en Pim, een geheim dat Sabrina geraden heeft. En dat zorgt natuurlijk voor nieuwe verwikkelingen. Hoe het precies zit, lees je zelf maar. Voor mij had die extra plotlijn niet gehoeven, want wat het toevoegt is een gecompliceerde intrige die niet wezenlijk bijdraagt aan de hoofdthematiek van het Nooit gaat dit over.

    Coen Peppelenbos

    ANDRÉ SOLLIE: Nooit gaat dit over. Querido, Amsterdam, 92 blz. €12,50 (gebonden)

  • Een vriend voor de schemering

    Schokkend in 1952

    In de nalatenschap van Hans Warren vond zijn vriend Mario Molengraaf een compleet typoscript. Een roman die uitgever Ad den Besten niet durfde uit te geven, ongetwijfeld vanwege de uitgesproken homoseksuele passages die erin naar voren komen. Nu vallen die passages voor de meeste hedendaagse lezers wel mee, maar in 1952 zou vooral het eerste deel van deze roman een schandaal hebben opgeleverd. Molengraaf haalt in zijn nawoord nog maar eens aan dat in datzelfde jaar kamervragen werden gesteld over ‘Oote oote boe’ van Jan Hanlo.

    Een vriend voor de schemering is een roman over de onvervulbare liefde. Het eerste deel gaat over de jonge Wouter die verliefd wordt in Parijs op de Noord-Afrikaan Bahri. Die verdient zijn geld als jongenshoer, maar heeft chronisch geldgebrek en wil eigenlijk uit het werk stappen. Wouter neemt hem mee naar Nederland. Een spannend, realistisch deel waarin Wouter de hunkerende geliefde is en Bahri de ongenaakbare speelt.

    Het tweede deel speelt in Zeeland. Hoofdpersoon is dan Heste een jonge weduwe, die met haar kind Robert in een wat afgelegen huis woont. Ze is wat vereenzaamd en haalt vooral genoegen uit wandelingen en haar tuin. Hierin raakt de roman in rustig vaarwater, want de uitgesponnen natuurbeschrijvingen die veel van de dagboeken van Warren ook zo onverteerbaar maken (voor een stadmens als ik) houden de aandacht niet echt vast. De hartstocht vlamt even in haar op wanneer ze een jonge fluitspelende schaapherder tegenkomt (die had je toen nog in Zeeland), maar ze durft niet toe te geven aan haar passie.

    Het derde deel begint met een zwemtocht van Wouter en Bahri, die inderdaad is meegekomen naar Nederland. Ze raken echter te ver uit de kust en worden meegenomen door de stroming. Dat deel weet Warren huiveringwekkend mooi te beschrijven. Wouter overleeft het niet, Bahri ternauwernood.  Heste vindt Bahri, verzorgt hem en wordt verliefd op hem. Een liefde die uiteindelijk niet bestand is tegen het verlangen van Bahri naar huis.

    De roman zit goed in elkaar en is op het tweede deel na met vaart geschreven. Er zitten mooie spiegelingen in het verhaal. Heste verwarmt het onderkoelde lichaam van de bewusteloze Bahri met haar naakte lichaam in het begin. In de nacht voor hun afscheid gaan ze dronken met elkaar na bed, waarna Bahri in een diepe slaap valt. Je vraagt je af waarom Warren niet later in zijn leven alsnog geprobeerd heeft dit werk uit te geven.

    In het nawoord benadrukt Molengraaf de overeenkomsten met het Geheim Dagboek dat Warren zijn leven lang bijhield. Een speciale selectie uit die dagboeken is tegelijkertijd met de roman uitgebracht. Dat is leuk, want je kunt voor een gedeelte aantonen dat Wouter Hans Warren is, het zoontje Robert de jonge Warren, Bahri is eigenlijk Mohamed Belmokhtar etc. Dat is leuk voor mensen die de scheidslijn tussen fictie en werkelijkheid willen onderzoeken en willen zien in hoeverre die realiteit terug te vinden is in het boek. Dat vind ik doorgaans ook een boeiende materie, maar omdat daar in het nawoord en door de selectie van dagboekfragmenten zo’n nadruk op wordt gelegd zou je haast vergeten dat je zojuist een van de betere boeken in het oeuvre van Warren hebt gelezen. Dat is de kracht van de verbeelding en niets anders.

    Coen Peppelenbos

    Hans Warren: Een vriend voor de schemering. Balans, Amsterdam, 174 blz. €15,-
    Hans Warren: Tussen Borssele en Parijs. Balans, Amsterdam, 128 blz. €10,-
    (samen voor €20,-)

  • Veertien soorten eenzaamheid

    Niet nieuw, wel heel goed. Het heeft lang geduurd voor er werk van de Amerikaanse schrijver Richard Yates (1927-1992) in het Nederlands vertaald werd. Niet verwonderlijk voor een schrijver die al dood en begraven was en die vooral schreef over de minder florissante kanten van het naoorlogse Amerika. Zijn ondertussen veelgeprezen roman Revolutionary Road (in 2003 bij De Arbeiderspers verschenen) geeft een sombere inkijk in het leven van een jong stel in het zich steeds meer verrijkende Amerika van 1955. Welvaart in overvloed, maar geluk is schaars. Als in een Griekse tragedie duwt Yates zijn hoofdpersonen vakkundig naar de rand van de afgrond.
    Revolutionary Road werd een onverwacht verkoopsucces en door de BGN-boekhandelsgroep tot boek van het jaar verkozen. Daarop verscheen in 2004 Veertien soorten eenzaamheid, een door vertaalster Marijke Emeis gemaakte bloemlezing uit Yates’ verhalen.
    Alleen voor de titel had ik het boek al gekocht.
    Net als in Revolutionary Road treffen we ook in deze verhalenbundel weer de realistische weerslag van de mislukte levens van jonge mensen in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw aan. Yates kreeg in zijn eigen ? door de Hollywooddroom verpeste ? land vaak het verwijt dat hij te somber, te realistisch schreef. Amerika zat midden in zijn American Dream en Yates haalde de stemming er behoorlijk uit met zijn fatalistische verhalen over alle vormen van menselijk falen. Gelukkig kunnen wij Nederlanders daar een stuk beter mee uit de voeten.
    Je doet Yates echter tekort door hem alleen als zwartkijker te afficheren. De ware pijn zit hem juist in de compassie die hij toont voor zijn personages. Hij zet zijn karakters in het volle daglicht, maar berust daar ook in. Zij zijn zoals ze zijn. Wij zijn zoals we zijn. Of het nu om een strenge juf met een affectiestoornis gaat, of een man die zijn hele leven al niets anders kan dan zwelgen in alle tegenslagen die hem zijn pad komen, ja, het zijn meelijwekkende figuren, maar ze zijn niet zo anders dan wij. Het realiteitsgehalte dat hem aangewreven werd in zijn tijd, is juist zijn kracht. Yates zit heel dicht op je huid, en hij weet je binnen een paar alinea’s het verhaal in te zuigen. Dankzij Emeis’ secure en echt Nederlandse vertaling is er weer een parel aan de vertaalde Grote Amerikaanse Literatuur toegevoegd.

    Richard Yates, Veertien soorten eenzaamheid. Vertaald en van een nawoord voorzien door Marijke Emeis. De Arbeiderspers 2004.

    DdH

  • Alleen op de wereld – Hector Malot

    De laatste dagen voor de kerst als de dreiging van een naderend onweer.
    Je kan het niet ontvluchten, je zal het moeten ondergaan. Met familie, vrienden of alleen. Juist de dreiging doet vluchten. Het vliegtuig naar een warm en ver land, de trein naar de toendra’s in Rusland, te voet naar een onbewoond waddeneiland, zwervend door Europa… weg van hier. Maar toch blijven omdat het zo hoort. Want het is zo gezellig…

    Een uitvlucht voor deze dagen is het boek Alleen op de wereld van Hector Malot. Remi is een vondeling en wordt meegenomen door Vitalis. Een oude man met zijn honden Capi, Dolce en Zerbino en de aap Joli-Coeur. Ze trekken door Franrijk en leven van voorstellingen. Het zwervende leven blijkt hard en meedogenloos. Remi wordt verlaten door Vitalis. Hij gaat verder, ontmoet mensen die hem steeds eenzaam achterlaten. Hij
    staat er alleen voor.

    Malot weet het zwervend bestaan meesterlijk te verwoorden in een herkenbare kinderlijke belevingswereld, maar met volwassen wijsheden:

    Wanneer alles goed gaat, volgt men zijn weg zonder al te veel te
    denken aan de mensen in onze nabijheid, maar wanneer alles slecht
    gaat, dan heeft men behoefte steun te zoeken bij degenen om ons heen
    en dan is men gelukkig die steun te vinden.

    Het verhaal neemt de lezer, van iedere leeftijd, ademloos mee. Remi’s leven wordt je eigen leven. Het is allemaal niet eerlijk, het is drama pur sang. Voel de eenzaamheid met Remi. En wanneer de eenzaamheid te veel wordt, kijk dan even naar die prachtige boom in de kamer en glimlach. Je hebt het beter getroffen.

    ‘Wees niet zo bang voor kerst, het zijn maar twee dagen.’

     

    Alleen op de wereld
    Hector Malot
    Uitgeverij Prometheus Groep
    ISBN 9000027284
    15 euro’s en 95 centen