• Troostrijke literatuur

    Het einde van het jaar is bij uitstek een tijd van bezinning en omzien. In dat licht is er geen passender boekje om aan te bevelen dan Herkomst van de Duitse schrijver Botho Strauss (1944). Hierin blikt de auteur liefdevol en aandachtig terug op zijn jeugd. Tussen het herbeleven door knarsetandt Strauss, die bekend staat om zijn cultuurpessimisme, nog wat over de teloorgang van het heden, maar de nostalgische ontroering overheerst. Strauss leidt zijn ‘geheugen naar de drenkplaats van de onschuld’. De verrukkingen, de geuren, de smaken van toen worden gevoelvol beschreven, maar de toon blijft beheerst. ‘Ik moet gestraald hebben van geluk. Maar wat raakt je dieper: het stralende geluk van de eerste fietstocht, eindelijk een eigen fiets te hebben, of het geluk van dat te herbeleven?’ Aanleiding voor deze terugblik is het leeghalen van de ouderlijke woning. ‘Morgen wordt de woning leeggehaald. Morgen verlies ik mijn thuis.’ Alles gaat verloren. Alleen de herinnering heeft nog toekomst als men ouder wordt. In die zin mag dit boek als troostrijk worden gezien.

    Een heel gewone man
    Een ander boekje dat aandacht verdient is Het voorgevoel van Emmanuel Bove. In deze korte roman volgen we een man van middelbare leeftijd die tot voor kort een gezinsleven had en een baan als advocaat, in zijn eerste schreden op zijn nieuwe index.phplevenspad. Want onlangs heeft hij deur achter z’n oude leventje dichtgegooid om een nieuw, teruggetrokken leven te beginnen. ‘De eenzaamheid waarin hij leefde en die voor een ander ondraaglijk geweest zou zijn, was juist zijn grootste geluk.’ Het liefst zou hij door anderen onopgemerkt blijven. Maar hoezeer hij zich ook inspant onzichtbaar te zijn, de buitenwereld ziet hem toch weer staan. Met tegenzin knoopt hij gesprekken aan. Op de vraag wat hem is overkomen, antwoordt hij typerend: ‘Och, dat is ingewikkeld. Dat komt een andere keer wel eens.’ Zijn onopvallendheid wakkert weldra de nieuwsgierigheid en bemoeizucht van zijn omgeving aan. Van de gekoesterde, geromantiseerde eenzaamheid blijft weinig over als hij verstrikt raakt in een web van achterklap, twist en burennijd. De in zijn verbeelding levende schlemiel is een constante in het werk van Emmanuel Bove (1898-1945), de in Parijs geboren zoon van een Joods-Oekraïnse emigrant. De eenzame, dolende mannen die hij opvoert zijn niet zonder mededogen door de auteur in een onopgesmukte stijl met oog voor veelzeggende details getekend. Om die reden ook geprezen door Beckett. Bove zelf werd niet ouder dan 47, en geheel in de sfeer van zijn romans kwam hij op een vrijdag de dertiende aan zijn eind.

    Een armoedige schrijver
    Waar Bove de gewone man beschrijft, komt de Zwitserse schrijver Robert Walser (1878–1956) in zijn vroege novelle De Wandeling, met een verhaal over een excentriekeling. Hij laat ons een dag beleven uit het leven van een in armoedige staat de-wandeling-robert-walserverkerende schrijver, een zachtmoedige zonderling, een sprookjesachtige lanterfanter, zoals zo vaak in Walsers boeken. Deze dagdromer verlaat ’s ochtends zijn bureau om een lange wandeling te maken. Onderweg ontmoet hij mensen van diverse snit als een boekhandelaar, een belastinginspecteur, een kleermaker die hij op wonderlijke wijze te woord staat. Omdat het de wandelaar niet direct om een weerwoord is te doen, spreekt hij even makkelijk tegen een hond, om daarna zijn weg te vervolgen en zich te verliezen in allerlei bespiegelingen of zelf opgeworpen vragen. Een verhaal van A tot Z wordt hier niet opgediend. Bij Walser lezen we de manische toon van iemand die de waanzin op de hielen zit, en die maar doorwandelt en doorschrijft om die waanzin te bezweren. Hier is iemand aan het woord die zich met liefde verliest in uitweidingen en fantasieën. Speels en lucide taalgebruik, met plechtige buigingen en euforische uitschieters die reiken naar zonderlinge details, minutieus en grillig uitgetekend. De charme zit ‘m duidelijk in die stijl. Eigenzinnig is het altijd: ‘zijn hoed zag eruit als een niet af te zetten heerser.’ Een ‘kleine zangkunstenares’ wordt vergeleken met een ‘ree of een soort antiloop in meisjesvorm’. Het verhaal doet er niet meer toe en wandelen moet hij ‘hoe dan ook om weer tot leven te komen en om het contact met de wereld in stand te houden want zonder voeling daarmee zou ik geen halve letter meer op papier krijgen.’ De laatste 23 jaar van zijn leven leed Robert Walser aan schizofrenie en bracht hij in een gesticht door. Tot zijn fans mocht hij rekenen: Walter Benjamin, Kafka, Hesse, Canetti, Coetzee en Sebald. Van de laatste is een mooi essay toegevoegd. Nog een reden om Walser juist met Kerst te lezen. Hij stierf op Eerste Kerstdag 1956, tijdens een wandeling…

     

     

  • Spanning, oorlog en drie generaties vrouwen

    Henning Mankell, Honden van Riga (uit de ‘Wallander-serie’)
    Een enorm spannende en ingenieus geschreven misdaadroman, met een menselijke rechercheur als hoofdpersoon.
    De Zweedse politie vindt twee dode mannen in een reddingsvlot. Het onderzoek wat hier op volgt, leidt rechercheur Kurt Wallander naar Riga in Letland. Als lezer ga je mee in de zoektocht en betrap je jezelf erop de misdaden te willen oplossen. Een boek dat je achter elkaar uit wilt lezen!

    nightingaleKristin Hannah, The Nightingale
    Een verhaal over de Tweede Wereldoorlog maar nu vanuit het vrouwelijke perspectief. In dit boek lees je over de levens en heldendaden van twee Franse vrouwen ten tijde van de oorlog. Hannah schrijft vanuit de persoonlijke beleving van de mensen zelf. Het maakt het menselijk en brengt het verhaal héél dichtbij.

     

     

    Marianne Frederiksson, Hanna’s dochters
    Een ontzettend mooi boek over 3 generaties vrouwen in Zweden, Anna, Hanna en Johanna . Afwisselend lees je vanuit deze drie anna-hanna-en-johanna-marianne-fredriksson-boek-cover-9789462370708perspectieven over hun levens, familiegeheimen en hoe het deze vrouwen gevormd heeft. Gaandeweg krijg je begrip voor het handelen van de personages. Echt een klassieker! Ook de andere boeken van deze schrijfster zijn enorm de moeite waard.

  • Liefde, leven en dood

    De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïnefabriek van Conny Braam. Opkomst en ondergang van de Nederlandsche Cocaïnefabriek. Levering van cocaïne aan soldaten van vriend en vijand heeft ervoor gezorgd dat soldaten zonder vrees, maar met een levensbedreigende verslaving de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog doorstonden. De handelsreiziger is een naïeve, flamboyante jongeman die van het goede leven houdt. Een goed gedocumenteerde historischeroman over een onbekende, maar fascinerende fabriek.

    9200000025107905Horizon City van Jaap Scholten. Jaap Scholten heeft in Horizon City een portret willen schrijven van zijn eigen familie van ‘opgejaagde menisten, grootindustriëlen, kleinwildjagers, landhuizenbouwers, collectioneurs, polygame avonturiers, dromers en dappere vrouwen.’ Dit boek moet je alleen al lezen, omdat je zou willen dat jouw familie ook zo ondernemend en avontuurlijk was, vol doortastende pioniers en verhalenvertellers.

     

    Winter in Gloster Huis van Vonne van der Meer. Een boek vol wonderen en toeval, over de zin van het leven en de vraag in Winter in Gloster Huishoeverre je als buitenstaander mag ingrijpen in de doodswens van een ander. In een tijd waarin de Klaar met leven-wet is aangenomen, mag je als mens beslissen over je eigen leven en dood. Dat kan in het Vaarwelhotel. Maar in het tegenoverliggende Gloster Huis is er plek voor de twijfelaars, alleen… zij wisten dit zelf nog niet. Een bijzonder thema, maar Vonne van der Meer brengt genoeg lucht en humor in het boek om je niet zelf naar de laatstewilpil te doen grijpen.

     

    Mevrouw HemingwayMevrouw Hemingway van Naomi Wood. Vier mevrouwen Hemingway zijn er geweest. En iedere mevrouw dacht dat de liefde van één van de grootste schrijvers van zijn tijd voor haar voor eeuwig was. Maar alle vier hadden ze het mis. Ernest Hemingway, briljant schrijver, verslaafd aan vrouwen en drank, had een avontuurlijk maar tragisch liefdesleven. Naomi Wood sleept je mee naar Antibes, Parijs en Florida. Naar feestjes met kunstenaars en veel drank. En naar slaapkamers vol eenzaamheid. (Op Literair Nederland gerecenseerd door Mandy Kraakman.)

    De gevleugelde van Arthur Japin. Wegdromend bij de boeken van Jules Verne besluit Alberto Santos-Dumont dat hij als eerste mens gaat vliegen. Japin heeft van de levensgeschiedenis van deze vergeten pionier een wervelende en spectaculaire historische roman gemaakt. Wat een hartstocht.

     

     

  • Mijn 2015: Karl Ove Knausgård

    Afgelopen jaar heb ik mij ondergedompeld in vijf van de zes delen van de romancyclus Mijn strijd van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (1968): Vader, Liefde, Zoon, Nacht en Schrijver. Nog één deel lonkt (verlanglijstje!): Vrouw.
    Iets van die bezigheid drong door in deze website, toen ik in een recensie van Rode kornoeljes van Kerim Göçmen verwees naar Zoon.
    En verder is er iets over hem in de agenda (2013) en nog verder terug de etalage (2011) terug te vinden. Maar geen recensies. Dat geeft mij de vrije hand om te proberen de lezer van deze rubriek aan het eind van het jaar warm te maken; niet met alsnog een recensie, maar eerder met een wat persoonlijk verhaal.

    Leven
    9200000002212518In de romans van Knausgård lijkt hij zijn leven nog eens dunnetjes over te doen, als een spiegelleven. Om verantwoording van zijn strijd daarmee af te leggen? Om het tot literatuur te sublimeren? Misschien wel allebei. Een leven dat wordt gekenmerkt door de gewoonheid van zijn alledaagse gangetje. En dat maakt meteen ook de schoonheid ervan uit. Zoals wij op de middelbare school van onze docente Dieuwke Eringa, auteur van de autobiografie Ik ben van elf al leerden: dáár zit het geluk hem vaak in. En dan lazen we ter bevestiging hiervan een gedicht van Jacques Prévert. En je hoeft maar naar de tentoonstelling Spaanse Meesters (Hermitage, Amsterdam)  te gaan om te zien dat die meesters iets soortgelijks deden; Antonio de Puga liet bijvoorbeeld het metaal haast op een mystieke manier oplichten op zijn De slijper. De slijper
    Knausgård beschrijft het leven van alledag tot in de détails: ‘Ik betaalde, hij stopte het boek in een zakje en overhandigde het me samen met de bon, die ik in mijn kontzak stopte, waarna ik de deur opendeed en met het zakje bungelend in mijn hand naar buiten stapte’. Zó hyperrealistisch, dat een geportretteerde oom – én sommige critici – er over zijn gevallen. Maar laten we wel wezen: het maakt allemaal onderdeel uit van de werkelijkheid van Knausgårds leven. Eerlijk, rauw en ongepolijst beschreven, zoals ook een tango van Piazzola binnenkomt.

    Muziek
    Nu we toch met muziek bezig zijn: Knausgårds stijl doet me ook regelmatig aan de symfonieën van Mahler denken: een haast zoonvolkse toonzetting, afgewisseld door verheven passages. Met een enkele keer een lichtstraal er doorheen, zoals – las ik onlangs in een recensie over een uitvoering op cd van Mahlers Zevende symfonie onder leiding van Riccardo Chailly – dirigent Bruno Walter dat heeft ingebracht: ‘ruimte voor een milde lach’. Niet dat Knausgård veel aflacht en mild is voor zichzelf; in Vrouw schijnen honderden pagina’s gewijd te worden aan Hitler en Breivik, vanuit de herkenbare angst van de auteur zelf een slecht mens te zijn. Maar ook voor een gedicht van Paul Celan wordt veel plaats ingeruimd, wat me buitengewoon intrigerend lijkt.

    Vervagende grenzen
    nachtDat betekent dat Knausgård niet alleen de grenzen tussen volks en verheven, maar ook tussen roman en essayistiek, beschouwing en zelfkritiek slecht. Ook anderszins doet hij hiermee iets dat mij aanspreekt: de romans zijn zowel rationeel als romantisch. Beide met eenzelfde intensiteit. De overgang tussen één en ander, qua stijl, qua mentaliteit, is vloeiend. Zo beschouwt de auteur zijn identiteit ook: als een grensganger tussen Noorwegen, waar hij is geboren, en Zweden, waar hij met zijn gezin woont.

    Tijdsbeeld
    schrijverDat levert in recensies, en in dit geval niet ten onrechte, het beeld op van Noordse zwaarmoedigheid. Maar Knausgård is méér nog, denk ik, een exponent van het Westerse denken en voelen van de 21ste eeuw. In zijn beschrijving van televisieprogramma’s waarnaar hij kijkt, de popmuziek waarnaar hij luistert, op zijn tijd de verveling van een kind van de welvaart. Alles met een lading die je als lezer gevangen houdt.
    Toen een vriendin van mij dan ook aankwam met een aankondiging van een Hard Gras avond (16 januari 2016), waarin de vrouwNoorse cultfiguur samen met nog enkele andere schrijvers in gesprek gaat met Ruud van Nistelrooij, heb ik even getwijfeld of ik me op zou geven. De bewondering voor Knausgård is groot, de liefde voor voetbal echter zeer klein. Daarom ga ik toch liever eerst maar deel zes lezen. Recensent Kester Freriks heeft het in NRC Handelsblad (16 oktober 2015) over ‘laatste bladzijden’ die ‘als bevrijding en loutering’ lezen. Dat belooft wat!

     

     

  • Uitstekend boekenjaar

    Een jaar aan boeken zit er bijna weer op, en net als voorgaande jaren is het weer een uitstekend jaar aan boeken geweest. Het blijft lastig om uit zoveel moois een selectie uit te maken, maar het is gelukt. Ik presenteer u een gloednieuw poëziedebuut, een wat ouder maar onderbelicht gebleven debuut, een mooie vertaalde poëzieuitgave, een prettig losse verzameling bespiegelingen van een beroemde muzikant, en een fraai leesboek over kunst.

    Op moment van schrijven is Jonathan Griffioens debuutbundel Wijk nog geen maand uit, en hopelijk krijgt die bundel de komende tijd de aandacht die hij verdient. Ik ken Jonathan en zijn gedichten al geruime tijd, heb meegelezen met een paar eerdere versies van zijn bundel en afzonderlijke gedichten, en keer op keer lukte het hem om me met Wijk te verbazen door slimme vondsten, rake formuleringen en opvallende beelden als de ‘zondvloed-gelekt-uit-een-kraan’, en bovendien dit is voor zover ik weet de enige gedichtenbundel met een Man Bijt Hond-verwijzing.

    9200000046611289En als je dan van Nicole Teunissen is ook een debuutbundel, maar is al wat langer uit. Helaas heeft het boek nog weinig aandacht gekregen, en dat is onterecht. Teunissens toegankelijke, praterige, soms prozaïsche gedichten zitten vol interessante beelden, scherpe overdenkingen en goed te volgen associaties. Haar gedichten doen wat denken aan die van Lieke Marsman en Tjitske Jansen, en net als zij heeft deze dichter de potentie een groot publiek aan te spreken. En net als zij verdient Nicole Teunissen dat grote publiek.

    Waar water samenvloeit met ander water
    Raymond Carver is in ons taalgebied bekender van zijn korte verhalen dan van zijn gedichten, maar Waar water samenvloeit met ander water laat zien dat ook zijn poëzie van hoog niveau is. Daarin durft Carver lyrischer te zijn, zoals in het titelgedicht, maar hij schrijft ook vaak anekdotisch of zelfs verhalend. De thematiek wordt grotendeels beheerst door een uitzichtloos arbeidersbestaan waarin de hechte gemeenschap zowel een fijn vangnet is als een beklemming is. De tweetalige bloemlezing is wel wat aan de dunne kant, maar met de kwaliteit van de afzonderlijke gedichten zit het meer dan goed.

    M-TrainM-Train van Patti Smith is een soort vervolg op het prachtige Just Kids (2010). Die memoires gingen over Smiths  eerste partner Robert Mapplethorpe, en waren tegelijkertijd een boek over de (eerste) ontwikkelingen van twee jonge kunstenaars. M-Train is veel losser van opzet en is daarom iets minder sterk, maar Smiths bespiegelingen over wijlen haar man Fred Smith, over de literatuur en detectiveseries die haar dierbaar zijn, haar heden en nabije verleden, bieden genoeg om van te genieten. Tip: draai haar meest recente album Banga (2012) als soundtrack bij het lezen.

    In ogenschouw

    In ogenschouw van Julian Barnes. Wederom non-fictie, deze laatste tip, maar een essaybundel over kunst. Julian Barnes, vooral bekend als romancier, schrijft stukken over kunst die bijna verraderlijk goed zijn: ze lijken heel degelijk, weinig spectaculair, en tegelijkertijd zitten ze op onopvallende wijze heel sterk in elkaar. Barnes heeft veel aandacht voor het levensverhaal van kunstenaars, de geschiedkundige inbedding, én voor ouderwets kijkwerk naar details. De selectie is niet bijzonder breed: vooral (Franse en een paar Britse) figuratieve schilders; de met popart geassocieerde beeldhouwer Claes Oldenburg is echt een vreemde eend in de bijt. Maar Barnes’ enthousiasme over en oog voor het werk van bijvoorbeeld Bonnard, Vuillard en Bracques is aanstekelijk, en dat levert uitstekende stukken op.

  • Boeken met potloodstreepjes

    De brieven van Frans Kellendonk.
    Dit jaar las ik twee brievenbundels die allebei een verpletterende indruk maakten: The Habit of Being (1979) van de Amerikaanse schrijfster Flannery O’Connor en de brieven van Kellendonk. Ik lees hun brieven en ik ga van deze personen houden. Beide bundels staan vol met mijn potloodstreepjes. Zoals bij deze passage waar Kellendonk een verklaring geeft voor ‘het dikke gedoe van schrijvers’: ‘Je kent toch dat gevoel wel, als je bijvoorbeeld een brief terugziet die je tien jaar geleden aan iemand hebt geschreven, hoe je dan van binnen hol kunt worden van schaamte – terwijl het toch een nette, misschien zelfs amusante brief is. Iemand die een boek heeft gepubliceerd dat iedereen kan lezen heeft dat honderd keer erger; want hij vergeet dat hij de enige is die weet hoezeer hij zijn ziel in dat boek heeft blootgelegd.’ Nu verder met het Verzameld Werk van Kellendonk – ik ben heel benieuwd naar zijn essays.

    Hotel de grote LHotel de Grote L van Sjoerd Kuyper.
    Kuyper ontving in 2012 de Theo Thijssen-prijs voor zijn oeuvre (dat bestaat uit meer dan vijftig jeugdboeken, waaronder Het zakmes en die heerlijke verhalen over de kleuter Robin). In dit boek is de dertienjarige Kos aan het woord in zijn dagboek, of eigenlijk ‘dagbandrecorder’, over wat hem in de maand mei is overkomen. Het begint op een perfecte dag, 12 mei: ‘Zo’n dag was het: om grote plannen uit te voeren. Om kampioen te worden. Om verliefd te worden. Om je naam met een spuitbus op de maan te zetten.’ Daarna volgt de ontroerende, spannende en grappige coming-of-age-ontwikkeling van deze ‘stotteraar in de liefde.’

    Voor altijd voor het laatst van Tjitske Jansen. Voor altijd voor het laatst
    De gedichten uit Het moest maar eens gaan sneeuwen (2003) en Koerikoeloem (2007) komen in de buurt van proza. Het proza in deze bundel is altijd poëtisch. Poëzie of proza: misschien is er bij Jansen weinig verschil, behalve dan dat je nu méér bladzijden mag genieten van al die observaties, gedachtes en herinneringen. ‘Een combinatie van precies zijn en weglaten. Daar ging het om,’ concludeert zij in een van de stukjes. En dat is precies wat zij in deze bundel doet.

    De halfbroer van Nicolien Mizee.
    De halfbroerIk moet bekennen dat dit het eerste boek van Mizee is dat ik heb gelezen. Wat een fantastische schrijfster: een eigen stijl, een eigen stem en heel grappig. ‘Elsschottiaans’ noemde uitgever en Elsschot-biograaf Vic van de Reijt het verhaal van deze ‘stijlkunstenaar.’ Tot mijn verbazing zijn haar eerdere boeken niet te verkrijgen. Gelukkig kon ik haar debuut Voor God en de Sociale Dienst (2000) van een vriend lenen – ook al zo geweldig.
    Lodewijk Brunt schreef voor Literair Nederland een recensie.

     

    Mene Tekel van Nescio met tekeningen van Joost Swarte. U heeft natuurlijk het volledige oeuvre van Nescio in huis, maar mene tekelmisschien nog niet in deze prachtig vormgegeven uitgave. Het leek mij altijd onmogelijk en vooral onnodig om de woorden van Nescio van illustraties te voorzien – volkomen onterecht, toont Swarte aan. Goede reden om weer de sfeerschetsen van Nescio te lezen, zoals zijn herinnering ‘Pleziertrein’ met ‘de zoete en pijnlijke en onbegrepen weemoed, dat ’t voorbij was en dat Donderdag de 30ste Juli 1896 nooit meer komen zou.’  Mene Tekel werd gerecenseerd voor Literair Nederland.

     

     

     

  • Terugblikken

    Het Rijksmuseum organiseerde van 12 februari 2015 t/m 17 mei 2015 de tentoonstelling De late Rembrandt. De tentoonstelling werd heel goed bezocht, misschien wel te goed. Museumdirecteur Wim Pijbes pareerde kritiek van mensen die het te druk vonden met de opmerking dat zij dan maar hun eigen Rembrandt moesten kopen. Gelukkig is er een mooie catalogus van deze tentoonstelling gemaakt. Een unieke herinnering aan een unieke tentoonstelling.

    DPS design & prepress studioVoor Literair Nederland recenseerde  ik De Jonge Bruid van Alessandro Baricco. Het is een verhaal vol mooie (natuur)beelden en herinneringen. Herinneringen zijn belangrijk in dit boek. De schrijver verliest zijn laptop waarop hij zijn boek heeft geschreven. Hij heeft geen back-up gemaakt. Maar hij heeft het hele verhaal nog in zijn hoofd. Het is een ‘gelaagde optelsom van alle zinnen’ die eerst zijn bedacht, daarna opgeschreven en vervolgens herinnerd. ‘Objectief gezien was ik niet alleen mijn boek niet kwijtgeraakt, maar in zekere zin had ik het juist in al zijn volheid teruggevonden, nu het onstoffelijk was geworden en zich had teruggetrokken in het winterverblijf van mijn geest. Ik kon het op elk gewenst moment naar de oppervlakte halen […] en dan kwam het tevoorschijn met een ongrijpbare pracht tegenover welke de nette orde van een gedrukte pagina blijk gaf van de starheid van een grafsteen.’

    Het werk van Charlotte Salomon (1917-1943) staat in 2015 weer volop in de belangstelling. Charlotte Er verscheen een kunstboek, de nieuwe uitgebreidere editie van Leven? of Theater? En David Foenkinos schreef een bijzondere roman over haar leven, Charlotte. Als Charlotte begin twintig is, vlucht ze voor het nazigeweld naar het dan nog veilige Zuid-Frankrijk. Op aanraden van haar Franse huisarts tekent ze haar leven. Via haar gouaches herbeleeft ze haar jeugd, haar liefde voor de zangleraar van haar stiefmoeder en haar vlucht naar Frankrijk. David Foenkinos beschrijft op indrukwekkende wijze de bezetenheid waarmee Charlotte werkt. Het is ‘een creëren op de rand van de afgrond’. Charlotte werd vermoord in Auschwitz. Meer over Charlotte in de recensie voor Literair Nederland.

    Net als Charlotte werd Felix Nussbaum (1904-1944) in Auschwitz vermoord. Mark Schaevers verdiepte zich in leven en werk van deze Duitse kunstenaar met als resultaat de mooie biografie.Orgelman Felix Nussbaum moest ook vluchten voor de nazi’s. Hij verblijft in Italië als die aan de macht komen. Uiteindelijk komt hij in België terecht, maar ook daar is hij niet veilig. Uit zijn werk blijkt de angst voor het opgepakt worden. Vier jaar weet hij uit handen van de Duitsers te blijven. Schaevers schrijft over Nussbaum ‘het oorlogsgevaar focust zijn werk.’ Orgelman is een prachtig verzorgde biografie met veel afbeeldingen van Nussbaums werk. Mark Schaevers ontving voor Orgelman de Gouden Boekenuil 2015.

    Een biografie die niet onvermeld mag blijven is de bioghuijser-buddingh-2015-188x300rafie die Wim Huijser schreef over Cees Buddingh’ (1918-1985). Als lezer ga je houden van deze schrijver / dichter die dit prachtige gedichtje over zijn echtgenote Stientje schreef:  als mijn vrouw met de bus naar de stad gaat / hoop ik altijd dat ze halte ziekenhuis instapt: / dan kan ik haar net zolang nakijken / als wanneer ze halte vogelplein neemt / en zie ik haar bovendien nog een keer / voorbijkomen in de bus.

     

     

  • Deze moet je lezen

    ‘Mijn lijst zou morgen zó weer anders kunnen zijn.’

     

    Hagar Peeters, Malva. Wat een fantastisch boek: een geweldig onderwerp, beschreven vanuit een zeer verrassend perspectief en geschreven in puur poëtische taal. Het boek van het jaar!

     

     9200000011436831Willem Otterspeer, De mislukkingskunstenaar. Het eerste deel van de biografie van W.F. Hermans. Heeft nogal wat kritiek gekregen. Ik ben het daar niet mee eens: Hermans’ leven is door Otterspeer van binnenuit benaderd en hij heeft het heel mooi opgeschoven.

     

    Verloop van jarenRemco Campert, Verloop van jaren. Poëzie van de oude meester. Gedichten over oud worden, herinneren en herinneringen. En toch met jeugdig elan geschreven.

     

     

    De langste nachtOtto de Kat,  De langste nacht. Een onderschatte, bijna vergeten schrijver, maar wat schrijft hij prachtige boeken. Ook dit boek gaat over herinneren, verleden en verwerking, geschreven in een lichte, sprankelende taal.

    Op Literair Nederland besproken door Sharon Hagenbeek.


    Zelf
    Pieter Boskma, Zelf
    . Nog meer poëzie. De dichter grijpt zichzelf bij de kladden, vijf jaar na het overlijden van zijn grote liefde: helder, eerlijk, nietsontziend.

     

     

    9200000046552308

    Tommy Wieringa, Honorair kozak. Reisverhalen van de schrijver die net zo mooi schrijft als hij praat. Dé stilist van de Nederlandse letteren, in het voetspoor van Cees Nooteboom.

     

     

     

     

  • ‘Hoe meer ik lees, hoe fitter ik me voel’

    Ooit las ik de volgende stelling bij een 19e eeuwse (medische) dissertatie: Veel lezens is vermoeiing des vlezes. Bij mij werkt het net andersom: hoe meer ik lees, hoe fitter ik me voel. In het afgelopen jaar las ik een paar ongehoorde hoogtepunten, zoals de levensbeschrijving van Italiaans warhoofd, oorlogshitser en vrouwengek Gabriele d’Annunzio. Weergaloze Britse biografiekunst, een geschiedenisles over Italië. The Pike door Lucy Hughes-Hallett (London, Fourth Estate). Daarnaast enkele interessante autobiografieën, zoals De stamhouder van Alexander Münninghoff (Amsterdam, Prometheus) en Words Without Music van Philip Glass (New York, W.W. Norton).Woorden zonder muziek

     

     

     

    Bij deze boeken hoort eigenlijk ook de leerzame en oergeestige memoir van Mary Norris: Between You and Me. Confessions of a Comma Queen (New York, W.W. Norton). Herinneringen aan haar tijd als eindredacteur bij het onvolprezen 41lGK5TDfnL._SX331_BO1,204,203,200_weekblad New Yorker waar ze teksten heeft geredigeerd van de allergrootste stylisten–Philip Roth wilde met haar trouwen toen ze een verhaal van hem onder handen had genomen.

    Brooklyn_A_Personal_Memoir_largeEen dierbaar kleinood is de heruitgave van Brooklyn door Truman Capote. Hij heeft er ooit gewoond en heeft de stad beschreven aan de hand van wandelingen rond zijn appartement. Zicht op Manhattan, waar hij later ging wonen. De fotograaf David Attie maakte voor de gelegenheid een geweldige reportage: Brooklyn in de jaren vijftig. Het geheel afgedrukt in een schitterend boekje, uitgegeven bij The Little Bookroom, New York. Met een paar foto’s van een nog engelachtige Truman.

     

    Ik ben geen lezer van detectives, maar er zijn uitzonderingen. Ik las The Red Road (London, Orion Books) van mijn favoriete The red road Denise Mina: al haar verhalen spelen zich af in Glasgow, een stad die ik goed ken, waar ik heb gewoond en onderzoek heb gedaan. De stad is een centraal personage, de kou en de regen, het bandeloze alcohol- en drugsgebruik, het voetbal, de uitzichtsloze werkloosheid. Maar ook de aanstekelijke taaiheid en humor van Glaswegians. Ik las verder Road Dogs (New York, W. Morrow) van Elmore Leonard–een wereld op zichzelf, ontworpen door een schrijver van zeldzame klasse.

     

    1845882199

    Tussendoor probeer ik steeds mijn ‘klassieken’ bij te houden, door ze eindelijk te lezen (beter laat dan nooit) of te herlezen. In die categorie werd ik verbluft door veelschrijver Anthony Trollope. Ik weet dat Maarten ’t Hart een groot fan is, dat heeft me altijd wat kopschuw gemaakt, ten onrechte. Trollope is verrassend ‘eigentijds’ en heeft een haarscherp oog voor de microsociologische processen die horen bij status life, standsbesef, hiërarchische verhoudingen, omgang tussen mannen en vrouwen. Ik las Barchester Towers en ben meteen aan een Trollope-bibliotheek begonnen.

     

    Een bizarre roman uit het 19e eeuwse Italië is Fosca (Amsterdam, Athenaeum-Polak&Van Gennep) door Iginio Ugo Tarchetti,Foscahet leven en de liefde van een foeilelijke vrouw. Van Thomas Mann (De Toverberg) raakte ik opnieuw van mijn stuk, je moet je er soms doorheen worstelen, maar het loont de moeite. Het diepst werd ik, denk ik, geraakt door Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin. Ik mocht het bespreken voor Literair Nederland en ik was enthousiast. Ik schreef: Alfred Döblins reputatie staat in de schaduw van de grote Thomas Mann, maar Berlin Alexanderplatz is een fenomenaal boek dat zich met ieder meesterwerk kan meten, en dat als grotestadsroman in het bijzonder op eenzame hoogte staat. Mann verscheen bij De Arbeiderspers, Döblin bij de Wereldbibliotheek, beide boeken uit moeilijk Duits omgezet door meestervertaler Hans Driessen.

     

     

     

  • Ontdekkingen

    Dit jaar heb ik twee biografieën gelezen; over Hermans en Van Oorschot en vier romans van twee schrijvers van wie ik niet eerder iets gelezen had: Griet op de Beeck en Stephan Enter. Alle zes boeken heb ik met veel plezier gelezen; de romans, omdat deze zo prachtig zijn geschreven en van begin tot het eind weten te boeien met hun psychologische fijnzinnigheden; van de biografieën, omdat ze zulke mooie portretten schilderen.

    Biografieën
    Wanneer je van romans houdt en die veel leest, maar ook van biografieën, maar die toch minder vaak leest, dan is 2015 een topjaar. Begin van het jaar verscheen het tweede deel van de  van W.F. Hermans van de hand van Willem Otterspeer; door het leven van de schrijver te verbinden met zijn boeken ontstaat er een rijk beeld van zowel die boeken als de schrijver.

    Recent verscheen de biografie over het leven van Geert van Oorschot, door Arjen Fortuin geschetst. Fortuin vertelt niet alleen over de mens Van Oorschot, wat interessant is, maar vooral van de geschiedenis van deze Geert van Oorschot, uitgevergrote uitgeverij. Boeiend zijn de relaties van Van Oorschot met zijn auteurs, de ontdekking van Hermans en Reve (Mulisch vond hij maar niks); zijn pogingen om een literair tijdschrift van de grond te krijgen, wat uiteindelijk lukte met Tirade; en natuurlijk zijn relatie met boekhandelaren, die toch altijd meer boeken moesten afnemen dat ze zich hadden voorgenomen. Geert had niet alleen een neus voor goeie auteurs, maar ook voor vormgeving. Zijn dundrukuitgaven zijn legendarisch, met de Russische Bibliotheek als een van de hoogtepunten. Het boek is doorspekt met anekdotes en spannend om te lezen.

     

    Romans
    Van Griet op de Beeck las ik vrij snel achter elkaar haar twee boeken; eerst haar tweede boek, Kom hier dat ik u kus uit 2014, en daarna haar debuutroman uit 2013 Vele hemels boven de zevende. Beide boeken hebben hetzelfde thema, in mijn eigen woorden; het gestuntel van mensen. Vele hemels boven de zevende
    Haar debuut vertelt het verhaal van vijf mensen, die elk op enigerlei wijze met elkaar zijn verbonden. Haar tweede boek vertelt het leven van Mona, eerst als kind van 10-12 jaar, daarna als 24-jarige en tot slot als 35-jarige. Heel knap geconstrueerd.
    Beide boeken zijn overrompelend, laten je niet meer los. Allebei zijn prachtig geschreven, hele mooie zinnen, psychologisch sterk en met humor verteld.

    GripVan Stephan Enter las ik eerst Grip, uit 2011 en vervolgens Compassie, uit 2014. Ook hier is een schrijver aan het woord, die niet alleen prachtig schrijft, maar ook psychologisch een knap verhaal construeert. Grip is met grote zorg geschreven; het gaat over de vriendschap van drie mannen en een vrouw, Lotte. Ze hebben ooit een alpinistenclubje gevormd, en een van de drie is getrouwd met Lotte. Zij hebben een dochtertje en wonen in Wales. Martin heeft het idee opgevat een reünie te organiseren en de andere twee vrienden uit te nodigen. Die reünie vormt aanleiding voor alle vier om terug te denken aan de klimtocht die ze zo’n twintig jaar geleden hebben gemaakt en waar veel is voorgevallen. Enter weet deze vier mensen psychologisch mooi te karakteriseren. Grip is schitterend geschreven.

    Compassie gaat over een klassiek thema, de liefde. De hoofdpersoon is een zelfverzekerde veertiger, die niet in staat is zich voor Compassie lang te binden aan een ander. Wanneer hij uiteindelijk via internet zijn grote liefde tegen komt, is dat heel confronterend voor hem. Die confrontatie loopt niet goed af. Stephan Enter beschrijft de strijd die hij met zichzelf voert, via interne dialogen en heel evocatief. Een magistraal boek.

     

     

     

     

     

  • De beste boeken die ik dit jaar heb gelezen

    Het boek van Julian Barnes, Keeping an Eye Open, (In ogenschouw) gaat over beeldende kunst. Barnes bespreekt voornamelijk Franse schilders uit de 19e en 20e eeuw. Het blinkt uit door kennis van zaken én door begrijpelijke taal – iets wat in besprekingen van beeldende kunst een zeldzaamheid is.
    Wie ontmoedigd was geraakt door de orakeltaal van kunstpauzen en hotemetoten, weet na lezing van Barnes weer wat museumbezoek tot een genoegen kan maken.
    Vanwege de heldere en trefzekere taal en de elegante stijl een delicatesse!

     

    De watermanDe waterman van Arthur van Schendel stond in mijn ouderlijk huis in de kast en was een verplicht nummer op school. Alle reden dus er met een grote boog omheen te lopen. Maar berouw komt met de jaren, en wat ís het een schitterend boek!
    Het is een historische roman én een psychologische roman, het is een verhaal van het Hollandse landschap én van het Hollandse protestantisme, het vertelt van individuele vrijheidsdrang én van de kracht van een hechte gemeenschap

    De Naardense bijbelDe bijbelvertalingen van Oussoren en van het Nederlands Bijbelgenootschap zijn beide radicaal afwijkend van de bekende vertalingen. Revolutionair anders.

    Bij Oussoren (De Naardense Bijbel) – zijn vertaling houdt rekening met de manier waarop de bijbel in de synagoge wordt gezongen en kenmerkt zich door neologismen die de brontaal nabij blijven – klinken de bekende verhalen als krachtige en opzwepende poëzie. Zijn spektakelstuk is niet slechts een vertaling maar tevens een schepping van grote oorspronkelijkheid.

    De Bijbel in gewone taal
    De Bijbel in gewone taal
     (NBG) doet het tegenovergestelde van De Naardense Bijbel. Bij Oussoren verschijnt ons een bekende in spectaculair, sprookjesachtig gewaad; de nieuwe NBG-uitgave hult hem in spijkerbroek en T-shirt.
    ‘Gewone taal’, dat komt in deze vertaling neer op alledaags taalgebruik, op vertrouwde begrippen (dus niet behorend tot een exclusief theologische context: ‘Zalig zij die…’ wordt bijvoorbeeld ‘Het echte geluk is voor…’) en bovenal: het expliciterend wégvertalen van beeldspraak, van alles wat geïmpliceerd wordt, van verwijzingen en van heel veel poëzie.
    Het resultaat? Kaalslag? Maar dan toch ook verheldering: een moeilijk boek is radicaal toegankelijk gemaakt.

     

  • De beste boeken komen niet alleen

    De term duo-lezen wordt in het onderwijs gebruikt voor een methode waarbij kinderen in tweetallen hetzelfde boek lezen. Ik vroeg me af of er een vergelijkbare term is voor het tegelijkertijd lezen door één persoon van twee boeken die een band hebben met elkaar. Ik ken de term niet, maar het afgelopen jaar maakte ik wel twee heerlijke ervaringen van dat soort mee.

    Voor LN recenseerde ik Moussa of de dood van een Arabier van Prix Goncourtwinnaar Kamel Daoud. Het boek vormt op diverse niveaus een spiegel van De vreemdeling van Albert Camus. Om Daoud ten volle te genieten en binnen te laten kan ik iedereen aanbevelen om Moussa te lezen met De vreemdeling vers in het achterhoofd. Daoud laat zien hoe staatsrechtelijke verbanden in voormalige kolonies zijn veranderd, maar ons denken en onze houding veel minder.

    (Toevallig verscheen eerder dit jaar nog een roman die teruggrijpt naar De vreemdeling van Camus. Dat is De De vreemdelingevreemdelinge van Walter van den Broeck. Daarin blijkt de jonge vrouw Tess geen seksuele relatie te kunnen aangaan, geïnspireerd als zij is door de levensvisie van Meursault, de protagonist in Camus’ boek. Een interessante koppeling maar niet met de meerlagigheid van Daoud).

    De consequentiesDe ver doorgevoerde intertekstualiteit van Daoud, maakte ook een groot deel van mijn leesplezier uit bij De consequenties van Niña Weijers. Deze roman wordt er ook nog eens licht en grappig door. Weijers verhaalt over een kunstenares die haar eigen leven onvoorwaardelijk onderwerp van een nieuw project wil maken. De roman wemelt van de verwijzingen naar Rituelen van Cees Nooteboom en Happy Days van Samuel Beckett. De verwijzing in de beginzin is al een overduidelijke parafrase van de opening van Rituelen, maar er zijn ook nog eens de klankverwantschappen van Minnie, Innie en Winnie, de hoofdpersonen in respectievelijk De consequenties, Rituelen en Happy Days. De verwantschappen tussen de drie gaan echter veel verder dan enkel de namen. Ronduit humoristisch wordt het als je leest dat een kat en een hond bij Weijers naar architecten zijn genoemd. Zoals Inni bij Nooteboom eigenlijk Inigo heet, naar de architect Inigo Jones. Daarnaast zijn er cross-overs met de performances van Marina Abramovic en Bas Jan Ader, die het experiment van Minnie zo weids maken. Lees daarom naast De consequenties zeker nog eens Rituelen en zo mogelijk Happy Days. En kijk op YouTube naar Abramovic en Ader.

    Uit de non-fictie las ik dit jaar twee boeken over literatuur waarnaar ik vast nog eens teruggrijp, vooral omdat ze zo’n verhelderend licht laten schijnen. Bovendien zijn ze van auteurs die een verhaal weten over te brengen.

    Goethe, kunstwerk van het leven

    Allereerst Rüdiger Safranski met Goethe. Kunstwerk van het leven, een biografie die klinkt als een klok en Goethe neerzet als iemand die (ook wel eens op een arrogante manier) zijn leven tot kunst verhief. Het boek biedt naast een levensloop een verhelderende reis door het werk van Goethe. (Voor LN gerecenseerd door Els van Swol).

    Het tweede boek is Steltlopen door de tijd van Manet van Montfrans, dat eind vorig jaar overigens al uitkwam. Steltlopen door de tijdOver geheugen en geschiedenis in de moderne Franse literatuur, luidt de ondertitel. Er valt in de Franse literatuur heel wat meer over
    herinneringsbelevingen te vertellen dan door de madeleine van Proust wordt opgeroepen, zo blijkt wel. Steltlopen door de tijd is zeer genietbaar, ook als je er af en toe een hoofdstuk uit leest. Zeer genietbaar zelfs als je lang niet alle opgevoerde boeken goed kent; op zijn minst word je geprikkeld om er alsnog aan te beginnen.

     

    Zo nodigen ook deze non-fictieboeken uit om weer andere op te pakken. En misschien is het ook wel zo dat echte goede boeken niet alleen komen.