• Een indringende ervaring

    Een paar jaar geleden bracht ik, samen met mijn dochter, een bezoek aan het Memorial Museum of Paneriai, zo’n 10 km van Vilnius in Litouwen. Daar zijn tussen 1941 en 1944 ongeveer 100.000 mensen in koelen bloede vermoord door Duitsers en Litouwers gezamenlijk, waaronder zo’n 70.000 Joden. De gedenkplaats ligt verscholen in het bos en bestaat, naast een aangrijpend museumpje en wat smakeloos protserige sovjetgedenkzuilen, uit een serie eenvoudige betonnen cirkels in het gras. Dit waren de kuilen op de randen waarvan de joden dagelijks moesten plaatsnemen om gefusilleerd te worden. Iemand heeft, verscholen in een hut in het bos, in een dagboek dagelijks het aantal transporten bijgehouden en genoteerd hoe lang het schieten elke dag duurde. Soms ontsnapten er mensen. Ze vluchtten opzettelijk alle kanten uit. Dan volgde er een wilde achtervolging door het bos. Misschien dat er één was die het haalde. In zijn roman Steen op Steen maakt de Poolse schrijver Wiesław Myśliwski gewag van zo’n ontsnapping elders. Bij één van de cirkels staat vermeld dat deze gebruikt werd om, na de slag bij Stalingrad, de weer opgegraven restanten van de lijken te verbranden om elk bewijs van de gruweldaden uit te wissen. Schuldig??? Daar moeten gezichten bij passen!!!

    Doodgewone mensen
    Nadat Hannah Ahrendt zich al beziggehouden heeft met de opmerkelijke gewoonheid, saaiheid en geborneerdheid van de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann, behoort de indrukwekkende studie Ordinary Men van Christopher Browning over de leden van het Reserve Police Battalion 101 inmiddels tot de klassiekers op het gebied van de psychologische analyse van de holocausters. Hierin wordt beschreven hoe doodgewone Duitse politiemannen van middelbare leeftijd, die nog nooit een kogel hadden afgevuurd op enig levend wezen, uitgroeiden tot koelbloedige massamoordenaars. Hier ligt de band met het boek van Jonathan Littell,  De Welwillenden: Net als bij Littell begint ook de Max Aue van Guy Cassiers, gespeeld door Hans Kesting, met de mededeling dat iedereen die dit niet gelooft, beter de zaal kan verlaten.

    Iedereen had Obersturmführer Max Aue kunnen zijn
    Net als bij Littell begint ook de Max Aue van Guy Cassiers, gespeeld door Hans Kesting, met de mededeling dat iedereen die dit niet gelooft, beter de zaal kan verlaten. Alles draait natuurlijk om deze vragen: Zou ik ook zo hebben gehandeld in dat soort omstandigheden? Kan ik dientengevolge begrip opbrengen voor Max Aue? Voor je eigen daden kan je waarschijnlijk altijd wel begrip opbrengen. Als je voor iemands daden begrip op kunt brengen, ben je dan ook al niet bezig die daden een beetje te vergoelijken en, wil je dat eigenlijk wel? Moet je dat eigenlijk willen? Had ik dan toch de zaal moeten verlaten? Max Aue is tenslotte geen gepatenteerde psychopaat. Hij is ook zeker niet gewetenloos. Nee, Max Aue is een gewone man met eigenschappen die doorgaans in elke samenleving kunnen rekenen op veel waardering. Hij is verstandig, loyaal aan zijn omgeving, gezagsgetrouw maar houdt er wel degelijk ook eigen principes op na en toch is hij ook een massamoordenaar. Hans Kesting zet een prachtig indrukwekkende Max Aue neer, voortdurend worstelend met zichzelf, waardoor de inleving optimaal is. Dat is toch het hoogst haalbare wat je als acteur wilt bereiken, maar…., wil ik dat wel? Dit is precies wat Guy Cassiers voor ogen stond in zijn regie toen hij dit boek voor een toneelbewerking op de rol zette: de angst voor het antwoord.

    Toch is Max Aue, getuige de studie van Christopher Browning, beslist geen representatieve figuur. De meeste massamoordenaars waren gewone, brave huisvaders, met maar één principe: zelf proberen te overleven in moeilijke tijden. Juist de voortdurende worsteling met gewetensvragen maakt Max Aue intellectueel wel interessant, maar minder representatief en dus voor een antwoord op de vraag; ‘Wat zou ik zelf hebben gedaan?’ extra gecompliceerd. Ben ik eigenlijk zelf ook zo’n gecompliceerde man of toch meer die gewone, brave huisvader?

    Hans Kesting
    Hoewel Hans Kesting in zijn rol tot superbe hoogten stijgt, lijkt dit op het eerste gezicht minder te gelden voor zijn medespelers. Toch lijkt er hier sprake van opzet van Cassiers. Zij zijn eigenlijk decor, meer niet. Dit wordt nog geaccentueerd door de soms wat karikaturale weergave van personen, bijvoorbeeld van de ‘Schreibtischmörderer’ Adolf Eichmann, maar ook door de gehandicapte kwade genius dr. Mandelbrod die een beetje doet denken aan dr. Strangelove uit de gelijknamige film. Dit licht karikaturale element maakt de hele setting nog absurdistischer. Gelukkig blijft dit binnen aanvaardbare grenzen en is het erg knap bedacht en uitgevoerd. Dit geldt ook voor het echte decor, een wand vullende archiefkast als symbool van de ‘Schreibtischmörderer’. Ik moest onwillekeurig denken aan de kampcommandant van Westerbork die keurige statistieken bijhield van de input en output van zijn kamp in de vorm van staafdiagrammen, maar ook aan de behulpzame Nederlandse ambtenaar, die, om verwarring te voorkomen, bij de lijst van de bij een op transport gestelde Joodse familie in beslag genomen goederen af en toe de Duitse benaming van een object toevoegde.

    Guy Cassiers heeft vorm gegeven aan een van de meest indrukwekkende stukken van de laatste jaren. Klasse!

     

    Gezien: Stadsschouwburg Utrecht
    De Welwillenden door Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam
    Naar het boek van Jonathan Littell, regie Guy Cassiers
    Nog te zien tot 22 juni in o.a. Rotterdam en Breda.
    Daarna in theaters en op festivals in Istanbul, Rome, Montreuil, Girona en Amiens

     

  • Het Nationale Toneel speelt De Revisor van Gogol

    Niets veranderlijker dan een mens, maar van zijn ondeugden raakt hij intussen maar niet verlost. Gogols komedie De revisor uit 1836 zal wat dat betreft nog lang van alle tijden kunnen blijven. Ver afgelegen van het centrale gezag hebben de corrupte bestuurders van een onbeduidend provinciestadje, doorkneed in het nepotisme, zich daar lange tijd veilig kunnen wanen voor ontmaskering van hun politieke spel van afdekken en omkopen. Maar de angst voor ontmaskering van hetgeen zij in hun doofpottencultuur voor gangbaar uitventen heeft maar een klein zuchtje nodig om een storm van paniek te ontketenen. Wanneer dan ook het gerucht gaat dat er een incognito reizende gast in hun midden is gearriveerd, moet dat wel een ‘revisor’ (overheidscontroleur) zijn die de boel komt inspecteren. Wat te doen? Ontkennen heeft op deze schaal geen zin meer. Nee, de enige kans om het vege lijf te redden is de onbekende om te kopen en uit baatzucht te vleien. Intussen blijkt de vermeende revisor allerminst te zijn voor wie hij wordt gehouden en heeft hij van zijn kant eveneens blootlegging van de waarheid te vrezen. Weldra buitelen de misverstanden over elkaar heen.

    Met een handjevol voetnoten zou Gogols Revisor moeiteloos anno nu aan de man kunnen worden gebracht. Niettemin heeft regisseur Theu Boermans het stuk stevig herschreven en grondig geactualiseerd door het te situeren in de Nederlandse dorpspolitiek waar de kleinburgerij en de plaatselijke middenstand de scepter roeren, waar vertegenwoordigers van de PvdA tot en met de PVV, met hun in Brabantse tongval gedrenkte ons-kent-ons cultuur, er hun hand niet voor omdraaien Brussels subsidiegeld in eigen zak te laten verdwijnen en waar men naar gelang zijn of haar politieke veren de vluchtelingenproblematiek zo electoraal gunstig mogelijk het hoofd tracht te bieden. De assistent van de revisor is in dit opgepimpte stuk dan ook een Syrische vluchteling. En de zogenaamde revisor zelf blijkt hier een gesjeesde theaterproducent die het publiek het belang van de Verbeelding toeschreeuwt om er zelf met het bekwaam uitspelen van misverstanden alleszins zijn voordeel mee te doen.

    De voertaal is het politieke cliché en het soortelijk gewicht dat van een klucht, met dien verstande dat dat alles ook weer keihard wordt geparodieerd. Want in een echte komedie is immers niets wat het lijkt. Dus wie verwacht dat hier oplossingen worden aangedragen, komt bedrogen uit. Gogol wilde zijn publiek destijds ook niet met een politieke boodschap opzadelen. De voorstelling is een groots spektakelstuk dat niets of niemand wenst te sparen, de platte grap niet schuwt, evenmin als de vette sneer aan het adres van onze politieke bewindvoerders. Het minimale misverstand wordt vakkundig maximaal uitgebuit. Tel het aantal musicalachtige liedjes daarbij op en je komt uit op een bijna avondvullende voorstelling. Het onderhoudende spel van de acteurs voorkomt echter dat men zich gaat vervelen. Ga niet voor een avondje Gogol, maar ga voor een avondje eigentijdse komedie, geschoeid op de leest van tijdloze menselijke ondeugden.

     

    Deze voorstelling werd bezocht in de Stadsschouwburg in Utrecht in het kader van de actie Uw boek is geld waard. Er volgen daar nog meer voorstellingen die geïnspireerd zijn op een boek. Bezoekers die tijdens het bezoek aan één van deze boekenvoorstellingen het gelijknamige boek aan de kassa van de schouwburg tonen, ontvangen een tegoedbon t.w.v. € 5,-. Deze bon kan worden ingeleverd bij een volgende voorstelling naar keuze in het huidige seizoen (2015-2016). 

     

  • Ik herhaal je gedichten – Ingrid Jonkers

    In de vroege morgen van 19 juli 1965 spoelde het lichaam van de eenendertig jarige Ingrid Jonker aan op het strandje bij Drieankerbaai. Het was het einde van een bewogen bestaan: Ingrids jeugd aan de Kaapse kust, het verlies van haar moeder, haar stormachtige entree in het Zuid-Afrikaanse literaire circuit en de afwijzing ( als dichter en als dochter) van haar vader de schrijver Abraham Jonker. Ik herhaal je bevat meer dan tachtig gedichten, gekozen en vertaald door Gerrit Komrij. Deze editie bevat ook de Zuid-Afrikaanse originelen gedichten en een biografische schets van schilder en schrijver Henk van Woerden ( 1947-2005) over deze dichteres die leefde in de tijd van de Apartheid. Ingrid Jonker (1933-1965) was tijdens haar leven zowel bij blank als zwart geliefd. Toen Nelson Mandela het volk toesprak tijden de opening van het Zuid-Afrikaanse parlement in 1994, droeg hij haar aangrijpende gedicht Het kind’ voor. Ik herhaal je is een tweeluik – poëzie en biografie ineen – een monument voor een uitzonderlijk dichtersleven. Saskia van Schaik maakte de – door de VPRO in 2001 uitgezonden – documentaire, Korreltjie niks is my dood die diepe indruk maakte en won daarmee een zilveren Roos op het festival. Montreux. Michael Zeeman omschreef haar poëzie als: ‘Verpletterend in zijn directe emotionele toon.’

    Paula van der Oest regisseerde de film Black Butterflies – gebaseerd op het leven van Ingrid Jonker – met Carice van Houten, Rudger Hauer en Liam Cunningham.