• Arnon Grünberg

    Arnon Yasha Yves Grünberg (Amsterdam, 22 februari 1971) is een van de belangrijkste contemporaine Nederlandse auteurs. Bij zijn binnenkomst in de Nederlandse letteren vergeleek criticus Jan Vrijman hem met de jonge Gerard Reve. Vele publicaties later dringt de vergelijking met Willem Frederik Hermans zich op: net als Hermans schrijft Grunberg romans, korte verhalen, poëzie, toneel, essays, is hij een begenadigd columnist en polemist en foetert hij op Nederland en de Nederlandse mentaliteit.

    Persoonlijk
    Arnon Grunberg wordt op 22 februari 1971 geboren in Amsterdam. Hij gaat naar het Vossius Gymnasium, maar wordt daar in 1988 van verwijderd. Hij gaat werken, onder ander andere als bordenwasser en bij een apotheek. Hij start een eigen uitgeverijtje, Kasimir en krijgt in 1991 een toneelschrijfopdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.

    Als hij 23 is, debuteert hij met de sterk autobiografische roman Blauwe maandagen, waarin onder andere zijn joodse afkomst aan bod komt. Grunberg vestigt in een keer zijn naam: critici zijn lovend en vergelijken hem met een jonge Gerard Reve, hij ontvangt de Anton Wachter-prijs voor beste debuut en Blauwe maandagen wordt vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Zweeds en Japans.

    Met zijn tweede roman Figuranten bevestigd Grunberg in 1997 zijn talent en consolideert zijn positie als een van de belangrijkste hedendaagse auteurs.

    In het voorjaar van 1999 debuteert Grunbergs als dichter met Liefde is business, een komische tragedie in vrije verzen over een onmogelijke liefde tussen een schrijver en hoer C.

    In 2000 verschijnt de roman De geschiedenis van mijn kaalheid, van de schrijver Marek van de Jagt. In de media wordt de roman direct vergeleken met het werk van Grunberg en een mediahype rondom de ware identiteit van Van der Jagt volgt. Uiteindelijk is het NRC Handelsblad dat onthult en bevestigd krijgt dat Van der Jagt een pseudoniem van Grunberg is.

    In 2005 publiceert Grunberg voor de laatste maal onder de naam Marek van der Jagt een essay over de filosoof Otto Weininger, de joodse schrijver van het antisemitische boek Geslacht en karakter, die in 1903 zelfmoord pleegde. Hij beëindigt het essay Otto Weininger of Bestaat de jood? met de voetnoot: ‘Dit is het laatste boek waarop de naam Marek van der Jagt zal prijken. Hij heeft geen functie meer, en daarmee ook geen identiteit. Hij moet doen wat ik nog niet kan: sterven.’

    Grunbergs boeken zijn in vele talen vertaald. Hij is columnist voor het maandblad van Amnesty International Wordt Vervolgd, voor de VPRO-gids (Yasha) en voor Humo. Verder is hij medewerker van NRC Handelsblad, waarvoor hij in 2007 en 2008 als embedded journalist in Uruzgan en Irak stukken schreef. Bovendien gaf hij hij workshops aan Nederlandse soldaten die in Uruzgan hadden gediend, om hen te helpen hun ervaringen in verhaalvorm te gieten.

    Arnon Grunberg is niet getrouwd en woont in New York.

    Bijzonderheden:

    • Absurditeiten, postmoderne stijlfiguren en gitzwarte humor zijn bekende middelen waarvan Grunberg zich bedient om zijn thematiek, voornamelijk (het verlies van) identiteit, aan de orde te stellen.
    • Arnon Grunberg had een relatie met columniste Aaf Brandt Corstius, die hij in zijn columns opvoerde als Aap.
    • Voor de publiciteitscampagne rondom De asielzoeker maakte Grunberg, in gezelschap van een geit, een boottocht door Nederland.
    • Om Grunberg en zijn leven hangt een zweem van mystificatie, die de schrijver zorgvuldig in stand houdt.

    Links

    www.grunberg.nl
    www.arnongrunberg.nl
    www.arnongrunberg.com
    www.tirza.nl
    www.dejoodsemessias.nl

    Werken

    • De Machiavellist (1990)
    • De dagen van Leopold Mangelmann, Brief aan M, Schoonheid en bier (1993)
    • Blauwe maandagen (1994)
    • De advocaat, de leerlooier en de forellen (1994)
    • Rattewit (1994, toneelstuk)
    • Linkerschoen (1996, relatiegeschenk)
    • De dagen van Leopold Mangelmann/Kom liefje, mijn beste vrienden walgen van
    • me/Van Palermo naar San Francisco (1996, toneelstukken)
    • Figuranten (1997, roman)
    • De heilige Antonio (1998, boekenweekgeschenk)
    • De troost van de slapstick (1998, essays)
    • Het 14e kippetje (1998, filmscript)
    • Liefde is business (1999, gedichten)
    • Fantoompijn (2000)
    • Geachte Erasmus (2000, brieven; nieuwjaarsgeschenk)
    • De Mensheid zij geprezen, lof der zotheid (2001, essay)
    • Het Rotterdam van Arnon Grunberg (2001, reportage)
    • Amuse Gueule (2001, bundeling van de verhalen uit de periode 1991-1996)
    • Geweigerde liefde (2002)
    • Sterker dan de waarheid: de geschiedenis van Marek van der Jagt (2002)
    • De asielzoeker (2003)
    • Grunberg rond de wereld (2004, korte reisverhalen)
    • Arnon Grunberg leest Karel van het Reve (2004)
    • Het aapje dat geluk pakt (2004, novelle)
    • De joodse messias (2004)
    • De techniek van het lijden (2005, lezingen, als gastschrijver aan de TU Delft)
    • Grunbergbijbel (2005, bijbellezing)
    • De Receptioniste (2005, kort verhaal)
    • Mijn vriend Boorman (2006, essay)
    • Tirza (2006)
    • Onder de Soldaten (2006, verslag/columns)
    • Over joodse en andere paranoia (2007, Frans Kellendonk-lezing)
    • Het nieuwe lijden (2007, vervolg op De Techniek van het lijden)
    • Omdat ik u begeer (2007, brieven)

    Onder pseudoniem Marek van der Jagt:

    • De geschiedenis van mijn kaalheid (2000)
    • Gstaad 95-98 (2002)
    • Monogaam (2002, essay)
    • Otto Weininger, of bestaat de Jood? (2005, essay)
    • Ik ging van hand tot hand (2008, verzameld werk)

    Prijzen

    • 1994 RABO-bank Lenteprijs voor Literatuur voor ‘Tina’, gepubliceerd in De Tweede Ronde, 1993, nr. 3 en opgenomen in Blauwe maandagen.
    • 1994 Anton Wachter-prijs voor Blauwe maandagen.
    • 1996 Gouden Ezelsoor voor Blauwe maandagen.
    • 1998 Charlotte Köhler Stipendium voor De troost van de slapstick.
    • 2000 AKO Literatuur Prijs voor Fantoompijn.
    • 2004 AKO Literatuur Prijs voor De asielzoeker.
    • 2004 F. Bordewijk-prijs voor De asielzoeker.
    • 2007 Libris Literatuur Prijs voor Tirza.

    Als Marek van der Jagt

    • 2000 Anton Wachter-prijs voor De geschiedenis van mijn kaalheid.

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Leonard Nolens

    door Menno Hartman

    Leonard Helena Sylvain Nolens (Bree, 11 april 1947) wordt beschouwd als één van de belangrijkste levende dichters van België.

    Persoonlijk
    Leonard Helena Sylvain Nolens wordt in 1947 in Bree, Belgisch-Limburg geboren. Hij komt uit een burgerlijk welgesteld milieu. Na zijn middelbare school studeert hij aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. In 1968 verhuist hij naar Antwerpen, waar hij als freelance vertaler gaat werken. Van 1969 tot 1973 is Nolens redacteur van het experimentele tijdschrift Labris.

    In 1969 debuteert Nolens als dichter met de bundel Orpheushanden, waarin barokke, experimenteel aandoende gedichten staan. In de loop der jaren treedt er een versobering op in zijn werk, en krijgt het een meer parlando-achtige toon.

    Nolens heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een van de belangrijkste Vlaamse dichters en publiceerde tevens vier dagboekdelen. In zijn werk staat de dichterlijke identiteit centraal. Zijn biografie ziet hij dan ook het liefst alleen uit zijn naam en werken bestaan.

    Leonard Nolens woont in Antwerpen.

    Bijzonderheden:

    • Veelvoorkomende thema’s in het werk van Nolens zijn de jeugd, vrouwen, eenzaamheid en alcohol.
    • Uit zijn werk spreek vaak een sterke drang om het leven ten volle te ondergaan, in zijn extases maar zeker ook in zijn dieptepunten.
    • Leonard Nolens verwacht van zijn lezers een volledige, compromisloze overgave. Zo schreef hij: ‘Dus lees me. Lees me helemaal of lees me niet.’
    • David Nolens (1973), de zoon van Leonard Nolens, debuteerde in 2002 met de roman Vrint.

    Werken

    • Orpheushanden (1969, poëzie)
    • De muzeale minnaar (1973, poëzie)
    • Twee vormen van zwijgen (1975, poëzie)
    • Incantatie (1977, poëzie)
    • Alle tijd van de wereld (1979, poëzie)
    • Hommage (1981, poëzie)
    • Vertigo (1983, poëzie)
    • De gedroomde figuur (1986, poëzie)
    • Geboortebewijs (1988, poëzie)
    • Stukken van mensen (1989, dagboek)
    • Liefdes verklaringen (1990, poëzie)
    • Hart tegen hart (1991, poëzie)
    • Tweedracht (1992, poëzie)
    • Blijvend vertrek (1993, dagboek)
    • Honing en as (1994, poëzie)
    • De vrek van Missenburg (1995, dagboek)
    • En verdwijn met mate (1996, poëzie)
    • De liefdesgedichten (1997, poëzie)
    • Een lastig portret (1998, dagboek)
    • Voorbijganger (1999, poëzie)
    • Manieren van leven (2001, poëzie)
    • Derwisj (2003, poëzie)
    • Bres, met etsen van Dan Van Severen (2004, een livre de peintre, Ergo Pers Gent)
    • Laat alle deuren op een kier (2004, verzamelde gedichten)
    • Een dichter in Antwerpen (2005, poëzie)
    • Een fractie van een kus (2007, poëzie)
    • Bres (2007, poëzie)

    Prijzen

    • 1974Prijs van het beste literaire debuut voor De muzeale minnaar
    • 1976Arkprijs van het Vrije Woord voor Twee vormen van zwijgen
    • 1976Poëzieprijs van de provincie Antwerpen voor Twee vormen van zwijgen
    • 1980Driejaarlijkse Hugues C. Pernathprijs voor Alle tijd van de wereld
    • 1980Poëzieprijs van de provincie Limburg voor Alle tijd van de wereld
    • 1984Tweejaarlijkse poëzieprijs van De Vlaamse Gids voor Vertigo
    • 1991Jan Campert-prijs voor Liefdesverklaringen
    • 1997Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre
    • 2002Gedichtendagprijzen voor ‘Hostie’ uit de bundel Manieren van leven
    • 2007Karel van de Woestijneprijs voor poëzie van de gemeente Sint-Martens-Latem
    • 2008VSB Poëzieprijs voor Bres

    Aquarel Leonard Nolens © Siegfried Woldhek 2008

  • Kader Abdolah

    Kader Abdolah, pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani (Arak, 12 december 1954) vestigde zich in 1988 in Nederland. Begin 2008 verscheen zijn vertaling van de Koran. Zelf zegt hij hierover: ‘Tegen de Nederlanders zeg ik: “Ik verdedig de Koran niet, ik draag hem alleen voor. Lees, en geef je mening. Shitboek, prachtboek; wat je zegt is goed, ik ga er niet over in discussie.” En tegen de fanatici zeg ik: “Vriend, wees niet boos op mij. Ik heb het uit liefde gedaan.” (Volkskrant magazine, 26 april 2008).

    Persoonlijk

    Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani wordt in 1954 in Arak, Iran geboren in een streng islamitische streek. Hij jonge jongen droomt hij ervan schrijver te worden, net als zijn betovergrootvader Qhaem Megham Ferahni. Vanaf zijn twaalfde begint hij heimelijk westerse literatuur te lezen en luistert hij in het geheim naar westerse radiostations en clandestiene verzetszenders.

    Hij gaat natuurkunde in Teheran studeren en sluit zich aan bij een ondergrondse linkse partij. Deze partij vecht tegen de dictatuur van de sjah en later die van de ayatollahs. Hij schrijft voor een illegaal blad en publiceert twee clandestiene verhalenbundels onder de naam Kader Abdolah. Na zijn opleiding gaat hij werken als directeur van een emballagefabriek. Hij zet zijn politieke activiteiten voort. In 1985 wordt hij gedwongen zijn geboorteland te ontvluchten.

    In 1988 belandt hij in een asielzoekerscentrum in Apeldoorn en krijgt later een huis in Zwolle toegewezen, waar hij gaat werken in een natuurhistorisch museum en een conservenfabriek. In 1993 debuteert Kader Abdolah met de verhalenbundel De adelaars, die meteen wordt bekroond met Het Gouden Ezelsoor voor beste debuut.

    Twee jaar later krijgt hij voor de tien verhalen in De meisjes en de partizanen het Charlotte Köhler-stipendium, een aanmoedigingsbeurs voor de meest veelbelovende auteur van het moment. Romans, verhalenbundels en vertalingen volgen en in april 2008 verschijnt De Koran en De boodschapper, een vertaling van de Koran en een bijbehorende vertelling.
    Het werk van Abdolah werd onder andere vertaald in het Engels, Italiaans, Spaans, Deens, Noors, Zweeds en Turks.

    Kader Abdolah woont in Delft, is getrouwd en heeft twee dochters.

    Bijzonderheden

    • Kader Abdolah is een pseudoniem. Het zijn twee voornamen van overleden Iraanse vrienden.
    • Het huis van de moskee werd in 2007 gekozen tot op een na beste Nederlandse roman aller tijden. De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch werd verkozen tot beste Nederlandse roman.
    • Van Het huis van de moskee werden meer dan tweehonderdduizend exemplaren verkocht.

    Links

    www.degeus.nl/auteurs/abdolah/index.html

    Werken

    • De adelaars (1993, verhalen)
    • De meisjes en de partizanen (1995, verhalen)
    • De reis van de lege flessen (1997, roman)
    • Mirza (1998, columns)
    • Spijkerschrift (2000, roman)
    • De koffer (2001, Overijssels boekenweekgeschenk)
    • Een tuin in zee (2001, columns)
    • Kélilé en Demné (2002, hervertelling van Perzische verhalen)
    • Sophia’s droë vrugte (2002, roman)
    • Portretten en een oude droom (2003, roman)
    • Karavaan (2003, columns)
    • Het huis van de moskee (2005, roman)
    • De Koran en De boodschapper (2008, respectievelijk ‘een vertaling’ en ‘een vertelling’)

    Prijzen

    • 1993    Het Gouden Ezelsoor voor De adelaars
    • 1995    Charlotte Köhler-stipendium voor De meisjes en de partizanen
    • 1997    ASN-ADO-Mediaprijs voor zijn wekelijkse column Mirza in de Volkskrant
    • 1998    Mundial Award voor zijn landelijke verdiensten op het gebied van internationale samenwerking, vrede en veiligheid
    • 2001    E. du Perronprijs voor zijn gehele oeuvre

    Benoemingen

    • 2000    Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
    • 2004    Onderscheiden met de Franse ridderorde
    • 2007    Franse onderscheiding Chevalier des Arts et des Lettres

    Tekening Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Hella Haasse

    Hélène Serafia (Hella S.) Haasse (Batavia, 2 februari 1918) is een van de meest gewaardeerde Nederlandse auteurs. Ze brak in 1948 door met Oeroeg. Met haar historische romans bereikt ze een zeer groot publiek.

    Persoonlijk

    Hélène Serafia (Hella S.) Haasse wordt op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zij doorloopt er de lagere school en het gymnasium. Tussen 1924 en 1928 woont ze, samen met haar broertje, bij haar opa en oma in Nederland, omdat haar moeder voor enige tijd moest kuren in een sanatorium.

    Terug in Indië ontwikkelt Haasse een passie voor lezen en toneelspelen. Op haar elfde schrijft ze haar eerste historische roman.

    Als ze twintig is, vertrekt Hella Haasse naar Nederland om Scandinavische taal- en letterkunde te studeren. Na een jaar breekt ze haar studie af.

    In 1940 gaat ze naar de toneelschool. Toneelspelen blijkt, achteraf gezien, een voedingsbodem voor het schrijven romans: ‘Het creëren van personages in mijn werk is een soort naar binnen gekeerd toneelspelen. (…) Ik moet ze op een of andere wijze zijn en ik ben ze ook enigszins ? want anders zou ik ze niet kunnen maken. Zo ontstaat er een zeker totaaltheater. Ik bouw de decors, ik regisseer, ik acteer. Innerlijk toneel.’

    In 1943 doet ze eindexamen aan de toneelschool, maar een jaar later beëindigd ze haar toneelcarrière. Ze schrijft haar eerste gedichten, die in 1945 gebundeld zouden worden in haar poëziedebuut Stroomversnelling, trouwt Haasse met Jan van Lelyveld en wijdt zich volledig aan het schrijven. Haar prozadebuut Kleren maken de vrouw, geschreven in opdracht voor een serie boeken over beroepskeuze, trekt weinig aandacht, maar Oeroeg zorgt in 1948 voor haar doorbraak. Al decennialang staat de novelle op leeslijsten van scholieren.

    In 1981 verhuist Haasse, samen met haar man, naar Frankrijk. Ze wonen bijna tien jaar in St. Witz, ten noorden van Parijs. Daar schrijft Haasse de romans die voor een ‘tweede doorbraak’ zorgen: haar documentair-historische romans die gebaseerd zijn op bestaande documenten en getuigenissen. Met deze romans, waarvan de grote ‘Indische’ historische roman Heren van de thee (1992) de laatste is, bereikte ze een zeer groot publiek.

    In 1990 keert Haasse met haar echtgenoot terug naar Nederland.

    In 2008, ter ere van haar negentigste verjaardag, opende het virtuele museum www.hellahaassa.nl zijn deuren.

    Bron: www.hellahaasse.nl

    Hella Haasse is getrouwd en woont in Amsterdam.

    Bijzonderheden

    • Hella S. Haasse heeft een eigen boom in het Vondelpark. Bomen spelen een grote rol in haar werk en ter ere van haar negentigste verjaardag werd er bij wijze van monument op 21 maart 2008 een boom geplant in het Vondelpark .
    • Oeroeg werd in 1993 verfilmd onder regie van Hans Hylkema.
    • Er is een planetoïde naar Haasse vernoemd. Planetoïde (10250) Hellahaasse heeft een diameter van circa 4 km en voltooit in 3,57 jaar een volledige omloop rond de zon.

    Werken

    • 1945 – Stroomversnelling (gedichten)
    • 1947 – Kleren maken de vrouw
    • 1948 – Oeroeg
    • 1949 – Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (roman)
    • 1950 – Sterrenjacht (feuilleton in Het Parool, onder pseudoniem van C.J. van der Sevensterre)
    • 1950 – De verborgen bron (roman)
    • 1952 – De scharlaken stad (roman)
    • 1954 – Zelfportret als legkaart (autobiografie)
    • 1957 – De ingewijden (roman)
    • 1960 – Cider voor arme mensen (roman)
    • 1962 – De meermin (roman)
    • 1966 – Een nieuwer testament (roman)
    • 1967 – Persoonsbewijs (autobiografie)
    • 1968 – De tuinen van Bomarzo (essays)
    • 1970 – Krassen op een rots. Notities bij een reis op Java (essays)
    • 1971 – Huurders en onderhuurders (roman)
    • 1973 – De Meester van de Neerdaling (verhalen)
    • 1976 – Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (roman)
    • 1978 – Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (roman)
    • 1981 – De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (roman)
    • 1983 – De wegen der verbeelding (roman)
    • 1986 – Berichten van het Blauwe Huis (roman)
    • 1989 – Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (roman)
    • 1992 – Heren van de thee (roman)
    • 1993 – Een handvol achtergrond. Parang Sawat (autobiografische teksten)
    • 1994 – Transit (Boekenweekgeschenk)
    • 1996 – Ogenblikken in Valois (essays)
    • 1996 – Uitgesproken opgeschreven. Essays over achttiende-eeuwse vrouwen, een bosgezicht, verlichte geesten, vorstenlot, satire, de pers en Vestdijks avondrood.
    • 1997 – Zwanen schieten (roman)
    • 2000 – Lezen achter de letters (essays)
    • 2000 – Fenrir: een lang weekend in de Ardennen
    • 2002 – Sleuteloog (roman)
    • 2003 – Het dieptelood van de herinnering (autobiografische teksten)
    • 2004 – Oeroeg – een begin (facsimile-editie ter gelegenheid van de Prijs der Nederlandse Letteren)
    • 2006 – Het tuinhuis (verhalen)
    • 2006 – Een kruik uit Arelate (enkel beschikbaar als podcast)
    • 2007 – Sterrenjacht (feuilleton, in 1950 in Het Parool gepubliceerd)

    Prijzen

    • 1948 Novelleprijsvraag CPNB voor Oeroeg
    • 1958 Prijsvraag Atlantische Commissie voor De ingewijden
    • 1961 Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 voor gehele oeuvre
    • 1962 ANV-Visser Neerlandia-prijs voor Een draad in het donker
    • 1977 Littéraire Witte Prijs voor Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven
    • 1981 Constantijn Huygens-prijs voor gehele oeuvre
    • 1983 P.C. Hooft-prijs voor gehele oeuvre
    • 1985 J.P. van Praag-prijs voor gehele oeuvre
    • 1993 Publieksprijs voor het Nederlandse Boek voor Heren van de thee
    • 1995 Annie Romein-prijs voor gehele oeuvre
    • 2003 NS Publieksprijs voor het Nederlandse Boek voor Sleuteloog
    • 2004 Prijs der Nederlandse Letteren voor gehele oeuvre

    Benoemingen

    • 1987 Erelid van de Belgische Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent.
    • 1988 Eredoctoraat in de letterkunde van de Universiteit van Utrecht.
    • 1991 Erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden.
    • 1992 Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje.
    • 1995 Officier dans l’Ordre des Arts et des Lettres door het Franse Ministerie van Cultuur, later bevorderd tot Commandeur.
    • 2000 Bevorderd tot Officier dans l’Ordre de la legion honneur.

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Harry Mulisch

    Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927) geldt als een van de meest vooraanstaande naoorlogse Nederlandse schrijvers. Samen met Willem Frederik Hermans en Gerard Reve wordt hij gerekend tot De Grote Drie van de Nederlandse literatuur. Mulisch vierde in 2007 zijn tachtigste verjaardag. Zijn adagium: ‘Dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden.’

    Persoonlijk

    Harry Kurt Victor Mulisch wordt op 29 juli 1927 in Haarlem geboren. Zijn vader, Karl Victor Kurt Mulisch komt uit het toenmalige Oostenrijk-Hongarije. Zijn moeder, Alice Schwarz is joods. In 1936 scheiden zijn ouders, Mulisch wordt vooral opgevoed door de huishoudster Frieda Falk.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt zijn vader bij Lippmann-Rosenthal & Co, een collaborerende bank. In deze positie kan hij zijn zoon en ex-vrouw beschermen tegen deportatie. Na de oorlog wordt hij veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Zijn moeder emigreert naar Amerika.

    Begin jaren zestig toont Mulisch zich betrokken bij maatschappelijke ontwikkelingen. Voor Elsevier verslaat hij het proces tegen de nazi Adolf Eichmann in Jeruzalem, wat resulteerde in het boek De zaak 40/61 en hij voelt zich openlijk aangetrokken tot het communistische Cuba van Fidel Castro. Hij bezoekt het eiland meerdere malen en in 1968 schrijft hij een ode aan de Cubaanse revolutie, Het woord bij de daad. Het standpunt inzake Cuba wordt Mulisch tot op de dag van vandaag kwalijk genomen door critici, die menen dat hij nadrukkelijk afstand had moeten nemen van Castro en de revolutie.

    Mulisch woont in Amsterdam samen met Kitty Saal en hun zoon Menzo (1992). Officieel is Mulisch nog getrouwd met Sjoerdje Woudenberg, met wie hij twee dochters heeft: Anna (1971) en Frieda (1974).

    Bijzonderheden:

    • Constanten in het werk van Harry Mulisch zijn onder andere de Tweede Wereldoorlog, de aansluiting bij en het verwijzen naar mythen (met name de Oedipus-mythe), een sterke symboliek en een strakke romancompositie met meerdere verhaallijnen.
    • In 2006 werd er een planetoïde naar Mulisch genoemd. De Mulisch heeft een diameter van ongeveer 5,5 kilometer en draait op een afstand van zo’n 350 miljoen kilometer tussen Mars en Jupiter in een baan om de zon en voltooit een omwenteling in 1301 dagen.
    • In 2007 kozen NRC-lezers De ontdekking van de hemel tot beste Nederlandstalige boek aller tijden.

    Links
    www.mulisch.nl
    www.kb.nl/dossiers/mulisch

    Werken

    • Archibald Strohalm (1952)
    • Tussen hamer en aambeeld (1952)
    • Chantage op het leven (1953)
    • De diamant (1954)
    • Het mirakel (1955)
    • Het zwarte licht (1957)
    • Manifesten (1958)
    • Het stenen bruidsbed (1959)
    • Tanchelijn (1960)
    • De knop (1961)
    • Voer voor psychologen (1961)
    • Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de Jongste Dag (1961)
    • De zaak 40/61 (1962)
    • Bericht aan de rattenkoning (1966)
    • Wenken voor de Jongste Dag (1967)
    • Het woord bij de daad (1968)
    • Blauwdruk van de opera Reconstructie (1969)
    • Paralipomena Orphica (1970)
    • De verteller (1971)
    • De verteller verteld (1971)
    • Over de affaire Padilla (1971)
    • De toekomst van gisteren (1972)
    • Oidipous Oidipous (1972)
    • Soep lepelen met een vork: tegen de spellinghervormers (1972)
    • Het seksuele bolwerk (1973)
    • Woorden, woorden, woorden (1973)
    • Bezoekuur (1974)
    • De vogels: Drie balladen (1974)
    • Mijn getijdenboek (1975)
    • Tegenlicht (1975)
    • Twee vrouwen (1975)
    • Volk en vaderliefde: een koningskomedie (1975)
    • De taal is een ei (1976)
    • De wijn is drinkbaar dankzij het glas (1976)
    • Het ironische van de ironie: Over het geval G.K. van het Reve (1976)
    • Axel (1977)
    • De verhalen 1947-1977 (1977)
    • Oude lucht (1977)
    • Wat poëzie is: Een leerdicht (1978)
    • Paniek der onschuld (1979)
    • De compositie van de wereld (1980)
    • De aanslag (1982)
    • Opus Gran (1982)
    • Egyptisch (1983)
    • Het boek (1984)
    • Hoogste tijd (1985)
    • De gedichten (1987)
    • De pupil (1987)
    • Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap (1987)
    • De elementen (1988)
    • Theater 1960-1977 (1988)
    • Het beeld en de klok (1989)
    • De zuilen van Hercules (1990)
    • De ontdekking van de hemel (1992)
    • De kamer (1997)
    • Zielespiegel (1997)
    • De procedure (1998)
    • Het theater, de brief en de waarheid (2000)
    • Siegfried (2001)
      Bron: www.dbnl.org

    Prijzen

    • 1951 Reina Prinsen Geerligs-prijs voor Archibald Strohalm
    • 1957 Anne Frank-prijs voor Archibald Strohalm
    • 1957 Bijenkorf-literatuurprijs voor Het zwarte licht
    • 1961 ANV-Visser Neerlandia-prijs voor Tanchelijn
    • 1961 Athos-prijs voor zijn gehele oeuvre.
    • 1963 Vijverberg-prijs voor De zaak 40/61
    • 1977 Cestoda-prijs voor gehele oeuvre
    • 1977 Constantijn Huygens-prijs voor gehele oeuvre
    • 1977 P.C. Hooft-prijs voor gehele oeuvre
    • 1986 Diepzee-prijs voor De aanslag
    • 1993 Multatuli-prijs voor De ontdekking van de hemel
    • 1993 Mekka-prijs voor De ontdekking van de hemel
    • 1995 Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
    • 1999 Libris Literatuur Prijs voor De procedure
    • 2003 Premio Flaiano Internationale literatuurprijs, Italië
    • 2007 Premio Nonino, Italië
      Bron: www.literaireprijzen.nl en www.debezigebij.nl

    Benoemingen

    • 1977 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
    • 1992 Officier in de Orde van Oranje-Nassau,
    • 1992 Zilveren eremedaille gemeente Amsterdam
    • 2000 Chevalier de l’ordre des arts en des lettres, Frankrijk
    • 2002 Het Kruis van Verdienste eerste klasse in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.
    • 2003 Officier des Arts et des Lettres, Frankrijk
    • 2007 Doctor honoris causa, Universiteit van Amsterdam

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

     

  • Gerrit Kouwenaar

    door Menno Hartman

    Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923) wordt sinds de jaren vijftig gerekend tot een van de belangrijkste Nederlandstalige dichters. ‘Het gaat in de kunst maar om een paar eenvoudige thema’s: liefde, dood, onrecht, schoonheid. (…) Een goed kunstwerk is aan de tijd ontstolen, is die onbarmhartige tijd te slim afgeweest.’

    Persoonlijk

    Gerrit Kouwenaar wordt op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is de zoon van Jeltje Bloksma en David Kouwenaar, een bekend journalist. Kouwenaar gaat naar het Amsterdams Lyceum. Het gezin verhuist naar Bergen (N.H.) en Kouwenaar volgt de HBS in Alkmaar.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuizen Kouwenaar met zijn ouders en broer David naar Baarn, maar hij verhuist samen met zijn broer snel weer terug naar zijn geboorteplaats, waar hij de rest van zijn leven blijft wonen.

    Van 1945 tot 1950 werkt hij op de kunstredactie van De waarheid, later werkt hij freelance voor Vrij Nederland, Het vrije volk en als redacteur van Podium en De Gids.

    In 1953 debuteert Kouwenaar met de bundel Achter een woord. In 1955 schrijft hij een inleiding op de bloemlezing Vijf 5-tigers. Het zorgt ervoor dat hij lange tijd met die stroming wordt geassocieerd, maar zijn latere werk wordt geroemd om zijn volstrekt eigen geluid.

    Kouwenaar kreeg voor zijn gedichten talrijke onderscheidingen, waaronder de P.C.Hooft-pijs (1971) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1989). Hij heeft tevens een groot aantal vertalingen gemaakt van toneelstukken van onder andere Brecht, Goethe, Schiller, Weiss, Sartre en Dürrenmatt. In 1967 ontvangt hij voor zijn vertaalwerk de Martinus Nijhoffprijs.

    Gerrit Kouwenaar woont in Amsterdam en brengt de zomers door in Zuid-Frankrijk.

    Bijzonderheden

    • In zijn vroegste, experimentele dichtwerk, die vaak persoonlijk en sterk maatschappijkritisch zijn, overheerst de naoorlogse sfeer. Vanaf de jaren zestig wordt zijn poëzie geleidelijk abstracter en hermetischer. In heldere verzen onderzoekt hij de relatie tussen taal en werkelijkheid. De laatste decennia staat het ‘stilleggen van de tijd’ centraal in zijn werk.
    • De dichtbundel Totaal witte kamer (2002), met gedichten naar aanleiding van de dood van zijn vrouw Paula, vormde de aanleiding voor een televisiedocumentaire over Kouwenaar.
      Bron: www.kb.nl

    Links

    www.kb.nl

    Werken

    • Vroege voorjaarsdag (1941)
    • Uren en sigaretten (1946, twee novellen)
    • Goede morgen haan (1949)
    • Negentien-nu (1950, roman)
    • Ik was geen soldaat (1951, roman)
    • Achter een woord (1953)
    • Vijf 5-tigers (1955, bloemlezing)
    • Hand o.a. (1956)
    • Val, bom (1956, proza, herziene versie in 1963)
    • De ondoordringbare landkaart (1957)
    • Het gebruik van woorden (1958)
    • De stem op de 3e etage (1960)
    • Gedichten (1960)
    • Weg verdwenen (1961)
    • Zonder kleuren (1962)
    • Zonder namen (1962, herziene versie in 1965)
    • Sinaia (1964)
    • St. Helena komt later (1964)
    • Autopsie/anoniem (1965)
    • Honderd gedichten (1969)
    • Data/decors (1971)
    • Landschappen en andere gebeurtenissen (1974)
    • Volledig volmaakte oneetbare perzik (1978)
    • Gedichten 1948-1978 (1982)
    • Het blindst van de vlek (1982)
    • Het ogenblik: terwijl (1987)
    • Een eter in het najaar (1989)
    • Een geur van verbrande veren (1991)
    • Er is geen elders waar het anders is (1993)
    • De tijd staat open (1996)
    • Een glas om te breken (1998)
    • Helder maar grijzer (1998)
    • Totaal witte kamer (2002)
    • Het bezit van een ruïne (2005)

    Prijzen

    • 1958 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor De mensen zijn geen goden.
    • 1961 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Zou een hand.
    • 1962 Jan Campertprijs voor De stem op de 3e etage.
    • 1963 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Zonder namen.
    • 1967 Roland Holst-prijs voor zijn gehele oeuvre.
    • 1967 Martinus Nijhoffprijs voor zijn toneelvertalingen.
    • 1970 P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre.
    • 1989 Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre.
    • 1997 VSB Poëzieprijs voor De tijd staat open.
    • 2004 Karel Van de Woestijneprijs voor Totaal witte kamer.
  • A.F.Th. Van der Heijden

    Adrianus Franciscus Theodorus (Adri) van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951) is begonnen te publiceren onder de naam Patrizio Canaponi en publiceert nu onder zijn initialen A.F.Th. Van der Heijden wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van de generatie schrijvers die na de Tweede Wereldoorlog opgroeide.

    Persoonlijk

    Adri van der Heijden wordt op 15 oktober 1951 geboren in Geldrop. Hij gaat psychologie studeren in Nijmegen, maar stapt al snel over naar filosofie. Die studie breekt hij voortijdig af om zich volledig aan het schrijven te kunnen wijden.

    In 1978debuteert hij onder het pseudoniem Patrizio Canaponi met Een gondel in de Herengracht: lyrisch getoonzette verhalen waarvoor hij de Anton Wachter-prijs ontvangt.

    In de jaren tachtig begint hij aan de ambitieuze cyclus De tandeloze tijd. Deze cyclus wordt wel de kern van zijn oeuvre genoemd en met Advocaat van de hanen, het vierde deel in de reeks, breekt hij door bij een breed publiek.

    In De tandeloze tijd staat Albert Egberts (een alter ego van Van der Heijden zelf) centraal, maar er treden ook andere personen op de voorgrond. De tijdsbeleving in de cyclus is allesbehalve chronologisch en consistent, juist die tijdsbeleving is het centrale thema ervan. In deel I introduceert Van der Heijden het begrip ‘leven in de breedte.’ Leven ‘in de lengte’ valt niet te stoppen, dus moet het maar in de breedte worden gezocht. Door elk moment uit te spinnen, te verbreden, wordt gehoopt het leven waardevoller te maken.

    In 2003 verscheen De movo tapes, de proloog op een nieuwe cyclus, genaamd Homo duplex.

    Tussen zijn lijvige romans door, publiceert A.F.TH. ook nog veel autobiografisch werk, zoals brieven en dagboekfragmenten.

    A.F.Th. van der Heijden woont in Amsterdam met zijn vrouw journaliste en schrijfster Mirjam Rotenstreich. Hun beider zoon Tonis (1988) werd op 23 mei 2010 op de fiets aangereden door een auto. Tonio overlijdt kort daarna in het AMC in het bijzijn van zijn ouders. Over dit verlies schreef Van der Heijden de roman Tonio. Een requiem dat verscheen op 26 mei 2011. Er werden in een jaar zo’n 100.000 exemplaren van verkocht en ontving verschillende literaire prijzen. In 2016 werd het boek verfilmd met Pierre Bokma in de rol van Adri, Rifka Lodeizen als Mirjam en Chris Peeters als Tonio.

    Bijzonderheden

    • Regelmatig verwerkt Van der Heijden waargebeurde gebeurtenissen in zijn verhalen. In Advocaat van de hanen gebruikt hij de dood van de kraker Hans Kok in een politiecel als achtergrond en in Het schervengericht figureren de regisseur Roman Polanski en de moordenaar van diens vrouw, Charles Manson.
    • Van april tot juni 2008 is A.F.Th. van der Heijden gastschrijver aan de Technische Universiteit Delft.
    • Eind 2007/begin 2008 was Van der Heijden in een hevige polemiek verwikkeld met Arnon Grunberg. Beide schrijvers waren genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en Grunberg viel in een open brief in Humo fel uit naar A.F.Th. en noemde diens novelle Mim ‘een typografische kwestie van een verwarde kabbalist’, die ‘geheel in de verte niets met literatuur te maken’ heeft. De twee vochten, in afzonderlijke optredens, hun ruzie verder uit in het televisieprogramma Pauw & Witteman. Tijdens de uitreiking van de prijs wilde Van der Heijden niet in één zaal met Grunberg de uitslag afwachten en volgde de prijsuitreiking vanuit een aparte kamer. Van der Heijden won uiteindelijke de prijs met zijn roman Het schervengericht en refereerde kort aan de ruzie door tegen het NOS-journaal te zeggen dat Grunberg naar hem toe was gekomen en hem een hand had gegeven. ‘Ik denk dat onze controverse niet heel diep gaat. Het was een polemiek en een spel.’

    Werken

    • Een gondel in de Herengracht (1978verhalencyclus)
    • De draaideur (1979, roman)
    • De slag om de Blauwbrug. De tandeloze tijd. Proloog (1983, roman)
    • Vallende ouders. De tandeloze tijd 1 (1983, roman)
    • De gevarendriehoek. De tandeloze tijd 2 (1985, roman)
    • De sandwich. Een requiem (1986, roman)
    • Het leven uit een dag (1988, roman)
    • Dichters slaags (1988, novelle)
    • Advocaat van de Hanen. De tandeloze tijd 4 (1990, roman)
    • Weerborstels. De tandeloze tijd. Een intermezzo (1992, boekenweekgeschenk)
    • Asbestemming. Een requiem (1994, roman)
    • Het bankroet dat mijngoudmijn is (1995, verhalen)
    • Het Hof van Barmhartigheid. De tandeloze tijd 3. Eerste boek (1996, roman)
    • Onder het plaveisel het moeras. De tandeloze tijd 3. Tweede boek (1996, roman)
    • De gebroken pagaai (1997, novelle )
    • whamm. De democratisering van het talent (1997, schotschrift)
    • Voetstampwijnen en zijn tandknarswijnen (1998, met Jean-Paul Franssens, brieven)
    • Sabberita (1998, novelle)
    • Het onmogelijke boek. Een kleine monoloog van de auteur (1999, mini-essays)
    • Gevouwen woorden. Brieven over de grillen van het vak (2001)
    • De Movo tapes. Homo Duplex 0 (2003, roman)
    • Engelenplaque. Notities van alledag 1966-2003 (2003, privédomein deel 250)
    • Hier viel Van Gogh flauw. Frans dagboek (2004)
    • De gazellejongen. Het verzameld werk van Patrizio Canaponi (2004)
    • Drijfzand koloniseren (2006, roman)
    • Het schervengericht (2007, roman)
    • MIM (2007, novelle ter gelegenheid van Harry Mulisch‘ tachtigste verjaardag, geïnspireerd op diens De versierde mens; tevens onderdeel van Homo duplex)
    • Uitdorsten (2007, novelle)
    • Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen (2008, requiem voor Jean-Paul Franssens)
    • Kruis en kraai (2008, de romankunst na James Joyce) (brief aan Anthony Mertens)
    • Gentse lente (2008, verhalen)
    • De liefdesbaby (2008, novelle)
    • De censuurpaus (2008, paroxismen, een opmaat) (artikelen uit Propria Cures)
    • Doodverf (2009, roman)
    • Tonio. Een requiemroman (2011, roman)
    • Uitverkoren – Verhandelingen over het pantonionisme (2012, ontbrekend hoofdstuk uit ‘Tonio’ + interviews) (Statenhofpers, oplage 191 ex.)
    • Woestijnvis (brief) (2012, Houtpers, oplage 122 ex.)
    • De helleveegDe tandeloze tijd, deel 5 (2013, roman)
    • Gedichten Gods of De vergrijpstuiver (2014, Kellendonklezing)
    • Kwijt in de tram (verhaal) (2014, De Carbolineum Pers, oplage 60 ex.)
    • Uitverkoren (2014, proza en interviews in de toonaard van het requiem Tonio)
    • De ochtendgave (één hoofdstuk) (2015, Stratenhofpers, oplage 90 ex.)
    • De ochtendgave (2015, historische roman gesitueerd in 1672, opdracht als novelle van de gemeente Nijmegen voor de herdenking van 330 jaar Vrede van Nijmegen in 2009)
    • Kwaadschiks – De tandeloze tijd, deel 6 (2016, roman)
    • Kastanje a/d Zee – De tandeloze tijd, deel 7 (2016, roman). Vooralsnog alleen bibliofiele editie
    • Mooi doodliggen (2018, roman, Querido)

    Prijzen

     

    Bron: Wikipedia

  • Cees Nooteboom

    Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933) groeide uit tot een van Nederlands beste literaire exportproducten van de twintigste eeuw. Hij debuteerde in 1955 met de kleine roman Philip en de anderen, al snel gevolgd door zijn eerste dichtbundel De doden zoeken een huis in 1956. In de ruim halve eeuw die volgde, bouwde Nooteboom een ontzagwekkend oeuvre op, waarvoor hij de P.C. Hooft-prijs in ontvangst mocht nemen.

    Persoonlijk
    Nooteboom wordt in 1933 geboren in Den Haag. Hij volgt les op maar liefst vier middelbare scholen, waaronder een franciscaner klooster in Venray en een augustijner gymnasium in Eindhoven, omdat hij vaak wordt weggestuurd als ‘lastpak’. Uiteindelijk voltooid hij zijn middelbare opleiding op een avondgymnasium te Utrecht.

    In 1951 begint hij met werken bij een Hilversumse bank, maar als hij wordt afgekeurd voor het leger ? ‘te mager’ ? begint hij met zwerven door Europa.

    Tijdens zijn reis schrijft hij het eerste hoofdstuk van zijn debuutroman Philip en de anderen. In Nederland verschijnt deze roman in 1955.

    Een jaar later volgt dichtbundel De doden zoeken een huis en schrijft hij zijn eerste grote journalistieke reportage voor Het Parool over de Hongaarse opstand. Aan het eind van de jaren vijftig begint hij reisverhalen te schrijven voor Elsevier, de basis voor zijn ruime oeuvre in dit genre.

    Na De ridder is gestorven (1963) schrijft hij bijna twintig jaar geen roman. Vanaf 1961 is hij redacteur bij de Volkskrant en in 1967 begint hij als reisredacteur bij het tijdschrift Avenue.

    In 1980 verschijnt zijn bekendste roman, Rituelen. Het werd in 1981 bekroond met de Ferdinand Bordewijk Prijs, en werd in 1989 verfilmd onder regie van Herbert Curiël, met in de hoofdrollen Derek de Lint en Thom Hoffman.

    Nooteboom heeft veel lezers in Duitsland, en is verder vertaald in het Engels, het Spaans, het Frans, het Turks, het Hongaars en vele andere talen.

    Cees Nooteboom woont afwisselend in Amsterdam en op het Spaanse eiland Menorca.

    Bijzonderheden

    • Hoewel zijn literaire activiteiten zich uitstrekken over haast ieder literair genre, en hij vooral bekendheid verkreeg als de schrijver van romans als Rituelen, In Nederland en Allerzielen, beschouwt Nooteboom zelf zich bovenal als een dichter. In zijn gedichten buigt hij zich vaak, al dan niet refererend aan het werk van collega’s uit de wereldliteratuur of grote kunstenaars en denkers, over elementaire existentiële en filosofische vraagstukken.
    • De hoofdpersonen van Nooteboom zijn vaak complex en in zijn verhalen hanteert hij vaak de techniek van de raamvertelling. Bovendien werkt hij veel met verschillende stijlen binnen één roman.
    • In 1957 trouwde Nooteboom met Fanny Lichtveld. Hij scheidde en had van 1965 tot 1979 een relatie met Liesbeth List, voor wie hij ook een aantal teksten schreef.
    • In 2004 was Nooteboom een van de zes dichters die Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee uitkoos voor zijn Engelstalige bloemlezing Landscape with Rowers ? Poetry from the Netherlands.
    • Begin jaren vijftig leert Nooteboom in Parijs Philip Mechanicus kennen. De naam Philip in zijn debuutroman is een verwijzing naar Mechanicus.
    • Op 24 juli 2005 trad hij op in het programma Zomergasten bij de VPRO.
      Bron: www.literairnederland.nl

    Links

    www.ceesnooteboom.tk

    Werken

    • Phillip en de anderen (1954, roman)
    • De doden zoeken een huis (1956, gedichten)
    • De verliefde gevangene (1958, roman)
    • Koude gedichten (1959, gedichten)
    • De zwanen van de Theems (1959, toneel)
    • Het zwarte gedicht (1960, gedichten)
    • De koning is dood (1961, roman)
    • Een middag in Bruay (1963, reisverhalen)
    • De ridder is gestorven (1963, roman)
    • Gesloten gedichten (1964, gedichten)
    • Een nacht in Tunesië (1965, reisverhalen)
    • Een ochtend in Bahia (1968, reisverhalen)
    • De Parijse beroerte (1968, reportage)
    • Gemaakte gedichten (1970, gedichten)
    • Bitter Bolivia / Maanland Mali (1971, reisverhalen)
    • Open als een schelp – dicht als een steen (1978, gedichten)
    • Een avond in Isfahan (1978, reisverhalen)
    • Rituelen (1980, roman)
    • Nooit gebouwd Nederland. ‘want tussen droom en daad staan wetten in de weg en practische bezwaren…’ (1980, essay)
    • Voorbije passages, reisverhalen (1981, reisverhalen)
    • Een lied van schijn en wezen (1981, novelle)
    • Voorbije passages 2 (1981, reisverhalen)
    • Gyges en Kandaules. Een koningsdrama (1982, toneel)
    • Mokusei! (1982, novelle)
    • Aas (1982, gedichten)
    • Waar je gevallen bent, blijf je (1983, reisverhalen)
    • Vuurtijd, IJstijd. Gedichten 1955-1983 (1984, gedichten)
    • In Nederland (1984, roman)
    • De zucht naar het Westen (1985, reisverhalen)
    • De dichter en de dingen (1986)
    • De Boeddha achter de schutting. Aan de oever van de Chaophraya (1986, novelle)
    • Het Spaans van Spanje (1986)
    • De brief (1988)
    • De wereld een reiziger (1989, reisverhalen)
    • Het gezicht van het oog (1989, gedichten)
    • Berlijnse notities (1990, reisverhalen)
    • Rollende stenen, getijde (1991, met schilderijen van Jan van den Berg)
    • Vreemd water (1991, reisverhalen)
    • Het volgende verhaal (1991, boekenweekgeschenk)
    • De omweg naar Santiago (1992, reisverhalen)
    • Zurbaránk (1992, reisverhalen)
    • Groeneveld: herinneringen aan een landhuis in Baarn 1946-1966 (1993)
    • De ontvoering van Europa (1993, essay)
    • Zelfportret van een ander. Dromen van het eiland en de stad van vroeger (1993, prozagedichten)
    • De koning van Suriname (1993, reisverhalen)
    • Van de lente de dauw. Oosterse reizen (1995, reisverhalen)
    • De koning van Suriname (1997, reisverhalen)
    • De filosoof zonder ogen: Europese reizen (1997, reisverhalen)
    • Terugkeer naar Berlijn (1997, reisverhalen)
    • Allerzielen (1998, roman)
    • Zo kon het zijn (1999, gedichten)
    • Bitterzoet, honderd gedichten van vroeger en zeventien nieuwe (2000, gedichten)
    • Nootebooms Hotel (2002)
    • Paradijs Verloren (2004, roman)
    • Het geluid van Zijn naam. Reizen door de Islamitische wereld (2005)
    • De slapende goden | Sueños y otras mentiras (2005, een livre de peintre met lithografieën van Jürgen Partenheimer)
    • Graven van dichters en denkers (2007, met foto’s van Simone Sassen)
    • Rode Regen (2007, verhalen)

    Prijzen

    • 1957 – Anne Frank-prijs voor Philip en de anderen
    • 1960 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Ibicenzer gedicht
    • 1960 – ANV-Visser Neerlandia-prijs voor De zwanen van de Theems
    • 1963 – Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor De ridder is gestorven
    • 1965 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Gesloten gedichten
    • 1978 – Jan Campertprijs voor Open als een schelp – dicht als een steen
    • 1981 – Ferdinand Bordewijk Prijs voor Rituelen
    • 1982 – Cestoda-prijs
    • 1982 – Mobil Pegasus Literatuur Prijs voor Rituelen
    • 1985 – Multatuli-prijs voor In Nederland
    • 1992 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
    • 1993 – Aristeion-prijs (Europese Literatuurprijs)
    • 2000 – Gedichtendagprijzen voor het gedicht ‘Harba lori fa’ uit de bundel Zo kon het zijn
    • 2002 – Goethe-prijs
    • 2002 – Oostenrijkse staatsprijs
    • 2004 – P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre

    Benoemingen

    • 1997 Benoemd tot Honorary member of the Modern Language Association of the United States of America.
    • 2006 Eredoctoraat Radboud Universiteit.
  • Gerrit Komrij

    Gerrit Komrij is dichter, schrijver, vertaler, criticus, polemist en toneelschrijver. Komrij staat bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik en zijn felle polemieken. Voor zijn beschouwend proza kreeg Komrij in 1993 de P.C. Hooft-prijs. Knap voor iemand zelf beweert: ‘Nooit van mijn leven heb ik een essay geschreven.’ (De Buitenkant, 1995).

    Gerrit Komrij wordt op 30 maart 1844 geboren in Winterswijk, waar hij opgroeit in een socialistisch gezin. Na het gymnasium gaat hij in Amsterdam Algemene Literatuurwetenschap studeren. Hij stopt echter met zijn studie en wordt vertaler uit het Nieuwgrieks, Latijn, Engels, Duits en Frans.

    In 1968 debuteert hij met de gedichtenbundel Maagdenburger halve bollen en andere gedichten en vanaf 1975 gaat hij essays schrijven. Twee jaar later krijgt Komrij een vaste column, Een en ander, in NRC Handelsblad. Met deze felle columns, waarin scheldpartijen niet van de lucht zijn, bereikt hij een groot publiek.

    In 1982 debuteert Komrij met Het chemisch huwelijk als toneelschrijver, acht jaar later verschijnt zijn eerste roman, Over de bergen.

    In 2000 wordt Gerrit Komrij de allereerste Dichter des Vaderlands, maar op 29 januari, kort na middernacht en het begin van Gedichtendag, maakt hij bekend zijn functie neer te leggen. In zijn functie schreef Komrij onder andere gedichten bij het twintigjarig regeringsjubileum van koningin Beatrix, de dood van Pim Fortuyn, de herdenking van de val van Srebrenica en trad hij regelmatig op in radio- en televisieprogramma’s. Bovendien richtte hij een Poëzieclub op, initieerde het tijdschrift Awater en verscheen er een reeks bundels onder zijn redactie. Komrij gaf aan niet meer te weten wat hij daar nog aan toe zou kunnen voegen en op zijn ‘Komrijiaans’ vertelde hij er mee te stoppen: ‘Ik treed af, ik abdiceer, ik heb er tabak van. Vanaf morgen ben ik loco.’

    Gerrit Komrij woont samen met zijn partner, de graficus Charles Hofman, in Vila Pouca de Beira, Portugal.

    Bijzonderheden

    • Komrij is ook bekend om zijn bloemlezingen. Zijn allereerste bloemlezing, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) zorgde voor een fikse rel. Enkele vertegenwoordigers van de poëzie van de Vijftigers, zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Lucebert waren het niet eens met de door Komrij gemaakte keuze en spanden een kort geding aan tegen Bert Bakker, de uitgever van de bloemlezing. Hun argument was dat Komrij hun gedichten zonder toestemming had opgenomen, maar waar het eigenlijk om draaide, formuleerde J. Bernlef treffend in De Haagse post: Komrij’s keuze was ‘een welbewuste poging om een van de belangrijkste stromingen in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie onder tafel te werken.’
    • In 2002 zette Komrij in samenwerking met Uitgeverij 521 de Sandwichreeks op, waarin hij de aandacht vestigt op poëziedebuten en lang vergeten dichters.
    • Komrij vertaalde een aantal gedichten van T.S. Eliot die de basis vormen voor de Nederlandstalige versie van de musical Cats.
    • Onwelriekende gleuvenbrigade. Komrijiaans voor de feministische beweging.
    • De gedichtenbundel Onherstelbaar verbeterd bevat parodieën op bekende Nederlandse gedichten.
    • Gerrit Komrij komt als vriend voor in Hans Warrens Geheim Dagboek. Komrij: ‘Aangenaam is anders. Zoiets is onvermijdelijk als je vrienden krijgt die ook een pen vasthouden. Twintig jaar lang houd je je kiezen op elkaar, en dan gaat een ander het vertellen.’
    • Er is een treinstel van vervoersmaatschappij Syntus vernoemd naar Gerrit Komrij.

    Werken

    • Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (1968)
    • Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker (1969)
    • Ik heb Goddank twee goede longen (1971)
    • Tutti-frutti (1972)
    • Op de planken. Episodes uit het leven van de tragédienne Zizi Maëlstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper (1973)
    • Komrij’s patentwekker (1974)
    • Daar is het gat van de deur (1974)
    • Fabeldieren (1975)
    • De wonderbaarlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee, getekend door Rodolphe Töpffer, op rijm gezet door G. Komrij (1975)
    • De Verschrikking (1977, gedichten)
    • Horen, zien, zwijgen. Vreugdetranen over de treurbuis. (1977, tv-kritieken)
    • Capriccio (1978)
    • Sing Sing (1978)
    • De ontmoeting (1978)
    • Dood aan de Grutters (1978)
    • Heremijntijd. Exercities en ketelmuziek (1978)
    • Papieren tijgers (1978)
    • De stankbel van de Nieuwezijds Contra Scientology (1979)
    • Het schip De Wanhoop (1979)
    • De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979)
    • Verwoest Arcadië (1980)
    • Averechts (1980)
    • De bibliofiel (1980)
    • Peper en zout (1980)
    • De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen, met de oorspronkelijke tekeningen van Rodolphe Töpffer en op rijm gezet door Gerrit Komrij; met nawoord van Dirkje Kuik (1980)
    • Onherstelbaar verbeterd (1981)
    • Het kroost van Aagt Morsebel (1981)
    • Praag (1982)
    • De os op de klokkentoren gedichten (1982)
    • Gesloten circuit (1982)
    • Het chemisch huwelijk (1982)
    • Aan een droom vol weelde ontstegen (1982)
    • De paleizen van het geheugen (1983)
    • De muze in het kolenhok (1983)
    • Het boze oog (1983)
    • Dit helse moeras (1983)
    • Alles onecht, eigen keuze uit het gehele poëtisch oeuvre (1984)
    • Verzonken boeken (1986)
    • Humeuren en temperamenten (1989)
    • Over de bergen (1990)
    • De Pagode (1992)
    • De buitenkant. Een abecedarium (1992)
    • Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen (1996)
    • Niet te geloven (1997, essay ter gelegenheid van de Boekenweek)
    • Pek en zwavel (1997, polemieken en essays, een keuze)
    • In Liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten (1998)
    • De tranen der ecclecia’s (1999, lezing t.g.v. inauguratie W.F. Hermans Instituut)
    • Poëzie is geluk (2000, rede)
    • 52 Sonnetten bij het verglijden van de eeuw (2000, gedichten)
    • Luchtspiegelingen (2001, gedichten)
    • Vreemd pakhuis (2001, beschouwingen)
    • Hutten en paleizen. De mooiste gedichten (2001)
    • De klopgeest (2001, roman )
    • Inkt. Kapitale stukken. (2002, beschouwingen)
    • Lang leve de dood. Een bloemlezing in honderd-en-enige gedichten (2003)
    • Een zakenluch in Sintra (2003, verhalen)
    • Demonen autobiografische (2003, verhalen)
    • Alle gedichten tot gisteren (2004)
    • Hercules (2004, roman)
    • Wagner en ik (2004)
    • Gouden woorden (2005, kritieken)
    • Spaans benauwd gedichten (2005)
    • Fata morgana gedichten (2005)
    • Eendagsvliegen dagboekfragmenten (2005)
    • Kakafonie. Encyclopedie van de stront (2006)
    • De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007)

    Prijzen

    • 1970 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker
    • 1975 Cestoda-prijs
    • 1979 Busken Huet-prijs voor Papieren tijgers
    • 1982 Herman Gorter-prijs voor De os op de klokketoren
    • 1983 Kluwer-prijs voor gehele oeuvre
    • 1992 Frans Erens-prijs voor gehele oeuvre
    • 1993 P.C. Hooft-prijs voor gehele beschouwende oeuvre
    • 1999 Gouden Uil voor In Liefde Bloeyende
    • 2006 Lofprijs der Nederlandse Taal voor ‘de grootste taalrots-in-de-branding van het Nederlands.’

    Benoemingen

    • 2000 Dichter des Vaderlands
    • 2001 Eredoctoraat Universiteit van Leiden
    • 2003 Erepenning van de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Vereniging

     

  • Doeschka Meijsing

    Doeschka (Maria Johanna) Meijsing (1947 – 2012) was romanschrijfster. Haar werk wordt gerekend tot de Revisor-stijl, waarin een helder en goed gestructureerd verhaal centraal staat.

    Meijsing werd in 1947 in Eindhoven geboren, ze is de oudere zus van schrijver Geerten Meijsing en filosofe Monica Meijsing. Ze groeide op in Haarlem en ging daar naar het gymnasium. Na het gymnasium studeerde ze Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam. Hierna werkte ze achtereenvolgens als leraar op een middelbare school, docent aan de Universiteit van Amsterdam en als criticus en schrijver voor verschillende weekbladen.
    Haar eerste verhaal verscheen in het literaire tijdschrift Podium en in 1974 debuteerde ze met de verhalenbundel De hanen en andere verhalen. Haar eerste kleine roman Robinson verscheen in 1976.

    In 1980 volgde een tweede roman: Tijger, Tijger! die bekroond werd met de Multatuli-prijs. Ze bleef verhalen publiceren in onder meer Podium en De Revisor. Haar proza werd in die tijd samen met dat van tijdgenoten als Dirk Ayelt Kooiman, Frans Kellendonk en Nicolaas Matsier geschaard onder het kopje ‘Revisor- of Academisch proza’, kortweg samen te vatten als proza van en voor (literatuur)wetenschappers. Hoewel deze term intussen allang weer achterhaald is, klopt het wel dat Meijsing veel speelde met het werk van haar grote voorbeelden Flaubert, Joyce, Borges, Nabokov en Gombrowicz. In haar werk valt een zeker intellectualisme te bespeuren, wat haar romans en verhalen tot voer voor professoren en studenten maakte.

    Na Tijger, Tijger! volgden in de jaren tachtig de romans Utopia of De geschiedenissen van Thomas en Beer en Jager. Meijsing schreef in een zeer bedachtzame stijl, geen woord lijkt willekeurig gekozen. Haar verhalen laten zich op meer dan alleen verhaalniveau lezen, ze doen geconstrueerd aan, echter zonder dat ze onleesbaar worden. Haar personages hebben, met name in haar vroege werk, meestal een wat vage identiteit, en zijn soms zelfs naamloos. Vanaf De beproeving (1990) krijgen de hoofdfiguren wat meer reliëf en psychologische diepgang.

    Links:
    www.dbnl.nl
    In memoriam van Doeschka Meijsing.

    Bibliografie:

    • De hanen en andere verhalen (1974)
    • Robinson (1976)
    • De kat achterna (1977)
    • Tijger, tijger! (1980)
    • Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982)
    • Zwaluwen en Augustein (1982)
    • Ik ben niet in Haarlem geboren (1985)
    • Paard Heer Mantel (1986)
    • Beer en jager (1987)
    • Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988)
    • De beproeving (1990)
    • Vuur en zijde (1992)
    • Beste vriend (1994)
    • De angstige waakhond (1996)
    • De weg naar Caviano (1996)
    • De tweede man (2000)
    • 100% chemie (2002)
    • Moord en doodslag (2005) (samen met Geerten Meijsing)
    • De eerste jaren (2007)
    • Over de liefde (2008)

    Prijzen

    • 1981 Multatuli-prijs voor Tijger, tijger!
    • 1997 Annie Romein-prijs voor gehele oeuvre
    • 2003 Tzumprijs voor de beste literaire zin. De bekroonde zin komt uit de roman 100% chemie: ‘Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.’

     

  • Rutger Kopland

    Rutger Hendrik van den Hoofdakker (1934 – 2012) was psychiater, essayist, emeritus hoogleraar biologische psychiatrie en als Rutger Kopland een van de meest gelezen dichters van Nederland. In 1988 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

    Persoonlijk

    Rutger Kopland werd geboren in Goor 4 augustus 1934 en groeide op in een calvinistisch milieu. Kopland woonde van 1941 tot 1946 in Bussum en van 1946 tot 1951 in Assen, waar hij het gymnasium volgde. Hij studeerde geneeskunde te Groningen (1951-1959).

    Tijdens zijn studententijd schreef hij al gedichten, maar daar stopte hij na zijn studietijd mee, om in 1964 de draad weer op te pakken. Zijn vriend Aad Nuis ? bedenker van het pseudoniem Kopland ? moedigde hem aan tot het publiceren van zijn poëzie.
    Van den Hoofdakker was hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als onderzoeker en behandelaar hield hij zich persoonlijk vooral bezig met de betekenis van de slaap en de biologische klok voor het emotionele leven van zowel gezonde als psychisch gestoorde mensen. Daarbij werkte hij ook als psychotherapeut. Behalve artikelen en hoofdstukken in wetenschappelijke tijdschriften en leerboeken schreef hij ook essays over psychiatrie in de algemene maatschappelijke context. Een aantal van deze stukken werd opgenomen in De mens als speelgoed (1995) en in Twee ambachten (2003).
    Als Rutger Kopland debuteerde Van den Hoofdakker in 1966 met Onder het vee. Kopland schreef daarnaast literaire essays: Het mechaniek van de ontroering (1995) en Mooi, maar dat is het woord niet (1998). Al jaren behoort Kopland tot de meest gelezen dichters in ons land. Bloemlezingen uit zijn werk verschenen in onder meer het Engels, Frans, Hebreeuws, Pools, Duits en Italiaans.<!–[endif]–>

    Rutger Kopland is getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Glimmen.
    Bron: www.literairnederland.nl

    Bijzonderheden

    • Bij de verkiezing van De Dichter des Vaderlands in 2000 kreeg hij net enige stemmen meer dan Gerrit Komrij – maar Kopland bedankte voor de eer.
    • De favoriete plek van Kopland ligt aan de Drentsche Aa ligt, vlakbij Schipborg.
    • Het onveranderbare van alle menselijk doen en laten en de onmogelijkheid het verleden te herstellen, zijn belangrijke thema’s in het werk van Rutger Kopland.
    • Kopland schrijft op een toegankelijke manier, bijna in spreektaal. Zijn poëzie heeft een weemoedige inslag, maar wordt nooit sentimenteel, mede door de ironie die hij hanteert.
    • Het werk van Kopland wordt veel geciteerd in rouwadvertenties en op begrafenissen.
    • In december 2005 ontsnapte Rutger Kopland ternauwernood aan de dood als hij tijdens het autorijden een hartaanval krijgt en tegen een boom rijdt. In het Universitair Medisch Centrum Groningen werd hij enige tijd in slaap gehouden. Later belandde hij als patiënt op de afdeling waar hij zelf jarenlang had gewerkt.

    Links

    www.schrijversinfo.nl

    Werken

    • Onder het vee (1966)
    • Het orgeltje van yesterday (1968)
    • Alles op de fiets (1970)
    • Wie wat vindt heeft slecht gezocht (1972)
    • Een lege plek om te blijven (1975)
    • Al die mooie beloften (1978)
    • Dit uitzicht (1982)
    • Voor het verdwijnt en daarna (1985)
    • Verslagen van de W.T.F. Dertien ansichtkaarten (1986, bibliofiel, 100 ex.)
    • Herinneringen aan het onbekende (1988, keuze uit eigen werk)
    • Dankzij de dingen (1989)
    • Al bijna (1990, bibliofiel, 75 ex.)
    • In steen (1991, bibliofiel, 85 ex.)
    • Jopie Huisman (1991, gedichten bij werk van Huisman)
    • Dichtgegroeide weg (1993)
    • Geduldig gereedschap (1993)
    • De mens als speelgoed (1995)
    • De mechaniek van de ontroering (1995, essays)
    • Geitje van Gubbels (1995, jaarwisselinggeschenk)
    • Sporen (1996, bibliofiel, met Esther Jansma)
    • Jonge sla in het oosten (1997, reisverslagen)
    • Al die mooie beloften (1997)
    • Tot het ons loslaat (1997)
    • Mooi, maar dat is het woord niet (1998, essays)
    • Gedichten (1999)
    • Geluk is gevaarlijk (1999, bloemlezing)
    • Ik ben een moeilijk geval (2001, met Driek van Wissen)
    • Over het verlangen naar een sigaret (2001)
    • Twee ambachten (2003)
    • Wat water achterliet (2004)
    • Een man in de tuin (2004)
    • Verzamelde gedichten 1966-2006 (2006)
    • Poëzie/Poetry (2006, bibliofiel, 69 ex., met vertaling door Willem Groenewegen)
      Bron: www.schrijversinfo.nl

    Prijzen

    • 1970 Jan Campert-prijs voor Alles op de fiets
    • 1975 Herman Gorter-prijs voor Een lege plek om te blijven
    • 1982 Paul Snoek-prijs
    • 1988 P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre
    • 1998 VSB Poëzieprijs voor Tot het ons los laat

    Benoemingen

    • 1999 Eredoctoraat de Universiteit voor Humanistiek
    • 2001 Eredoctoraat Rijksuniversiteit Utrecht
    • 2005 Kopland maakt bekend de dat jaar aan hem toegedachte Koninklijke onderscheiding te weigeren, ‘omdat koninklijke onderscheidingen bedoeld zijn om mensen in het zonnetje te zetten, die normaal gesproken in de schaduw staan’.
  • J.J. Voskuil

    Johannes Jacobus (Han) Voskuil (Den Haag, 1 juli 1926 ? Amsterdam, 1 mei 2008) verwierf vooral bekendheid met zijn lijvige, zevendelige sleutelroman Het Bureau. Hij kwam veelvuldig in het nieuws toen hij eind jaren negentig de Stichting Varkens in Nood oprichtte met het prijzengeld van de Libris Literatuurprijs.

    Persoonlijk

    Han Voskuil wordt op 1 juli 1926 geboren in Den Haag. Hij is de oudste zoon van de hoofdredacteur van Het Vrije Volk, Klaas Voskuil (1895-1975) en is vernoemd naar zijn grootvader Johannes Jacobus Voskuil, die bakker was te Zwolle.

    Na zijn studie Nederlands aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam gaat Voskuil werken vertaler bij de EGKS in Straatsburg en vervolgens één jaar als leraar aan een kweekschool in de stad Groningen. In 1957 treedt hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het tegenwoordige Meertens Instituut.

    J.J. Voskuil publiceert in 1963 zijn prozadebuut Bij nader inzien. Het boek gaat over een groep vrienden, studenten Nederlands in de periode 1946-1953, die een aantal jaren samen optrekken en discussiëren over leven, literatuur en politiek. Aan het eind van de roman moet de hoofdpersoon Maarten Koning, Voskuils alter ego, erkennen dat de vriendschap die er leek te zijn, niet meer dan een illusie was. Aanvankelijk belandt dit boek binnen afzienbare tijd bij De Slegte. Als het verhaal in 1991 door Frans Weisz verfilmd wordt voor de VPRO blijkt het alsnog een succes te worden.

    In 1996 keren Voskuil en Maarten Koning terug in de zevendelige roman Het Bureau. Hierin beschrijft Voskuil het leven van Maarten Koning als medewerker van ‘het bureau’, het huidige Meertens instituut. De kern van de roman is de vraag hoe mensen die dag in dag uit met elkaar moeten samenwerken zich tot elkaar verhouden.

    De verschijning van de delen, door uitgeverij Van Oorschot zorgvuldig ‘getimed’ (elk jaar één en altijd met embargo), leidt tot discussies tussen Bureau-haters en Bureau-liefhebbers en er ontstaat een ware hype rond het verschijnsel ‘Voskuil’.

    In 1999 verschijnt tussen de Bureau-delen door de roman De moeder van Nicolien, waarin de dementerende schoonmoeder van Maarten Koning uit Het Bureau centraal staat.

    Na afronding van de cyclus, met De dood van Maarten Koning, houdt Voskuil het nog steeds niet voor gezien. Hij schrijft Requiem voor een vriend, een geschiedenis van een vriendschap die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt. Daarnaast verschijnen reisdagboeken over zijn wandeltochten met Loesje, beter bekent als zijn vrouw Nicolien uit Het Bureau.

    J.J. Voskuil overleed op 1 mei 2008 aan de gevolgen van kanker. Hij koos zelf het tijdstip van zijn overlijden. Hij was getrouwd met Loesje. Voskuil werd begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

    Bron: www.literairnederland.nl

    Bijzonderheden

    • Het Bureau werd door Krijn ter Braak en Peter te Nuyl bewerkt tot een hoorspel van 90 uur, in 360 afleveringen.
    • Voskuil gebruikt veel autobiografische elementen in zijn romans, zo komen het niet willen bezitten van een auto, het hebben van katten en zijn wandelvakanties in Auvergne veelvuldig aan de orde.
    • Het geld van de Libris Literatuurprijs gebruikt Voskuil om (samen met Hans Baaij) de oprichting van de Stichting Varkens in Nood te financieren. De stichting plaatst onder andere advertenties in landelijke dagbladen.

    Links

    www.jdfvh.dds.nl/voskuil.html

    Werken

    • Bij Nader Inzien (1963)
    • Het Bureau deel 1: Meneer Beerta (1996)
    • Het Bureau deel 2: Vuile handen (1996)
    • Het Bureau deel 3: Plankton (1997)
    • Het Bureau deel 4: Het A.P. Beerta-Instituut (1998)
    • Het Bureau deel 5: En ook weemoedigheid (1999)
    • De moeder van Nicolien (1999)
    • Het Bureau deel 6: Afgang (2000)
    • Het Bureau deel 7: De dood van Maarten Koning (2000)
    • Ingang tot Het Bureau. Verkorte inhoud, compleet personenregister (2000)
    • Reisdagboek 1981(2000)
    • Requiem voor een vriend (2002)
    • Terloops, voettochten 1957-1973 (2004)
    • Buiten schot, voettochten 1974-1982 (2005)
    • Gaandeweg, voettochten 1983-1992 (2006)
    • Onder andere, portretten en herinneringen (2007)

    Prijzen

    • 1997 F. Bordewijk-prijs voor Het bureau deel 1 (Meneer Beerta) en Het bureau deel 2 (Vuile handen).
    • 1998 Prix des Ambassadeurs voor Het Bureau deel 2 (Vuile handen) en 3 (Plankton).
    • 1998 Libris-literatuurprijs voor Het Bureau 3 (Plankton).
      Bron: www.literaireprijzen.nl