• Cees Nooteboom

    Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933) groeide uit tot een van Nederlands beste literaire exportproducten van de twintigste eeuw. Hij debuteerde in 1955 met de kleine roman Philip en de anderen, al snel gevolgd door zijn eerste dichtbundel De doden zoeken een huis in 1956. In de ruim halve eeuw die volgde, bouwde Nooteboom een ontzagwekkend oeuvre op, waarvoor hij de P.C. Hooft-prijs in ontvangst mocht nemen.

    Persoonlijk
    Nooteboom wordt in 1933 geboren in Den Haag. Hij volgt les op maar liefst vier middelbare scholen, waaronder een franciscaner klooster in Venray en een augustijner gymnasium in Eindhoven, omdat hij vaak wordt weggestuurd als ‘lastpak’. Uiteindelijk voltooid hij zijn middelbare opleiding op een avondgymnasium te Utrecht.

    In 1951 begint hij met werken bij een Hilversumse bank, maar als hij wordt afgekeurd voor het leger ? ‘te mager’ ? begint hij met zwerven door Europa.

    Tijdens zijn reis schrijft hij het eerste hoofdstuk van zijn debuutroman Philip en de anderen. In Nederland verschijnt deze roman in 1955.

    Een jaar later volgt dichtbundel De doden zoeken een huis en schrijft hij zijn eerste grote journalistieke reportage voor Het Parool over de Hongaarse opstand. Aan het eind van de jaren vijftig begint hij reisverhalen te schrijven voor Elsevier, de basis voor zijn ruime oeuvre in dit genre.

    Na De ridder is gestorven (1963) schrijft hij bijna twintig jaar geen roman. Vanaf 1961 is hij redacteur bij de Volkskrant en in 1967 begint hij als reisredacteur bij het tijdschrift Avenue.

    In 1980 verschijnt zijn bekendste roman, Rituelen. Het werd in 1981 bekroond met de Ferdinand Bordewijk Prijs, en werd in 1989 verfilmd onder regie van Herbert Curiël, met in de hoofdrollen Derek de Lint en Thom Hoffman.

    Nooteboom heeft veel lezers in Duitsland, en is verder vertaald in het Engels, het Spaans, het Frans, het Turks, het Hongaars en vele andere talen.

    Cees Nooteboom woont afwisselend in Amsterdam en op het Spaanse eiland Menorca.

    Bijzonderheden

    • Hoewel zijn literaire activiteiten zich uitstrekken over haast ieder literair genre, en hij vooral bekendheid verkreeg als de schrijver van romans als Rituelen, In Nederland en Allerzielen, beschouwt Nooteboom zelf zich bovenal als een dichter. In zijn gedichten buigt hij zich vaak, al dan niet refererend aan het werk van collega’s uit de wereldliteratuur of grote kunstenaars en denkers, over elementaire existentiële en filosofische vraagstukken.
    • De hoofdpersonen van Nooteboom zijn vaak complex en in zijn verhalen hanteert hij vaak de techniek van de raamvertelling. Bovendien werkt hij veel met verschillende stijlen binnen één roman.
    • In 1957 trouwde Nooteboom met Fanny Lichtveld. Hij scheidde en had van 1965 tot 1979 een relatie met Liesbeth List, voor wie hij ook een aantal teksten schreef.
    • In 2004 was Nooteboom een van de zes dichters die Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee uitkoos voor zijn Engelstalige bloemlezing Landscape with Rowers ? Poetry from the Netherlands.
    • Begin jaren vijftig leert Nooteboom in Parijs Philip Mechanicus kennen. De naam Philip in zijn debuutroman is een verwijzing naar Mechanicus.
    • Op 24 juli 2005 trad hij op in het programma Zomergasten bij de VPRO.
      Bron: www.literairnederland.nl

    Links

    www.ceesnooteboom.tk

    Werken

    • Phillip en de anderen (1954, roman)
    • De doden zoeken een huis (1956, gedichten)
    • De verliefde gevangene (1958, roman)
    • Koude gedichten (1959, gedichten)
    • De zwanen van de Theems (1959, toneel)
    • Het zwarte gedicht (1960, gedichten)
    • De koning is dood (1961, roman)
    • Een middag in Bruay (1963, reisverhalen)
    • De ridder is gestorven (1963, roman)
    • Gesloten gedichten (1964, gedichten)
    • Een nacht in Tunesië (1965, reisverhalen)
    • Een ochtend in Bahia (1968, reisverhalen)
    • De Parijse beroerte (1968, reportage)
    • Gemaakte gedichten (1970, gedichten)
    • Bitter Bolivia / Maanland Mali (1971, reisverhalen)
    • Open als een schelp – dicht als een steen (1978, gedichten)
    • Een avond in Isfahan (1978, reisverhalen)
    • Rituelen (1980, roman)
    • Nooit gebouwd Nederland. ‘want tussen droom en daad staan wetten in de weg en practische bezwaren…’ (1980, essay)
    • Voorbije passages, reisverhalen (1981, reisverhalen)
    • Een lied van schijn en wezen (1981, novelle)
    • Voorbije passages 2 (1981, reisverhalen)
    • Gyges en Kandaules. Een koningsdrama (1982, toneel)
    • Mokusei! (1982, novelle)
    • Aas (1982, gedichten)
    • Waar je gevallen bent, blijf je (1983, reisverhalen)
    • Vuurtijd, IJstijd. Gedichten 1955-1983 (1984, gedichten)
    • In Nederland (1984, roman)
    • De zucht naar het Westen (1985, reisverhalen)
    • De dichter en de dingen (1986)
    • De Boeddha achter de schutting. Aan de oever van de Chaophraya (1986, novelle)
    • Het Spaans van Spanje (1986)
    • De brief (1988)
    • De wereld een reiziger (1989, reisverhalen)
    • Het gezicht van het oog (1989, gedichten)
    • Berlijnse notities (1990, reisverhalen)
    • Rollende stenen, getijde (1991, met schilderijen van Jan van den Berg)
    • Vreemd water (1991, reisverhalen)
    • Het volgende verhaal (1991, boekenweekgeschenk)
    • De omweg naar Santiago (1992, reisverhalen)
    • Zurbaránk (1992, reisverhalen)
    • Groeneveld: herinneringen aan een landhuis in Baarn 1946-1966 (1993)
    • De ontvoering van Europa (1993, essay)
    • Zelfportret van een ander. Dromen van het eiland en de stad van vroeger (1993, prozagedichten)
    • De koning van Suriname (1993, reisverhalen)
    • Van de lente de dauw. Oosterse reizen (1995, reisverhalen)
    • De koning van Suriname (1997, reisverhalen)
    • De filosoof zonder ogen: Europese reizen (1997, reisverhalen)
    • Terugkeer naar Berlijn (1997, reisverhalen)
    • Allerzielen (1998, roman)
    • Zo kon het zijn (1999, gedichten)
    • Bitterzoet, honderd gedichten van vroeger en zeventien nieuwe (2000, gedichten)
    • Nootebooms Hotel (2002)
    • Paradijs Verloren (2004, roman)
    • Het geluid van Zijn naam. Reizen door de Islamitische wereld (2005)
    • De slapende goden | Sueños y otras mentiras (2005, een livre de peintre met lithografieën van Jürgen Partenheimer)
    • Graven van dichters en denkers (2007, met foto’s van Simone Sassen)
    • Rode Regen (2007, verhalen)

    Prijzen

    • 1957 – Anne Frank-prijs voor Philip en de anderen
    • 1960 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Ibicenzer gedicht
    • 1960 – ANV-Visser Neerlandia-prijs voor De zwanen van de Theems
    • 1963 – Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor De ridder is gestorven
    • 1965 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Gesloten gedichten
    • 1978 – Jan Campertprijs voor Open als een schelp – dicht als een steen
    • 1981 – Ferdinand Bordewijk Prijs voor Rituelen
    • 1982 – Cestoda-prijs
    • 1982 – Mobil Pegasus Literatuur Prijs voor Rituelen
    • 1985 – Multatuli-prijs voor In Nederland
    • 1992 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
    • 1993 – Aristeion-prijs (Europese Literatuurprijs)
    • 2000 – Gedichtendagprijzen voor het gedicht ‘Harba lori fa’ uit de bundel Zo kon het zijn
    • 2002 – Goethe-prijs
    • 2002 – Oostenrijkse staatsprijs
    • 2004 – P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre

    Benoemingen

    • 1997 Benoemd tot Honorary member of the Modern Language Association of the United States of America.
    • 2006 Eredoctoraat Radboud Universiteit.
  • Gerrit Komrij

    Gerrit Komrij is dichter, schrijver, vertaler, criticus, polemist en toneelschrijver. Komrij staat bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik en zijn felle polemieken. Voor zijn beschouwend proza kreeg Komrij in 1993 de P.C. Hooft-prijs. Knap voor iemand zelf beweert: ‘Nooit van mijn leven heb ik een essay geschreven.’ (De Buitenkant, 1995).

    Gerrit Komrij wordt op 30 maart 1844 geboren in Winterswijk, waar hij opgroeit in een socialistisch gezin. Na het gymnasium gaat hij in Amsterdam Algemene Literatuurwetenschap studeren. Hij stopt echter met zijn studie en wordt vertaler uit het Nieuwgrieks, Latijn, Engels, Duits en Frans.

    In 1968 debuteert hij met de gedichtenbundel Maagdenburger halve bollen en andere gedichten en vanaf 1975 gaat hij essays schrijven. Twee jaar later krijgt Komrij een vaste column, Een en ander, in NRC Handelsblad. Met deze felle columns, waarin scheldpartijen niet van de lucht zijn, bereikt hij een groot publiek.

    In 1982 debuteert Komrij met Het chemisch huwelijk als toneelschrijver, acht jaar later verschijnt zijn eerste roman, Over de bergen.

    In 2000 wordt Gerrit Komrij de allereerste Dichter des Vaderlands, maar op 29 januari, kort na middernacht en het begin van Gedichtendag, maakt hij bekend zijn functie neer te leggen. In zijn functie schreef Komrij onder andere gedichten bij het twintigjarig regeringsjubileum van koningin Beatrix, de dood van Pim Fortuyn, de herdenking van de val van Srebrenica en trad hij regelmatig op in radio- en televisieprogramma’s. Bovendien richtte hij een Poëzieclub op, initieerde het tijdschrift Awater en verscheen er een reeks bundels onder zijn redactie. Komrij gaf aan niet meer te weten wat hij daar nog aan toe zou kunnen voegen en op zijn ‘Komrijiaans’ vertelde hij er mee te stoppen: ‘Ik treed af, ik abdiceer, ik heb er tabak van. Vanaf morgen ben ik loco.’

    Gerrit Komrij woont samen met zijn partner, de graficus Charles Hofman, in Vila Pouca de Beira, Portugal.

    Bijzonderheden

    • Komrij is ook bekend om zijn bloemlezingen. Zijn allereerste bloemlezing, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) zorgde voor een fikse rel. Enkele vertegenwoordigers van de poëzie van de Vijftigers, zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Lucebert waren het niet eens met de door Komrij gemaakte keuze en spanden een kort geding aan tegen Bert Bakker, de uitgever van de bloemlezing. Hun argument was dat Komrij hun gedichten zonder toestemming had opgenomen, maar waar het eigenlijk om draaide, formuleerde J. Bernlef treffend in De Haagse post: Komrij’s keuze was ‘een welbewuste poging om een van de belangrijkste stromingen in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie onder tafel te werken.’
    • In 2002 zette Komrij in samenwerking met Uitgeverij 521 de Sandwichreeks op, waarin hij de aandacht vestigt op poëziedebuten en lang vergeten dichters.
    • Komrij vertaalde een aantal gedichten van T.S. Eliot die de basis vormen voor de Nederlandstalige versie van de musical Cats.
    • Onwelriekende gleuvenbrigade. Komrijiaans voor de feministische beweging.
    • De gedichtenbundel Onherstelbaar verbeterd bevat parodieën op bekende Nederlandse gedichten.
    • Gerrit Komrij komt als vriend voor in Hans Warrens Geheim Dagboek. Komrij: ‘Aangenaam is anders. Zoiets is onvermijdelijk als je vrienden krijgt die ook een pen vasthouden. Twintig jaar lang houd je je kiezen op elkaar, en dan gaat een ander het vertellen.’
    • Er is een treinstel van vervoersmaatschappij Syntus vernoemd naar Gerrit Komrij.

    Werken

    • Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (1968)
    • Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker (1969)
    • Ik heb Goddank twee goede longen (1971)
    • Tutti-frutti (1972)
    • Op de planken. Episodes uit het leven van de tragédienne Zizi Maëlstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper (1973)
    • Komrij’s patentwekker (1974)
    • Daar is het gat van de deur (1974)
    • Fabeldieren (1975)
    • De wonderbaarlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee, getekend door Rodolphe Töpffer, op rijm gezet door G. Komrij (1975)
    • De Verschrikking (1977, gedichten)
    • Horen, zien, zwijgen. Vreugdetranen over de treurbuis. (1977, tv-kritieken)
    • Capriccio (1978)
    • Sing Sing (1978)
    • De ontmoeting (1978)
    • Dood aan de Grutters (1978)
    • Heremijntijd. Exercities en ketelmuziek (1978)
    • Papieren tijgers (1978)
    • De stankbel van de Nieuwezijds Contra Scientology (1979)
    • Het schip De Wanhoop (1979)
    • De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979)
    • Verwoest Arcadië (1980)
    • Averechts (1980)
    • De bibliofiel (1980)
    • Peper en zout (1980)
    • De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen, met de oorspronkelijke tekeningen van Rodolphe Töpffer en op rijm gezet door Gerrit Komrij; met nawoord van Dirkje Kuik (1980)
    • Onherstelbaar verbeterd (1981)
    • Het kroost van Aagt Morsebel (1981)
    • Praag (1982)
    • De os op de klokkentoren gedichten (1982)
    • Gesloten circuit (1982)
    • Het chemisch huwelijk (1982)
    • Aan een droom vol weelde ontstegen (1982)
    • De paleizen van het geheugen (1983)
    • De muze in het kolenhok (1983)
    • Het boze oog (1983)
    • Dit helse moeras (1983)
    • Alles onecht, eigen keuze uit het gehele poëtisch oeuvre (1984)
    • Verzonken boeken (1986)
    • Humeuren en temperamenten (1989)
    • Over de bergen (1990)
    • De Pagode (1992)
    • De buitenkant. Een abecedarium (1992)
    • Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen (1996)
    • Niet te geloven (1997, essay ter gelegenheid van de Boekenweek)
    • Pek en zwavel (1997, polemieken en essays, een keuze)
    • In Liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten (1998)
    • De tranen der ecclecia’s (1999, lezing t.g.v. inauguratie W.F. Hermans Instituut)
    • Poëzie is geluk (2000, rede)
    • 52 Sonnetten bij het verglijden van de eeuw (2000, gedichten)
    • Luchtspiegelingen (2001, gedichten)
    • Vreemd pakhuis (2001, beschouwingen)
    • Hutten en paleizen. De mooiste gedichten (2001)
    • De klopgeest (2001, roman )
    • Inkt. Kapitale stukken. (2002, beschouwingen)
    • Lang leve de dood. Een bloemlezing in honderd-en-enige gedichten (2003)
    • Een zakenluch in Sintra (2003, verhalen)
    • Demonen autobiografische (2003, verhalen)
    • Alle gedichten tot gisteren (2004)
    • Hercules (2004, roman)
    • Wagner en ik (2004)
    • Gouden woorden (2005, kritieken)
    • Spaans benauwd gedichten (2005)
    • Fata morgana gedichten (2005)
    • Eendagsvliegen dagboekfragmenten (2005)
    • Kakafonie. Encyclopedie van de stront (2006)
    • De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007)

    Prijzen

    • 1970 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker
    • 1975 Cestoda-prijs
    • 1979 Busken Huet-prijs voor Papieren tijgers
    • 1982 Herman Gorter-prijs voor De os op de klokketoren
    • 1983 Kluwer-prijs voor gehele oeuvre
    • 1992 Frans Erens-prijs voor gehele oeuvre
    • 1993 P.C. Hooft-prijs voor gehele beschouwende oeuvre
    • 1999 Gouden Uil voor In Liefde Bloeyende
    • 2006 Lofprijs der Nederlandse Taal voor ‘de grootste taalrots-in-de-branding van het Nederlands.’

    Benoemingen

    • 2000 Dichter des Vaderlands
    • 2001 Eredoctoraat Universiteit van Leiden
    • 2003 Erepenning van de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Vereniging

     

  • Doeschka Meijsing

    Doeschka (Maria Johanna) Meijsing (1947 – 2012) was romanschrijfster. Haar werk wordt gerekend tot de Revisor-stijl, waarin een helder en goed gestructureerd verhaal centraal staat.

    Meijsing werd in 1947 in Eindhoven geboren, ze is de oudere zus van schrijver Geerten Meijsing en filosofe Monica Meijsing. Ze groeide op in Haarlem en ging daar naar het gymnasium. Na het gymnasium studeerde ze Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam. Hierna werkte ze achtereenvolgens als leraar op een middelbare school, docent aan de Universiteit van Amsterdam en als criticus en schrijver voor verschillende weekbladen.
    Haar eerste verhaal verscheen in het literaire tijdschrift Podium en in 1974 debuteerde ze met de verhalenbundel De hanen en andere verhalen. Haar eerste kleine roman Robinson verscheen in 1976.

    In 1980 volgde een tweede roman: Tijger, Tijger! die bekroond werd met de Multatuli-prijs. Ze bleef verhalen publiceren in onder meer Podium en De Revisor. Haar proza werd in die tijd samen met dat van tijdgenoten als Dirk Ayelt Kooiman, Frans Kellendonk en Nicolaas Matsier geschaard onder het kopje ‘Revisor- of Academisch proza’, kortweg samen te vatten als proza van en voor (literatuur)wetenschappers. Hoewel deze term intussen allang weer achterhaald is, klopt het wel dat Meijsing veel speelde met het werk van haar grote voorbeelden Flaubert, Joyce, Borges, Nabokov en Gombrowicz. In haar werk valt een zeker intellectualisme te bespeuren, wat haar romans en verhalen tot voer voor professoren en studenten maakte.

    Na Tijger, Tijger! volgden in de jaren tachtig de romans Utopia of De geschiedenissen van Thomas en Beer en Jager. Meijsing schreef in een zeer bedachtzame stijl, geen woord lijkt willekeurig gekozen. Haar verhalen laten zich op meer dan alleen verhaalniveau lezen, ze doen geconstrueerd aan, echter zonder dat ze onleesbaar worden. Haar personages hebben, met name in haar vroege werk, meestal een wat vage identiteit, en zijn soms zelfs naamloos. Vanaf De beproeving (1990) krijgen de hoofdfiguren wat meer reliëf en psychologische diepgang.

    Links:
    www.dbnl.nl
    In memoriam van Doeschka Meijsing.

    Bibliografie:

    • De hanen en andere verhalen (1974)
    • Robinson (1976)
    • De kat achterna (1977)
    • Tijger, tijger! (1980)
    • Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982)
    • Zwaluwen en Augustein (1982)
    • Ik ben niet in Haarlem geboren (1985)
    • Paard Heer Mantel (1986)
    • Beer en jager (1987)
    • Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988)
    • De beproeving (1990)
    • Vuur en zijde (1992)
    • Beste vriend (1994)
    • De angstige waakhond (1996)
    • De weg naar Caviano (1996)
    • De tweede man (2000)
    • 100% chemie (2002)
    • Moord en doodslag (2005) (samen met Geerten Meijsing)
    • De eerste jaren (2007)
    • Over de liefde (2008)

    Prijzen

    • 1981 Multatuli-prijs voor Tijger, tijger!
    • 1997 Annie Romein-prijs voor gehele oeuvre
    • 2003 Tzumprijs voor de beste literaire zin. De bekroonde zin komt uit de roman 100% chemie: ‘Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.’

     

  • Rutger Kopland

    Rutger Hendrik van den Hoofdakker (1934 – 2012) was psychiater, essayist, emeritus hoogleraar biologische psychiatrie en als Rutger Kopland een van de meest gelezen dichters van Nederland. In 1988 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

    Persoonlijk

    Rutger Kopland werd geboren in Goor 4 augustus 1934 en groeide op in een calvinistisch milieu. Kopland woonde van 1941 tot 1946 in Bussum en van 1946 tot 1951 in Assen, waar hij het gymnasium volgde. Hij studeerde geneeskunde te Groningen (1951-1959).

    Tijdens zijn studententijd schreef hij al gedichten, maar daar stopte hij na zijn studietijd mee, om in 1964 de draad weer op te pakken. Zijn vriend Aad Nuis ? bedenker van het pseudoniem Kopland ? moedigde hem aan tot het publiceren van zijn poëzie.
    Van den Hoofdakker was hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als onderzoeker en behandelaar hield hij zich persoonlijk vooral bezig met de betekenis van de slaap en de biologische klok voor het emotionele leven van zowel gezonde als psychisch gestoorde mensen. Daarbij werkte hij ook als psychotherapeut. Behalve artikelen en hoofdstukken in wetenschappelijke tijdschriften en leerboeken schreef hij ook essays over psychiatrie in de algemene maatschappelijke context. Een aantal van deze stukken werd opgenomen in De mens als speelgoed (1995) en in Twee ambachten (2003).
    Als Rutger Kopland debuteerde Van den Hoofdakker in 1966 met Onder het vee. Kopland schreef daarnaast literaire essays: Het mechaniek van de ontroering (1995) en Mooi, maar dat is het woord niet (1998). Al jaren behoort Kopland tot de meest gelezen dichters in ons land. Bloemlezingen uit zijn werk verschenen in onder meer het Engels, Frans, Hebreeuws, Pools, Duits en Italiaans.<!–[endif]–>

    Rutger Kopland is getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Glimmen.
    Bron: www.literairnederland.nl

    Bijzonderheden

    • Bij de verkiezing van De Dichter des Vaderlands in 2000 kreeg hij net enige stemmen meer dan Gerrit Komrij – maar Kopland bedankte voor de eer.
    • De favoriete plek van Kopland ligt aan de Drentsche Aa ligt, vlakbij Schipborg.
    • Het onveranderbare van alle menselijk doen en laten en de onmogelijkheid het verleden te herstellen, zijn belangrijke thema’s in het werk van Rutger Kopland.
    • Kopland schrijft op een toegankelijke manier, bijna in spreektaal. Zijn poëzie heeft een weemoedige inslag, maar wordt nooit sentimenteel, mede door de ironie die hij hanteert.
    • Het werk van Kopland wordt veel geciteerd in rouwadvertenties en op begrafenissen.
    • In december 2005 ontsnapte Rutger Kopland ternauwernood aan de dood als hij tijdens het autorijden een hartaanval krijgt en tegen een boom rijdt. In het Universitair Medisch Centrum Groningen werd hij enige tijd in slaap gehouden. Later belandde hij als patiënt op de afdeling waar hij zelf jarenlang had gewerkt.

    Links

    www.schrijversinfo.nl

    Werken

    • Onder het vee (1966)
    • Het orgeltje van yesterday (1968)
    • Alles op de fiets (1970)
    • Wie wat vindt heeft slecht gezocht (1972)
    • Een lege plek om te blijven (1975)
    • Al die mooie beloften (1978)
    • Dit uitzicht (1982)
    • Voor het verdwijnt en daarna (1985)
    • Verslagen van de W.T.F. Dertien ansichtkaarten (1986, bibliofiel, 100 ex.)
    • Herinneringen aan het onbekende (1988, keuze uit eigen werk)
    • Dankzij de dingen (1989)
    • Al bijna (1990, bibliofiel, 75 ex.)
    • In steen (1991, bibliofiel, 85 ex.)
    • Jopie Huisman (1991, gedichten bij werk van Huisman)
    • Dichtgegroeide weg (1993)
    • Geduldig gereedschap (1993)
    • De mens als speelgoed (1995)
    • De mechaniek van de ontroering (1995, essays)
    • Geitje van Gubbels (1995, jaarwisselinggeschenk)
    • Sporen (1996, bibliofiel, met Esther Jansma)
    • Jonge sla in het oosten (1997, reisverslagen)
    • Al die mooie beloften (1997)
    • Tot het ons loslaat (1997)
    • Mooi, maar dat is het woord niet (1998, essays)
    • Gedichten (1999)
    • Geluk is gevaarlijk (1999, bloemlezing)
    • Ik ben een moeilijk geval (2001, met Driek van Wissen)
    • Over het verlangen naar een sigaret (2001)
    • Twee ambachten (2003)
    • Wat water achterliet (2004)
    • Een man in de tuin (2004)
    • Verzamelde gedichten 1966-2006 (2006)
    • Poëzie/Poetry (2006, bibliofiel, 69 ex., met vertaling door Willem Groenewegen)
      Bron: www.schrijversinfo.nl

    Prijzen

    • 1970 Jan Campert-prijs voor Alles op de fiets
    • 1975 Herman Gorter-prijs voor Een lege plek om te blijven
    • 1982 Paul Snoek-prijs
    • 1988 P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre
    • 1998 VSB Poëzieprijs voor Tot het ons los laat

    Benoemingen

    • 1999 Eredoctoraat de Universiteit voor Humanistiek
    • 2001 Eredoctoraat Rijksuniversiteit Utrecht
    • 2005 Kopland maakt bekend de dat jaar aan hem toegedachte Koninklijke onderscheiding te weigeren, ‘omdat koninklijke onderscheidingen bedoeld zijn om mensen in het zonnetje te zetten, die normaal gesproken in de schaduw staan’.
  • Willem Jan Otten

    Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951) heeft een veelzijdig oeuvre van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays op zijn naam staan. Hij brak bij een breed publiek door met zijn roman Specht en zoon (2000.)

    Persoonlijk

    Willem Jan Otten wordt in 1951 in Amsterdam geboren. Hij debuteert in 1973 als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel. Door de jaren heeft Otten een veelzijdig oeuvre opgebouwd. Zo schrijft hij jarenlang artikelen en beschouwingen, die in verschillende tijdschriften verschijnen. Van 1989 tot 1996 is hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. Hij schrijft tevens een tijdlang als toneel- en muziekkritieken voor Vrij Nederland.

    Na zijn bundel Paviljoenen (1991) verschijnen binnen enkele jaren een essaybundel, twee romans en twee toneelstukken.

    In 2004 verschijnt Specht en zoon. De roman wordt goed onthaalt in de pers en wordt bekroond met de Libris Literatuurprijs 2005 en met de Inktaap 2006, een prijs die wordt toegekend door scholieren uit Nederland en België. Specht en zoon is verkocht aan Italië, Frankrijk, Duitsland en Zweden.

    Willem Jan Otten is getrouwd met schrijfster Vonne van der Meer.
    Bron: www.vanoorschot.nl

    Bijzonderheden

    • Door de verschijning van de roman Ons mankeert niets raakt Otten betrokken in de discussie over het euthanasievraagstuk. Hij schrijft een bijdrage voor de bundel Als de dood voor het leven.
    • Otten bekeert zich tot het katholieke geloof en in 1999 publiceert hij naar aanleiding hiervan Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie.

    Links

    www.vanoorschot.nl

    Werken

    • Een zwaluw vol zaagsel (1973, poëzie)
    • Het keurslijf (1974, poëzie)
    • De eend. Een epyllion (1975, poëzie)
    • Het ruim (1976, poëzie)
    • Henry II (1978, toneelstuk)
    • Ik zoek het hier (1980, poëzie)
    • Een sneeuw (1983, toneelstuk)
    • Een man van horen zeggen (1984, roman)
    • Denken is een lust (1985, essay)
    • Lichaam & blik (1986, toneelstuk)
    • Na de nachttrein (1988, poëzie)
    • Boek en film (1989)
    • Het museum van licht (1991, stukken over film)
    • Paviljoenen (1991, poëzie)
    • De wijde blik (1992, roman)
    • De letterpiloot (1994, essaybundel)
    • Ons mankeert niets (1994, roman)
    • De fuik van Pascal (1997, essay)
    • De nacht van de pauw (1997, toneelstuk)
    • Eindaugustuswind (1998, poëzie)
    • Het wonder van de losse olifanten (1999, essay)
    • Oude mensen (1999, toneelstuk)
    • Eerdere gedichten (2000)
    • Op de hoge (2003, poëzie)
    • Braambos (2004, toneelstuk)
    • Specht en zoon (2004, roman)
    • Een sneeuw en meer toneel (2006)
    • Alexander (2006, toneelstuk)
    • Waarom komt u ons hinderen (2006, essaybundel)

    Prijzen

    • 1972 Reina Prinsen Geerligsprijs voor Een zwaluw vol zaagsel
    • 1981 Herman Gorterprijs voor Ik zoek het hier
    • 1992 Jan Campertprijs voor Paviljoenen
    • 1994 Busken Huetprijs voor De letterpiloot
    • 1999 Constantijn Huygensprijs voor gehele oeuvre
    • 2005 Libris Literatuurprijs voor Specht en zoon
    • 2006 De Inktaap voor Specht en zoon Bron:
      Bron: www.literaireprijzen.nl

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Rudy Kousbroek

    Herman Rudolf (Rudy) Kousbroek, geboren 1 november 1929 te Pematang Siantar, Sumatra, is een schrijver en essayist en belangrijk voorvechter van De Vijftigers. Als essayist besprak hij uiteenlopende zaken, zoals de Japanse interneringskampen, spellingshervorming, pornografie en melancholie.

    Persoonlijk

    Rudy Kousbroek wordt in 1929 in Indonesië geboren. In de oorlog  wordt hij geïnterneerd in een Jappenkamp en in 1946 verhuist hij naar Nederland.
    In Amsterdam volgt hij de HBS van het Amsterdams Lyceum en gaat aansluitend wis- en natuurkunde in dezelfde stad studeren. Deze studies maakt hij niet af.
    Hij leert Remco Campert kennen en samen richten ze in 1950 het literaire tijdschrift Braak op, dat een belangrijke rol speelt in de doorbraak van De Vijftigers, waarvan Kousbroek en Campert belangrijke vertegenwoordigers zijn.
    Kousbroek verhuist in 1950 naar Parijs, waar hij Japanse en Chinese letteren studeert. Ook deze studies voltooit hij niet. Een jaar later trouwt hij met de schrijfster Ethel Portnoy, ze krijgen twee kinderen, maar de relatie houdt geen stand.
    In 1953 debuteert hij met de dichtbundel Begrafenis van een keerkring.
    Vanaf de jaren zestig publiceerde hij essays in onder meer Hollands Maandblad, NRC Handelsblad en Vrij Nederland, waarin hij fel van leer trok tegen waandenkbeelden in uiteenlopende vakgebieden: filosofie, politiek, natuurwetenschap en geschiedschrijving.
    In 1975 krijgt hij de P.C. Hooftprijs voor zijn essayistische werk.
    In 1989 komt Kousbroek terug naar Nederland. Hij woont kort bij vrienden in Amerongen en vestigt zich dan in Leiden.

    Rudy Kousbroek woont in Leiden en is getrouwd met de Ierse schrijfster Sarah Hart.

     

    Bijzonderheden

    • In 2006 stond Kousbroek, voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer, als lijstduwer op de lijst van de Partij voor de Dieren.
    • Kousbroek verdiepte zich in Toergenjev. In 2005 maakte hij een bedevaart naar diens graf in Petersburg.
    • Rudy Kousbroek schreef in Vrij Nederland onder het pseudoniem Leopold de Buch.
    • Arnold Heumakers: ‘In Kousbroeks borst huizen twee zielen: de ene behoort aan een geharnast rationalist, die alles wat naar religie, mythologie of metafysica zweemt, met de grond gelijk maakt; de andere verraadt een romantische ontvankelijkheid voor emoties en sentimenten, die zelfs voor onvervalste sentimentaliteit niet terugschrikt. Eigenlijk is dat altijd al zo geweest, maar in de loop van de tijd heeft Kousbroek zijn gevoelige ziel duidelijker op de voorgrond geplaatst (Arnold Heumakers, de Volkskrant, 23 april 1993).’
    • Werken
    • De begrafenis van een keerkring (1953, poëzie)
    • Revolutie in een industriestaat (1968)
    • De aaibaarheidsfactor, gevolgd door Die wacht am IJskast (1969)
    • Anathema’s 1 (1969)
    • Het avondrood der magiërs (1970)
    • Anathema’s 2 (1970)
    • Het gemaskerde woord. Anathema’s 1, 2 en 3 (1970)
    • Een kuil om snikkend in te vallen (1971)
    • Anathema’s 3 (1971)
    • Ethologie en cultuurfilosofie (1973, Huizingalezing)
    • Een passage naar Indië (1978)
    • De aaibaarheidsfactor (1978, uitgebreide herdruk)
    • Anathema’s 4, De waanzin aan de macht (1979)
    • Vincent of het geheim van zijn vaders lichaam (1981)
    • Wat en Hoe in het Kats (1983)
    • De logologische ruimte (1984)
    • Anathema’s 5. Het meer der herinnering (1984)
    • Het rijk van Jabeer. Getransformeerde sprookjes (1985, met bijdrage van Joost Roelofsz.)
    • Lief Java (1987)
    • Nederland: een bewoond gordijn (1987, boekenweekessay)
    • Een zuivere schim in een vervuilde schepping (1988, over het werk van Konstantinos Kavafis)
    • Dagelijkse wonderen (1988, budgetboek-serie)
    • Anathema’s 7, De onmogelijke liefde (1988)
    • Morgen spelen wij verder (1989)
    • De archeologie van de auto (1989)
    • Einsteins poppenhuis, Essays over filosofie 1 (1990)
    • Het Paleis in de verbeelding (1990)
    • Lieve kinderen hoor mijn lied (1990)
    • Anathema’s 6, Het Oostindisch kampsyndroom (1992)
    • Anathema’s 8, De vrolijke wanhoop (1993)
    • Varkensliedjes (1993)
    • Terug naar Negri Pan Erkoms (1995)
    • Hoger honing (1997)
    • Verloren goeling (1998)
    • In de tijdmachine door Japan (2000)
    • Opgespoorde wonderen: fotosynthese (2003, fictie; fotografie)
    • Die Winterreise (2003, audio-boek, verhalen)
    • Dierentalen en andere gedichten (2003, poëzie)
    • Verborgen verwantschappen: fotosynthese (2005, fictie; fotografie)
    • Het Oostindisch kampsyndroom (2005, vijfde, uitgebreide druk)
    • De archeologie van de auto (2006, uitgebreide herziene uitgave)
    • Het raadsel der herkenning: fotosynthese 3 (2007, fictie; fotografie)

     

    Prijzen

    • 1969 Essayprijs van de gemeente Amsterdam voor Revolutie in een industriestaat
    • 1975 P.C. Hooft-prijs voor zijn beschouwende oeuvre.
    • 2005 Jan Hanlo Essayprijs Groot voor Opgespoorde wonderen

     

    Benoemingen

    • 1994 Eredoctoraat in de wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen.

     

     

  • Nobelprijs literatuur 2007 voor Doris Lessing

    Doris Lessing werd 22 oktober 1919 als Doris May Tayler in Kermanshah in Perzië (nu Iran) geboren. In 1924 verhuisde zij met haar familie naar een farm in Zuid-Rhodesië (het tegenwoordige Zimbabwe), waar ze nogal geïsoleerd opgroeide. Ze leerde zichzelf lezen en las al gauw alles wat los en vast zat. Toen ze vijftien jaar was, verliet ze school en werkte achtereenvolgens als kindermeisje, verpleeghulp en telefoniste in Salisbury.

    Ze trouwde in 1939 met Charles Wisdom, raakte betrokken bij het werk van verschillende radicale politieke groeperingen en de zwarte onafhankelijkheidsbeweging, werd communiste, kreeg twee kinderen en liet zich scheiden. Ze hertrouwde in 1943 met de Duitse vluchteling Gottfried Lessing. Dit huwelijk werd in 1949 ontbonden en Doris Lessing vertrok met haar zoon uit haar tweede huwelijk naar Londen, met medeneming van het manuscript van The grass is singing dat in 1950 werd gepubliceerd.

    Twee van haar belangrijkste thema’s zijn al in die eerste roman terug te vinden, namelijk de relaties tussen zwart en wit in Afrika en het probleem van het vrouw zijn in wat toch voornamelijk een mannenwereld is. Deze roman was erg succesvol en vanaf dat moment heeft zij van de inkomsten van haar werk kunnen leven.

    In 1956 ging ze voor een bezoek terug naar Zuidelijk Afrika en kreeg daarna een inreisverbod opgelegd omdat de toenmalige premier van Zuid-Rhodesië, Huggins had bepaald dat zij ‘geen onrust mocht zaaien onder zijn inboorlingen’.

    Ze was van 1953 tot 1956 lid van de Communistische partij in Engeland; ook was ze actief in de anti-kernwapenbeweging en schreef ze artikelen voor verscheidene linkse bladen. In de jaren zestig nam ze geleidelijk afstand van het marxisme en kreeg ze belangstelling voor het Soefisme, wat ook in haar werk merkbaar is.

    Tussen 1982 en 1992 bezocht zij Zimbabwe (voormalig Rhodesië) nog vier maal waarover zij uitgebreid verslag deed. Haar meest recente boek is de eerder dit jaar verschenen roman The Cleft. Deze speelt in een oertijd waar vrouwen vreedzaam naast elkaar leven. Tot er op onverklaarbare wijze jongetjes worden geboren in de gemeenschap.

    www.nobelprize.org

    Bron: boek-delen

  • K. Michel – Auteur van de week

    ‘Taalfilosofisch maar niet gortdroog; muzikaal, geestig, lyrisch, parlandistisch,’ zei Joost Zwagerman ooit over K. Michel, onze Auteur van de Week.

    K. Michel is het pseudoniem voor de op 13 augustus 1958 te Tilburg geboren Michael Maria (‘Michel’) Kuijpers. Hij studeerde aan het Sint Odulphuslyceum en daarna vanaf 1978 filosofie in Groningen en Amsterdam. Na zijn studie gaf hij samen met Arjen Duinker de literaire circulaire ‘AapNootMies’ uit. Hij debuteerde in 1989 met de gedichtenbundel Ja! Naakt als de stenen. Hij werkte mee aan de bundel Openbaringen. Zeventien jonge dichters over het cruciale gedicht (1989). In 1990 verscheen zijn uit het Spaans vertaalde keuze van gedichten van de Mexicaanse letterkundige Octavio Paz, onder de titel Het vuur van iedere dag. Michel was een van de vijf genomineerde debuterende dichters voor de C. Buddingh’-prijs 1990, (overigens gewonnen door Nachoem M. Wijnberg). In 1992 publiceerde hij de verhalenbundel Tingeling & Totus, die in 1999 door het Onafhankelijk Toneel werd bewerkt tot een toneelvoorstelling. Voor zijn tweede gedichtenbundel Boem de nacht (1994) kreeg hij de Herman Gorterprijs en zijn derde bundel Waterstudies (1999) werd bekroond met de VSB-poezieprijs en de Jan Campertprijs. Naast zijn Paz-vertalingen heeft K. Michel ook poëzie vertaald van Russell Edson en Michael Ondaatje. Hij is redacteur van het literaire tijdschrift Raster.

    Nee en ja

    Nee en ja er is altijd
    meer dan een keus
    En voor je iets doet (of laat)
    kun je altijd tot basta tellen
    Een ruzie vraagt twee meningen
    een kus vier lippen
    een lichaam vijf liter bloed
    Om regen te maken, een boom
    een huis. muziek, een droom
    zijn meerdere elementen vereist
    En in de sporen van schichtige dieren
    rond, een modderige drinkplaats
    schitteren ’s nachts ontelbare sterren
    Voor iemand die slechts denkt
    met de één (en niet de ander)
    is dat getal een hamer
    en is de hele wereld een spijker

    uit Waterstudies (1999)