• Meer dan altijd weer dat ongeluk

    Het leven van Johan Veeninga (1915-1966) eindigt ‘zo erg morsdood (…) op een snelweg’, zoals zijn jongste dochter (Djoeke) nogal direct over hem verwoordt in haar boek Het privédomein van mijn vader. Wat ze wil, is haar vader daarin weer tot leven brengen. Dat doet ze vooral in zijn eigen woorden, geput uit brieven en andere teksten en aan de hand van foto’s en de inhoud van zijn boekenkast. Tegenover ‘altijd weer dat ongeluk’ plaatst ze de man die aan de wieg stond van de literaire reeks ‘Privé-domein’ van uitgeverij de Arbeiderspers, waar hij adjunct-directeur was.

    Maar zover zijn we nog niet. Djoeke Veeninga beschrijft eerst de jeugd van haar vader in een gezin in Haarlem dat het niet al te breed had, de kweekschool, de baan als onderwijzer aan de Montessorischool in Haarlem en de dienstweigering. Toen hij werd opgeroepen, weigerde hij dienst en kwam terecht in de rijkswerkinrichting in Veenhuizen. Het hierboven telkens herhaalde lidwoord ‘de’ is ingegeven door de inhoudsopgave van het boek, waarin elke paragraaf binnen één van de drie hoofdstukken (Haarlem/Veenhuizen, Den Haag en Amsterdam) vooraf wordt gegaan door dit lidwoord.

    Levensloop

    De loop van Veeninga’s leven wordt afgewisseld met beschouwende gedeeltes (bijvoorbeeld over ‘De zoekende ideoloog’, 1939) en als gezegd brieven en andere teksten van Djoeke Veeninga’s vader. ‘De zoekende ideoloog’ leest wat stroef, stroever dan de tekst van de dochter, die journaliste en programmamaker is.

    Niet alles wat hij schrijft valt meteen te plaatsen of is voor een buitenstaander even interessant, maar gelukkig geeft Djoeke context aan personen en situaties mee. Voor achtergrondinformatie plukt ze uit boeken van bijvoorbeeld de historicus Ger Harmsen. En toch ontglipt haar vader haar soms. Waarom is bijvoorbeeld de dienstweigeraar en pacifist die in het verzet zat overgegaan tot het liquideren van de WA-commandant van Haarlem? Een schot dat overigens niet dodelijk bleek.

    Soms ontkomt Djoeke Veeninga niet aan wat opsommerige passages, bijvoorbeeld wanneer ze de boekencollectie van haar vader beschrijft. Veel namen en titels passeren de revue. Maar waarom haar vader juist díe boeken las, wat de samenhang ertussen was, blijft onbesproken. Dat verwondert temeer omdat de schrijfster haar vader al op de eerste pagina introduceert als existentialist. Dat roept de vraag op: waar blijven existentialistische schrijvers als Sartre, De Beauvoir en tot op zekere hoogte Camus? We moeten geduld hebben, blijkt, want dit thema komt later alsnog aan de orde, wanneer Johan in een brief vermeldt dat zijn ‘vertaling van Sartre persklaar moet’. Dat wil zeggen van Het existentialisme is een vorm van humanisme (1946).

    Den Haag

    Interessanter is het tweede hoofdstuk over de Haagse periode na de bevrijding. Niet zozeer omdat Veeninga inmiddels een baan heeft als hoofdredacteur van de Jeugdkampioen van de ANWB, maar omdat van die periode de brieven met ‘zijn meisje’ ook haar antwoorden en zijn ‘kanttekeningen’ daarbij zijn opgenomen. Dat meisje is Djoekes moeder, Johanna (Joke) Kloosterboer.

    Na de tijd in Veenhuizen en de Tweede Wereldoorlog komt nu ‘deze lichtvoetigheid’ met Joke ‘zijn leven binnen trippelen’. Johan wil alle narigheid achter zich laten. Ze gaan samenwonen, trouwen en Johan onderhandelt over zijn salaris. Er wordt een zoon geboren, Duco.

    Amsterdam

    In november 1952 verlaat Veeninga de ANWB en gaat met zijn gezin naar Amsterdam. Daar wordt Djoeke ‘gehaald’, door de bekende huisarts/wethouder Ben Polak. Het boek wordt steeds interessanter, ook bijvoorbeeld door de beschrijving van Nieuw-West, de Amsterdamse buurt waar ze wonen: ‘Zo erg aan de rand van de stad dat je er bijna af valt’.

    Johan gaat als redacteur en na 1961 als adjunct-directeur werken bij de Arbeiderspers, als opvolger van Alfred Kossmann. Een van de eerste manuscripten die hij onder ogen krijgt, is De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon. In zijn Memoires van Boontje (1988), welke memoires deel uitmaken van de beroemde serie Privé-domein, schreef Boon hierover. Al lezend kom je ook een schrijver tegen waarover Inge Meijer van Literair Nederland een column schreef: Ab Visser (1913-1982), een Flamboyant schrijver. Leuk hoe zo’n min of meer vergeten schrijver opeens ook op een andere plaats weer opduikt. Veeninga schrijft overigens, naast vertalen, zelf ook. Onder meer een reeks over Pukkie Planta bij de gelijknamige margarine en een jeugdboek, Het raadsel van de vier getallen.

    Op z’n minst even belangrijk als Privé-domein is de ABC-reeks, het eerste Nederlandse pocketboek dat helemaal in de geest van de Arbeiderspers én van Johan Veeninga past. Op die manier kon namelijk de gewone man ook een boek kopen en lezen.
    Het privédomein van mijn vader eindigt weer met het verkeersongeluk, waardoor de cirkel rond is. Veeninga is slechts vijftig jaar geworden. Ook de zoon Duco overleed bij dit ongeluk. Met haar boek doet Djoeke Veeninga haar vader eer aan en ondanks enkele kanttekeningen is het een interessant verhaal omdat het niet alleen als biografie maar ook als tijdsbeeld is te lezen.

     

     

  • A.F.Th. Van der Heijden

    Adrianus Franciscus Theodorus (Adri) van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951) is begonnen te publiceren onder de naam Patrizio Canaponi en publiceert nu onder zijn initialen A.F.Th. Van der Heijden wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van de generatie schrijvers die na de Tweede Wereldoorlog opgroeide.

    Persoonlijk

    Adri van der Heijden wordt op 15 oktober 1951 geboren in Geldrop. Hij gaat psychologie studeren in Nijmegen, maar stapt al snel over naar filosofie. Die studie breekt hij voortijdig af om zich volledig aan het schrijven te kunnen wijden.

    In 1978debuteert hij onder het pseudoniem Patrizio Canaponi met Een gondel in de Herengracht: lyrisch getoonzette verhalen waarvoor hij de Anton Wachter-prijs ontvangt.

    In de jaren tachtig begint hij aan de ambitieuze cyclus De tandeloze tijd. Deze cyclus wordt wel de kern van zijn oeuvre genoemd en met Advocaat van de hanen, het vierde deel in de reeks, breekt hij door bij een breed publiek.

    In De tandeloze tijd staat Albert Egberts (een alter ego van Van der Heijden zelf) centraal, maar er treden ook andere personen op de voorgrond. De tijdsbeleving in de cyclus is allesbehalve chronologisch en consistent, juist die tijdsbeleving is het centrale thema ervan. In deel I introduceert Van der Heijden het begrip ‘leven in de breedte.’ Leven ‘in de lengte’ valt niet te stoppen, dus moet het maar in de breedte worden gezocht. Door elk moment uit te spinnen, te verbreden, wordt gehoopt het leven waardevoller te maken.

    In 2003 verscheen De movo tapes, de proloog op een nieuwe cyclus, genaamd Homo duplex.

    Tussen zijn lijvige romans door, publiceert A.F.TH. ook nog veel autobiografisch werk, zoals brieven en dagboekfragmenten.

    A.F.Th. van der Heijden woont in Amsterdam met zijn vrouw journaliste en schrijfster Mirjam Rotenstreich. Hun beider zoon Tonis (1988) werd op 23 mei 2010 op de fiets aangereden door een auto. Tonio overlijdt kort daarna in het AMC in het bijzijn van zijn ouders. Over dit verlies schreef Van der Heijden de roman Tonio. Een requiem dat verscheen op 26 mei 2011. Er werden in een jaar zo’n 100.000 exemplaren van verkocht en ontving verschillende literaire prijzen. In 2016 werd het boek verfilmd met Pierre Bokma in de rol van Adri, Rifka Lodeizen als Mirjam en Chris Peeters als Tonio.

    Bijzonderheden

    • Regelmatig verwerkt Van der Heijden waargebeurde gebeurtenissen in zijn verhalen. In Advocaat van de hanen gebruikt hij de dood van de kraker Hans Kok in een politiecel als achtergrond en in Het schervengericht figureren de regisseur Roman Polanski en de moordenaar van diens vrouw, Charles Manson.
    • Van april tot juni 2008 is A.F.Th. van der Heijden gastschrijver aan de Technische Universiteit Delft.
    • Eind 2007/begin 2008 was Van der Heijden in een hevige polemiek verwikkeld met Arnon Grunberg. Beide schrijvers waren genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en Grunberg viel in een open brief in Humo fel uit naar A.F.Th. en noemde diens novelle Mim ‘een typografische kwestie van een verwarde kabbalist’, die ‘geheel in de verte niets met literatuur te maken’ heeft. De twee vochten, in afzonderlijke optredens, hun ruzie verder uit in het televisieprogramma Pauw & Witteman. Tijdens de uitreiking van de prijs wilde Van der Heijden niet in één zaal met Grunberg de uitslag afwachten en volgde de prijsuitreiking vanuit een aparte kamer. Van der Heijden won uiteindelijke de prijs met zijn roman Het schervengericht en refereerde kort aan de ruzie door tegen het NOS-journaal te zeggen dat Grunberg naar hem toe was gekomen en hem een hand had gegeven. ‘Ik denk dat onze controverse niet heel diep gaat. Het was een polemiek en een spel.’

    Werken

    • Een gondel in de Herengracht (1978verhalencyclus)
    • De draaideur (1979, roman)
    • De slag om de Blauwbrug. De tandeloze tijd. Proloog (1983, roman)
    • Vallende ouders. De tandeloze tijd 1 (1983, roman)
    • De gevarendriehoek. De tandeloze tijd 2 (1985, roman)
    • De sandwich. Een requiem (1986, roman)
    • Het leven uit een dag (1988, roman)
    • Dichters slaags (1988, novelle)
    • Advocaat van de Hanen. De tandeloze tijd 4 (1990, roman)
    • Weerborstels. De tandeloze tijd. Een intermezzo (1992, boekenweekgeschenk)
    • Asbestemming. Een requiem (1994, roman)
    • Het bankroet dat mijngoudmijn is (1995, verhalen)
    • Het Hof van Barmhartigheid. De tandeloze tijd 3. Eerste boek (1996, roman)
    • Onder het plaveisel het moeras. De tandeloze tijd 3. Tweede boek (1996, roman)
    • De gebroken pagaai (1997, novelle )
    • whamm. De democratisering van het talent (1997, schotschrift)
    • Voetstampwijnen en zijn tandknarswijnen (1998, met Jean-Paul Franssens, brieven)
    • Sabberita (1998, novelle)
    • Het onmogelijke boek. Een kleine monoloog van de auteur (1999, mini-essays)
    • Gevouwen woorden. Brieven over de grillen van het vak (2001)
    • De Movo tapes. Homo Duplex 0 (2003, roman)
    • Engelenplaque. Notities van alledag 1966-2003 (2003, privédomein deel 250)
    • Hier viel Van Gogh flauw. Frans dagboek (2004)
    • De gazellejongen. Het verzameld werk van Patrizio Canaponi (2004)
    • Drijfzand koloniseren (2006, roman)
    • Het schervengericht (2007, roman)
    • MIM (2007, novelle ter gelegenheid van Harry Mulisch‘ tachtigste verjaardag, geïnspireerd op diens De versierde mens; tevens onderdeel van Homo duplex)
    • Uitdorsten (2007, novelle)
    • Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen (2008, requiem voor Jean-Paul Franssens)
    • Kruis en kraai (2008, de romankunst na James Joyce) (brief aan Anthony Mertens)
    • Gentse lente (2008, verhalen)
    • De liefdesbaby (2008, novelle)
    • De censuurpaus (2008, paroxismen, een opmaat) (artikelen uit Propria Cures)
    • Doodverf (2009, roman)
    • Tonio. Een requiemroman (2011, roman)
    • Uitverkoren – Verhandelingen over het pantonionisme (2012, ontbrekend hoofdstuk uit ‘Tonio’ + interviews) (Statenhofpers, oplage 191 ex.)
    • Woestijnvis (brief) (2012, Houtpers, oplage 122 ex.)
    • De helleveegDe tandeloze tijd, deel 5 (2013, roman)
    • Gedichten Gods of De vergrijpstuiver (2014, Kellendonklezing)
    • Kwijt in de tram (verhaal) (2014, De Carbolineum Pers, oplage 60 ex.)
    • Uitverkoren (2014, proza en interviews in de toonaard van het requiem Tonio)
    • De ochtendgave (één hoofdstuk) (2015, Stratenhofpers, oplage 90 ex.)
    • De ochtendgave (2015, historische roman gesitueerd in 1672, opdracht als novelle van de gemeente Nijmegen voor de herdenking van 330 jaar Vrede van Nijmegen in 2009)
    • Kwaadschiks – De tandeloze tijd, deel 6 (2016, roman)
    • Kastanje a/d Zee – De tandeloze tijd, deel 7 (2016, roman). Vooralsnog alleen bibliofiele editie
    • Mooi doodliggen (2018, roman, Querido)

    Prijzen

     

    Bron: Wikipedia

  • J.J. Voskuil

    Johannes Jacobus (Han) Voskuil (Den Haag, 1 juli 1926 ? Amsterdam, 1 mei 2008) verwierf vooral bekendheid met zijn lijvige, zevendelige sleutelroman Het Bureau. Hij kwam veelvuldig in het nieuws toen hij eind jaren negentig de Stichting Varkens in Nood oprichtte met het prijzengeld van de Libris Literatuurprijs.

    Persoonlijk

    Han Voskuil wordt op 1 juli 1926 geboren in Den Haag. Hij is de oudste zoon van de hoofdredacteur van Het Vrije Volk, Klaas Voskuil (1895-1975) en is vernoemd naar zijn grootvader Johannes Jacobus Voskuil, die bakker was te Zwolle.

    Na zijn studie Nederlands aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam gaat Voskuil werken vertaler bij de EGKS in Straatsburg en vervolgens één jaar als leraar aan een kweekschool in de stad Groningen. In 1957 treedt hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het tegenwoordige Meertens Instituut.

    J.J. Voskuil publiceert in 1963 zijn prozadebuut Bij nader inzien. Het boek gaat over een groep vrienden, studenten Nederlands in de periode 1946-1953, die een aantal jaren samen optrekken en discussiëren over leven, literatuur en politiek. Aan het eind van de roman moet de hoofdpersoon Maarten Koning, Voskuils alter ego, erkennen dat de vriendschap die er leek te zijn, niet meer dan een illusie was. Aanvankelijk belandt dit boek binnen afzienbare tijd bij De Slegte. Als het verhaal in 1991 door Frans Weisz verfilmd wordt voor de VPRO blijkt het alsnog een succes te worden.

    In 1996 keren Voskuil en Maarten Koning terug in de zevendelige roman Het Bureau. Hierin beschrijft Voskuil het leven van Maarten Koning als medewerker van ‘het bureau’, het huidige Meertens instituut. De kern van de roman is de vraag hoe mensen die dag in dag uit met elkaar moeten samenwerken zich tot elkaar verhouden.

    De verschijning van de delen, door uitgeverij Van Oorschot zorgvuldig ‘getimed’ (elk jaar één en altijd met embargo), leidt tot discussies tussen Bureau-haters en Bureau-liefhebbers en er ontstaat een ware hype rond het verschijnsel ‘Voskuil’.

    In 1999 verschijnt tussen de Bureau-delen door de roman De moeder van Nicolien, waarin de dementerende schoonmoeder van Maarten Koning uit Het Bureau centraal staat.

    Na afronding van de cyclus, met De dood van Maarten Koning, houdt Voskuil het nog steeds niet voor gezien. Hij schrijft Requiem voor een vriend, een geschiedenis van een vriendschap die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt. Daarnaast verschijnen reisdagboeken over zijn wandeltochten met Loesje, beter bekent als zijn vrouw Nicolien uit Het Bureau.

    J.J. Voskuil overleed op 1 mei 2008 aan de gevolgen van kanker. Hij koos zelf het tijdstip van zijn overlijden. Hij was getrouwd met Loesje. Voskuil werd begraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

    Bron: www.literairnederland.nl

    Bijzonderheden

    • Het Bureau werd door Krijn ter Braak en Peter te Nuyl bewerkt tot een hoorspel van 90 uur, in 360 afleveringen.
    • Voskuil gebruikt veel autobiografische elementen in zijn romans, zo komen het niet willen bezitten van een auto, het hebben van katten en zijn wandelvakanties in Auvergne veelvuldig aan de orde.
    • Het geld van de Libris Literatuurprijs gebruikt Voskuil om (samen met Hans Baaij) de oprichting van de Stichting Varkens in Nood te financieren. De stichting plaatst onder andere advertenties in landelijke dagbladen.

    Links

    www.jdfvh.dds.nl/voskuil.html

    Werken

    • Bij Nader Inzien (1963)
    • Het Bureau deel 1: Meneer Beerta (1996)
    • Het Bureau deel 2: Vuile handen (1996)
    • Het Bureau deel 3: Plankton (1997)
    • Het Bureau deel 4: Het A.P. Beerta-Instituut (1998)
    • Het Bureau deel 5: En ook weemoedigheid (1999)
    • De moeder van Nicolien (1999)
    • Het Bureau deel 6: Afgang (2000)
    • Het Bureau deel 7: De dood van Maarten Koning (2000)
    • Ingang tot Het Bureau. Verkorte inhoud, compleet personenregister (2000)
    • Reisdagboek 1981(2000)
    • Requiem voor een vriend (2002)
    • Terloops, voettochten 1957-1973 (2004)
    • Buiten schot, voettochten 1974-1982 (2005)
    • Gaandeweg, voettochten 1983-1992 (2006)
    • Onder andere, portretten en herinneringen (2007)

    Prijzen

    • 1997 F. Bordewijk-prijs voor Het bureau deel 1 (Meneer Beerta) en Het bureau deel 2 (Vuile handen).
    • 1998 Prix des Ambassadeurs voor Het Bureau deel 2 (Vuile handen) en 3 (Plankton).
    • 1998 Libris-literatuurprijs voor Het Bureau 3 (Plankton).
      Bron: www.literaireprijzen.nl
  • Dimitri Verhulst (1972)

    Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) is een geëngageerd auteur van verhalen, poëzie, romans, columns en andere publicaties en zegt daar zelf over: ‘Ik heb het tegendeel van een writer’s block.’

    Als ongewenst kind in een gewelddadig gezin, wordt hij op 12 jarige leeftijd door zijn moeder het huis uit gezet. In Humo (2006) beschrijft hij het leven bij hem thuis: Er werd ongelofelijk veel gevochten thuis, de pinten vlogen door de woonkamer, er hing altijd agressie in de lucht (…) wij waren de losers, het crapuul, de messenvechters.

    Hij ontvlucht zijn familie en komt terecht bij een pleeggezin, maar gaat ook daar weer weg en belandt in een gezinsvervangend tehuis, maar wil zo snel mogelijk op eigen benen staan en werkt onder andere als pizzabezorger, toeristische gids op plezierbootjes, ‘duivenstrontschraper’ op kerken en animator (of ‘animatras’, op z’n Verhulst’s) in Mallorca.

    Zijn eigenlijke debuut Assevrijdag (1994), was een eigen uitgave en enkel bedoeld voor vrienden en bekenden. Met De kamer hiernaast (1999) debuteerde hij officieel als schrijver. De verhalenbundel werd genomineerd voor de NRC Literatuur Prijs. Hij publiceerde veelvuldig in verschillende literaire tijdschriften, waaronder Nieuw Wereldtijdschrift, De Brakke Hond en het tijdschrift Underground, waarvan hij redacteur is.

    In 2003 laat Dimitri Verhulst zich voor het Vlaamse tijdschrift Deus ex Machina enkele dagen opsluiten in het asielcentrum van Arendonk. Hij schrijft er een reportage over, maar verwerkt zijn ervaringen ook in de roman Problemski hotel.

    Met De helaasheid der dinggen (2006) – een genadeloze en hilarische afrekening met zijn jeugd – breekt Verhulst door naar een breed publiek.

    In 2008 stuntten zijn uitgever Contact en het weekblad Humo met de uitgave van zijn nieuwe roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Het boek – met een oplage van 320.000 exemplaren – werd gratis geleverd als bijlage bij Humo (€ 2,30); een nooit eerder geziene promocampagne voor een Vlaams literair werk.

    In 2009 wint hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Waarmee hij de eerste Vlaamse schrijver is, sinds Hugo Claus de prestigieuze literatuurprijs won in 1997.

    Verhulst is zeer controversieel in zijn werk waardoor  hij twee keer voor de rechtbank wordt gedaagd. De eerste keer door zijn moeder, die hij in De kamer hiernaast portretteerde als een zeer grof en enorm dikke vrouw. De tweede keer na het verschijnen van het toneelstuk Aalst, waarin het verhaal van een ouderpaar dat hun twee kinderen vermoordde centraal staat. De veroordeelde ouders vinden dat Verhulst te ver is gegaan in zijn zin voor realisme.

    Verhulst grote voorbeeld is Louis Paul Boon. Net als zijn stadsgenoot toont Verhulst zich sterk maatschappelijk betrokken. Zo schrijft hij onder andere geëngageerde columns voor De Morgen.

     

    Bibliografie:

    Assevrijdag, 1992, verhalen
    De kamer hiernaast, 1999, verhalen
    Niets, niemand en redelijk stil, 2001, roman
    Liefde, tenzij anders vermeld, 2001, gedichten
    De verveling van de keeper, 2002, roman
    Problemski Hotel, 2003, roman
    Dinsdagland. Schetsen van België, 2004, reisverhalen
    De aankomst in de bleke morgen op dat bleke plein (Aalst), Victoria & Sintjoris, 2005, toneel
    De helaasheid der dingen, 2006, roman
    Mevrouw Verona daalt de heuvel af, 2006, roman
    Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008, roman
    De laatste liefde van mijn moeder, 2010, roman
    De zeven laatste zinnen, 2010
    Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten, 2011
    De intrede van Christus in Brussel, 2011
    De laatkomer, 2013, roman
    Kaddisj voor een kut, 2014, roman
    De zomer hou je ook niet tegen, 2015, novelle, tevens boekenweekgeschenk
    Bloedboek, 2015
    Het leven gezien van beneden, 2016
    Spoo Pee Doo, 2016


    Gelauwerd met de volgende prijzen:

    • 2007 – Publieksprijs Gouden Uil voor De helaasheid der dingen
    • 2007 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De helaasheid der dingen
    • 2008 – De Inktaap voor De helaasheid der dingen, literaire jongerenprijs Vlaanderen, Nederland en Suriname
    • 2009 – Beste Boek 2008 Humo’s Pop Poll voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
    • 2009 – De Libris Literatuur Prijs voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
    • 2014 – Beste Boek 2013 Humo’s Pop Poll voor De laatkomer

     

    Bron: Wikipedia en Atlas/Contact

     

     

  • Adriaan van Dis

    Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946) is bekend als schrijver, televisiepresentator en Zuid-Afrika-specialist. Hoewel hij niet geboren is in Nederlands-Indië, wordt zijn werk over het algemeen geschaard onder de Indisch-Nederlandse letterkunde. Begin jaren tachtig presenteerde Van Dis het meest populaire boekenprogramma ooit op de Nederlandse televisie, Hier is…Adriaan van Dis.

    Persoonlijk
    Adriaan van Dis wordt in 1946 geboren in Bergen. Zijn vader is een Indische Nederlander, zijn moeder een boerenmeisje uit Breda, die elkaar in Indië leren kennen. Zijn moeder heeft drie dochters uit haar huwelijk met een KNIL-militair. Ook zijn vader was in Indië al eerder getrouwd. Van Dis groeit op te midden van halfzussen in een familie getekend door de oorlog. Zijn vader, die door zijn (Japanse) oorlogservaringen en zijn fysieke conditie arbeidsongeschikt verklaard, voedt hem streng op.
    Van Dis gaat Nederlands en Zuid-Afrikaans studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studie publiceert hij in NRC Handelsblad, waar hij later als redacteur aan de slag gaat. Met zijn televisieprogramma Hier is…Adriaan van Dis wordt hij een Bekende Nederlander. Het effect van het programma op de verkoop van de besproken boeken en optredende auteurs, is zo groot, dat er gesproken wordt over ‘het Van Dis-effect.’
    In 1983 debuteert Adriaan Van Dis met de novelle Nathan Sid, in 1984 bekroond met het Gouden Ezelsoor, een prijs voor het best verkochte literaire debuut. De zorgvuldige stijl van Van Dis wordt geprezen door critici.

    In 1988 verschijnt de roman Zilver of Het verlies van de onschuld, die inmiddels onder middelbarescholieren een ‘leestlijstklassieker’ is. De critici zijn minder enthousiast over de lyrisch-poëtische stijl.

    In 1992 besluit Adriaan van Dis zich volledig aan het schrijven te wijden, maar hij kan het presenteren toch niet laten: tussen 1999 en 2002 presenteert hij Zomergasten.

    Sinds de jaren zeventig is Van Dis zeer nauw betrokken bij Zuid-Afrika. Hij beheerst de taal, verstaat zich met de schrijvers en dichters, volgt de politieke en sociale ontwikkelingen op de voet en publiceert boeken over deze regio, zoals Het beloofde land en In Afrika.

    In 2008 maakt hij een zevendelige documentaireserie over een reis door Zuid-Afrika, Namibië en Mozambique. In Van Dis in Afrika zoekt hij naar parallellen én contrasten met de huidige West-Europese samenlevingen.

    Van Dis is niet getrouwd en woont in Parijs.

    Bijzonderheden:

    • Adriaan van Dis werd tweemaal van plagiaat beschuldigd. In 1992 schreef Vrij Nederland dat hij in zijn in 1990 verschenen boek Het beloofde land: een reis door de Karoo citaten van de antropoloog Vincent Crapanzano zou hebben gebruikt. Van Dis gaf als verklaring dat hij bij het schrijven uit zijn oude dagboeken had geput, daarin had hij de citaten overgenomen, maar vergat de bron te vermelden. Hij bood Crapanzano zijn excuses aan.
    • Eind 2001 werden opmerkelijke overeenkomsten tussen Een barbaar in China en From Heaven Lake: travels through Sinkiang and Tibet (1983) van de Indiase auteur Vikram Seth gevonden. Critici waren het er niet over eens of er werkelijk van plagiaat sprake was.

    Links

    www.adriaanvandis.nl

    Werken

    • Nathan Sid (1983, novelle)
    • Een bord met spaghetti (1984, verhalen)
    • Casablanca (1986, verhalen)
    • De vraatzuchtige spreekt (1986, novelle)
    • De rat van Arras (1986. novelle)
    • Tropenjaren: De zaak (1986, toneel)
    • Zoen (1987, novelle)
    • Een barbaar in China: een reis door Centraal Azië (1987, roman)
    • Zilver of Het verlies van de onschuld (1988, roman)
    • Een keuze uit mijn vrolijke doodsgedachten (1988, verhalen)
    • Komedie om geld, Een uur in de wind (1988, toneel)
    • Het beloofde land: een reis door de Karoo (1990, roman)
    • In Afrika (1991, roman)
    • De man uit het Noorden (1991, verhalen)
    • Waar twee olifanten vechten ? Mozambique in oorlog (1992. verhalen)
    • Alles is te koop (1992, manifest)
    • Classics (1993, verhalen)
    • Indische Duinen (1994, roman)
    • Wij, koningin (1995, verhalen)
    • Palmwijn (1996, novelle)
    • Een waarze sat (1997, verhalen)
    • Een deken van herinnering (1998, essay)
    • Totok (1998, poëzie)
    • Dubbelliefde: geschiedenis van een jongeman (1999, roman)
    • Op oorlogspad in Japan (2000, novelle)
    • Familieziek (2002, roman)
    • Vrijtaal (2003, verhalen)
    • Onder het zink. Un abécédaire de Paris (2004, essay)
    • Op de televisie (2007, herinneringen)
    • De wandelaar (2007, roman)
    • Leeftocht. veertig jaar onderweg (2007, verhalen)
    • Van Dis in Afrika (2008, documentaireserie)

    Prijzen

    • 1985 Gouden Ezelsoor voor Nathan Sid.
    • 1986 De Nipkowschijf voor Hier is…Adriaan van Dis.
    • 1994 De Nieuwe Clercke-Pico Bello-prijs voor zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur.
    • 1995 Trouw Publieksprijs voor het Nederlandse Boek voor Indische duinen.
    • 1995 Gouden Uil voor Indische Duinen.
    • 2007 Groenman Taalprijs voor zijn heldere en creatieve taalgebruik.

     

  • Jaap Scholten

    Jaap Frederik Scholten (Enschede, 1963) is de vierde van vijf zonen die door moeder alleen werden grootgebracht. Behalve een studie binnen het kader van een filosofie keuzevak naar de invloed van Tolstoi op Wittgenstein, wees niets op een literaire toekomst. Door pech – een onder de auto uitgevallen cardanas – in de Algerijnse woestijn, 600 kilometer ten noorden van de dichtstbijzijnde stad Insalah, ontdekte hij de magie van het geschreven woord. Na drie dagen kwam een vrachtautochauffeur langs die na één blik op Scholten concludeerde; ‘Et ça, c’est le philosophe?’

    Niet lang daarna schreef Scholten in een kloostercel nabij Barcelona het script voor Beauville, een lange korte film over een oude man die voor hij sterft zijn zoutwaterschildpadjes naar zee wil brengen. In 1995 werd het scenario in Los Angeles verfilmd door de Belgische regisseur Rudolf Mesdag met in de hoofdrollen Julien Schoenaerts en Marianne Sagebrecht. Scholten sloot zich hierop van de wereld af in de Dordtse Biesbos. Daar probeerde hij proza te schrijven, wat helaas op niets uitdraaide. Hij knapte onderwijl  een oude – uitsluitend per boot bereikbare – kooikerswoning – zonder elektriciteit of stromend water – op en werd na drie maanden horendol van het witte papier en vooral van het oeverloze gekwetter van eenden. Hij ging werken in de drukkerij van Schiphol en woonde aan de Bloemgracht waar hij ’s nachts korte verhalen in briefvorm schreef, die hij naar uitgever Thomas Rap stuurde.

    Verhalen in briefvorm

    Na enkele maanden zei Rap: ‘We gaan een boek maken.’  Dat werd Bavianehaar & Chipolatapudding (1990).
    Na veel omzwervingen, vooral door Oost-Europa, werkte Scholten vijf jaar lang full-time in reclame en uitgeverij. Onderwijl schreef hij ’s avonds en ’s nachts de roman Tachtig en het toneelstuk Caravangeluk. Na het succes van Tachtig en een lucratief aanbod van een filmmaatschappij nam hij ontslag.
    Sindsdien kwam er nog maar weinig uit zijn vingers. Het volledige schrijverschap verlamde hem of hij hield zich met andere zaken bezig.

    De laatste tijd komt daar verandering in; hij schreef een televisiefilm, Wodan! (regie Norbert ter Hall) voor de KRO in de serie ‘De zeven deugden’. Daarnaast verscheen de roman Morgenster (longlist AKO literatuurprijs). Scholten werkt momenteel aan de korte film Mercedes (regie Mark de Cloe), aan een speelfilm met de werktitel Luna (regie Jean van der Velde) en aan de novelle Als één van de honden jarig is.
    In april/mei 2001 verscheen Reisverhalen en bedevaartstochten, met daarin de herbegrafenis van de laatste tsaar in Sint Petersburg; een zoektocht naar de Hongaarse bloedgravin Erszébet Bathory; een bezoek aan Paul Bowles in Tanger kort voor diens dood; Pepín Bello en de Residencia de Estudiantes in Madrid en een bedevaartstocht naar J.D. Salinger in Cornish, New Hampshire.

    Bijzonderheden: Scholten studeerde industriële vormgeving in Delft, grafische vormgeving en reclame in Rotterdam. Hij richtte een meubelwerkplaats op, ontwierp affiches, werd tweede met de jeugdkampioenschappen Tae Kwondo, trok door de Sahara, werkte als barkeeper en als tankercleaner. Na het afronden van zijn studies werkte hij als art-director bij een groot Amerikaans reclamebureau maar werd ontslagen wegens het beledigen van de directeur. Op het moment woont hij met zijn gezin in Hongarije.

    Citaat: ‘Ik heb een voorliefde voor mensen die tegen de stroom ingaan. Ik houd van die romantiek, ben iemand van heldenverering en bedevaartsoorden.’ (HP/De Tijd, 5-1-1996)

     

    Bibliografie:
    Bavianehaar & Chipolatapudding (korte verhalen,1990 )
    Tachtig (autobiografische roman, 1996)
    Zelda – vertel me hoe te leven (novelle, 1996)
    Morgenster (roman, 2000)
    Reisavonturen en bedevaartstochten (reisverhalen, 2001)
    De wet van Spengler, (autobiografische roman, 2008)
    Heer & Meester. Berichten uit de voormalige dubbelmonarchie, (non-fictie, 2008)
    De avonturen van Jaap Scholten. Van Oldenzaal tot Ouaguadougou, verhalen 2010 (verscheen eerder als Bavianehaar & Chipolatapudding, 1990)
    Kameraad Baron. Een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvaanse aristocratie, (non-fictie, 2010)
    Horizon City, 2014 (familiekroniek, onder meer over zijn tante Ankie Stork)
    Suikerbastaard, 2020

    Prijzen:
    1995: Longlist AKO Literatuurprijs voor Tachtig
    2000: Longlist AKO Literatuurprijs voor Morgenster
    2009: ‘selexyz uitgelezen keuze’ voor De wet van Spengler
    2011: Shortlist Bob den Uyl-prijs voor Kameraad Baron
    2011: Libris Geschiedenis Prijs voor Kameraad Baron
    2014: Overijssels Boek van het Jaar 2014 voor Horizon City,

     

    Bron: Schrijversnet / Wikipedia