• Boek Pauline van der Lans verschenen

    In de periode 2006-2009 heeft Pauline van der Lans recensies geschreven voor Literair Nederland.

    Op 26 oktober 2015 is Pauline helaas overleden. Wij waren toen geschokt door het nieuws. Pauline en de redactie van Literair Nederland werkten plezierig samen. Dat leidde tot een aantal goede stukken van haar hand. Hier treft u er een aantal aan. Speciaal dit fraaie stuk over Jeanette Winterson viel toen erg in de smaak.

    Pauline was zelf ook schrijfster. In 2005 publiceerde ze in eigen beheer de roman Van de wereld en in 2014 bij uitgeverij Elikser Tommie, een vlinder achter glas, over haar broertje, dat in 1979 op 11-jarige leeftijd stierf.

    Nu is dan uiteindelijk Donkerblonde dochter gepubliceerd bij Elikser.

    De tekst op de achterflap:

    ‘Ik zie het meer zo: er is een familiepatroon waar ik nu eenmaal deel van uitmaak. Maar ik moet ervoor zorgen dat ik eruit kan stappen als ik dat wil en dat ik dan even buitenstaander kan zijn. Ik wil er best onderdeel van zijn, maar ik wil er niet door overweldigd worden. Ik moet mijn eigen beslissingen nemen en ik moet de dingen op mijn manier doen.”

    Heleen en Bijou groeien op in Den Haag en worden vriendinnen in Zutphen tijdens hun studie. Samen en op hun eigen manier proberen ze hun leven vorm en kleur te geven in een wereld waarin persoonlijke en collectieve trauma’s generaties lang doorwerken, maar er altijd ruimte is voor liefde, kunst, schoonheid en humor.

    In haar laatste levensjaar schreef Pauline van der Lans een rijke, sfeervolle roman, waarin ze haar eigen levensverhaal fijnzinnig heeft verweven. Ze brengt twee sterke vrouwen met Indische wortels tot leven en neemt de lezer mee in haar kritische en originele reflecties op thema’s als gender en etniciteit. In haar beeldende stijl schildert ze prachtige sfeerimpressies van de plaatsen en tijden waarin ook haar eigen leven zich afspeelde.’

    Wij kijken met  plezier terug op onze samenwerking met Pauline van der Lans.

    Haar boeken zijn hier te verkrijgen.

     

  • Opnieuw Internationale roem voor auteur Gerbrand Bakker

    Het leven van een auteur is volkomen onvoorspelbaar. Dat blijkt maar weer uit de laatste aflevering Benali Boekt waarin Gerbrand Bakker vertelt dat (nadat hij in 1999 debuteerde met Perenbomen bloeien wit) jaren heeft lopen leuren met het manuscript van Boven is het stil. Wellicht dat redacteuren op een verkeerd spoor werden gezet door de toenmalige   titel van het manuscript Henk. Dat Gerbrand Bakker en zijn vrienden de moed niet opgaven het boek onder de aandacht te brengen levert hem heden ten dage opnieuw internationale en waarderende  kritiek op.

    In de editie van 11 maart ( later deze week in Nederland te verkrijgen) van het weekblad The New Yorker wordt De omweg vertaald als Ten White Geese besproken. In de korte recensie wordt Bakker gecomplimenteerd om zijn ‘duistere en koele’ stijl van schrijven. Bakker won voor Boven is het stil (The Twin) in 2010 al eens de IMPAC Dublin Literary Award, de grootste internationale literaire prijs voor een literair werk.

    Vervolgens is Bakker met De omweg in Engeland getiteld, The Detour op de longlist terecht gekomen van het Britse Foreign Fiction Prize 2013, de jaarlijkse prijs voor het beste in het Engels vertaalde werk. De shortlist wordt op 11 mei bekendgemaakt. Ook Laurent Binet, Orhan Pamuk en Karl Ove Knausgaard zijn voor deze prijs genomineerd.

    I. v/d Graaf

     

  • Volgens jury BNG Literatuur Prijs was 2012 in literair opzicht een tam jaar

    De genomineerden voor de BNG Literatuurprijs 2012 zijn Auke Hulst (1975) met Kinderen van het ruige land, Christiaan Weijts (1976) met Euforie en de twee Vlaamse schrijversJoost Vandecasteele (1979) met Massa en Annelies Verbeke (1976) met de verhalenbundel Veronderstellingen.

    De jury nomineerde dit jaar uit het aanbod van 21 inzendingen slechts vier auteurs voor de prijs. Er werd door de jury een kanttekening gemaakt over de kwaliteit en de durf van de inzendingen. Volgens het juryrapport: ‘In literair opzicht was 2012 een tam jaar. Niet alleen in absolute zin verschenen er minder romans van jonge schrijvers, ook inhoudelijk gezien maakte de opbrengst een voorzichtige en gedweeë indruk.

    Opvallend vaak was de blik naar binnen gericht; op de kleine beschermde wereld van de personages en hun dikwijls prille gevoelsleven. Kwamen grotere visioenen nauwelijks over het voetlicht doordat ook uitgevers in tijden van crises op safe spelen en derhalve nalaten met lef te investeren?’ De jury heeft ervoor gekozen auteurs te nomineren die laten zien dat zij iets te vertellen hebben over de tijd waarin we leven. ‘Hun werk prikkelt, zindert, gromt en laat zo nu en dan de tanden zien.’

    De BNG Literatuur Prijs is een oeuvreprijs die in 2005 door literair agent Paul Sebes in het leven werd geroepen en is bedoeld om niet doorgebroken jonge auteurs mentaal en financiëel aan te moediging. Kandidaten voor deze prijs moeten Nederlandstalige auteurs zijn, geboren in 1972 of later, twee of meer literaire prozawerken op hun naam hebben staan en nog niet doorgebroken zijn, geen grote literaire prijs hebben gewonnen en waarvan tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 een nieuw boek is verschenen. De winnaar ontvangt 15.000 euro.

    De jury van de prijs, bestaande uit Marja van der Tas, Han Ceelen, Daniëlle Serdijn, Jeroen Vullings en Ward Wijndelts, zegt in een persbericht teleurgesteld te zijn in de kwaliteit van de inzendingen.

    Op donderdag 7 februari 2013 wordt de BNG Nieuwe Literatuur Prijs uitgereikt in de Amstelkerk op het Amstelveld, te Amsterdam.

    Eerdere winnaars van de BNG Literatuur Prijs waren Jan van Mersbergen (2011), Gustaaf Peek (2010), Carolina Trujillo (2009), Rachida Lamrabet (2008), Sanneke van Hassel (2007), Yves Petry (2006) en Esther Gerritsen (2005).

    Meer over de keuze van de jury is hier te lezen.

     

  • Biografie J.M. Coetzee, Een schrijversleven – J.C. Kannemeyer

    Onlangs verschenen

    De biografie van J.M. Coetzee door J.C. Kannemeyer. In deze diepgaande biografie wordt  de wereld en wandel van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gevolgd van Zuid-Afrika tot Groot-Brittannië en van de Verenigde Staten tot Australië. Hij belicht de politieke en sociale achter gronden van Coetzees oeuvre net zo uitvoerig als diens persoonlijke geschiedenis. Omdat de schrijver zijn medewerking verleende, had Kannemeyer toegang tot de meest uiteenlopende bronnen, wat verrassende inzichten in Coetzees werk en werkwijze opleverde. De biografie geeft een beeld van een bewogen leven in een verscheurde eeuw en laat zien hoe John Maxwell Coetzee zich heeft ontwikkeld van docent Engelse letterkunde tot een van de belangrijkste auteurs van onze tijd.

     Over de schrijver van onder andere de meesterwerken In ongenade en Wachten op de barbaren is weinig bekend. Deze grondige eerste biografie verandert dat. Kannemeyers boek bevat veel foto’s uit het archief van de familie Coetzee en een schat aan nooit eerder gepubliceerd materiaal, van Coetzees eerste gedichten tot fragmenten uit zijn masterscriptie, van redevoeringen tot brieven. Zo ontstaat voor de lezer een zo compleet mogelijk beeld van Coetzees werk en geschiedenis, vanaf het moment dat zijn Nederlandse voorouders zich in de zeventiende eeuw in Zuid-Afrika vestigden, tot aan zijn huidige verblijf in Australië.

    John Christoffel Kannemeyer (1939-2011) was als academicus een autoriteit op het gebied van de Afrikaanse literatuur en de schrijver van meerdere veelgeprezen biografieën over Afrikaanse auteurs. Daarnaast publiceerde hij talloze studies over de geschiedenis van de Afrikaanse literatuur. Voor zijn biografieën en literaire essays ontving hij onder andere de Recht Malan Prize, de C. Louis Leipoldt-prijs, en een eredoctoraat aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij overleed kort na de voltooiing van deze biografie. ‘Deze biografie is een uiterst indrukwekkende onderneming. Het boek voorziet de lezer van een immense  hoeveelheid informatie die voorheen ontoegankelijk was, en werpt een nieuw licht op het schrijverschap van J.M. Coetzee.’ – Derek Attridge.       

    Biografie; J.M. Coetzee, Een schrijversleven

    J.C. Kannemeyer
    Vertaald door Joost Poort-Prijs
    Prijs: € 45,-
    Uitgeverij Cossee

     

  • In memorium Rutger Kopland (1934-2012)

    Door Ingrid van der Graaf

    Vorige week overleed in de nacht van 11 op 12 juli de dichter  Rutger Kopland, pseudoniem van de psychiater Rudi van den Hoofdakker. Rutger Kopland werd 77 jaar en publiceerde sinds 1966 meer dan tien poëziebundels en essays. In 1988 ontving hij de PC Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre en in 1998 de VSB Poëzieprijs. Voor zowel zijn kunst als zijn wetenschappelijke prestaties ontving hij twee eredoctoraten.

    Maar hij paste voor een koninklijke onderscheiding. ”Mensen die krom liggen voor het buurthuis of zich belangeloos inzetten voor de lokale sportclub verdienen een lintje”, aldus Kopland in 2005. Evenals de eer om als Dichter des Vaderlands op te treden, liet hij aan zich voorbij gaan. Kopland leefde na een ernstig auto-ongeluk in december 2005 zeer teruggetrokken en trad nauwelijks meer in het openbaar op.

    Als psychiater was Kopland een autoriteit op het gebied van depressiebestrijding. Van 1981 tot 1995 was hij hoogleraar biologische psychiatrie. Tijdens zijn hele loopbaan streed hij voor de erkenning van de ‘zachte krachten in de geneeskunde’, zoals hij dat noemde. ‘Men hoeft geen wereldvreemde holist te zijn om toe te geven dat voor de analyse van een medisch probleem een stethoscoop, een bloedmonster en een scan vrijwel nooit voldoende zijn. Er is zoiets als een gesprek nodig,’ aldus Kopland.

    Kopland debuteerde destijds in Tirade en in 1966 kwam zijn eerste bundel Onder het vee uit.
    Verder publiceerde hij:
    Het orgeltje van yesterday, 1968
    Alles op de fiets, 1969
    Wie wat vindt heeft slecht gezocht, 1972
    Een lege plek om te blijven, 1975
    Al die mooie beloften, 1978
    Dit uitzicht, 1982
    Voor het verdwijnt en daarna, 1985
    Dankzij de dingen, 1989
    Geduldig gereedschap, 1993
    Het mechaniek van de ontroering. Essays over de esthetische ervaringen in poëzie en wetenschap, 1995
    Tot het ons loslaat, 1997
    Over het verlangen naar een sigaret, 2001
    Twee ambachten. Essays over psychiatrie van poëzie, 2003
    Een man in de tuin, 2004
    Verzamelde gedichten, 2006
    Toen ik dit zag, 2008
    Inleiding in de ‘Patafysica, 2010

    Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits en Engels.

    In de Surinamestraat in Den Haag werd op 31 maart 2012 een muurgedicht van Kopland onthuld door wethouder Marjolein de Jong. Het gedicht staat op een blinde muur van het Hofje van Schuddegeest, eigendom van de Koninklijke Haagse Woningvereniging 1854. Gerrit Noordzij bracht de tekst aan. Twee van zijn gedichten zijn sinds 2000 ook gebeiteld in een ijzeren plaat aan de achtermuur van de Steile Tuin in het Arnhemse Sonsbeekpark.

    Het Letterkundig Museum in Den Haag brengt een hommage aan de dichter. Kopland schonk in 2006 een groot deel van zijn literaire archief aan het museuM.

    In November 2011 werd er een symposium gehouden over de levensbeschouwlijke aspecten in het werk van Rutger Kopland. Waarvan hier een verslag geschreven door Heleen Rippen.

    De literaire website Tzum plaatste een mooi I.M. Rutger Kopland van Coen Peppelenbos.

    Op de site van Van Oorschot memoreert Wouter van Oorschot dat Rutger Kopland, een van de auteurs was die de uitgeverij trouw bleef na de dood van  zijn ouders. ‘Van alle door mijn ouders uitgegeven auteurs die de uitgeverij trouw bleven na de dood van mijn vader in 1987, was Rutger Kopland als laatste nog in leven.’

    Beluister hier het gesprek op radio 1 met Menno Hartman, hij was de redacteur van Kopland bij uitgeverij Van Oorschot.

     

  • Illustrator en kinderboekenschrijver Maurice Sendak overleden

    door Ingrid van der Graaf

    Dinsdag 8 mei is Maurice Sendak  op 83 jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van een beroerte. De in Brooklyn geboren kinderboekenschrijver, illustrator en veelzijdig kunstenaar illustreerde vele boeken en schreef enkele tientallen titels.

    Hij illustreerde onder meer verhalen van de Gebroeders Grimm, Andersen, Tolstoi, Randall Jarrell, Robert Graves en Isaac Bashevis Singer, die pas op latere leeftijd verhalen voor kinderen schreef. Ook illustreerde hij  de enigszins brave maar zeer geliefde verhalen van Kleine beer van Else Holmelund Minarik.

    Zijn bekendste creatie is wel Where the Wild Things Are, over het jongetje Max, dat op avontuur gaat in zijn eigen verbeelding en in het Nederlands vertaald werd als Max en de Maximonsters. Drie jaar geleden werd het boek succesvol verfilmd met medewerking van Dave Eggers. Eggers schreef daarna op verzoek van Sendak een op zijn boek geïnspireerd verhaal voor alle leeftijden dat in Nederland verscheen als Max (en de Wild Things).

    Sendak was in 2003 de eerste winnaar, samen met de schrijfster Christine Nöstlinger van de Astrid Lindgren Award. Volgens de jury heeft Sendak als geen ander de mogelijkheden van het prentenboek als verhalend medium ontwikkeld.

    Naast het schrijven en illustreren van kinderboeken creëerde hij kostuums voor balletuitvoeringen, deed de dramaturgie voor opera’s, was producer voor tekenfilms en ontwierp een versie van de Notenkraker die later als film op televisie werd vertoond. Ook schreef hij mee aan de Amerikaanse versie van de Tsjechische opera Brundibar. Naar eigen zeggen was hij met dat stuk het dichtst in de buurt van een ‘perfect geesteskind’ gekomen.

     

  • Leonard Nolens wint Prijs der Nederlandse Letteren

    Door Ingrid van der Graaf

    In de uitverkochte Bourla schouwburg te Antwerpen waar woensdagavond de 65ste verjaardag van Leonard Nolens werd gevierd, maakte de Vlaamse minister van Onderwijs en voorzitter van het Comité van Ministers van de Taalunie Pascal Smet bekend dat Nolens  de Prijs der Nederlandse Letteren dit najaar uit handen van Koningin Beatrix zal ontvangen.

    Eerder die dag werd de Vlaamse dichter en dagboekschrijver Leonard Nolens (1947) overdonderd toen hem per telefoon bericht werd dat hij de Prijs der Nederlandse Letteren dit jaar zal ontvangen. Hij zat in zijn werkkamer toen minister Smet hem belde: ‘Het was of de buitenwereld op een onwezenlijke manier binnenkwam’.
    Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 40.000 euro.

    Nolens debuteerde in 1969 met Orpheushanden en wordt beschouwd als een van de belangrijkste nog in leven zijnde Nederlandstalige dichters. Hij heeft sinds zijn debuut een zeer indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Zijn bundel Liefdes verklaringen (1990) werd in Nederland bekroond met de Jan Campertprijs en in België met de Driejaarlijkse Staatsprijs. In 1997 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. In 2008 werd hem de VSB Poëzieprijs toegekend. Zijn laatste bundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen verscheen in 2011.

    De jury noemt Nolens ‘uitzonderlijk dichter en zeer begenadigd voorlezer’ die ‘het Nederlands opnieuw zingen’. Ook wordt zijn werk gekenmerkt als ‘een levenslange worsteling in taal en een zoektocht naar de eigen identiteit en die van de ander’.

    De Prijs der Nederlandse Letteren wordt om de drie jaar toegekent door het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie. De prijs onderscheidt auteurs van belangrijke en oorspronkelijk in het Nederlands geschreven letterkundige werken. De prijs wordt toegekend voor het gehele oeuvre van een schrijver of voor een apart werk in de genres poëzie, verhalend proza of drama. De bekroonde auteur ontvangt de prijs beurtelings uit de handen van een lid van het Belgische of het Nederlandse koningshuis.

    De jury bestaat dit jaar uit Herman Pleij (voorzitter), emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, Universiteit van Amsterdam; Chandra van Binnendijk, publicist, redacteur in Suriname; Leen van Dijck, directeur Letterenhuis Antwerpen; Iris van Erve, docent Nederlands, hoofdredacteur Passionate Magazine, adviseur Nederlands Letterenfonds; Judit Gera, hoogleraar moderne Nederlandse Letteren aan de Universiteit van Boedapest, literair vertaler; Ruth Joos, radiomaker bij de VRT; Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren Universiteit van Amsterdam; Hans Vandevoorde, docent Nederlandse literatuur Vrije Universiteit Brussel.

    Nolens geeft niet graag interviews, hij is geen prater omdat hij al veertig jaar geen beroep uitoefend waarbij je andere mensen ontmoet, zoals hij zelf zegt. Vorig jaar maart gaf hij naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe bundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen op de Belgische radio een interview met Ruth Joos dat als een bijzonder radiomoment de wereld in ging. Luiteren naar de stilte.

     

  • Frans Kellendonk lezing door Bart Moeyaert: 'Bestaan kan iedereen'

    door Ingrid van der Graaf

    De Frans Kellendonklezing is een literaire lezing die sinds 1992 jaarlijks georganiseerd wordt door de Radboud Universiteit te Nijmegen ter nagedachtenis aan de auteur Frans Kellendonk, die er student en docent was.

    Bestaan kan iedereen is de titel van de Frans Kellendonk Lezing 2012 die op maandag 27 februari aan de Radboud Universiteit Nijmegen werd uitgesproken door de dichter, romancier en essayist Bart Moeyaert. In de lezing gaat Moeyaert in op de vraag wat de taak van de schrijver is. En hoe genuanceerd engagement kan zijn.

    ‘Bestaan kan iedereen. Er zijn vraagt moed.’ Zo luiden de eerste regels van het gedicht ‘Kies’ uit Moeyaerts bundel Gedichten voor gelukkige mensen (2006).  Een gedicht dat pleit voor omzichtig formuleren, voor de nuance. Dat die nuance toen, en ook nu, vaak zoek is in het maatschappelijk debat is één ding. De vraag die Moeyaert stelt, is hoe de kunstenaar zijn engagement kan formuleren. Kan dat nog omzichtig? Wordt hij dan gehoord? Of móet hij omzichtig zijn – en toont hij daarmee juist zijn moed?

    De rode draad van de lezing wordt gevormd door de zeldzame ontmoetingen van Bart Moeyaert met Frans Kellendonk aan het eind van de jaren tachtig. En door de vragen die hij hem nu zou willen stellen. Zoals wanneer het tot Kellendonk doordrong wat zijn werk veroorzaakte bij anderen. En wat dat besef vervolgens weer met hem deed. Of het bij hem, zoals bij Moeyaert zelf, ook tot de constatering leidde dat ‘bestaan’ voor de schrijver niet voldoende is – dat die het aan zichzelf verplicht is ’te zijn’. Omzichtig, genuanceerd en zuiver formulerend. En op die manier anderen het schaamrood op de kaken jagend.

    In Bestaan kan iedereen vormen de zeldzame ontmoetingen van Bart Moeyaert met Frans
    Kellendonk aan het eind van de jaren tachtig de rode draad van een lezing die vanuit de persoonlijke geschiedenis en de eigen werkkamer uitzoemt naar de hele literaire wereld en de maatschappij waarin we leven en waarbinnen de literatuur moet zien te functioneren. Met als belangrijkste vraag of schrijvers van nu wel diep genoeg nadenken over wie, hoe
    en wat ze zijn.

     De PDF van de Kellendonklezing is  hier
     te downloaden.

  • In memoriam Anil Ramdas (1958-2012)

    Op donderdag 16 februari heeft de Surinaams-Nederlandse journalist, essayist en schrijver Anil Ramdas op 54 jarige leeftijd een einde aan zijn leven gemaakt. Anil Ramdas was de zoon van een onderwijzer en een radiomaakster. Hij groeide op in Suriname en vertrok in 1977 naar Amsterdam om te studeren. Ramdas was politiek en maatschappelijk een zeer betrokken persoon en stelde zich op als voorvechter van de multiculturele samenleving van Nederland.

    In 1989 werd Anil Ramdas redacteur bij De Groene Amsterdammer en in 1992 ging hij als columnist, essayist en reisverslaggever werken voor NRC Handelsblad. Vanaf 1994 presenteerde hij verschillende programma’s voor de VPRO waaronder, In mijn vaders huis, (serie interviews met denkers over de botsing van culturen en de rol van de wetenschap en media daarin), Zilte stranden en sinds september 2010 het opninie programma Z.O.Z.. Woensdag 15 februari werd (naar later bleek) de laatste uitzending van Z.O.Z. met Ramdas opgenomen. Naar de VPRO liet weten, was Ramdas zelf erg trots op deze aflevering.

    In 1993 hield Anil Ramdas de Den Uyl-lezing. Van 2000 tot 2003 was hij correspondent voor NRC Handelsblad in New Delhi. Voor hem waren zijn jaren in India het hoogtepunt van zijn turbulente loopbaan als journalist, schrijver. Terug in Nederland was hij van 2003 tot en met 2005 directeur van debatcentrum De Balie in Amsterdam. In 2007 ging hij voor  een jaar naar Paramaribo om er een boek te schrijven waarover hij zelf zei:  “Een serieus reisverhaal vereist een intensieve kijk op de wereld. Dat vergt het risico om ergens een jaar te gaan zitten. Dat deed ik met Paramaribo, maar het was geen aangename ervaring.”
    In 2009 verscheen het boek Paramaribo. De vrolijkste stad in de jungle.
    “Dit boek is de droevige en soms hilarische neerslag van zijn indrukken en ervaringen”, zo is de omschrijving van Wim Brands, presentator van het programma Boeken waarvan hier de weergave van het gesprek met Ramdas over zijn boek Paramaribo.

    Vorig jaar debuteerde Anil Ramdas als romanschrijver met Badal. Daarover zei hij in een interview (29-07-11) met Elsbeth Ettty dat Badal naar zijn eigen beeld was geschapen: ‘Ik volg in de roman de Wikipedia-gegevens van Anil Ramdas, ik gebruik veel van zijn reizen en indrukken, maar ik heb ze verdraaid of uitvergroot.’
    Op 22 december 2011 schreef Ramdas zijn laatste bijdrage voor de rubriek ‘De reizende commentator’ van NRC Handelsblad.

     

     


    Werken van Anil Ramdas:

    1985De factor arbeid op Curaçao: een analyse in histories perspectief in: Brasia vol. 6 nr. 5
    1987 – De dans en de dansers: biografiese vertellingen uit Curaçao over voorstellingen van man-vrouw verhoudingen
    1987 – Goden en marionetten. Een verkenning van ideologie, discours, subjectiviteit afstudeerscriptie (zonder publicatie)
    1987 – Zekerheid en eenzaamheid in het huishouden; Mannen en vrouwen in de productie en de consumptie onderzoeksverslag (zonder publicatie)
    1988 – De strijd van de dansers, biografische vertellingen uit Curaçao uitgeverij SUA (verkorte versie herdrukt door Rainbow Pocketboeken / Maarten Muntinga BV, 1994)
    1988 – Laclau/Mouffe en de Marxisten: een verhouding van liefde en haat. s.n. (voor tijdschrift ‘Krisis’)
    1992 – De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea, essays, De Bezige Bij.
    1992 – Tussen de regels: vluchtelingen en detentie met Thomas Spijkerboer, in: NJCM-bulletin; vol. 17, afl. 1, pag. 15-34
    1993 – In Mijn Vaders Huis, deel 1 Mets
    1994 – In Mijn Vaders Huis, deel 2 Mets
    1994 – Het besluit van Mai novelle, De Bezige Bij.
    1995 – Een Surinaamse Ballade:’wel de snack maar niet de saus’, verslagen en foto’s (van Fred van Dijk) van reizen naar Suriname, De Bezige Bij
    1996 – De beroepsherinneraar en andere verhalen, essays en verhalen, De Bezige Bij
    1996 – De kracht van cultuur: onze creatieve verscheidenheid; Commentaren bij het Rapport van de Wereldcommissie voor Cultuur en Ontwikkeling (met anderen) Koninklijk Instituut voor de Tropen
    2000 – Het geheugen van de stad levensverhalen van migrantenfamilies, in opdracht van Wereldmuseum Rotterdam, uitgeverij Balans
    2004 – Zonder liefde valt best te leven, correspondentie uit India opstellen over de rol van de journalist in vreemde culturen, De Bezige Bij
    2005 – Culturele diversiteit en de media, Katholiek Instituut voor Massamedia (KIM)
    2008 – Weg uit Babylon, verhalen en essays over culturele miscommunicatie, samengesteld door Rachida Azough en Anil Ramdas, uitgeverij Augustus
    2009 – Paramaribo: de vrolijkste stad in de jungle De Bezige Bij. Vijfde druk 2010
    2011 – Badal De Bezige Bij

     


    Lees hier een bespreking  (interview) met Anil Ramdas over zijn debuutroman Badal op Recensieweb.nl.

    Foto: Katrijn Van Giel

     

  • In memoriam Doeschka Meijsing (1947-2012)

    ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’

    Maandag 30 januari overleed de schrijfster Doeschka Meijsing op 64 jarige leeftijd. Mijn boekenkast als stille getuige dat ik haar kende; De hanen en andere verhalen, Robinson, Tijger, tijger!, De beproeving, Vuur en zijde, 100 % chemie en Over de liefde, stonden met hun ruggen, opeens lichtelijk verschrokken naar me toe. Alsof ze te lang vergeten stonden. Doeschka Meijsing, haar naam alleen al steeg uit boven andere schrijvers, die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig debuteerden. Robinson was het eerste boek dat ik van haar las en het was prachtig, terughoudend en bedacht maar tegelijkertijd vrij rebellerend.

    Doeschka Meijsing werd geboren onder de naam Maria Johanna Meijsing in Eindhoven op 21 oktober 1947 als tweede kind in een gezin van vier kinderen. Begin jaren vijftig verhuisde het gezin naar Haarlem. Ze vertrok naar Amsterdam toen ze Nederlands en literatuurwetenschap ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In die tijd schreef ze verhalen en gedichten en op 22 jarige leeftijd debuteerde ze in het literaire tijdschrift Podium. Na haar studie gaf ze van 1971 tot 1976 les aan het St. Ignatiusgymnasium en tot 1978 was ze wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. In 1978, ze had toen al drie boeken gepubliceerd, trad ze toe tot de redactie van de boekenbijlage van Vrij Nederland en in 1989 werd ze literatuurredacteur van opinieblad Elsevier.

    Ze schreef zo’n 20 boeken waaronder verhalen, romans, gedichten en essays. Met  haar jongere broer, Geerten Meijsing schreef ze in 2005 Moord & doodslag. Voor haar werk  ontving ze verschillende prijzen waaronder de Annie Romeinprijs in 1997 voor haar gehele oeuvre en in 2008 werd Over de liefde met meerdere prijzen bekroond: AKO Literatuurprijs, F. Bordewijkprijs en Opzij Literatuurprijs.
    Doeschka Meijsing schreef een aanzienlijk en respectabel oeuvre bij elkaar. Deze maand zou haar nieuwe verhalenbundel Het kauwgomkind uitkomen maar volgens uitgeverij Querido heeft ze het boek niet kunnen voltooien.

    In haar laatste boek, Over de liefde (2008), waarmee ze volgens sommigen pas echt doorbrak, (wee degene, die haar daarvoor niet kende), roept Meijsing dezelfde onherroepelijkheid op als in haar eerste roman Robinson. In Over de liefde begint Meijsing de derde alinea met: ‘Iemand had, buiten mijn weten, mijn leven overhoop geschopt en mijn toekomst aan diggelen.’ In die sfeer opende ze ook haar eerste roman (Robinson): ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’ De onomkeerbaarheid van het lot, al doe je nog zo je best, het neemt je altijd onverwacht te grazen. Haar personages zijn immer zoekende en worstelen met de werkelijkheid maar gingen er nooit aan onderdoor. Op 30 januari bepaalde het lot anders en overleed Doeschka Meijsing na een zware operatie. Een belangrijk schrijfster is heengegaan. Haar boeken blijven, fier rechtop in de boekenkast en hopelijk zullen veel van haar titels een herdruk beleven.

     

     

  • Mijn naam is Legioen – Menno Wigman

    Gesignaleerd door de redactie:

    Mijn naam is Legioen is Menno Wigmans eerste dichtbundel sinds zes jaar. ‘Ik leefde snel en telde af, dat was toen mode’, dicht Wigman in zijn nieuwe bundel. De dandy van de desillusie, zoals een criticus hem ooit noemde, kijkt terug op de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw en doet dat in vastberaden, aangrijpende en soms ronduit pijnlijke gedichten.

    Of Wigman nu over chatrooms, porno, tuincentra, massavaccinaties of jeugdvandalisme schrijft, steeds is zijn toon die van een klassieke dichter en maken zijn gedichten de indruk er altijd al te zijn geweest. Zoals Guus Middag in nrc Handelsblad schreef: ‘Wigman wil als een van de weinigen niet behagen. Hij gaat zijn eigen gang. (…) Hij spreekt voor zichzelf, maar ook meteen voor iedereen – dat is het bijzondere.’

    Menno Wigman (1966) is dichter, vertaler en essayist. Voor hij in 1997 met ‘s Zomers stinken alle steden debuteerde, gaf hij in 1984 zijn eerste bundel Zaad en as in eigen
    beheer uit. Zijn dichtwerk wordt gewaardeerd om het muzikale ritme en schijnbare eenvoud waarmee ze geschreven zijn. Voor zijn tweede bundel Zwart als kaviaar (2001) ontving hij in 2002 de Jan Campert-prijs. Naast dichter is Wigman vertaler (van o.a. Baudelaire’s  De bloemen van het kwaad) en redacteur van het poëzietijdschrift Awater en Meulenhoffs dagkalender van de poëzie. Hieronder een gedicht uit de bundel De droefenis van copyrettes. Een keuze uit eigen werk (2009) van Menno Wigman.

    Levensloop
    Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
    Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

    de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
    mijn vader die zich in een blazer hees,

    het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
    Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

    zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
    nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

    zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
    correct, zijn ogen dapper op de weg.

    Geen zin in dom geworstel met de dood.
    Hoe alles wat ik nog te zeggen had

    onder de wielen van de tijd wegstoof.

     

    Op 26 januari 2012 draagt Menno Wigman zijn gedichten voor in het Huis van Poëzie. En op wo. 11 januari  sprak Jeroen van Kan met Menno Wigman over zijn nieuwe bundel. programma.vpro.nl/deavonden/Dossiers/Boeken.html?

     

     

  • Snijderseiland – Juliën Holtrigter

    door Ingrid van der Graaf

    Winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011, Juliën Holtrigter komt begin februari met een nieuwe gedichtenbundel, getiteld Snijderseiland. De Turingprijs won hij voor zijn gedicht Onder de sterren, dat u hieronder kunt lezen.

    ‘Onder de sterren
    Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
    liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
    De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

    Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
    Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
    een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

    Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
    bij machte terug te keren.
    En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
    boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
    met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
    weg te zuigen. Daar lag ik.

    Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
    niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
    en papier.’

    Juliën Holtrigter (pseudoniem Henk van Loenen) publiceerde onder meer in Maatstaf, Tirade, Hollands Maandblad en Poëziekrant. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaiek. Gevolgd door: Het verlangen te verdwalen (2004), Het stilteregister (2006) en Het feest van de schemer ( 2009), bij uitgeverij De Harmonie waar ook zijn  vijfde bundel Snijderseiland verschijnt. De gedichten van Holtrigter verbeelden een rusteloos zoeken waarbij alledaagsheid verwordt tot geheimzinnige onwerkelijkheid.
    Holtrigter over zijn werk: ‘Wat ik opschrijf lijkt bij nader inzien het verslag van een reis. Het blijkt een zoeken te zijn naar wat zich achter de zichtbare werkelijkheid bevindt. Het is ook een relaas over pogingen tot onthechting en overgave.’ Steeds dringt zich een werkelijkheid op die groter is dan de waarneembare, maar die toch met handen en voeten aan die waarneembare werkelijkheid vastzit. Het is juist het aardse besef dat het besef van het bovenaardse oproept. Naast dichter is Holtrigter onder zijn eigen naam Henk van Loenen ook beeldend kunstenaar. Zijn beeldend werk bestaat hoofdzakelijk uit tekeningen en schilderijen in acryl op linnen en papier. Ook schildert hij in olieverf op linnen. Zijn werk is kenmerkend om zijn abstracte en tevens herkenbare vormen waarbinnen de menselijke figuur een belangrijk thema/motief is.

    Uit zijn binnenkort te verschijnen bundel Snijderseiland is het volgende gedicht:

    ‘Het licht
    Wakker geworden.
    De blinden zijn dicht maar het licht,
    soeverein,
    glipt door de kieren naar binnen.

    Ik stap naar buiten.
    Ik ruik het, ga liggen.

    Springlevend word ik gebalsemd,
    gewiegd als een prehistorische koning,
    geaaid als een veulen, ik adem.’

    Holtrigter won in 2003 de VU-Podium Poëzieprijs voor Dichter en onlangs de Concept Poezieprijs 2011 het gedicht Het laatste huis.

    De pers over Het feest van de schemer: ‘De smaak van deze gedichten is wonderlijk, soms een beetje bureaucratisch en stijf maar dan weer met een gekke, hier en daar haast surrealistische afdronk (….). Ik ken eerlijk gezegd geen dichter in Nederland met zulke visioenen.’ Rob Schouten in Awater, november 2009

    Ter attentie: het hierbovengeplaatste cover betreft niet de aangekondigde bundel Snijderseiland maar is de cover van Holtrigters laatste bundel uit 2009, Het feest van de schemer.

    Snijderseiland
    Juliën Holtrigter
    Blz: 48
    Prijs: 14,90
    Verschijnt begin februari bij: De Harmonie

    Voor meer inormatie bezoek de site van www.deharmonie.nl en www.henkvanloenen.nl