Op een terras in Tilburg rust ik uit van mijn omzwervingen over de jaarlijkse boekenmarkt en lees een boek van Wim Daniëls dat ik zojuist gekocht heb. Hartje Helmond, een dichtbundel over mijn geboortestad. Ik waan me weer terug in Helmond en ik volg het spoor van Daniëls door de Heistraat, de Molenstraat en over de Steenweg waar ik zo vaak gelopen en gefietst heb. Als er ineens een jonge vrouw voor me staat om mijn bestelling op te nemen, antwoord ik automatisch in het dialect van mijn jeugd. Ik ben vergeten waar ik me bevind. Ze spert haar ogen wijd open en staart me aan alsof ik van Mars kom. Ze verstaat me niet, zegt ze. In één klap ben ik terug op het terras. Toe nou meid, we zijn nog steeds in Brabant en het Tilburgse dialect mag dan niet zo schurend zijn als het Helmonds, het is er niet zo vreemd aan hoor. Maar misschien is ze wat we in Brabant zo onvriendelijk ‘Hoog-Hollandse import’ noemen, van over de grote rivieren. Dus herhaal ik mijn verzoek in standaard Nederlands. Als ze mijn kopje koffie gebracht heeft, vraag ik me af of ik zojuist inderdaad lijfelijk op een andere plek was? Zou ik de gave van bilocatie gekregen hebben, alleen omdat ik een boek las? Het zou me niet verwonderen.
Je kunt door te lezen Zeven jaar in Tibet doorbrengen, of een Omweg naar Santiago maken, je warmen aan Kampvuren langs den evenaar, je kunt Terug naar Oegstgeest, of met de Nachttrein naar Lissabon gaan. Je kunt de hele wereld zien zonder ook maar een stap te zetten. Niet alleen laat literatuur je reizen in de dimensie van ruimte, maar ook nog eens in tijd. De vraag die op het labeltje van een theezakje wel eens gesteld wordt, ‘in welke tijd zou je het liefste willen leven’, kun je alleen beantwoorden als je boeken over het verleden gelezen hebt en een idee hebt van hoe het leven toen geweest moet zijn. Of boeken in het genre sciencefiction, als je liever naar de toekomst reist. De wereld en alles daarbuiten ligt voor je open zonder dat je een stap hoeft te zetten. De dichter Daniël Billiet heeft dat zo mooi beschreven in zijn gedicht ‘Wat boeken doen’.
‘Ook de stoel kan niet meer
blijven zitten.
Zo woelen woorden
zich los van de zinnen, vlammen
op in mij, binden mij
vleugels aan, zingen van de wereld
in dit boek.
Mijn lezen vreet de kamer
leeg. Nu duurt nu geen ogenblik
maar uren avonturen.
Het raam barst open
en voert mij, ontvoert mij
naar de hele wereld buiten
in mijn boek.’
De kracht van literatuur brengt je naar andere landen, andere tijden, buiten jezelf. Ze bracht mij in ieder geval helemaal naar huis terug. De jonge vrouw komt mijn lege kopje halen en vraagt of alles naar wens was. Ik antwoord niet, ik knik alleen, wij spreken niet dezelfde taal. Ik ben niet eens meer aanwezig, ik ben allang weer weg.
Uit: Moenie worry nie / Daniël Billiet (1999)
Hettie Marzak is poëzierecensent, zij schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.































































