Ik had er een mailtje over ontvangen. Dat het dinsdag met de post bezorgd zou worden. Ik had me er maanden geleden – online – op geabonneerd zonder te weten wat het zou worden. Dat kwam door de namen die er aan verbonden waren en die andere tijden deden herleven. Maar vooral wakkerde het de weemoed aan, naar toen verschillende bladen nog een eigen stem hadden. Naar boekenbijlagen waar je het hele weekend mee deed. Toen het weekend nog zin had. Je las je het weekend in, beginnend op vrijdagavond, met de opinies en de boeken. Nu hap snap ik van alles wat mee via – het platgeslagen – socialmedia. Ik mis de boekbesprekingen zoals ze die in de London Review of Books nog kennen. Besprekingen waarin je verdwaalt, meegaat, verder graaft dan je zelf zou komen en daar dan een weekend of een week op teren kon. Waarin de kritieken je konden doen huiveren omdat je aspiraties had. Nu huivert niemand meer, is hooguit verongelijkt.

Deze nieuwe krant ‘Dwars met een glimlach’ zal het helemaal hebben. Oh oh, die verwachtingen Een toon van bevrijding en woorden waardoor de moed voor even weer wordt opgevijzeld. Ik lees me van, woord van de redactie – over het hoe en waarom van deze krant – tot de achterpagina via het essay De comeback van het nepnieuws. Een stuk over peilingen en Petra van Alten interviewt Lucas Waagmeester – correspondent van de NOS en opvolger van Bram Vermeulen- in Turkije. Door de rubriek Achterwaarts heen naar Boeken. Korte stukken, ach, wat een korte stukken over boeken! Een stukje A.L. Snijders, een column van Dresselhuys met veel verongelijktheid. Ik lees, proef en keur en ben er nog niet over uit wat Argus – die alles ziet – me te bieden heeft. Als die boekenrubriek nu maar wat meer om het lijf had! Dan zou het in tegenwicht met de andere bijdragen, wel wat zijn. Vooreerst kom ik de week wel door op de bijdrage van Ingrid Hoogervorst – over de roman van Christophe Boltanski, interview van Van Alten, Snijders altijd en de rubriek Makkelijk praten.
