Er zijn zo van die boeken waardoor je na een eerste lezing wat verweesd achterblijft. Verweesd, of zelfs wat verdwaasd. Wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Wat is de bedoeling van dit werk? Dit was ook de eerste gedachte na het lezen van de novelle De bruidegom was een hond van Yoko Tawada. Slechts 68 bladzijden, maar toch een bizarre leeservaring. Nochtans is de auteur niet van de minste. Tawada is een van de meest gelezen, meest vertaalde en best verkopende Japanse auteurs, die haar werken zowel in het Japans als Duits schrijft. Ze won al verschillende literaire prijzen waaronder de prestigieuze Japanse Akutagawaprijs voor deze novelle. De bruidegom was een hond behoort tot haar vroegere werk en verscheen voor het eerst in 1993. Nu bracht Koppernik het uit in een vertaling van Luk van Haute.
Papieren zakdoekjes
In De bruidegom was een hond maken we kennis met Mitsuko Kitamura, naar eigen zeggen 39 jaar, een dame die haar huis openstelt voor bijlessen. Kinderen gaan met plezier naar de lessen van juf Kitamura ,of naar Klas Viezemura, zoals ze die soms noemen, omdat ze altijd bizarre verhalen vertelt. Zo leert ze de kinderen papieren zakdoekjes te hergebruiken, ook als ze al vochtig zijn en vol met snot, zelfs om daarna hun billetjes mee af te vegen, want dat voelt zo zacht. Of ze vertelt het verhaal van een prinses die een hond had die haar billetjes schoonlikte na het poepen. De kinderen komen thuis met die vreemde verhalen. Ouders roddelen over die vertelsels, bellen elkaar op, maar geloven toch niet alles wat er verteld wordt. Kinderen hebben immers een rijke fantasie en er doen verschillende versies van de verhalen de ronde. Opeens komt er een man in het leven van Mitsuko. Plots is hij daar, begint het huis schoon te maken en heeft veelvuldig seks met haar. Details over de man, Taro genaamd, en zijn achtergrond zijn niet bekend. Ook hierrond ontstaan de wildste verhalen, tot een moeder Mitsuko aanspreekt en zegt dat Taro de weggelopen man is van Ryoko, een vrouw aan de andere kant van de stad. Na een ontmoeting met Ryoko leert Mitsuko dat Taro ook een relatie heeft met de vader van een van haar leerlingen. Het eind is bizar en verrassend.
(Voor)oordelen?
Geruchten leiden een eigen leven en worden ook steeds groter en vreemder. Dat lijkt een van de thema’s te zijn die Tawada meegeeft in deze novelle. Na elke les komt er wel een roddel bij, maar het blijft altijd ‘van horen zeggen’. Wordt de waarheid geweld aangedaan of niet? In lange zinnen, maar toch een zakelijke en nuchtere stijl beschrijft de auteur tot in de details de controversiële handelingen van juf Kitamura. Een handelsmerk van deze populaire Japanse auteur is het schrijven over grenzen: het verschil tussen culturele en geografische grenzen of ook de grenzen tussen droom en werkelijkheid. In De bruidegom was een hond worden de situaties steeds absurder en kan je je als lezer afvragen of er geen grenzen worden overschreden. Waar trek je de grens? Wie oordeelt daarover? Zijn we niet te veel aan het vooroordelen en veroordelen? Het hoofdpersonage Mitsuko lijkt zich niet veel aan te trekken van de grenzen en de lezer krijgt ook een houding van, tja, moet kunnen, toch? Maar wanneer gaat het dan te ver? Is er sprake van grensoverschrijdend gedrag? Ook de ouders in het werkje worstelen hiermee. In elk geval lijkt Tawada te stellen dat het best ok is om anders te zijn, om niet mee te gaan in de conventies en geplogenheden van de heersende maatschappij. Oordelen en veroordelen liggen niet ver uiteen. De invloed van Kafka is ook heel duidelijk aanwezig in haar werk en het kan perfect gerekend worden tot de absurde literatuur, al is Haruka Murakami en het postmodernisme ook niet ver weg. In elk geval kan De bruidegom was een hond best een tweede lezing verdragen en de lezer doen stilstaan bij het anders-zijn en anders-denken, los van het feit of grenzen al dan niet worden overschreden.










