Dialogen bestaan in romans doorgaans uit afgewogen zinnen. Ze staan in dienst van de loop van het verhaal en volgen elkaar in een logische opbouw op. Op het witte doek zijn dialogen al evenzeer ingekaderd. Heel vaak is de spreker en face in beeld en pakt de camera op dezelfde manier de volgende spreker waardoor de aandacht van de kijker volledig gaat naar wat er (met de bijbehorende mimiek) gezegd wordt. In het dagelijks leven gaat het zelden zo. Sprekers vergissen zich, springen van de hak op de tak, houden zich niet aan grammaticale regels, onderbreken elkaar en luisteren slecht. Bovendien zijn er voor de aangesprokene allerlei afleidingen door een TV die aan staat, de titel van een boek dat op tafel ligt, een telefoongesprek of een foto die allemaal de gedachte afleiden van wat er gezegd wordt.
De verlossers van William Gaddis bestaat vrijwel louter uit dialogen die zich op die laatste manier ontwikkelen. Daar komt bij dat de gespreksonderwerpen van de protagonisten op zijn zachtst gezegd nogal duister, verdacht en ondoorgrondelijk zijn. Wie voor het eerst Gaddis leest kan er op stuk lopen, maar opnieuw beginnen loont. Dan krijg je door wat hier gebeurt en word je deelgenoot van het ‘werkelijke’ leven van de personages in al hun verwarring, eenzaamheid, woede, machtswellust, angsten, wantrouwen enzovoort.
Domheid
William Gaddis schreef vier romans die tot op heden niet in Nederlandse vertaling beschikbaar waren. Toch kan zijn naam bij een enkeling bekend zijn van een citaat dat rond (de Amerikaanse) verkiezingen of in discussies over populisme wel eens opduikt: ‘Domheid is opzettelijke cultivering van onwetendheid’ (zeer recent bijvoorbeeld in de proloog van De domheid regeert van Sander Schimmelpenninck). Het citaat komt uit de derde roman van Gaddis die als eerste in het Nederlands kan worden gelezen: De verlossers. In die roman duikt de uitspraak op in een tirade van de raadselachtige en handtastelijke McCandless over streng gelovige creationisten die de evolutie ontkennen. Het is een interessante filippica die meer aforistische zinnen bevat als ‘Geopenbaarde waarheid is het enige wapen van de domheid tegen de intelligentie’. Deze McCandless is een geoloog die ooit in Afrika onderzoek heeft gedaan en daar dominee Ude ontmoette, de grote voorman van de beweging die hij aanvalt. McCandless schreef mee aan schoolboeken over het ontstaan van de wereld, maar Ude zorgde ervoor dat zijn artikelen werden verminkt tot ze pasten in het Bijbelse scheppingsverhaal. Het is duidelijk dat de twee elkaar wel kunnen schieten.
Gefoeter
McCandless is ook de eigenaar van het huis waarin twee andere belangrijke personages wonen: Paul Booth, een getraumatiseerde Vietnamveteraan, en zijn vrouw Elizabeth Vorakers. Paul heeft voor haar vader gewerkt, die rijk geworden was als mijnbouwtycoon en baas van de Vorakers Consolidated Reserve (VCR), maar zelfmoord heeft gepleegd. Als het getrouwde stel ergens in uitblinkt is het in níét luisteren naar elkaar. Vooral Paul heeft er een handje van. Hij foetert Elizabeth aanhoudend uit, verwijt haar dat ze hem tegenwerkt in de schitterende onderneming die hij opzet voor dominee Ude, beklaagt zich over haar doktersrekeningen enzovoort. En daar fietst dan ook nog eens steeds haar broer Billy doorheen die een onduidelijke affaire heeft gehad met ene Sheila die het boeddhisme aanhangt en die zijn zwager maar een enorme lul vindt. Grove taal wordt niet geschuwd. Alle personages zijn wel op een of andere manier betrokken bij zaakjes als fraude, uitbuiting en verduistering, waar ze anderen dan weer de schuld van geven.
Chaos
Om de paar dagen duikt huiseigenaar McCandless op om op een rommelige manier te zoeken in allerlei paperassen en boeken die hij nog in het huis heeft liggen. Tijdens die bezoekjes raakt hij verzeild in de discussies tussen de anderen. In zijn inbreng tiert hij over politiek, koloniale geschiedenis, Genesis en literatuuropvattingen. Dat maakt De verlossers meteen tot een weidse roman.
De omgeving waarin alles zich afspeelt versterkt de chaos en het spookachtige karakter. Hoewel er wel sprake is van enig tijdsverloop lijkt alles zich af te spelen op de avond van Halloween. Bovendien is er het eigenaardige huis dat het toneel vormt van alle gesprekken. Dat heet ‘Carpenter’s Gothic’. Op pagina 127 omschrijft McCandless het zelf als volgt: ‘Hele ontwerp gedacht vanuit het buitenaanzicht (…) ze tekenden alleen die buitenkant en propten de kamers er later wel in’. Fraaie gevel dus, maar aan de binnenkant een wirwar. In het huis is van alles mis. De wc zit verstopt, er wordt gedronken uit kapotte glazen en kopjes, de ramen zijn smerig, sleutels raken kwijt, er is post zoek en genoteerde telefoonnummers zijn nergens meer terug te vinden.
Gaddis kleedt al het geharrewar en gerotzooi af en toe komisch in. Op het hilarische af is bijvoorbeeld een (wrange) scène waarin Elizabeth broccoli probeert op te warmen voor Paul, die haar juist weer eens de huid vol scheldt. En terwijl zij aandacht probeert te vragen voor iemand die met zware brandwonden in het ziekenhuis ligt, verbrandt intussen de groente: ‘Je mag die broccoli wel laten liggen’.
Fraai is ook de scène waarin Elizabeth op haar bed naar Jane Eyre (met Orson Welles, een film uit 1943) kijkt terwijl ze beneden Paul telefonisch met dominee Ude hoort konkelen. Gaddis laat hier beelden uit de film overlopen in beschrijvingen van het telefoongesprek en de gedachten van Elizabeth, wat het geheel des te meer een gothic tintje geeft.
Warboel
De Nederlandse titel De verlossers lijkt te verwijzen naar wat dominee Ude en zijn volgelingen teweegbrengen. De originele titel (uit 1985) is echter Carpenter’s Gothic. Gaddis zelf verwijst daarmee naar het huis waarin zich alles afspeelt, dat als metafoor te zien valt (zie de genoemde pagina 127) voor het gedrag van de hoofdpersonen. Op pagina 232 zegt McCandless daarover bovendien nog: ‘het interieur [is] een warboel van goede bedoelingen als een laatste bespottelijke poging nog iets te doen wat de moeite waard is’. Hoe dan ook, welke belangen de verschillende hoofdrolspelers mogen nastreven, alle bedoelingen monden tenslotte uit in een tragisch einde.
Wat een klus moet de vertaling geweest zijn. Frank Lekens strooit met formuleringen, scheldwoorden en kanonnades die de sfeer volledig recht doen. Dat is des te virtuozer omdat soms niet duidelijk is wie er aan het woord is of hoe de feiten liggen waarover men elkaar in de haren vliegt. Na een eerste lezing blijf je om diezelfde reden met veel raadsels zitten: hoe zijn alle verhoudingen precies ontstaan. Wat is er in het verleden gebeurd dat het zover kon komen. Maar ook: welke symboliek hebben de talrijke vogels in de roman. Waarom daalt op bepaalde momenten steeds een oude vuilnisraper de heuvel af, soms vergezeld van een hond. Het zijn allemaal, naast vele andere, redenen om De verlossers te herlezen. Met geduld. Dat wel.










