Volgens de een kan lasagne niet zonder, volgens de ander juist liever wel: bechamelsaus. Bechamel mucho, het 59ste boek van Vlaming Dimitri Verhulst (Aalst, 1972), is in elk geval zo gelaagd als het pastagerecht, maar heeft er verder weinig mee te maken. In meer dan 30 landen is het werk van Verhulst vertaald, van De helaasheid der dingen en De laatste liefde van mijn moeder tot De intrede van Christus in Brussel en De laatkomer. Dit laatste boek gaat over dementie, maar Bechamel mucho zou zomaar net zo onvergetelijk kunnen worden!
We volgen personage Alex, een animator in een hotel op vakantie-eiland Mallorca. Een echte charmeur bovendien, die met de ene na de andere vrouw in bed belandt. Hoe lichtvoetig dit ook klinkt, langzaamaan ontstaat een pijnlijk beeld van lege zomervakanties, die voor de eenzame dames niet meer zijn dan een doekje voor het bloeden. Of dit bloeden nu het weduwschap is, een verloren kind of een nare scheiding. Alex moddert aan en vraagt zich af, waarom de mensen om hem heen niet gewoon hetzelfde kunnen doen.




