Gewoontjes
De Dordtse historicus Kees Klok debuteert eindelijk. Op zijn zeventiende presenteerde hij een Dordtse versie van Poëzie in Carré waar bekende dichters optraden en durfde het aan zelf ook nog een vers te laten horen. Hij hoopte op de plaatselijke krant.
In de eerste afdeling ‘Groeten misschien’ kijkt hij terug op zijn jeugd. Het zijn nostalgische, weemoedige en soms lieve gedichten die mij niet raakten door hun afstandelijkheid. Zo beziet hij alles van een afstandje en laat hij je niet dichterbij komen:
in hun ontluisterend spel
en dat meisje: kijk hoe zij zich
buigt om vuur aan te nemen.’
mij zo zou verslaven,
tornado’s teweeg zou brengen,
het doel van mijn reizen
van west naar oost zou verleggen
en dat voorgoed.’
Een slappe strofe uit een gedwee liefdesgedichtje dat tot overmaat van ramp ‘Het licht in jouw ogen’ is getiteld. Rare zinnen die het gedicht meedogenloos onderuit schoffelen: ‘Pover wasgoed aan de lijn, / een lekkend dak boven onze zorgeloosheid.’ Maar daar tegenover schrijft hij mooie gedichten over September: ‘Een tunnel verder raapt een zwerfster / kaarten uit de berm. Een weggewaaide / schoppenboer laat een toekomst te raden’, en over de watersnoodramp van 1953: ‘Het magisch watermerk dat ik / gestaag te boven groeide, / zoals bij elk bezoek weer bleek. / Het lage land benadrukt in een groef.’
Zijn kennis van Griekenland en met name Cyprus heeft hij in de laatste afdeling mooi beeldend samengevoegd, melancholische beschrijvingen, afstandelijk maar intiem. Hier komt de historicus naar voren, hier spreekt passie en hier durft hij ook meer met zijn lezers te delen, maar we blijven toeschouwers:
danst een circusjongen
op weg naar het einde
en tobben bezorgde ouders over
een eigen huis, want hun taal
der liefde is even versteend
als het land.
De poëzie van Klok doet mij hier en daar denken aan de latere gedichten van Bernlef: zij heeft iets ‘gewoons’ terwijl er onder de woorden een spel van betekenis speelt. De kunst van het observeren, in dezen het observeren van het verleden. Maar zij is niet ‘gewoon’ maar ‘gewoontjes’, zij heeft iets naïefs en de kwaliteit is te wisselend. Het is niet te hopen dat hij hiermee alle gedichten tussen 1969 en nu gepubliceerd heeft, maar dat hij nog wat te schiften heeft. Veel gedichten uit deze bundel hadden beter in de plaatselijke krant kunnen staan.








