Sterke observaties in de gedichten van Erik Lindner

Recensie door: Kees Bakhuijzen

Hout is de zevende bundel van de dichter Erik Lindner (Den Haag, 1968), zijn tweede bundel bij Van Oorschot na vijf bundels bij De Bezige Bij. Evenals Zog (2018) staat Hout vol gedichten opgebouwd uit observaties, ogenschijnlijk lukraak, maar schijn bedriegt.

Een van de functies van poëzie is dat het ons leert opnieuw en met andere ogen naar de werkelijkheid om ons heen te kijken. De poëzie van Erik Lindner vervult deze functie optimaal. Hij leert ons vooral opnieuw te kijken naar de rijkdom die ons dagelijks wordt gepresenteerd als we simpelweg onze ogen de kost geven, ja, eigenlijk als we gewoon onze zintuigen gebruiken. Het zijn mooie, open gedichten. De observaties worden aangedragen; het is vervolgens aan de lezer om daar iets mee te doen. Maar die observaties in de poëzie van Erik Lindner zijn niet zomaar gekozen; vaak lijken ze net niet te kloppen. Het maakt zijn poëzie mysterieus, maar zonder daarbij in pretentie te vervallen. Het is net even anders, meer iets wat nieuwsgierigheid wekt.

Lindner komt met beelden als, mist die onder de wolken uitgelopen lijkt’. En, ‘Einderstrepen die de zee de lucht in trekken’. Of ‘regen tikt tegen je schedel’, en ‘de dreigende figuur van een steen’. Het zijn beelden waarbij je als lezer denkt, kan dit wel, om vervolgens te concluderen dat het zeker kan en dat het vooral past binnen het kader van dat specifieke gedicht en van de poëzie van Lindner in het algemeen.

‘Regendruppels als een sprei over de graspollen’ 

In een gedicht krijgen we allemaal mooie, rustgevende beelden, maar dan wordt de lezer in de slotregel plotseling uit de lieflijke droom gewekt door de houtsnip die tegen het hoge raam smakt. En zo heeft Lindner meer verrassingselementen. Net als we in een gedicht een lieflijk interieur krijgen gepresenteerd, waarin met name door het spinnenwiel de pastorale wel erg dichtbij komt, volgt een gedicht vol nuchtere, schijnbaar alledaagse observaties, zoals ‘een auto die tussen steunpilaren/van de kraam omhoog wordt getild’. Het doet denken aan de wijze waarop de impressionisten de schilderkunst in de late 19e eeuw een nieuwe impuls gaven door een trein of ander voorbeeld van de industriële revolutie door een lieflijk landschap te schilderen. Het zijn van die mooie kleine vignetten, die steeds weer verder blijken te reiken dan de observatie an sich.

De kracht van de poëzie van Erik Lindner is dat je aan het einde van een gedicht met ogenschijnlijk losse observaties die achter elkaar zijn geplaatst, toch het gevoel krijgt dat je wel degelijk een geheel hebt gelezen. Een geheel dat echter dat karakter van open poëzie blijft behouden, waarin altijd ruimte blijft voor de invulling van de lezer zelf. Eigenlijk is ieder gedicht wat dat betreft een mooi voorbeeld, want de kwaliteit blijft bij elk gedicht hoog.

De alledaagse beelden van Erik Lindner gaan direct leven voor de lezer, niet in het minst omdat ze elementen bevatten die we allemaal herkennen. Het schuim op het water van de zee, het hout uit de titel, vogels, einders, het zijn woorden die regelmatig terugkeren, zij het op die eerder genoteerde licht ontregelende wijze, waardoor Lindner ook steeds weer het cliché weet te vermijden. Van die regels waar je even bij stil blijft staan omdat ze een gedachte zo mooi treffen, en omdat ze stof bieden tot reflectie. ‘In de verte klinkt muziek/van een film die ik niet ben’. Was het laatste woord ‘ken’ geweest, dan was het een vrij onopvallende opmerking geweest, maar dat ‘ben’ maakt het mysterieus.

Het zijn observaties die de lezer vaak nopen even stil te staan om ze dan nogmaals te lezen om het beeld op zich te laten inwerken. ‘De blootheid van ieder ding/als verder alles wit is’, gevolgd door ‘de twijg die harder dan de wind beweegt’. Het zet de lezer op speelse wijze op het verkeerde been. Eigenlijk vormen alle gedichten in deze zeer geslaagde bundel een mooi voorbeeld, zoals het volgende:

Een vogel prikt los uit de bladeren
struiken hangen neer in de regen
regen die valt op de open plek in het bos
regendruppels als een sprei over de graspollen

 de eiwitresten die over de oogbal glijden 

een boom leunt naar een kant
kraaien vliegen laag onder de toppen

dezelfde weg terug geeft een andere ordeningde naalden van pijnbomen
het plotselinge hinniken van het paard.

Lindner behoort niet alleen tot de meest succesvolle Nederlandse dichters; ook internationaal heeft hij naam gemaakt en zijn poëzie is vertaald naar het Duits en het Engels. Dat is niet vreemd, want zijn toegankelijke beelden lenen zich bij uitstek tot omzetting naar andere talen.

Tot slot nog aandacht voor de vormgeving. ‘Don’t judge a book by its cover’, zo luit het cliché dat nog veel te vaak wordt gebezigd. Dat is natuurlijk onzin, daarom een groot compliment richting vormgever Christoph Noordzij. Want na Zog heeft ook Hout een omslag dat de kracht van de perfecte eenvoud benadrukt. Prachtig!

 

Hout

Hout

Erik Lindner

Uitgever: Uitgeverij Van Oorschot (2025)

ISBN 9789028243125

70 pagina’s

Prijs: € 19.99

Buy with Libris

Recent