• Een karikatuur van de werkelijkheid

    Twee weken geleden ontving Robert Vuijsje de Gouden Uil voor zijn in 2008 uitgekomen roman Alleen maar nette mensen. Juryvoorzitter Guy Mortier verwoordde in het juryrapport de mening van de juryleden aldus: ‘Dat alles overtuigend gestalte gegeven in de onmogelijke zoektocht van een witte ‘liegman’ naar de ‘intellectuele negerin’ als allerhoogste ideaal, in Nederlands dat swingt als een Afrikaanse tiet,
    een ritme dat strakker zit dan een zwarte bil in een te kleine luipaardlegging,
    en dialogen die knetteren als de op hol geslagen bedrading in verhitte hoofden.’ Voor de bekroning hoorde je eigenlijk nauwelijks kritiek op het boek, maar nadat Vuijsje de envelop met 25.000 euro in ontvangst had genomen, zwol de kritiek aan.
    Vooral zwarte vrouwen zochten de media op en beschuldigden de schrijver van racisme en discriminatie; soms werd voornamelijk de juryvoorzitter of een tv-interviewer aangevallen omdat er verkeerd uit te leggen woorden waren gebruikt.
    Laten we nog eens gaan kijken volgens welke regels er gediscussieerd dient te worden. Sinds Willem Frederik Hermans geruchtmakende proces rond Ik heb altijd gelijk bestaat in Nederland de algemeen geldende regel dat een schrijver niet verantwoordelijk is voor de daden en de uitspraken van zijn personages. Deze regel kan vrij breed uitgelegd worden. Ook de strekking van de roman mag wat mij betreft racistisch, seksistisch of homofoob zijn. Je kunt dan nog wel met een moreel oordeel een boek verwerpen, maar dat oordeel moet vooral je eigen opvattingen weergeven; wat nooit mag is het bestaansrecht van een boek ter discussie stellen.
    Een schrijver is ook niet verantwoordelijk voor foutieve lezingen. Als een witte man na lezing van het boek een foute opmerking maakt tegen een zwarte vrouw, dan geeft dat vooral de domheid weer van de witte man; de schrijver kan niet voorkomen dat er overhaaste conclusies getrokken worden door slechte lezers.
    Wat me vooral opvalt aan de kritiek van enkele zwarte vrouwen is de gretigheid waarmee ze gekwetst willen worden en de onwil om de uitspraken die zij citeren in een breder literair verband te zien. Alleen maar nette mensen is van voor naar achteren een sarcastisch, bij tijd en wijle cynisch boek. Vuijsje gebruikt karikaturen, maar bij de constructie van de roman geeft hij al direct in het begin aan dat hij deze karikaturen bewust inzet: op bladzijde 8 tot en met 10 lezen we onder het kopje ‘De multiculturele samenleving’ een ellenlange opsomming van allerlei vooroordelen van zo’n beetje elk bevolkingsdeel over een ander. Daarmee zet de schrijver de toon voor zijn boek. Alles wat je daarna leest over David en zijn verlangen naar een intellectuele negerin moet je dus binnen dat sarcastische wereldbeeld plaatsen.
    Als je de roman redelijk objectief bekijkt, dan zie je dat er met positief verlangen wordt gekeken naar wat er in de wat ik nu maar even globaal de zwarte gemeenschap noem gebeurt. Veel harder is de hoofdpersoon over zijn eigen links intellectuele milieu, waarin men de eigen racistische opvattingen probeert te verbloemen evenals de ouderwetse seksistische ideeën. De vader van David is verantwoordelijk voor een actualiteitenprogramma (‘het enige fatsoenlijke programma op de vaderlandse televisie’) en als hij samen met de hoofdredacteur van een kwaliteitskrant en de beroemde columnist vergadert, dan moet moeder in de tussentijd wel broodjes klaar maken.
    Alleen maar nette mensen is vooral een clash van culturen waarbij de excessen die Vuijsje beschrijft (bijvoorbeeld seks in garageboxen in de Bijlmer) wel degelijk voorkomen. Iedere weldenkende lezer zal binnen de opzet van deze roman niet denken dat dus alle zwarte vrouwen zich laten nemen in garageboxen. Wie dat wel doet, heeft helaas een nogal beperkte opvatting van literatuur. Dat zijn mensen die na het lezen van Pinkeltje in de tuin voorzichtig rondstappen opdat ze niet op een kabouter stappen.
    Het is jammer dat de discussie niet over de wezenlijke zaken gaat in de lachspiegel die Vuijsje ons voorhoudt: de harde manier van met elkaar omgaan in grote delen van de Bijlmer; de schijnheiligheid van het links intellectuele milieu. Het is makkelijker om een schrijver aan te vallen, dan om in een karikatuur de werkelijkheid onder ogen te zien.

    COEN PEPPELENBOS

    ROBERT VUIJSJE: Alleen maar nette mensen. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 286 blz. €16,50.

  • Recensie G.J. Wielinga – Schaduwland

    Homoliteratuur op AVI 6-niveau

    G.J. Wielinga, dat klinkt net zo voornaam als A.L. Snijders of W.F. Hermans, maar als je de auteursfoto van een broeierige kijkende Wielinga in zijn blote bibs, hurkend in de kamer, op de achterflap ziet dan valt het met die voornaamheid wel mee. Schaduwland heet zijn vorig najaar uitgekomen roman.
    De hoofdpersoon heet Wolf (knipoog naar Reve) die brieven of mails schrijft aan een oude geliefde die Tijger heet (knipoog naar Reve). Die brieven en mails hebben raar genoeg wel hoofdstuktitels. Ze gaan voornamelijk over de grote liefde van Wolf en dat is Thomas. Helaas zit Thomas nog vast in een andere relatie, dus bestaat het grootste deel van de roman uit geweeklaag.
    Wolf werkt op een soort communicatiekantoor, maar wat ze op dat kantoor precies doen, wordt niet helemaal duidelijk. Wolf is ook schrijver en hij dekt zich alvast in tegen de mogelijke kritiek: ‘Het schijnt dat in het [sic, cp] alle taalgebieden behalve het Nederlandse gebruikelijk is dat wat de schrijver schrijft heilig is. Maar omdat er hier te veel taal- en letterkundigen op te weinig vierkante kilometers rondlopen, kan ik dat wel vergeten. Hoe goed mijn taal ook is, er zullen altijd mensen zijn die beter weten hoe ik me zou moeten uitdrukken.’
    Tja, als letterkundige heb ik inderdaad veel zinnen opgeschreven die ik niet goed geformuleerd vond. Ik heb het dan nog niet eens over modieus taalgebruik, zoals mensen die ‘een drankje gaan doen’ of de hoofdpersoon die zegt ‘Ik blijf mijn ding doen en jij het jouwe.’ Ik zal het ook niet hebben over de ellenlange pagina’s vol elliptische zinnen. Nee, ik citeer gewoon een aantal zinnen met spelfouten, stijlfouten, verwijsfouten, grammaticale fouten en clichés. Ik stoor me eraan als ik deze zinnen lees, maar misschien ben ik wel een verzuurde recensent. Als je niets opvalt, moet je Schaduwland vooral kopen.
    – Afgelopen zaterdag troffen we elkaar in de Unk en omdat het echt heel saai was en wij te hitsig, zijn we naar mijn huis gegaan.
    – Je kent mijn stem en het liedje wat ik in mijn hoofd had was een superkitsch nummer van John Denver.
    – Is het je opgevallen hoeveel van het nieuws in de kranten terugverwijzen naar andere media, en dan vooral de tv?
    – Welke gevoelens zich tussen Thomas en mij afspelen, gaan uiteindelijk alleen Thomas en mij aan.
    – Sinds ik jou ken is alles onbelangrijk geworden.
    – Ik ga niet bedelen voor de liefde.
    – Ik ben niet de hele tijd het zonnetje in huis, maar probeer het hard te zijn.
    – Het fijnste van het kantoorleven zijn de grote hoeveelheden koffie en de vreemde humor die ontstaat als je met drie mannen in een ruimte zit van vijftig vierkante meter.
    – tv uitzending
    – De aarde onder me splijt in tweeën, in ieder geval boor ik een gat in de grond om mezelf in mezelf te krijgen en de wereld te vergeten.
    – Het wordt lastiger te zijn wie ik dacht die ik was.
    – Niemand weet waar we vandaan komen. Niemand weet waar we naartoe gaan.
    – Zo veel dat ik, als de inktzwarte wolken weer over komen drijven, overspannen in mijn bed lig. (…) De zwarte wolken worden steeds donkerder en krachtiger.
    – Albert Heyn
    – Als uitvloeisel van zoveel toeval, zeg maar, als eindstation van al die tijd tussen het begin en nu, ben jij het enige dat nog telt.
    – De zon staat pal in mijn gezicht.
    – Voor mijn part doen we dit nog miljoenen keren, als in dat we worden geboren als we doodgaan.
    – Zo leeg een vol leven kan zijn, zo vol was het zijne.
    – De wijzers halen elkaar in, met een eindeloze regelmaat. [dit kan volgens mij niet eens, cp]

    Natuurlijk had een redacteur hier moeten ingrijpen, maar ik vermoed dat er geen redacteur op de uitgeverij rondloopt. Waarschijnlijk brengen ze het hele manuscript direct naar de drukker. Zelfs fouten met liggende streepjes komen voor. Daarnaast is er met de interlinie gerommeld: sommige pagina’s zijn heel dichtbedrukt, andere weer niet.
    Tot slot doe ik nog even een moeilijkheidsproef op bladzijde 50 en 100: het aantal woorden gedeeld door het aantal zinnen. Ik heb er op gelet dat ik niet de bladzijde heb gepakt waarop de zin ‘Delete.’ zo’n honderd keer voorkomt.
    Bladzijde 50 telt 33 volledige zinnen met gemiddeld 8,6 woorden per zin. Bladzijde 100 telt 30 volledige zinnen met gemiddeld 8,1 woorden per zin. Zo’n 8 woorden per zin: dan schrijf je op AVI 6-niveau (groep 5 van de basisschool). Laten we tot besluit die ene zin nog eens herhalen: ‘Hoe goed mijn taal ook is, er zullen altijd mensen zijn die beter weten hoe ik me zou moeten uitdrukken.’ Dat klopt.

    Coen Peppelenbos

    G.J. WIELINGA: Schaduwland. Uitgeverij Lemmens, Valkenburg aan de Geul, 154 blz. €16,95.
    Deze recensie verscheen eerder op Literair Nederland, 5 mei 2009.

  • Nieuwe roman Nelleke Zandwijk – Pierenland

    Donderdag 16 april verschijnt Pierenland, de nieuwe roman van Nelleke Zandwijk. Die dag wordt het boek feestelijk gepresenteerd in Boekhandel Athenaeum in Amsterdam tussen 17.00 en 19.00 uur.

    Over Pierenland
    Als de trage Tonnie zijn moeder levenloos onder aan de trap vindt, weet hij niets beters te doen dan naar zijn kamer te gaan en te wachten tot er iemand thuiskomt. ‘Mijn moeder is twee keer gevonden. Eerst door mijn broer en daarna door mijn vader.’ Aan het woord is Helena Hartsuiker, dertien jaar, die zich na dit ongeluk met zo’n razernij tegen de wereld keert dat ze Tonnie de stuipen op het lijf jaagt. Hij besluit om voor altijd in bed te blijven. Hun tante probeert het gezin overeind te houden, maar wanneer hun vader al snel troost vindt in de armen van een nieuwe vrouw beseft Helena dat zij er alleen voor staat.
    Pierenland is een droefgeestig maar komisch verhaal over een meisje uit een kansarm gezin.

    Nelleke Zandwijk (1961) is schrijver en beeldend kunstenaar. Zij debuteerde in 2001 succesvol met de roman De dag van de jas, die vier keer herdrukt werd. In 2005 volgde Avonturen van een uitslover.

    Lees meer op www.querido.nl en op www.athenaeum.nl

  • David Sedaris – Wanneer je omringd bent door vlammen

    Een paar weken lichtheid

    Het omslag van de nieuwe verhalenbundel van David Sedaris is enigszins afschrikwekkend. Je ziet een skelet met een sigaret tussen de tanden. Het lijkt een wat misplaatste vorm van reclame te zijn van de anti-tabaklobby, maar volgens het binnenwerk komt dit beeld van een schilderij in het Van Gogh-museum. Niettemin slaat het wel degelijk op het laatste, voor zijn doen erg lange, verhaal van Sedaris in Wanneer je omringd bent door vlammen waarin hij verslag doet van zijn pogingen om te stoppen met roken.
    In zekere zin lijkt dit verhaal op een ander verhaal van Sedaris uit Ik ooit mooi praten waarin de auteur pogingen doet om Frans te leren wanneer hij met zijn vriend in Parijs gaat wonen. Nu gaan ze enkele maanden naar Japan en het afkicktraject van de sigaret wordt gecombineerd met een cursus Japans. Natuurlijk is David niet de meest getalenteerde cursist uit de klas.
    ‘Ik ben gecharmeerd van Sang Lee, het zeventienjarige Koreaanse meisje dat op de tweede rij zit. Eigenlijk is ‘gecharmeerd’ waarschijnlijk niet het goede woord. Het gaat verder dan dat: ik heb haar nodig, ik heb iemand nodig die slechter is dan ik, iemand op wie ik neer kan kijken. Omdat dit de beginnersklas is, verwachtte ik niet dat iemand het hiragana-alfabet zou kennen. Misschien één of twee karakters, maar zeker niet het hele ding. Toen bleek dat iederéén het kende, iedereen behalve ik en die kleine domoor Sang Lee, was ik behoorlijk van streek.’
    David Sedaris heeft maar één hoofdpersoon en dat is hijzelf. De schrijver, maar ook de onhandige loser. Af en toe heb je het idee dat hij een beetje aan het schmieren is, als hij bijvoorbeeld een verhaal vertelt over de spin waaraan hij zo gehecht is geraakt dat hij hem vanuit het vakantiehuis meeneemt naar Parijs. ‘Kijk, de Eiffeltoren!’ Daarentegen zijn de familieverhalen weer net goed van toon evenals het verhaal over de bazige buurvrouw die David en zijn vriend hadden toen ze in een appartementencomplex in New York woonden. Navertellen van die verhalen leidt tot niets, want het gaat niet om een clou of een bepaalde opbouw. Je duikt even in een bepaald aspect van het leven van de schrijver en dan ga je weer verder. Ik moet ook de neiging onderdrukken om veel te citeren, want op elke bladzijde staat wel een mooie zin, een grappige opmerking of ironische wijsheid. Niet doen, trakteer je zelf en koop dit boek.
    Je moet Sedaris met mate tot je nemen. Eén verhaal per dag. De lichte humor van zijn verhalen geeft je als lezer ook enige lichtheid mee. Wanneer je omringd bent door vlammen geeft je dan een paar weken plezier.

    Coen Peppelenbos

    DAVID SEDARIS: Wanneer je omringd bent door vlammen. Vertaling Boukje Verheij. Lebowski, Amsterdam, 302 blz. €19,90.

  • Dimitri Verhulst – Godverdomse dagen op een godverdomse bol

    Formuleerkunst als kermisattractie

    Sinds De helaasheid der dingen ben ik een fan van de schrijver Dimitri Verhulst. Nog maar vrij recent dus. Toen de aankondiging kwam dat zijn laatste boek met de door de Bond tegen het Vloeken ongetwijfeld niet met gejuich ontvangen titel Godverdomse dagen op een godverdomse bol voor niets bij de nieuwste Humo zou zitten, heb ik iemand die toch in Vlaanderen moest zijn, opdracht gegeven dat weekblad met het boek voor me te kopen. Je bent Hollander, dus je gaat voor de koopjes.
    Gelukkig maar, want als ik de 18,95 had betaald die voor de winkeleditie neergelegd moet worden dan had ik me zwaar bekocht gevoeld. In oktober ben ik begonnen met lezen en op tweede kerstdag had ik het boek eindelijk uit. Omdat ik me er toe dwong. Er zit geen plot in het boek, er is geen verhaallijn (tenzij je de ontwikkeling van de mensheid een verhaallijn noemt), er zijn geen personages (tenzij je de mensheid een personage noemt). Bijna elke zin is van het type ‘Boem paukeslag’, zie mij eens formuleren. Dodelijk vermoeiend. Willekeurig voorbeeld op bladzijde 104:
    ‘Waarlijk alles heeft ’t over voor een hotelkamer met balkon in het koninkrijk der hemelen. ’t Verzamelt zich massaal rond eentje die uit de dood is opgestaan als was hij opgestaan uit een zaterdagse kattenslaap, echt waar, en die zich vlijmscherp herinnert hoe de landerijen er aan de andere kant van het bestaan bij liggen. In het Land Van Subiet. Een oosten van hagelballen en sneeuwstormen en een westen van onuitblusbare vlammen. Dampen van ondraaglijke stanken, duisternis die de plaats ruimt voor verblindend licht. Gejank en geklaag in smeulende schachten. Hete tangen die van alle kanten opdoemen om te pietsen en te knijpen.’
    En dat 186 bladzijden lang. Formuleerkunst als kermisattractie.

    Nee, dan de Humo! Wat een geweldig blad is dat. Daar vallen al onze bladen bij in het niet. Een stuk groter dan het boek van Verhulst, twee bladzijden minder, maar met een gevarieerde en interessante inhoud. In het Verhulstnummer een interview met Arnon Grunberg die ook een column in het blad heeft (evenals Herman Brusselmans en Jan Mulder). Leuk rubrieken. Reportages en interviews die langer dan twee pagina’s mogen duren. Als ik in Vlaanderen woonde, zou ik me meteen abonneren.

    Coen Peppelenbos

    DIMITRI VERHULST: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Contact, Amsterdam, 186 blz. €18,95.

  • Lernert Engelberts – Echte slechte mensen

    Een continue dreiging

    ‘Constant liet een pocketboek zien dat hij uit de boekenkast had gegrist. Om te bewijzen dat het van hem was liet hij de penomtrek van de penis zien, die hij in elk boek dat hij uitleende maakte.’ Wie het omslag van de verhalenbundel Echte slechte mensen ziet, weet waar het ontwerp (van Sander Plug) op gebaseerd is. Ik weet niet of het omslag mensen afschrikt of aanlokt, het lijkt in ieder geval een statement te zijn, evenals het roze papier waarop de bundel gedrukt is. Butt-roze, om precies te zijn, genoemd naar de kleur van het eigenzinnige gayblad.
    Met deze en andere grappen (zo heet de hoofdpersoon van het eerste verhaal naar de pornoster Ralph Woods) wordt het boek in de homoseksuele hoek gezet. Het zou jammer zijn als de bundel ook in die hoek zou blijven, want de acht verhalen verdienen een groot publiek.
    Engelberts, die vooral bekend is als regisseur en dichter, schetst totaal uiteenlopende levens in deze verhalen. Een jongen in Amerika, een jongeman in Londen, een jonge vrouw (die verliefd wordt op Michel Houellebecq) in Amsterdam; de personages lijken niet zoveel met elkaar te maken te hebben. Ook de verhalen verschillen van toon, van meer klassiek vertellend tot een uitgewerkt filmscript. Het verhaal ‘Samen doodgaan’ bestond eerst als scenario voor een korte tv-film (nog te zien op de site van de auteur). Een kwaadaardige recensent zou zeggen dat de verhalen bijeengeharkt zijn, maar ik vind ze door deze variëteit juist uitdagend voor de lezer. Deze auteur kan blijkbaar vele registers bespelen.
    Er hangt een continue dreiging in de verhalen op de loer. Er gaat iets mis, maar we weten nog niet wat. In het verhaal ‘De onschuldige’ wordt Mark valselijk beschuldigd van de moord op een oudere man die hem uit een kroeg heeft opgepikt. Abusievelijk, want de jongen wordt voor een hoer aangezien. Als hij doorheeft wat hem overkomt, laat hij de taxi stoppen en de man blijft alleen achter. Later die nacht wordt de man vermoord en de sporen leiden onherroepelijk naar Mark. Hij komt vrij dankzij een valse getuigenis van een buurvrouw die Mark een alibi verschaft. Dan krijgt het verhaal een wending. Een politieagent blijft met Mark naar dezelfde kroeg gaan om te kijken of ze de echte dader kunnen pakken. Je krijgt de neiging om de plot te verraden, omdat die er in wezen niets toe doet, maar er ontstaat een broeierige sfeer die extra spanning geeft aan het verhaal.
    Misschien is dat wel een van de constanten in de verhalen. Je blijft als lezer op je hoede omdat je niet weet welke kant het verhaal op gaat. Dat vindt deze lezer in ieder geval erg prettig. En het is ook wel eens prettig om lekker lopende dialogen te lezen, in plaats van die gewrocht literaire. Nu maar hopen dat de uitgever deze auteur achter de broek gaat zitten. Graag meer verhalen, graag een roman. In ieder geval meer.

    Coen Peppelenbos

    LERNERT ENGELBERTS: Echte slechte mensen. De Harmonie, Amsterdam, 244 blz. €15,-

  • Aleksandar Hemon – De dagen van Lazarus

    Op 2 maart 1908 meldt de negentienjarige Lazarus Averbuch ? een Russische jood die vanwege de pogroms zijn vaderland is ontvlucht ? zich bij het huis van George Shippy, hoofd van de politie in Chicago. Als Lazarus hem een brief overhandigt, wordt hij door Shippy zonder pardon doodgeschoten omdat hij een staatsgevaarlijke anarchist zou zijn. Het incident laat Lazarus’ zus Olga ontredderd achter in een stad die gebukt gaat onder etnische en politieke spanningen.

    Honderd jaar later raakt een Amerikaanse schrijver van Bosnische afkomst geobsedeerd door deze waargebeurde geschiedenis. Samen met zijn vriend Rora, een fotograaf uit Sarajevo, reist Brik in de voetsporen van Lazarus Averbuch naar Oost-Europa. En daar raken de verhalen van Lazarus en Olga, Brik en Rora onvermijdelijk met elkaar verweven.

    In De dagen van Lazarus smeedt Aleksandar Hemon het schijnbaar onbeduidende verhaal van een voetnoot in de geschiedenis en dat van een hedendaagse immigrant om tot een scherp portret van onze tijd en de wereld waarin we leven.

    Vertaald door Peter Abelsen

  • 'Welkom' nieuwe bundel Willem Jan Otten

    Poëzie vormt het grondakkoord van Ottens oeuvre. Dat zijn literair werk romans, toneelstukken, essays over uiteenlopende onderwerpen en opiniërende artikelen telt, laat het primaat van zijn poëzie onverlet. Welkom bevestigt dit opnieuw.

    Willem Jan Otten publiceerde onder meer de romans Een man van horen zeggen, De wijde blik, Ons mankeert niets en Specht en zoon (bekroond met de Librisprijs 2005). Voor zijn gehele oeuvre ontving hij in 2000 de Constantijn Huygensprijs.

    Mijn dag begon met trachten te vergeten
    wie ik toen ik droomde was: een molecuul
    geflipperd door het onherinnerde heelal.

    Willem Jan Otten
    Welkom ISBN: 978 90 282 40 988
    72 blz, €14, 90

  • Een huiveringwekkend beeld van het onderwijs

    De vaderfiguur in Knielen op een bed violen gaat in zijn jonge jaren het vak van kweker leren in Den Haag. Daar woont hij een tijd op kamers aan de Laan van Meerdevoort. Diezelfde Laan, volks en statig, vormt het decor voor de nieuwe roman van Jan Siebelink, Suezkade. Aan die kade woont de hoofdpersoon Marc Cordesius en op de lange Laan van Meerdervoort gaat hij werken als docent Frans aan het Descartes-gymnasium.

    Er zitten nogal wat verhaallijnen in deze roman. De moeder van de hoofdpersoon is op jonge leeftijd voor zijn ogen ontvoerd. Nooit heeft hij haar teruggezien. Zijn vader speelt geen rol in het boek, wel zijn oma, maar die is net overleden. Vandaar dat Marc het grote, lege huis aan de Suezkade ontvlucht om aan een school te gaan werken. Op die school is hij in het begin een graag geziene figuur vanwege zijn belezenheid. De rector stelt alles in het werk om met hem bevriend te raken, maar moet tot zijn spijt zien dat Marc direct vriendschappelijkere gevoelens heeft voor een nogal recalcitrante collega.

    Het lesgeven gaat Marc bijzonder gemakkelijk af. Hij verzwaart de stof en de leerlingen vinden dat juist erg leuk. Een bijzondere positie krijgt Najoua, een meisje met een allochtone achtergrond (met dat gegeven wordt verder niets gedaan) dat zich erg aanhankelijk gedraagt ten opzichte van Marc, alhoewel er van seks geen sprake is. Het meisje lijdt naarmate de jaren voorbijgaan in steeds ergere mate aan anorexia; zo erg zelfs dat zij opgenomen moet worden. De liefde van Marc voor haar blijft tot het einde en alle andere vrouwen die hij tegenkomt in het boek wijst hij af. Of de situaties die bijna tot seks leiden worden erg gênant. Het is niet moeilijk om verlatingsangst of bindingsangst als reden voor aan te voeren en die is direct te herleiden op zijn verdwenen moeder. Als op het eind Marc ‘Mamma-Najoua’ op het bord heeft geschreven dan is dat wel wat al te expliciet. We hadden al genoeg aanwijzingen in die richting, bijvoorbeeld een blind zwerfkatje dat aankomt lopen en die door Marc uitvoerig geknuffeld wordt; hoe duidelijk schrijf je een verwijzing naar Oedipus op?

    Interessanter en leuker om te lezen is het beeld dat Siebelink schetst van het huidige onderwijs. Het onderlinge machtsvertoon van docenten, de nietszeggende vergaderingen, de nietszeggende toespraken van de rector, de schrikbarende achteruitgang in leerstof, de hemeltergende mondelingen (‘Marc bekeek intussen de boekenlijst, die opende met L’avare van Molière, alleen het eerste bedrijf. Van de twintigste eeuw waren twee boeken gelezen: Le silence de la mer van Vercors en Le petit prince van Antoine de Saint-Exupéry. Dit was zes gymnasium.’), de akelige rapportenvergaderingen, de jaloezie en de haat. Marc zondert zich steeds meer af van de rest van het lerarenkorps en krijgt zelfs een noodgebouw tot zijn beschikking waar hij zijn eigen onderwijsparadijs kan bouwen. Eigen leerstof, boeken in het lokaal en tegen de officiële richtlijnen in behandelt hij zelfs de subjonctif. Het lijkt vermakelijk, het klinkt grotesk allemaal, maar Siebelink schetst een realistisch beeld van de teloorgang van het huidige onderwijs. Bijna alle scènes die op school spelen, herken ik, inclusief deze:
    ‘Waarom staan die dozen hier?’
    ‘Ze zijn afgeschreven door de bibliotheek. De dozen worden voor de collega’s in de hal neergezet. Wie er wat van zijn gading in vindt, mag dat meenemen. Wat overblijft komt in de oudpapiercontainer.’

    Misschien zitten er wat losse eindjes in dit verhaal en misschien zie je de noodlottige afloop van verre aankomen (een verhaal als dit kan moeilijk een gelukkig einde kennen) en misschien is Suezkade minder vanuit een innerlijke noodzaak geschreven dan Knielen op een bed violen, als men over tweehonderd jaar deze roman opduikelt onder het stof in een der laatste bibliotheken dan zal men een huiveringwekkend precies beeld krijgen van het onderwijs aan het begin van de eenentwintigste eeuw.

    Coen Peppelenbos

    Jan Siebelink: Suezkade. De Bezige Bij, Amsterdam, 382 blz. €19,90.

    Eerder verscheen op Literair Nederland deze recensie van Karel Wasch over hetzelfde boek.

  • Reynaert de Vos met illustraties door Mance Post

    De vos wordt voor het gerecht gedaagd; er zijn vele ernstige aanklachten. Eerst probeert hij zich te onttrekken, vrezend voor de doodstraf; als hij ten slotte toch verschijnt, weeft hij een web van listen waarin alle andere dieren verstrikt raken. Hij ontkomt. De levendige, kernachtige taal, de soepele, ongekunstelde versificatie, de soms grove, soms subtiele humor en de ongezouten kritiek op de mensenmaatschappij hebben de Reynaert gemaakt tot onze meest geliefde klassieker van voor Erasmus. Van Willem weten we alleen dat hij in de dertiende eeuw werkte, waarschijnlijk in Gent. Ard Posthuma heeft veel vertaald, proza en poëzie, vooral uit het Duits en het Oudfrans (Het lied van Roeland, De graal). Mance Post heeft een schitterende staat van dienst als illustratrice van kinderboeken. Haar werk is vaak bekroond, laatstelijk met de Max Velthuijs Prijs.

    isbn: 978 90 253 6391 8
    omvang: 200 bladzijden
    uitvoering: Paperback
    nur: nur 302
    prijs: € 22.95

  • Dichten in twee talen – Vierde Dag van de Friese Literatuur

    Op 15 november 2008 vindt in Amsterdam voor de vierde keer de ‘Dag van de Friese Literatuur’ plaats. Het feestelijke programma staat in het teken van tweetaligheid. De dichters en schrijvers Tsead Bruinja, Arjan Hut en Albertina Soepboer lezen voor uit zowel hun Friese als Nederlandstalige werk en praten over de voor- en nadelen van tweetaligheid. Verder is er een programma-onderdeel met werk van Tiny Mulder, de ‘éminence grise’ van de Friese dichters. Daarnaast wordt de nieuwe, uitgebreide editie van de Spiegel van de Friese poëzie gepresenteerd. Teake Oppewal, een van de samenstellers, zal het boek aanbieden aan Abram de Swaan, taalsocioloog en P.C. Hooftprijswinnaar.

    Net als de eerste uitgave bevat ook de tweede editie Nederlandse vertalingen van alle opgenomen gedichten. Het belang van tweetalige bundels als Spiegel van de Friese poëzie en de eerder dit jaar verschenen bundel Het goud op de weg (samensteller Abe de Vries) komt aan de orde in een discussie tussen de samenstellers van beide boeken. Hylke Tromp verzorgt een lichtvoetige bijdrage getiteld ‘Het Goud en de Spiegel’. De muziek is van de Friese band Souldada, en het programma wordt gepresenteerd door Karen Bies van Omrop Fryslân.

    Met o.a. Abram de Swaan, Albertina Soepboer, Tsead Bruinja, Arjan Hut, Tiny Mulder, Abe de Vries, Hylke Tromp, Teake Oppewal, Karen Bies, Bert Looper en Souldada

    Zat. 15 nov. Amsterdam

    Plaats: De Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam, www.derodehoed.nl
    Datum: zaterdag 15 november 2008
    Tijd: 14.00 ? 17.30 uur
    Toegang: gratis

    Zie ook www.nlpvf.nl en www.tresoar.nl

    Organisatie: het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds in samenwerking met het Fonds voor de Letteren, Stichting Lezen, Tresoar, Provincie Fryslan en uitgeverij Meulenhoff.

    Spiegel van de Friese poëzie (Meulenhoff) – Samenstelling door Pier Boorsma, Teake Oppewal en Geertrui Visser

    Gebonden / 416 Pagina’s
    ISBN 9789029083577
    € 29,90
    In 1994 verscheen de Spiegel van de Friese poëzie, het eerste complete overzicht van de Friese poëzie van de zeventiende eeuw tot heden. Sindsdien heeft de Friese poëzie een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Vele nieuwe talenten dienden zich aan, dichter-performer Tsjêbbe Hettinga maakte met zijn fenomenale poëzievoordracht indruk in binnen- en buitenland en de klassieke dichter Obe Postma vond ruime waardering in de rest van Nederland. Friese dichttalenten als Cornelis van der Wal, Anne Feddema, Albertina Soepboer, Tsead Bruinja en Elmar Kuiper gaven acte de présence op Poetry International in Rotterdam.

    Deze nieuwe editie bevat ruim 300 gedichten, zowel in het Fries als in het Nederlands. Sommige daarvan tonen duidelijk de verwevenheid met de Friese cultuur: Abe Lenstra, elfstedentocht, zeilen, kaatsen, het commitment met de Friese taal, het leven op het platteland en het Friese landschap ? het is allemaal in deze bloemlezing terug te vinden. Nieuw is ook dat nu de officiële tekst van het Friese volkslied uit 1874 is opgenomen, in een indrukwekkende vertaling van Harmen Wind.

  • Botho Strauss, Mikado

    Een man betaalt losgeld voor zijn ontvoerde echtgenote, maar de vrouw die bij hem terugkomt, kent hij niet. In een ander verhaal wordt een crime passionnel gepleegd – met een vertraging van twintig jaar. Of er is het verhaal van de machtsstrijd onder mannequins nadat een van hen een nieuwe manier van catwalk-lopen heeft bedacht.

    41 verhalen en verhaaltjes telt deze bundel, evenveel als de stokjes in het mikadospel. En net als bij mikado kun je het ene verhaal niet lezen zonder rekening te houden met alle andere. Het is adembenemend wat er in deze korte, soms heel korte verhalen allemaal gebeurt. Alleen een werkelijk groot schrijver met een enorme verbeeldingskracht als Botho Strauss kan zo spelen met taal en vorm. En al dat vertelplezier gebruikt Botho Strauss om te laten zien hoe wankel het menselijk bestaan is.

    Uit het Duits vertaald door: Nelleke van Maaren
    paperback
    13×21 cm.
    160 pagina’s
    ISBN 9789028422650

    prijs € 16,50