Literair Nederland

  • RecensiesRecensies
  • Recensenten
  • Oogst
  • Columns
  • Interviews
  • Archief
  • Steun Ons
  • Over ons / Contact
  • Jong Literair Nederland
  • Hoop op heruitgave/vertaling
  • Adverteren
  • Zomerboeken 2018 – Reizen zonder landsgrenzen te overschrijden

     

     

     

    Ingrid Van der Graaf

    12 August 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Avondlandschappen, Bertus Aafjes, Hans van de Waarsenburg, J. Slauerhoff, Odysseus in Italie, Reiservaringen
  • Zomerboeken 2018 – La France douce-amère

    Carolien

    9 August 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Angel, Didier Eribon, Edouard Louis, Edu Borger, Filip Rogiers, Frankrijk, Sanne van der Meij, Terug naar Reims, Weg met Eddy Bellegueule
  • Zomerboeken 2018 – Reizen door Spanje, Azië en Egypte

     

     

    Ingrid Van der Graaf

    6 August 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Anton Quintana, Cees Nooteboom, De omweg naar Santiago, Het boek van Bod Pa, Konstantinos Kavafis, Verzamelde gedichten
  • Zomerboeken 2018 – Het gaat weer zomeren

     

     

     

     

     

     

     

    Carolien

    3 August 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Arc de Triomphe, Boleslaw Prus, C.J. Kelk, De pop, Erich Maria Remarque, Het wereldje van Serjozja, Karol Lesman, Nico Scheepmaker, Vera Panova
  • Zomerboeken 2018 – Naar Noorwegen

    Carolien

    31 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    19 vergiftigingen, Cees Nooteboom, De Antitheek, Feico Houweling, Fjell, Haaienkoorts: de kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee, Hugo Aasjord, Lodewijk Ouwens, Morten Strøksnes, Nils Chr. Moe-Repsted, Noorwegen, Scheepsjournaal: een boek van verre reizen, Staren naar water, Ultima Thule: een Pompei op Spitsbergen
  • Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

     

     

    Menno Hartman

    28 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Amerika, Dirk Jan Arensman, Edith Wharton, geert mak, John Steinbeck, Joseph Mitchell, Leaves of Grass, Lisette Graswinckel, McSorley’s wonderbaarlijke saloon, Reizen zonder John, Romeinse koorts, Specimen Days, This Boy’s Life, Tobias Wolff, Travels with Charley, Walt Whitman
  • Zomerboeken 2018 – Vakantiebestemming Corsica

    Carolien

    25 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Corsica, Curzio Malaparte, De huid, De kartuize van Parma, De preek over de val van Rome, Frankrijk, Italië, Jan Pieter van der Sterre, Jan van der Haar, Jérôme Ferrari, Stendhal, Theo Kars
  • Zomerboeken 2018 – Van vakantieland tot er altijd wonen

    Carolien

    22 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Bekentenissen van Zeno, Bernini, De acht bergen, De tuin van de Finzi-Contini’s, Franco Mormanno, Giorgio Bassani, Italië, Italo Svevo, Jan van der Haar, Jenny Tuin, Paolo Cognetti, Yond Boeke
  • Zomerboeken 2018 – Voor de thuisblijver met insulafilie

    Carolien

    19 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Albert Beintema, Atlas van afgelegen eilanden, David Quammen, De donkere kamer van Longwood, Het lied van de dodo, Het waterhoentje van Tristan da Cunha, Jean-Paul Kauffmann, Judith Schalansky, Napoleon
  • Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Carolien

    16 July 2018
    Oogst, Zomerrubriek
    Karl Ove Knausgård, Nooit meer slapen, Noorwegen, Tomas Espedal, Tussen april en september, Willem Frederik Hermans, Zomer
  • Lichte kunst

    Carolien

    29 July 2016
    Oogst, Zomerrubriek
    Ernst Gombrich, Erwin Panofsky, Hans den Hartog Jager, Heinrich Wölfflin, Hélène Nolthenius, Hugh Honour, John Berger, John Flemings, Michael Baxandall, Rudolf Wittkower, Walter Paatz
  • Pretentieloos briljant

    Natuurlijk gaan onwillekeurig in de zomer van 2016 de gedachten uit naar de Olympische Spelen, naar Rio de Janeiro, naar Brazilië. Een beter boek voor de zomerrubriek dan Braziliaanse brieven van August Willemsen kan ik dan ook niet bedenken. We maken in dit boek kennis met Brazilië, maar ook met de schrijver Willemsen. En – driedubbele bodem – we zijn ook nog eens getuige van zijn kennismaking met dit kolossale Latijns-Amerikaanse land, en van de manier waarop de verhouding Brazilië-Willemsen zich ontwikkelt in de loop der jaren.

    Het boek Braziliaanse brieven verscheen in 1985. De contouren van het boek en de hoofdpersonen zijn vaag. Er is geen introductie, geen verantwoording. Wie de schrijver eigenlijk is, wat hij eerder heeft geschreven of gepubliceerd, aan wie de brieven zijn geschreven, waar vandaan, onder welke omstandigheden … geen woord erover. Ook of de brieven zijn bewerkt, waar ze worden bewaard, toelichtingen of ophelderingen … nada.

    Braziliaanse brievenAugust Willemsen – in 1985 nog geen vijftig jaar oud – kon de Nederlandse lezer toen alleen kennen (als deze had opgelet) als vertaler en bezorger van het werk van anderen. Al in 1970 stelde Willemsen voor uitgeverij Meulenhoff een bundel samen in de reeks ‘Meesters der … vertelkunst’, met verhalen vertaald uit het Portugees. Een doorbraak naar een groter publiek, als men zo zeggen mag, bereikte hij met zijn keuze uit en vertaling van gedichten van Fernando Pessoa in 1978. Alom was de bewondering groot voor de ontdekking van deze voor Nederland toen nog volkomen onbekende dichter, en de bundel had – uitzonderlijk voor buitenlandse poëzie – veel succes. En dit gold zeker ook voor de keuze en vertaling door Willemsen. Dat in Nederland een bloeiende industrie op gang kwam rondom de figuur van Pessoa – inclusief al diens literaire afsplitsingen – is primair te danken aan de inzet van August Willemsen. Ook de bekendheid van andere Portugeestalige auteurs is voor een deel aan hem te danken: Drummond de Andrade, Machado de Assis, Graciliano Ramos, Dalton Trevisan.

    Om te beginnen is Braziliaanse brieven een verrukkelijk boek voor taalminnaars. Willemsen schrijft direct, onopgesmukt, beeldend en toch ook: ‘gewoon’. Weinig boeken in onze letterkunde zijn zo onnadrukkelijk en pretentieloos briljant. Niet voor niets zal de uitgever – na de juichende kritieken en het succes van Braziliaanse brieven – Willemsen meer ruimte hebben geboden voor de publicatie van eigen werk. Denk daarbij aan titels als De taal als bril, Vrienden, vreemden, vrouwen, Het hoge woord, De val (over de gevolgen van zijn alcoholverslaving) en De goddelijke kanarie (over voetbal). 

    Natuurlijk leren wij ook het verre, vreemde Brazilië kennen, op basis van Willemsens verslag van zijn indrukken en belevenissen. Een voorbeeld moge dienen ter illustratie.

    ‘In Pirapora was het heet, zeer heet. Weer drie dagen wachten, nu op de boot. In het hotel was geen water. Dus gingen we naar de rivier. Het is een misvatting te denken dat in de hitte mensen wennen aan hitte. Het went nooit. Ook dieren wennen er niet aan. Op het rivierstrandje kwamen op een dag twee jongetjes en een enorm paard. Ze gingen met z’n allen het water in, en de jongens begonnen het paard nat te spatten. Het beest genóót. Ik hou helemaal niet van paarden. Ik vind ze te groot, de gewoonte om van ‘hoofd’ en ‘benen’ te spreken vind ik belachelijk, en ik voelde me van harte gesticht toen ik las dat Éluard de kop van een paard ooit eens heeft omschreven als een schoen met spataderen. Maar ik ben niet iemand die niet zijn mening prijsgeeft voor een betere wanneer de gelegenheid zich daartoe leent. De jongetjes speelden met het paard, en het paard met hen. Ze probeerden op zijn rug te klimmen, gleden steeds langs de gladde, natte huid weer in het water, en het dier liet geduldig begaan, tot ze er allebei opzaten. Daarna liep het wat heen en weer, kwam terug naar het strand, ze rolden alle drie door het warme zand en begonnen alles weer van voren af aan. We zaten ernaar te kijken, de tranen stroomden me over de wangen, en ik zei tegen Mieke: “We hebben vijf keer de hele Biënnale afgelopen, en dat was mooi, maar dit is schoonheid. Dit is nu schoonheid.”

    Daarbij de zekerheid dat het alleen hier kon gebeuren. Ik voelde me op een weldadige manier bevrijd van ironie.’
    (Braziliaanse brieven, derde druk, 1986, p. 103).

    Of – over Rio de Janeiro:

    ‘Ik zit hier in wat de mooiste stad ter wereld heet, en het doet me niets. Trouwens, dat mooie kan alleen maar slaan op de ligging. De stad zelf, het centrum, is architectonisch niets bijzonders, onverdraaglijk druk, lawaaiig, smerig, en ik voel me onherstelbaar vervreemd van de mensen als ik er overdag rondloop. Nooit zie je eens iemand met een introvert gezicht. Alles is direct, onmiddellijk, spontaan, en dat begin ik te ervaren als dodelijk vermoeiend en vervelend.’ (idem, p. 211)

    Hieruit komt Willemsen naar voren als een scherpzinnig en gevoelig waarnemer. En hij is in een land waar de meeste mensen op andere dingen letten dan hij, wat zijn observaties des te meer de moeite waard maakt. Daarbij komt dat het boek Braziliaanse brieven bestaat uit vier afdelingen met brieven uit verschillende periodes: 1967-1968, 1973, 1979 en 1984. Daardoor kijken en leven we niet alleen ‘zomaar’ met Willemsen mee, we zijn ook getuige van de reflectie op zijn eigen ontwikkeling als reiziger en waarnemer.

    In veel opzichten is dit boek dus een smaakmaker. Het maakt nieuwsgierig naar Brazilië, het doet je reikhalzend grijpen naar andere boeken van Willemsen en – ten slotte – het wekt ook interesse voor het werk van de vele schrijvers met wie Willemsen zich bezighoudt en wat hij in het Nederlands heeft vertaald. Dit is meer dan genoeg voor de ‘rechtvaardiging van een bestaan’ om met Bloem te spreken. Het is iets om Willemsen dankbaar voor te zijn. Het beste geven wij daar uiting aan door zijn boeken te lezen en de door hem vertaalde poëzie onder handbereik te hebben, als bron van plezier, verdieping, schoonheid en troost.

    Carolien

    28 July 2016
    Zomerrubriek
    August Willemsen
Previous Page
1 2 3 4
Next Page
  • Over ons / Contact
  • Steun Ons
  • Jong Literair Nederland
  • Adverteren
  • Archief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

  • Bluesky
  • Facebook
  • Instagram
  • Mail
  • Jong Literair Nederland
© 2026 Literair Nederland