• Toedekken en vergoelijken

    Een verzwegen leven van Robert Chesal is volgens het colofon ‘een persoonlijke weergave van feitelijke gebeurtenissen’, waarbij de meeste persoonsnamen zijn veranderd. Chesal is één van de journalisten die kwamen met onthullingen van grootschalig misbruik in de katholieke kerk in Nederland. Dit boek gaat daar voor een belangrijk deel over, maar behandelt ook gebeurtenissen uit Chesals leven. Zijn belangstelling voor de misbruikzaak blijkt een dieperliggende oorzaak te hebben.

    Een verzwegen leven leest als een trein. Chesal stelt de stijl volledig ten dienste van de verwikkelingen die hij wil beschrijven. De lezer kan nergens stranden en is binnen de kortste keren bij het slot aanbeland. Hij of zij hoeft geen moeite te doen om interpreterend de zin aan de tekst te ontworstelen; in een journalistiek relaas legt Chesal alles helder uit. Het boek blinkt niet uit in literaire ambivalentie, wat wel gekund had met het gekozen thema.

    Als tijdsdocument en verslaglegging heeft het boek zeker zijn waarde. De schokkende beschrijvingen van vergaand misbruik doen de lezer huiveren, maar Chesal maakt zich niet schuldig aan sensatiejournalistiek. Wel bekent hij deels door ambitie te worden gedreven.

    Chesal geeft met zijn relaas een kijkje in de journalistieke keuken, wat zeker interessant is, al zijn Chesal en zijn collega Joep Dohmen, geen Woodward en Bernstein, bekend van de Watergate-onthullingen. Chesal presenteert zich als een innemende verteller met wie de lezer zich gemakkelijk kan identificeren.

    Jammer is dat de auteur niet ingaat op de mogelijke oorzaken van het misbruik, of op de aard van het Nederlandse katholicisme. Een historische analyse biedt Chesal niet of nauwelijks, wat in een journalistieke tekst als deze toch niet zou hebben misstaan. Wellicht speelt de achtergrond van Chesal mee: als van origine joodse Amerikaan heeft hij weinig basiskennis aangaande de uitwassen van het Nederlandse rijke roomse leven of van de gebeurtenissen uit de periode van ontkerkelijking en ontworteling die erop volgde.

    Een verzwegen leven is naast een weerslag van onderzoeksjournalistiek ook een familiegeschiedenis, in de traditie van Het pauperparadijs van Suzanna Jansen of Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer. Alleen gaat Chesal niet zo uitgebreid op het verleden van zijn familie in als in deze boeken geschiedt.

    Een verzwegen leven maakt nieuwsgierig naar Chesals joodse Amerikaanse familie. Zijn ouders en broers lijken interessante karakters te hebben, maar ze worden wat schematisch beschreven. De onthullingen over Chesals verleden en over zijn familie worden gedoseerd gebracht, maar zijn niet per se verrassend, al is de betekenis ervan voor de auteur duidelijk. Als dit fictie was geweest dan had een redacteur mogelijk om wat meer ontsporing gevraagd. Maar dit is geen plotgestuurde roman. Wat  dit boek wel is, is een authentiek relaas van de omgang van een ontwikkelde man met zijn (familie)verleden. In die hoedanigheid kan het mensen aanspreken en aan het denken zetten. Meer echter ligt de waarde van het boek in de weergave van de wijze waarop het katholieke misbruikschandaal zich in de media ontvouwde.

     

    Een verzwegen leven.
    De dramatische waarheid achter de façade van een gewone familie

    Auteur: Robert Chesal,
    Aantal pagina’s: 285
    Verschenen bij: Bertram + de Leeuw uitgevers
    Prijs: € 18,50

     

  • Onrechtvaardigheid juridisch systeem18e eeuw

    Sjaco is een historische roman van Conny Braam (1948) over het waargebeurde proces tegen de van spraakmakende misdaden beschuldigde Jacob Frederik Muller, alias Sjaco. Het boek geeft veel informatie over de rechtspraktijk in de achttiende-eeuwse Republiek, in Amsterdam en Den Haag. Braam heeft  duidelijk veel spitwerk verricht en ze biedt het verhaal aan in toegankelijk proza.

    Braam heeft een achtergrond als activiste tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid. Ook in dit boek toont ze haar geëngageerdheid, nu op een ander terrein. Niet alleen wordt de onrechtvaardigheid van het rechtssysteem van de vroege achttiende eeuw getoond, ook gaat Braam in op de wreedheid van de slavenhandel en exploitatie door de Hollanders in Suriname. Braam laat haar personages het boek Oroonoko van de Britse schrijfster Aphra Behn lezen. In Oroonoko, dat verscheen in 1688, stelt Behn de slavernij indringend aan de kaak.

    Het verhaal in Braams boek wordt verteld door Tobias van Thuynhuizen, een suffige rentenier, die (denkbeeldig) kwakkelt met zijn gezondheid. Tobias komt naar voren als een wat slappe man, die het werkzame leven niet kent en die weinig meemaakt. Hij is in de ban van zijn buurvrouw Machteld, een rijke weduwe. Samen zetten zij zich in voor de zaak van Sjaco. Hierdoor heeft Tobias voor het eerst een echt doel in het leven en ervaart hij zijn bestaan als zinvol. Hij weet als verteller sympathie op te wekken, al wens je hem wat meer pit toe. Machteld heeft die pit wel in ruime mate en zij laat dan ook pamfletten drukken waarin het wordt opgenomen voor Sjaco.

    Sjaco wordt met veel sympathie beschreven. Hij wordt neergezet als een soort Robin Hood, die steelt van de rijken, maar genereus is tegen mensen uit zijn sociale klasse. Hij komt naar voren als een standvastige man die  zijn onschuld volhoudt ook als hij zware pijniging ondergaat. Hij weigert te bekennen of zijn kameraden te verraden en vecht zijn Amsterdamse veroordeling aan bij het Hof van Holland in Den Haag. Braam volgt de rechtsgang en benoemt de hoofdrolspelers (buiten de fictieve Tobias en Machteld) bij hun authentieke namen. De invulling van hun karakters komt natuurlijk wel uit de koker van Braam. Braam laat zien wat de voordelen van een historische roman zijn ten opzichte van een historische wetenschappelijke publicatie. De invulling door de schrijfster maakt de lezer veel meer betrokken bij de gebeurtenissen. Het gaat om mensen van vlees en bloed. Zo wordt het tot leven gekomen verleden getoond en invoelbaar gemaakt, op een manier die niet is weggelegd voor de tekst van een wetenschapper, die immers de feiten respecteert en niet speculeert.

    Gevaar van de historische roman is dat je als lezer bent overgeleverd aan de visie van de auteur op het verleden, meer dan in een onderbouwde en analytische studie. Braam heeft duidelijk veel research gedaan, maar een volledig afgewogen beeld van de historische Sjaco en zijn antagonist hoofdofficier Van Collen en andere vertegenwoordigers van de overheid biedt het boek waarschijnlijk niet. Dat lijkt ook niet de bedoeling. Het is de bedoeling de lezer betrokken te maken en hem of haar te doordringen van de onrechtvaardigheid van het juridische systeem uit het verleden. De wreedheid en willekeur ervan komen goed uit de verf en er zal nauwelijks een lezer zijn die geen partij kiest voor de charmante underdog Sjaco.

    Braam is niet de eerste die over Sjaco schrijft. Zo verscheen in 2008 een proefschrift van Frans Thuijs over hem. Ook literatoren droegen al bij aan de beeldvorming rond de sympathieke schurk, met name Justus van Maurik in Toen ik nog jong was uit 1887 .

    Braams boek is vlot geschreven. De schrijfster biedt een inkijkje in het leven van armen en welgestelden in de achttiende-eeuwse Republiek, waar het besef dat men over het hoogtepunt van economische en politieke macht heen is, nog niet volledig is doorgedrongen. Braam geeft enig inzicht in de mentaliteit van mensen uit het verleden. De ik-persoon Tobias (die bijna geen woord oud-Nederlands bezigt) lijkt echter soms in het heden te schrijven, in plaats van drie eeuwen terug. Dit maakt hem voor de hedendaagse lezer een toegankelijke gids langs de belangrijke momenten van het verhaal. Al met al is het een goed gestructureerde roman, die je doordringt van het besef dat het, gezien de vele willekeur en uitbuiting, ongepast is al te tevreden te zijn over het Nederlandse verleden.