-
Cuba, 2004. Tin van Heel ligt in een soort middeleeuws martelwerktuig en bereidt zich voor op de dood. Een gebroken ruggengraat maakt dat hij geen kant op kan en er rest hem weinig meer dan zijn leven te overdenken. Hoe heeft hij hier terecht kunnen komen, in dit armeluisziekenhuis in de verzengende hitte, zonder familie
-
Marly Sanders treedt op bij de boekwinkel in haar woonplaats. Boekhandelaar Koos heeft gevraagd of ze Waldemar Prins wil interviewen, de biograaf van veelschrijver Tolbert. Geen onverdeeld aanlokkelijke opdracht, want ze heeft, zoals ze zelf uitdrukkelijk zegt geen verstand van literatuur. Tolbert is een geweldenaar, die man heeft wel zestig boeken geschreven, zijn kennis is
-
Een gedicht een impressie van een emotie, een observatie van een tafereel, een familieportret of verhaal? Schetsen in versvorm die het zicht op de werkelijkheid verscherpen dan wel vervormen? Bij poëzie kun je daar mee aankomen. Het Liegend Konijn maakt de diversiteit van de poëzie in het Nederlandse taalgebied op ruimhartige wijze zichtbaar. In het
-
In 1984 publiceert J. Goudsblom in De Gids (jaargang 147) Vuur en beschaving. De domesticatie van vuur als een beschavingsproces. Hij schrijft: ‘Het onderwerp van deze studie is […] zeer omvangrijk. De handeling beslaat de menselijke omgang met vuur, de plaats waar deze zich afspeelt is het landoppervlak van de aarde, en de tijd beslaat
-
Arnon Grunberg, roman en toneelschrijver, essayist en verslaggever neemt een bijzondere en eervolle positie binnen de Nederlandse letteren in. Hij heeft vroeg in zijn carrière aardig wat prijzen gekregen, niet alleen in Nederland maar ook in België en Duitsland. Elke dag staat er een stukje van hem, Voetnoot, op de voorpagina van de Volkskrant, met
-
Het is met De morfinetrilogie van Paul Gellings als met de discussie over de vraag of het glas halfvol of halfleeg is. Wie elk van de drie boeken (Verbrande schepen, Augustusland en De jacht op de klaproos) apart leest, zal geïmponeerd zijn door rake karaktertekeningen. Wie ze echter achter elkaar leest, zal opvallen dat de
-
In een interview zei Nico Dros het eens ongeveer zo: ‘Ik ben geworteld in Amsterdam, maar ik heb Texel nooit verlaten’. In zijn juist verschenen verhalenbundel Langzaam afbouwen op deze planeet staat een mooi voorbeeld van dat gevoel van verbonden zijn met twee plekken tegelijkertijd: Doorwaakte nacht. Omwille van zijn werk, maar ook door een
-
Een romanschrijver en een oplichter hebben veel gemeen. Natuurlijk, de bedoelingen van de eerste zijn nobeler dan die van de flessentrekker. Maar op de toppen van hun kunnen spelen ze beiden met de werkelijkheid, spiegelen ze allebei hun publiek een wereld voor die er verduiveld echt uitziet. Maar het niet is. In de drie romans
-
Wouter Godijns poëzie lijkt sterk onderhevig te zijn aan smaak, getuige de zeer verdeelde ontvangst van zijn bundels. Dat ligt aan de eigenaardige, wilde gedichten die Godijn schrijft, die door de een beoordeeld wordt als ‘[g]eniaal gezeur, kortom’ (Piet Gerbrandy) en door de ander als ‘een beetje pijnlijk en vermoeiend’ (Joep van Ruiten). Bovendien heeft
-
Hadley Richardson, Pauline ‘Fife’ Pfeiffer, Martha Gellhorn en Mary Welsh hebben in ieder geval één ding met elkaar gemeen: ze hebben allemaal, op een moment, de achternaam van Ernest Hemingway aangenomen. Hadley ontmoet Ernest in 1920 op een feestje. Ernest is eenentwintig, Hadley is negenentwintig. ‘Eenentwing pas? Vijfentwintig zou teleurstellend zijn geweest, maar eenentwintig is








