• Doelloos

    Doelloos

    Rusteloos met als ondertitel Gestrand in het land van Boeddha is de tweede roman van historicus en indoloog Casper Luckerhof. Oorspronkelijk was de schrijver van plan een boek te schrijven waarin Boeddha als charlatan werd ontmaskerd. Het draaide uit op ‘een memoir’ van zijn eigen avonturen in Nepal, een verhaal van een verdwaalde bijna-dertiger, gekweld…

    Lees verder

  • Naar een ultieme staat van verlichting

    Naar een ultieme staat van verlichting

    De man die een berg werd van Grete Simkuté speelt zich af ergens in Noord-Japan en begint in 1823 op dag 0. Het verhaal behandelt het leven van de jonge boerenzoon Myo. Hij is eerstgeborene. De ouders zijn arme rijstboeren en de jongen praat niet totdat jaren later zusje Asa geboren wordt. Het zijn Myo’s gelukkigste…

    Lees verder

  • Droom, dood en mooie benen

    Droom, dood en mooie benen

    De geschiedenis van Het blauwe uur van Alexander Lernet-Holenia is even intrigerend als het boek zelf. In 1940 als feuilleton verschenen, daarna gedrukt in een oplage van 15.000 exemplaren (bij het beroemde uitgeefhuis S. Fischer Verlag), vervolgens verboden door het Ministerie van Propaganda en door de Wehrmacht, waarop de gehele oplage op een geheime plek ergens…

    Lees verder

  • Van droomfabriek naar nachtmerrie

    Van droomfabriek naar nachtmerrie

    De tweeëndertigjarige Josie, die geen onderwijsbevoegdheid heeft, wordt aangenomen als docent wiskunde. De dag na haar sollicitatiegesprek moet ze al beginnen, terwijl ze nog geen schoolboek heeft gezien. Haar eerste les begint chaotisch: ‘“Het is hier fokking warm mevrouw, ik ga hier echt niet zitten.” “Gatverdamme, het stinkt hier.” “Jij stinkt zelf gast, je hebt…

    Lees verder

  • Donkerte met een klein lichtpuntje

    Donkerte met een klein lichtpuntje

    Overrompeld worden door eigen gedachten. Dat is wat Alicja Gescinska (1981) lijkt te overkomen in de bundel Trojaanse gedachten. De Pools-Belgische filosofe en dichteres grijpt de mythologie aan om te laten voelen hoe sterk deze plotselinge stroming kan zijn. Na de overrompeling wordt ze meegevoerd op de inwendige golven van het gemoed – als gevangene…

    Lees verder

  • Een andere Romeinse vertelling

    Een andere Romeinse vertelling

    Vilein, vuil en vunzig is het Rome dat Han van der Vegt in Een fellere zon schildert. Het is de stad van Julius Caesar, Cato, Cicero en andere bekenden uit het antieke Rome, en het jaar is 694 voor de stichting van Rome, ofwel 59 voor Christus. Terwijl het raamwerk historisch klopt, gaat Van der…

    Lees verder

  • Van Lieshout houwt zich een weg naar het gebeente van gevoelige vraagstukken

    Sommige thema’s als misbruik en aanranding lijken bij voorbaat geknipt voor thrillers, waarbij de lezer de pagina’s vingervlug wil omslaan. In Beitelaar hanteert Ted Van Lieshout echter een bedachtzamere aanpak. Hij is een literaire beeldhouwer die met zijn woorden netelige kwesties rond slachtofferschap en pedofilie tot het bot uithakt. Dat Van Lieshout secuur te werk…

    Lees verder

  • Een taalfeest

    Een taalfeest

    Zoals het een goede openingszin betaamt, is deze kenmerkend voor de rest van de tekst. Zo ook in de roman van Sasja Sokolov, School voor zotten, waarin hij zijn personage laat zeggen: ‘Oké, maar hoe moet ik beginnen, met welke woorden?’ Vanaf dat moment richt het personage zich rechtstreeks tot de lezer, alsof de lezer tegenover…

    Lees verder

  • Het best op dreef in verhalen die tegen het absurde aanleunen

    Het best op dreef in verhalen die tegen het absurde aanleunen

    In 2000 verscheen Margriet de Moor’s Verzamelde verhalen. Daarna schreef zij tien romans en nu publiceert de Bezige Bij van haar de verhalenbundel Meneer en mevrouw God. Toch nog nieuw verhalen na de verzamelde? Vermoedelijk niet echt. ‘Deze uitgave bevat verhalen die niet eerder in boekvorm zijn verschenen’, meldt de uitgeverij. En als lezer merk je ook…

    Lees verder

  • Van vervangkind naar zondagskind

    Van vervangkind naar zondagskind

    Het is januari 1900 als de Haarlemse Lodewijk zich meldt bij het conservatorium La Schola Cantorum in Parijs. Onderdak heeft hij gevonden in de Rue Lepic, waar toentertijd veel schilders, schrijvers en musici woonden. Daarmee begint Erik Harteveld zijn Het verloren kind, een novelle in brieven. Lodewijks hospita, Madame Perez, noemt hem monsieur Ludovic. ‘Dus heb…

    Lees verder