-
De verhalenbundel Viva L’Italia waarmee Van der Sluis debuteert is een merkwaardig boekje. Het bevat 20 korte verhalen die zich ieder afspelen in één van de 20 regio’s van Italië en die bijna allemaal eindigen met een misdaad. Van der Sluis is verbonden aan het literaire weblog TZUM waar hij de inleiding op zijn boek
-
Amber Klein, de 12/13-jarige hoofdpersoon van de vierde roman van Marieke Groen, groeit op in een gezin met een vader, moeder en broertje. De beklemmende sfeer van dit gezinsleven spreekt uit een zinnetje als: ‘De vader zit al aan tafel. Ze [d.i.Amber] aarzelt even, maar gaat dan toch tegenover hem zitten. In zijn zicht, maar
-
De ‘baas’ is op weg naar Kreta, hij heeft er een concessie voor de winning van bruinkool. Er gaat ook een manuscript mee, daar kan hij op het paradijselijke eiland wellicht tussen de bedrijven door aan werken – een verhandeling over de Boeddha. In de haven van Piraeus, wachtend op de veerboot, heeft hij een
-
De debuutroman van Inge Schilperoord (1973) begint met een citaat van de Franse schrijver en filosoof Albert Camus: ‘De mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt’. Net zoals Meursault, de gesloten Franse Algerijn in Camus’ bekendste roman De vreemdeling, probeert de dertigjarige Jonathan, de hoofdpersoon in Muidhond, onopvallend zijn eigen
-
Een goeie drinkscène, daar knapt menig boek van op. Maar het zijn niet de gemakkelijkste om te schrijven. Zoals een acteur die een dronken personage op het toneel neerzet moet waken voor over-acting, zo moet een auteur ervoor waken dat zijn scène over the top wordt. Een goed voorspel is van belang – waarom grijpt
-
Alphonse Badji, een vroegere Senegalese muzikant uit Brussel, werkt als zelfstandig klusser in een klein dorp aan de Belgisch-Franse grens waar hij met zijn (blanke) vrouw Kat sinds een jaar woont. Hoewel Kat af en toe droomt van teruggaan naar de stad, zijn ze er best tevreden. Aan werk heeft Alphonse geen gebrek. De ene
-
‘Niemand kan op water lopen en daarom hebben de vissen ook geen voeten’. Wanneer Sigga de zee inloopt om zichzelf te verdrinken, redt de stiefmoeder van Ari haar. ‘Niemand gaat zichzelf verdrinken terwijl ik toekijk’. In deze poëtisch geschreven familiesaga staat het leven van Ari centraal. Hij groeit op in Keflavik, ‘de zwartste stad van
-
In het derde hoofdstuk van Max Havelaar vertelt de Amsterdamse koffiemakelaar Batavus Droogstoppel, hoe zijn zoon Frits uit het pak van Sjaalman een lang gedicht van Heinrich Heine had opgevist. Het gebeurde tijdens een avondje bij de familie Rosemeyer. De zoon had het voorgedragen en zou dat kunststukje, op dringend verzoek van de andere gasten,
-
Cuba, 2004. Tin van Heel ligt in een soort middeleeuws martelwerktuig en bereidt zich voor op de dood. Een gebroken ruggengraat maakt dat hij geen kant op kan en er rest hem weinig meer dan zijn leven te overdenken. Hoe heeft hij hier terecht kunnen komen, in dit armeluisziekenhuis in de verzengende hitte, zonder familie
-
Marly Sanders treedt op bij de boekwinkel in haar woonplaats. Boekhandelaar Koos heeft gevraagd of ze Waldemar Prins wil interviewen, de biograaf van veelschrijver Tolbert. Geen onverdeeld aanlokkelijke opdracht, want ze heeft, zoals ze zelf uitdrukkelijk zegt geen verstand van literatuur. Tolbert is een geweldenaar, die man heeft wel zestig boeken geschreven, zijn kennis is









