-
In april 2017 is er bij Van Oorschot een nieuwe vertaling verschenen van Mijn gevangenissen van Silvio Pellico, een Italiaanse klassieker uit 1832. Tien jaar gevangen Tussen 1800-1860 werden de Italiaanse gebieden overheerst door het Frankrijk van Napoleon Bonaparte en de Oostenrijkse Habsburgers. Silvio Pellico (1789-1854) is al een bekende dichter en schrijver van toneelstukken
-
Het Advertentiespel uit vroeger tijden was vermakelijk vanwege de vreemde advertentieteksten die konden ontstaan als de in stukken gehakte zinnetjes door toeval bij elkaar kwamen: ‘Aangeboden: vier nieuwe leden met grote kleefkracht’. Tussen zulke raadselachtige zinnen zal een zin als: ‘Dwangmatigheid / is een wind waaraan de niet-moderne kat / is vastgeniet’ bepaald niet misstaan.
-
Marije Langelaar weet hoe ze een gedichtenbundel moet beginnen, in: ‘Ik werd wakker dat jaar aan het strand / mijn vogellichaam / sterk vermagerd. // Ik schrok van mijn vriend die naast mij lag. / Volledig van zand. / Begon hem zachtjes te graven.’ In de eerste zes regels van ‘Zand’ worden al veel intrigerende
-
Astronaut van Pieter Kranenborg stelt de recensent voor een dilemma: wel of niet beginnen over het geboortejaar van de schrijver? Er wordt soms teveel nadruk gelegd op een opvallende leeftijd van de auteur, vooral vanuit de marketing hoek. Terwijl dit gegeven uiteraard niets zegt over de kwaliteit van het geschrevene. Anderzijds valt een boek met
-
Ruim twintig jaar schreef Jeroen van Kan gedichten onder een pseudoniem. Als Wesley Albstmeyer publiceerde hij in onder andere Het Liegend Konijn en Dietsche Warande & Belfort. Albstmeyer is de achternaam van zijn overgrootmoeder en Wesley koos hij erbij, omdat die naam er ‘zo mooi mee botste’, verklaart Van Kan in een interview van Maarten
-
De naam Gerrit Komrij (1944-2012) roept misschien niet zozeer de romanschrijver en dichter in herinnering als wel de bloemlezer en (tv)criticus. Als gezaghebbend recensent kon hij carrières maken en verwoesten. Zijn vermaarde, vaak herdrukte De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten bepaalde onomstotelijk wie er wel en er
-
Eigenlijk is het een goed idee om de lectuur van Herinneringen in aluminiumfolie, de nieuwe verhalenbundel van jeune premier Jamal Ouariachi, aan te vatten met het nawoord van de schrijver. Daarin heeft hij het over de lage status van het korte verhaal, het ‘zorgenkindje van de literatuur’. Commercieel gezien doen verhalenbundels het namelijk niet zo
-
De knorrige bejaarde Viktor Dyk probeert vanaf een bankje in een Praags park met zijn stok een kettingschallebijter (een kever) weg te slaan. Plotseling staat ‘een jong persoon van het vrouwelijk geslacht’ voor hem om de weg naar de Academie van Beeldende Kunsten te vragen. Die is vlakbij, maar de pesterige Dyk stuurt haar de
-
‘Wat een kanjer!’ Deze verzuchting slaakte ik bij het ter hand nemen van Kwaadschiks. Sinds Oorlog en Vrede van Tolstoj niet meer zo’n dik boek gelezen; 1280 bladzijden en dan te beseffen dat dit boek slechts een onderdeel is van de romancyclus De tandeloze tijd die inmiddels bestaat uit zeven boeken. Maar het is ook
-
Het zijn de geuren die het hem doen en het hele boek doortrekken. De geur van oude dekens in de gang van het verpleeghuis waar Gerrit Kouwenaar stierf, de geur van bloeiende lelies in de grote zaal van de Rotterdamse Doelen waar Anna Enquist Kouwenaar ruim tweeëntwintig jaar geleden voor het eerst ontmoette. Op de









