Anastasia Gavrilovici (1995) is een Roemeense dichter, vertaler en docent. Ze studeerde aan de letterenfaculteit van de universiteit van Boekarest. De kalmeringsindustrie voor volwassenen is haar debuut uit 2019 en betekende direct haar doorbraak in Roemenië. De bundel is nu in het Nederlands vertaald door Charlotte van Rooden die ook een nawoord schreef.
De bundel geeft een portret van een jonge vrouw en moeder in het moderne Roemenië, wat haar bezighoudt, hoe ze het leven (over)leeft. De lezer krijgt een inkijk in dit leven, met haar zwangerschap, haar liefdes, haar kind.
Gavrilovici is een gepassioneerde vrouw met heftige emoties die ze loslaat op een fors aantal thema’s: liefde, drank en uitgaan, geweld, seks, angst, het patriarchaat, de (Roemeense) maatschappij. Toch kun je niet zeggen dat de bundel pessimistisch of somber is. ’…ik probeer niets dan positieve emotie uit te stralen, mijn naaste te helpen, vrede te vinden …/en nog heb ik meer liefde te geven’.
Niets om je zorgen over te maken
Gavrilovici is positief gestemd ondanks de ellende die ze om zich heen ziet. Ze kijkt met ironische blik naar de wereld:
‘Ik heb niets aan de woorden van die aldoor trieste door het klimaat verslagen mensen in de strijd om endorfine.’
En:
’… een teken dat ook de wil om te leven op de juiste plek zit als je weet dat ergens iemand van je houdt…’.
Na een lange opsomming (in Hoe het zoal met me gaat) van wat er allemaal mis kan gaan (straling, fastfood, granaten, en nog veel meer) schrijft ze: ‘niets om je zorgen over te maken’. De ironische toon werkt verfrissend en bevrijdend, de humor brengt luchtigheid en relativeert.
Een van de thema’s in deze bundel is de mentale gezondheid van de dichter en van de Roemeense maatschappij. Ergens schrijft ze: ‘het is geen depressie, het is maar verdriet’. In het gedicht Obsessive confessive disorder waaraan de titel van de bundel is ontleend, schrijft ze over de kalmeringsindustrie voor kinderen: mobiles, teddyberen, schommelstoelen. Ze trekt een parallel met die voor volwassenen: MDMA, LSD, Tramadol.
In veel gedichten verwijst ze naar de mentale gezondheid van zichzelf en van veel anderen in de wereld. Die staat onder druk door de uitwassen van de moderne maatschappij waar ze heel kritisch op is. In Wat weet jij van honger, geachte heer Erfgoed? beschrijft ze onder andere dat de verwoesting van de Notre Dame groter nieuws is dan de dood van een driejarig kind. Syrië, honger, verkrachte vrouwen, Gavrilovici draait er niet omheen: alles wordt genoemd. Het is rauwe, fysieke poëzie: seks, stront, darmen, dood. Haar taalgebruik is niets-versluierend, van de straat.
Proust-achtige vragen
De kalmeringsindustrie voor volwassenen zou je kunnen lezen als een gebruiksaanwijzing om te overleven in de moderne tijd; het bevat recepten om met andere mensen om te gaan, het geeft waarschuwingen tegen doemdenkers, pessimisten en overheden. Het is een handleiding voor de vooral jonge, moderne mens in de moderne, hectische tijd, met tips en adviezen.
Toch schrijft ze ook over haar zwangerschap, haar liefde, haar kind, over alledaagse zaken. Ze is tevreden, ze voelt zich thuis, ze is teder. De tegenstelling tussen deze twee werelden, huiselijkheid en ‘het leven’ is groot, waardoor de rauwe werkelijkheid nog rauwer binnenkomt en daarmee de impact van haar poëzie groter wordt.
Het mooiste gedicht is Vragenlijst, een soort Marcel Proust-achtige vragen en opdrachten. Een paar voorbeelden:
‘Beschouw jij jezelf als een moreel persoon?
Vertel in een paar zinnen je meest recente erotische droom.
Denk jij dat masturbatie, net als poëzie, een bezigheid is voor eenzame en onaangepaste mensen?
Geloof jij rotsvast dat schoonheid de wereld zal redden?’
Dit gedicht heeft nogal wat stof doen opwaaien in Roemenië, met name bij de gevestigde orde. Gavrilovici is in dit gedicht zeer kritisch op de Roemeense samenleving en met name op het patriarchaat.
Vertaalster Charlotte van Rooden schreef ook een verhelderend nawoord, waarin ze een aantal zaken toelicht die we in het westen over Roemenië niet weten. Daardoor gaat de poëzie nog meer leven. Van Rooden legt aan de hand van voorbeelden ook uit hoe ze de vertaling vorm heeft gegeven, soms in overleg met de dichter. Dan blijkt ook dat de parallellen met de Nederlandse maatschappij groot zijn. En kunnen wij er ook nog wat van leren. Poëzie spreekt meestal voor zichzelf. Toch geeft dit nawoord een grote meerwaarde aan de interpretatie van de gedichten van Gavrilovici. Deze bundel verdient een groot publiek.










