• Beste boeken van 2023

    Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.

     

     

     

     

    Verder kijken – Esther Kinsky

    Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.

     

     

    His Natural Life – Marcus Clarke

    Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)

     

     

     


    Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden

    Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.

     

     

     

    Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer

    Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)

     

     

     


    De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren

    Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.

     

     

    Het boek van de kinderen – A.S. Byatt

    Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)

     

     


    Nirwana – Tommy Wieringa

    Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.

     

     

    Het hart van de ever – Baltasar Porcel

    Het hart van de ever is de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)

     

     


    Ruitjesblues – Jan Beuving

    Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)

     

     

     


    Luister – Sacha Bronwasser
    De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.

     

     

    Een schitterend wit – Jon Fosse
    Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)

     

     


    Das Spinnennetz – Joseph Roth
    Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.

     

     

    De wintersoldaat – Daniël Mason

    In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)

     

     


    Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje

    Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

     

     

    De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf
    Ademloos las ik dit jaar
    Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)

     

     


    Scherven – Bret Easton
    Dit jaar las ik
    Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie. 

     

     

    In het huis van de dichter – Jan Brokken
    Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)

     

     


    Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.  

     

     



    De laatste witte man
    – Mohsin Hamid
    Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)

     

     


    Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom
    Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
     verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden. 

     

     

     

    Balts – Luuk Gruwez
    In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)

     


    ArkadiaSipko Melissen
    Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
     Arkadia is prachtig geschreven!

     

     


    Drengr
    – Aron Dijkstra
    Een echte Viking is
    drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)

     


    Jij zegt het – Connie Palmen
    Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’

     


    Goudjakhals
    – Julien Ignacio

    Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)

     

     


    Marente de Moor – De schoft 

    Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen. 

     

    Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt 

    Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)

     

     


    Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose

    Een prachtig indrukwekkende debuutroman van de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.

     

     


    Rugzwemmen – Marc ter Horst

    Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)

     

     


    Een kleine weldaad – Raymond Carver

    Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.

     

    De minnaar – Marguerite Duras

    Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)

     

     

     

  • Lieke Marsman krijgt Eline van Haarenprijs 2023

    Lieke Marsman heeft de Eline van Haarenprijs 2023 ontvangen voor haar bundel In mijn mand, dat in 2021 bij uitgeverij Pluim verscheen. De jury oordeelde over haar bundel: ‘Ouderwets goed, dit is wat wij van poëzie verwachten. […] Een imponerende bundel.’

    De Eline van Haarenprijs is een vijfjaarlijkse poeziëprijs voor vrouwelijke dichters onder de vijfendertig jaar uitgereikt door uitgeverij Conserve. De prijs wordt sinds 1988 uitgereikt en is vernoemd naar de dichteres Eline van Haaren, wier postuum verschenen bundel Leef de dag (1983) de eerste publicatie van de uitgeverij vormde.

    De andere genomineerden zijn Iduna Paalman met de bundel De grom uit de hond halen (uitgeverij Querido) en Lilian Zielstra met de bundel Mijn dochter draagt een steen (uitgeverij Passage).

    In 2013 was Lieke Marsman genomineerd voor de Eline van Haarenprijs met de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud (2010 Van Oorschot), die toen naar Kira Wuck ging.

    In 2008 kreeg Ester Naomi Perquin de prijs en de laatste winnares in 2018 was Mieke van Zonneveld.
    Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 1.250 euro.

     

     

  • Eén jaar Jong Literair Nederland!

    Vandaag is het een jaar geleden dat Literair Nederland startte met Jong Literair Nederland. Met andere woorden: Jong Literair Nederland viert haar eerste verjaardag!

    Waar staan we nu?

    Wekelijks publiceren we drie tot vijf recensies, tweewekelijks een nieuwe column, zo nu en dan een interview, elke week nieuwe boeken in de Jonge Oogst, en de titels die in de klas gelezen kunnen worden, komen aan de orde in de rubriek Jonge Oogst Speciaal.

    Er is een groeiende groep selecte kinderboekliefhebbers die voor Jong Literair recenseren. Een aantal van hen schrijft ook voor Literair Nederland.

    We worden gesteund door een deskundige Raad van Aanbeveling (Liselotte Dessauvagie, Helma van Lierop-Debrouwer, Aad Meinderts en Oliver Schmidt-Reps).

    De kinderboekenwereld heeft er echt een speler bij, en daar zijn wij trots op!

    Winactie

    Ter gelegenheid van die eerste verjaardag gaat er vandaag, vrijdag 15 december, aan het eind van de middag via het Instagram van Jong Literair Nederland een winactie van start. Kijk op onze Insta-pagina, waar we inmiddels bijna 1000 volgers hebben, en doe mee!

    Cadeautje

    Wilt u ons met een verjaardagscadeautje steunen? Klik dan hier of op de rode knop hier onder.
    Jong Literair Nederland is net als Literair Nederland een vrijwilligersorganisatie en is voor een belangrijk deel afhankelijk van de steun van bezoekers.

     

  • Oprichting lesbiqueer uitgeverij Velvet Publishers

    Goed nieuws! Er is een nieuwe uitgeverij opgestaan: Velvet Publishers is een kleine, onafhankelijke les-bi-queer uitgeverij die zich richt op les-bi-queer klassiekers, moderne vertaalde literatuur en een Pulpature-reeks. Die laatste is geïnspireerd op de lesbian pulp fiction uit de jaren 50 in de VS, en zal nu geschreven worden door Nederlandstalige les-bi-queer schrijvers. Ook zal er een reeks ‘lesbische-queer romantische verhalen,’ uitgegeven worden.

    Renée van Marissing, van wie onlangs haar derde roman Gelukkige dagen verscheen, zal voor Velvet Publishers de eerste pulpature schrijven: Ontkiemende liefde. Een verhaal dat zich afspeelt op de moestuin, met erotische scènes in de broeikas.

    De Vlaamse schrijver Fleur Pierets brengt een roman over een ‘lesbian love triangle’: Amants féminins, ou, La Troisième (Vrouwelijke minnaars, of, De Derde Vrouw) van Nathalie Clifford Barney opnieuw onder de aandacht.
    De Amerikaanse Clifford Barney was een natuurkracht. In Parijs richtte ze een lesbische literaire salon op die werd bezocht door beroemde Franse en buitenlandse schrijvers. Ze ontmoette en verleidde er honderden vrouwelijke minnaars, waaronder Djuna Barnes en Liane de Pougy. In haar roman beschrijft Clifford Barney ze hoe ze zichzelf verliest in een lesbische driehoeksverhouding.

    Om de verschillende plannen van initiatiefnemers Daphne de Heer, Lian van de Wiel en Anna Krans te kunnen realiseren, startten ze een crowdfundingsactie met een bedrag van 20.000 euro als einddoel. Dat doel is nu bereikt, maar de actie loopt nog 33 dagen door. Want een goede uitgeverij heeft altijd een uitgeefplan in de kast liggen dat wacht op de juiste financiële middelen om gerealiseerd te worden.

    Steun dit initiatief via: Voor de kunst

    Kijk hier het promo filmpje: velvet-publishers-promo.min_.mp4

     

     

  • Luuk Vulkers winnaar Joost Zwagerman Essayprijs 2023

    Gisteravond werd op de zestigste geboortedag van schrijver Joost Zwagerman  in Taqa Theater de Vest in Alkmaar de Joost Zwagerman Essayprijs 2023 uitgereikt. Uit vijf genomineerde die volgens de jury allen zeer lezenswaardig waren, werd Luuk Vulkers met zijn essay Alles lekt tot winnaar verkozen.

    De jury over het essay: ‘Op het eerste gezicht is dit een essay over smetvrees. Over de angst om ziektes op te lopen van een vieze theedoek, of om een ander met ziektes op te zadelen door viezigheid. “Dat was mijn angst”, schrijft Luuk Vulkers: “Niet de aanraking met het vieze, maar het zelf blijken te zijn.” Gaandeweg blijkt de reikwijdte van dit stuk veel groter. Er blijkt een verband te bestaan tussen properheid en sociaaleconomische status, en tussen de acceptatie van homoseksualiteit en de acceptatie van smetten. Tenslotte gaat het om de dringende wens iets voor een medemens te betekenen.’

    De vijf beste essays werden na twee leesronden uit honderdeenenzestig inzendingen geselecteerd. Criteria van doorslaggevende aard waren: stijl, gedrevenheid, betrokkenheid, kennis van zaken en maatschappelijke relevantie. Er werd gekozen voor essays die weliswaar een persoonlijk vertrekpunt hebben, maar meer zijn dan een autobiografisch verhaal.

    Overige genomineerden waren:
    Linde van Wingerden: ‘We live in a society.’ Over gen Z-ironie
    Marloes Zwagerman: Wacht maar
    Tuly Salumu: Gezocht: de zwarte genen van mijn witte zoon
    Lotte Krakers: Lak 

    Het winnende essay en de andere vier genomineerde essays zijn te lezen in de papieren editie van De Nederlandse Boekengids, op nederlandseboekengids.com en op vanbijleveltstichting.nl .

    In de jury zaten Barber van de Pol, Fien Veldman (winnaar 2021), Merlijn Olnon en Aleid Truijens (voorzitter).

    Aan de prijs is een bedrag van €7.500 verbonden en is een initiatief van de Van Bijleveltstichting bedoeld voor beginnende essayisten.

     

    Foto: Luuk Vulkers ontvangt de cheque van juryvoorzitter Aleid Truijens en Joost Quant van de Van Bijleveltstichting.
    © Jan Jong

     

  • Dichterbij dan waar je kijkt

    Het leven lijkt zich altijd elders te bevinden dan waar ik mij ophoud. Ik tuur ernaar, soms kom ik het nader. Waarom ik me er dan toch weer van afkeer, afstand zoek, weet ik niet. Wil ik enkel reiken, turen naar daar waar ik niet ben? Ben ik verslaafd aan verlangen, ‘Sehnsucht’, hartepijn? Nog een vraag. Wat is het toch dat ik zo graag lees, verlang naar een boek? Dat vroeg ik me af toen ik in het prachtige boekje Je keek te ver van Marjoleine de Vos stuitte op de vraag, ‘Wat is het toch dat je zo kunt verlángen naar wandelen?’ 

    Het afgelopen weekend had ik in Den Haag bij Crossing Border zullen zijn. Bij het interview met Zadie Smith, wat een ‘heerlijk gesprek’ moet zijn geweest. Ik had erbij zullen zijn. Ook bij het gesprek met de Palestijnse schrijver Adania Shibli, bij Michel Faber die een boek over muziek had geschreven. Ik zou het gehoord hebben als de interviewster aan Zadie Smith vroeg hoe haar schrijfdag eruit zag. ‘Ik breng mijn kinderen naar school, ga schrijven en haal mijn kinderen weer van school.’ Van zo’n overzichtelijk leven wens ik subiet schrijver te zijn. Maar goed, mijn kinderen zijn geen kinderen meer die gebracht en gehaald moeten worden. En er was sprake van hartepijn.

    Vorige week donderdag liep ik naar de winkel, het stormde. Het hart joeg me voort, wind sloeg de panden van mijn jas alle kanten op, woelde mijn sjaal los. Gebogen stapte ik voort langs tuinen met op maat gecultiveerde bomen, struikige planten, grind en tegels. Mijn oog viel op een stuk stof tussen de struiken, bont leek het. Een knuffeldoek van een kind, verloren toen het achterop de fiets zittend voorbij kwam. De storm nam het mee, bracht het hier. Ik keek nog eens, zag hoe de stof iets levends werd. Een konijn, nee, een haas. De lange lepeloren gestrekt over zijn rug. Donker bolle ogen, wijdopen neusgaten. Het lag er doodstil.’ Toen, nog voor ik ‘Hee, haas’ kon zeggen, was het verdwenen. Ik keek het na, dacht, ik heb een haas gezien. Ik was er buiten adem van.

    Zaterdagochtend zat ik, enigszins bedeesd (angsthaas) omdat mijn galopperend hart mij tot thuisblijven dwong, aan tafel. Ik las hoe de Israelische schrijver Edgar Keret in een interview vertelde dat hij, op de ochtend van 7 oktober, toen al dat verschrikkelijks in de kibboetsen in het zuiden van Israël gebeurde, er vanuit Tel Aviv naartoe wilde rijden. Om te helpen, mensen te redden. Tot hij bedacht dat hij geen auto reed. ‘Ik kan niet rijden. Ik kan niet eens een verband aanleggen. Ik kan gewoon niet zoveel.’ Dit blootleggen van zijn onvermogen iets te kunnen doen, bracht mij dichter bij de vreselijkheid van dit alles dan welk nieuwsbericht ook. Het willen reiken naar al wat we weten, wat we zien, iets willen doen, helpen. Het is als je tanden stukbijten op een stuk hout, deze realiteit.

    Marjoleine de Vos denkt tijdens een wandeling over het Groningse platteland na over een lezing over duurzame spiritualiteit. Ze ontmoet een vijfentachtigjarige, bijna blinde boer, vraagt hem, ‘Kunt u me zeggen: wat maakt het leven de moeite waard?’ Waarmee ze duurzame spiritualiteit vertaalt naar waardevol leven. ‘een houding die je vooruit helpt in het leven, een kijk op de wereld die het de moeite waard maakt haar te zien zoals ze is. “Nou”, zei hij, ‘dat is wel een héél gemakkelijke vraag.” Hij zweeg even en ik vroeg me af of hij eigenlijk wel begrepen had wat ik vroeg. Maar hij zei kalm: “Het gaat erom voldoening te hebben in wat je doet en in harmonie te leven met je omgeving.”’
    Je keek te ver, ik kijk te ver. Zoveel begreep ik wel.

     

     

    Je keek te ver / Marjoleine de Vos / wandelreeks ‘Terloops’ / Van Oorschot.


    Inge Meijer – een pseudoniem – schrijft wekelijks een column.

     

     

     

  • Nieuwe poëzieprijs in het leven geroepen

    Goed nieuws voor de poëzie! Vanaf volgend jaar reikt de stichting Johan Polak Poëzie Prijs ieder jaar op 25 mei, de sterfdag van uitgever Johan Polak (1928–1992) deze grote prijs uit. De prijs bedraagt 50.000 euro en is bestemd voor de auteur van de beste oorspronkelijk Nederlandstalige dichtbundel. In het reglement voor de uitreiking van de prijs staat dat de bundel moet zijn verschenen in de drie jaren voorafgaand aan de uitreiking. De Johan Polak Stichting tot Instandhouding van het Bijzondere Boek zorgt voor de financiering en garandeert het voortbestaan van de prijs voor tenminste 25 jaar.

    Johan Polak was een bekende uitgever en boekhandelaar. Met Rob van Gennep richtte hij in 1962 uitgeverij Polak & Van Gennep op, in 1968 werd dat Athenaeum – Polak & Van Gennep. Polak stond bekend als uitgever van mooi uitgegeven gebonden boeken.

    Meer informatie over de prijs en het reglement is te lezen op de website johanpolakpoezieprijs.nl.

     

  • Welkom in Stockholm!

    De meest gammele bus die je ooit hebt gezien arriveert op de plaats van bestemming: Stockholm. Hij stopt midden in de stad op Sergel’s Torg, het drukbezochte plein dat toegang geeft tot het centrale metrostation. In de bus zitten negen mannen, illegale migranten uit Turkije. De chauffeur zamelt hun paspoorten en geld in om werk voor hen te gaan regelen. Hij maant de mannen de gordijntjes dicht te houden en niet naar buiten te gaan. De film waar dit het begin van is heet Otobüs. Het is de debuutfilm van Tunç Okan, uit 1975. Via de migranten krijgen we een onthutsend satirisch kijkje op het land dat ze bezoeken. En dat land is natuurlijk niet Zweden, ook al speelt het verhaal zich daar af, maar onze hele westerse wereld. Je zou Otobüs een reisverhaal kunnen noemen in de geest van Gulliver’s Travels.

    De buschauffeur, het zal u niet verbazen, komt niet meer terug, want hij is een ordinaire mensenhandelaar. Terwijl de mannen, uit angst voor ontdekking, niet naar buiten durven, lopen er mensen langs de bus alsof die er niet staat. Wat je niet ziet, bestaat immers niet. Anderen kijken ernaar als naar een curiositeit, om schouderophalend weer verder te lopen. Welkom in Stockholm!

    Regisseur Okan (1942) studeerde in 1963 af aan de Faculteit Tandheelkunde van de Universiteit van Istanbul en kreeg een jaar later via een gewonnen acteerwedstrijd zijn eerste filmrol. In minder dan twee jaar tijd speelde hij in dertien populaire avonturenfilms. Maar in 1967 was hij het beu. Hij verweet de filmindustrie dat zij de Turkse samenleving verdoofde en in slaap wiegde, verliet Turkije en vestigde zich als tandarts in Zwitserland. Met Otobüs maakte Okan zijn entree als onafhankelijk filmmaker met een missie. Er volgden nog drie andere films, de laatste in 2013. Vier films in achtendertig jaar, dat is niet veel. Des te opmerkelijker is het dat over deze weinig bekende regisseur en zijn kleine oeuvre in 2020 in Leiden en proefschrift verscheen van de hand van Tayfun Einar Luxembourgeus, die Okans films ‘grensoverschrijdende cinema’ noemt. 

    ’s Avonds als het donker is geworden wagen de mannen zich naar buiten, op zoek naar iets te eten, water, een wc. Op hun omzwervingen worden ze geconfronteerd met de zelfkant van een wereld die hun volkomen onbekend is. We volgen ze gedurende en aantal dagen. Hun belevenissen zijn rauw en schrijnend zijn, maar soms, plotseling, ook onweerstaanbaar grappig. Zo zijn de scènes op de roltrap – een noviteit voor de mannen – ‘Tatiesk’ hilarisch. 

    Grenzen overschrijden gebeurt zelden ongestraft. De migranten uit Otobüs komen er slecht vanaf: uiteindelijk worden ze door de politie ontdekt en opgepakt. Maar de film zelf lukt het uitstekend. Hij werd bekroond met vijf prijzen, waaronder (op het internationale filmfestival van Karlovy Vary) de Don Quijote Award. Wat een schitterende prijs voor een regisseur met een missie! Inmiddels is de situatie voor illegale migranten er bepaald niet beter op geworden. Zodat Otobüs behalve een sterke, ook een halve eeuw later nog altijd een actuele film is.

     

     



    Hans Heesen is filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam en proza schrijver. Onlangs verscheen zijn derde roman bij uitgeverij IJzer, Tenminste voor een bepaalde tijd.

  • Martin Bossenbroek wint Libris Geschiedenis Prijs 2023

    Tijdens een speciale live-uitzending van OVT op NPO Radio1 maakte juryvoorzitter Kathleen Ferrier vanmorgen bekend dat Martin Bossenbroek voor zijn boek De Zanzibardriehoek, Een slavernijgeschiedenis 1860-1900, de Libris Geschiedenis Prijs 2023 krijgt. Volgens de jury is het boek, ‘zowel een publieksboek dat leest als een avonturenroman als een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving over het slavernijverleden. Op meeslepende wijze weet het een bekende en onbekende geschiedenis met elkaar te verbinden’.

    En ook: ‘De meeste boeken over het slavernijverleden gaan de laatste jaren over de trans-Atlantische slavenhandel en het plantagestelsel in Amerika, maar Martin Bossenbroek focust zich op de slavernijgeschiedenis van een Afrikaans eiland. In De Zanzibardriehoek laat Bossenbroek niet alleen zien dat hij een meesterlijke verhalenverteller is, maar brengt hij ook nieuwe feiten aan het licht. In een geschiedenis vol cliffhangers en persoonlijke verslagen wordt duidelijk hoe Britse abolitionisten op Zanzibar de wegbereiders werden van het imperialisme.’

    Aan de Libris Geschiedenis Prijs is een bedrag van 20.000 euro verbonden. Het is niet de eerste keer dat Bossenbroek de Libris Geschiedenis Prijs krijgt, in 2013 won hij de prijs al voor zijn boek De Boerenoorlog.

    De Libris Geschiedenis Prijs bekroont historische boeken die een algemeen publiek aanspreken. De criteria zijn dat het boek een oorspronkelijk onderwerp heeft, prettig leesbaar is geschreven en op gedegen historisch onderzoek stoelt. Aan de prijs is een bedrag van € 20.000 euro verbonden. De niet-winnaars krijgen een bedrag van € 1.500 euro toegekend, als waardering voor hun prestatie.

    De jury wordt dit jaar gevormd door: Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar Cultuur in Brabant aan Tilburg University; Karin van den Born, eindredacteur NTR-televisie; Rob Hartmans, historicus en journalist; Emily Hemelrijk, emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam; Jan de Hond, conservator Geschiedenis bij het Rijksmuseum; Nelleke Noordervliet, schrijfster; Inge Schriemer, conservator Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning bij het Nederlands Openluchtmuseum.

     

     

  • Sorry

    Hard/Hoofd, Verhaal van de Maand, Kluger Hans, De Optimist…, de combinatie van beeldende kunst en taal op deze literaire platforms is kennelijk een onverbiddelijke trend, versterkt door grafisch vormgevers die hun jubelende best mogen doen als deze merken stollen in fysieke vorm. Bij ‘Aaah’ bijvoorbeeld, het laatste Hard/Hoofd magazine, is nauwelijks een verhaal in dezelfde letter gezet, heeft de schilder zoveel mogelijk verfpotten over het papier uitgestort en kunnen kunstenaars niet wild genoeg hun gang gaan.

    Jarenlang pleitte ik, als professioneel bladenmaker, bij uitgeverijen van vakbladen voor meer en vooral beter beeld en probeerde ik vormgevers ertoe te verleiden niet steeds een foto in de hoek linksboven of rechtsonder op de pagina te plaatsen. In eerste instantie werd ik daarom blij van de aanpak van ‘Aaah’. Maar nadat ik dertig keer een pagina had omgeslagen, verlangde ik bijna terug naar de saaie vakbladen van vroeger, met hun voorspelbare bladspiegel en hun weinig onderscheidende rubrieken.

    Het was alsof ik bij iedere nieuwe feature mijn neus moest dichtknijpen, mijn ogen met een zonnebril moest bedekken en mijn adem moest inhouden voordat ik een volgende plons in het ‘Aaah’ kon nemen. Vertwijfeld bladerde ik door. Nergens rust te vinden. ‘Aaah’ werd mijn particuliere schreeuw om hulp, een verlangen naar stilte, naar contemplatie. Want is dat niet wat kunst vermag? Dat het lezers, kijkers en luisteraars een moment van verstilling brengt? Van (zelf)inzicht? Dat het een tintel brengt van huiver, van verlangen, van ontroering. In plaats van een oorverdovend scherm van paukenslagen waarin elke nuance op den duur verloren gaat.

    De makers van Hard/Hoofd magazine hebben na een intensieve en bewonderenswaardig effectieve marketingactie naar eigen zeggen meer dan 1600 betalende abonnees geworven, die elk 2,50 euro per maand automatisch laten incasseren. Ik ben er één van. Dat levert zo’n 50 mille per jaar op. Ik gun de makers de bescheidenheid om met dat geld straks juist minder uit te pakken. Dat het thema van het volgende nummer ‘sorry’ is, stemt hoopvol.

     

     


    Jan Kloeze studeerde aan de Schrijversvakschool Amsterdam waar hij met andere studenten literair tijdschrift Proefdruk oprichtte. Voor Literair Nederland schrijft hij tweewekelijks een column.

     

  • Klont in de tijd

    Het was zo’n ochtend waarop ik dacht dat alles zomaar ineens afgelopen kon zijn. Dat heb ik wel vaker, dat de wereld zich als een grote open ruimte aan me voordoet. ‘Apocalypse now’. Ik zat in de trein en keek naar de goudkleurige sneakers van een oudere vrouw aan de andere kant van het gangpad. De trein raasde met hoge snelheid voort over de rails, nam schommelend de bochten, ik hing scheef, drukte mijn voeten op de grond. Ik dacht, wat is de betekenis van goudkleurige sneakers als we straks in puin liggen. Het leek opeens niet meer tot de onmogelijkheden te behoren dat alles uit de hand zou lopen. Ik zag het voor me, hoorde treinwielen gillen op de rails, scheurend ijzer, oorverdovende stilte, gestold tot een klont in de tijd. Toen viel de trein weer in een rechte lijn samen met het spoor, kwam ik op tijd voor mijn afspraak.

    Dat wat mogelijk is, ‘is een grens die telkens verschuift, afhankelijk van wat mensen bereid zijn toe te laten.’, schrijft Erri De Luca. In plaats van onder een deken te kruipen, pakte ik een novelle van de Italiaanse schrijver Erri de Luca. Over zijn kinderjaren in het Napels van de jaren zestig. Deze novelle schreef hij in een schrift op zijn knieën, zittend op een harde stoel. Het was in de winter van 1989 toen hij begon met schrijven, overdag werkte hij als bouwvakker. Hij schreef ‘in de overgebleven restjes van de dag’, een lange brief aan zijn moeder, het werd zijn debuut, Niet nu, niet hier.

    ‘Zolang er licht was in zijn ogen, maakte mijn vader foto’s.’, schrijft De Luca. Die foto’s bestrijken de periode van zijn tiende tot zijn negentiende. De Luca herinnert zich niets van die tijd. ‘Fotoalbums en archieven ondersteunen mijn herinneringen niet, ze vervangen ze.‘ Dat is mooi. Dan zoomt hij in op een foto van een straat waarop uithangborden met reclameleuzen, een oude bus bij een halte. Er is een marktstraatje waar mensen uitkomen. ‘Het beeld waar ik naar kijk wordt groter, de schaal wordt kleiner: één op honderd, één op vijftig, één op tien, net zo lang tot de voorbijgangers even groot zijn als ik en ik als zij.’ Hij zoekt op de foto de gezichten van mensen af, herkent een jonge vrouw, zijn moeder. Hij vraagt zich af of zijn moeder zich dit leven na de oorlog zo had voorgesteld. ‘In een smal kamertje waar enkel een streepje zonlicht over de pannen viel, met meubels die een ander had achtergelaten, besefte je op een drukkend warme middag, terwijl de kinderen, nat van het zweet, even sliepen, dat dit nu je leven was geworden, dit en niet meer’. 

    Ik geloof dat ‘dit en niet meer’ van grote betekenis is. Het heeft te maken met gepaste nederigheid, met elkaar de ruimte geven. Dat verdween, volgens De Luca, doordat ‘arme mensen een gevoel van urgentie kregen’. Hoe zijn moeder hem ‘nare dingen’ vertelde. ‘Een aardbeving had de levens van een volk verwoest, ansjovis was duurder geworden, de oude mensen in een eenkamerwoning verderop in de steeg waren door hun huisbaas op straat gezet. (…) Het kwaad deed waar het zin in had en je erop voorbereiden was niet genoeg. Je treurde daar met mij om, om de wereld.’ 

    Deze dagen wordt er geen ge-maar meer getolereerd. Er moet stelling genomen worden, jij of ik, hij of zij. Maar dat wil ik niet (De Luca schrijft dat een ‘maar’ eigenlijk een ‘omdat moet zijn), want elk mensenlevens is het waard om voor te kiezen. Ik hoorde van anderen die tot niets meer in staat waren. Zich afvroegen, ‘Hoe kan dit, wanneer is dit begonnen, wie is begonnen?’ Alsof de betekenis van alle dingen lange tijd onvindbaar was.

    De Luca zoekt aan de hand van een foto, toenadering tot zijn moeder in het verleden. Er is niets te vergeven, toch is deze novelle een groot liefdevol vergeven, doorweven met een gevoel van rechtvaardiging. Ik stel me voor hoe het zou zijn als alles in puin lag, ik dit boekje zou openslaan. Of het zou helpen. Ik dacht het wel.

     


    Niet nu, niet hier / Erri De Luca / vertaling Annemart Pilon / Uitgeverij HetMoet


    Inge Meijer is een pseudoniem en veellezer.

     

     

     

  • Charlotte Köhler Stipendium voor Roos van Rijswijk

    Literair Nederland feliciteert Roos van Rijswijk met de toekenning van het Charlotte Köhler Stipendium 2023, een aanmoedigingstoelage voor literair talent. Zij krijgt het stipendium voor haar verhalenbundel De dwaler (Querido 2021). De jury benadrukte dat er in het werk van Van Rijswijk ‘een belofte van een verrassend oeuvre’ verscholen zit. En ook dat een veelheid van verschillende aspecten in haar werk maken dat Van Rijswijk een ‘opvallend origineel auteur is, die de wereld van de lezer weet te kantelen in verwondering’.

    Het Charlotte Köhler Stipendium is een eenmalige aanmoedigingstoelage van € 5.000 en wordt jaarlijks toegekend aan een auteur van wie in de afgelopen vijf jaar titels of vertalingen zijn uitgebracht. Elk jaar komt een ander genre in aanmerking: literaire vertaling (2021), jeugdboeken (2022), proza (2023), poëzie (2024), of toneel (2025).

    Lees ook het interview met Roos van Rijswijk naar aanleiding van haar verhalenbundel De dwaler dat in het jaar van verschijnen op Literair Nederland verscheen.

    Meer over Charlotte Köhler prijs en stipendium

    Roos van Rijswijk neemt het stipendium op 17 november in ontvangst tijdens een feestelijke uitreiking in Splendor.

     

    Foto auteur: Herman van Bostelen