• Wat als mijn vader gewoon was weggegaan

     


    Een schrijver die met een ontzagwekkend tempo gemiddeld eens per jaar een boek afrondt. Die (bijna) dagelijks een blog schrijft (in 2010 door HP/De Tijd tot beste literaire weblog van Nederland uitgeroepen), tien jaar redacteur was bij literair tijdschrift Revisor, waarvoor hij elke vrijdag een leesverslag schreef. Altijd net een boek af, of alweer aan een nieuw boek begonnen. Het schrijven houdt nooit op. Waarin hij dan toch op zijn vader lijkt, die, toen Van Mersbergen een jongen was, een stuk land van vier hectare kocht waar hij al zijn tijd en energie in stak, waar het werken ook nooit ophoudt.


    Jan van Mersbergen
    (Gorinchem, 1971) debuteerde op zijn dertigste met de roman De grasbijter bij Cossee. Daarna volgden in het hierboven geschreven tempo negen romans, drie thrillers (pseudoniem Frederik Baas), een novelle, een kinderboek in de serie Gouden boekjes, twee non-fictieboeken en in april 2022 verscheen zijn eerste auto-fictie boek, Mijn pa is nooit alleen. En zie, tijdens het uitwerken van dit interview leverde Van Mersbergen Carnaval, een levensverhaal – de persoonlijke biografie van ons volksfeest als manuscript in bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.


    We ontmoeten elkaar in café Hesp aan de Amstel. Ik vertrek extra vroeg van huis, wil de schrijver, die zeer stipt schijnt te zijn, niet verontrusten. Vanachter mijn eerste kop koffie zie ik door de openstaande café deur Jan van Mersbergen zijn fiets wegzetten. Als hij binnenkomt vraagt hij, ‘Ik ben toch op tijd hè?’ In tegenstelling tot de zwijgzame mannelijke personages in zijn boeken, is Van Mersbergen een makkelijke prater. We hebben het over zijn twee laatste boeken, over auteurs van belangrijke boeken, over zijn vader en Jozef van den Berg, de poppenspeler die wegfietste van zijn vrouw en kinderen en door een lekke band strandde bij een fietsenstalling waar hij zijn kluizenaars bestemming vond. We hebben het over daklozen, eenzame uitvaart en meer.


    Schrijver worden door te lezen

    Op zijn negentiende verliet Van Mersbergen Brabant voor de opleiding kunstmanagement in Amsterdam. Na zijn studie werkte hij tien jaar in de theaterwereld als productieleider, decorbouwer en fondsenwerver. Van huis uit geen lezer, begon hij die eerste jaren in Amsterdam alles te lezen wat hij kon vinden.

    ‘Ik las Honderd jaar eenzaamheid en dacht, ja, dat wil ik ook maken en ging over mijn dorp in Brabant schrijven. Ik wilde net als Márquez magisch realistisch schrijven, maar dat paste niet bij mijn achtergrond. Ik moest eerst mijn eigen stem zien te vinden. Las ik Misdaad en Straf, vond ik ook geweldig. Dan dacht ik, (lacht), ik huur hier een kamer, ga ook zo schrijven. Pas bij Steinbeck en Hemingway dacht ik, zo kan ik het ook, zo’n simpel verhaal, daar zag ik mijn familie wel in. Mijn opa heeft ook als seizoenarbeider gewerkt. Hij snoeide de griend en de wilgen. En dan droomde hij van iets simpels, een boerderijtje, konijntjes. Dat zintuigelijke is belangrijk, en altijd in de derde persoon schrijven. Dat Amerikaans afstandelijke ligt me wel.’

    Voor het autobiografische boek, Mijn pa is nooit alleen, dat begin dit jaar verscheen, was er de autobiografische roman Een goede moeder. Over zijn ex-vrouw en de zorg voor hun kinderen. De moeder is niet in staat op de dagen dat de kinderen bij haar zijn, voor hen te zorgen. Hulpverlening om haar daarin te ondersteunen, schiet tekort. Uiteindelijk stopt Van Mersbergen de hulpverlening en neemt de zorg voor zijn kinderen helemaal op zich.


    Een indringend verhaal, over een moeder die wel wil maar niet kan, een hulpverlening die faalt.

    ‘De dag dat ik in 2020 gestopt ben met hulp zoeken om mijn ex te helpen haar kinderen te kunnen zien, ben ik gaan schrijven. Een goede moeder is een roman, maar wel een die beschrijft zoals het was. Ik kreeg veel reacties van vrouwen die iets soortgelijks hebben meegemaakt, of zich erin herkenden. Een vrouw schreef dat zij ook zo’n moeder was. Dat ze haar kinderen nog wel wilde zien, maar als er een afspraak was gemaakt, belde ze toch weer af. Een andere vrouw schreef me dat ze nu een keer per week met haar dochter afspreekt om naar het park te gaan. Dat komt door het boek schreef ze. Deze roman werkt als een spiegel. Gek genoeg waren er geen vaders die zich erin herkenden.’ 

    Er waren ook lezers die moeite hadden met de manier waarop de ex-vrouw beschreven werd, die in haar een slachtoffer zagen. ‘In Trouw vond een recensent het moeilijk mijn boek te beoordelen omdat één partij, de moeder, zich niet kon verweren. Maar mijn ex houdt zelf alles af. Alle hulp voor omgaan met haar financiën, regelmatig medicatie innemen e.d., houdt ze af. Afspraken zijn zo stressig voor haar, dat ze zich er niet aan kan houden. Ik moest daar weg, nu tien jaar geleden, omdat het gewoon niet meer ging. En ja, in zekere zin heb ik mijn ex gebruikt voor deze roman. Maar ik heb haar wel de verteller gemaakt van het verhaal, dat was nodig. Anders was het een afrekening geworden. Zo van, “Ze zou de kinderen naar school brengen maar deed het niet.” Dat begrip voor haar situatie moest ik ook leren. De eerste versie was naar haar toe veel heftiger. En al was het niet mijn bedoeling, het is toch een soort liefdesverhaal geworden.’


    Achtergronden en personages die in elkaar schuiven.

    Mijn pa is nooit alleen, is een zoeken naar de beweegredenen van zijn vader waarom hij zich zo vastbeet in dat stuk land. De beschrijvingen over het land van zijn vader doen denken aan De grasbijter, zijn eersteling. Deze roman kan qua sfeer zo in het autobiografische Mijn pa is nooit alleen geschoven worden. Er leeft een jonge man, de zoon, alleen in een huisje op het land met een paar schapen, zijn ouders zijn geëmigreerd. Hij werkt bij een fruitteler, drinkt een biertje met vrienden, haalt een schaap uit de greppel. Er speelt een verlangen naar liefde, muziek van Mendelssohn. Er gebeurt niet veel maar de sfeer is verslavend. Ook het boek De onverwachte rijkdom van Altena, kent een zelfde sfeer.

    Het boek over zijn vader gaat ook over hoe men zich verhoudt tot de ander, je verantwoording voor het leven, je kinderen. Ook over zelfmoord schrijft Van Mersbergen in Mijn pa. Dat hij dat nooit zou kunnen, op die manier afstand nemen van dingen die je niet kunt handelen. Schrijvers die hij kende, Joost Zwagerman, Wim Brands, zijn uit het leven gestapt. ‘Wim was hypochondrisch, zat altijd bij de dokter. Hij zit ook in dit boek over carnaval. Dan zeg ik tegen hem, “Wim, hoeveel dagen ga je ook alweer mee carnaval vieren?” Dan zegt Wim, “Nou, ik weet het niet.” Ik mocht hem graag, en Zwagerman… Ik wordt er vooral een beetje boos van.’ Zoals Jozef van den Berg zijn gezin in de steek liet, hij heeft er bewondering voor, maar vindt het vooral nogal theatraal.
    Alsof hij zijn laatste voorstelling had. Heel anders dan die Britse komiek, Tommy Cooper, die dood op het podium neerviel. Dat is een mooie dood. Zo gaat mijn vader ook dood, die sterft op dat land. Dat begrijp ik wel.’

    ‘Van mijn vader wilde ik weten waarom hij de dingen doet zoals hij ze doet. Waarom alles gerelateerd is aan dat stuk land van hem. We komen uit een boeren- en arbeidersfamilie. We hebben beiden eenzelfde soort arbeidsethos, daarin lijken we op elkaar. Ik begrijp heel goed waarom hij alles zelf wil maken, maar waarom hij dat in zijn eentje doet, dat snap ik dan weer niet. En nu mijn ouders ouder worden, mijn vader is tachtig, maak ik me wel eens zorgen dat ze alles alleen doen.’

    Voor het boek kreeg hij inzage in de aantekeningen die zijn vader al die jaren maakte. Over wat hij dag in dag uit op het land uitvoerde, over het weer, de opbrengst van het land (Laatste mais in emmers en in zak en de stellage opruimen; veel vraat aan bovenste mais en de muizen, ze lopen rond en ook rattekeutels.) het aantal eieren dat de kippen legden. 


    Een vader die niet aanwezig is, het is zoals het is.

    Dat een vader geen openlijke belangstelling voor zijn kinderen en kleinkinderen toont. ‘Mijn vader merkte eens op dat in mijn eerste vier, vijf boeken geen vader zit. Ik zei “Ja, jij was altijd met dat land bezig.” Waarop hij mompelde, “Ja, ja.” Maar goed, ik heb er nooit last van gehad. Iedereen in die streek is afstandelijk. Ze leven voor hun boerderij maar sociaal zijn ze geïsoleerd. Toen ik eens met een vriend langskwam omdat we toevallig in de buurt waren, gaf mijn vader gelijk een soort rondleiding om te laten zien wat hij en mijn moeder allemaal gemaakt hebben. Die vriend zei, “We kwamen eigenlijk voor de koffie.” Later lees ik dat terug in zijn aantekeningen, dan ben ik wel blij dat ik daar in voorkom.’

    Hij had gespeeld met de gedachte Jozef van den Berg op te zoeken, had al uitgezocht hoe er te komen. Eerst met de trein, dan een fiets huren, hij kon er zo naartoe. ‘Maar praktisch wilde ik het toch niet uitvoeren. Die man is gewoon helemaal uit geïnterviewd… Floortje Dessing was er voor haar programma Floortje blijft thuis. Zij zegt alleen maar “Wat bijzonder om hier te zijn”, en “wat is het hier leuk”. Alsof hij nog steeds optreedt.’
    Ook de gedachte zoals in het boek staat: ‘Ik kan mijn pa niet vinden in een schuurtje waar een man woont die, en dat weet ik ook, als je zijn baard af zou scheren, opeens mijn vader blijkt te zijn’, hield hem er vanaf.


    Wat als zijn vader naar Frankrijk was gefietst 

    ‘Ik had wel een kapstok nodig om over mijn vader te kunnen schrijven. Mijn eerste theorie was, dat als mijn vader net als hij gewoon was weggegaan, niet dat stuk land had gekocht dat uitkijkt op zijn geboortehuis, maar gewoon naar Frankrijk was gefietst, dan hadden mijn moeder, mijn broer en ik een heel ander leven gehad. Maar dat was te hard. Mijn vader is helemaal niet weggereden in die zin. Maar aanwezig was hij ook niet. Hij heeft veel ruimte ingenomen voor zichzelf. Op afstand was hij toch aanwezig. Hij spaarde bijvoorbeeld voor mijn studie. Toen ik ging studeren, ging ik vijf keer in de week uit, dus mijn vader dacht,  hij brengt al dat geld naar de horeca. Toen ik klaar was met mijn studie, heeft hij de helft van mijn studieschuld afbetaald. Hij was er dus wel mee bezig. Anders dan vaders die elke week bij het voetballen staan te kijken, maar die doen dat dan misschien weer niet.’

    In Mijn pa, staat dat de schrijver bang is om alleen te zijn. Anders dan zijn vader wil hij beweging om zich heen, mensen ontmoeten. ‘Arjen Fortuin schreef eens in het NRC dat mijn boeken over stugge mannen gaan die weggaan voor iets. Toen ik hem daar over sprak, zei ik, die mannen gaan niet weg, die zoeken juist op elke pagina contact. Dat alleen zijn dat in mijn boeken gelezen wordt, ik weet niet wat dat is.’ 


    Overlevingsdrang en het volgen van patronen

    Marcus, een dakloze in het boek over zijn vader, bivakkeerde in het plantsoen waar de schrijver geregeld langs fietste. Met enige reserve benaderde hij hem, bracht hem een jas die hij over had. ‘Ik vind het bijzonder hoe iemand op deze manier in leven blijft. Ik weet niet hoe hij dat doet. Maar ik zie wel dat hij niet opgeeft. Hij is een soort eigentijdse Robinson Crusoe, heel praktisch. Er is een overlevingsdrang, maar dan totaal niet in beeld.
    Kijk, Jozef van den Berg heeft zijn publiek, nog steeds. Indirect vraagt hij ook best veel van de mensen om hem heen. Toen hij niet langer in die fietsenstalling kon blijven, zeiden die mensen bij wie hij nu zit, “je kunt wel bij ons in het schuurtje”. Hij heeft daar niet zelf voor gezorgd. Dit is ook zomaar een gedachte hoor, maar Jozef heeft wel een soort vertrouwen dat het goed komt. Daarentegen moet een dakloze iedere dag zijn eten organiseren. Er moet een soort patroon in zitten om te weten waar hij zijn eten kan halen. Het is moeilijk daarover met hem te praten. Ik wilde hem niet analyseren waar hij bij zit, dat hij zijn eigen gespreksonderwerp wordt, dat wilde ik niet.’

    ‘Joris van Casteren schrijft heel mooi over zulke levens in het kader van De eenzame uitvaart in de Volkskrant. Daar is een poule van dichters voor, waarvan er steeds één bij elke eenzame uitvaart een gedicht schrijft. Dat zou ik ook wel eens willen doen. Ik schrijf wel geen poëzie, maar een stukje proza zou toch ook kunnen.’

    Er is een thriller en een roman waar op dit moment aan gewerkt wordt. ‘Alles door elkaar’, lacht hij haast verontschuldigend. Over de roman spreekt hij als betreft het een bouwwerk waarvan de steigers al kunnen worden weggehaald, er enkel nog gevoegd hoeft te worden. ‘Een roman die voor tweederde staat. De verteller moet nog wat worden opgepoetst. Ik wil altijd iets onderzoeken in een boek. Mijn redacteur bij Cossee, Christoph Buchwald, vraagt altijd, hij is Duits, “Wat is in deze boek die onderzoek frage?” Ik schrijf nu over een jongen die weigert te praten. Zoals in De blechtrommel van Günter Grass een jongen weigert te groeien omdat de nazi’s aan de macht komen. Ik kijk naar mijn zoontje van vijf, hoe hij praat. Voor een roman is hij als verteller te jong. Ik zoek nog naar een vorm waarin dat wel kan. Als begin heb ik altijd wel een basis idee, weet ik waar het heen moet gaan.’ 

     

     


     

     

     

     

     

     

     

     

    Foto © Jan Willem Kaldenbach

  • Martinus Nijfhoff Vertaalprijs 2022 voor Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden

    Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden hebben de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2022 toegekend gekregen voor hun vertaaloeuvre uit het Turks. De jury prijst in het juryrapport hun uitmuntende duovertalingen en ambassadeurschap: ‘Dorleijn en Van der Heijden ontsluiten een hoogstaande literaire cultuur. Hun Nederlands is lenig, vindingrijk en fraai.’
    De uitreiking van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs vindt plaats op 15 september om 17.00 uur in de Vondelkerk met een open programma voor alle geïnteresseerden. Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk zal bij de uitreiking aanwezig zijn.

    De jury van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2022 bestaat uit Henk Pröpper (voorzitter), Henri Bloemen, Eric Metz, Jan Willem Bos, Stella Linn, Marjolein van Tooren (†2022) en Marjoleine de Vos. Het Prins Bernhard Cultuurfonds kent sinds 1955 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs jaarlijks toe voor vertalers in het Nederlands, en eens in de vijf jaar uit het Nederlands.

    Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden hebben als duo-vertalers een imposant oeuvre opgebouwd. Ze vertaalden werk van o.a. Halid Ziya Uşaklıgil, Oğuz Atay en Elif Shafak, maar ze introduceerden bovenal de boeken van Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk in Nederland, zoals SneeuwIk heet Karmozijn, Dat vreemde in mijn hoofd en De nachten van de pest. 

    Zij ontvingen voor hun literaire vertaalwerk in 2008 samen al de Vertaalprijs van het Fonds voor de Letteren.

  • Daan Remmerts de Vries ontvangt Theo Thijssen-prijs

    Hij heeft er wel even op moeten wachten, de prijs was hem immers al in maart 2021 toegekend, maar op donderdag 23 juni 2022 heeft Daan Remmerts de Vries (1962) dan toch eindelijk de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs in ontvangst mogen nemen in theater Diligentia in Den Haag.

    De Theo Thijssen-prijs, de belangrijkste prijs in kinderboekenland wordt toegekend door het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs  voor Letterkunde voor het complete oeuvre van een auteur. Remmerts de Vries ontving de prijs uit handen van Maaike Meijer, bestuursvoorzitter van de Stichting P.C. Hooftprijs. Zij citeerde uit het juryrapport:
    ‘In zijn inmiddels meer dan zestig boeken verkent Daan Remmerts de Vries steeds nieuwe mogelijkheden en grenzen omdat zijn kunstenaarschap daarom vraagt. Zijn personages op zoek naar eigenheid en vrijheid geven zijn verhalen – wars van het modieuze – een groot gevoel van urgentie. Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht. Remmerts de Vries levert al een oeuvre lang een unieke bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.’

    De jury bestond uit: Marjon Kok, Ted van Lieshout, Matijs Lips, Annemiek Neefjes (voorzitter) en Veerle Vandenbosch.

    Het Literatuurmuseum in Den Haag had een feestelijk programma gemaakt met een optreden van een speciale gelegenheidsband die twee songs ten gehore bracht waarvan Daan Remmerts de Vries zelf tekst en muziek schreef. Sjoerd Kuyper droeg een prachtig gedicht voor dat hij speciaal voor deze gelegenheid had geschreven. Zangeres Shirma Rouse vertolkte tot slot Imagine. 


    (Foto: Mylène Siegers)
  • Fotosynthese 27 – Stairways from hell to heaven

     

    Een klik op de foto toont de (actuele) achtergrond in zijn geheel


    Zoals een dier zich aanpast aan zijn omgeving, zo hebben gebouwen dat gedaan. Evolutie is niet alleen van toepassing op flora en fauna.  De ornamenten op dit gebouw komen op mij een beetje neo-klassiek over. Waarschijnlijk zijn de bouwmeesters eerste- of tweedegeneratie-Britten of -Fransen geweest die een Parijs of Londons versiersel in een verre geheugencel bewaard hadden, lichtjes aangepast, en zo vervolgde  het ornament gemuteerd zijn bestaan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Aan de drie uithangende airco’s op deze foto kun je zien dat dit pand zich in een vochtig landklimaat bevindt, langzaamaan veranderend in een subtropisch klimaat; de zomers zijn er heet. Maar in de tropen had het gebouw vast veertien airco’s gehad.

    New York City. Geen mens twijfelt aan de locatie van dit pand. Waar zie je dergelijke wonderlijk overheersende fire-escapes? Alleen in een stad die enkel frontgevels heeft en geen binnentuinen. Die stad was vanaf 1880 intens gegroeid door alle nieuwe aanwas: Ieren na de hongersnoden halverwege de 19de eeuw, Duitsers, en Italianen na de eenwording in respectievelijk 1871 en 1870.  Fransen en Polen zochten hun heil in de V.S. vanuit een Europa dat net als nu te veel een bastion van de rijken was geworden. De huurpanden in Greenwich Village waren niet luxe, straatarme arbeiders hokten er bijeen. Er werd hoog gebouwd om ruimte te besparen. En omdat het kon.

    Bij een brand in 1860 kwamen twintig mensen om. De Tenement House Act zorgde er in 1867 voor dat een ontsnappingsroute voor huurders verplicht werd. Het duurde nog tot 1911 tot het echt beeld veranderend misging. Honderzesenveertig arbeiders van de Triangle Shirtwaist Company kwamen om bij een uitslaande brand. In het pand dat met zeshonderd mensen was volgestouwd maakten vooral Joodse en Italiaanse immigranten kleding voor de binnenlandse markt tegen zeer lage lonen. Ze woonden in panden als dit hier. De binnentrappenhuizen waren afgesloten zodat de werknemers niet te vaak naar de wc gingen, een praatje maakten of een sigaret rookten. Er moest productie gedraaid worden. Een meisje zat opgesloten omdat ze iets gestolen zou hebben. De meeste doden waren meisjes; de jongsten waren de 14-jaar oude  Kate Leone en Rosaria ‘Sara’ Maltese. De meesten van de slachtoffers sprongen brandend van de 8ste, de 9de en de 10de verdieping. Het zou 110 jaar de grootste brandramp met vallende slachtoffers in New York blijven… Woedend waren de mensen.  80.000 van hen liepen over 5th Avenue en eisten dat de overheid ging nadenken over veiligheid. Het leidde tot de  Sullivan-Hoey Fire Prevention Law, een pakket maatregelen dat ook de getoonde landmark verklaart: projectontwikkelaars moesten zich aan een pakket eisen houden en de brandtrappen aan de voorgevel was er één van. Voor Kate en Sara kwamen de brandtrappen van New York te laat.

    In 1912 componeerde de Joodse componist Charles Simon een Yiddish lied over de tragedie. Het refrein luidt:

    Oy a trer darf yeder mentsh fargisn
    Af dem groysn khurbn vos es iz geven
    Vi der fayer hot kinder fun eltern avekgerisn
    Aza umglik zol mer nisht geshen
    Fun der tsentn flor zenen zey geshprungen
    Zikh tsu retn fun der biterer noyt
    Dokh iz zey nebekh nit gelungen
    Un af dem sayd-vok gefinen zey dem toyt.

    Oy, men zou een traan moeten laten
    voor de grote vernietiging die plaatsvond
    Hoe het vuur kinderen van hun ouders losscheurde
    Iets dergelijks zou nooit meer mogen plaatsvinden
    Ze sprongen van de tiende verdieping
    om zichzelf te redden van de bittere nood
    Maar dat is ze natuurlijk niet gelukt
    En op de stoep vonden ze de dood

    In 1927 werd een veilige binnentrap verplicht, maar destijds waren uitwendige brandtrappen al wijdverbreid in de stad. Tot 1968 zijn ze gemaakt, vermoedelijk ook omdat ze nu bij een New Yorkse woonkazerne waren gaan horen. Daar zal de filmindustrie wel een rol in hebben gespeeld: denk aan Hitchcocks Rear Window of Breakfast at Tiffany’s, waarin Audrey Hepburn op zo’n trap op een ukelele tokkelend Moon River zingt. Na The West Side Story had de brandtrap het zelfs tot een iconische affiche geschopt. De filmhit toonde vooral de romantische mogelijkheden van de trap: hoe geliefden bij elkaar komen buiten medeweten van hun ouders om. Dat wat in 1920 nog refereerde aan een ramp, verwees door dergelijke films alras naar romantiek. De brandtrap was geëvolueerd van een functie naar een mogelijkheid, van noodzaak naar wens. Om de vijf jaar moeten de brandtrappen gecheckt worden, maar ze vertonen nu veel roest en corrosie. New Yorkse makelaars adverteren er mee. Voor de bewoner van vandaag is het vaak een groot rek om een tomatenplantje op te zetten. Of naar ik aanneem voor een hennepplant, sinds het bezit daarvan gelegaliseerd is. De fire escape werd van een nachtmerrie een droom.

    All that    

    the only things I remember about
    New York City
    in the summer
    are the fire escapes
    and how the people go
    out on the fire escapes

    in the evening
    when the sun is setting
    on the other side
    of the buildings
    and some stretch out
    and sleep there
    while others sit quietly
    where it’s cool.

    and on many
    of the window sills
    sit pots of geraniums or
    planters filled with red
    geraniums
    and the half-dressed people
    rest there
    on the fire escapes
    and there are
    red geraniums
    everywhere.

    this is really
    something to see rather
    than to talk about.

    it’s like a great colorful
    and surprising painting
    not hanging anywhere
    else.

    Charles Bukowski (uit Open all night)

    De fire escape werd van een nachtmerrie een droom, daarna een schilderij en tenslotte deze foto.

     


    Fotosynthese is een door Rudy Kousbroek geïnitieerd genre waarbij beeld en tekst een verbinding aangaan.

     

  • Oproep: proza en/of poëzie recensenten

    Leest u graag en bent u geïnteresseerd in Nederlandse literatuur en literatuur in Nederlandse vertaling en denkt u bij het lezen van een recensie wel eens, ‘Hm, dat zou ik ook wel kunnen’? Dan is deze vacature misschien iets voor u. Op dit moment heeft Literair Nederland ruimte voor enkele gemotiveerde proza en/of poëzie recensenten (alle leeftijden).

    Literair Nederland was in 2002 een van de eerste literaire recensiesites van Nederland. In twintig jaar tijd zijn wij uitgegroeid tot een gerenommeerde site met een eigen stijl en toon. De top-tien van best verkochte boeken of andere bestseller- lijsten is niet leidend voor ons. Kwaliteit heeft bij ons voorrang op verkoopcijfers.  

    Wat vragen wij:
    – Affiniteit met literatuur
    – Lees- en schrijfervaring
    – Gemiddeld eens in de zes weken (vaker mag ook) een boek of dichtbundel recenseren

    Wat wij bieden:
    – Redactionele begeleiding

    Wat brengt het op:
    – Verbreding literaire kennis
    – Gratis recensie exemplaren
    – Jaarlijkse recensentenborrel

    Lees hier meer over Literair Nederland.

    Reacties graag naar: Ingrid@literairnederland.nl

     

  • Waar mooie initiatieven en poëzie elkaar ontmoeten

    Deze week twitterde Dichter des Vaderlands Lieke Marsman het volgende: ‘Lieve mensen, ik vraag dit niet lichtzinnig: HELP MIJ hier een succes van te maken. Vanaf vandaag zamel ik geld in voor @AYAzorgnetwerk en @MBuuf. AYA biedt jonge mensen met kanker (zoals ik) brede en leeftijdsspecifieke zorg.’

    ‘Oneindigheid van tijd houdt me overeind nu’
    Lieke Marsman

    Marsman heeft de afgelopen jaren, de jaren waarin ze ziek was, veel gehad aan de hulp van AYA, een zorgnetwerk dat speciaal is opgericht voor jongvolwassenen met kanker. Kanker zet het leven van mensen volledig op zijn kop. Voor jongvolwassenen is dat bovendien net op het moment dat ze belangrijke beslissingen willen nemen in hun leven.

    Het enorme spandoek dat ter ere van haar inauguratie als Dichter des Vaderlands werd onthuld met daarop een van haar dichtregels, wordt nu hergebruikt. Er worden door het atelier Mijn Buuf mooie tassen, etuis en sleutelhangers van gemaakt. Mijn Buuf is een atelier dat een werkplek biedt aan vrouwen met een migratieachtergrond.

    Lieke Marsman haalt nu geld op voor AYA waarmee ook Mijn Buuf geholpen wordt.
    Voor meer informatie en uw donatie: ga naar Voordekunst.nl

     

    (Foto: Tilt)

  • Enquête over Nederlandstalige literaire canon 2022

    Een aantal organisaties heeft zich opgeworpen om 20 jaar na de canonenquête die georganiseerd werd door de toenmalige stichting DBNL, weer een Literaire Canonenquête te houden.

    Welke boeken doen er écht toe? U wordt uitgenodigd om mee te praten over de Nederlandstalige literaire canon in de Canonenquête 2022. Met deze enquête wil de organisatie de discussie openen over de rollen en functies die een canon anno 2022 kan hebben, én natuurlijk de lastigste vraag beantwoorden: welke werken behoren volgens u tot die Nederlandstalige canon? De enquête sluit op 19 juni 2022 en de uitslag wordt bekend gemaakt in de Week van het Nederlands, die start op 1 oktober 2022. Meer informatie is te vinden op de website van het Canonfestival.

    Het organisatie comité bestaat uit: de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, de Nederlandse Taalunie, het NL-Lab, de Raad voor de Neerlandistiek en het Platform voor de Neerlandistiek en de KB (DBNL).

  • Gezocht: A. Alberts-lezers (vijftig plus)

    Onlangs verscheen bij Das Mag De bomen van A. Alberts (1911-1995). Op de website van de uitgeverij is te lezen waarom zij de debuutroman van deze Nederlandse schrijver opnieuw uitgeven. Zij schrijven o.a.: ‘Het heeft een raadselachtige schoonheid waar we als een blok voor vielen, vooral door de eenvoudige, opvallend tijdloze maar vervreemdende stijl. Het is een schrijver die niet te vergelijken is met anderen en die je gewoon moet lezen om te begrijpen waarom — om vervolgens betoverd te raken.’

    Das Mag hoopt op een nieuw lezerspubliek. Om deze nieuwe lezers te bereiken, hebben ze een plan gemaakt waarin o.a. ‘old skool Alberts-fans’ opgeroepen worden om jonge lezers te overtuigen. Ze zijn daarom op zoek naar Alberts-fans die een exemplaar willen uitdelen aan een jonge lezer, geboren ná 1955 (sterfjaar van A. Alberts) aan wie De bomen goed besteed zal zijn. In De Groene Amsterdammer stond de volgende oproep van uitgeverij Das Mag:

    Voelt u zich aangesproken, mail dan naar hotline@dasmag.nl.

     

  • Anton Wachterprijs toegekend aan Simone Atangana Bekono voor ‘Confrontaties’

    Simone Atangana Bekono ontvangt de Anton Wachterprijs 2022 voor haar roman Confrontaties, dat eerder genomineerd werd voor de LibrisprijsDe jury omschrijft haar debuutroman als ‘een daverende roman met details die je bijblijven’ en prijst ‘de knappe compositie en uitgekiende vertelstijl die zowel direct is als suggestief’.

    Simone Atangana Bekono (1991) studeerde in 2016 af aan Creative Writing ArtEZ in Arnhem met de bundel gedichten en brieven hoe de eerste vonken zichtbaar waren. Zij werd geselecteerd voor het Slow Writing Lab en voor CELA, een ontwikkeltraject voor schrijvers en vertalers in zes Europese landen. In 2018 werd hoe de eerste vonken zichtbaar waren bekroond met de Poëziedebuutprijs Aan Zee en in 2019 ontving ze het Charlotte Köhler Stipendium voor haar poëzie.

    Haar romandebuut Confrontaties verscheen in 2020 en gaat over de zestienjarige Salomé Atabong die vastzit in een jeugddetentiecentrum omdat ze op een middag twee schoolgenoten ernstig heeft mishandeld.

    Overige genomineerden waren Lale Gül met Ik ga leven, Valentijn Hoogenkamp met Het aanbidden van Louis Claus, Jilt Jorritsma met Was, Tobi Lakmaker met De geschiedenis van mijn seksualiteit, Vincent Merjenberg met De grijzen en Joost Oomen met Het Perenlied.

    De jury, bestaande uit voorzitter Geart de Vries, Gerbrand Bakker, Kees ‘t Hart, Joke Linders en Marja Pruis, las voor deze 23e editie een kleine negentig boeken. De prijs, een bedrag van 2000 euro en een beeldje van Anton Wachter, wordt op 25 juni uitgereikt, voorafgaand aan het Literair Festival Harlingen.

    De Anton Wachterprijs wordt sinds 1977 elke twee jaar uitgereikt aan een debuterend auteur.Vrijwel alle winnaars hebben naam gemaakt in het literaire veld. Eerdere prijswinnaars zijn onder meer Frans Kellendonk, Wessel te Gussinklo, Anne Gine-Goemans, Peter Buwalda, Arnon Grunberg, Tessa de Loo, Ilja Leonard Pfeijffer en Maartje Wortel.

     

  • Voor Beste Boek voor Jongeren tien boeken genomineerd

    Tien boeken, vijf in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig en vijf in de categorie Vertaald,  zijn genomineerd voor de prijs Beste Boek voor Jongeren. Deze prijs, verbonden aan de Boekenweek van Jongeren die dit jaar plaatsvindt van 16 t/m 25 september, bestaat onder andere uit een geldbedrag van € 2.500. Welke twee boeken winnen, wordt bekendgemaakt bij de start van de Boekenweek van Jongeren. Een jury van zes jongeren gaat de aankomende tijd de tien genomineerde boeken lezen.

    In de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig zijn genomineerd:

    In de categorie Vertaald zijn genomineerd:

    • De Godden broers – Meg Rosoff, vertaald door Jenny de Jonge (Luitingh-Sijthoff)
    • De overlevenden – Alex Schulman, vertaald door Angélique de Kroon (De Bezige Bij)
    • Het meisje met de luidende stem – Abi Daré, vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen  (Signatuur)
    • Het onzichtbare leven van Addie LaRue – V.E. Schwab, vertaald door Merel Leene (Boekerij)
    • Zeis – Neal Shusterman, vertaald door Lydia Meeder (Pelckmans / Blossom Books)

    Het Beste Boek voor Jongeren is een literaire prijs voor jonge schrijvers in Nederland en Vlaanderen. De boeken die om hun kwaliteit en inhoud goed aansluiten bij de belevingswereld van jongeren, worden bekroond. Vorig jaar won Confrontaties van Simone Atangana Bekono (Lebowski) in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig, en Stilte heeft een eigen stem van Ruta Sepetys en vertaald door Aleid van Eekelen-Benders (Luitingh-Sijthoff) in de categorie Vertaald.

    De jury van volwassenen,  die de shortlist samenstelde,  bestaat uit: bibliothecaris Mieke van Eijsden (voorzitter), boekhandelaar Jacky Hitzert, trainer John Schrijnemakers, docent Esther Heurter en docent Mark Bakker.

    De jury van zes jongeren, die uit elke categorie het winnende boek bepaalt, bestaat uit: voorzitter Bruno Beeke (16 jaar), Yente Zomerplaag (18 jaar), Paris Duivenvoorden (16 jaar), Lieke Vos (16 jaar) en de tweelingzussen Danique en Rosalie De Jong (17 jaar).

    Op de website van Hebban en de website van Boekenweek van Jongeren stellen zij zich voor en vertellen ze waarom lezen zo belangrijk voor ze is.

     

     

  • ‘Qua eer en inzet de mooiste die je als auteur kunt winnen’

    Het was een feestelijke bijeenkomst, de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs 2022, die het Literatuurmuseum afgelopen donderdag 19 mei in theater Diligentia in Den Haag had georganiseerd. Maaike Meijer, voorzitter van de Stichting P.C. Hooft-prijs, reikte met zichtbaar genoegen de prijs voor verhalend proza uit aan Arnon Grunberg. In december jl. bij de toekenning, omschreef Grunberg deze prijs als volgt: ‘Qua eer en inzet de mooiste die je als auteur kunt winnen.’

    In zijn dankwoord omschreef Grunberg de roman, ‘als het podium voor verlangens en angsten – die twee zijn moeilijk van elkaar te scheiden –  als de enscenering van de overtreding, als illustratie bij het inzicht dat leven verspilling is. Waaraan moet worden toegevoegd dat het gevaar altijd weer zal worden gezocht, en het willen doen verdwijnen van elk gevaar slechts de subtiele doodsdrift is. Immers, waar elk gevaar is geweken heeft de dood zijn intrede gedaan.’

    ‘Als geen ander stelt Grunberg de verhouding tussen spel en werkelijkheid, tussen de vernislaag van de beschaving en de barbarij, in zijn romans steeds op scherp. Roman na roman ensceneert Grunberg situaties voor zijn personages, meestal mannen, waarin zij de maatschappelijke rol die ze zich hadden aangemeten niet meer kunnen spelen’, zo staat het in het juryrapport. De jury, bestaande uit Agnes Andeweg (voorzitter), Rashid Novaire, Esther Op de Beek, Coen Peppelenbos en Nina Polak, omschrijft Grunberg als ‘een schrijver die ongeëvenaard is in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht. Onverminderd nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken.’

    Een dag later nam het Literatuurmuseum een portret in brons van Arnon Grunberg in ontvangst, gemaakt door beeldhouwer Mohana van den Kroonenberg naar aanleiding van de toekenning van de P.C. Hooft-prijs. Het beeld staat bij de ingang van het museum.

     

     

     

    Foto Arnon Grunberg: Mylene Siegers,
    Foto portret in brons: Mohana van den Kroonenberg

     

  • Roelof ten Napel krijgt De grote Poëzieprijs toegekend

    Vrijdagavond 13 mei werd in het radioprogramma Opium op NPO 4 bekend gemaakt dat De grote Poeziëprijs werd toegekend aan Roelof ten Napel voor zijn bundel Dagen in huis.

    De jury van de Poeziëprijs had negentig bundels te beoordelen waarvan er vijf op de shortlist terechtkwamen. Naast Roelof ten Napel met Dagen in huis, waren dat Piet Gerbrandy met Ontbinding; Sasja Janssen met Virgula; Tijl Nuyts met Vervoersbewijzen en Charlotte Van den Broeck met Aarduitwrijvingen. De jury vond de bundel Dagen in huis een feestje om het leven te vieren en prijst daarbij de poëzie in het algemeen, ‘die weer eens bewijst een huis te kunnen zijn, met ruime, lichte kamers, voor al wie er onderdak zoekt’.

    Uit het juryrapport: ‘Ten Napel is een dichter die tegelijkertijd ook schilder, beeldhouwer, fotograaf is. Hij schrijft vanuit een bezield perspectief, waardoor zijn observaties nergens afstand scheppen, maar vaak juist iets tactiels en soms zelfs intiems hebben. Het huis uit de titel bijvoorbeeld, is ook op te vatten als ons lichaam, of dat van een ander: “Als we ons medeleven verbeelden als verplaatsen-in,/ hebben we dan van de ander geen huis gemaakt?”’

    Het in huis zijn wordt letterlijk vergeleken met ‘in leven zijn’ wat tegen de achtergrond van een pandemie onnadrukkelijk maar onoverkomelijk nog eens aan betekenis wint, schrijft de jury.

    Van dichter, prozaschrijver en essayist Roelof ten Napel (1993) verschenen, naast Dagen in huis, de bundels In het vlees (2019) en Het Woedeboek (2014), alsook de romans Een zoon van (2020) en Het leven zelf (2017).

    De jury van De Grote Poëzieprijs 2022 bestond uit, Elke Brems, (hoogleraar Letterkunde KU Leuven); Vicky Francken, (dichter, vertaler, redactielid tijdschrift Awater); John Jansen van Galen, (journalist); Maarten Moll, (schrijver en journalist) en Xavier Roelens, (dichter en poëziedocent).

    Aan De Grote Poëzieprijs 2022 is een bedrag verbonden van 20.000 euro.  Dagen in huis verscheen bij uitgeverij Hollands Diep in  2021.