• De zomer beschrijf je het best op een winterdag – Henrik Ibsen

    Brieven van de grootste toneelschrijver van de 19e eeuw

    Op 22 februari 2011 verschijnt er een nieuw deel in de reeks Privédomein, De zomer beschrijf je het best op een winterdag . Het zijn brieven van Henrik Ibsen, geselecteerd, vertaald, ingeleid en van commentaar voorzien door Suze van der Poll en Rob van der Zalm in samenwerking met Jeanne Dullaert-van Tol en Sjoukje Marsman.

    ‘De Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (Skien 1828-Kristiana/Oslo 1906) was de invloedrijkste toneelschrijver van de negentiende eeuw, en misschien ook wel de beste. Niet voor niets werd hij ‘de Shakespeare van de moderne tijd’ genoemd. In 1867 vestigde hij in eigen land zijn reputatie met Peer Gynt, een dramatisch gedicht waarin hij Noorse volksvertellingen verwerkte. Zijn internationale roem heeft hij vooral te danken aan de stukken waarin hij genadeloos de burgerlijke samenleving van zijn tijd portretteerde: Een poppenhuis, Spoken en Hedda Gabler bijvoorbeeld.

    Aanvankelijk riep zijn werk overal veel weerstand op. Pas later werd duidelijk hoe diep Ibsen gepeild had. Zijn stukken zijn tijdloze klassiekers geworden, ook in Nederland en België. De vele heropvoeringen van zijn stukken getuigen hiervan.

    Deze eerste Nederlandstalige uitgave van Ibsens brieven geeft een rijkgeschakeerd beeld van de persoon en de toneelschrijver Ibsen. In deze bloemlezing komen naast het negentiende-eeuwse theaterleven ook zijn familie en vrienden, zijn vrouw en zijn vriendinnen en de brandende kwesties van zijn tijd aan bod.’

    De zomer beschrijf je het best op een winterdag

    Auteur: Henrik Ibsen
    Vertaald door: Suze van der Poll, Rob van der Zalm
    Verschijnt bij: Uitgeverij De Arbeiderspers (febr. 2011, Privé Domein)
    Prijs: € 25,-

  • Retour Palermo – Philip Snijder

    ‘Sicilië, midden jaren zeventig. Een jong Nederlands stel – pubers nog – arriveert per trein te Palermo voor hun eerste grote buitenlandse vakantie. Ze spreken geen woord Italiaans en weten vrijwel niets van het ondoorgrondelijke eiland waarop ze hun tentje hebben neergezet. Meteen worden ze op sleeptouw genomen door leeftijdsgenoten uit de incrowd van de grote stad. Maar ze leren ook een ander Sicilië kennen: dat van een groep ongepolijste vissers uit het dorpje waar hun camping ligt. Het wordt een zomer vol overweldigende en ontwrichtende ‘Siciliaanse momenten’.

    Dertig jaar later is een van hen terug in Palermo. Hij gaat op zoek naar het standbeeld dat is opgericht voor een van de vrienden van destijds, maar stuit op heel wat meer dan dat.’

    Retour Palermo

    Auteur: Philip Snijder
    Verschijnt bij: Uitgeverij Mouria (24 febr. 2011)
    Prijs: € 17,50

  • Als ik dat had geweten – Amanda Maxwell

    In de verhalenbundel Als ik dat had geweten zet Amanda Maxwell op komisch-aarzelende toon ongemakkelijke en absurde situaties neer. Het onhandig balanceren van haar personages tussen jeugd en volwassenheid weet zij precies te treffen.
    ‘En toen gebeurde er iets wonderlijks: ik hoorde een geluid. Het klonk niet als een vliegtuiggeluid of het geluid van een glas dat op de grond viel, maar alsof er iets werd gefluisterd. Het kwam van heel dichtbij. Ik keek naar het meisje naast me. Ze sliep. Toen hoorde ik het weer.
    ‘Shhh,’ klonk het.
    Toen ik omlaag keek, deed ik een heel griezelige ontdekking. Het geluid kwam van de glossy op mijn schoot. Ik tilde het tijdschrift voorzichtig op en bracht heel langzaam mijn oren in de richting van Scarlett Johanssons lippen.’

    Amanda Maxwell is geboren in Nieuw-Zeeland, maar woont in Sydney. Enkele van haar verhalen werden eerder in Nederland gepubliceerd in Vice Magazine. Een deel van haar geschreven werk wordt als kunst geëxposeerd in een aantal grote galeries in Australië. Als ik dat had geweten is haar debuut.

    Op de website van Athenaeum Boekhandel staat een (engelstalig) interview met haar.

    Als ik dat had geweten

    Auteur: Amanda Maxwell
    Vertaald door: Boukje Verheij
    Verschijnt bij: Uitgeverij De Harmonie (oktober 2010)
    Prijs: € 16,90

  • Ik heb dat alles opgeschreven – Max Cahen

    Vught-Auschwitz-Vught. Memoires van Max Cahen

    Vijfentwintig jaar na de oorlog zette de toen zeventigjarige Max Cahen in enkele maanden zijn oorlogsherinneringen op papier. Zijn memoires waren oorspronkelijk bedoeld voor zijn kinderen en kleinkinderen.

    Vanaf 1940 onderging hij met zijn vrouw in Vught het lot van alle Nederlandse Joden. Totdat hem in 1941 gevraagd werd lid te worden van de Joodse Raad. Met zijn aarzelende ja kon hij toen niet bevroeden hoezeer hij twee jaar later in die functie met de gruwelijke logistiek van de deportaties geconfronteerd zou worden. Nadat in 1943 het SS Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals het concentratiekamp Vught officieel heette, voltooid was kreeg hij er dag en nacht mee te maken. Hij woonde achter het station in Vught en probeerde met anderen bij de binnenkomende en vertrekkende transporten zo goed en zo kwaad als het ging wat steun te verlenen. Totdat hij er zelf ook gevangen werd genomen.

    In het kamp was hij belast met de inkoop van materialen voor het Philips-Kommando. Hij bekleedde een bizarre positie waarin hij nog een tijdlang kon reizen zonder begeleiding. Voordat hij op zakenreis ging, trok hij zijn kampkleding uit en verruilde het voor een burgerkostuum met ster. Zijn speciale status voorkwam deportatie naar Auschwitz niet. Na een zware tijd in de kampen keert Max Cahen terug naar Vught, waar hij met zijn vrouw de draad van zijn bestaan weer oppakte.

    Ik heb dat alles opgeschreven

    Auteur: Max Cahen
    Verschijnt bij: Wolfaert Uitgevers (eind september 2010)
    Prijs: € 17,50

  • De wachtenden – Olga Grushin

    ‘Wanneer het gerucht gaat dat een verbannen dirigent terugkeert naar Moskou om zijn laatste symfonie ten gehore te brengen, vormt zich voor een gesloten kaartjesloket een rij wachtenden. Het aantal kaarten zal beperkt zijn en steeds meer naamloze gezichten sluiten zich aan in de rij, hopend op een kaartje. De anonieme figuren groeien uit tot mensen die vriendschappen sluiten en lang vergeten herinneringen ophalen; een willekeurige verzameling vreemden verandert in een hechte groep met een gezamenlijk verlangen naar muziek die lange tijd verboden was. Zo wordt het eindeloze wachten beloond met warmte en verbondenheid die ervoor zorgt dat de kleurloosheid van alledag even wordt vergeten.

    De wachtenden laat enerzijds de kleingeestigheid zien van bureaucratie en van ambtenaren die hun macht misbruiken. Anderzijds toont het de veerkracht van de mens die altijd oog houdt voor schoonheid en liefde.’

    Olga Grushin debuteerde in 2006 met  Het droomleven van Soechanov. Zij werd dat jaar direct door Granta opgenomen in de lijst van Best Young American Novelists. Haar verhalen en artikelen verschenen onder andere in The New York Times, Granta,The Guardian en Vogue. Olga Grushin woont in Washington D.C.

    De wachtenden

    Auteur: Olga Grushin
    Verschenen bij: uitgeverij Artemis & Co (aug. 2010)
    Prijs: € 19,95

  • De mooie dagen van mijn jeugd – Ana Novac

    Het enige dagboek dat Auschwitz overleefde. Een uniek document van onschatbare waarde: De mooie dagen van mijn jeugd van Ana Novac met een naschrift van Holocausthistoricus Robert Jan van Pelt.

    Tijdens haar leven in de kampen slaagde Ana Novac erin een dagboek bij te houden en raakte daarbij een taboe: een Joods meisje schrijft met inktzwarte humor over de horror van de Holocaust ? en weigert ferm een ‘Auschwitz-machine’ te zijn.
    In de macabere, verwrongen wereld waarin de jonge Ana lacht en huilt, honger lijdt en eet, moet ze bevatten wat het betekent om te sterven of te overleven. Het bezit van papier en een stompje potlood en uiteindelijk het schrijven zélf worden de inhoud van haar leven.
    Ze dankt het bestaan van haar dagboek aan de kampcommandant, die haar toestaat te schrijven onder één voorwaarde: dat hij positief wordt vermeld.

    Ana Novac, geboren in 1929 in Transsylvanië (Roemenië), werd in 1944 gedeporteerd naar Auschwitz. Daarna werd ze van kamp naar kamp getransporteerd en was ze getuige van de bevrijding in mei 1945. Ana Novac woont nu in Parijs.
    Haar boek is in 1966 in Hongarije gepubliceerd, vervolgens in andere landen, waaronder in 1970 in Nederland. Dit is een nieuwe editie, bewerkt door de auteur, opnieuw vertaald, en voorzien van een voorwoord van Novac zelf en een naschrift van Robert Jan van Pelt.
    Robert Jan van Pelt is publicist en hoogleraar aan de Universiteit van Waterloo (Canada), en toonaangevende deskundige op het gebied van Auschwitz en de Holocaust. Robert Jan van Pelt is beschikbaar voor interviews.

    De pers over Ana Novac:
    ‘Dit boek moet in één adem genoemd worden met Imre Kertész, Primo Levi, en Ruth Klüger.’ ? Werner Renz, historicus en Holocaustexpert

    ‘Met uiterst vitale, evocatieve en ook sarcastische beschrijvingen van het o-zo-lichamelijke leven van haarzelf en de gevangenen dwingt Novac de lezer om haar vooral als “levende” en niet alleen als “overlevende” te zien. Haar buitengewoon goed geschreven relaas brengt alle zintuigen tot leven. Ze raakt me.’ ? Robert Jan van Pelt, Holocausthistoricus.

    De mooie dagen van mijn jeugd
    Ana Novac
    Uitgeverij Signatuur
    Verschijnt in april 2010

  • Gewapende man – debuut van Gerwin van der Werf

    Leon Wind trekt zich voor drie maanden terug in Zwinnerschans, een dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Hij zoekt de afzondering om in alle rust te kunnen werken aan zijn proefschrift, een onderzoek naar een 15de-eeuws muziekhandschrift. Het proefschrift moet snel af want zijn promotie en loopbaan staan op het spel. Maar Leon heeft nog een ander doel. Even buiten het dorp, pal over de grens, woont een oud-klasgenoot, de inmiddels befaamde verdediger van Club Brugge. Leon Wind heeft nog een rekening met hem te vereffenen en hij zint op wraak. Zwinnerschans is met zijn bevolking van gevaarlijke gekken en exentrieke types te klein om geheimen te bewaren en Leon raakt zo in het dorpsleven verstrikt dan zijn wraakmissie op een mislukking dreigt uit te lopen.

    Gewapende man is een secuur gecomponeerde en trefzeker geschreven roman waarin de messen geslepen worden, waarin gevochten wordt tot op het bot, waarin oude vetes opgelost worden, waarin jeugdtrauma’s genezen en waarin profane en hemelse mysteriën opgelost worden.

    Gerwin van de Werf (1969) is musicoloog en docent muziek op een middelbare school. Hij componeert en arrangeert voor diverse ensembles en bezettingen. Met zijn verhalen won hij verschillende schrijfwedstrijden, waaronder die van de Volkskrant en Trouw. Gewapende man is zijn debuut.

    Gewapende man
    Gerwin van der Werf
    Uitgeverij Contact
    Verschijnt in maart 2010

  • Een prachtig eerbetoon

    ‘Bespaar ons die strijdkreet van de schoolfrik, dat afgezaagde “Geen woord te veel”. Een adagium dat je blijkbaar ook nog eens hoort uit te spreken alsof je juist een nachtemmer azijn hebt leeggedronken.’ Tom Lanoye maakt zijn positie in het literaire landschap duidelijk met deze stelling in de vorige jaar uitgekomen autobiografische vertelling Sprakeloos. In een handleiding, daarin moet geen woord teveel staan, vindt hij en hij vervolgt met de programmatische zinnen: ‘Maar als het gaat over letteren die niet in de eerste plaats naar schoonheid haken, maar naar waarachtigheid, zelfs al moeten ze daarvoor uit hun voegen barsten en knarsen en botsen en krijsen? Kom dan om de liefde Gods niet elke keer en bij ieder thema aankakken met dat vervloekte “Minder is meer”, dat bij enkele grootmeesters, ik geef het grif toe, briljante boeken heeft opgeleverd, tijdloze teksten, nederigmakende chefs-d’oeuvre, maar dat daarbuiten voornamelijk wordt misbruikt door onmachtigen en ongetalenteerden om hun gebrekkige greep te verhullen op zowel hun materiaal als hun materieel.’

    Opmerkelijke uitspraken, juist in een boek dat de titel Sprakeloos heeft en die verwijst naar de moeder die door enkele beroertes getroffen wordt en een vorm van afasie krijgt waardoor haar spraakvermogen ernstig wordt aangetast. Dit boek zet de auteur tegenover die ziekte. Dit boek dat draait om de moeder Josée Verbeke is een taalbouwsel van protest tegen de dood van de moeder, tegen de stilte. Dit is het boek dat de slagerszoon met een brilletje beloofd had aan zijn zeer liefdevol beschreven vader, maar dat hij pas kon afmaken na diens dood. Dit is een boek waarbij je op elke bladzijde de noodzaak voelt dat het geschreven moest worden. Het is een prachtig eerbetoon geworden aan zijn ouders.

    Sprakeloos is opgedeeld in drie delen: ‘Hij’, ‘Zij’ en ‘Ik’. Het eerste deel vormt de aanloop tot het schrijven. Je ziet een schrijver die zich aan het oppeppen is om een grootse prestatie neer te zetten. Lanoye aarzelt en stelt uit, maar weet uiteindelijk precies wat hem voor ogen staat. ‘Want zoals men niet kán vertellen over haar zonder uit te weiden over hem, zo kan ik niet schrijven over hen beiden zonder uit te weiden over de godganse wereld die ik heb leren kennen, en waarover zij regeerde, jarenlang.’ En dat is precies wat er in deel twee, dat verreweg de meeste ruimte inneemt, gebeurt. Lanoye brengt zijn jeugd tot leven, het stadje Sint-Niklaas en dan vooral de buurt waar de ouders van Lanoye een slagerij hadden. Ook de mensen die in de winkel kwamen worden beschreven, evenals de carrière in het amateurtoneel van zijn moeder. Zijpaden worden ingeslagen, omwegen gemaakt, alle verhalen uit het verleden worden van stal gehaald en die voorkomen dat de moeder gereduceerd wordt tot het geestelijke wrak dat ze in haar laatste jaren was.

    Tegenover de ontmenselijking in de kliniek, zet Lanoye het dagelijkse leven van weleer waarin de moeder de spil in huis was. Aardige anekdotes worden afgewisseld met minder prettige herinneringen, bijvoorbeeld aan zijn eigen coming-out, die vooral als een schande voor de familie werd ervaren. Maar naast haar branie komt ook haar radeloosheid aan de orde als haar oudste zoon bij een ongeluk om het leven komt.
    Als je bij het derde deel aankomt, dat slechts kort het einde beschrijft van de ouders en waarin de schrijver de rekening opmaakt van dit boek, dan kun je als lezer slechts diep buigen voor een schrijver die je in een paar honderd bladzijden een complete wereld heeft geschonken en in al die taalvirtuositeit waarachtig is gebleven.

    COEN PEPPELENBOS

    TOM LANOYE ? Sprakeloos. Prometheus, Amsterdam, 360 blz. €19,95

  • Margaret Mazzantini – Ter wereld gekomen

    Liefde is sterker dan de dood maar het leven is sterker dan de liefde. Margaret Mazzantini (1961) is een van de meest succesvolle schrijfsters van Italië. Met de internationale bestseller Ga niet weg, die werd bekroond met de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega, brak zij door bij het grote publiek.

    Na een onverwacht telefoontje laat Gemma haar dagelijks leven achter zich en vliegt zij met haar zestienjarige puberzoon Pietro naar Sarajevo. Daar gaan zij op zoek naar sporen van Diego, Pietro’s vader, die hij nooit heeft gekend. Diego was de grote liefde van Gemma, maar hun relatie eindigde abrupt tijdens de belegering van Sarajevo in de jaren negentig. Nu Gemma terug is in de verscheurde stad, komen onbeantwoorde vragen weer naar boven en doet ze een verschrikkelijke ontdekking. ‘Dit boek lezen zonder onder de indruk te zijn, is echt onmogelijk.’

    Oorspronkelijke titel: Corriere della sera, 512 bladzijden, € 22,50, Uitgeverij de Wereldbibliotheek

  • Panos Karnezis – De orde

    ‘Hen die God wil vernietigen drijft hij eerst tot waanzin…’  Het is de eerste helft van de twintigste eeuw. Het zestiende-eeuwse klooster van Onze Lieve Vrouwe van Barmhartigheid staat eenzaam op een heuvel in een onbewoond deel van de Spaanse sierra, verborgen in een ondoordringbaar dennenbos.  Zijn bewoners, zes vrouwen die afgesloten zijn van de wereld die zij verkozen achter zich te laten, zijn toegewijd aan God, eenzaamheid en stilte. Wanneer moeder overste María Inés op een dag voor de deur van het klooster een koffer met gaten erin aantreft, zal aan het rustige en geordende leven van de zusters snel een einde komen.

    De orde is een beklemmend drama over geheimen en onthullingen, over schuld en boete. Iedereen die houdt van een meeslepend verhaal over menselijke tekortkomingen en de teloorgang van een gemeeschap zal in De orde een betoverend boek vinden dat je, als je er eenmaal in begonnen bent, niet meer kunt wegleggen.

    Panos Karnezis (1967) is geboren in Griekenland en verhuisde in 1992 naar Engeland. Hij studeerde Technische Wetenschappen in Oxford en Creative Writing aan de University of East Anglia. Van zijn hand verschenen eerder de verhalenbundel Kleine schandalen, genomineerd voor de Whitbread First Novel Award, en de romans De doolhof en Het verjaardagsfeest.

    Over Het verjaardagsfeest:

    ‘[het] bevestigt Panos Karnezis als de beste Griekse auteur van Engelse romans ter wereld.’ The Times

    ‘Karnezis [is] een geboren verteller, begiftigd met een ongebreidelde verbeelding.’ Het Parool

    ‘Kleurrijk, vrolijk en mal meesterwerkje. ‘ Nieuwe Revu

    De orde verschijnt in februari bij uitgeverij Atlas.

  • Weg van de strijkplank

    Met twee andere vrouwen strijkt Rosa wasgoed in een stomerij. Ze is te hoog geschoold voor het baantje, maar de eentonigheid van het werk past goed in de verwerking van de zelfmoord van haar moeder. Haar broer is direct na haar dood naar New York gevlogen en nooit meer teruggekomen. Haar vader is een beetje in de versukkeling geraakt.
    De dingen veranderen in de stomerij als Rosa in een overhemd een nogal angstaanjagend briefje vindt van Levi Andreas. Vanaf dat moment is ze erop gebrand om deze Levi te vinden. Een notitieboekje van hem dat ze via een zieke collega in handen krijgt, zet haar verder op het spoor, maar datzelfde boekje is ook de oorzaak van een reeks schokkende gebeurtenissen in de stomerij. Een moord zorgt ervoor dat de stomerij dichtgaat en daarnaast is de dood van haar vader het laatste zetje in de rug van Rosa om zich weer letterlijk in het leven te begeven. Dat doet ze eerst in de voetstappen van Levi Andreas: ze gaat naar zijn vaste hotel in Brussel en vanaf dat moment begint er een wat vreemde correspondentie op gang te komen.
    In Levi Andreas, het debuut van David Pefko (1983), is gekozen voor deze nogal ingewikkelde manier om de hoofdpersoon uit haar lethargie te wekken. In het eerste deel lees je alternerend de verhaallijn van Rosa en van Levi, maar naarmate we verder in de roman komen en Rosa Levi dichter op de hielen zit kom je minder en minder van Levi te weten. Alleen zijn brieven aan haar geven nog wat informatie.
    Er zitten twee bezwaren aan de brieven. Als Rosa eerst gewoon in de roman vertelt wat ze doet en waar ze naar toe gaat (ze gaat zelfs diep Zuid-Amerika in, naar het einde van de wereld, om Levi te vinden) en daarna nog eens in haar brieven opschrijft wat ze net verteld heeft, dan krijg je overbodige herhalingen in de roman. De roman had met wel honderd bladzijden ingekort kunnen worden en dan was er niets essentieels verloren gegaan.
    Daarnaast is het nogal ongeloofwaardig dat de brieven tussen Rosa en Levi telkens aankomen. Al bevinden ze zich zelfs in de meest onbewoonbare gebieden, er komt toch nog een oud vrouwtje aanlopen met de bewuste brief in de hand. Als de TNT maar half zo efficiënt was! Ik heb lange tijd ook gedacht dat die hele Levi Andreas slechts een imaginaire figuur was, bedacht door Rosa om zich een weg naar het leven te banen. Alleen in die constructie wordt de ongeloofwaardigheid opgeheven, omdat je dan te maken zou hebben met een onbetrouwbare verteller. Dat is, denk ik, een foutieve lezing van deze roman (maar romantechnisch zou die lezing heel wat problemen uit de weg ruimen).
    Het begin van de roman, dat nog zeer realistisch is, vind ik het sterkst; naarmate het verhaal vordert en het meer over de zin van het leven gaat, de vlucht voor het bestaan en het einde van de wereld, neemt ook een vet romantische toon, die niet mijn voorkeur heeft, de overhand. Ik ben wel benieuwd naar een volgend boek van David Pefko, want ik vraag me af in welke richting hij zich gaat ontwikkelen.

    Coen Peppelenbos

    DAVID PEFKO ? Levi Andreas. Van Oorschot, Amsterdam, 380 blz. €17,50.

  • Leonard Nolens – Dagboek van een dichter 1979-2007

    Het is donderdag 27 december 1979. Leonard Nolens is tweeëndertig, heeft net zijn vijfde dichtbundel gepubliceerd en begint een dagboek. Tien dagen later blijkt dat in deze notities hoog spel wordt gespeeld: ‘De angst dit boek te verliezen.  Het is momenteel mijn reden van bestaan. Het is mijn leven zelf.’  Tussen 1989 en 1998 verschijnen vier dagboekdelen. Zij geven een beeld van Nolens’  besognes en lievelingsauteurs, inspiratiebronnen en herinneringen, ergernissen en passies. Zo vormt dit rijke journaal het atelier van een dichter aan het werk. Het schildert het portret van een bewustzijn, het verhaal van een temparament. Dagboek van een dichter eindigt definitief in het voorjaar van 2007, het omvat de vier al verschenen dagboeken, plus het vijfde, nieuwe, omvangrijke en ongepubliceerde deel Verborgen agenda (1998-2007). Uitgeverij Querido, 1056 pagina’s

    Van Leonard Nolens (1947) verscheen in 2004 Laat alle deuren op een kier, de vijfde vermeerderde druk van al zijn tot nu toe verschenen gedichten (1975-2003). Liefdes verklaringen werd in Nederland bekroond met de Jan Campertprijs, in België met de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie. Voor zijn gehele werk kreeg hij is 1997 de Constantijn Huygensprijs, voor Bres de VSB Poëzieprijs 2008.

    ‘Zo dicht zat de lezer van poëzie nog nooit op het ontstaan van gedichten. […] Leonard Nolens legt weinig sentimenten aan banden. Hij betoont zich grimmig, mededeelzaam, hartstochtelijk, oprecht, onverzoenlijk, bang en onverzettelijk – allemaal gemoedsgesteldheden bij uitstek die de deur naar de pathetiek wijd openzetten. Heel af en toe sijpelt die pathetiek inderdaad door. […] Hij is een schrijver die de wereld niet spaart, maar het hardvochtigst is hij voor zichzelf.’  Joost Zwagerman in Vrij Nederland

    ‘Bij het lezen van zoveel luchtdicht verpakte, consequente eerlijkheid beving me af en toe de neiging het hoofd af te wenden. […] Dagelijks vraagt hij zich af wie hij eigenlijk is en hoe hij zich dient op te stellen naar de buitenwereld. Dat verbeten onderzoek levert, zoals bekend, gedichten op van een soms pijnlijke schoonheid.’  Arjan Peters in de Volkskrant

    ‘Dit dagboek is gespeend van alle ironie, alle luchtigheid. daarin wijkt het neit af van Nolens’ gedichten. Mij stoort die afwezigheid van distantie niet. nolans méént het en het zijn bittere ernst is noodzakelijk. hij kan niet naders, hoe afgesragen dat ook klinkt.’ bernard Dewulf in De Morgen

    ‘Hij is de pur sang dichter, iemand die zijn volledige bestaan in dienst stelt van zijn gedichten. Het dagboek doet aan dit beeld geen afbreuk, integtendeel, het versterkt het eerder. Het bevat de reflectie op deze compromisloze en afgezonderde bestaanswijze en bevestigt de onophoudelijke noodzaak ervan voor deze dichter.’  Tom van Deel in Trouw

    ‘Hier is een gecultiveerde, intelligente en integere schrijver aan het woord. Een indrukwekkende onderneming.’ Paul de Wispelaere in Nieuw Wereld Tijdschrift

    ‘Ik heb mij door zijn dagboek bijzonder aangsproken gevoeld en spreek er mijn hoge bewondering voor uit.’  Jeroen Brouwers in De Morgen