Engelbewaarder

‘Guy de Maupassant heeft al in 1886 gepleit voor een ‘roman objectif’. Hij bedoelde een roman waarin niets beschreven wordt dan, zoals naderhand is gebleken, wat een geluidscamera kan horen en zien. Er wordt dus niet ín de mens gekeken.’ Dit lijkt een radicale methode, die W.F. Hermans hier aanhaalt, zelfs voor hem. Oké, dat het afgelopen moet zijn met proustiaans geneuzel, ellenlange verhandelingen over wat iemand ruikt en vooral waar hem dat aan doet denken, alas, maar het andere uiterste, geen enkel innerlijk leven?

Veel van Hermans boeken drijven op (taal)handelingen. Hij besteedde uitermate veel aandacht aan de constructie van zijn verhalen en was van mening dat uit de basale constructie de ideeën van de lezer moesten komen en dus niet andersom: dat hij de ideeën aanreikte en de lezer ze verbond en nakauwde. Nu weten mensen die al langere tijd aan de geluidscamera zijn gewend dat er veel aan de fantasie kan worden overgelaten.

Maar nergens heeft hij de gevolgtrekkingen van bovenstaand citaat beter uitgewerkt dan in Herinneringen van een engelbewaarder. Dit boek leest als een scenario en dit is voor een groot gedeelte te danken aan een verblindend filmische constructietruc: de ogen van de engelbewaarder (en alterego: de duivel) zijn de camera van de lezer. Met een extra kenmerk, uiteraard, want zoals iedereen sinds Wim Wenders weet, is een engel in staat om gedachtes te horen. Deze engelbewaarder, met hinderlijke onderbrekingen van zijn donkere kant, vertelt in de ik-vorm over zijn hemelse occupaties én over de man die bekeken wordt, officier van justitie Alberegt (lees die naam hardop). Wat de Engel van Alberegt hoort en ziet dat krijgen wij als lezer ook te horen. De blik van de Engel stuurt de blik van de lezer en als hij bepaalde dingen niet hoort of bepaalde handelingen niet ziet omdat hij op een te grote afstand is, dan weten we het niet.

Dit geld ook voor gedachtes. (zie dat er in deze constructie wel in de mens gekeken kan worden! Tenminste, binnen het kader). Uit het oogpunt van begrijpelijk heb ik er één scène uitgehaald, bladzijde 32 tot en met 35, waarin Alberegt het kind aanrijdt.

Vanaf ‘Er bonsde…’ volgt een beschrijving, door de voorruit van de auto, wat er gebeurde in de auto ten tijde van het ongeluk. Feitelijke waarnemingen. Dan zwenkt de engel omhoog en neemt plaats op het dak. Hij ziet het kind liggen en concentreert zich op de daaruit opstijgende gouden zwaluw. ‘En daarna sloten de wolken zich en mijn ogen vestigden zich op Alberegt, die het rechterportier van de auto openduwde en zijn been naar buiten stak.’

Vervolgens zien we hem op afstand naar het meisje lopen ?cut- we zien hoe het meisje erbij ligt ?cut- hoe hij haar wegens het gevaar van bloedspatten ‘als een jonge hond aan zijn rugvel’ in de struikjes legt ?cut- hoe hij ziet dat er verder helemaal niemand in de buurt is ?cut- Alhoewel… wat is dat voor een boerderij? ?cut-.

Want ook al kan een engel in het innerlijk kijken, ook zijn herinneringen zijn beperkt, ook hij wordt begrensd door de geluidscamera.

Mike Naafs

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray